top of page

Hoe zeker is de vergoeding op Rabobank Certificaten als de bank die gewoon mag overslaan?

46 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

Rabobank Certificaten zijn eeuwigdurend, diep achtergesteld en onderdeel van het kernkapitaal van Rabobank. De vergoeding van 6,5% over €25 nominaal levert bij een koers van 108,43 ongeveer 6% lopend rendement op, maar betaling is discretionair en niet cumulatief.


Rabobank Certificaten, ISIN XS1002121454, sloten vrijdag 25 september op 108,43% van de nominale waarde op Euronext Amsterdam. De beursprijs per certificaat is daarmee ongeveer €27,11. Rabobank heeft geen beursgenoteerde gewone aandelen. Dit instrument is dus geen aandeel en hoort niet met een koers-winstverhouding te worden gewaardeerd.


De certificaten hebben geen einddatum en vormen het meest achtergestelde kapitaalinstrument van Rabobank. Zij tellen mee als Common Equity Tier 1, afgekort CET1. Dat is het kapitaal dat verliezen als eerste opvangt. De belegger ontvangt een beoogde vergoeding, maar heeft geen onvoorwaardelijke couponclaim en geen datum waarop €25 moet worden terugbetaald.



Zes en een half procent is niet hetzelfde als zes en een half procent rendement

De vergoeding wordt uitgedrukt als percentage van €25 nominaal. Bij 6,5% gaat het om €1,625 per jaar. Wie 108,43% betaalt, legt ongeveer €27,11 in. Het lopende rendement is dan circa 5,99%, zolang Rabobank de vergoeding volledig betaalt.



Dat verschil lijkt klein, maar bij een eeuwigdurend instrument is de aankoopprijs belangrijk. Er is geen aflossing die een premie boven pari vanzelf laat verdwijnen of teruglopen. De koers kan jarenlang boven 100 blijven wanneer het vereiste rendement laag is. Hij kan ook fors dalen wanneer marktrente of risicopremie stijgt.


De nominale basis wordt soms verkeerd gelezen. Een koers van 108,43 betekent niet €108,43 per certificaat, maar 108,43% van €25. De contante investering is circa €27,11. Voor rendement en scenario's gebruiken we daarom steeds dezelfde basis. Dat voorkomt een factor-vierfout.


De vergoeding is bovendien geen rente in de gewone juridische betekenis. Het bestuur beslist over betaling, hoogte en vorm. Een gemiste vergoeding stapelt niet op als achterstallige schuld. Dat maakt het instrument economisch risicovoller dan een senior obligatie met dezelfde lopende yield.


Reverse pricing begint bij vereist rendement

Voor een eenvoudige eeuwigdurende kasstroom is de prijs gelijk aan vergoeding gedeeld door vereist rendement. Bij 6,5% vergoeding en 6% vereist rendement komt de modelprijs uit op 108,33% van nominaal, vrijwel gelijk aan het marktpeil. Stijgt het vereiste rendement naar 7%, dan daalt de modelprijs naar circa 92,9.



Het vereiste rendement bestaat uit een risicovrije rente plus een opslag. Die opslag vergoedt achterstelling, discretionaire betalingen, gebrek aan einddatum en het risico dat verliezen de kapitaalpositie aantasten. Een beweging van één procentpunt heeft veel invloed omdat de kasstroom theoretisch eeuwig doorloopt.


Dit is een benadering, geen exacte obligatieprijs. Vergoedingen kunnen wijzigen en regelgeving kan veranderen. De formule is toch nuttiger dan een P/E, omdat zij aansluit bij wat de belegger daadwerkelijk koopt: een onzekere eeuwigdurende uitkering zonder vaste aflossing.


Duration is hier feitelijk zeer lang. Zonder einddatum reageert de prijs sterk op veranderingen in vereist rendement. Een hogere vergoeding kan die gevoeligheid dempen, maar is niet gegarandeerd. Wie de certificaten als alternatief voor een kort deposito ziet, onderschat daarom het koersrisico.


