top of page

Trap niet in de lage kosten van de Vanguard S&P 500 ETF want waardering, dollar en dividend bepalen veel meer van je rendement

6 uur geleden
7 minuten om te lezen

In het kort

VUSA volgt de S&P 500 met fysieke aandelen, keert ieder kwartaal dividend uit en kost volgens Vanguard 0,07 procent per jaar. Dat maakt het fonds goedkoop en eenvoudig, maar niet automatisch goedkoop gewaardeerd. De onderliggende index noteert op 25,2 keer winst. Wie nu instapt, rekent dus op jaren van winstgroei bij grote Amerikaanse bedrijven.


De koers van de Amsterdamse beurslijn sloot op 25 september op €128,30. De notering is in euro, terwijl de fondsvaluta dollar is en de bedrijven vooral in dollars rapporteren. Een zwakkere dollar kan daardoor een goed beursjaar voor Amerikaanse aandelen deels wegpoetsen voor een Europese belegger.


Het fonds keert dividend uit in plaats van het automatisch te herbeleggen. Voor het echte resultaat telt daarom niet alleen de koers, maar ook het ontvangen dividend na eventuele belasting en valutabeweging. De kosten zijn klein; waardering, winstgroei en valuta bepalen veel meer.


Een ETF met vijfhonderd grote bedrijven voelt bijna als de neutrale stand van beleggen. Dat is ook de kracht van VUSA. Met één positie koop je ondernemingen als NVIDIA, Microsoft, Apple, Amazon en honderden andere bedrijven. Je hoeft niet te raden welk aandeel volgend jaar wint. De keerzijde is dat de prijs van die brede mand nog altijd belangrijk is.


De officiële fondspagina van Vanguard laat op 31 augustus een koers-winstverhouding van 25,2 en een koers-boekwaardeverhouding van 5,3 zien. Het rendement op eigen vermogen van de bedrijven samen bedraagt 29 procent en de historische winstgroei 24,1 procent. Dat zijn sterke cijfers, maar ze beschrijven ook waarom beleggers bereid zijn zo veel te betalen. Bij deze waardering is middelmatige winstgroei niet genoeg om vanzelf een mooi rendement te leveren.



Eerst vaststellen welk fonds je koopt

VUSA is de uitkerende shareclass van de Vanguard S&P 500 UCITS ETF. De ISIN is IE00B3XXRP09. Het fonds is in Ierland gevestigd, gebruikt fysieke replicatie en heeft de Amerikaanse dollar als basisvaluta. De Amsterdamse lijn noteert in euro onder ticker VUSA. Die euro-notering verandert niets aan het onderliggende valutarisico.


Dat laatste wordt vaak verkeerd begrepen. Je koopt de stukken in euro en ziet een eurokoers in je portefeuille. Onder de motorkap bezit het fonds echter Amerikaanse aandelen. Als die aandelen in dollars 10 procent stijgen en de dollar tegelijk 8 procent daalt tegenover de euro, blijft voor een Europese belegger grofweg veel minder dan 10 procent over. Andersom geeft een sterkere dollar extra rendement.


Het fonds keert per kwartaal dividend uit. Vanguard noteert voor september 2026 een uitkering van $0,3096 per aandeel, betaalbaar op 30 september. In juni was dat $0,3236 en in maart $0,3296. Het dividend is geen bonus boven op de waarde van het fonds. Op de ex-dividenddatum verdwijnt het bedrag in beginsel uit de fondskoers en komt het later als cash terug. Pas wanneer koers en uitkering samen worden bekeken, ontstaat totaalrendement.


Die 0,07 procent verdient de aandacht, maar niet alle aandacht

Een lopende kostenfactor van 0,07 procent is laag. Op €10.000 is dat in het eerste jaar ongeveer €7, afgezien van het kleine effect van dagelijkse verwerking en koersbewegingen. Over tientallen jaren loopt ook een klein bedrag op, maar het verschil tussen kopen op 20 of 25 keer winst is veel groter dan enkele basispunten fondskosten.



