Greg Abel zet 20,6 miljard dollar Berkshire-kas aan het werk
In het kort
Berkshire Hathaway zette in 2026 9,4 miljard dollar in voor OxyChem, 6,8 miljard voor Taylor Morrison en 4,4 miljard voor eigen aandelen. Samen is dat 20,6 miljard dollar. De kasberg blijft met ongeveer 360 miljard dollar aan cash en kortlopende Amerikaanse staatsleningen enorm. Voor aandeelhouders telt daarom niet alleen hoeveel Greg Abel investeert, maar vooral welk rendement iedere ingezette dollar oplevert.
Berkshire is geen gewoon conglomeraat. Verzekeraars leveren premie-inkomsten en een grote float, de spoorweg en energiebedrijven vragen veel kapitaal, en de beursportefeuille bevat belangen die dagelijks in waarde bewegen. Daardoor zegt de gerapporteerde nettowinst in één kwartaal weinig over de onderliggende verdienkracht.
We rekenen hier met de verhandelbare B-klasse. Het aandeel noteerde op 7 oktober 2026 rond 505,36 dollar op de New York Stock Exchange. Eén A-aandeel vertegenwoordigt economisch 1.500 B-aandelen. De B-klasse is voor de meeste particuliere beleggers praktischer, maar de onderliggende economische onderneming is dezelfde.
Drie bestemmingen voor kapitaal
Berkshire rondde op 2 januari de overname van OxyChem af voor ongeveer 9,4 miljard dollar. Op 24 juli volgde Taylor Morrison voor ongeveer 6,8 miljard. In de eerste helft van 2026 kocht Berkshire daarnaast voor 4,4 miljard dollar eigen aandelen in.
OxyChem voegt industriële chemie toe aan een concern dat al veel energie- en infrastructuuractiviteiten bezit. Taylor Morrison brengt woningbouw en grondposities. Beide bedrijven zijn kapitaalintensiever en cyclischer dan een softwarebedrijf. Het rendement hangt af van grondstofprijzen, woningvraag, kosten en de discipline waarmee nieuw kapitaal wordt ingezet.
Aandeleninkoop werkt anders. Berkshire koopt dan een stukje van zichzelf, waardoor de resterende aandeelhouders een groter economisch belang krijgen. Dat creëert alleen waarde wanneer de inkoopprijs onder de intrinsieke waarde ligt. Intrinsieke waarde is de contante waarde van alle toekomstige kasstromen en kan niet exact worden waargenomen.
De som van 20,6 miljard dollar klinkt groot, maar vertegenwoordigt minder dan 6% van de kas en kortlopende staatsleningen. De echte uitdaging is schaal. Een investering van één miljard kan uitstekend renderen en toch nauwelijks zichtbaar zijn in de winst van Berkshire. Abel moet daarom grote transacties vinden zonder de prijsdiscipline los te laten.
Lees ook: Warren Buffett creëert een probleem van 348 miljard voor zijn opvolger beschrijft waarom een overvloed aan liquide middelen tegelijk veiligheid en rendementsdruk oplevert.
De kas is geen dood geld, maar wel een lage lat
In het kwartaalrapport over het tweede kwartaal stond ongeveer 360,0 miljard dollar aan cash en kortlopende Amerikaanse staatsleningen binnen verzekering en overige activiteiten. Dat vermogen levert rente op en biedt bescherming bij grote verzekeringsclaims of marktschokken. Het geeft Berkshire ook de mogelijkheid om snel te handelen wanneer anderen liquiditeit nodig hebben.
Toch heeft veiligheid een prijs. Wanneer kortlopende rente 3% oplevert en een goede overname 10% op geïnvesteerd kapitaal, kost iedere uitgestelde investering potentieel rendement. Daartegenover staat dat een te dure overname permanent waarde kan vernietigen. Niet investeren kan rationeel zijn wanneer prijzen hoog zijn.
De verzekeringsfloat bedroeg circa 177,5 miljard dollar en had een negatieve kostprijs. Float is geld dat verzekeraars ontvangen voordat claims worden betaald. Een negatieve kostprijs betekent dat de verzekeringstechnische activiteiten per saldo winst maken terwijl Berkshire dit geld tijdelijk kan beleggen. Dat is een uitzonderlijke financieringsbron, maar zij blijft afhankelijk van goede risicoselectie en voldoende reserves.
Wat zegt de aandeleninkoop?
Berkshire kocht in het tweede kwartaal B-aandelen in tegen gemiddelde prijzen van ongeveer 476,01 dollar in mei en 487,98 dollar in juni, naast aankopen van A-aandelen. De huidige koers ligt daarboven. Dat suggereert dat de inkoop tot dusver tegen een lagere prijs gebeurde, maar bewijst niet dat de aankoop onder intrinsieke waarde lag.
