Meer machines of meer winst, bij ASML telt in 2027 alleen wat van de extra EUV-capaciteit in omzet verandert
In het kort
ASML wil de productiecapaciteit voor low-NA EUV in 2027 met 30 procent verhogen ten opzichte van ongeveer 65 systemen in 2026. Voor DUV immersion ligt een vergelijkbare uitbreiding op tafel. Dat is een sterk signaal dat klanten meer capaciteit plannen, maar het brengt ook een hogere lat voor de uitvoering.
Een bestelling wordt pas omzet wanneer de machine is gebouwd, verscheept, geïnstalleerd en door de klant geaccepteerd. Bij systemen die honderden miljoenen euro's kosten, kan een vertraging van een paar weken miljarden omzet tussen kwartalen verschuiven.
Bij een koers van €1.534 betaalt de belegger voor een bedrijf met een unieke technologische positie én voor een vrijwel probleemloze omzetconversie. De vraag is daarom niet of ASML belangrijk blijft. De vraag is hoeveel orders het bedrijf op tijd kan omzetten in productie, service-inkomsten en winst per aandeel.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Van sterke vraag naar echte productie
ASML rapporteerde op 15 juli over het tweede kwartaal. De omzet bedroeg €9,33 miljard, de brutomarge 54,0 procent en de nettowinst €2,92 miljard. Het bestuur verhoogde de omzetverwachting voor 2026 naar €43 miljard tot €45 miljard en rekent op een brutomarge van 54 tot 56 procent.
De opvallendste vooruitblik ging over capaciteit. Het bedrijf plant voor 2027 ongeveer 30 procent meer low-NA EUV-capaciteit dan de circa 65 systemen in 2026. Voor 2028 wordt nog een uitbreiding van 30 procent onderzocht. Bij DUV immersion is het patroon vergelijkbaar vanaf een basis van ongeveer 130 systemen.
Capaciteit is geen levering. Machines bestaan uit honderdduizenden onderdelen en vereisen nauwkeurige samenwerking met leveranciers zoals Zeiss. Daarna volgt installatie bij de klant. De rekenmodule hieronder maakt zichtbaar hoe capaciteit, benutting en gemiddelde omzet per systeem samenkomen.
Bij 65 systemen, 30 procent extra capaciteit en 90 procent benutting komt het model uit op ongeveer 76 geleverde systemen. Een gemiddelde omzet van €200 miljoen zou dan ruim €15 miljard systeemomzet opleveren. Dat is geen prognose van ASML. De mix tussen EUV-modellen, upgrades en omzetverantwoording kan sterk afwijken. Het verband laat vooral zien hoeveel geld een paar systemen vertegenwoordigen.
Orders zijn waardevol, maar timing telt
Een orderboek geeft zicht op toekomstige omzet. Het beschermt echter niet tegen uitstel. Chipfabrikanten kunnen de bouw van een fabriek vertragen, vergunningen kunnen opschuiven en technische acceptatie kan langer duren. Bij ASML is de omzet per systeem zo groot dat kwartaalcijfers hierdoor grillig kunnen zijn.
Het bestuur zei dat de orderinstroom in de eerste helft van 2026 zeer sterk bleef en dat klanten hun capaciteitsplannen versnellen. Dat is geruststellend. Toch moet een belegger onderscheid maken tussen een klantintentie, een geboekte order en omzet die daadwerkelijk in de resultatenrekening staat.
De conversiemodule gebruikt een fictieve orderbasis en laat ieder kwartaal een deel in omzet overgaan. Een hogere conversiesnelheid helpt de komende twaalf maanden, maar vermindert tegelijk het resterende orderboek. Nieuwe orders moeten dus blijven binnenkomen om de fabriek daarna gevuld te houden.
Daarom is alleen het absolute orderbedrag onvoldoende. Belangrijker zijn de samenstelling, de geplande leveringsjaren, aanbetalingen en het tempo waarin ASML de productie kan opschalen. Een uitzonderlijk sterk orderboek is pas echt waardevol wanneer het bedrijf mensen, onderdelen en installatiecapaciteit op tijd heeft.
De installed base maakt de omzet stabieler
ASML heeft inmiddels duizenden machines bij klanten staan. Iedere machine heeft onderhoud, onderdelen, software en verbeteringen nodig. De omzet uit Installed Base Management steeg in Q2 naar €2,76 miljard, tegenover €2,49 miljard in het eerste kwartaal.
Deze inkomsten zijn belangrijk omdat zij minder afhankelijk zijn van de oplevering van een nieuwe fabriek. Een chipmaker kan een nieuwe bestelling uitstellen, maar kan een kritieke productiemachine niet zomaar zonder onderhoud laten draaien. Upgrades kunnen bovendien de output van bestaande apparatuur verhogen zonder dat een volledig nieuw systeem nodig is.
De module rekent de kwartaalbasis om naar jaaromzet en brutowinst. De werkelijke marge van service en upgrades wordt niet afzonderlijk op deze manier gepubliceerd, dus die schuif is een aanname. Het economische punt blijft hetzelfde: een groeiende installed base geeft ASML terugkerende omzet en maakt het bedrijf minder afhankelijk van één leveringsjaar.
Er is ook een keerzijde. Meer machines in het veld vragen meer technici, reserveonderdelen en lokale ondersteuning. Wanneer oudere machines complexer worden of klanten strengere servicevoorwaarden bedingen, kan de marge lager uitvallen dan beleggers verwachten.
