Wie het S&P 500-fonds van iShares bezit heeft nu ook winstgroei nodig buiten de tien grootste namen
In het kort
CSPX volgt de S&P 500 tegen 0,07% kosten, maar de economische spreiding is kleiner dan 504 namen doen vermoeden. Bij ruim dertig keer winst moet niet alleen de kopgroep, maar ook de rest van de index winstgroei leveren.
De iShares Core S&P 500 UCITS ETF USD (Acc), ISIN IE00B5BMR087, sloot vrijdag 25 september op €708,58 op Euronext Amsterdam. Het is een in Ierland gevestigde, accumulerende shareclass. Dividenden worden dus in het fonds herbelegd. De handelsvaluta is euro, maar de onderliggende ondernemingen verdienen en rapporteren grotendeels in dollars. De shareclass is niet naar euro afgedekt.
BlackRock rapporteerde per 25 september $156,1 miljard nettovermogen voor de shareclass, 0,07% totale kosten en een onderliggende koers-winstverhouding rond 30,4. Dat laatste cijfer is geen vast natuurgegeven. Winstschattingen en samenstelling bewegen dagelijks. Het laat wel zien dat de markt veel toekomstige winst al waardeert.
Vijfhonderd namen, maar geen vijfhonderd gelijke bijdragen
Een marktkapitalisatiegewogen index geeft succesvolle grote ondernemingen vanzelf meer gewicht. Dat mechanisme is een kracht: winnaars groeien door, verliezers krimpen. Het betekent ook dat de grootste tien ongeveer twee vijfde van de portefeuille kunnen bepalen. De index is juridisch breed, maar economisch gevoelig voor dezelfde cloud-, chip- en advertentiecyclus.
Wanneer de top tien 12% winstgroei levert en de rest 5%, komt de gewogen groei rond 7,7% uit. Dat is degelijk, maar niet vanzelfsprekend genoeg voor 30,4 keer winst. Wanneer de rest van de index stagneert, moet de kopgroep langer zeer snel groeien. De kans op teleurstelling wordt dan geconcentreerd in enkele bedrijven met al hoge marges.
Winstgroei buiten technologie hoeft niet spectaculair te zijn. Banken, industrie, gezondheidszorg en consumentengoederen kunnen samen veel bijdragen omdat ze het grootste deel van het overige gewicht vormen. Brede loonproductiviteit, lagere rentelasten of aantrekkende investeringen zouden daarom belangrijker kunnen worden dan nog een ronde multiple-expansie bij megacaps.
De winstopbrengst ligt dicht bij de rente
Een P/E van 30,41 staat gelijk aan een winstopbrengst van ongeveer 3,29%. Dat is de huidige winst gedeeld door de koers, niet het dividendrendement. Tegenover een Amerikaanse tienjaarsrente rond 4% oogt die opbrengst laag. Aandelen kunnen hun winst laten groeien, obligatiecoupons meestal niet. Daar staat meer onzekerheid tegenover.
De vergelijking is geen koop- of verkoopsignaal. Zij maakt duidelijk hoeveel groei nodig is om het verschil te rechtvaardigen. Als winst 8% per jaar stijgt en de multiple gelijk blijft, groeit de koers grofweg mee. Als de P/E tegelijk naar 25 daalt, verdwijnt een groot deel van die operationele vooruitgang in waarderingskrimp.
Ook de kwaliteit van de winst verdient aandacht. Een indexwinst kan stijgen doordat ondernemingen aandelen inkopen, marges verhogen of werkelijk meer verkopen. Inkoop helpt per aandeel, maar creëert minder waarde wanneer de aandelen duur worden teruggekocht. Margeverbetering is krachtig, maar kent een grens. Omzetgroei met een stabiele marge is meestal de meest duurzame bron. Voor CSPX is het daarom belangrijk dat niet één mechanisme de hele indexwinst draagt.
De index wisselt verliezers uit en neemt nieuwe grote ondernemingen op. Dat is een langetermijnvoordeel, maar het proces beschermt niet tegen een dure instap. Een nieuw bedrijf komt vaak pas in de index nadat het sterk is gegroeid. De methodiek selecteert kwaliteit achteraf en garandeert geen lage aankoopprijs.
