Alphabet met of zonder stemrecht scheelt minder dan je denkt
In het kort
Alphabet heeft twee veel verhandelde beursklassen met vrijwel hetzelfde economische belang. Class A, ticker GOOGL, geeft één stem per aandeel; Class C, ticker GOOG, heeft geen stemrecht. Op 6 oktober noteerde GOOGL rond $346,47 en GOOG rond $343,83. De premie van circa $2,64, of 0,77%, is de actuele marktprijs van stemrecht, liquiditeit en technisch vraag-aanbod. Voor langetermijnbeleggers telt daarnaast hoe Alphabet zijn aandeleninkoop over beide klassen verdeelt.
Wie een stuk Alphabet koopt, krijgt een economisch belang in Google Search, YouTube, Google Cloud, Android, Waymo en de kaspositie van het concern. Toch bestaan er meerdere aandelenklassen. Dat maakt een ogenschijnlijk simpele koopbeslissing net iets ingewikkelder: is stemrecht de premie waard en welke klasse profiteert het meest van aandeleninkoop?
We nemen hier Class A als uitgangspunt, omdat dit de liquide notering met stemrecht is. De ISIN van Class A is US02079K3059. Class C vertegenwoordigt vrijwel dezelfde economische kasstromen, maar zonder gewone stemrechten. De oprichters behouden daarnaast via Class B-aandelen extra stemmacht, waardoor de invloed van publieke aandeelhouders beperkt blijft.
Wat koopt die premie eigenlijk?
Op de peildatum kostte Class A $346,47 en Class C $343,83. Het verschil van $2,64 komt neer op ongeveer 0,77%. Een Class A-aandeel geeft één stem. Die stem kan worden gebruikt bij de aandeelhoudersvergadering, bijvoorbeeld over bestuurders en voorstellen.
Stemrecht heeft waarde, maar niet onbeperkt. De superieure stemmacht van Class B betekent dat gewone aandeelhouders de strategische controle niet snel overnemen. Voor een kleine belegger verandert één stem de uitkomst zelden. Toch kan de Class A-premie oplopen wanneer governance belangrijker wordt, bijvoorbeeld bij regulering, opvolging of grote transacties.
De premie is niet stabiel. Soms noteert GOOG hoger, soms GOOGL. Indexvraag, opties, liquiditeit en het tempo van inkoop per klasse kunnen het verschil verschuiven. Een belegger die geen waarde hecht aan stemrecht kan rationeel de goedkoopste klasse kiezen, zolang spread, transactiekosten en fiscale behandeling gelijk zijn.
Het verschil lijkt klein, maar bij een grote positie telt ieder procent. Wie $100.000 investeert, koopt bij een 0,77% lagere prijs ongeveer $770 meer economisch Alphabet-belang. Dat voordeel kan verdwijnen wanneer de goedkopere klasse later relatief achterblijft. Het is dus geen gegarandeerde arbitrage.
Buybacks verbinden de twee koersen
Alphabet koopt ieder jaar voor tientallen miljarden dollars eigen aandelen in. Aandeleninkoop verlaagt alleen de aandelenbasis wanneer het bedrijf meer aandelen terugkoopt dan het aan medewerkers uitgeeft. De verdeling tussen Class A en Class C is daarnaast belangrijk voor het relatieve aanbod.
Wanneer Alphabet vooral de goedkopere klasse koopt, krijgt het bedrijf voor hetzelfde bedrag meer aandelen terug. Dat kan economisch verstandig zijn. Wanneer de inkoop relatief sterk naar één klasse gaat, kan de koersspread tijdelijk veranderen. Beleggers moeten daarom niet alleen naar het totale inkoopbedrag kijken, maar ook naar de aantallen per klasse en het verwaterde totaal.
Aandelenbeloning is bij technologiebedrijven een echte kostenpost. Medewerkers ontvangen waarde die anders aan aandeelhouders had kunnen toekomen. De boekhouding neemt die kosten op, maar de kasstroomrekening telt de niet-kaskosten terug. Wie alleen naar vrije kasstroom kijkt, moet aandelenbeloning daarom apart meenemen of de inkoop zien als compensatie.
De juiste maatstaf is waarde per verwaterd aandeel. Als de winst 12% stijgt en het aandeelental 2% daalt, groeit de winst per aandeel sneller dan de totale winst. Als het aandeelental ondanks grote buybacks gelijk blijft, is een groot deel van de inkoop gebruikt om verwatering op te vangen.
De economische motor blijft advertenties en Cloud
De aandelenklasse verandert niets aan de onderliggende onderneming. Search en YouTube verdienen vooral aan advertenties. Google Cloud verkoopt infrastructuur en software. De AI-investeringen zijn groot, maar moeten uiteindelijk leiden tot meer zoekgebruik, hogere advertentiewaarde, cloudomzet of nieuwe abonnementen.
