top of page

De Defensie-Supercycle: Waarom de Rally in 2026 pas écht Begint

In het kort

  • Defensie-uitgaven stijgen wereldwijd structureel, waardoor defensiebedrijven profiteren van langdurige vraag, grotere orderboeken en meerjarige contracten.

  • In de VS blijven defensieaandelen sterk maar reageren ze minder explosief op nieuwe conflicten omdat veel groei al in de koersen is verwerkt.

  • Europa staat aan het begin van een defensie-investeringsgolf, waarbij bedrijven zoals Rheinmetall, Saab en Leonardo kunnen profiteren van hogere NAVO-budgetten en herbewapening.



Terwijl veel aandelenmarkten begin 2026 vooral zijwaarts bewegen, ontwikkelt zich in de defensiesector een compleet ander verhaal. In vrijwel alle grote economieën groeit het besef dat defensie-uitgaven structureel hoger zullen blijven dan in de decennia na de Koude Oorlog. Wat aanvankelijk begon als een reactie op geopolitieke spanningen, ontwikkelt zich inmiddels tot een fundamentele herwaardering van de gehele industrie. Voor beleggers verschuift de discussie daardoor van de vraag of defensiebedrijven profiteren naar de vraag hoe lang deze cyclus kan duren.


De stijging van defensieaandelen in de afgelopen jaren moet dan ook niet worden gezien als een tijdelijke geopolitieke reactie. In plaats daarvan lijkt de sector zich te bevinden in een nieuwe industriële fase waarin overheden opnieuw grote defensiebudgetten vrijmaken. Dat betekent meerjarige contracten, grotere orderboeken en een structureel hogere vraag naar wapensystemen, munitie en militaire technologie. Vooral de Verenigde Staten hebben deze beweging in gang gezet, maar Europa lijkt nu de volgende fase van de cyclus te betreden.


Amerika: Sterke trends, maar geen nieuwe oorlogsrally

De Verenigde Staten vormen nog steeds het centrum van de mondiale defensie-industrie. Grote bedrijven zoals Lockheed Martin, Northrop Grumman, RTX en General Dynamics domineren de sector en profiteren van de enorme Amerikaanse defensiebudgetten. De oorlog in Iran laat zien hoe groot de financiële schaal van moderne conflicten is geworden. Volgens schattingen kost het conflict de Verenigde Staten tot ongeveer één miljard dollar per dag, waardoor de totale kosten bij een langdurige oorlog kunnen oplopen tot tientallen of zelfs honderden miljarden dollars.


Een groot deel van dat geld stroomt uiteindelijk richting defensiebedrijven en technologieconcerns. Zij leveren munitie, raketsystemen, satellieten, vliegtuigen, radars en militaire diensten die essentieel zijn voor moderne oorlogsvoering. Toch reageert de beurs opvallend terughoudend op deze ontwikkeling. Waar in eerdere conflicten defensieaandelen vaak direct sterk stegen, blijven spectaculaire koerssprongen sinds de inval in Iran grotendeels uit.


Lockheed Martin, producent van onder meer het F-35 gevechtsvliegtuig en het HIMARS-raketsysteem, noteerde vlak voor de aanval op Iran rond 658 dollar. Inmiddels staat het aandeel rond 653 dollar en daarmee iets lager dan voor de escalatie. Op jaarbasis staat het aandeel echter nog steeds ongeveer 35 procent hoger. Northrop Grumman laat een vergelijkbaar patroon zien. Het aandeel steeg sinds de aanval slechts licht, maar noteert dit jaar nog steeds ruim 29 procent hoger.


Ook bij RTX, het moederbedrijf van Raytheon, en bij General Dynamics blijven de koersreacties beperkt. De aandelen bewegen sinds de escalatie slechts enkele procenten op of neer. GE Aerospace vormt een uitzondering en corrigeerde zelfs licht, ondanks de sterke vraag naar militaire vliegtuigmotoren. Het opvallende is dus niet dat de sector zwak presteert, maar juist dat veel groei al eerder in de koersen lijkt te zijn ingeprijsd.