De toestemming voor inkoop vereist dat de CEO en voorzitter de prijs aantrekkelijk vinden en dat minstens 30 miljard dollar aan cash en staatsleningen overblijft. Met ongeveer 360 miljard dollar liquiditeit is die minimumgrens geen praktische beperking. De werkelijke grens is waardering. Berkshire moet ook rekening houden met toekomstige verzekeringsclaims, kapitaalbehoeften van energie en spoor, en grote overnamekansen.
Inkoop verhoogt de winst per aandeel wanneer het aantal aandelen daalt. Maar een belegger mag dit effect niet dubbel tellen door zowel een hogere totale winst als een lager aantal aandelen onafhankelijk volledig mee te nemen zonder hun samenhang te modelleren. De relevante vraag is hoeveel genormaliseerde winst en boekwaarde per resterend B-aandeel ontstaan.
Gerapporteerde winst vertekent
Berkshire rapporteerde in het tweede kwartaal 25,7 miljard dollar nettowinst. Daarin zat ongeveer 16,1 miljard dollar aan beleggingswinsten. Die winsten kunnen grotendeels ongerealiseerd zijn: de marktwaarde van beursbelangen steeg, maar er kwam niet noodzakelijk cash binnen. In een zwak beurskwartaal kan dezelfde regel een groot verlies tonen zonder dat de operationele bedrijven plotseling minder treinen rijden of verzekeringen verkopen.
Daarom is genormaliseerde eigenaarswinst nuttiger. Deze benadering kijkt naar operationele winst na belasting, plus economische afschrijvingen en noodzakelijke investeringen, zonder tijdelijke marktwaardeschommelingen. Ook die maatstaf is niet perfect. Bij kapitaalintensieve dochterbedrijven is het lastig om onderhoudsinvesteringen te scheiden van groei-investeringen.
De operationele kasstroom in de eerste helft van 2026 bedroeg 21,7 miljard dollar. Dat is stevig, maar moet worden gezien tegenover investeringen, verzekeringsverplichtingen en de omvang van de onderneming. De winst per B-aandeel van 11,91 dollar in het tweede kwartaal bevatte de genoemde beleggingswinsten en is dus geen eenvoudige basis voor een jaarlijkse koers-winstverhouding.
Reverse valuation bij 505,36 dollar
Een omgekeerde waardering kan wel een nuttige lat leggen. Bij 8% gewenst jaarlijks koersrendement en een eindmultiple van 18 moet Berkshire in 2029 ongeveer 35,3 dollar genormaliseerde eigenaarswinst per B-aandeel verdienen. Bij een eindmultiple van 15 stijgt de vereiste winst naar ongeveer 42,4 dollar.
Die winst kan groeien door hogere resultaten bij verzekeringen, spoor en energie, door rendement op de beursportefeuille, door nieuwe overnames en door aandeleninkoop. De kas levert intussen rente, maar dat rendement kan dalen wanneer de Amerikaanse centrale bank de korte rente verlaagt. Dan neemt de druk toe om kapitaal elders productief te maken.
Het sterkste argument vóór Berkshire is de combinatie van permanent kapitaal, gedecentraliseerd bestuur en de mogelijkheid om in crises groot te handelen. Het sterkste tegenargument is dat omvang en opvolging de historische rendementen moeilijker herhaalbaar maken. Abel kan tientallen miljarden goed inzetten en toch een lager procentueel effect bereiken dan Buffett decennia geleden met veel kleinere bedragen.
Drie mogelijke koerspaden
De scenario's tonen mogelijke jaareindekoersen voor de B-klasse in 2027, 2028 en 2029. Ze combineren genormaliseerde operationele groei, rendement op nieuwe investeringen, aandeleninkoop en een eindmultiple. Papieren beleggingswinsten worden niet als voorspelbare jaarlijkse bron behandeld. Het zijn geen koersdoelen of consensus.
In het bearscenario leveren nieuwe investeringen weinig extra rendement en daalt de waardering. Mogelijke koersen zijn 442, 432 en 420 dollar. Het middenpad veronderstelt dat overnames, operationele groei en inkoop de winst per aandeel verhogen: 522, 576 en 630 dollar. Het gunstige scenario vraagt meerdere grote transacties met bovengemiddeld rendement en komt op 589, 684 en 840 dollar.
De eerste kapitaalstappen onder Abel zijn zichtbaar, maar 20,6 miljard dollar is nog geen oplossing voor een kas van 360 miljard. Het positieve signaal is dat Berkshire drie verschillende routes gebruikt. De beslissende test volgt later: blijken OxyChem en Taylor Morrison goede bedrijven tegen goede prijzen, en bleef de inkoopprijs werkelijk onder de waarde per aandeel? Tempo is interessant. Rendement bepaalt de uitkomst.





































































































































Opmerkingen