top of page

Staar je niet blind op de rente van Rabobank Certificaten

60 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

Rabobank is van plan over de periode van 30 september tot en met 29 december 2026 €0,40625 per certificaat uit te keren. Op de nominale waarde van €25 is dat 6,5% op jaarbasis. Beleggers kopen echter niet altijd op 100%. Bij de schone slotkoers van 108,2% op 5 oktober 2026 bedraagt de cashprijs €27,05 en ligt het lopende kasrendement rond 6,0%.


Dat rendement is geen depositogarantie en ook geen gewone obligatiecoupon. Rabobank Certificaten zijn eeuwigdurend, zeer achtergesteld en tellen mee als CET1-kapitaal. De vergoeding is volledig discretionair. Rabobank mag haar overslaan, en bij ernstige verliezen kan de belegger kapitaal verliezen. De correcte waarderingsvraag is daarom niet welke koers-winstverhouding past, maar welke yield en risicospread de markt eist.



Eerst de exacte beurslijn

Het instrument heeft ISIN XS1002121454, een nominale waarde van €25 en handelt op Euronext Amsterdam in een schone notering. Schoon betekent dat de opgebouwde vergoeding niet in de weergegeven koers zit. Bij afrekening kan accrued interest, de sinds de vorige betaaldatum opgebouwde vergoeding, apart meetellen volgens de beursconventie.


Rabobank rapporteert 313.005.461 uitgegeven certificaten, waarvan 36.652.880 door de bank zelf worden gehouden. De uitstaande nominale waarde is circa €7,8 miljard. De certificaten hebben geen vaste einddatum. Daardoor lijken ze in waardering meer op een perpetuele risicodragende lening dan op een aandeel of een deposito.



Waarom €0,40625?

Rabobank gebruikt een formule die de vergoeding koppelt aan een referentielening, maar hanteert ook een minimum van €0,40625 per kwartaal zolang de bank die betaling voornemens is. Voor de referentieperiode van 26 juni tot en met 25 september 2026 bedroeg het gemiddelde effectieve rendement van de referentielening 3,31%. De formule zou €0,30063 opleveren. Omdat €0,40625 hoger was, kondigde Rabobank het hogere bedrag aan.


De voorgenomen betaaldatum is 29 december 2026. Het woord voorgenomen is belangrijk. Het bestuur beslist en toezichthouders kunnen beperkingen opleggen. Een belegger ontvangt dus geen juridisch identieke vaste coupon zoals bij een senior obligatie.



Onze uitleg over staatsobligaties laat zien hoe looptijd, rente en kredietrisico samen de prijs bepalen. Het artikel over de ECB en de rente helpt bij de risicovrije basis. Rabobank Certificaten vragen daarboven een ruime spread voor eeuwigdurend, achtergesteld en discretionair risico.


De balans is sterk, maar niet risicoloos

Rabobank rapporteerde over het eerste halfjaar van 2026 een nettowinst van €2,69 miljard en een CET1-ratio van 20,2%. CET1 is het kapitaal dat als eerste verliezen opvangt. Een hoge ratio geeft ruimte, maar verandert het karakter van de certificaten niet: juist omdat zij tot dit kapitaal behoren, dragen certificaathouders risico wanneer de buffer onder druk komt.


De bijzondere waardeverminderingen op leningen liepen op tot €562 miljoen, tegen €136 miljoen een jaar eerder. Dat hoeft geen crisis te betekenen, maar het laat zien dat kredietkosten snel kunnen veranderen. Tegelijk groeiden de leningen met €16,9 miljard en de deposito's met €11,5 miljard. Groei levert rente-inkomsten op, maar vergroot ook de kredietblootstelling.


Reverse pricing vanuit yield en spread

Bij een eeuwigdurende kasstroom kan een eenvoudige waarderingsproxy worden gebruikt: jaarvergoeding gedeeld door vereiste yield. Met €1,625 per jaar en een vereiste yield van 6,0% komt de theoretische cashprijs uit op €27,08, of ongeveer 108,3% van nominaal. Dat ligt dicht bij de slotkoers van 108,2%.


De formule is bewust eenvoudig. Zij veronderstelt een blijvende vergoeding van €1,625, terwijl Rabobank die mag wijzigen of overslaan. Ook belastingen, opgebouwde vergoeding, liquiditeit en mogelijke regelgeving ontbreken. De module maakt vooral zichtbaar hoeveel de koers reageert op een halve procentpunt hogere of lagere vereiste yield.



Het positieve argument is dat 6% lopend rendement wordt ondersteund door een sterke kapitaalpositie en winstgevende bank. Het tegenargument is asymmetrisch: de jaarlijkse vergoeding is begrensd, terwijl de koers fors kan dalen wanneer rente, spread of zorgen over kapitaal oplopen.


Drie jaar, drie paden

In het bearscenario stijgen marktrente en risicospread, terwijl kredietverliezen oplopen. Zelfs wanneer Rabobank de €1,625 blijft betalen, passen mogelijke procentkoersen van 92, 86 en 88 voor 2027 tot en met 2029. Totaalrendement omvat dan wel ontvangen vergoedingen.


In het middenscenario blijft de vergoeding op jaarbasis €1,625 en beweegt de vereiste yield rond 6%. Mogelijke koersen worden 106, 109 en 111. De ontvangen uitkeringen vormen het grootste deel van het rendement.


In het gunstige scenario daalt de risicovrije rente en overtuigt de kapitaalpositie, waardoor de vereiste spread krimpt. Dan passen 114, 119 en 122. Een hogere koers verlaagt het lopende rendement voor een nieuwe koper.



Waar we nu op letten

De belangrijkste variabelen zijn CET1, kredietverliezen, winstcapaciteit, toezichthouders en de vereiste spread boven de risicovrije rente. Ook de schone koers moet steeds naast de opgebouwde vergoeding worden gelezen. Wie 108,2% ziet, betaalt in cash mogelijk iets anders op de afwikkeldatum.


Rabobank Certificaten kunnen aantrekkelijk zijn voor wie het eeuwigdurende en achtergestelde karakter begrijpt. De vergoeding van 6,5% op nominaal klinkt eenvoudig, maar de beleggingsuitkomst hangt af van de aankoopprijs en het risico dat de uitkering niet vanzelfsprekend is. Bij 108,2% koopt de belegger ongeveer 6,0% lopende cashyield en accepteert hij dat de koers bij een hogere vereiste yield snel kan dalen.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page