Beleggers opgelet: Box 3 gaat niet meer door
- Jelger Sparreboom

- 5 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
In het kort:
Minister Heinen zet vraagtekens bij de nieuwe box 3-wet, waardoor invoering in 2028 opnieuw onzeker wordt.
Het voorstel belast ook ongerealiseerde koerswinsten tegen circa 36%, wat druk kan zetten op langetermijnbeleggers.
Politieke en juridische twijfel kan leiden tot aanpassingen, zoals ruimere verliesverrekening of een alternatief systeem.
De politieke rust rond box 3 blijkt van korte duur. Terwijl de Tweede Kamer onlangs instemde met het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement, trekt minister van Financiën Eelco Heinen nu openlijk aan de noodrem. “Ik denk dat de wet zo niet door kan”, zei hij recent. Volgens de minister is er “iets gewoon niet goed gegaan” en moet het kabinet terug naar de tekentafel. Daarmee ontstaat een nieuw hoofdstuk in een dossier dat beleggers al jaren in zijn greep houdt.
De aanleiding voor de hervorming is bekend. De Hoge Raad maakte in 2021 een einde aan het systeem van fictieve rendementen. De overheid mocht geen belasting meer heffen op aannames die te ver afstonden van de werkelijkheid. Sindsdien probeert Den Haag een juridisch houdbaar alternatief te ontwerpen. De Wet Werkelijk Rendement, die in 2028 moet ingaan, moest die oplossing bieden.
In het voorgestelde systeem wordt belasting geheven over het daadwerkelijke rendement, inclusief ongerealiseerde waardestijgingen. Dat betekent dat koerswinsten op aandelen jaarlijks in de heffing worden betrokken, ook wanneer ze nog niet zijn verzilverd. Volgens de huidige plannen zou circa 36 procent belasting verschuldigd zijn over die aanwas. Voor vastgoed en bepaalde startups geldt een uitzondering, maar voor reguliere beursbeleggingen zou het principe van aanwas leidend worden.
Juist daar wringt het. Wie een portefeuille bezit die in waarde stijgt, kan worden geconfronteerd met een belastingaanslag zonder dat er liquiditeit vrijkomt. Dat kan beleggers dwingen om posities te verkleinen om de fiscus te betalen. Voor langetermijnbeleggers en voor participaties in snelgroeiende ondernemingen kan dat effect aanzienlijk zijn. In theorie ontstaat zo een belastingdruk die vooruitloopt op gerealiseerde kasstromen. De timing van belastingheffing verschuift van het moment van verkoop naar het moment van waardestijging.
Wij hebben als DeBelegger hebben de afgelopen weken stevig campagne gevoerd tegen deze vormgeving. In onze analyse zou een aanwasbelasting in deze vorm funest zijn geweest voor particuliere beleggers die vermogen willen opbouwen via aandelen. Vermogensopbouw vraagt om tijd, herinvestering en compounding. Een jaarlijkse heffing over papieren winsten kan dat proces verstoren en verlaagt het effectieve rendement, zeker in volatiele markten.
Tegelijkertijd is het bredere debat over box 3 complexer dan alleen de positie van beleggers. Vanuit budgettair perspectief staat de overheid onder druk. Elk jaar uitstel kost honderden miljoenen euro’s aan gemiste inkomsten. Bovendien bestaat er politieke steun voor een verschuiving van belastingdruk van arbeid naar vermogen. Voorstanders van het nieuwe stelsel wijzen erop dat belasting over werkelijk rendement rechtvaardiger oogt dan een systeem dat werkt met forfaits en veronderstellingen. Juridische houdbaarheid weegt zwaar, zeker na de herhaalde tikken van de Hoge Raad.
Toch lijkt ook binnen het kabinet het besef gegroeid dat de huidige uitwerking spanning oproept. Heinen noemt expliciet de mogelijkheid van verliesverrekening met terugwerkende kracht. Dat zou een belangrijke verzachting zijn. In een systeem waarin zowel winsten als verliezen volledig meetellen, ontstaat meer evenwicht over de cyclus. Zonder ruime verliescompensatie kan belastingheffing asymmetrisch uitpakken, waarbij de fiscus wel meedeelt in goede jaren en minder in slechte.
De politieke dynamiek speelt eveneens een rol. De Eerste Kamer moet zich nog uitspreken en daar lijkt steun onzeker. Internationale kritiek, waaronder uit invloedrijke buitenlandse media, heeft het debat verder aangejaagd. Dat vergroot de druk om het voorstel aan te passen voordat het definitief wordt.
Voor beleggers betekent dit voorlopig onzekerheid. Het huidige overgangsregime blijft gelden, terwijl achter de schermen wordt gezocht naar een alternatief dat juridisch standhoudt en uitvoerbaar is voor de Belastingdienst. De uiteindelijke keuze zal bepalen hoe aantrekkelijk Nederland blijft als vestigingsplaats voor kapitaal en ondernemerschap.
De komende maanden worden cruciaal. Op Prinsjesdag kunnen wijzigingen volgen. Of het stelsel fundamenteel wordt herzien of slechts op onderdelen wordt aangepast, is nog onduidelijk. Wij blijven de ontwikkelingen nauwgezet volgen. Voor iedereen die vermogen wil opbouwen, staat er veel op het spel.




































































































































