Niet dividend maar groei draagt de S&P 500-ETF van iShares
In het kort
In het kort: CSPX volgt de S&P 500, herbelegt ontvangen dividend en kost 0,07% per jaar. Die automatische herbelegging is prettig, maar bij een dividendrendement rond 1,1% komt het grootste deel van het verwachte rendement uit winstgroei, waardering en de dollar. Bij €737,59 is CSPX een efficiënte kern-ETF, geen goedkope garantie op een hoog rendement.
De iShares Core S&P 500 UCITS ETF USD (Acc) met ISIN IE00B5BMR087 biedt met één positie toegang tot vijfhonderd grote Amerikaanse bedrijven. De shareclass is accumulerend, wat betekent dat ontvangen dividend in het fonds blijft en opnieuw wordt belegd. Dat voorkomt een contante uitkering en maakt het samengestelde effect zichtbaar in de koers. De notering in Amsterdam rekende op 2 oktober €737,59. De onderliggende bedrijven rapporteren vooral in dollars, zodat de eurokoers ook zonder valutatransacties in het rendement terechtkomt.
Dividend helpt, maar winstgroei doet het zware werk
Een ETF-rendement bestaat grofweg uit winstgroei, dividend, verandering van de waardering en kosten. Bij een dividendrendement van circa 1,1% is de dividendbijdrage bescheiden. De TER van 0,07% haalt daar jaarlijks een klein stukje vanaf. Blijft de waardering gelijk, dan moet winstgroei dus het grootste deel van het gewenste rendement leveren. Daalt de gemiddelde koers-winstverhouding van de index, dan kan zelfs gezonde winstgroei tijdelijk onvoldoende zijn.
De accumulerende structuur verandert de economische bron niet. Het fonds creëert geen extra dividend; het herbelegt alleen wat de ondernemingen uitkeren. Dat is fiscaal en praktisch anders dan een uitkerende shareclass, maar de onderliggende opbrengst blijft dezelfde. Voor beleggers die het dividend niet nodig hebben, voorkomt dit dat geld werkloos op de rekening blijft staan. Voor wie inkomsten zoekt, is een uitkerende variant overzichtelijker.
De dollar is een stille tweede motor
CSPX is niet naar euro afgedekt. Een stijgende dollar versterkt het rendement in euro, terwijl een dalende dollar het dempt. Dat effect kan in een jaar groter zijn dan de TER over een heel decennium. Stel dat de S&P 500 8% stijgt in dollars en de dollar 6% verzwakt tegenover de euro. Na valuta en kosten blijft ongeveer 1,4% over. Bij een 6% sterkere dollar wordt hetzelfde aandelenrendement juist meer dan 14% in euro.
Valuta verandert niet de kwaliteit van Apple, Microsoft of andere indexbedrijven. Zij verandert wel wat een Europese belegger voor de dollarwinsten terugkrijgt. Op lange termijn kan dit heen en weer bewegen. Op een horizon van drie jaar is het effect echter te groot om weg te poetsen. Daarom is het verstandig koersrendement in euro en totaalrendement van de onderliggende portefeuille uit elkaar te houden.
Wat veronderstelt de huidige koers?
Een reverse valuation voor een ETF kijkt naar de onderliggende winst, niet naar de cashflow van de fondsbeheerder. Met een huidige portefeuillewaardering van ongeveer 29 keer winst, een eindmultiple van 24, 1,1% herbelegd dividend en 7% gewenst jaarrendement is ongeveer 13,6% winstgroei per jaar nodig. Dat is ambitieus voor een brede index. Als de eindmultiple op 29 blijft, daalt de vereiste winstgroei aanzienlijk. De uitkomst laat zien hoe sterk het rendement afhankelijk is van waarderingsnormalisatie.
Het gunstige tegenargument is dat de S&P 500 niet statisch is. Zwakkere ondernemingen verdwijnen en nieuwe winnaars komen erbij. De index bezit bovendien bedrijven met hoge marges, internationale omzet en sterke balansen. Daardoor kan de winst per indexpunt sneller groeien dan die van een doorsnee economie. Toch blijft een hoge beginwaardering relevant. Indexvernieuwing beschermt niet tegen een brede daling van multiples.
Lees ook Bloom Energy gaat de S&P 500 in met miljarden aan koopdruk voor een uitleg van hoe indexopname en passieve kapitaalstromen elkaar beïnvloeden.
De risico’s zitten niet alleen in technologie
De grootste namen wegen zwaar, maar concentratie is niet het enige risico. De bredere risico’s zijn een dalende dollar, lagere winstmarges, hogere effectieve belastingen en een waardering die teruggaat naar een historisch bescheidener niveau. Ook tracking difference telt. Dat is het verschil tussen het indexrendement en het werkelijke fondsrendement na kosten, transacties en bronbelasting. Een TER van 0,07% is laag, maar niet het hele verschil.
Voor Nederlandse en Belgische beleggers is ook de handelsnotering van belang. De Amsterdamse koers is in euro, terwijl de fondsvaluta en veel onderliggende cashflows in dollar zijn. De europrijs verwijdert dus het valutarisico niet. De Ierse domiciliëring, accumulerende shareclass en fysieke replicatie horen bij de identificatie van dit specifieke fonds; een andere S&P 500-ETF kan fiscaal en operationeel anders uitpakken.
Drie koerspaden tot en met 2029
In het bear-scenario vertragen winsten en daalt de waardering. Mogelijke koersen zijn €610 in 2027, €580 in 2028 en €570 in 2029. In het middenscenario groeien winsten rond 7%, blijft dividend herbelegd en beweegt de multiple geleidelijk. Dan passen €785, €850 en €920. In het gunstige scenario combineren brede winstgroei en een stevige dollar zich met een hoge waardering. Dan zijn €880, €1.010 en €1.160 denkbaar.
CSPX blijft een efficiënte manier om Amerikaans ondernemerschap te bezitten. De lage kosten en automatische herbelegging zijn echte voordelen. De belangrijkste rekensom is alleen minder spectaculair: bij weinig dividend moeten winstgroei en waardering het meeste werk doen. Wie dat beseft, beoordeelt de ETF niet op het koersverleden, maar op de winsten die de onderliggende bedrijven vanaf deze prijs nog moeten leveren.


































































































































Opmerkingen