Steeds meer waarschuwingssignalen voor een beurscrash: wat leert de geschiedenis ons?
In het kort:
De Amerikaanse aandelenmarkt is historisch duur, met onder meer een zeer hoge CAPE-ratio en Buffett-indicator.
De stijgende rente van de Federal Reserve vergroot de risico’s voor aandelen, maar leidt niet automatisch tot een beurscrash.
Hoge waarderingen kunnen wijzen op lagere toekomstige rendementen, maar zijn geen betrouwbare voorspeller van het moment waarop de markt daalt.
De Amerikaanse aandelenmarkt blijft sterk presteren. De S&P 500 staat in 2026 opnieuw op een forse winst en noteert dicht bij recordniveaus. Tegelijkertijd neemt de aandacht voor mogelijke risico’s toe. Verschillende waarderingsmaatstaven wijzen erop dat aandelen historisch gezien duur zijn. Daarnaast is de Federal Reserve begonnen met het verhogen van de rente.
Dat is een combinatie die beleggers serieus nemen. In het verleden gingen hoge waarderingen en stijgende rentes regelmatig vooraf aan periodes waarin aandelen flink terugvielen. De vraag is alleen of dat ook deze keer gebeurt.
Aandelen zijn historisch duur
Een van de bekendste manieren om de waardering van de Amerikaanse aandelenmarkt te beoordelen is de CAPE-ratio. Deze maatstaf werd ontwikkeld door econoom Robert Shiller en kijkt naar de gemiddelde, voor inflatie gecorrigeerde winst over een periode van tien jaar.
Het voordeel daarvan is dat tijdelijke economische pieken en dalen minder invloed hebben. De CAPE-ratio probeert daardoor een stabieler beeld te geven van wat beleggers voor de onderliggende winstcapaciteit van bedrijven betalen.
Historisch gezien lag de gemiddelde CAPE-ratio van de S&P 500 veel lager dan het huidige niveau. Voor de financiële crisis van 2008 kwam de ratio rond 27 uit en voor de beurskrach van 1929 rond 30. Eerder dit jaar steeg de CAPE-ratio echter boven 40.
CAPE Ratio S&P 500:

Daarmee bevindt de markt zich volgens deze maatstaf in een uitzonderlijk dure zone. Er is slechts één periode waarin de CAPE-ratio eerder boven dit niveau uitkwam: tijdens de internetzeepbel aan het einde van de jaren negentig.
Dat betekent niet dat een crash aanstaande is. De CAPE-ratio is vooral een langetermijnmaatstaf. Een hoge ratio kan jarenlang hoog blijven voordat aandelen daadwerkelijk fors dalen.
Ook de Buffett-indicator staat hoog
Een andere bekende maatstaf is de Buffett-indicator. Deze vergelijkt de totale waarde van de Amerikaanse aandelenmarkt met de omvang van de economie, gemeten aan de hand van het bruto binnenlands product.
Ook deze indicator staat momenteel op een historisch hoog niveau. De verhouding tussen de beurswaarde en het Amerikaanse bbp is boven de 244% uitgekomen.
Buffet Indicator:

De indicator stond eveneens op hoge niveaus voorafgaand aan de internetcrash en de financiële crisis. Toch is ook hier voorzichtigheid nodig. Amerikaanse bedrijven halen tegenwoordig een groot deel van hun omzet en winst buiten de Verenigde Staten. Bovendien zijn bedrijven veel minder afhankelijk van fysieke bezittingen dan vroeger.
De Buffett-indicator kan daarom nuttige informatie geven, maar moet niet als zelfstandig verkoopsignaal worden gebruikt.
De rente vormt een tweede risico
Naast de hoge waarderingen is er nog een ontwikkeling die beleggers nauwlettend volgen: de rente.
De Federal Reserve heeft in september 2026 de beleidsrente met 0,25 procentpunt verhoogd naar een bandbreedte van 3,75% tot 4%. Daarnaast heeft de Amerikaanse centrale bank aangegeven dat later dit jaar mogelijk nog een verhoging volgt.
Beleidsrente FED:

