top of page

Elk kwartaal gooit VanEck zijn quantum-ETF opnieuw om

55 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

QUTM is een jonge, accumulerende quantum-ETF met ISIN IE0007Y8Y157 en 0,55% jaarlijkse kosten. VanEck past de indexsamenstelling ieder kwartaal aan. Dat houdt de portefeuille actueel, maar veroorzaakt ook handel en mogelijke marktimpact. Een koerssprong van een klein quantumaandeel kan vlak vóór de herbalancering het gewicht sterk verhogen, waarna het fonds juist moet verkopen. De koers van €26,60 vraagt om stevige winstgroei in een portefeuille waarin veel commerciële verdienmodellen nog niet bewezen zijn.


Een thematische ETF lost één probleem op en creëert meteen een nieuw. De belegger hoeft niet zelf te kiezen welke quantumtechnologie wint, maar laat die keuze over aan een indexmethodiek. Daardoor wordt selectie mechanisch. Elk kwartaal kijkt de index opnieuw welke ondernemingen nog in het thema passen en hoe zwaar ze mogen wegen.


Dat klinkt rustig, maar de onderliggende aandelen zijn het vaak niet. Pure quantumspelers kunnen in korte tijd tientallen procenten bewegen. Een kwartaalherweging kan dan betekenen dat de ETF na een sterke stijging moet verkopen of na een daling juist bijkoopt. De methode houdt het fonds bij de regels, maar handelen in volatiele en soms minder liquide aandelen is niet gratis.


De VanEck Quantum Computing UCITS ETF A USD Acc, ticker QUTM, noteerde op 2 oktober om 12:01 CEST op Xetra op €26,60. De koers was vertraagd. De shareclass is accumulerend en herbelegt inkomsten.


Foto: Jan van Eck, CEO van VanEck. Credit: USC VanEck Southern California Blockchain Conference, archief De Belegger.



Een fondsregel bepaalt welk verhaal je bezit

Volgens de officiële productinformatie van VanEck bedroeg de TER 0,55%. Het fonds startte op 21 mei 2025 en beheerde medio september 2026 ongeveer $878,9 miljoen. De index past de samenstelling elk kwartaal aan.


VanEck gebruikt omzet en octrooigegevens om de band met quantumtechnologie te bepalen. Ondernemingen die meer dan 50% van hun omzet uit relevante activiteiten halen, gelden als duidelijke pure plays. Bedrijven onder een lagere omzetdrempel kunnen worden uitgesloten, terwijl grotere technologiebedrijven via hun octrooien of activiteiten toch in aanmerking komen. De precieze mix kan daardoor verschuiven tussen verlieslatende specialisten en winstgevende technologieconcerns.


Die verschuiving verandert het risicoprofiel. Een portefeuille met meer grote, winstgevende ondernemingen reageert minder puur op quantumdoorbraken. Een portefeuille met meer jonge specialisten heeft sterkere thematische blootstelling, maar ook meer financieringsrisico en verwatering.


Herbalancering heeft een zichtbare en een onzichtbare prijs

Stel dat QUTM $880 miljoen beheert, per kwartaal 20% van de portefeuille omzet en gemiddeld 30 basispunten handelsfrictie betaalt. Dan komt de directe frictie in een vereenvoudigd model uit op ongeveer $0,53 miljoen per herbalancering. Dat is circa 0,06% van het fondsvermogen, nog vóór mogelijke marktimpact.



De werkelijke omzet en kosten zijn niet in dit voorbeeld vastgesteld. Het is een gevoeligheidsanalyse. Bij liquide megacaps kan de spread klein zijn. Bij een kleine quantumspeler kan een grote order de marktprijs bewegen. Daarnaast kan de indexwijziging vooraf bekend zijn, waardoor andere handelaren op de verwachte vraag of verkoop anticiperen.


