top of page

Bijna niemand kijkt naar de halfjaarlijkse herweging van de VanEck Quantum Computing ETF terwijl juist die bepaalt welke quantumwinnaars meetellen

1 uur geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

De VanEck Quantum Computing UCITS ETF geeft toegang tot een sector waarin veel belangrijke ondernemingen nog klein, verlieslatend of pas kort beursgenoteerd zijn. De index combineert pure quantumspelers met grote technologiebedrijven die veel patenten bezitten. Dat maakt de portefeuille stabieler, maar ook minder zuiver dan de naam op het etiket doet vermoeden.


Het accumulating fonds met ISIN IE0007Y8Y157 sloot op 25 september op €26,25 aan Xetra. VanEck meldde op die datum een NAV van $30,00, $924 miljoen fondsvermogen en 20,23 procent rendement sinds het begin van 2026. De TER is 0,55 procent.


De actuele vraag is hoe de halfjaarlijkse indexherweging werkt. Nieuwe beursnamen kunnen maanden buiten het fonds blijven, terwijl bestaande posities juist pas bij de review worden aangepast. Dat brengt discipline, maar ook timingrisico.



De index bepaalt wat quantum betekent

QUTM volgt de MarketVector Global Quantum Leaders Index. Die selecteert ondernemingen die primair met quantumcomputing bezig zijn of een sterke positie hebben in quantumgerelateerde patenten. Daardoor staan jonge specialisten naast IBM, Alphabet en andere grote technologiebedrijven.


Die combinatie heeft twee kanten. De pure plays bieden directe blootstelling aan hardware, software, netwerken en beveiliging. Hun omzet is vaak klein en hun waardering beweegt sterk op technische mijlpalen. De grote bedrijven hebben diepe balansen en kunnen jarenlang onderzoek financieren, maar quantum vormt slechts een klein deel van hun totale winst.


De index wordt halfjaarlijks opnieuw samengesteld en gewogen, in juni en december. Dat voorkomt dat een nieuw aandeel op de eerste beursdag tegen iedere prijs wordt gekocht. Het betekent ook dat een belangrijke nieuwkomer pas later meetelt.


Wachten kan beschermen en rendement kosten

VanEck wees er in juli op dat Infleqtion, Xanadu, Horizon Quantum en Creotech Quantum bij de juni-review waren toegevoegd. Quantinuum en IQM kwamen na de peildatum naar de beurs en zaten toen nog niet in het fonds. Zij worden eerst kandidaat voor een volgende beoordeling.


De eerste module laat het effect zien. Een aandeel dat vóór opname 30 procent stijgt, levert het fonds niets op. Pas het rendement na opname telt, vermenigvuldigd met het uiteindelijke gewicht. Bij 3 procent gewicht en 20 procent stijging na opname draagt het 0,6 procentpunt bij.



Dit is niet automatisch nadelig. Nieuwe technologieaandelen kunnen na hun beursgang ook scherp dalen. Een vaste reviewdatum voorkomt impulsief kopen en dwingt minimale regels af. De prijs is dat het fonds nooit precies de actuele lijst van veelbelovende quantumspelers bezit.


Hoeveel pure quantum koopt de belegger?

Het gewicht van pure plays bepaalt hoeveel het fonds werkelijk door de sector wordt gedreven. Een portefeuille met 25 procent specialisten en 75 procent brede technologie kan stabieler zijn, maar het rendement komt dan voor een groot deel uit chips, cloud en advertenties.


De tweede module laat die hefboom zien. Bij 28 procent pure plays, 30 procent rendement voor die groep en 8 procent voor brede technologie komt het fondsrendement uit op ruim 14 procent. De pure plays leveren ondanks hun minderheidsgewicht meer dan de helft van de beweging.



Dat werkt ook naar beneden. Veel quantumondernemingen maken verlies en financieren groei met nieuwe aandelen. Een technologische doorbraak kan hun koers verdubbelen, terwijl vertraging of een kapitaalronde een groot deel van de waarde kan wegvagen. De gediversifieerde bedrijven dempen dat risico, maar maken de blootstelling minder direct.



Herweging heeft meer kosten dan de TER

De TER van 0,55 procent is zichtbaar en voorspelbaar. Indexomzet is minder zichtbaar. Wanneer posities worden toegevoegd, verwijderd of teruggebracht, moet het fonds handelen. Bij liquide megacaps is dat goedkoop. Bij jonge quantumspelers kunnen spreads en koersimpact groter zijn.


De derde module combineert TER, jaarlijkse portefeuilleomzet en handelsfrictie. Bij 45 procent omzet en 0,35 procent frictie komt ongeveer 0,16 procent extra jaarlijkse drag boven op de TER. Over drie jaar is de gezamenlijke drag ruim 2 procent.



Dit is een gevoeligheidsanalyse en geen gemeten tracking difference van QUTM. Zij toont wel waarom een thematische ETF duurder kan uitvallen dan alleen het gepubliceerde kostenpercentage. Nieuwe beursnoteringen, kleine free floats en snelle herwegingen kunnen de uitvoering lastiger maken.


De accumulating shareclass herbelegt dividend. Bij deze portefeuille is dividend echter geen hoofdbron van rendement. De uitkomst hangt vooral af van waardering, kapitaalrondes en de snelheid waarmee wetenschappelijke vooruitgang commerciële omzet wordt.


