Hoe breed is de S&P 500-ETF van iShares als tien aandelen de dienst uitmaken?
In het kort
CSPX volgt de S&P 500 met 504 posities, maar de tien grootste namen wegen samen bijna 39%. De technologiesector alleen besloeg eind september 39,6%. Tegelijk noteerde de portefeuille op 30,28 keer de winst. Bij een koers van €737,59 is de belangrijkste vraag daarom niet of de ETF breed genoeg klinkt, maar hoeveel winstgroei de grootste bedrijven moeten leveren om die waardering te dragen.
De Amsterdamse notering is in euro, de shareclass heeft de dollar als basisvaluta en de onderliggende ondernemingen zijn Amerikaans. Een europrijs verwijdert het valutarisico dus niet. De shareclass herbelegt uitkeringen en rekent 0,07% per jaar.
Een index van 500 bedrijven kan toch geconcentreerd zijn
Een marktgewogen index geeft het grootste gewicht aan ondernemingen met de grootste beurswaarde. Dat is eenvoudig, goedkoop en zelfreinigend. Winnaars groeien automatisch in gewicht; bedrijven die terrein verliezen zakken. De keerzijde is dat een jarenlange koersstijging de index juist het sterkst blootstelt aan bedrijven waarvan de verwachtingen al hoog zijn.
Op 30 september bestond CSPX uit 504 posities. NVIDIA woog ongeveer 8,3%, Apple 7,3% en Microsoft 5,7%. Daarna volgden Amazon, Alphabet, Broadcom, Meta, Micron en Tesla. Samen kwamen de tien grootste posities rond 38,7% uit. Wie één euro in de ETF stopt, belegt dus niet één vijfhonderdste in ieder bedrijf. Bijna veertig cent volgt de grootste tien.
Dat is niet automatisch een probleem. De grootste ondernemingen verdienen ook veel geld, hebben sterke balansen en investeren op grote schaal in AI, cloud en chips. Concentratie wordt pas kwetsbaar wanneer de winst van die bedrijven minder snel groeit dan hun gewicht en waardering veronderstellen. Een index kan dan breed zijn in aantallen, maar smal in rendementsbronnen.
Het nuttige tegenargument is dat de S&P 500 door de tijd heen van leiders wisselt. Oliebedrijven, banken, consumentengoederen en technologie hebben elkaar afgelost. Een marktgewogen ETF hoeft de winnaar niet vooraf te kiezen. Hij vergroot de winnaar vanzelf. Dat is precies waarom CSPX een sterke kernbelegging kan zijn. Het neemt alleen niet weg dat het rendement op korte en middellange termijn door een beperkt aantal namen wordt gedomineerd.
De waardering laat weinig ruimte voor middelmatige groei
iShares rapporteerde eind september een koers-winstverhouding van 30,28 en een koers-boekwaardeverhouding van 5,70. De inverse van 30,28 is een winstrendement van ongeveer 3,3%. Dat is geen voorspeld beursrendement, maar de huidige jaarwinst als percentage van de prijs. Groei, dividend en een veranderende waardering bepalen wat een belegger werkelijk verdient.
Een P/E van ruim 30 kan rationeel zijn wanneer winst jarenlang stevig groeit en de grootste bedrijven hun concurrentievoordeel behouden. Zij wordt moeilijker te dragen wanneer marges dalen, investeringen sneller groeien dan omzet of de rente structureel hoog blijft. De eindmultiple is daarom minstens zo belangrijk als de groei.
Bij een gewenst totaalrendement van 8% en een eindwaardering van 24 keer winst vraagt de huidige waardering ongeveer 10% jaarlijkse winstgroei. De precieze uitkomst verandert mee met de aannames. Als de P/E in 2029 op 30 blijft, is minder groei nodig. Daalt zij naar 20, dan moet winst harder stijgen om dezelfde koersontwikkeling te dragen.
De 0,07% fondskosten zijn in deze vergelijking klein. Toch zijn zij zeker, terwijl extra rendement onzeker is. Trackingverschil, handelskosten en belasting kunnen de werkelijke ervaring verder laten afwijken. De ETF gebruikt fysieke replicatie en is in Ierland gevestigd. Het ISIN is IE00B5BMR087. De Amsterdamse lijn handelt als CSPX in euro en de shareclass is accumulating, wat betekent dat ontvangen dividenden intern worden herbelegd.