Waarom klanten niet eenvoudig kunnen overstappen
ASML heeft geen directe concurrent voor EUV op hetzelfde productieniveau. Dat komt niet door één patent, maar door tientallen jaren kennis in lichtbronnen, spiegels, mechatronica, metrologie en software. Een nieuwe leverancier moet het hele systeem betrouwbaar laten werken binnen een chipfabriek waar stilstand extreem duur is.
Die positie geeft prijszettingsmacht. Een machine vertegenwoordigt voor de klant maar een deel van de totale fabriek, terwijl zij bepaalt welke geavanceerde chips kunnen worden gemaakt. Als een duurder systeem meer goede chips per wafer oplevert, kan de klant de aanschaf snel terugverdienen.
Toch is marktmacht niet onbeperkt. Klanten zoals TSMC, Samsung en Intel zijn groot en technisch sterk. Zij kunnen leveringstempo, service en prijzen hard onderhandelen. Daarnaast kan een zwakkere eindvraag naar smartphones, pc's of geheugenchips investeringen vertragen, ook wanneer EUV technologisch onmisbaar blijft.
Geopolitiek blijft in iedere order zitten
Exportregels bepalen welke systemen ASML waar mag leveren. Voor de meest geavanceerde technologie is China beperkt, terwijl service en minder geavanceerde systemen eveneens onder toenemende controle staan. Dat kan directe omzet kosten en maakt de planning lastiger.
Tegelijk bouwen de Verenigde Staten, Europa, Japan en Zuid-Korea meer lokale chipcapaciteit. Dat spreidt productie geografisch, maar is niet automatisch efficiënt. Nieuwe fabrieken kunnen duurder zijn en personeelstekorten kennen. ASML profiteert van extra fabrieken zolang de klanten ze werkelijk uitrusten en op hoge bezetting brengen.
De grootste fout is daarom denken dat politieke subsidies hetzelfde zijn als duurzame vraag. Uiteindelijk moeten de geproduceerde chips een markt vinden. AI helpt, maar ook daar moeten datacenters genoeg economische waarde leveren om investeringen te blijven dragen.
Wat moet €1.534 waarmaken?
ASML verdiende in Q2 €7,59 per aandeel. Vier keer dat kwartaal geeft €30,36. Dat is geen jaarprognose, want leveringen verschillen per kwartaal. Het is wel een bruikbare en controleerbare start voor een omgekeerde waardering.
Wie tot september 2029 jaarlijks 8 procent koersrendement wil en aan het einde 32 keer de winst betaalt, heeft ongeveer €60 winst per aandeel nodig. Dat betekent circa 25 procent jaarlijkse groei vanaf de eenvoudige kwartaalrun-rate. Bij een eindmultiple van 25 keer loopt de vereiste winst richting €77.
Dat is een stevige opdracht. Zij kan alleen lukken als omzet, marge en aandelenbasis samen gunstig bewegen. De capaciteitsuitbreiding moet in leveringen veranderen, de servicetak moet doorgroeien en de brutomarge moet dicht bij de huidige bandbreedte blijven. Aandeleninkoop helpt per aandeel, maar kan geen operationele tegenvaller wegpoetsen.
Drie scenario's voor 2027 tot en met 2029
De bear-case rekent op een zwakkere chipcyclus, uitgestelde fabrieken en een lagere waardering. In het middenscenario wordt de geplande capaciteit goed benut en groeit de winst mee met EUV en service. Het gunstige pad veronderstelt een snelle High-NA-adoptie, sterke geheugeninvesteringen en behoud van de schaarstepremie.
De mogelijke koersen zijn per jaar opnieuw berekend. Het model gebruikt winst per aandeel maal een koers-winstverhouding. Dividend komt daar nog bovenop, maar is te klein om de grote verschillen tussen de paden te verklaren.
De scenario's laten vooral zien hoe gevoelig het aandeel is voor de multiple. Een uitstekend bedrijf kan een zwak rendement geven wanneer de instapprijs te hoog is. Andersom kan een tijdelijke omzetdip aantrekkelijk worden wanneer de waardering ver genoeg daalt en de technologische positie intact blijft.
Waar beleggers de komende kwartalen op moeten letten
Het eerste cijfer is de omzetconversie. Komt de jaaromzet binnen de bandbreedte van €43 miljard tot €45 miljard en schuift weinig door naar later? Het tweede is de brutomarge. Een snelle productieramp kan extra kosten geven voordat schaalvoordelen zichtbaar worden.
Het derde signaal is Installed Base Management. Groei in service en upgrades maakt de kasstroom voorspelbaarder en laat zien dat klanten hun bestaande machines intensief gebruiken. Het vierde is de klantmix. Een hoge afhankelijkheid van enkele chipmakers vergroot de impact van één uitgesteld project.
De kern voor beleggers
ASML bezit een van de sterkste concurrentieposities op de beurs. De onderneming staat op een cruciale plek in iedere geavanceerde chipketen en kan de productiecapaciteit verhogen omdat klanten om meer machines vragen.
Bij €1.534 is die kwaliteit niet verborgen. De koers vraagt dat 30 procent extra EUV-capaciteit snel verandert in geleverde systemen, service-omzet en veel hogere winst per aandeel. Wie het aandeel beoordeelt, moet daarom minder naar het woord monopolie kijken en meer naar de weg van order tot kasstroom. Juist daar wordt bepaald of een geweldig bedrijf ook vanaf deze prijs een goede belegging is.


































































































































Opmerkingen