Kapitaal begrenst hoeveel aandelen ING kan terugkopen
In het kort
1. ING meldde over het tweede kwartaal €2,919 miljard winst vóór belasting en een rendement op eigen vermogen van 17%.
2. De CET1-ratio bedroeg 13,1%, terwijl ING een aandeleninkoop van €1 miljard uitvoert en €0,40 interimdividend betaalt.
3. De kernvraag is hoeveel winst na kredietverliezen, groei en kapitaaleisen werkelijk per aandeel kan worden uitgekeerd.
Een bank kan veel winst maken en toch niet iedere euro teruggeven aan aandeelhouders. Toezichthouders eisen kapitaalbuffers, kredietgroei vraagt extra eigen vermogen en onverwachte verliezen moeten kunnen worden opgevangen. ING combineert sterke winstgevendheid met dividend en een aandeleninkoop. Dat is aantrekkelijk, zolang de CET1-ratio ruim genoeg blijft. Bij €31,48 draait de analyse daarom minder om één kwartaalwinst en meer om de hoeveelheid kapitaal die structureel boven de operationele en wettelijke behoefte uitkomt.
Hoe het verdienmodel werkt
ING verdient vooral aan het verschil tussen rente op leningen en de vergoeding op deposito’s. Daarnaast komen inkomsten uit betalingen, beleggen, transactiediensten en andere fees. Van die opbrengsten gaan personeel, technologie, toezicht, kredietverliezen en belasting af. De balans is het product: leningen leveren rente, deposito’s financieren ze. Daardoor zijn winst en risico met elkaar verbonden. Groei is waardevol wanneer de rente- en fee-inkomsten hoger zijn dan kredietverliezen en de extra kapitaalkosten.
De actuele cijfers
Over het tweede kwartaal van 2026 meldde ING €2,919 miljard winst vóór belasting, 23% meer dan een jaar eerder. Fee-inkomsten stegen 14% tot €1,278 miljard. De bank trok 377.000 primaire mobiele klanten aan, zag het kernkredietboek met €15,2 miljard groeien en deposito’s met €15,9 miljard. Het kwartaalrendement op eigen vermogen was 17% en de vierkwartaalmaatstaf 14,5%. De CET1-ratio kwam uit op 13,1%. ING verhoogde de verwachtingen voor 2026 en 2027 en kondigde €0,40 interimdividend aan.
De financiële hefboom
CET1 is het hardste eigen vermogen ten opzichte van risicogewogen activa. Bij 13,1% CET1, een operationeel doel van 12,5% en €330 miljard risicogewogen activa lijkt circa €2 miljard boven het doel beschikbaar. Dat bedrag is geen automatische uitkering. Groei, modelwijzigingen, buffers en toestemming van de toezichthouder kunnen het opeisen. Aandeleninkoop verhoogt de winst per aandeel doordat dezelfde winst over minder aandelen wordt verdeeld. Kredietverliezen kunnen dat voordeel snel terugnemen. De visualisaties leggen beide bewegingen naast elkaar.
Concurrentie en alternatieven
ING concurreert met Europese banken en digitale spelers op spaargeld, hypotheken, zakelijke kredieten en betaalrekeningen. De schaal en digitale infrastructuur zijn voordelen. Deposito’s zijn relatief stabiele financiering, maar klanten kunnen sneller van bank wisselen wanneer renteverschillen groot worden. Fee-inkomsten verminderen de afhankelijkheid van de rentemarge. Toch blijft de bank sterk gekoppeld aan economische groei, huizenmarkten en bedrijven. Een technologiebedrijf kan software verkopen zonder balansrisico; een bank moet voor iedere groei-euro ook risico en kapitaal beheren.
Welke cijfers vanaf hier tellen
Volg netto rente-inkomsten, fee-inkomsten, kosten, kredietverliesratio en CET1 samen. Kijk naar risicogewogen activa en niet alleen naar totale leningen. Een stijgende winst kan tijdelijk zijn wanneer voorzieningen laag zijn. Bij inkoop telt het werkelijk aantal gekochte en ingetrokken aandelen. ING meldde op 29 september opnieuw voortgang met het programma van €1 miljard. Verder is de aflossing van $1,5 miljard aan aanvullend tier-1-kapitaal relevant voor de financieringsmix, maar niet hetzelfde als gewone aandeleninkoop.