Dat betekent niet dat kosten onbelangrijk zijn. Een goedkope indextracker heeft een structureel voordeel op een duur fonds dat hetzelfde bezit. Alleen is het gevaarlijk om van lage kosten naar lage waardering te springen. VUSA is goedkoop als product, niet noodzakelijk goedkoop als verzameling aandelen.


De feitelijke afwijking van de index bestaat bovendien uit meer dan de officiële kosten. Er zijn transactiekosten binnen het fonds, dividendbelasting, timingverschillen en een beetje frictie rond indexwijzigingen. De marktprijs kan gedurende de handelsdag ook iets boven of onder de intrinsieke waarde liggen. Bij een liquide fonds blijft dat verschil doorgaans klein, maar een limietorder voorkomt dat je bij een onrustige opening onnodig veel betaalt.


De waardering legt de lat bij de winsten

Bij 25,2 keer winst is het winstrendement ongeveer 4 procent. Dat is simpelweg de omgekeerde koers-winstverhouding. Het betekent niet dat de aandeelhouder 4 procent cash ontvangt, want ondernemingen herinvesteren, kopen aandelen in of keren dividend uit. Het maakt wel zichtbaar hoeveel winst er achter iedere belegde euro staat.


Stel dat de waardering over vijf jaar daalt naar 22 keer winst. Dan moet de winst per aandeel van de index groeien om alleen al de dalende multiple op te vangen. Wie daarnaast 7 procent koersrendement per jaar verwacht, heeft in ons model ongeveer een hoge enkelcijferige winstgroei nodig. Dat is haalbaar voor sterke bedrijven, maar niet gratis.



De gunstige uitleg is dat de S&P 500 niet meer dezelfde index is als twintig jaar geleden. Software, halfgeleiders, digitale advertenties en cloudplatforms hebben hoge marges, weinig fysiek kapitaal per extra klant en sterke netwerkeffecten. Daar past een hogere waardering bij dan bij een index die vooral uit banken, oliebedrijven en fabrikanten bestaat.


Het tegenargument is minstens zo sterk. Hoge marges trekken concurrentie en politieke aandacht. AI vraagt bovendien enorme investeringen in chips, datacenters en energie. Een deel van de huidige winstkwaliteit kan dus veranderen in kapitaalintensieve groei. Als vrije kasstroom achterblijft bij de boekhoudkundige winst, is 25,2 keer winst ineens minder comfortabel.


Koersrendement is maar de helft van het verhaal

Voor VUSA moeten vier bewegingen uit elkaar worden gehouden. De eerste is de winstgroei van de ondernemingen. De tweede is de waardering die beleggers op die winst plakken. De derde is het dividend. De vierde is de dollar tegenover de euro.


Een jaar met 7 procent hogere aandelenkoersen in dollars, 1 procent dividend en een 5 procent zwakkere dollar levert geen 8 procent op in euro. Door het valuta-effect blijft in het rekenvoorbeeld grofweg 2,6 procent over. Beweegt de dollar juist 5 procent mee, dan komt het totaal boven 13 procent uit. Valuta voorspellen is lastig, maar negeren maakt de verwachting niet beter.



Bij een lange horizon kan de dollar heen en weer bewegen zonder het eindresultaat volledig te bepalen. Toch kan valuta jarenlang tegenzitten. De keuze om wel of niet af te dekken is daarom geen detail. VUSA dekt de dollar niet af. Dat houdt het fonds goedkoop en eenvoudig, maar laat de belegger het volledige valutarisico dragen.


Dividend vraagt ook aandacht. Omdat VUSA uitkeert, moet een belegger die wil herbeleggen dat zelf doen. Bij een kleine positie kunnen transactiekosten of minimale ordergroottes de herbelegging vertragen. Wie automatisch wil herbeleggen, kan een accumulerende S&P 500-shareclass overwegen, maar moet dan opnieuw ISIN, beurslijn, kosten en fiscale behandeling controleren. De naam van de index alleen is niet genoeg.


