top of page

Meer opbrengst per stoel houdt luchtvaartmaatschappijen overeind

4 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen proberen hogere brandstofkosten met duurdere tickets op te vangen. Daardoor kan de omzet groeien terwijl de passagiersgroei beperkt blijft. Delta laat zien dat hogere prijzen niet alle kostendruk wegnemen. De houdbaarheid van deze strategie hangt af van capaciteit, prijsgevoeligheid en de bijdrage die per vlucht overblijft.


Een lege stoel is niet altijd een mislukking. Wanneer het alternatief een ticketprijs is die nauwelijks bijdraagt aan de kosten, kan een luchtvaartmaatschappij liever minder stoelen verkopen tegen een hoger gemiddeld tarief. Dat is een zakelijke keuze die voor reizigers als verslechterde betaalbaarheid voelt en voor beleggers soms als prijsdiscipline.


Reuters beschreef op 23 oktober hoe grote Amerikaanse maatschappijen hogere opbrengsten belangrijker maken dan maximale bezetting. De aanleiding is de hoge brandstofrekening. Het is geen bewijs dat zij ongevoelig zijn voor minder reizigers. Hun rekensom verschuift: wat levert de laatste verkochte stoel nog op en wat kost het om de vlucht überhaupt uit te voeren?



De gemiddelde ticketprijs vertelt maar een deel van het verhaal

Een vlucht heeft kosten die niet evenredig met het aantal passagiers bewegen. Het vliegtuig, de bemanning en een belangrijk deel van de brandstof blijven nodig wanneer enkele stoelen leeg zijn. Tegelijk kan een extra passagier voor aanvullende kosten zorgen, bijvoorbeeld afhandeling, catering en extra gewicht. De relevante bijdrage is daarom de ticketopbrengst na die vermijdbare kosten.


Neem een fictieve vlucht met 180 stoelen, 90% bezetting en een gemiddelde ticketopbrengst van €200. De ticketomzet is €32.400. Daalt de bezetting naar 85%, dan reizen 153 in plaats van 162 passagiers mee. Voor dezelfde omzet moet de gemiddelde opbrengst stijgen naar €211,76, een toename van 5,9%.



Dat is een omgekeerde opbrengstberekening, geen prijsadvies en geen gemiddelde van een bestaande maatschappij. Zij laat zien waarom een beperkte daling van het aantal reizigers samen kan gaan met hogere omzet. Voor een Nederlandse vakantieganger zit de andere kant in diezelfde som: de reizigers die wel boeken, dragen meer van de rekening.


De werkelijke mix is ingewikkelder. Een maatschappij verkoopt verschillende stoeltypen, extra diensten en tickets via meerdere kanalen. Zakelijke reizigers boeken anders dan vakantiegangers. Een hogere gemiddelde opbrengst kan daardoor ontstaan door prijsverhoging, een groter aandeel premiumstoelen of een andere verdeling van bestemmingen.


Delta laat zien dat omzetgroei de brandstofschok niet wegneemt

Delta rapporteerde op 9 oktober in zijn officiële kwartaalbericht $17,6 miljard aangepaste omzet en $1,72 aangepaste winst per aandeel. De omzet groeide ongeveer 16% bij vrijwel gelijkblijvende capaciteit. Voor heel 2026 verwachtte het bedrijf $5,10 tot $5,60 aangepaste winst per aandeel.


De belangrijkste boodschap is de combinatie van prijzen en kosten. Meer opbrengst per beschikbare stoel geeft ruimte om duurdere brandstof te betalen. Dat maakt die extra omzet niet waardeloos. Het betekent wel dat zij eerst een hogere rekening opvangt voordat zij extra winst voor de aandeelhouder wordt.


Reuters meldde bij de cijfers dat de brandstofdruk aanleiding was om de jaarverwachting te verlagen. Het optimisme over de vraag en de voorzichtigheid over winst kunnen dus allebei terecht zijn. De ene uitspraak gaat over klanten; de andere over wat van hun betalingen overblijft.



Ook bij vergelijkingen tussen maatschappijen is de maatstaf belangrijk. Omzet inclusief nevenactiviteiten is niet hetzelfde als passagiersomzet. Aangepaste cijfers sluiten bepaalde posten uit. Een belegger die marges naast elkaar legt, moet dezelfde definitie en hetzelfde tijdvak gebruiken. Anders kan een verschil in verslaggeving op een verschil in kwaliteit lijken.

Minder capaciteit werkt alleen zolang concurrenten niet uitbreiden

Het sterke argument voor de sector is dat hoge kosten extra capaciteit minder aantrekkelijk maken. Een nieuwe route moet genoeg opleveren om vliegtuig, personeel en operationele risico's te dragen. Als meerdere maatschappijen terughoudend worden, kan het aanbod beter aansluiten op de vraag en houden tarieven langer stand.


Die discipline is echter geen afspraak waarop een belegger kan rekenen. Iedere onderneming maakt haar eigen beslissing. Een concurrent met lagere kosten of nieuwe vliegtuigen kan juist marktaandeel willen winnen. Extra stoelen komen dan beschikbaar op het moment dat andere maatschappijen hoge tarieven nodig hebben.


De gevoeligheid werkt ook de andere kant op. Wanneer brandstof goedkoper wordt en ticketprijzen niet onmiddellijk even hard dalen, kan de winst snel verbeteren. De positieve beleggingsthese is daarom een combinatie van beheersbaar aanbod, aanhoudende vraag en lagere kosten. Alleen één van die drie aannemen is onvoldoende voor een betrouwbare winstverwachting.

De benodigde prijs hangt af van de bijdrage per vlucht

We breiden het fictieve voorbeeld uit met €30 variabele kosten per passagier en €26.000 vaste vluchtkosten. Bij 85% bezetting moet de gemiddelde ticketopbrengst €199,93 bedragen om operationeel quitte te spelen: €26.000 gedeeld door 153 passagiers, plus €30. Daarboven ontstaat in dit beperkte model bijdrage; rente, belasting en centrale kosten zijn nog niet afzonderlijk meegenomen.



Voor eind 2027, 2028 en 2029 houden we de vaste kosten bewust op €26.000 en de variabele kosten op €30. Het lage scenario gebruikt 80% bezetting en €200 opbrengst. Het midden gebruikt 85% en €220. Het hoge gebruikt 90% en €240. Jaarlijks resulteert dat per vergelijkbare vlucht in respectievelijk min €1.520, plus €3.070 en plus €8.020.



De identieke bedragen in de drie jaren zijn opzet. Er wordt geen automatische prijsstijging of efficiencywinst toegevoegd om de uitkomst mooier te maken. Het model laat zien hoeveel verschil de verhouding tussen bezetting en ticketprijs al veroorzaakt. Het is geen prognose voor Delta of een ander aandeel en kent geen beleggingswaarde aan een fictieve vloot toe.


Voor een aandeelhouder is de volgende toets daarom minder spectaculair dan de omzetkop. Houdt de bijdrage per stoel stand wanneer brandstof duur blijft, en blijft er na onderhoud, vlootinvesteringen en financiering geld over? De sector kan hogere tarieven nodig hebben en toch tegenvallende winst boeken. Een overtuigend herstel vraagt dat de prijsdiscipline ook buiten een periode van uitzonderlijke schaarste blijft werken.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 113:36:36

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page