Achter de 504 aandelen in de iShares Core S&P 500 UCITS ETF schuilt een kopgroep van tien die de waardering bepaalt
In het kort
De iShares Core S&P 500 UCITS ETF bezit 504 aandelen en geldt terecht als een brede basisbelegging in grote Amerikaanse ondernemingen. Toch zat volgens het BlackRock-factsheet van augustus 37,75 procent van de portefeuille in de tien grootste posities. NVIDIA en Apple waren samen al goed voor bijna 15 procent. Breedte in aantal namen is dus niet hetzelfde als een gelijkmatige verdeling van risico.
De accumulating shareclass met ISIN IE00B5BMR087 noteerde op 25 september op €708,58 aan Euronext Amsterdam. Het fonds is in Ierland gevestigd, repliceert fysiek, herbelegt dividend en heeft een TER van 0,07 procent. De onderliggende portefeuille stond eind augustus op 30,35 keer de verwachte winst.
De kernvraag is niet of CSPX goedkoop en efficiënt een index volgt. Dat doet het. De vraag is hoeveel winstgroei de grootste ondernemingen moeten leveren om de waardering van de hele index te dragen.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Vijfhonderd namen, maar geen gelijk gewicht
Een marktgewogen index geeft de grootste beursbedrijven automatisch het grootste gewicht. Dat heeft een voordeel: winnaars groeien mee en zwakke bedrijven zakken vanzelf terug. Een belegger hoeft niet actief te bepalen welk aandeel de leider wordt.
Het nadeel is concentratie. Eind augustus woog NVIDIA 7,93 procent, Apple 7,06 procent en Microsoft 5,74 procent. Amazon, de twee aandelenklassen van Alphabet, Broadcom, Meta, Micron en Tesla brachten de top tien samen op 37,75 procent.
De eerste module laat zien wat dat betekent. Als de top tien 10 procent stijgt en de overige 494 aandelen 5 procent, komt het fonds op ongeveer 6,9 procent. Daalt de kopgroep 20 procent terwijl de rest vlak blijft, dan verliest de index ruim 7,5 procent.
Dat is geen fout in het product. Het is precies de methode van de S&P 500. De belegger moet alleen weten welke blootstelling wordt gekocht: niet een gemiddelde van vijfhonderd gelijke bedrijven, maar een marktportefeuille waarin succes zichzelf zwaarder maakt.
Winstbreedte is belangrijker dan koersbreedte
Concentratie wordt riskant wanneer de winstgroei ook bij een kleine groep zit. Dan hangt zowel de koers als de fundamentele prestatie aan dezelfde namen. Als de rest van de index stagneert, moeten de grootste bedrijven uitzonderlijk blijven groeien.
De tweede module berekent de gewogen winstgroei. Bij 12 procent winstgroei voor de top tien en 4 procent voor de rest komt de index op ongeveer 7 procent. Zonder groei bij de rest blijft maar 4,5 procent over.
De grote technologiebedrijven bezitten sterke balansen, schaal en veel terugkerende inkomsten. Dat maakt de concentratie minder kwetsbaar dan wanneer zij uit speculatieve bedrijven zonder winst zou bestaan. Tegelijk betalen beleggers hoge multiples voor die kwaliteit. Een kleine tegenvaller in cloudgroei, chips, advertenties of AI-investeringen kan daarom zwaar wegen.
Een breed herstel buiten de kopgroep zou de index gezonder maken. Banken, industrie, zorg en consumentengoederen hoeven de technologiebedrijven niet te verslaan. Het is al behulpzaam als hun winsten opnieuw groeien en de index niet uitsluitend op één verhaal rust.
De waardering geeft weinig ruimte voor stilstand
BlackRock meldde een P/E van 30,35. Dat is hoog voor een portefeuille met honderden volwassen bedrijven. Een hoge multiple kan gerechtvaardigd zijn door sterke marges, veel terugkerende omzet en snellere structurele groei. Zij vergroot wel het renterisico en de gevoeligheid voor teleurstelling.
De derde module combineert winstgroei, een eindmultiple en valuta. Bij 7 procent jaarlijkse winstgroei, een daling naar 27 keer winst en een 3 procent zwakkere dollar komt na drie jaar een modelkoers uit die nauwelijks boven de huidige koers ligt.
Dit model maakt ook duidelijk waarom koersrendement niet hetzelfde is als winstgroei. De winst kan stijgen terwijl de koers achterblijft als de multiple normaliseert. Omgekeerd kan een vlakke winst tijdelijk door een hogere waardering worden gemaskeerd.
De eurobelegger bezit ook dollars
De shareclass heeft dollars als basisvaluta en de Amsterdamse beurslijn noteert in euro. Die noteringsvaluta beschermt niet tegen dollarbewegingen. Als de onderliggende Amerikaanse aandelen gelijk blijven en de dollar 10 procent daalt tegenover de euro, daalt de euro-waarde ongeveer mee.
Valuta kan op korte termijn de hele winstgroei overstemmen. Op lange termijn is het effect complexer, omdat veel S&P 500-bedrijven wereldwijd omzet verdienen. Een zwakkere dollar kan hun buitenlandse omzet in dollars verhogen, terwijl de eurobelegger tegelijk een vertaaleffect ervaart.
