top of page

De quantum-ETF van VanEck verwatert stilletjes mee

50 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

De VanEck Quantum Computing UCITS ETF A USD Accumulating noteerde op 25 september €26,25 op Xetra. De accumulerende shareclass met ISIN IE0007Y8Y157 biedt een mandje van quantumgerelateerde bedrijven. Daarmee verdwijnt het risico van één verkeerde technologiewinnaar, maar niet het risico van het thema. Veel ondernemingen investeren zwaar, maken nog weinig winst of hebben nieuw kapitaal nodig. Hun financiering en verwatering werken via de portefeuille door in de ETF.


De zichtbare fondskosten zijn maar één laag. Een thematische index wordt periodiek herwogen en kan bedrijven toevoegen of verwijderen. Bij kleinere aandelen kunnen spreads en marktimpact de uitvoering duurder maken. Daarbovenop komt het economische effect van aandelenuitgiftes bij verlieslatende holdings. De ETF zelf kan keurig de index volgen terwijl het eigendomspercentage per onderliggende onderneming toch verwatert.


Quantumtechnologie kan op lange termijn rekenproblemen oplossen die voor klassieke computers onpraktisch zijn. De commerciële timing is echter onzeker. Hardwarebedrijven concurreren met verschillende architecturen, softwareplatforms moeten gebruik aantonen en grote technologieconcerns kunnen verliezen langer dragen. Een brede mand vermindert de noodzaak om vandaag de winnende architectuur te kiezen. Daar staat tegenover dat ook zwakke of dure namen tijdelijk gewicht kunnen krijgen.




De kostenratio ziet niet iedere handelsfrictie

Portefeuilleomloop betekent dat een deel van het fonds jaarlijks wordt gekocht of verkocht. Bij 35% omloop, twintig basispunten halve spread en vijftien basispunten extra marktimpact komt de eenvoudige schatting uit op ongeveer 0,12% handelsfrictie per jaar. Dat percentage is niet hetzelfde als een officiële tracking difference en ook geen voorspelling. Het laat wel zien waarom de economische kosten hoger kunnen liggen dan de lopende kosten op het factsheet.


De marktimpact kan toenemen wanneer een indexwijziging vooraf bekend is. Andere handelaren weten dan welke stukken het fonds rond de herbalanceringsdatum nodig heeft. Een liquide megacap absorbeert die vraag eenvoudig. Bij een kleiner quantumbedrijf kan dezelfde euro-order de prijs merkbaar bewegen. Het fonds koopt dan mogelijk hoger en verkoopt lager dan de theoretische indexslotprijs. De exacte uitvoering is moeilijk vooraf te meten, maar achteraf zichtbaar in het trackingverschil.


Verwatering zit verstopt in de onderliggende bedrijven

Veel quantumspelers financieren onderzoek, personeel en apparatuur ruim voordat stabiele vrije kasstroom ontstaat. Een aandelenuitgifte kan rationeel zijn als het opgehaalde geld de kans op een commercieel product sterk verhoogt. Toch wordt een bestaand aandeel een kleiner stuk van de onderneming. Bij 8% jaarlijkse verwatering blijft na drie jaar ongeveer 77,9% van het oorspronkelijke relatieve belang over, voordat de waarde van het extra kapitaal wordt beoordeeld.



Voor een ETF hangt de impact af van het gewicht van zulke bedrijven. Als 40% van het fonds vergelijkbare verwatering ondergaat, is de mechanische druk op het mandje aanzienlijk. Dat is geen automatische koersdaling, omdat nieuw geld op de balans komt en groei kan financieren. Het waarschuwt wel tegen waarderingsmodellen die alleen omzetgroei gebruiken. De aandelenbasis moet eveneens worden gemodelleerd, zeker bij bedrijven die personeel ruim met aandelen belonen.


Het sterke tegenargument is dat spreiding juist hier waardevol is. Een doorbraak bij één positie kan meerdere mislukkingen compenseren. Dat werkt alleen wanneer de winnaar een betekenisvol gewicht heeft en de waardering vóór de doorbraak niet al extreem was. Een gelijkmatige reeks kleine posities beschermt tegen een totale misser, maar kan ook de bijdrage van een uitzonderlijke winnaar verdunnen.


