Tienduizenden thuisbatterijen erbij maar wat leveren ze op?
In het kort
Nederland registreerde in de eerste negen maanden van 2026 bijna vier keer zoveel batterijen als in dezelfde periode vorig jaar. Het geregistreerde vermogen passeert inmiddels één gigawatt, al omvat dat ook zakelijke installaties. Voor een huishouden hangt de besparing vooral af van hoeveel zonnestroom de accu daadwerkelijk naar een later moment verschuift en wat het systeem volledig kost. Een rekensom met aankoop, energieverlies en jaarlijkse kosten laat zien waarom een groeiende markt nog geen rendabele aankoop garandeert.
Een thuisbatterij staat bij steeds meer huishoudens op het wensenlijstje. Dat is begrijpelijk: vanaf 1 januari 2027 stopt salderen. Wie overdag veel zonnestroom overhoudt en ’s avonds elektriciteit koopt, zoekt een manier om dat verschil kleiner te maken. Een batterij kan daarbij helpen. Maar de vraag hoeveel je ermee bespaart, verdwijnt gemakkelijk achter nieuws over verkooprecords, grote vermogens en snel gevulde subsidiepotten.
De nieuwste registratiereeks laat een duidelijke versnelling zien. Tegelijk ontbreken daarin juist de gegevens die een koper nodig heeft: de prijs, de hoeveelheid bruikbare opgeslagen energie, het stroomcontract en het eigen verbruik. Die twee kanten van het verhaal horen bij elkaar. De markt groeit, maar een batterij moet zich uiteindelijk bij één specifieke woning terugverdienen.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
De registraties groeien hard, met een kanttekening bij het record
Eén gigawatt vertelt niet hoeveel avonden een batterij overbrugt
Duizend opgeslagen kilowattuur leveren in dit voorbeeld €180 op
Na drie jaar is de investering in deze scenario’s nog niet terug
Een kleinere of goedkopere batterij kan beter bij de woning passen
Subsidie helpt alleen als het aanbod zonder haast is doorgerekend
De registraties groeien hard, met een kanttekening bij het record
In de maandreeks van Energieleveren.nl staan van januari tot en met september 53.517 opslagregistraties. In dezelfde negen maanden van 2025 waren dat er 13.715. Dat is een stijging van ongeveer 290 procent, ofwel bijna een verviervoudiging. September voegde 8.535 registraties toe, ruim 26 procent meer dan augustus. Eind september telt de reeks in totaal 79.231 registraties.
September is daarmee een sterke maand, maar in de ruwe cijfers geen absoluut record. April staat op 9.774. Solar & Storage Magazine meldde op 2 oktober dat die aprilpiek deels bestond uit oudere Zonneplan-batterijen die achteraf zijn geregistreerd. Dat verklaart waarom een nieuwscijfer over registraties niet automatisch iets zegt over installaties die diezelfde maand zijn geplaatst.
Ook de doelgroep vraagt precisie. Van de septemberregistraties vallen er 8.463 onder kleinverbruik, ruim 99 procent. Daaronder kunnen naast woningen ook kleine bedrijven vallen. Een registratie is dus geen bewijs van een nieuwe verkoop aan een particulier. Voor installateurs en aanbieders wijst de reeks op veel meer activiteit, maar hoeveel daarvan nieuwe vraag is en hoeveel een administratieve inhaalslag, is uit dit bestand alleen niet vast te stellen.
Eén gigawatt vertelt niet hoeveel avonden een batterij overbrugt
Het opgetelde geregistreerde vermogen komt eind september uit op ongeveer 1.006 megawatt. Daarmee is de grens van één gigawatt gepasseerd. Toch zou het misleidend zijn om dit uitsluitend als het vermogen van Nederlandse thuisbatterijen te presenteren. Systemen boven 15 kilowatt vormen slechts 7,1 procent van de registraties, maar leveren samen 51,9 procent van het geregistreerde vermogen. De grotere installaties wegen dus zwaar mee.
Voor een koper is bovendien het verschil tussen kilowatt en kilowattuur belangrijk. Kilowatt, afgekort kW, beschrijft hoe snel een batterij stroom kan opnemen of afgeven. Kilowattuur, kWh, beschrijft hoeveel energie erin past. Een systeem met 5 kW vermogen en 10 kWh bruikbare energie zou in een vereenvoudigd voorbeeld twee uur lang 5 kW kunnen leveren. De praktijk hangt ook af van verliezen en technische grenzen.
De registratiereeks bevat vermogensklassen, geen opslagcapaciteit in kWh. Uit de categorie 5 tot 15 kW kun je daarom niet afleiden hoe groot het accupakket is of hoeveel een gezin ermee bespaart. Daarvoor moet bekend zijn hoeveel energie het huishouden dagelijks kan opslaan én later nodig heeft. Een grote accu die vaak halfleeg blijft, heeft weinig aan zijn maximale capaciteit.