De accumulating structuur herbelegt dividend in het fonds. Daardoor is het koerspad van CSPX dichter bij totaalrendement dan bij een losse prijsindex. Er wordt geen dividend uitgekeerd aan de belegger. Belasting en fondsfrictie zitten al in de NAV-ontwikkeling.
Wat €708,58 van de portefeuille vraagt
De reverse valuation rekent terug vanaf de huidige koers. Bij 8 procent gewenst jaarlijks koersrendement moet €708,58 in september 2029 ongeveer €892 worden. Als de eindmultiple daalt naar 27, de dollar cumulatief 5 procent verzwakt en de jaarlijkse fondsdrag 0,20 procent is, moet de onderliggende winst ongeveer 14 procent per jaar groeien.
Dat is veel hoger dan het historische gemiddelde van de brede Amerikaanse markt. Een eindmultiple van 30 verlaagt de vereiste winstgroei aanzienlijk. Een sterkere dollar helpt eveneens. De uitkomst is dus geen voorspelling, maar een kaart van de aannames die achter het gewenste rendement liggen.
De grootste tien ondernemingen zullen een groot deel van die winst moeten leveren. Juist daarom is het nuttig om naast indexwinst ook te kijken naar de winstbreedte. Als meer sectoren bijdragen, wordt de uitkomst minder afhankelijk van een klein aantal zeer dure aandelen.
Waarom de optimist vertrouwen houdt
De S&P 500 bevat veel van de winstgevendste ondernemingen ter wereld. Marktweging laat kapitaal automatisch naar bedrijven stromen die waarde opbouwen. De index vernieuwt bovendien: zwakke bedrijven verdwijnen en nieuwe leiders komen binnen.
CSPX biedt die blootstelling tegen 0,07 procent jaarlijkse kosten, met fysieke replicatie, grote schaal en een accumulating structuur. De shareclass had eind augustus ruim $156 miljard vermogen. Dat ondersteunt handel en operationele efficiëntie.
De grootste bedrijven zijn geen lege beloften. Zij beschikken over dominante platforms, sterke kasstromen en toegang tot kapitaal. Als AI-investeringen daadwerkelijk nieuwe omzet en productiviteit leveren, kan hun winst sneller groeien dan die van de rest van de markt.
Waar het mis kan gaan
Het eerste risico is multiplekrimp. Bij een P/E boven 30 kan zelfs redelijke winstgroei onvoldoende zijn voor een goed rendement. Het tweede is concentratie. Een probleem bij één megacap raakt de hele index.
Het derde risico is dat AI-investeringen eerst de kasstroom drukken en pas later omzet opleveren. Het vierde is valuta. Een zwakkere dollar kan een positief rendement in dollars verkleinen of omkeren voor de eurobelegger.
Ten slotte blijft de S&P 500 een Amerikaanse largecap-index. CSPX bevat geen kleine Amerikaanse bedrijven en geen rechtstreekse allocatie naar Europese of Aziatische ondernemingen. Wereldwijde omzet van de bedrijven vermindert dat verschil, maar heft het niet op.
Drie koerspaden voor 2027, 2028 en 2029
Het bear-scenario gebruikt lage winstgroei, dalende multiples van 27 naar 23 en een zwakkere dollar. De mogelijke septemberkoersen zijn ongeveer €593 in 2027, €538 in 2028 en €507 in 2029. Een beperkt dividendvoordeel zit via herbelegging in het fonds.
Het middenscenario gebruikt 7 procent winstgroei, multiples van 30, 29 en 28 en een vrijwel stabiele dollar. Dat geeft ongeveer €742, €823 en €919. Dit pad vraagt dat de winstgroei zich verbreedt en de waardering slechts geleidelijk normaliseert.
Het gunstige scenario gebruikt 10 tot 11 procent winstgroei, multiples rond 30 en een sterkere dollar. De mogelijke koersen zijn circa €800, €992 en €1.192. Daarvoor moeten de megacaps hun hoge marges houden en moet de rest van de index meedoen.
De exacte uitkomsten bewegen met de schuifregelaars. Het zijn scenario's, geen voorspellingen. De formule verwerkt winst, multiple, valuta en fondsdrag voor ieder jaar afzonderlijk.
CSPX blijft een efficiënt product voor wie grote Amerikaanse ondernemingen wil bezitten. De portefeuille is alleen minder gelijkmatig dan de naam S&P 500 suggereert. Bij €708,58 koopt de belegger niet slechts vijfhonderd bedrijven, maar vooral een kleine kopgroep met een hoge winstlat. De beste bescherming tegen teleurstelling is niet een lagere TER, maar bredere winstgroei.
Foto: Samara Cohen van BlackRock, archieffoto.






































































































































Opmerkingen