Wie is Jitse Groen en waarom verdient zijn kritiek op Den Haag gehoor
In het kort
Jitse Groen is de oprichter van Thuisbezorgd.nl en de voormalige topman van Just Eat Takeaway. Zijn kritiek op Den Haag verdient gehoor omdat hij een wezenlijke spanning aanwijst: economische groei vraagt om mensen die hun geld en tijd willen riskeren. Wie die inzet steeds minder aantrekkelijk maakt, krijgt minder investeringen. Zijn ondernemerservaring geeft dat argument gewicht, zonder iedere politieke uitspraak automatisch te bewijzen.
In zijn post van 2 oktober 2026 verbindt Groen belastingen, huurwoningen, datacenters, landbouw en energie. Het terugkerende verwijt is dat de politiek wel de opbrengst van economische activiteit wil, maar de voorwaarden ervoor bemoeilijkt. Hij eindigt met de woorden “Het gebrek aan visie”. Dat is een oordeel over de samenhang van beleid, geen uitgewerkt economisch programma.
Voor wie zijn naam vooral van de oranje bezorgtassen kent, helpt zijn loopbaan om die boodschap te begrijpen. Groen heeft een onderneming gebouwd die alleen kon groeien doordat consumenten, restaurants, medewerkers en financiers wilden meedoen. Zijn kritiek raakt daarom aan een praktische vraag: waarom zou iemand vandaag investeren als de spelregels en de toekomstige opbrengst voortdurend onzeker zijn?
Van Thuisbezorgd naar een internationaal bedrijf
Groen richtte de onderneming in 2000 op. Volgens het bericht over zijn vertrek als topman begon het bedrijf op een kleine zolder in Enschede. De overname van Lieferando in 2014 en de fusie met Just Eat in 2020 waren belangrijke stappen in de internationale uitbreiding. Het oorspronkelijke Nederlandse idee groeide zo uit tot een platform met activiteiten in meerdere landen.
Het zakelijke idee is eenvoudig uit te leggen. Een restaurant heeft eten, capaciteit en lokale klanten. Een digitaal platform kan vraag bijeenbrengen, bestellingen verwerken en het bereik vergroten. De waarde zit niet in het bezit van iedere keuken, maar in een dienst waar veel restaurants en consumenten tegelijk iets aan hebben. Meer deelnemende restaurants kunnen het platform aantrekkelijker maken; meer klanten kunnen vervolgens restaurants aantrekken.
Dat zogeheten netwerkeffect ontstaat niet vanzelf. Software moet werken, betalingen moeten kloppen en klanten moeten terugkomen. Daarbij kan een groot bereik ook marktmacht opleveren. Een ondernemer verdient ruimte om zo’n netwerk op te bouwen, terwijl restaurants de mogelijkheid moeten houden om voor een ander kanaal te kiezen. Concurrentie beschermt ondernemerschap aan beide kanten van de bestelling.
Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk waarom veel bestellingen niet hetzelfde zijn als veel winst. Neem een fictieve bestelling van €30 en een platformvergoeding van 12 procent. Dat geeft €3,60 platformopbrengst. Trek daar €2 directe kosten voor verwerking en dienstverlening af, dan blijft €1,60 over om vaste kosten te betalen. Het restaurant ontvangt in dit vereenvoudigde voorbeeld €26,40 vóór zijn eigen kosten. Dit zijn modelbedragen, geen tarieven van Thuisbezorgd; btw, bezorgkosten en afzonderlijke contractafspraken zijn buiten beschouwing gelaten.
De overnamesom zegt niet hoeveel Groen op zijn rekening heeft
Prosus kondigde op 24 februari 2025 een bod van €20,30 per aandeel aan, met een totale waarde van circa €4,1 miljard voor het aandelenkapitaal. In het slotbericht van 17 oktober 2025 meldden de bedrijven dat Prosus na afwikkeling van de na-aanmelding 98,19 procent van de aandelen zou houden. De transactie betrof de onderneming en haar aandeelhouders samen.