Technisch gezien blijven de grafieken van de grote Amerikaanse defensiebedrijven echter sterk. Veel aandelen bevinden zich in langdurige opwaartse trends en presteren al geruime tijd beter dan de bredere markt. Dat bevestigt dat beleggers de sector steeds minder zien als een korte “oorlogs-trade” en steeds meer als een structurele groeisector. De echte vraag voor beleggers verschuift daarom langzaam van Amerika naar Europa.


Europa: De Inhaalslag van een Nieuwe Defensie-industrie

Wat we in de Verenigde Staten zien, fungeert steeds vaker als een vooruitblik voor Europa. Structureel hogere defensiebudgetten, meerjarige contracten en een heropleving van militaire industrieën beginnen nu ook op het Europese continent zichtbaar te worden. Europese regeringen beseffen dat strategische autonomie alleen mogelijk is wanneer de eigen defensie-industrie sterk genoeg is om wapens, technologie en munitie zelf te produceren.


Deze verschuiving markeert een duidelijk breekpunt met de afgelopen decennia. Lange tijd vertrouwden Europese landen grotendeels op Amerikaanse militaire capaciteit. Nu groeit de politieke wil om een zelfstandiger militair industrieel complex op te bouwen. Voor de Europese defensiesector betekent dat een langdurige periode van investeringen, uitbreiding van productiecapaciteit en stijgende orderboeken.


De 3,5 procent norm verandert alles

Een van de belangrijkste katalysatoren voor deze ontwikkeling kwam tijdens de NAVO-top in Den Haag. Daar werd afgesproken dat lidstaten hun defensie-uitgaven geleidelijk moeten verhogen tot ongeveer 3,5 procent van het bruto binnenlands product voor kernactiviteiten. Dat betekent een enorme stijging ten opzichte van de oude norm van 2 procent. Voor veel Europese landen vertaalt deze afspraak zich in tientallen miljarden euro’s aan extra militaire investeringen.


Duitsland speelt hierin een centrale rol. Het Duitse defensiebudget is voor 2026 met ongeveer 25 procent verhoogd tot ongeveer 108 miljard euro. Daarmee wordt Duitsland opnieuw een belangrijke motor van de Europese defensie-industrie. Bedrijven die tanks, munitie en militaire voertuigen produceren profiteren direct van deze groeiende vraag.


Daarnaast breidt Europa zijn industriële productiecapaciteit in hoog tempo uit. Tegen het einde van 2026 wordt verwacht dat Europese fabrieken ongeveer twee miljoen artilleriegranaten per jaar produceren. Dat is een verdrievoudiging ten opzichte van de productiecapaciteit in vredestijd. Het tempo van deze industriële expansie is in Europa al decennia niet meer gezien.



Rheinmetall: De Groei-motor van Europa

Binnen Europa is Rheinmetall inmiddels uitgegroeid tot het symbool van deze nieuwe defensiecyclus. Het Duitse bedrijf is gespecialiseerd in tanks, munitie en militaire voertuigen en profiteert sterk van de stijgende Europese defensiebudgetten. De vraag naar artillerie en pantservoertuigen is zo sterk gestegen dat Rheinmetall in meerdere landen nieuwe fabrieken opent om aan de vraag te voldoen.


Aandeelkoers Rheinmetall

Bron: tradingview


Voor 2026 verwacht het bedrijf een omzetgroei van ongeveer veertig tot vijfenveertig procent. Daarmee behoort Rheinmetall tot de snelst groeiende industriële bedrijven in Europa. Door de uitbreiding van activiteiten richting scheepsbouw en militaire technologie ontwikkelt het concern zich bovendien steeds meer tot een breed defensieconglomeraat.


Beleggers zien Rheinmetall daardoor steeds vaker als een Europese tegenhanger van grote Amerikaanse defensiebedrijven zoals Lockheed Martin. Het verschil is echter dat de Europese sector nog midden in zijn groeifase zit. Terwijl Amerikaanse defensiebedrijven al decennialang dominante spelers zijn, begint Europa pas nu serieus te investeren in zijn eigen militaire industrie.


