top of page

Dertig keer de winst maakt obligaties een rivaal voor iShares

53 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

CSPX volgt de S&P 500, herbelegt dividend en rekent 0,07% fondskosten per jaar. De onderliggende aandelen noteren grofweg tegen dertig keer winst. Dat komt neer op een winstrendement van ongeveer 3,3%. Wanneer Amerikaanse staatsobligaties meer dan 4% bieden, moet het extra rendement van winstgroei komen. Een lage vergoeding is prettig, maar maakt een dure portefeuille niet goedkoop.


De Amsterdamse handelslijn van iShares Core S&P 500 UCITS ETF USD (Acc) noteerde op 2 oktober €737,59. Het gaat om ISIN IE00B5BMR087, een Ierse, accumulerende UCITS-shareclass met de dollar als basisvaluta en handel in euro’s op Euronext Amsterdam. De eurokoers verandert het valutarisico niet: de onderliggende ondernemingen verdienen vooral dollars.



Draai de koers-winstverhouding om

Een koers-winstverhouding van 30 klinkt abstract. Omgedraaid ontstaat een winstrendement van 3,33%. Dat is de winst van de ondernemingen als percentage van hun gezamenlijke marktwaarde. Een deel wordt als dividend uitgekeerd, een deel ingehouden voor investeringen en aandeleninkoop.


Vergelijk dat met een tienjaarsrente van 4,1%. De obligatiehouder krijgt een contractuele coupon en aflossing; de aandeelhouder draagt bedrijfsrisico maar profiteert van groei. Een negatieve directe risicopremie is dus niet automatisch onlogisch. Ze betekent wel dat winstgroei een groot deel van het toekomstige rendement moet dragen.



Wanneer winsten tien jaar lang sneller groeien dan inflatie, kan een laag startwinstrendement alsnog aantrekkelijk zijn. De S&P 500 bevat sterke merken, softwareplatforms en bedrijven die met weinig extra kapitaal kunnen groeien. Maar het omgekeerde geldt ook: als groei vertraagt en de rente hoog blijft, kan de waarderingsmultiple dalen terwijl de winst nog steeds stijgt.


De ETF is goedkoop, de portefeuille niet per se

De totale kostenratio van 0,07% is uitstekend. Toch bepaalt die vergoeding slechts een klein deel van het rendement. Een daling van de onderliggende waardering van 30 naar 25 keer winst kost ongeveer 17%, nog vóór verandering van winst of valuta. Daarvoor moeten vele jaren aan lage fondskosten worden terugverdiend.


De fondskosten zijn bovendien niet hetzelfde als de tracking difference. Dividendbelasting, transactiekosten, cashposities, indexwijzigingen en effectenuitlening bepalen het werkelijke verschil met de netto-index. Bij een groot en liquide fonds blijft dat verschil meestal klein, maar de belegger moet het over meerdere jaren controleren.


De accumulerende shareclass keert geen dividend uit. Dividend wordt binnen het fonds herbelegd en zit daardoor in de koersontwikkeling. Het totaalrendement is dus niet simpelweg koersstijging plus een afzonderlijke contante uitkering. Voor een eerlijke vergelijking met een uitkerende ETF moet dividend in beide gevallen worden meegenomen.


Groei, multiple en valuta werken tegelijk

Stel dat de winst per indexpunt negen procent per jaar groeit. Na drie jaar ligt die ongeveer 30% hoger. Wanneer de koers-winstverhouding tegelijk van 30 naar 27 daalt, verdwijnt een deel van die groei in multiplekrimp. Voor een Nederlandse belegger komt daar de euro-dollarbeweging bij.


Een sterkere euro verlaagt de eurowaarde van dollaractiva, alles gelijk gehouden. Een zwakkere euro doet het omgekeerde. Bedrijven in de index hebben internationale omzet en kunnen economische valuta-effecten deels opvangen, maar de fondskoers blijft gevoelig voor de omrekening.



De rekentool laat zien waarom één voorspelling te simpel is. De combinatie van negen procent winstgroei, een multiple van 27 en een stabiele dollar kan een redelijk resultaat geven. Eenzelfde winstgroei met een fors sterkere euro en een lagere eindmultiple levert veel minder op.


Concentratie is de stille tweede waardering

De S&P 500 is breed naar aantal bedrijven, maar niet gelijk gewogen. De grootste technologiebedrijven hebben een grote invloed op winstgroei en waardering. Dat is logisch zolang zij sneller groeien en hoge marges houden. Het maakt het fonds wel afhankelijker van een kleine groep ondernemingen dan het getal 500 suggereert.


De concentratie kan positief uitpakken. Sterke bedrijven krijgen automatisch meer gewicht wanneer hun beurswaarde stijgt. Er is geen fondsbeheerder die een winnaar te vroeg verkoopt. Tegelijk vergroot een hoge startwaardering de schade wanneer groei bij een zwaargewicht tegenvalt. Spreiding over namen voorkomt dan niet dat dezelfde rente- en AI-aannames veel posities tegelijk raken.


Het sterke tegenargument

Het beste tegenargument tegen voorzichtigheid is dat de winstkwaliteit van de S&P 500 hoger is dan in het verleden. Veel grote bedrijven hebben nettokas, terugkerende omzet en wereldwijde distributie. Een simpele vergelijking met staatsrente negeert dat bedrijfswinsten nominalaal kunnen groeien, terwijl een vaste coupon dat niet doet.


Daar staat tegenover dat de prijs die kwaliteit al weerspiegelt. Een uitstekend bedrijf kan tegen elke prijs worden gekocht, maar het verwachte rendement daalt wanneer de startmultiple stijgt. De juiste vraag is daarom niet of Amerikaanse ondernemingen goed zijn. De vraag is hoeveel groei al in €737,59 zit.


Reverse valuation vanuit de portefeuille

Voor een ETF hoort reverse valuation niet bij omzet of vrije kasstroom van de fondsbeheerder te beginnen. De beheerder ontvangt slechts de vergoeding. Economische waarde komt uit de winsten van de onderliggende portefeuille. Daarom combineren we winstgroei, waarderingsmultiple, valuta en kosten.



Bij een startmultiple van 30 keer winst moet ongeveer negen procent jaarlijkse winstgroei een daling naar 27 keer kunnen compenseren. Een sterkere euro of lagere multiple verhoogt de groeieis. De 0,07% kosten blijven relevant, maar zijn vergeleken met die twee variabelen klein.


Drie koerspaden tot en met 2029

Het bear-scenario combineert tragere winstgroei, multiplekrimp en een sterkere euro. Het middenscenario veronderstelt dat winstgroei de lichte waarderingsdruk overtreft. Het gunstige scenario vraagt brede winstgroei buiten de grootste technologiebedrijven en een stabiele dollar.



De bedragen zijn mogelijke jaareindkoersen in euro’s voor 2027, 2028 en 2029, geen koersdoelen. Omdat CSPX accumuleert, zit herbelegd dividend in de fondskoers. Het verschil tussen koersrendement en totaalrendement is daardoor klein, afgezien van belastingen en transactiekosten bij de belegger.



De fondsgegevens komen uit het iShares-profiel en de factsheet, geraadpleegd op 3 oktober 2026, plus Euronext Amsterdam. Koers: €737,59 op 2 oktober 2026 om 09:54 CEST, vertraagde koers. Foto: Larry Fink, officiële BlackRock-archieffoto.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page