Nederland leunt zó zwaar op ASML dat één tegenvaller pijn kan doen
In het kort
ASML was in 2023 goed voor 17% van de Nederlandse private R&D-uitgaven. Dat is niet hetzelfde als 17% van alle R&D in Nederland. Eind 2025 vertegenwoordigde ASML circa 60% van de beurswaarde van beursgenoteerde Nederlandse hightechbedrijven. ASML zelf is niet het probleem. Het risico is dat Nederland onvoldoende nieuwe technologiebedrijven laat doorgroeien naast deze ene wereldspeler.
ASML is veel meer dan het grootste technologiebedrijf van Nederland. Het concern uit Veldhoven is uitgegroeid tot de belangrijkste commerciële onderzoeksmotor van het land, het zwaartepunt van de Nederlandse chipindustrie en een bedrijf dat zelfs binnen de Europese technologiesector een uitzonderlijk grote positie inneemt.
Die dominantie levert indrukwekkende cijfers op. In 2023 was ASML goed voor 17% van alle private R&D-uitgaven in Nederland. Eind 2025 vertegenwoordigde de chipmachinefabrikant volgens het IMF ongeveer 60% van de totale beurswaarde van beursgenoteerde Nederlandse hightechbedrijven.
Dat is fantastisch zolang ASML zijn technologische voorsprong behoudt, de vraag naar geavanceerde chips groeit en de machines uit Veldhoven onmisbaar blijven. Maar dezelfde cijfers leggen ook een ongemakkelijke vraag bloot: hoeveel Nederlandse innovatiekracht mag eigenlijk van één onderneming afhangen?

Direct naar een onderdeel van dit artikel
De 17% vraagt om een belangrijke nuance
De vaak aangehaalde 17% heeft betrekking op private R&D, dus onderzoek en ontwikkeling bij bedrijven. Universiteiten, universitair medische centra en publieke kennisinstellingen vallen daar niet volledig onder. Zeggen dat ASML 17% van alle Nederlandse R&D verzorgt, maakt de afhankelijkheid daarom groter dan zij werkelijk is.
In 2024 werd in Nederland in totaal ongeveer €26,4 miljard aan R&D uitgevoerd. ASML rapporteerde voor dat jaar ruim €3,0 miljard aan Nederlandse R&D-uitgaven. Wanneer die twee bedragen naast elkaar worden gezet, komt ASML uit op circa 11,4% van alle in Nederland uitgevoerde R&D.
Kijken we alleen naar de circa €19 miljard aan onderzoek en ontwikkeling die in 2024 bij bedrijven plaatsvond, dan ligt het aandeel van ASML rond 15,8%. Dat sluit aan bij de eerder gemeten 17%, maar maakt duidelijk dat de precieze uitkomst afhangt van de gebruikte periode en definitie.
De conclusie verandert daardoor niet wezenlijk. Zelfs na de juiste afbakening draagt één beursgenoteerd bedrijf ongeveer een zesde van de Nederlandse bedrijfs-R&D. Dat is uitzonderlijk.
ASML investeert meer dan de nummers twee tot en met tien samen
De concentratie wordt nog zichtbaarder wanneer ASML wordt vergeleken met andere grote Nederlandse R&D-investeerders.
ASML besteedde in 2024 ongeveer €3,001 miljard aan onderzoek en ontwikkeling in Nederland. De nummers twee tot en met tien van de R&D Top 50, waaronder Philips, Booking.com, TomTom, Shell Nederland, KPN, DAF en VDL, kwamen samen uit op circa €2,954 miljard.
ASML investeerde dus naar schatting €48 miljoen meer dan deze negen bedrijven bij elkaar. Tussen 2016 en 2024 stegen de Nederlandse R&D-uitgaven van ASML bovendien van ongeveer €744 miljoen naar ruim €3 miljard. Dat is een verviervoudiging in acht jaar.
Zonder ASML zag het beeld er aanzienlijk minder sterk uit. De gezamenlijke R&D-uitgaven van de overige bedrijven in de ranglijst groeiden tussen 2023 en 2024 met 2,8%. Dat was minder dan de Nederlandse inflatie van 3,3% in dat jaar. In reële termen liep de onderzoeksinspanning buiten ASML dus eerder terug dan op.
Daar zit de werkelijke kwetsbaarheid. Niet omdat ASML te veel investeert, maar omdat te weinig andere Nederlandse bedrijven in hetzelfde tempo opschalen.
