top of page

Leverancierskrediet mag bij Ahold geen kasillusie worden

44 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

Ahold Delhaize noteerde op 2 oktober €31,50 in Amsterdam. Supermarkten ontvangen geld van klanten direct, maar betalen veel leveranciers later. Daardoor kan groei tijdelijk kas opleveren via negatief werkkapitaal. Die financiering is waardevol zolang voorraad snel draait, volumes gezond blijven en betaaltermijnen niet worden opgerekt om een zwakkere operatie te verbergen.


€31,50 voor Ahold lijkt een rustige waardering naast de spectaculaire technologieaandelen. De kasstroom van een supermarkt is echter minder eenvoudig dan omzet min kosten. Een klant rekent vandaag af. De leverancier krijgt vaak pas weken later betaald. In die tussentijd financiert de keten een deel van zijn winkels met geld dat economisch nog aan leveranciers toekomt. Dat is normaal en efficiënt, maar niet hetzelfde als structurele winst.



Negatief werkkapitaal is sterk zolang de winkel snel draait

Een supermarkt houdt voorraad aan, heeft beperkte handelsdebiteuren en vaak grotere leveranciersschulden. Wanneer de omloopsnelheid hoog is, wordt een product verkocht voordat de inkoopfactuur wordt betaald. Groei kan dan extra kas opleveren. Krimp werkt omgekeerd: minder nieuwe inkoop betekent minder nieuwe leveranciersschuld, terwijl oude facturen wel aflopen. De kasstroom kan dan dalen zonder dat de winst meteen even hard beweegt.


De eerste module combineert voorraad, debiteuren en leveranciersschulden. Bij €7 miljard voorraad, €3 miljard debiteuren en €12 miljard leveranciersschulden ontstaat €2 miljard netto leveranciersfinanciering. Een tijdelijke afbouw van 10% verlaagt die buffer. De bedragen zijn scenario’s, maar het mechanisme verklaart waarom een kasstroomjaar niet zonder meer mag worden vermenigvuldigd tot een waardering.



Eén week extra voorraad kan honderden miljoenen kosten

Voorraad is nodig om volle schappen te houden. Te veel voorraad legt kas vast en verhoogt bij vers voedsel het risico op bederf of korting. Te weinig voorraad kost omzet en klantvertrouwen. De financiële kwaliteit zit dus niet in het laagst mogelijke voorraadbedrag, maar in een stabiele beschikbaarheid met hoge omloopsnelheid.


Bij €95 miljard jaaromzet en 27% brutomarge ligt de jaarlijkse kostprijs rond €69 miljard. Zeven extra voorraaddagen leggen, na 60% leveranciersfinanciering, ongeveer €530 miljoen extra kas vast. Daar kunnen afprijzingen nog bovenop komen. Een kleine verslechtering in dagen heeft door de schaal van Ahold dus een zichtbaar effect.




De kwartaalcijfers tonen weerbaarheid en dunne marges

Ahold Delhaize publiceerde op 5 augustus de resultaten over het tweede kwartaal en handhaafde de jaarverwachting. De onderneming profiteerde van kostenbesparingen en marktaandeel, terwijl hogere energiekosten en terughoudende consumenten druk gaven. De Verenigde Staten vormen ongeveer 60% van de omzet. Daardoor werken dollar, Amerikaanse volumes en lokale prijsinvesteringen stevig door in de groepscijfers.


Een supermarkt hoeft geen hoge marge te hebben om een goed rendement op kapitaal te verdienen. Snelle voorraadrotatie en leveranciersfinanciering beperken het kapitaal in de operatie. De keerzijde is dat een kleine margedaling bij enorme omzet hard in de winst valt. Wie alleen naar vrije kas kijkt, mist dat een deel van die kas tijdelijk uit werkkapitaal kan komen.