Eurokoers betekent geen euroblootstelling
De basisvaluta van de shareclass is de Amerikaanse dollar. De notering op Euronext Amsterdam rekent de marktwaarde alleen om naar euro. Wanneer de S&P 500 in dollars 8% stijgt en de dollar 10% verzwakt tegenover de euro, kan het euroresultaat rond nul uitkomen. Bij een sterkere dollar werkt het omgekeerd.
Dat valutarisico is geen extra fout in het product. Het hoort bij het bezit van Amerikaanse bedrijven. Veel S&P 500-ondernemingen verdienen bovendien wereldwijd geld. Een zwakkere dollar kan hun buitenlandse omzet in dollars verhogen, waardoor een deel van het effect op bedrijfsniveau wordt gecompenseerd. Voor de koers in euro blijft de korte-termijnbeweging van EUR/USD echter zichtbaar.
Beleggers moeten ook koersrendement en totaalrendement uit elkaar houden. Bij een uitkerende ETF komt dividend naast de koers. CSPX herbelegt dat dividend binnen het fonds. Daardoor bevat de koersontwikkeling van de accumulating shareclass op langere termijn ook de herbelegde uitkeringen, vóór persoonlijke belasting en transactiekosten.
Wat kan het concentratierisico verzachten?
De overige 494 posities zijn geen decoratie. Financiële instellingen, zorgbedrijven, industrie, consumentengoederen en energie leveren gezamenlijk het grootste deel van de omzetbasis buiten de megacaps. Wanneer marktleiders zijwaarts bewegen en winstgroei zich verbreedt, kan de index nog steeds vooruit. De grafiek met topgewichten vertelt dus niet dat de ETF feitelijk tien aandelen bezit.
Een tweede verzachter is dat indexgewichten veranderen. Een bedrijf dat minder waard wordt, krijgt automatisch minder invloed. Daar staat tegenover dat deze aanpassing achteraf plaatsvindt. De index verkoopt niet omdat een aandeel duur lijkt; hij vermindert pas nadat de beurswaarde daalt of andere ondernemingen harder stijgen.
Voor wie concentratie bewust wil beperken, zijn gelijkgewogen of factor-ETF’s alternatieven. Zij brengen andere risico’s mee: hogere omloop, hogere kosten, meer blootstelling aan kleinere bedrijven en langere perioden van achterblijven. CSPX is dus niet slecht omdat het marktgewogen is. De belegger moet alleen weten welk risico wordt gekocht.
Drie mogelijke koerspaden
De scenario’s tonen mogelijke koersen eind 2027, 2028 en 2029. Het bear-scenario combineert zwakke winstgroei, een daling van de P/E naar ongeveer 20 en een zwakkere dollar. Het middenscenario gebruikt 7% jaarlijkse winstgroei, een P/E van 24 en een neutrale valuta. Het gunstige scenario vraagt dat de grootste bedrijven dubbelcijferige groei leveren en dat de waardering hoog blijft.
De koersen benaderen bij deze accumulating shareclass het totaalrendement vóór belasting en transactiekosten. Zij zijn geen belofte. Een sterkere of zwakkere euro kan elk pad merkbaar verschuiven.
Voor de komende kwartalen zijn drie gegevens nuttig: de winstgroei van de tien grootste posities, hun gezamenlijke gewicht en de portefeuille-P/E. Wanneer het gewicht stijgt terwijl winstgroei vertraagt, neemt de kwetsbaarheid toe. Wanneer winstgroei verbreedt en de waardering daalt zonder winstval, wordt het fundament gezonder.
CSPX blijft een efficiënte manier om de grote Amerikaanse aandelenmarkt te bezitten. De omvang van de ETF, fysieke replicatie en lage kosten zijn sterke punten. Bij €737,59 koopt een belegger alleen geen neutraal gemiddelde van vijfhonderd bedrijven. Bijna 39% van het resultaat begint bij tien namen, en een P/E van 30,28 vraagt dat hun winst nog jaren overtuigend groeit.
Productgegevens van iShares per 30 september en 1 oktober 2026. Koerspeil €737,59 op 2 oktober op Euronext Amsterdam. Scenario’s zijn eigen aannames in euro. De shareclass is USD, accumulating, fysiek replicerend en niet naar euro afgedekt.





































































































































Opmerkingen