top of page

Het monopolie van ASML kost elk jaar miljarden

21 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

ASML verkoopt machines die vrijwel niemand anders kan bouwen. Die voorsprong is geen gratis bezit. Het bedrijf moet ieder jaar miljarden uitgeven aan onderzoek, prototypes, leveranciers en gespecialiseerde mensen om EUV, High-NA en oudere platforms vooruit te blijven brengen. Bij 1.603,40 euro op Euronext Amsterdam op 7 oktober koopt een belegger daarom niet alleen een orderboek. Hij betaalt voor het vermogen om onderzoek om te zetten in producten met hoge prijzen, hoge beschikbaarheid en een blijvend sterke brutomarge.


De Amsterdamse lijn ASML.AS noteert in euro en heeft ISIN NL0010273215. De koers op de De Belegger-pagina was vijftien minuten vertraagd. ASML publiceert op 14 oktober de cijfers over het derde kwartaal. De publicatie over het tweede kwartaal gaf voor 2026 43 tot 45 miljard euro omzet en 54 tot 56 procent brutomarge als doel. Voor de huidige invalshoek is vooral belangrijk hoeveel van die brutowinst na onderzoek overblijft.



Onderzoek is tegelijk kostenpost en toegangsbarrière

R&D staat in de winst-en-verliesrekening als kosten. Economisch bouwt een deel daarvan aan toekomstige machines en upgrades. Het onderscheid is belangrijk. Minder onderzoek kan de winst van vandaag verhogen, maar de technische voorsprong van morgen beschadigen. Meer onderzoek is alleen waardevol wanneer het leidt tot betere lithografie, hogere doorvoer, minder stilstand of nieuwe serviceomzet.



De R&D-brug laat zien hoeveel operationele winst overblijft bij verschillende onderzoeksniveaus en brutomarges. Zij gebruikt een modelbedrag, geen nieuwe bedrijfsprognose. Een procentpunt brutomarge op 44 miljard euro omzet is 440 miljoen euro. Dat maakt duidelijk waarom productkwaliteit en leverancierskosten net zo belangrijk zijn als het totale onderzoeksbudget.


De sterkste tegenwerping is dat een onderneming met een bijna unieke positie juist meer kan uitgeven zonder dat de klant vertrekt. Dat klopt zolang de innovatie relevant is. Chipmakers kopen geen onderzoeksprestige; zij kopen lagere kosten per goede wafer. Een technisch betere machine die te langzaam is, te vaak stilvalt of te veel maskerstappen vraagt, kan economisch minder aantrekkelijk zijn dan de brochure suggereert.


De opbrengst verschijnt in meer dan één regel

Een geslaagd onderzoeksprogramma kan via drie routes verdienen. De verkoopprijs van een nieuw systeem stijgt. Een grotere geïnstalleerde basis levert service en onderdelen. En betere prestaties maken upgrades aantrekkelijk. Daardoor kan een euro onderzoek meerdere jaren omzet ondersteunen. Maar timing blijft onzeker: ontwikkelkosten komen vroeg, klantacceptatie en serviceopbrengsten later.



De terugverdienmodule verbindt ontwikkelkosten aan systemen, brutowinst per systeem en latere service. Dit is geen projectboekhouding van ASML. Het is een manier om te zien waarom een extreem dure technologie toch aantrekkelijk kan zijn wanneer iedere geplaatste machine lang inkomsten blijft leveren. Andersom kan een vertraagde adoptie de terugverdientijd snel verlengen.


Daar komt een tweede laag bij. ASML ontwikkelt niet in zijn eentje. Optiek, lichtbronnen, meetapparatuur en duizenden gespecialiseerde onderdelen komen uit een netwerk van leveranciers. Een onderzoeksdoorbraak moet dus ook industrieel schaalbaar worden. Wanneer een onderdeel te weinig wordt geleverd of alleen tegen een hogere prijs beschikbaar is, kan de technische winst alsnog in de brutomarge verdwijnen. De waarde van R&D blijkt daarom pas wanneer het hele netwerk dezelfde machine betrouwbaar en herhaalbaar kan bouwen.


In de analyse van High-NA en klanteconomie staat waarom de klant per wafer moet winnen. Het artikel over High-NA-acceptatie laat zien waarom technische levering nog geen volledige omzet is. Onderzoek zit vóór beide stappen: het bouwt de machine, maar de economische beloning volgt pas wanneer klanten accepteren, produceren en uitbreiden.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.


Wat moet 1.603,40 euro waarmaken?

Bij 1.603,40 euro, 8 procent gewenst koersrendement en 30 keer winst in 2029 is ongeveer 67,3 euro winst per aandeel nodig. De formule is de huidige koers maal drie jaar rendement, gedeeld door de eindmultiple. Die winst vraagt dat omzetgroei en brutomarge de hogere onderzoeks- en schaaluitgaven ruim compenseren.



Een eindmultiple van 25 keer verhoogt de vereiste winst fors. Een multiple van 35 keer verlaagt haar, maar maakt de uitkomst afhankelijker van marktsentiment. Ik tel nettokas, aandeleninkoop en winst niet dubbel. Inkoop helpt alleen via een lager verwaterd aandeelental. Onderzoek wordt niet opnieuw als een apart bezit bij de koers opgeteld; de opbrengst moet juist zichtbaar worden in toekomstige winst en kas.


Drie koerspaden rond de innovatiemotor

In het bear-scenario lopen ontwikkelkosten op, schuift klantacceptatie door en daalt de waardering. Mogelijke jaareindekoersen zijn 1.300 euro in 2027, 1.170 euro in 2028 en 1.080 euro in 2029. Het middenpad veronderstelt dat EUV en service de onderzoeksrekening dragen: 1.710, 1.880 en 2.060 euro. In het gunstige pad zetten High-NA, productiviteit en upgrades onderzoek om in extra marge: 1.930, 2.270 en 2.660 euro.



Dit zijn scenario's, geen voorspelling van de cijfers op 14 oktober. De waardering van ASML rust op technologische schaarste, maar die schaarste moet ieder jaar opnieuw worden onderhouden. Beleggers moeten daarom niet alleen orders en omzet volgen. Kijk ook naar brutomarge, onderzoekskosten, klantacceptatie en service per geïnstalleerde machine. Daar wordt zichtbaar of de miljarden voor innovatie werkelijk monopoliemarge blijven kopen.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page