Concentratie ontstaat ook via een groep

De vijf grootste posities hoeven geen meerderheid te vormen om de uitkomst te domineren. Bij 30% gewicht en 20% rendement dragen zij zes procentpunt bij. Als de overige 70% maar 5% stijgt, komt de portefeuille vóór kosten uit op 9,5%. Het omgekeerde geldt bij een scherpe daling. De module maakt die gewogen rekensom zichtbaar en voorkomt dat het aantal namen wordt verward met effectieve spreiding.



Daarnaast kunnen meerdere holdings economisch dezelfde factor volgen. Hardwareleveranciers, cryogene systemen en gespecialiseerde software kunnen allemaal afhankelijk zijn van dezelfde investeringscyclus bij overheden en grote technologiebedrijven. Twintig tickers betekenen dan minder diversificatie dan het aantal suggereert. Een goede portefeuillecontrole kijkt daarom naar omzetbronnen, kasbehoefte en klantgroepen, niet alleen naar bedrijfsnamen.


Wat moet €26,25 waarmaken?

Een gewenste koersstijging van 12% per jaar vraagt na drie jaar een factor 1,40. Als de waarderingsmultiple en valuta niets bijdragen, moet de operationele waarde van het mandje eveneens ongeveer 12% per jaar groeien. Krimpt de multiple in drie jaar met 20%, dan moet de onderliggende groei veel hoger zijn om hetzelfde rendement te halen. Een sterkere dollar kan voor een eurobelegger helpen, een zwakkere dollar werkt tegen.



Omdat veel holdings nog geen bruikbare winstbasis hebben, is een klassieke koers-winstverhouding voor het hele fonds onvoldoende. Omzet, brutomarge, kasverbruik, nieuwe aandelen en de waarschijnlijkheid van commerciële mijlpalen horen in hetzelfde model. Voor winstgevende leveranciers kan winst per aandeel wel dienen. Voor verlieslatende pure plays is de financieringsbehoefte minstens zo belangrijk als de omzetverwachting.


Drie koerspaden, met expliciete onzekerheid

Het bear-scenario geeft €21 in 2027, €18 in 2028 en €17 in 2029. Dat pad past bij langere commerciële doorlooptijden, lagere multiples en verdere verwatering. Het middenscenario loopt via €29 en €32 naar €35. Daarin boeken meerdere holdings voortgang, maar blijven kapitaalrondes nodig. Het gunstige scenario van €34, €41 en €49 vraagt concrete commerciële tractie, sterke financiering en een gunstige risicobereidheid op de beurs.



De uitkomsten zijn mogelijke koersen in euro op septembermomenten, geen koersdoelen. De ETF is accumulerend, zodat uitkeringen van onderliggende bedrijven in de fondswaarde blijven. Bij jonge quantumspelers zal dividend waarschijnlijk niet de belangrijkste rendementsbron zijn. Het totaalrendement komt vooral uit koersontwikkeling, min fondskosten, handelsfrictie en eventuele belastingeffecten binnen de structuur.


Wanneer het mandje zijn nut bewijst

QUTM is vooral logisch voor een belegger die de technologische kans groot vindt, maar geen overtuiging heeft over één architectuur of leverancier. Het instrument is minder geschikt als goedkope vervanger voor een brede wereldaandelen-ETF. Het thema is smaller, de waarderingen kunnen harder bewegen en financiering speelt een grotere rol. De positieomvang moet dat verschil weerspiegelen.


Bij €26,25 is de belangrijkste controle niet of quantum ooit doorbreekt. De vraag is hoeveel van die toekomstige waarde al in de onderliggende aandelen zit, hoeveel nieuw kapitaal nodig is en hoeveel rendement onderweg door herbalancering en verwatering verdwijnt. Lees ook hoe twee bredere semiconductor-ETF’s van elkaar verschillen.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 133:32:25

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page