Wie de chip-ETF van VanEck koopt zet eigenlijk 25 keer in op dezelfde AI-investeringsgolf
In het kort
De VanEck Semiconductor UCITS ETF spreidt over 25 chipbedrijven, maar niet over 25 onafhankelijke vraagbronnen. Ontwerpers, foundries en machinebouwers verdienen op verschillende plekken aan dezelfde datacenterinvestering. Wanneer AI-capex vertraagt, kan de schok door meerdere posities tegelijk lopen.
De fondsdata van 25 september laten een NAV van $114,47 en 85,48 procent rendement sinds de jaarstart zien. De Amsterdamse of Parijse eurobelegger krijgt daar valuta bovenop. Het fonds is accumulerend, heeft ISIN IE00BMC38736 en kost 0,35 procent per jaar.
Een hoge waardering vraagt brede winstgroei. Een portefeuille rond 39 keer winst kan veel groei verwerken, maar is kwetsbaar wanneer de winst vertraagt en de multiple tegelijk daalt. De reverse rekensom laat zien welke jaarlijkse winstgroei nodig is voor een gekozen rendement.
Een chip-ETF klinkt als een mandje van losse technologische winnaars. In werkelijkheid is de sector een keten. Een cloudbedrijf bestelt rekenkracht. Een chipontwerper verkoopt accelerators. Een foundry produceert de chips. Apparatuurmakers leveren lithografie, depositie en metrologie. Verpakkingsbedrijven verbinden de onderdelen. Eén investeringsgolf kan daardoor meerdere winstregels in hetzelfde fonds optillen.
Dat is aantrekkelijk zolang de eindvraag stijgt. Het is ook een concentratierisico dat niet zichtbaar wordt door alleen posities te tellen. De ondernemingen zijn juridisch verschillend, maar economisch aan elkaar gekoppeld.
Spreiding over bedrijven is niet hetzelfde als spreiding over klanten
De VanEck ETF volgt ondernemingen die minstens de helft van hun omzet uit halfgeleiders of halfgeleiderapparatuur halen. Dat maakt de portefeuille zuiver, maar cyclisch. De omzet van veel posities hangt uiteindelijk af van een beperkt aantal grote chipproducenten en cloudbedrijven.
De module verdeelt de portefeuille in een AI-capexgevoelig blok en overige activiteiten. Een negatieve schok in het eerste blok wordt gewogen met het ingestelde belang. Dat is geen schatting van de actuele omzetblootstelling. Het laat zien waarom een fonds met 25 namen toch sterk kan reageren op één budgetcyclus.
De keten heeft ook voordelen. Apparatuurmakers kunnen verdienen aan meerdere chipontwerpers. Foundries produceren voor verschillende klanten. Analoge chips, automotive toepassingen en industriële elektronica bewegen niet altijd gelijk met AI-datacenters. Die spreiding is echt, alleen minder groot dan de lijst met ondernemingen suggereert.
Dezelfde dollar mag niet driemaal worden geteld
Een veelgemaakte denkfout is om de omzetkansen van Nvidia, TSMC en ASML naast elkaar op te tellen alsof zij uit drie aparte eindmarkten komen. Een deel van de waarde stroomt door dezelfde keten. De cloudklant betaalt voor een datacenter, de chipontwerper besteedt een deel aan productie en de foundry besteedt een deel aan machines.
Bij een datacenterbudget van $100 miljard en 40 procent chipaandeel ontstaat $40 miljard chipvraag. Als 45 procent daarvan foundrywaarde is, zit daar $18 miljard productie binnen. Wanneer apparatuur 25 procent van die foundrywaarde vertegenwoordigt, gaat het om $4,5 miljard. Die bedragen beschrijven lagen van dezelfde investering, geen $62,5 miljard onafhankelijke extra vraag.
Dit betekent niet dat de bedrijven geen hoge marges kunnen verdienen. Intellectueel eigendom, productieschaal en technologische monopolies kunnen veel waarde vasthouden. Het betekent wel dat de belegger de keten als één systeem moet modelleren. Een capexvertraging bij hyperscalers kan tegelijk de bestellingen bij ontwerpers, foundries en machinebouwers raken, zij het met verschillende vertragingen.