Wat moet VUSA waarmaken vanaf €128,30?

Reverse waardering begint niet met een koersdoel, maar met de vraag welke winstgroei nodig is voor het gewenste rendement. Bij een totaalrendement van 8 procent per jaar, ongeveer 1 procent dividend en een eindwaardering van 22 keer winst moet de onderliggende winst in ons model stevig groeien. Blijft de waardering op 25,2 keer staan, dan wordt de lat lager. Daalt de multiple naar 18, dan gaat de vereiste winstgroei snel omhoog.



Dit is precies waarom een brede ETF nog steeds een waarderingsbeslissing is. Je hoeft niet te kiezen welke onderneming wint, maar je kiest wel hoeveel je vandaag voor de gezamenlijke winst betaalt. Het middenpad veronderstelt dat Amerikaanse ondernemingen de winst blijven laten groeien en dat de waardering slechts beperkt daalt. In het bear-scenario vallen winstgroei, multiple en dollar tegelijk tegen. Het gunstige pad vraagt aanhoudend sterke winsten en een dollar die een Europese belegger niet tegenwerkt.



De tabel toont mogelijke koersen in september 2027, 2028 en 2029. Dividend staat er bewust niet in. Bij het middenpad kan een belegger jaarlijks ongeveer 1 procent uitkering toevoegen aan het koersrendement, vóór belasting en kosten van herbeleggen. De bedragen zijn scenario’s, geen voorspellingen. Een recessie, renteverandering of snelle valutabeweging kan de uitkomst gemakkelijk buiten deze band brengen.


Het sterkste tegenargument

Tegen de voorzichtige waarderingsblik staat een eenvoudige observatie: beleggers die jarenlang wachtten op een veel lagere S&P 500-waardering misten vaak winstgroei, innovatie en dividend. De beste Amerikaanse bedrijven bleken in staat om prijsverhogingen, schaal en nieuwe producten om te zetten in hogere kasstromen. Een dure index kan daardoor toch een goede belegging zijn.


Dat argument verdient respect. Timing op basis van één koers-winstverhouding werkt slecht. Bovendien is de gemelde P/E een momentopname. Als winsten sneller groeien dan verwacht, daalt de waardering vanzelf zonder dat de koers hoeft te zakken. Periodiek beleggen vermindert het risico dat al het geld precies op een dure dag wordt ingezet.


Toch maakt gespreid kopen de prijs niet irrelevant. Wie bij 25,2 keer winst instapt, moet accepteren dat een deel van het toekomstige rendement al naar voren is gehaald. De kans op een aangenaam resultaat blijft groot wanneer winsten doorgroeien, maar de buffer tegen teleurstellingen is kleiner.


Waar we vooral op letten

De belangrijkste cijfers zijn niet de dagelijkse fondsinstroom of een paar basispunten prijsverschil. We kijken naar winstgroei van de index, de ontwikkeling van de waardering, de dollar en de totale uitkering per aandeel. Ook de verhouding tussen boekhoudkundige winst en vrije kasstroom bij de grootste posities wordt belangrijker nu AI-investeringen oplopen.


VUSA blijft een sterke bouwsteen voor wie brede Amerikaanse blootstelling zoekt en dividend wil ontvangen. Het fonds is transparant, liquide en goedkoop. Maar bij €128,30 koopt een belegger geen neutrale toekomst. Hij koopt een index op 25,2 keer winst, met volledig dollarrisico en een uitkering die zelf moet worden herbelegd.


De kern is daarom eenvoudig. De kosten van 0,07 procent zijn aantrekkelijk, maar ze redden geen tegenvallende winstgroei of dalende waardering. Wie VUSA koopt, moet vooral vertrouwen hebben in de winstmachine achter de S&P 500 en bereid zijn om onderweg forse schommelingen in koers en valuta te verdragen.



 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page