top of page

De S&P 500 koerst af op iets wat pas twee keer eerder gebeurde

1 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort:

  • Analisten rekenen voor de S&P 500 op zeldzaam sterke winstgroei, aangejaagd door AI aandelen en de Magnificent Seven.

  • Dezelfde soort winstsprong kwam eerder alleen voor in 1994 en 1999, twee jaren met een heel andere afloop.

  • De vraag voor beleggers is of de AI hausse nog vroeg genoeg is, of juist al trekken krijgt van de late dotcomfase.

 

Analisten rekenen voor de S&P 500 in 2026 op 24% tot 32% groei van de winst per aandeel. De index staat dit jaar 12,6% hoger, maar de winsten vallen meer op dan de stand van de graadmeter. Buiten een herstel na een recessie of forse beursdaling is een winstsprong van ongeveer 25% zeldzaam.

 

In de moderne marktgeschiedenis gebeurde dat slechts twee keer eerder: in 1994 en in 1999. Precies daar zit de spanning voor beleggers. 1994 bleek achteraf een vroege fase van een lange techhausse, terwijl 1999 juist de laatste grote versnelling was voordat techaandelen in 2000 piekten en hard terugvielen.

 

S&P 500-winstgroei leunt sterk op AI-aandelen

Bron: Reuters

 

Nvidia trekt de S&P 500 mee

De Magnificent Seven maakt inmiddels ongeveer een derde van de S&P 500 uit. Daardoor wegen de resultaten van enkele grote technologiebedrijven zwaar in het winstbeeld van de hele index. Nvidia, maker van chips voor AI infrastructuur, is de duidelijkste naam in dat verhaal.

 

Nvidia zal naar verwachting de winst per aandeel dit jaar met 95% laten groeien. Amazon ligt op koers voor 79% winstgroei per aandeel, geholpen door een grote eenmalige boekwinst op Anthropic en een opnieuw aantrekkende cloudtak. Alphabet profiteert eveneens van winsten uit Anthropic en Space Exploration Technologies en komt naar verwachting uit op 90% groei van de winst volgens GAAP.

 

Opvallend is dat de Magnificent Seven niet eens alle uitschieters bevat. Micron laat winstgroeipercentages per aandeel van boven de 1.000% zien. Dat zegt veel over waar de winstgroei vandaan komt: AI, chips, geheugen en de infrastructuur daaromheen.

 

Nvidia blijft motor achter de winstgroei van de S&P 500

Bron: Business Insider

 

Waarom 1994 nog steun biedt

In 1994 steeg de winst per aandeel van de S&P 500 met 39,8%, terwijl de index licht daalde. De tegenwind kwam vooral van renteverhogingen door Fed voorzitter Alan Greenspan, die reageerde op sterke economische groei. De winstgroei was dus indrukwekkend, maar beleggers betaalden er dat jaar niet meteen hogere koersen voor.

 

Onder de oppervlakte liep de technologievraag al op. De vroege internetboom stuwde de vraag naar chips, software en telecomapparatuur, terwijl Micron profiteerde van een tekort aan geheugen. Ook buiten technologie verbeterden de cijfers, met kostenbesparingen bij bedrijven als Procter & Gamble, een winstmarge voor S&P 500 bedrijven die steeg van ongeveer 5% in 1993 naar circa 6% in 1994 en een Amerikaanse economie die met 4,1% groeide.

 

Techrally roept parallellen op met de vroege internetboom

Bron: Reuters

 

Waarom 1999 ongemakkelijk blijft

In 1999 steeg de winst van de S&P 500 met 27,7%, terwijl de Nasdaq 86% won en de S&P 500 zelf 19,5% hoger eindigde. Dat jaar voelde op de beurs als bevestiging van de techhausse. Achteraf was het de laatste grote sprint voor de piek van techaandelen in 2000.

 

De winst kwam toen niet alleen van verlieslatende dotcombedrijven. Gevestigde technologiebedrijven zoals Microsoft, IBM en Intel verdienden goed aan infrastructuur voor dotcombedrijven, terwijl de voorbereidingen op de Y2K bug extra vraag opleverden. De vergelijking met 2026 ligt voor de hand: opnieuw investeren bedrijven massaal in infrastructuur, nu voor AI.

 

Daar wringt het voor de huidige markt. 2026 is het vierde jaar van een AI bullmarkt, niet het prille begin. Dat maakt de vergelijking met 1999 lastiger weg te wuiven dan beleggers misschien lief is.

 

AI hausse is geen dotcomkopie

Toch is 2026 geen herhaling van 1999. Leidende techaandelen zoals Nvidia worden verhandeld tegen waarderingen die, afgezet tegen de verwachte groei, nog als redelijk worden gezien. Dat is een wezenlijk verschil met de dotcomperiode, toen veel beleggers betaalden voor bedrijven zonder bewezen winstmodel.

 

Ook de IPO manie, de golf van beursgangen van jonge bedrijven, ontbreekt in deze cyclus. De AI hausse wordt gedragen door een kleiner aantal bedrijven, waarvan de beursgenoteerde namen grote winsten maken. OpenAI verliest geld, maar Anthropic is op aangepaste basis winstgevend en SpaceX staat volgens Wall Street analisten op de rand van winstgevendheid.

 

Fed en geheugentekort keren terug

De overeenkomsten blijven intussen zichtbaar. In 1994, 1999 en 2026 verhoogde de Fed de rente. In alle drie de jaren was er ook sprake van een tekort aan geheugen, een detail dat laat zien hoe vaak chipcycli samenvallen met grote beursverhalen.

 

Renteverhogingen maken hoge verwachtingen kwetsbaarder. Dat bleek in 1994, toen sterke winstgroei niet genoeg was om de index hoger te zetten. Het bleek ook rond 2000, toen hoge koersen weinig bescherming boden zodra beleggers begonnen te twijfelen aan de houdbaarheid van de groei.

 

S&P 500 wacht op bewijs

De historische les is gemengd. Er zijn genoeg overeenkomsten met 1994 om het AI verhaal niet meteen als laatcyclisch af te schrijven, maar er zijn ook genoeg parallellen met 1999 om de waardering niet achteloos naast zich neer te leggen. De markt heeft Nvidia, Amazon, Alphabet en de rest van de Magnificent Seven al veel krediet gegeven.

 

Voor de S&P 500 winstgroei draait het vervolg daarom om bewijs uit de volgende cijfers. Wall Street zal niet alleen kijken naar omzetgroei, maar vooral naar winst, marges en de vraag naar AI infrastructuur. De S&P 500 blijft daarmee in 2026 hangen tussen twee historische spiegels: vroege fase zoals 1994, of late fase zoals 1999.

 

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 110:12:16

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page