Operationele aannames en waarderingsaannames horen apart te blijven. Eerst komt de vraag hoeveel winst, kasstroom of uitkering haalbaar is. Daarna volgt de multiple of het vereiste rendement dat daarbij past. Wie beide stappen in één eindgetal stopt, ziet niet meer of het risico uit de onderneming, de sector of de betaalde prijs komt. De interactieve berekeningen laten daarom steeds de financiële motor en de waardering los van elkaar zien.
Het sterkste tegenargument
Het optimistische argument is dat ING structureel efficiënter en winstgevender is geworden. Meer mobiele primaire klanten leveren deposito’s, betalingen en kruisverkoop. Hogere fees maken de inkomstenmix stabieler. Een rendement op eigen vermogen boven 15% kan waarde creëren wanneer het vereiste rendement lager ligt. Regelmatige inkoop verhoogt het aandeel van iedere blijvende belegger. De keerzijde is dat banken op de piek van de kredietcyclus vaak het beste lijken. De kwaliteit blijkt pas wanneer werkloosheid en faillissementen oplopen.
De risico’s
Een snelle rentedaling kan de rentemarge drukken. Een recessie verhoogt kredietverliezen en verlaagt vraag naar leningen. Vastgoed en zakelijke kredieten kunnen concentratierisico geven. Strengere kapitaaleisen beperken uitkeringen. Cyberincidenten, witwascontroles en boetes kunnen kosten verhogen. Concurrentie om spaargeld maakt deposito’s duurder. Aandeleninkoop boven intrinsieke waarde kan kapitaal verspillen. Ten slotte kan de markt een lagere P/E betalen wanneer de huidige winst als bovengemiddeld cyclisch wordt gezien.
Wat moet de huidige prijs waarmaken?
Vanaf €31,48 en 8% gewenst jaarlijks rendement is in 2029 circa €39,65 nodig. Bij 10 keer winst vraagt dat €3,97 winst per aandeel. Vanuit een modelbasis van €2,60 is dat stevige groei. Een jaarlijkse daling van de aandelenbasis met 2% helpt, maar vervangt geen nettowinstgroei. Wanneer de bank tegen 11,5 keer winst gewaardeerd blijft, is minder winst nodig. Wanneer kredietverliezen oplopen en de multiple naar 8,5 zakt, wordt het lastig om vanaf de huidige prijs een aantrekkelijk rendement te halen.
Koersscenario’s voor 2027, 2028 en 2029
Het bearscenario gebruikt winst per aandeel van €2,15, €2,05 en €2,10 met multiples 9, 8,5 en 8,5. Dat geeft €19,35, €17,43 en €17,85. Het middenpad gebruikt €2,65, €2,85 en €3,05 met 10,5 keer winst, goed voor €27,83, €29,93 en €32,03. Het gunstige pad gebruikt €3, €3,35 en €3,70 met 11,5 keer winst, wat €34,50, €38,53 en €42,55 oplevert. Dividend staat buiten deze koersen en verhoogt het totaalrendement wanneer het werkelijk wordt betaald.
De scenario’s zijn geen koersdoelen en krijgen geen bekende kans mee. Zij maken zichtbaar welke combinatie van groei, marge, rente, valuta en waardering nodig is. Nieuwe cijfers kunnen de basis veranderen. Dividend, aandeleninkoop, verwatering, kas en schuld worden eenmaal verwerkt en niet via meerdere routes opgeteld.
De uitkomsten zijn bovendien jaarultimo’s. Tussentijdse koersen kunnen veel harder bewegen, terwijl de onderneming operationeel minder verandert. De bandbreedte is daarom belangrijker dan een schijnbaar precies middengetal.
Wat telt vanaf hier?
ING laat sterke cijfers zien en geeft kapitaal terug. Rond €31,48 moet die winstgevendheid echter lang genoeg aanhouden om de hoge startprijs te dragen. De CET1-ratio is de grens tussen boekhoudkundige winst en werkelijk uitkeerbaar geld. Zolang kredietverliezen laag blijven, fees groeien en de buffer ruim is, kan inkoop waarde per aandeel toevoegen. Bij een zwakkere economie kan dezelfde balans sneller omslaan. Voor ING is kapitaaldiscipline daarom belangrijker dan de omvang van één terugkoopprogramma.
Foto: Steven van Rijswijk, CEO van ING, officieel archiefbeeld.






































































































































Opmerkingen