top of page

Winnaars mogen in VanEcks quantum-ETF niet te groot worden

31 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

QUTM noteerde op 30 september rond €26,07 op Xetra. De VanEck Quantum Computing UCITS ETF volgt een index met vaste regels en rekent 0,55 procent per jaar. Die regels spreiden het risico, maar kunnen ook snel gestegen winnaars afromen en verlieslatende nieuwkomers bijkopen. Bij een jong thema telt daarom niet alleen welke bedrijven het fonds bezit, maar ook hoe vaak en tegen welke kosten de portefeuille wordt herschikt.


€26,07 was rond 11.49 uur de marktprijs van QUTM op Xetra. De laatst getoonde intrinsieke waarde was ongeveer $30 per deelbewijs. Het verschil tussen eurokoers en dollar-NAV is niet direct een korting, want valuta en moment van meten verschillen.


De ETF heeft ISIN IE0007Y8Y157, is in Ierland gevestigd en herbelegt inkomsten. Het mandje bevat zowel pure quantumspelers als gevestigde technologiebedrijven. Dat maakt het minder afhankelijk van één onderneming, maar niet van één verhaal: de markt moet blijven geloven dat quantumtechnologie uiteindelijk winstgevende omzet oplevert.



Een index verkoopt zonder naar het verhaal te luisteren

Een indexfonds heeft geen beheerder die na een doorbraak zegt dat één winnaar langer mag doorlopen. De methodologie bepaalt toelating, weging, caps en herbalancering. Stijgt een kleine positie snel boven een maximumgewicht, dan moet de ETF bij de volgende herweging een deel verkopen.



Dat is geen fout. De cap voorkomt dat een thematische ETF ongemerkt één-aandelenfonds wordt. De keerzijde is dat een uitzonderlijke winnaar minder zwaar meeweegt nadat hij is afgeroomd. Tegelijk kan een daler juist worden aangevuld om het doelgewicht te herstellen.


Bij quantum is dat effect groter dan in een brede wereldindex. Veel pure plays hebben een kleine beurswaarde, beperkte winstbasis en hoge volatiliteit. Een beweging van 50 of 100 procent tussen twee herwegingen is niet onmogelijk. De indexregel beheerst risico, maar bepaalt ook een deel van het rendement.


Omzetting heeft een echte prijs

Herbalanceren vraagt transacties. Bij liquide megacaps is de spread klein. Bij jonge quantumondernemingen kan het verschil tussen bied- en laatprijs groter zijn, zeker op drukke herwegingsdagen. Het fonds betaalt die frictie via de NAV.



Bij 60 procent jaarlijkse omzetting en 0,25 procent gemiddelde handelsfrictie ontstaat over drie jaar ongeveer 0,45 procent eenvoudige drag. Dat is bovenop de TER. Werkelijke uitvoering kan beter zijn dankzij slimme handel, maar ook slechter wanneer veel indexvolgers dezelfde stukken tegelijk moeten verplaatsen.


De omzetting zegt bovendien iets over de belegging zelf. Een snel wisselende index kan vandaag andere bedrijven bezitten dan de namen waarop een koper zijn oorspronkelijke overtuiging baseerde. De ticker blijft gelijk, het economische mandje verandert.


De vaste kosten zijn pas het begin

De TER van 0,55 procent is duidelijk hoger dan bij een brede index-ETF. Dat is logisch omdat het fonds kleiner is, gespecialiseerde indexlicenties gebruikt en vaker kan handelen. De belegger moet dan wel een reden hebben waarom de extra thematische blootstelling die kosten kan compenseren.



Bij 8 procent brutorendement, 60 procent omzetting en 0,25 procent handelsfrictie blijft in het eenvoudige model ongeveer 7,3 procent over. Belastingen, valuta en het verschil tussen NAV en beursprijs komen daar nog bij.


Het sterke tegenargument is dat één succesvolle quantumdoorbraak deze frictie gemakkelijk kan overtreffen. Wanneer een paar bedrijven omzet en winst veel sneller laten groeien dan de markt verwacht, is 0,55 procent per jaar klein. Het risico is alleen dat de themapremie al in de koersen zit voordat die winst verschijnt.



De koers verlangt winst uit een mandje dat nog verandert

Een gewone koers-winstverhouding werkt beperkt omdat meerdere pure quantumspelers verlies maken. Voor de reverse waardering gebruiken we daarom een modelmatige mandjewinst van €0,76 per deelbewijs. Dat is geen gerapporteerd fondscijfer, maar een transparant startpunt.



Bij 10 procent gewenst jaarlijks rendement, 0,75 procent fondsdrag en 30 keer winst in 2029 moet die winstbasis snel stijgen. Een eindmultiple van 40 verlaagt de vereiste winst, maar maakt het rendement afhankelijker van een blijvend hoge themapremie.


De nuttigste bedrijfsmaatstaven zitten daarom onder het fonds. Let op omzetgroei, brutomarge, cash burn, contractkwaliteit en aandelenuitgifte bij de pure plays. Bij de gevestigde namen telt welk deel van hun totale winst werkelijk aan quantum is toe te schrijven. Een persbericht over een proefproject is nog geen bewijs van brede commerciële vraag.


Drie paden tot 2029

Het bearpad veronderstelt dat de meeste pure plays kapitaal blijven ophalen en dat de markt lagere multiples betaalt. Het middenpad vraagt geleidelijke winstgroei bij een aantal leveranciers. Het gunstige pad veronderstelt dat commerciële opdrachten sneller opschalen en de indexwinnaars voldoende gewicht behouden.



De tabel toont mogelijke eurokoersen voor september 2027, 2028 en 2029. De uitkomsten zijn scenario's, geen koersdoelen. Omdat het fonds accumulerend is, zit herbelegd dividend in de koersontwikkeling. Valuta kan het resultaat in euro verder versterken of verzwakken.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.


Wat beleggers nu moeten volgen

Een gunstige uitkomst vraagt drie soorten bewijs. Ten eerste moeten quantumcontracten van experiment naar herhaalbare omzet gaan. Ten tweede moet de aandelenbasis van verlieslatende bedrijven minder snel groeien dan hun omzet. Ten derde moet de indexmethodologie voorkomen dat het fonds vooral na een koersstijging koopt en na een daling verkoopt.


Het negatieve bewijs is hoge omzetting zonder betere winst per fondseenheid. Dan betaalt de belegger extra kosten voor een thema dat intern van samenstelling verandert zonder dat de economische basis verbetert.


QUTM biedt eenvoud en spreiding in een ingewikkelde sector. Die voordelen zijn echt. Bij €26,07 blijft de doorslaggevende vraag alleen niet hoeveel quantumnamen in de ETF zitten. Het gaat om de winst die na verwatering, indexcaps en handelsfrictie aan ieder deelbewijs toekomt.


Foto: VanEck, officieel bedrijfsarchief.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page