Huismerken en retailmedia moeten echte marge toevoegen

Huismerken kunnen de prijs voor de klant verlagen en tegelijk de brutomarge ondersteunen, maar alleen wanneer kwaliteit en volumes goed zijn. Retailmedia verkoopt advertentieruimte en klantinzichten aan leveranciers en kan een hogere marge hebben dan boodschappen. Beide activiteiten bouwen voort op bestaande winkels en loyaliteitsdata. Zij zijn daarmee aantrekkelijker dan groei die veel nieuwe vierkante meters vraagt.


Het tegenargument is concurrentie. Prijsverschillen zijn zichtbaar en klanten kunnen snel wisselen. Een hogere retailmediamarge helpt weinig wanneer de winkel door te hoge prijzen verkeer verliest. Ahold moet daarom tegelijk betaalbaar blijven, leveranciersrelaties gezond houden en kosten besparen. Die balans is belangrijker dan één kwartaal met gunstige werkkapitaalinstroom.


De huidige koers vraagt een beheerste maar blijvende kasstroom

Met ongeveer 910 miljoen aandelen, een eindmultiple van 16 en 8% gewenst jaarrendement is in 2029 ongeveer €2,3 miljard vrije kasstroom nodig om €31,50 te dragen. Dat is haalbaar bij stabiele marges en inkoop, maar niet vanzelfsprekend wanneer volumes dalen of leveranciersvoorwaarden verslechteren.



Het model telt aandeleninkoop alleen via een lager aandelenaantal. De uitgegeven kas wordt niet nogmaals als rendement toegevoegd. Dividend is in de koersscenario’s evenmin apart opgeteld, zodat koersrendement en totaalrendement onderscheiden blijven. De kasdrempel moet na normale werkkapitaalbewegingen worden gehaald, niet door betaling van leveranciers steeds verder uit te stellen.


Drie paden scheiden winkelkwaliteit van financiële timing

Het bearscenario veronderstelt dalende volumes, tragere voorraad en minder gunstige leveranciersvoorwaarden. Het middenscenario gaat uit van stabiele volumes, kostenbesparing en inkoop die de kas per aandeel ondersteunt. Het gunstige scenario vraagt dat huismerken, retailmedia en goede omloopsnelheid samen de vrije kas verhogen.



De negen bedragen tonen mogelijke koersen in 2027, 2028 en 2029 en zijn geen koersdoelen. Dividend kan het totaalrendement verhogen, maar verandert de operationele kwaliteit niet. Voor beleggers zijn vergelijkbare omzet, operationele marge, voorraaddagen, leveranciersschulden en het aandelenaantal de beste gezamenlijke meetlat.


Ahold heeft een bedrijfsmodel dat weinig kapitaal kan vragen zolang goederen snel verkopen en leveranciers normaal meefinancieren. Bij €31,50 is de waardering verdedigbaar onder stabiele marges. De grens ligt waar werkkapitaal de kasstroom mooier maakt dan de winkeloperatie werkelijk is.


Seizoenen maken de vergelijking lastiger. Voor feestdagen kan voorraad oplopen en leveranciersschuld meestijgen. Na de verkoop draait dat terug. Een kwartaal met sterke kasinstroom hoeft geen nieuw structureel niveau te zijn. De zuiverste vergelijking kijkt naar dezelfde periode een jaar eerder en naar een voortschrijdend jaar. Dan worden promoties en betalingstiming minder snel aangezien voor blijvende verbetering.


Ook overnames en winkelverbouwingen vragen een aparte behandeling. Zij kunnen omzet en marktaandeel verhogen, maar kosten eerst kas en aandacht. De extra operationele kas moet uiteindelijk hoger zijn dan rente, integratiekosten en de gemiste opbrengst van aandeleninkoop. De enorme omzetschaal maakt kleine verbeteringen waardevol, maar maakt kleine fouten in marge of voorraad ook kostbaar.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.


Frans Muller, officiële Ahold Delhaize-archieffoto.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page