Een overgeslagen vergoeding komt niet automatisch terug

In 2020 werd zichtbaar dat toezichthouders en bestuur uitkeringen kunnen beperken. Wie een gewone cumulatieve preferente lening bezit, kan soms later alsnog betaling krijgen. Bij Rabobank Certificaten is de vergoeding niet cumulatief. Een gemist jaar blijft in beginsel gemist.



Bij een koers van 108,43 kost één overgeslagen jaar met 6,5% vergoeding ongeveer 6% van de betaalde prijs. Twee jaren kosten ongeveer 12%, nog vóór een eventuele koersdaling. De markt kan sneller reageren dan de kasberekening, omdat een opschorting nieuwe informatie geeft over kapitaal en bestuur.


Daartegenover staat dat Rabobank als coöperatieve bank een groot en gediversifieerd verdienmodel heeft. Certificaathouders ontvangen een relatief hoge vergoeding omdat zij risico dragen dat gewone spaarders en senior obligatiehouders niet dragen. Het rendement is dus niet gratis, maar een betaling voor de onderste plek in de kapitaalstructuur.


De kapitaalbuffer is de economische achtervang

CET1 vergelijkt kernkapitaal met risicogewogen activa. Hoe groter de afstand tot interne en toezichthoudende drempels, hoe meer ruimte er in beginsel is om verliezen op te vangen en vergoedingen te blijven betalen. De exacte beslissing hangt ook af van winst, kredietkwaliteit, regelgeving en de gewenste groeiruimte.



De module gebruikt bewust illustratieve cijfers. Een ratio van 17% tegenover een gekozen drempel van 12% op €250 miljard risicogewogen activa geeft €12,5 miljard modelbuffer. Dat is geen actuele Rabobankberekening en evenmin een garantie. Het laat zien waarom een paar procentpunten ratio economisch veel geld vertegenwoordigen.


Kredietverliezen kunnen de buffer verkleinen. Sterke ingehouden winst kan hem herstellen. Omdat certificaten zelf CET1 zijn, is hun achterstelling geen theoretische clausule. Juist dit kapitaal moet blijven staan wanneer de bank onder druk komt.


Concurrentie met deposito en obligatie

De certificaten concurreren om beleggersgeld met staatsobligaties, bedrijfsobligaties, spaardeposito's en andere bankkapitaalinstrumenten. Wanneer veilige rente stijgt, moet de prijs meestal dalen of de vergoeding stijgen om aantrekkelijk te blijven. Rabobank is niet verplicht de vergoeding automatisch met de marktrente mee te verhogen.


Liquiditeit telt eveneens. De notering op Euronext maakt aan- en verkoop mogelijk, maar in stress kan de bied-laatspread oplopen. De belegger die op korte termijn geld nodig heeft, draagt dan naast kredietrisico ook marktrisico.


Belasting en persoonlijke omstandigheden laten we buiten de berekening. Het nettoresultaat kan per belegger verschillen. De economische vergelijking hoort eerst vóór persoonlijke belasting te worden gemaakt: welke kasstroom staat tegenover welke achterstelling, looptijd en volatiliteit? Pas daarna is een vergelijking met sparen of obligaties zinvol.


Drie mogelijke prijsjaren

De scenario's tonen koersen als percentage van €25 nominaal voor september 2027, 2028 en 2029. Zij combineren vergoeding en vereist rendement. Ontvangen vergoedingen zijn niet in de koers opgeteld.



Het bearscenario veronderstelt een hogere risicopremie en lagere bereidheid om boven pari te betalen. Het middenscenario ligt rond het huidige vereiste rendement. Het gunstige scenario vraagt dalende rente of spread, waardoor dezelfde vergoeding meer waard wordt. In alle paden blijft een bestuursbesluit over betaling doorslaggevend.



Rabobank Certificaten bieden een hoge lopende kasopbrengst, maar geen gewone obligatiezekerheid. Op 108,43 draait de waardering vooral om het vereiste rendement en de kapitaalruimte van de bank. Wie het instrument koopt, kiest niet alleen voor 6,5% vergoeding over nominaal. Hij accepteert ook dat de betaling kan worden overgeslagen, de looptijd eeuwig is en de prijs sterk op rente en vertrouwen reageert.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 139:48:35

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page