Daarmee is een vaak gemaakte denkfout snel te voorkomen. De totale overnamesom is niet het persoonlijke vermogen van de oprichter. Een aandeelhouder ontvangt een bedrag naar rato van zijn verkochte belang. Andere bezittingen, schulden, eerdere transacties en belastingen bepalen mede hoeveel privévermogen iemand uiteindelijk heeft. Uit alleen het bod valt Groens huidige nettovermogen dus niet af te leiden.
Bij een zuiver illustratief belang van 5 procent in een onderneming met €4,1 miljard aandelenwaarde is het bruto aandeel €205 miljoen: 0,05 maal €4,1 miljard. Dat zegt niets over Groens feitelijke belang of opbrengst. Het onderscheid is economisch belangrijk. Ondernemingswaarde, bezit van aandelen en beschikbaar geld zijn drie verschillende grootheden, die in het belastingdebat te gemakkelijk door elkaar lopen.
Een stijgende waardering van een aandeel kan een eigenaar rijker maken op papier, zonder dat de onderneming geld uitkeert. Juist daarom heeft kritiek op belasting over ongerealiseerde waardestijging een sterke grond. Een aanslag moet uiteindelijk met geld worden betaald. De mogelijkheid om verlies later te verrekenen neemt een onmiddellijk liquiditeitsprobleem niet vanzelf weg. Een stelsel dat afrekent bij realisatie sluit beter aan op het moment waarop opbrengst beschikbaar komt.
Wat Jitse Groen na zijn vertrek bij Takeaway doet
JET kondigde op 2 december 2025 aan dat Groen per 1 januari 2026 zou terugtreden als CEO en Roberto Gandolfo hem zou opvolgen. Op 24 augustus 2026 maakte Butlaroo een miljoeneninvestering van Groen bekend. Hij verkreeg een minderheidsbelang in het Eindhovense bedrijf voor digitaal bestellen en betalen. Het precieze investeringsbedrag werd in dat bericht niet genoemd.
Daarmee is zijn betrokkenheid bij ondernemerschap na Takeaway concreet zichtbaar. Geld dat bij de ene onderneming vrijkomt, kan een volgende onderneming helpen uitbreiden. Ervaring en contacten kunnen daarbij minstens zo belangrijk zijn als het gestorte bedrag. Dat is een reden om vermogensvorming niet uitsluitend te bekijken als geld dat aan de samenleving wordt onttrokken. Het kan ook de financiering van nieuwe productie zijn.
Dat Groen zelf investeerder is, maakt hem geen belangeloze buitenstaander. Een beter investeringsklimaat kan hem persoonlijk voordeel brengen. Die constatering weerlegt zijn argument echter niet. De relevante toets is of een maatregel ook nieuwe ondernemers, werknemers en afnemers helpt. Omgekeerd verdient een regeling die vooral bestaande grote partijen beschermt juist kritiek, ook wanneer een bekende ondernemer ervoor pleit.
Waarom een extra rekening de groeidrempel verhoogt
Keer de vraag over bedrijfswinst eens om. Hoeveel bestellingen zijn nodig voordat een platform überhaupt iets verdient? Met €1,60 bijdrage per bestelling en €1 miljoen vaste kosten per jaar ligt de grens op 1.000.000 gedeeld door 1,60: 625.000 bestellingen per jaar. Dat is gemiddeld ongeveer 52.083 per maand. Op die grens resteert nul operationeel resultaat vóór winstbelasting, financieringskosten en investeringen.
Voeg in hetzelfde rekenvoorbeeld €100.000 jaarlijkse vaste kosten toe, dan stijgt de drempel naar 687.500 bestellingen. Er zijn 62.500 extra orders nodig voordat de ondernemer weer op nul staat. Het maakt voor die rekensom niet uit of de rekening komt van extra software, verplicht administratief werk of andere vaste lasten. Voor de beleidskeuze maakt het wel uit of tegenover de last een aantoonbare publieke opbrengst staat.