Begin bij de meter voordat de batterij wordt gekozen
De eerste besparing vraagt soms vooral een ander tijdstip. Milieu Centraal adviseert om wasmachine en vaatwasser op zonnige momenten te gebruiken en ze niet allemaal tegelijk te laten starten. Wie een elektrische auto thuis kan laden, kan meer eigen zonnestroom direct in die auto stoppen. Dat verkleint het overschot waarvoor nog een losse batterij nodig is.
Daar zit een belangrijke volgorde in. Kijk eerst wat met bestaande apparaten en instellingen mogelijk is. Bepaal daarna hoeveel stroom overdag nog naar het net gaat en hoeveel later wordt ingekocht. Gebruik daarvoor liefst gegevens per kwartier of uur, verspreid over het jaar. Een jaarverbruik van 3.000 kWh zegt weinig als het grootste overschot in de zomer valt en de grootste vraag in de winter.
Een thuisbatterij verschuift stroom meestal binnen een dag. Hij bewaart de zomerproductie niet voor januari. Wie na slim laden en verschoven huishoudelijk verbruik nog een regelmatig dagoverschot én avondvraag heeft, kan opslag nuttig inzetten. Wie nauwelijks avondverbruik heeft, maakt een grote accu niet productief door er meer zonnepanelen naast te leggen. Ons eerdere artikel over de elektrische auto na het salderen legt uit waarom ook daar het extra voordeel bovenop gewoon slim laden telt.
Duizend opgeslagen kilowattuur leveren in dit voorbeeld €180 op
Volgens de Rijksoverheid stopt het wegstrepen van teruggeleverde stroom tegen afname per 1 januari 2027. Er blijft een terugleververgoeding bestaan. Tot 2030 moet die ten minste de helft van het kale leveringstarief zijn, dus zonder belastingen. Eventuele terugleverkosten staan daar nog tegenover. Het financiële voordeel van opslag hangt daardoor af van de vermeden inkoop én de opbrengst die je door minder terugleveren misloopt.
Neem een eigen rekenvoorbeeld voor 2027. De complete batterij met installatie kost €3.000. Na het verschuiven van direct verbruik blijft jaarlijks 1.000 kWh zonnestroom over die de batterij kan laden. Het rendement van laden en ontladen samen is 90 procent. Er komt dus 900 kWh terug naar de woning. We nemen 30 cent per kWh aan vermeden inkoop en 5 cent netto terugleveropbrengst. Dit zijn rekenaannames, geen offerte of voorspelling van toekomstige tarieven.
De 900 kWh voorkomt €270 aan inkoop. Zonder batterij had de 1.000 kWh zonnestroom €50 opgeleverd. Daarmee resteert €220 voordeel. Trek €40 per jaar af voor aangenomen gebruiks- en onderhoudskosten en er blijft €180 netto kasbesparing over. De netto terugleverprijs bevat in dit voorbeeld al de aan die stroom toegerekende terugleverkosten. Die nogmaals als extra besparing opvoeren zou dubbel tellen.
Bij een echt contract kan de kostenstructuur anders zijn. Als terugleverkosten in staffels worden berekend, levert een kleine vermindering van teruglevering soms niets op en het passeren van een grens juist wel. De juiste vergelijking gebruikt daarom de complete jaarrekening met en zonder batterij. Alleen de hoogste en laagste stroomprijs naast elkaar zetten is onvoldoende.
Na drie jaar is de investering in deze scenario’s nog niet terug
Hoe gevoelig is de uitkomst voor het werkelijke gebruik? Met dezelfde aankoopprijs en tarieven laten we de batterij in het eerste jaar 500, 1.000 of 1.500 kWh zonnestroom opnemen. Dat levert achtereenvolgens €70, €180 en €290 netto besparing op. Het zijn drie gebruiksscenario’s voor dezelfde investering, geen voorspellingen voor drie specifieke producten.
Voor 2028 en 2029 nemen we aan dat de jaarlijks bruikbaar te verschuiven hoeveelheid met 2 procent afneemt door veroudering. De feitelijke slijtage verschilt per systeem en gebruik; hier is het een vaste modelaanname. Tarieven, efficiëntie en jaarlijkse kosten blijven gelijk. De jaarbesparing wordt berekend als de geladen zonnestroom maal 22 cent, min €40. Die 22 cent komt uit 90 procent maal 30 cent vermeden inkoop, min 5 cent misgelopen terugleveropbrengst.
In het middenscenario komt de kasbesparing zo uit op €180 in 2027, €175,60 in 2028 en €171,29 in 2029. Samen is dat €526,89. Tegenover de uitgave van €3.000 resteert na drie jaar €2.473,11 die nog niet is terugverdiend. In het lage en hoge scenario resteert respectievelijk €2.796,56 en €2.149,67. De batterij kan daarna verder besparen, mits hij blijft werken en het gebruik past.