Het sterkste argument vóór een hoge waardering is kwaliteit. Veel grote S&P-bedrijven hebben sterke balansen, terugkerende omzet en hoge rendementen op kapitaal. Het tegenargument is dat kwaliteit geen onbeperkte prijs heeft. Wie te veel betaalt, kan jaren groei nodig hebben voordat het rendement aantrekkelijk wordt.
De euro voegt een tweede bewegende factor toe
De Amsterdamse ticker maakt het instrument praktisch voor eurobeleggers, maar verandert de economische activa niet. Een sterkere euro verlaagt, alles gelijk gehouden, de eurokoers van dollaractiva. Een zwakkere euro helpt. De omrekening komt bovenop de beweging van de onderliggende aandelen.
Dividend mag niet nogmaals op de koersscenario's worden gestapeld. CSPX ontvangt dividend en herbelegt het binnen het fonds. De nettovermogenswaarde bevat dus zowel koersbeweging als netto herbelegd dividend. Bronbelasting en fondskosten verlagen het bedrag dat werkelijk wordt herbelegd.
De lage TER is een overtuigend voordeel. Over drie jaar is 0,07% per jaar veel minder belangrijk dan een beweging van vijf punten in de P/E of tien procent in EUR/USD. Toch is de kostenbesparing zeker, terwijl winstgroei onzeker blijft. Dat maakt CSPX efficiënt als instrument, los van de vraag of de index goedkoop is.
Tracking difference is uiteindelijk relevanter dan de TER alleen. Dit is het verschil tussen het werkelijke fondsrendement en de index. Bronbelasting, transacties en effectenuitlening kunnen het verschil verbeteren of verslechteren. Bij een groot fysiek fonds als CSPX blijft die afwijking doorgaans klein, maar zij hoort wel bij de analyse van het instrument.
Wat moet €708,58 waarmaken?
Voor 8% jaarlijks koersrendement is in september 2029 ongeveer €892 nodig. Bij een eind-P/E van 27 en een euro die over drie jaar 3% sterker wordt, moet de onderliggende winst ongeveer 14% per jaar groeien. Blijft de multiple op 30,4, dan daalt die vereiste groei duidelijk.
De uitkomst is gevoelig omdat we bij een hoge startmultiple twee dingen vragen: operationele winstgroei en een koper die in 2029 nog steeds veel voor die winst betaalt. Een dalende multiple is niet automatisch pessimistisch. Het kan juist betekenen dat winst de koers inhaalt.
Een reverse model voorkomt dat een koersdoel als zekerheid wordt gepresenteerd. Het toont welke combinatie van winst, waardering en valuta nodig is. Beleggers kunnen vervolgens zelf beoordelen of 504 ondernemingen gezamenlijk die prestatie kunnen leveren.
Drie jaar, drie paden
De scenario's geven mogelijke koersen in september 2027, 2028 en 2029. Zij zijn inclusief het effect van accumulatie in de NAV en exclusief een afzonderlijke dividendregel.
Het bearscenario combineert winstgroei die te smal blijft met multiplekrimp en een minder gunstige dollar. Het middenscenario vraagt dat de rest van de index zichtbaar gaat meedoen, terwijl de waardering geleidelijk normaliseert. Het gunstige scenario veronderstelt brede groei en blijvende bereidheid om een hoge multiple te betalen.
CSPX blijft een goedkope en liquide bouwsteen voor Amerikaanse aandelen. De analyse draait daarom niet om de fondsstructuur, die sterk is, maar om de prijs van de portefeuille. Op €708,58 en ruim dertig keer winst ligt de volgende rendementsfase minder bij nog hogere waarderingen. Zij ligt bij meer winstgroei uit meer bedrijven.








































































































































Opmerkingen