Die 60% beurswaarde is geen aandeel in de economie
Ook het tweede percentage vraagt om context. Dat ASML eind 2025 circa 60% van de beurswaarde van beursgenoteerde Nederlandse hightechbedrijven vertegenwoordigde, betekent niet dat het concern 60% van de Nederlandse technologiesector, werkgelegenheid of productie voor zijn rekening neemt.
Beurswaarde is de prijs die beleggers op een bepaald moment aan toekomstige winsten toekennen. Die waarde kan snel veranderen wanneer de rente, chipcyclus of winstverwachtingen bewegen. Het percentage is bovendien beperkt tot beursgenoteerde hightechbedrijven en omvat dus niet alle Nederlandse technologieondernemingen.
Toch is het signaal duidelijk. De Nederlandse beurs heeft naast ASML weliswaar succesvolle technologiebedrijven als ASM International, BESI, NXP, Adyen en Philips, maar geen tweede onderneming die qua waardering, onderzoeksbudget en geopolitiek gewicht ook maar in de buurt komt.
Voor beleggers betekent dit dat een belegging in “Nederlandse technologie” al snel neerkomt op een grote indirecte positie in ASML. Dat concentratierisico kan veel sterker zijn dan de spreiding over meerdere Nederlandse technologienamen doet vermoeden.
Waarom deze dominantie voorlopig zo winstgevend is
ASML heeft zijn positie niet gekregen door Nederlandse concurrenten weg te drukken. Het bedrijf heeft een wereldmarkt ontwikkeld waarin nauwelijks een geloofwaardig alternatief bestaat.
Voor extreme ultraviolet-lithografie, de technologie waarmee de meest geavanceerde chips worden geproduceerd, is ASML de enige commerciële leverancier. Het bedrijf combineert optica, lichtbronnen, mechatronica, software en materiaalkennis in machines die uit honderdduizenden onderdelen bestaan. Die kennis is verspreid over ASML zelf en een internationaal netwerk van gespecialiseerde leveranciers.
De operationele prestaties laten zien dat de technologievoorsprong nog altijd in geld wordt omgezet. Na het tweede kwartaal verhoogde ASML zijn omzetverwachting voor 2026 naar €43 miljard tot €45 miljard, bij een verwachte brutomarge van 54% tot 56%. Voor het derde kwartaal rekende het bedrijf op ongeveer €1,2 miljard aan R&D-kosten.
Daarmee investeert ASML ieder kwartaal een bedrag in onderzoek dat voor veel Nederlandse technologiebedrijven groter is dan hun volledige jaaromzet. Die schaal maakt het voor concurrenten bijzonder moeilijk om de achterstand in te halen.
Nederland profiteert via een veel bredere keten
Het zou te eenvoudig zijn om ASML als een geïsoleerde multinational te zien. Alleen al in Nederland telt het concern ongeveer 1.600 leveranciers, voor een groot deel gespecialiseerde mkb-bedrijven. Wereldwijd werkte ASML eind 2025 met circa 5.100 leveranciers, waarvan ongeveer 900 direct onderdelen en modules voor zijn systemen leverden.
De kennis die nodig is om een lithografiemachine te bouwen, zit daardoor niet uitsluitend binnen de muren van ASML. Nederlandse leveranciers ontwikkelen extreem nauwkeurige onderdelen, vacuümsystemen, meetapparatuur en productietechnieken die ook buiten ASML bruikbaar kunnen zijn.
Dat is het sterke scenario: ASML fungeert als veeleisende eerste klant, leveranciers verhogen hun technologische niveau en een deel van die kennis leidt uiteindelijk tot nieuwe producten en zelfstandige groeibedrijven.
Het zwakke scenario ontstaat wanneer leveranciers vrijwel volledig afhankelijk blijven van opdrachten uit Veldhoven. Bij een tijdelijke terugval in bestellingen kan dan een veel groter deel van de Nederlandse maakindustrie worden geraakt dan de cijfers van ASML alleen laten zien.
Wanneer wordt de afhankelijkheid ongezond?
Er bestaat geen percentage waarboven economische concentratie automatisch gevaarlijk wordt. Het verschil tussen gezonde en ongezonde afhankelijkheid zit vooral in wat er rondom de marktleider gebeurt.
De positie van ASML blijft gezond zolang de onderneming kennis, kapitaal en opdrachten door het Nederlandse ecosysteem laat stromen en daar nieuwe bedrijven uit voortkomen. De dominantie wordt problematischer wanneer schaarse technici, woningen, netcapaciteit en publieke middelen vrijwel uitsluitend naar één regio en één waardeketen gaan, zonder dat Nederland een bredere generatie technologiebedrijven opbouwt.