Draai de berekening vervolgens om. Om de aangenomen €3.000 binnen tien jaar terug te verdienen, moet de accu in dit model in het eerste jaar ongeveer 1.690 kWh zonnestroom opnemen en later voor de woning beschikbaar maken, rekening houdend met het verlies. Dat is gemiddeld zo’n 4,6 kWh geladen stroom per dag. Dat gemiddelde is geen bewijs dat het haalbaar is: op winterdagen kan voldoende zonnestroom ontbreken en op zomerdagen de vraag.
De berekening telt geen financieringskosten, vervanging, restwaarde of handelsinkomsten mee. Ook kent zij geen rentevergoeding op het geïnvesteerde geld. Een systeem dat na tien jaar precies is terugverdiend, heeft daarmee nog geen aantrekkelijk rendement bewezen. Voor een offerte is de nuttige vervolgvraag hoeveel van die benodigde energie met het eigen verbruiksprofiel werkelijk verschoven kan worden.
Een kleinere of goedkopere batterij kan beter bij de woning passen
Dat de uitkomst sterk verschilt, blijkt ook uit praktijkonderzoek van CE Delft voor Vereniging Eigen Huis, gepubliceerd in februari 2026. Het onderzoek gebruikte twaalf maanden gegevens van dertien huishoudens. In één representatieve proef steeg het eigen gebruik van zonnestroom met een batterij van 5 kWh van 35 naar 68 procent. Twee proefopstellingen voor zelfverbruik kwamen op terugverdientijden van 6,5 tot 22 jaar. Dat is geen gemiddelde voor de hele markt, maar het laat zien hoeveel woning en contract uitmaken.
Een goedkopere batterij kan financieel beter uitpakken, zolang er genoeg bruikbare capaciteit en vermogen overblijft. De Consumentenbond onderzocht zeven stekkerbatterijen en wijst op verschillen tussen opgegeven en daadwerkelijk bruikbare capaciteit. Ook efficiëntie en prestaties bij lagere temperatuur tellen mee. Alleen de aanschafprijs delen door het aantal kWh op de doos kan daardoor een verkeerde vergelijking opleveren.
Het omgekeerde geldt ook. Een grotere accu kan bij een woning met veel dagelijks overschot en later verbruik wel degelijk passen. Vraag dan om een berekening die laat zien wat de extra capaciteit bovenop het kleinere systeem oplevert. Als de duurdere uitvoering vooral meer zomerse pieken opvangt die later niet nodig zijn, groeit de investering sneller dan de besparing. Vraag ook welke functies zonder betaald abonnement blijven werken en wie garantie en ondersteuning levert.
Subsidie helpt alleen als het aanbod zonder haast is doorgerekend
De belangstelling voor ondersteuning is groot. Flevoland stelde vanaf 1 oktober ruim €400.000 aan resterend budget beschikbaar voor een nieuwe aanvraagronde. Inmiddels meldt de provincie dat het maximale aantal aanvragen voor 2026 is bereikt. Begin 2027 volgt volgens de provincie een nieuwe mogelijkheid. Een bericht over een open subsidiepot is dus geen bewijs dat er op het moment van bestellen nog geld beschikbaar is.
Subsidie verlaagt de investering, maar vergroot het avondverbruik niet. Een aanbod dat alleen aantrekkelijk lijkt met een nog niet toegekende bijdrage verdient daarom twee berekeningen: met en zonder die bijdrage. Hetzelfde geldt voor beloofde handelsopbrengsten. De capaciteit die op een bepaald moment voor handel wordt ingezet, kan niet tegelijk onbeperkt voor het eigen huishouden worden gebruikt.
Bovendien is handelen niet automatisch gunstig voor de lokale stroomkabel. Netbeheer Nederland maakt onderscheid tussen passend opslaan van eigen zonnestroom en aansturing op marktprijzen, die lokale pieken soms juist kan vergroten. Voor een huishouden telt dus niet alleen hoeveel een app verdient, maar ook onder welke voorwaarden het systeem mag laden en ontladen.
De bijna verviervoudiging van registraties maakt opslag een interessante markt voor installateurs, fabrikanten en dienstverleners. Voor beleggers is de vervolgvraag wie aan die groei voldoende verdient nadat installatie, ondersteuning en garantie zijn betaald. Voor huishoudens begint de beslissing een stap eerder: hoeveel stroom kan deze specifieke batterij extra benutten, welke kosten staan daartegenover en hoe verandert de uitkomst als het gebruik tegenvalt? Een offerte die dat overtuigend laat zien, zegt meer dan het landelijke aantal batterijen.
Archiefbeeld: twee Tesla Powerwall-thuisbatterijen, gefotografeerd op 1 oktober 2024. Foto: Rsparks3 / Wikimedia Commons (CC0).








































































































































Opmerkingen