Een stijgende rente kan druk zetten op aandelenkoersen. Wanneer obligaties meer rendement opleveren, worden aandelen relatief minder aantrekkelijk. Daarnaast worden toekomstige bedrijfswinsten tegen een hogere rente gewaardeerd.
De geschiedenis laat zien dat aandelenmarkten tijdens renteverhogingscycli regelmatig forse correcties laten zien. Volgens RBC Wealth Management daalde de markt tijdens vijf van de zes renteverhogingscycli sinds 1994 uiteindelijk tussen 8% en 14% vanaf de eerdere piek.
Dat betekent echter niet dat iedere renteverhoging automatisch tot een langdurige bearmarkt leidt. Veel hangt af van de verwachtingen van beleggers over de rente en de economie.
2022 laat zien wat er kan gebeuren
Een recent voorbeeld is 2022. De Federal Reserve begon dat jaar de rente snel te verhogen om de hoge inflatie af te remmen.
De combinatie van hogere rentes en dalende verwachtingen voor economische groei zette de aandelenmarkt zwaar onder druk. De S&P 500 verloor uiteindelijk ongeveer 25% vanaf de piek en bereikte de bodem ongeveer zeven maanden na de eerste renteverhoging.
Belangrijk is dat de beurs niet noodzakelijk direct reageert op een renteverhoging. Vaak draait het om de verwachtingen voor de rente in de maanden en jaren daarna.
Een dure beurs kan nog steeds verder stijgen
Een van de belangrijkste lessen voor beleggers is dat een dure markt niet hetzelfde is als een dalende markt.
Een hoge CAPE-ratio vertelt ons dat aandelen duur zijn ten opzichte van historische gemiddelden. Het vertelt ons niet wanneer de markt gaat dalen.
Tijdens de dotcomperiode liepen waarderingen steeds verder op voordat de markt uiteindelijk instortte. Wie te vroeg uit de markt stapte, kon daardoor een aanzienlijk deel van de laatste stijging missen.
Waarderingsmaatstaven zijn daarom vooral interessant voor de lange termijn. Ze kunnen aangeven dat het toekomstige rendement waarschijnlijk lager ligt dan tijdens periodes waarin aandelen goedkoop zijn, maar ze zijn veel minder geschikt om het exacte moment van een beurscorrectie te voorspellen.
Waarom deze periode anders kan zijn
Er zijn bovendien redenen waarom de huidige situatie niet één op één met eerdere beursbubbels kan worden vergeleken.
Een belangrijk verschil is de dominante rol van grote technologiebedrijven. De S&P 500 wordt tegenwoordig sterk beïnvloed door een relatief kleine groep zeer grote ondernemingen. Veel van deze bedrijven hebben sterke kasstromen, hoge winstmarges en relatief weinig schulden.
Ook de opkomst van kunstmatige intelligentie speelt een belangrijke rol. De technologie kan worden toegepast in software, gezondheidszorg, financiële dienstverlening, industrie en tal van andere sectoren. Daardoor kan de potentiële markt veel groter zijn dan bij eerdere technologische ontwikkelingen.
Dat betekent niet dat iedere AI-investering succesvol zal zijn. De markt kan ook te hoge verwachtingen hebben ingeprijsd. Wel maakt het duidelijk waarom een vergelijking met de dotcomzeepbel niet volledig opgaat.
Wat betekent dit voor beleggers?
De huidige aandelenmarkt geeft beleggers verschillende redenen om alert te zijn. De CAPE-ratio staat op een uitzonderlijk hoog niveau, de Buffett-indicator bevindt zich eveneens op historische hoogte en de Federal Reserve is begonnen met het verhogen van de rente.
Dat zijn serieuze signalen, maar geen betrouwbare instrumenten om het exacte moment van een beurscrash te voorspellen.
Geschiedenis laat vooral zien dat hoge waarderingen uiteindelijk gevolgen kunnen hebben voor toekomstige rendementen. Maar tussen het moment waarop een markt duur wordt en het moment waarop die markt daadwerkelijk daalt, kunnen jaren zitten.
Voor langetermijnbeleggers blijft daarom vooral discipline belangrijk. Niemand weet vooraf wanneer de volgende correctie begint of eindigt. Wie periodiek blijft beleggen en een brede portefeuille aanhoudt, hoeft niet voortdurend te proberen de volgende beursbeweging te voorspellen.
Een hoge waardering is daarmee vooral een reden om realistische verwachtingen over toekomstige rendementen te hebben, niet automatisch een reden om de markt volledig te verlaten.







































































































































Opmerkingen