Project Beethoven maakt die spanning zichtbaar. Rijk en regio trokken gezamenlijk €2,51 miljard uit voor onderwijs, bereikbaarheid, woningen en infrastructuur rond de microchipsector in Brainport Eindhoven. Dat bedrag is geen rechtstreekse subsidie aan ASML en komt de hele regio ten goede. Tegelijk erkende de overheid expliciet dat het pakket mede bedoeld was om ASML in Nederland te laten investeren en zijn zetel hier te behouden.
Dat is rationeel beleid bij een bedrijf met zoveel economische betekenis. Het wordt pas riskant wanneer Nederland steeds meer voorzieningen moet aanpassen om één onderneming vast te houden, terwijl financiering voor nieuwe deeptechbedrijven achterblijft.
Vier risico’s die beleggers niet mogen negeren
De eerste kwetsbaarheid is geopolitiek. De Nederlandse overheid bepaalt mede welke machines ASML naar China mag exporteren, terwijl de Verenigde Staten druk uitoefenen om geavanceerde chiptechnologie af te schermen. Daardoor hangt een deel van ASML’s markttoegang niet alleen af van klantvraag, maar ook van politieke besluiten.
Daarnaast blijft de halfgeleiderindustrie cyclisch. De AI-investeringsgolf zorgt momenteel voor een sterke vraag naar geavanceerde logic- en geheugenchips. Wanneer grote chipfabrikanten hun investeringsplannen uitstellen, werkt dat via ASML door naar honderden leveranciers.
Een derde risico is klantconcentratie. De wereldmarkt voor de meest geavanceerde chips bestaat uit een beperkt aantal grote producenten. Problemen bij één of twee belangrijke klanten kunnen daardoor materieel doorwerken in ASML’s orderboek.
Ten slotte is er het Nederlandse vestigingsrisico. ASML heeft veel hoogopgeleide internationale medewerkers nodig. Beperkingen op arbeidsmigratie, onvoldoende woningen, een vol elektriciteitsnet of slechte bereikbaarheid kunnen toekomstige uitbreidingen naar andere landen duwen. Nederland verliest dan niet onmiddellijk ASML, maar mogelijk wel een deel van de volgende investeringsronde.
De echte graadmeter is niet ASML, maar wat ernaast groeit
De dominante positie van ASML wordt vaak gepresenteerd als een risico dat moet worden verkleind. Dat zou de verkeerde conclusie zijn. Nederland heeft er niets aan wanneer ASML minder investeert of minder waard wordt.
De betere oplossing is dat andere bedrijven sneller groeien. Veelbelovende ondernemingen in fotonica, quantumtechnologie, chipverpakking, meetapparatuur en batterijtechnologie bestaan al, maar zij missen vaak het kapitaal om vanuit Nederland door te groeien tot een wereldspeler. Juist daar zit het verschil tussen een land met één technologieparel en een duurzaam innovatie-ecosysteem.
Voor beleggers is daarom niet alleen de omzetgroei van ASML relevant. Minstens zo belangrijk is of de Nederlandse leveranciersbasis breder wordt, of jonge deeptechbedrijven zelfstandige klanten vinden en of onderzoekskennis wordt omgezet in nieuwe beurswaardige ondernemingen.
Wat telt bij de komende ASML-cijfers
ASML publiceert op 14 oktober zijn resultaten over het derde kwartaal. De aandacht zal vooral uitgaan naar de orderinstroom, de vraag naar EUV-systemen en eventuele veranderingen in de capaciteitsplannen van grote chipfabrikanten.
Voor Nederland telt nog een tweede laag. Bevestigt ASML opnieuw zijn groeiplannen in Veldhoven, en kunnen leveranciers die groei volgen zonder volledig afhankelijk te worden van één klant? Dat bepaalt hoeveel van ASML’s succes structureel in de Nederlandse economie blijft hangen.
De belangrijkste kans is dat ASML zijn technologische voorsprong omzet in een steeds sterker netwerk van leveranciers en nieuwe ondernemingen. Het grootste risico is niet dat ASML te groot is, maar dat de rest te klein blijft.
Zolang het concern domineert, lijkt die scheefgroei comfortabel. Pas bij een geopolitieke schok, een teruglopende chipcyclus of een verplaatsing van toekomstige investeringen wordt zichtbaar hoeveel Nederland werkelijk op één bedrijf heeft gebouwd.





































































































































Opmerkingen