Waardering en cyclus versterken elkaar
De ETF is in 2026 hard gestegen. Zo’n koerssprong kan worden gedragen door hogere winsten, een hogere multiple of beide. Het risico ontstaat wanneer beleggers toekomstige winst al ruim betalen en de cyclus vervolgens afzwakt.
De waarderingsmodule start op een portefeuille-K/W van 39,11. Bij 15 procent jaarlijkse winstgroei en een daling naar 30 keer winst kan de koers na drie jaar nog stijgen, maar veel groei verdwijnt in multiplekrimp. Bij lagere winstgroei kan dezelfde normalisatie tot een negatief resultaat leiden. De jaarlijkse kostenratio van 0,35 procent wordt ieder jaar verwerkt.
Het sterkste tegenargument is dat de huidige cyclus structureler kan zijn dan eerdere pc- of smartphonegolven. AI-infrastructuur wordt gebruikt voor training, inferentie, agenten en nieuwe zakelijke software. Hogere rekenvraag kan jarenlang aanhouden. Bovendien hebben sommige leveranciers een bijna unieke marktpositie.
De tegenwerping blijft dat klanten rationeel moeten verdienen op hun investering. Wanneer een nieuw datacenter onvoldoende omzet of productiviteit oplevert, volgt uitstel. Chipbedrijven kunnen dan tegelijk last krijgen van voorraden, prijsdruk en lagere benutting. Een structurele trend sluit een cyclische terugval niet uit.
Lees ook: Elke AI-dollar moet renderen om de koers van NVIDIA te dragen. Dat artikel legt uit waarom het rendement van eindklanten uiteindelijk belangrijker is dan levering alleen.
Wat moet €98,29 waarmaken?
De in euro verhandelde shareclass op Euronext Parijs noteerde op 24 september €98,29. De officiële fonds-NAV wordt in dollar gepubliceerd. Daardoor kan de eurokoers bewegen door zowel de onderliggende aandelen als de euro-dollarverhouding.
Reverse valuation rekent vanaf de huidige prijs terug. Bij een gewenste koersgroei van 10 procent per jaar en een eindmultiple van 30 keer winst moet de onderliggende winst stevig groeien om zowel rendement als waarderingskrimp op te vangen.
De module verwerkt de accumulerende structuur. Ontvangen dividenden worden binnen het fonds herbelegd en staan dus niet als aparte cashuitkering naast de koers. Valuta wordt als cumulatief effect toegevoegd. Dat is een vereenvoudiging: de werkelijke valuta-impact verschilt per onderneming en winstbron.
Wie een eindmultiple van 40 keer kiest, krijgt een veel lagere vereiste winstgroei. Dan blijft de waardering in 2029 echter hoog. De onzekerheid verdwijnt niet, maar verhuist van de winst naar de multiple.
Negen mogelijke koersen
De scenario’s combineren onderliggende winstindex, portefeuille-K/W, valuta en fondskosten voor september 2027, 2028 en 2029. Zij zijn geen voorspellingen en kennen geen waarschijnlijkheden.
In het bearscenario daalt de winst eerst, normaliseert de waardering fors en werkt valuta tegen. Het middenpad veronderstelt brede winstgroei, maar ook een lagere multiple. In het gunstige pad blijven zowel winstgroei als waardering sterk en helpt de dollar.
De sterke casus is dat SMH toegang geeft tot moeilijk te selecteren winnaars in de hele chipketen, zonder dat één bedrijfsfout de volledige positie breekt. De zwakke casus is dat dezelfde AI-capexgolf meerdere topbelangen tegelijk draagt. Dan is de portefeuille operationeel smaller dan zij op papier lijkt.
Voor een belegger is de beste kwartaalvraag daarom niet hoeveel fondsnamen stijgen. Het is of de eindklanten genoeg verdienen op AI om nieuwe budgetten te openen. Zodra die rendementen zichtbaar blijven, kan de keten doorgroeien. Wanneer zij tegenvallen, komt de correctie waarschijnlijk op meerdere plekken tegelijk.




































































































































Opmerkingen