Het tweede mechanisme is het gewicht van een winnaar. Een aandeel met 4% startgewicht dat 60% stijgt terwijl de rest van de portefeuille vlak blijft, groeit in het model naar ongeveer 6,15%. Als de index het gewicht terugbrengt naar 4%, moet QUTM ongeveer 2,15 procentpunt verkopen. Dat verzilvert winst en voorkomt concentratie, maar beperkt ook de deelname aan een winnaar die verder doorstijgt.



Het tegenovergestelde gebeurt bij dalers. Een regelgestuurd fonds kan een positie aanvullen om naar het doelgewicht terug te keren, zolang het aandeel aan de selectiecriteria blijft voldoen. Daardoor is de ETF geen statisch mandje. De belegger koopt een terugkerend beslissingsproces.


Diversificatie beschermt niet tegen een duur thema

QUTM spreidt bedrijfsspecifiek risico. Een technische mislukking bij één onderneming hoeft de hele portefeuille niet te breken. Verschillende benaderingen, zoals trapped ions, superconducting qubits, photonics en quantumsoftware, kunnen naast elkaar bestaan.


De keerzijde is dat veel posities aan dezelfde verwachtingen hangen. Als commerciële toepassingen later komen, financiering duurder wordt of de markt lagere omzetmultiples accepteert, kunnen meerdere holdings tegelijk dalen. De ETF vermindert het risico van de verkeerde winnaar kiezen, maar niet het risico dat het hele thema te vroeg of te duur is gekocht.


Een sterk tegenargument is dat kwartaalherweging juist discipline oplevert. De index kan verslechterende bedrijven verwijderen, nieuwe kandidaten toevoegen en buitensporige posities afbouwen. Dat is zinvol in een snel veranderende sector. Het voordeel moet alleen groter zijn dan de TER, handelsfrictie en eventuele verwatering bij de onderliggende ondernemingen.


Wat zit er bij €26,60 in de prijs?

Voor een reverse valuation kijken we door het fonds heen. Bij een koers van €26,60 en een veronderstelde portefeuille-P/E van 40 bedraagt de winstproxy €0,665 per participatie. Verlangt een belegger 10% rendement per jaar en daalt de eindmultiple in 2029 naar 28, dan moet de winstproxy groeien naar ongeveer €1,26. Dat is ongeveer 24% groei per jaar.



Dit is nadrukkelijk een eigen aanname. Een deel van de portefeuille is verlieslatend en past niet netjes in een P/E-model. Voor die posities bepalen omzetgroei, kasverbruik, financiering en verwatering de waarde. De module is vooral nuttig als maatstaf voor wat de winstgevende delen moeten compenseren.


De koersscenario's hebben 2 oktober 2026 als peildatum en luiden in euro's. De formule vermenigvuldigt de basiskoers per jaar met een operationele factor en een waarderingsfactor. Het model toont koersrendement. Omdat QUTM accumuleert, worden uitkeringen niet nogmaals boven op de koers gezet.



In het bear-scenario blijven commerciële doorbraken uit en kost handelen relatief veel: €21 eind 2027, €18 eind 2028 en €16 eind 2029. In het middenpad dragen grote technologiebedrijven de winst terwijl enkele pure plays omzet bewijzen: €29, €33 en €38. In het gunstige pad groeien meerdere leveranciers door en houdt herbalancering de winnaars in beeld: €35, €46 en €60.



De methode verdient evenveel aandacht als het thema

QUTM maakt quantumbeleggen eenvoudiger, maar niet eenvoudig. De belangrijkste vragen staan niet alleen in een technisch laboratorium. Ze zitten ook in de indexregels: welke omzet telt, hoeveel gewicht krijgt een winnaar en hoeveel handel ontstaat per kwartaal?


Bij €26,60 betaalt de belegger voor spreiding en periodieke selectie, maar ook voor hoge toekomstige groei. Wie het fonds volgt, moet daarom naast wetenschappelijke mijlpalen ook de portefeuilleomzet, fondsinstroom, verwatering bij pure plays en verandering van de wegingen bekijken. De kwantumbelofte kan hetzelfde blijven terwijl de economische blootstelling elk kwartaal verandert.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page