Aandelen krijgen belastinguitstel, cryptobezitters dreigen over papieren winst te blijven betalen
In het kort
Aandelenbeleggers krijgen volgens het kabinetsvoorstel vanaf 2028 uitstel van belasting over koerswinst. Rechtstreeks aangehouden crypto lijkt dat voordeel voorlopig mis te lopen. Daardoor kunnen cryptobezitters belasting moeten betalen over winst die alleen op papier bestaat. Vooral een koersdaling na een sterk jaar kan dan pijn doen. Het gaat nog om voorgestelde wetgeving, met een beoogde overstap voor de overige bezittingen in 2030.
Je aandelen of bitcoins zijn flink gestegen. Je hebt niets verkocht en er staat geen extra geld op je bankrekening. Toch kan er een belastingrekening aankomen. Precies op dat punt dreigen aandelen en rechtstreeks cryptobezit straks verschillend behandeld te worden.
De kabinetsbrief van 29 september 2026 voorziet vanaf 2028 in vermogenswinstbelasting voor financiële instrumenten, waaronder aandelen, obligaties en opties. Crypto wordt niet afzonderlijk genoemd. Dat directe coins voorlopig onder aanwasheffing blijven vallen, is daarom een duiding van de afbakening; de precieze wettelijke uitwerking moet nog volgen.
Aandelen krijgen vooral meer tijd
Bij een vermogensaanwasbelasting telt de jaarlijkse waardestijging mee, ook wanneer je niets verkoopt. Bij een vermogenswinstbelasting wordt koerswinst in beginsel pas belast bij realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop. Je betaalt dan doorgaans op een moment waarop er ook geld beschikbaar komt.
Voor wie jarenlang aandelen aanhoudt, is dat aantrekkelijk. Geld dat je nog niet hoeft af te dragen kan belegd blijven en opnieuw rendement opleveren. Jaarlijks een deel verkopen voor belasting kan dat proces afremmen. Uitstel geeft daarmee ruimte aan rendement op rendement.
Aandelen worden hiermee niet belastingvrij. Over gerealiseerde koerswinst moet uiteindelijk worden afgerekend en ontvangen dividend blijft afzonderlijk belastbaar. Het voordeel zit vooral in de timing. Voor iemand die zijn hele portefeuille ieder jaar verkoopt, is dat voordeel veel kleiner dan voor een belegger die jarenlang vasthoudt.
Dezelfde papieren winst, een andere rekening
Neem twee afzonderlijke beleggers die in 2028 met €20.000 beginnen. De ene bezit aandelen, de andere rechtstreeks crypto. Beide portefeuilles stijgen naar €30.000 en niemand verkoopt. Bij de aandelen zou de €10.000 koerswinst onder de voorgestelde winstbelasting nog niet worden belast. Als de crypto onder aanwasbelasting valt, telt die €10.000 wel direct mee.
Met 36% belasting en een volledig beschikbare resultaatvrijstelling van €1.000 bedraagt de rekening in dit vereenvoudigde cryptovoorbeeld €3.240: (€10.000 − €1.000) × 36%. Dat is belasting over het rendement, niet over de hele portefeuille. We laten andere inkomsten, kosten, stortingen en verrekenbare verliezen buiten beschouwing. De vrijstelling geldt per persoon voor het totale box 3-resultaat, niet per munt of rekening.
Waarom een koersdaling extra hard kan aankomen
Stel dat de cryptobelegging na dat sterke jaar terugvalt van €30.000 naar €20.000 voordat de eerdere belastingrekening betaald is. De papieren winst is verdwenen, maar de rekening over het vorige jaar verdwijnt niet automatisch mee. Wie geen reserve heeft, kan moeten verkopen op een ongunstig moment.
Dat is het concrete nadeel: belasting over een eerder gemeten waardestijging kan om contant geld vragen terwijl de actuele portefeuille alweer veel minder waard is. In een markt met grote koersuitslagen kan het verschil tussen de fiscale jaargrens en het betaalmoment zwaar wegen.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg schreef op 20 april, in antwoord op vragen van Michiel Hoogeveen van JA21: “De belastingplichtige is verantwoordelijk om tijdig voldoende liquide middelen voorhanden te hebben om de aanslag te voldoen.”