Bij de halfjaarcijfers in de SEC-rapportage over de periode tot 30 juni 2026 staan de actuele omzet, kosten, capex, kas en aandelenbasis. De grote vraag is of de AI-investeringen de bestaande advertentiemarge versterken of opeten. Een nieuwe zoekervaring kan gebruikers helpen, maar vraagt meer rekenkracht per antwoord. Dat maakt opbrengst per zoekopdracht en infrastructuurkosten belangrijk.
In onze analyse van Alphabet bespreken we de bredere concurrentiepositie. Het stuk over Alphabet als mogelijke winnaar van de AI-race laat zien waarom distributie en eigen infrastructuur belangrijk zijn. Daarnaast gaat deze analyse specifiek in op de spanning tussen AI-uitgaven en advertentiemarge.
Goedkope multiple of tijdelijke winstpiek?
GOOGL noteerde rond $346,47 bij een beurswaarde van ongeveer $4,24 biljoen voor Alphabet als geheel. Met een gerapporteerde winst per aandeel van circa $19,91 komt de koers-winstverhouding rond 17,4. Dat is opvallend laag voor een onderneming met sterke posities in digitale advertenties en cloud.
Een lage multiple kan betekenen dat de markt te somber is. Zij kan ook betekenen dat beleggers rekening houden met hoge investeringen, regulering, veranderingen in zoeken en een uitzonderlijk sterke huidige winstbasis. Een reverse valuation maakt duidelijk wat de prijs vraagt.
Bij een eindwaardering van 20 keer winst en 8% gewenst jaarlijks koersrendement moet Class A in 2029 ongeveer $21,83 winst per aandeel verdienen. Dat vereist maar bescheiden groei vanaf de huidige winstbasis. De gevoeligheid zit vooral in de multiple. Als regulering of AI-kosten de markt dwingen om slechts 15 keer winst te betalen, moet de winst veel hoger uitkomen om dezelfde koers te dragen.
Deze rekensom gebruikt de winst per verwaterd Class A-equivalent. Omdat Class A en Class C dezelfde economische aanspraak hebben, moet de totale winst over alle relevante aandelen worden verdeeld. De stemrechtpremie wordt niet als aparte bedrijfswaarde toegevoegd. Dat zou dubbel tellen.
Drie koerspaden voor Class A
Het bear-scenario veronderstelt dat advertentiegroei vertraagt, AI-capex hoog blijft en regulering de economische vrijheid beperkt. Het middenpad gaat uit van gematigde groei in Search en YouTube, schaalvoordeel in Cloud en een dalend aandeelental door inkoop. In het gunstige pad leveren AI-producten nieuwe omzet en productiviteit op zonder dat de advertentiemarge structureel verslechtert.
De mogelijke jaareindekoersen voor GOOGL zijn in het bear-pad $285 in 2027, $270 in 2028 en $265 in 2029. Het middenpad toont $375, $410 en $450. Het gunstige pad komt uit op $430, $510 en $610. De formule is winst per verwaterd aandeel maal een passende koers-winstverhouding. Nettokas en inkoop worden verwerkt in de winst- en aandelenbasis en worden niet nogmaals opgeteld.
De Class C-koers kan dicht bij deze paden blijven, maar de spread kan variëren. Wie de scenario’s voor GOOG gebruikt, kan de Class A-premie er niet simpel bovenop zetten. De marktprijs van stemrecht verandert onafhankelijk van de bedrijfswinst.
Het sterkste tegenargument bij Class A
Waarom extra betalen voor een stem die nauwelijks macht geeft? Dat is het beste bezwaar. De oprichterscontrole via Class B beperkt de invloed van publieke stemmen. Een belegger die puur economische blootstelling wil, kan de goedkopere Class C verkiezen.
Het tegenantwoord is dat governance soms ineens materieel wordt. Stemrecht kan waarde krijgen bij conflicten, opvolging of voorstellen die de aandeelhoudersrechten raken. Class A kan bovendien in bepaalde portefeuilles of indices de voorkeur hebben. De premie van 0,77% is klein genoeg om als verzekering te worden gezien, maar groot genoeg om bewust te kiezen.
Voor de meeste langetermijnbeleggers is de klasse niet de grootste beslissing. Search, YouTube, Cloud, AI-capex, regulering en kapitaalallocatie bepalen bijna alle waarde. De klassekeuze kan het rendement een fractie verbeteren of verslechteren. De onderneming bepaalt de rest.
De beste controle blijft daarom tweedelig. Kijk eerst of de winst en vrije kasstroom per aandeel groeien. Kijk daarna of de gekozen aandelenklasse tegen een redelijke relatieve prijs wordt gekocht. Op 6 oktober betaalde de markt ongeveer 0,8% voor één stem per Class A-aandeel. Of dat aantrekkelijk is, hangt minder van Google Gemini af dan van de waarde die de belegger aan governance hecht.
Foto: Lukasz Kobus/Europese Commissie






































































































































Opmerkingen