Een bredere beurssector helpt het fonds

Het beursuniversum voor quantum werd in 2026 groter. Dat is positief omdat de index meer keuze krijgt uit gespecialiseerde bedrijven. Diversificatie binnen pure plays wordt dan mogelijk over verschillende technologieën: trapped ions, superconducting circuits, photonics, neutral atoms, software en beveiliging.


Meer beursnamen verhogen ook de concurrentie om kapitaal en klanten. Niet iedere technologie wordt een winnaar. Sommige bedrijven zullen hun roadmap missen, geld ophalen tegen lage koersen of worden overgenomen voordat zij winstgevend zijn.


Voor de indexaanbieder is patentbezit een meetbare manier om technologische relevantie vast te stellen. Patenten zijn echter geen omzet. Een groot patentportfolio kan waardevol zijn, maar zegt weinig over productkwaliteit, verkoopkracht en kasstroom.


Wat €26,25 van de NAV vraagt

De reverse valuation vertrekt vanuit de huidige koers. Bij 10 procent gewenst jaarlijks koersrendement moet €26,25 in september 2029 ongeveer €34,94 worden. Met een cumulatief 5 procent zwakkere dollar, 0,55 procent jaarlijkse TER en een waarderingslek door verwatering bij pure plays is een NAV-groei van ongeveer 14 procent per jaar nodig.



De vereiste groei daalt wanneer de dollar sterker wordt of wanneer pure plays minder verwateren. Zij stijgt bij een hogere rendementseis. De berekening gebruikt de fonds-NAV en niet de winst van één onderneming, omdat QUTM tientallen verschillende verdienmodellen bevat.


De belegger moet daarom twee analyses tegelijk maken. De eerste gaat over quantum als technologie: worden de systemen betrouwbaarder en commercieel bruikbaar? De tweede gaat over de index: welke bedrijven worden wanneer opgenomen, tegen welk gewicht en tegen welke handelskosten?


Waarom de optimist vertrouwen houdt

Quantumcomputing ontwikkelt zich van een smalle private markt naar een zichtbaarder beurssegment. Nieuwe noteringen geven beleggers toegang tot verschillende technologieën en geografische regio's. Openbare bedrijven moeten bovendien meer financiële informatie delen.


De grote technologiebedrijven kunnen onderzoek financieren zonder afhankelijk te zijn van één kapitaalronde. Pure plays bieden juist directe gevoeligheid voor doorbraken. De combinatie kan een redelijke manier zijn om niet één technische architectuur te hoeven kiezen.


Halfjaarlijkse herweging brengt rust in een zeer volatiele sector. Het fonds koopt niet automatisch iedere beursintroductie. Dat kan beschermen tegen de hoogste waarderingen rond een debuut.


Waar het mis kan gaan

Het eerste risico is dat de technologie langer nodig heeft dan de markt verwacht. Veel pure plays verbranden dan jarenlang kas en geven nieuwe aandelen uit. Het tweede is indexvervuiling: grote technologiebedrijven bepalen het rendement terwijl quantum nauwelijks aan hun winst bijdraagt.


Het derde risico is timing. Een winnaar kan vóór opname sterk stijgen; een verliezer kan tot de volgende review blijven zitten. Het vierde is liquiditeit. Kleine aandelen kunnen bij een herweging tegen ongunstige prijzen worden verhandeld.


Valuta vormt een vijfde risico. De beurslijn noteert in euro, maar de shareclass en veel onderliggende aandelen zijn dollargerelateerd. Een zwakkere dollar verlaagt het euroresultaat.


Drie koerspaden voor 2027, 2028 en 2029

Het bear-scenario gebruikt NAV-factoren van 0,70, 0,58 en 0,50, met een geleidelijk zwakkere dollar. De mogelijke koersen zijn ongeveer €18,30 in 2027, €14,70 in 2028 en €12,30 in 2029. Dit past bij kapitaalrondes, uitgestelde roadmaps en multiplekrimp.


Het middenscenario gebruikt NAV-factoren van 1,08, 1,25 en 1,45 met een stabiele dollar. De koersen zijn ongeveer €28,20, €32,50 en €37,40. Dat vraagt voortgang zonder dat iedere pure play een winnaar hoeft te worden.


Het gunstige scenario gebruikt NAV-factoren van 1,32, 1,70 en 2,20 en een sterkere dollar. De mogelijke koersen zijn circa €35,30, €46,90 en €62,60. Daarvoor moeten meerdere technologieën commerciële tractie krijgen en moet verwatering beheersbaar blijven.



De scenario's tonen koersrendement. Dividend wordt in de accumulating NAV herbelegd. De uitkomsten zijn geen koersdoelen, maar gevolgen van expliciete NAV- en valuta-aannames.


QUTM is aantrekkelijk voor wie wel in het thema gelooft maar geen enkele winnaar wil aanwijzen. De index lost die keuze echter niet volledig op. Zij bepaalt welke vorm van quantum de belegger bezit en wanneer nieuwe namen meetellen. Bij €26,25 is de selectie- en herwegingsmethode daarom net zo belangrijk als de technologie zelf.


Foto: Martijn Rozemuller van VanEck Europe, archieffoto.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 171:21:47

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page