top of page

Verliesmakers vertekenen de waardering van VanEcks quantum-ETF

50 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

QUTM geeft toegang tot quantumcomputing, maar de portefeuille bestaat niet uit één soort bedrijf. Winstgevende technologieconcerns staan naast gespecialiseerde ondernemingen die nog veel onderzoek financieren en weinig omzet hebben. Daardoor kan een gemiddelde koers-winstverhouding misleidend zijn. Voor de waardering tellen de winstbasis, financieringsbehoefte en het gewicht van iedere groep.


De VanEck Quantum Computing UCITS ETF A USD Accumulating noteerde op 2 oktober €26,60 op Xetra. De ticker is QUTM, ISIN IE0007Y8Y157. De shareclass heeft de dollar als basisvaluta, handelt hier in euro’s, keert niet uit en rekent 0,55% per jaar. Dividend en andere inkomsten worden binnen het fonds herbelegd.



Twee economische werelden in één mand

Een groot technologiebedrijf kan quantumonderzoek uit bestaande cloud- en softwarewinst betalen. Wanneer het project vertraagt, blijft de kernactiviteit doorgaans winstgevend. Een pure play heeft die bescherming niet. Daar bepalen kasverbruik en toegang tot nieuw kapitaal hoe lang onderzoek kan doorgaan.


Dat verschil maakt de portefeuille interessanter, maar ook moeilijker te waarderen. De brede concerns bieden een bestaande winstbasis. De pure plays leveren de meest directe gevoeligheid voor commercieel quantumsucces. Wie alleen het aantal quantumgerelateerde patenten of persberichten telt, mist het financiële mechanisme.



In de illustratie heeft 58% van de mand een huidige winstbasis, 28% bestaat uit gespecialiseerde quantumondernemingen en de rest valt ertussenin. Die percentages veranderen door koersen en indexherweging. De boodschap is belangrijker dan het exacte getal: omzet en winst zijn veel sterker geconcentreerd dan het aantal posities suggereert.


Financiering kan het rendement per aandeel verdunnen

Een verlieslatend bedrijf kan technisch vooruitgaan en toch per aandeel weinig waarde creëren. Wanneer jaarlijks nieuw kapitaal nodig is, neemt het aantal aandelen toe of ontstaat schuld. Bij een lage koers is voor hetzelfde bedrag meer verwatering nodig. De onderneming moet dan harder groeien om iedere aandeelhouder hetzelfde economische belang te laten houden.


De ETF zelf geeft geen nieuwe aandelen uit op de manier van een operationeel bedrijf; creatie en inkoop van ETF-aandelen volgen de fondswaarde. De verwatering zit bij de onderliggende bedrijven. Ze verschijnt niet altijd direct in een thematische factsheet, maar werkt wel door in toekomstige winst per aandeel.



Stel dat de gespecialiseerde mand drie jaar lang $0,8 miljard per jaar nodig heeft bij een gezamenlijke marktwaarde van $18 miljard. Dan komt de potentiële verwatering in de buurt van 13%, tenzij omzet, kas of schuld een deel opvangt. Dat is geen voorspelling voor iedere positie. Het is een stresstest voor het financieringsmodel.


Technische vooruitgang is niet hetzelfde als omzet

Quantumcomputing kent veeleisende technische maatstaven: qubitkwaliteit, foutpercentages, verbindingen en snelheid. Voor beleggers komt daar een tweede laag bij. Een klant moet een probleem goedkoper, sneller of nauwkeuriger kunnen oplossen dan met klassieke alternatieven. Pas dan kan gebruik structureel worden gefactureerd.


De overgang van experiment naar productie is moeilijk te voorspellen. Grote ondernemingen kunnen pilots uitvoeren zonder dat zij veel omzet opleveren voor de leverancier. Contractwaarde, herhaalgebruik en brutomarge zeggen daarom meer dan het aantal samenwerkingen. Ook hardware- en softwarebedrijven verdienen anders. Een leverancier van besturingselektronica kan eerder omzet boeken dan een bouwer die nog jaren aan foutcorrectie werkt.


Wat koopt de fondskostenvergoeding?

De 0,55% jaarlijkse vergoeding betaalt voor indexbeheer, administratie en toegang tot een gespecialiseerde mand. Bij €26,60 is dat ongeveer €0,15 per fondsdeel in het eerste jaar, voordat koersverandering wordt meegerekend. De vergoeding is duidelijk hoger dan bij een brede markt-ETF.


Die kosten kunnen gerechtvaardigd zijn wanneer het fonds een moeilijk zelf samen te stellen universum biedt en de methodologie blootstelling goed bewaakt. Ze worden problematisch als de portefeuille vooral brede technologiebedrijven bevat die al zwaar wegen in gewone wereld-ETF’s. Dan betaalt de belegger extra voor een thematisch label en mogelijk dubbele posities.


Het sterke tegenargument

Het beste argument vóór de ETF is dat niemand vandaag betrouwbaar weet welke quantumarchitectuur wint. Een mand beperkt het risico dat één technisch veelbelovend bedrijf strandt. Winstgevende concerns kunnen onderzoek langer volhouden, terwijl pure plays de grootste opwaartse gevoeligheid geven wanneer commercieel gebruik versnelt.


Dat is overtuigend als positiegroottes gedisciplineerd blijven. Toch voorkomt spreiding geen themarisico. Wanneer hogere rente alle verlieslatende groeibedrijven tegelijk raakt, kan de mand breed dalen. Ook kunnen meerdere posities afhankelijk zijn van dezelfde overheidsbudgetten, universiteiten en cloudpartners.


Reverse valuation voor een thematische ETF

Bij QUTM is één gemiddelde winstmultiple minder bruikbaar dan twee rendementseisen. Voor het winstgevende deel kan een lager vereist rendement passend zijn. De pure plays moeten meer opleveren om technologisch risico, financiering en verwatering te compenseren. De fondskosten gaan daarna van het samengestelde rendement af.



Het middenmodel gebruikt 7% jaarlijks rendement voor het winstgevende deel en 16% voor het risicovollere deel. Dat zijn aannames, geen consensus. Wie de pure plays een lagere kans op succes geeft, moet hun verwacht rendement verlagen of een hogere rendementseis hanteren. De uitkomst verandert dan snel.


Drie koerspaden tot en met 2029

Het bear-scenario gaat uit van nieuwe kapitaalrondes, hogere rendementseisen en uitgestelde toepassingen. In het middenscenario wordt commerciële omzet zichtbaarder, maar blijft winst geconcentreerd bij bestaande technologiebedrijven. Het gunstige scenario vraagt meerdere betaalde toepassingen, betere financiering en een brede herwaardering.



De bedragen zijn mogelijke jaareindkoersen in euro’s voor 2027, 2028 en 2029, geen koersdoelen. Omdat de shareclass accumuleert, zit herbelegd dividend in de koers. Het model onderscheidt daarom koersrendement en totaalrendement alleen voor belastingen en handelskosten buiten het fonds.



De fondsgegevens komen uit het VanEck-profiel en de factsheet, geraadpleegd op 3 oktober 2026, plus Xetra. Koers: €26,60 op 2 oktober 2026 om 12:01 CEST, vertraagde koers. Foto: Jan van Eck, officiële VanEck-archieffoto.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page