Dit verklaart waarom nieuwe en kleine bedrijven anders reageren dan grote gevestigde ondernemingen. Een groot platform kan bepaalde kosten over veel klanten spreiden. Voor een nieuwkomer kan dezelfde vaste verplichting het verschil betekenen tussen beginnen en afhaken. Wie concurrentie wil, moet dus ook naar de instapkosten kijken. Minder onnodige regeldruk beschermt niet alleen bestaande eigenaren, maar kan juist hun toekomstige concurrenten helpen.
De sterkste tegenwerping is dat regels en belastingen ook iets mogelijk maken. Betrouwbare betalingen, onderwijs, rechtspraak en infrastructuur kosten geld. Zonder die basis wordt ondernemen moeilijker. Het antwoord is daarom niet dat elke publieke uitgave schadelijk is. De vraag is welke lasten nodig zijn, of de uitvoering eenvoudiger kan en of investeerders lang genoeg weten waar zij aan toe zijn.
Drie uitkomsten voor hetzelfde ondernemingsmodel
Voor 2027, 2028 en 2029 houden we in een scenariovergelijking dezelfde fictieve bijdrage van €1,60 en €1 miljoen jaarlijkse vaste kosten aan. Het basisscenario telt ieder jaar 625.000 bestellingen en komt telkens uit op nul operationeel resultaat. Een tegenvallend scenario met 500.000 orders levert jaarlijks €200.000 verlies op. Bij 750.000 orders bedraagt het jaarlijkse resultaat juist €200.000 positief.
De formule is voor ieder kalenderjaar gelijk: aantal bestellingen maal €1,60, minus €1 miljoen vaste kosten. Over drie jaar zijn de uitkomsten respectievelijk nul, €600.000 verlies en €600.000 positief resultaat. De bedragen zijn nominaal, vóór winstbelasting en zonder inflatie, groei van kosten, financiering of startinvestering. De peildatum is 4 oktober 2026. Het zijn geen vooruitzichten voor JET of Butlaroo, maar drie manieren waarop dezelfde investering kan uitpakken.
Daar zit het eigendomsvraagstuk. De eigenaar heeft geen gegarandeerde opbrengst en moet een verlies kunnen dragen. Als een bedrijf goed draait, is de winst ook een vergoeding voor dat risico en voor kapitaal dat elders had kunnen worden ingezet. Dat rechtvaardigt niet iedere winst of ieder tarief. Het rechtvaardigt wel terughoudendheid met beleid dat succes snel belast, terwijl verlies en onzekerheid grotendeels bij de ondernemer blijven.
Groens belangrijkste bijdrage aan dit debat is dat hij de voorwaarden achter economische ambities weer centraal zet. Nederland heeft meer aan nieuwe bedrijven en productieve investeringen dan aan steeds ingewikkeldere verdeling van een stilstaande economie. Zijn waarschuwing verdient daarom serieuze opvolging: houd eigendom betrouwbaar, maak regels uitvoerbaar en belast een papieren waardestijging niet alsof het al besteedbaar inkomen is.
Dat oordeel zou veranderen als een concreet alternatief overtuigend laat zien dat het investeringen, concurrentie en toegang tot kapitaal verbetert zonder grotere uitvoeringslasten of gedwongen verkopen. Voorlopig moet beleid zich juist op die uitkomsten laten beoordelen. De naam van de ondernemer is daarbij minder belangrijk dan de vraag of de volgende oprichter nog dezelfde kans krijgt om iets op te bouwen.
Lees ook: Jitse Groen waarschuwt terecht voor belasting op ongerealiseerde winst. Meer over zijn afzonderlijke standpunten in onze analyse van huurwoningen en onze analyse van datacenters en stroom.
Omslag: Jitse Groen tijdens TNW Conference op 23 april 2015. Archieffoto van Julia de Boer / The Next Web, bron, CC BY-SA 2.0.





































































































































Opmerkingen