Saab en Leonardo: Technologie en waarde

Naast Rheinmetall spelen ook andere Europese bedrijven een belangrijke rol in de defensie-supercycle. Saab uit Zweden profiteert sterk van de toetreding van Zweden tot de NAVO. De vraag naar Gripen-gevechtsvliegtuigen, radarinstallaties en geavanceerde sensoren is sterk gestegen. Saab positioneert zich bovendien als een technologisch defensiebedrijf dat zich richt op elektronische oorlogsvoering en moderne sensorsystemen.


Aandeelkoers Saab AB

Bron: tradingview


Het Italiaanse Leonardo wordt door analisten vaak gezien als een interessante waarde binnen de sector. Het bedrijf is actief in defensie-elektronica, helikopters en luchtvaarttechnologie en heeft sterke posities in internationale defensieprogramma’s. Tegelijkertijd blijft de waardering relatief gematigd, waardoor er ruimte bestaat voor verdere koersstijging en dividendgroei.


Ook bedrijven zoals Thales uit Frankrijk spelen een belangrijke rol. Thales is sterk in cybersecurity, radar- en ruimtevaarttechnologie en vormt een cruciale leverancier van militaire elektronica. In moderne conflicten wordt technologische superioriteit steeds belangrijker, waardoor bedrijven die gespecialiseerd zijn in sensoren, software en elektronische systemen een steeds grotere rol krijgen.


Risico’s: Capaciteit en Politiek

Ondanks het optimisme kent de sector ook duidelijke uitdagingen. De eerste uitdaging is puur industrieel. De vraag naar defensiematerieel groeit zo snel dat bedrijven moeite hebben om productiecapaciteit op te schalen. Tekorten aan personeel, gespecialiseerde onderdelen en grondstoffen kunnen de groei tijdelijk afremmen.


Daarnaast speelt politiek een steeds grotere rol in de sector. Overheden investeren enorme bedragen in defensie en verwachten dat bedrijven hun productiecapaciteit uitbreiden en leveringen versnellen. Hierdoor groeit de druk op defensiebedrijven om winsten te herinvesteren in fabrieken en innovatie. Dat kan op termijn botsen met de belangen van aandeelhouders die juist profiteren van dividend en aandeleninkoop.


Conclusie: Europa staat pas aan het begin

De mondiale defensiesector bevindt zich duidelijk in een structurele groeifase. De Verenigde Staten hebben deze cyclus in gang gezet met enorme defensiebudgetten en een sterke defensie-industrie. Opvallend genoeg laten recente geopolitieke escalaties zien dat Amerikaanse defensieaandelen niet langer automatisch exploderen bij elk conflict. Een groot deel van de groei lijkt daar al in de waarderingen verwerkt.


Europa staat daarentegen nog aan het begin van zijn eigen herbewapeningscyclus. Nieuwe NAVO-doelen, stijgende defensiebudgetten en een groeiende focus op strategische autonomie zorgen ervoor dat Europese defensiebedrijven jarenlang kunnen profiteren van stijgende orders. Voor beleggers betekent dit dat de grootste kansen mogelijk niet langer in de Verenigde Staten liggen, maar juist in Europa.


De defensiesector is daarmee niet langer alleen een niche voor tijden van crisis. Het ontwikkelt zich steeds meer tot een structurele industrie binnen de wereldeconomie. En als de huidige trends aanhouden, kan de Europese defensierally in 2026 pas echt beginnen.


Advertorial

Ook particuliere beleggers die willen inspelen op structurele trends zoals de groei van de defensie-industrie, doen er goed aan te letten op de efficiëntie van hun broker. Zeker bij internationale aandelen kunnen valutakosten en transactietarieven op termijn een merkbaar verschil maken voor het uiteindelijke rendement.


Brokervergelijker Brokerskiezen.nl riep MEXEM daarom uit tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er internationaal met valutakosten van slechts 0,005%, tegenover circa 0,25% bij partijen zoals DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.


 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page