top of page

Voor de wereld-ETF van iShares weegt de dollar zwaarder dan de kosten

1 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

IWDA rekent 0,20% per jaar, herbelegt dividend en bezit ongeveer 1.250 aandelen uit ontwikkelde markten. De eenvoud en lage kosten zijn sterk. De onderliggende portefeuille is alleen niet goedkoop: BlackRock meldde per 30 september een koers-winstverhouding van 26,22 en 4,14 keer boekwaarde. Voor een eurobelegger komt daar een grote dollarblootstelling bij. De fondskosten zijn daardoor een kleine, zekere min; waardering en valuta zijn grotere, onzekere krachten.


De Amsterdamse beurslijn met ticker IWDA en ISIN IE00B4L5Y983 sloot op 2 oktober rond €129,91. De shareclass is in dollar genoteerd, accumulerend, in Ierland gevestigd en fysiek geoptimaliseerd. Dat laatste betekent dat het fonds de index zo nauwkeurig mogelijk volgt zonder noodzakelijk ieder aandeel exact in dezelfde verhouding te bezitten. De vergelijking gaat hier over de eurokoers op Euronext Amsterdam, niet over de andere beurslijnen van hetzelfde fonds.



Lage kosten lossen een hoge waardering niet op

Een verschil van 0,10 procentpunt in fondskosten telt over tientallen jaren op. Toch kan een verandering van de gemiddelde koers-winstverhouding in één jaar vele malen groter zijn. Bij een startmultiple van 26,22 en een eindmultiple van 23 daalt de koers ten opzichte van de winst met ongeveer 12%. Die tegenwind kan drie jaar winstgroei gedeeltelijk opslokken.


Dat maakt de kosten relevant. Kosten zijn vrijwel zeker en komen ieder jaar terug. Waarderingsverandering is onzeker en kan beide kanten op. Een verstandige analyse zet ze naast elkaar in plaats van te doen alsof het ene het andere vervangt.



De module laat zien dat 8% brutorendement, 0,20% fondskosten en 1,5% jaarlijkse waarderingskrimp samen ongeveer 6,3% netto opleveren vóór belastingen en transactiekosten. De conclusie is eenvoudig: de fee is beheersbaar, maar de prijs die voor de onderliggende winsten wordt betaald bepaalt een veel groter deel van de komende drie jaar.


De dollar is blootstelling, geen keuze van beursmunt

IWDA noteert in Amsterdam in euro. Toch verdienen veel onderliggende ondernemingen en noteren veel aandelen in dollars. De europrijs van de ETF vertaalt die waarden dagelijks. Een sterkere dollar verhoogt, alles verder gelijk, de eurotegenwaarde. Een zwakkere dollar verlaagt haar.


De shareclass is niet naar euro afgedekt. Dat scheelt hedgingkosten en voorkomt dat een maandelijkse afdekking rendement vervormt, maar de belegger accepteert valutabeweging. Op lange termijn kan omzet van multinationals verschillende valuta bevatten, zodat de economische blootstelling niet exact gelijk is aan het land van notering. Op korte termijn blijft de dollar een krachtige factor.



Bij 70% dollarblootstelling en 10% daling van de dollar tegenover de euro ontstaat ongeveer 7 procentpunt valutategenwind. Een goed aandelenjaar van 7% kan dan bijna volledig verdwijnen in euro. Andersom kan een sterke dollar een matig aandelenjaar ondersteunen. Dat is geen reden om valuta te voorspellen, wel om rendementen in de juiste munt te lezen.


Wat IWDA wel en niet bevat

De MSCI World Index omvat ontwikkelde markten. Opkomende landen ontbreken. Daar ging het eerder al over; voor de huidige waardering is vooral relevant dat de ontwikkelde portefeuille zwaar leunt op grote ondernemingen die tegen hoge multiples noteren. De 1.250 posities verminderen individueel bedrijfsrisico, maar een gezamenlijke daling van technologie- en groeimultiples raakt nog steeds een groot deel van het fonds.


BlackRock meldde over de vijf jaar tot medio 2026 een gemiddeld jaarlijks rendement van 11,27% in dollar, tegenover 11,21% voor de benchmark. Securities lending droeg over het halfjaar tot juni 0,02% bij. Dat helpt trackingkosten te compenseren, maar is te klein om het verwachte rendement fundamenteel te veranderen. Het verleden laat zien dat de uitvoering efficiënt is; het voorspelt niet hoeveel winstgroei de markt nu biedt.


De omgekeerde som bij €129,91

Bij 8% gewenst jaarlijks totaalrendement, 1,7% dividendrendement, 0,20% kosten en 1,5% jaarlijkse multiplekrimp is ongeveer 8% winstgroei per jaar nodig. De precieze dividendbasis varieert met de portefeuille en wordt in de accumulerende shareclass herbelegd. De berekening gebruikt dividend als economische opbrengst, niet als kasbetaling aan de houder.



Wanneer de waardering stabiel blijft, daalt de benodigde winstgroei naar ongeveer 6,5%. Dat ligt dichter bij nominale wereldgroei plus margestijging. Wanneer de multiple sneller daalt, moet winstgroei het verschil opvangen. Dit is waarom een kwalitatieve portefeuille toch een matig beursrendement kan geven na een dure instap.


Drie mogelijke koerspaden

In het bearscenario daalt de ontwikkelde-wereldmultiple, verzwakt de dollar en blijft winstgroei achter. Mogelijke koersen zijn €111, €103 en €99 aan het einde van 2027, 2028 en 2029. In het middenpad groeit de winst 6% tot 7%, blijven kosten laag en normaliseert de waardering langzaam. Dan volgen €138, €148 en €159.


Het gunstige scenario veronderstelt dat winstgroei verbreedt buiten de grootste technologiebedrijven en de dollar per saldo neutraal blijft. Mogelijke koersen zijn €151, €171 en €194.



Deze koersen zijn scenario's en geen koersdoelen. Omdat IWDA accumuleert, zit herbelegd dividend in de koersontwikkeling van het fonds. De scenario's onderscheiden koersrendement en totaalrendement daarom niet via een losse uitbetaling; het dividend werkt door in de intrinsieke waarde.


Waarom het fonds toch aantrekkelijk kan blijven

Het sterkste argument voor IWDA is gedragsmatig en operationeel. Eén liquide ETF, een lange staat van dienst en lage kosten maken het makkelijker om consequent te beleggen dan een voortdurend wisselende selectie van regio's en aandelen. Die eenvoud kan meer waard zijn dan een theoretisch paar basispunten voordeel elders.


De keerzijde is dat eenvoud niet mag worden verward met een gegarandeerd hoog rendement. Bij 26,22 keer winst wordt een deel van toekomstig succes al betaald. De komende jaren moeten de ondernemingswinsten stijgen en moet de dollar niet te veel tegenwerken om de historische dubbelcijferige rendementen te benaderen.


Lees ook: Tussen deze twee aandelen is het grootste bedrijf niet vanzelf het beste aandeel, over waarom kwaliteit en waardering apart moeten worden onderzocht.


IWDA blijft een efficiënte bouwsteen voor ontwikkelde markten. Op €129,91 is de belangrijkste vraag niet of 0,20% laag is, maar of ongeveer 8% winstgroei en een redelijke valuta-uitkomst samen haalbaar zijn.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page