Verliesverrekening kan de uiteindelijke belastingdruk verzachten. Het is dus onjuist om te zeggen dat een latere daling nooit wordt meegenomen. Maar verliesverrekening en direct geld beschikbaar hebben zijn twee verschillende dingen. De definitieve regels bepalen hoe en wanneer een verlies kan worden verrekend.
De onderstaande berekening laat alleen de tussentijdse liquiditeitsdruk zien. Een eventuele latere belastingvermindering is daarin niet verwerkt.
Dezelfde bitcoinblootstelling kan fiscaal anders uitpakken
Rechtstreeks bitcoin bezitten is juridisch iets anders dan een beursproduct kopen dat de bitcoinprijs volgt. ABN AMRO biedt bijvoorbeeld ETP’s aan waarmee klanten indirect in crypto beleggen. De AFM legt uit dat bepaalde afgeleide cryptoproducten kunnen kwalificeren als financieel instrument.
Onze analyse: als zo’n beursproduct onder winstbelasting valt terwijl directe coins onder aanwasbelasting blijven, kan de fiscale behandeling beleggers richting beursproducten duwen. De blootstelling aan de koers kan vergelijkbaar zijn, terwijl het belastingmoment verschilt. Productkosten, juridische rechten en risico’s verschillen echter ook.
Daarom is de bewering dat je crypto alleen maar naar een bank hoeft te verplaatsen te kort door de bocht. Bewaring bij een bank of exchange maakt directe coins niet vanzelf tot een ander financieel product. De juridische kwalificatie en uiteindelijke wetstekst zijn doorslaggevend.
Wat blijft er netto over?
Belastinguitstel moet je onderscheiden van belastingbesparing. Wie later verkoopt, kan een grotere winst ineens realiseren. Bovendien kan de jaarlijkse vrijstelling in eerdere jaren onbenut zijn gebleven. Dat betekent dat winstbelasting niet in iedere situatie de laagste totale rekening oplevert.
Onderstaande rekentool draait de vraag om: hoeveel bruto winst is nodig voor het nettobedrag dat je wilt overhouden? De berekening gebruikt 36% en een instelbaar beschikbaar deel van de vrijstelling. Het is een illustratie voor een belastbaar winstjaar, geen berekening van je volledige aangifte.
Ook aandelenbeleggers betalen mee
Het kabinet wil de vermogensvrijstelling in 2027 verlagen naar €30.846 en het forfait voor overige bezittingen verhogen. Vanaf 2028 is een resultaatvrijstelling van €1.000 voorzien. Een gunstiger moment van afrekenen betekent dus niet automatisch dat het totale pakket voor iedere belegger voordelig is.
Daarbij kan belastinguitstel het verleidelijk maken om een belegging vast te houden die eigenlijk niet meer bij je past. Een verkoopbeslissing wordt dan mede gestuurd door de opgebouwde belastingclaim. Dat is een nadeel van winstbelasting dat ook in de wetsgeschiedenis wordt beschreven.
Voor crypto draait het nu om de overgang
De politieke route is nog geen definitieve wet. Vooral de afbakening van financiële instrumenten, verliesverrekening en de overgang voor overige bezittingen verdienen aandacht. Voor cryptobezitters is ook relevant hoe eerder belaste aanwas bij een latere overstap wordt verwerkt.
De drie koerspaden hieronder laten zien hoe verschillend een portefeuille tot 2030 kan uitpakken. Het zijn rekenaannames, geen koersvoorspellingen. De bedragen zijn vóór belasting, omdat juist de overgangsregels nog niet vaststaan.
Voor aandelenbeleggers is het vooruitzicht vooral meer controle over het moment van afrekenen. Voor bezitters van directe crypto dreigt voorlopig een rekening zonder verkoopopbrengst. Mocht het voorstel definitief worden, dan leggen we bij De Belegger uit wat de regels praktisch betekenen: van een passende belastingreserve en administratie tot het verschil tussen directe coins en beursproducten.
Foto: Eelco Eerenberg, Martijn Beekman / Rijksoverheid.




































































































































Opmerkingen