AFM wil dat spaarders gaan beleggen, maar Box 3 jaagt ze juist weg
- J. van den Poll
- 6 mei
- 6 minuten om te lezen
In het kort:
De AFM ziet veel onbenut vermogen: ruim 800.000 Nederlandse huishoudens hebben volgens de toezichthouder voldoende financiële ruimte om verantwoord te beleggen, maar doen dat nu niet.
Beleggers zijn juist voorzichtiger geworden: de ING BeleggersBarometer daalde naar 80, het laagste niveau in een jaar, mede door onzekerheid over markten en Box 3.
Voor huishoudens met een ruime buffer kan beleggen zinvol zijn, maar alleen met geld dat langere tijd gemist kan worden, voldoende spreiding en een risico dat past bij de persoonlijke situatie.
De Autoriteit Financiële Markten ziet dat veel Nederlanders meer uit hun spaargeld zouden kunnen halen door te beleggen. Volgens de toezichthouder hebben ruim 800.000 huishoudens voldoende financiële ruimte om verantwoord te investeren, maar doen zij dat op dit moment niet. Tegelijkertijd is het vertrouwen onder particuliere beleggers juist flink gedaald.
Die combinatie maakt de situatie opvallend. Aan de ene kant wijst de AFM op kansen voor huishoudens die veel spaargeld hebben. Aan de andere kant durven veel beleggers juist minder risico te nemen, onder meer door de aanhoudende onzekerheid over de belasting op vermogen in Box 3.
Ruim 800.000 huishoudens hebben voldoende financiële ruimte om verantwoord te investeren, maar doen dat niet:

AFM ziet veel onbenut vermogen
Volgens de AFM laat een grote groep Nederlanders kansen liggen om hun vermogen op lange termijn te laten groeien. De toezichthouder stelt dat ongeveer één op de tien huishoudens, in totaal ruim 800.000 huishoudens, voldoende financiële middelen heeft om te beleggen, maar dat niet doet.
Daarbij gaat het niet om geld dat mensen nodig hebben voor dagelijkse uitgaven of noodsituaties. De AFM kijkt naar huishoudens die méér vermogen hebben dan de buffer die het Nibud adviseert. Bij de helft van deze groep gaat het zelfs om minstens 30.000 euro aan financiële ruimte bovenop die aanbevolen buffer.
Volgens de AFM kan dit op termijn gevolgen hebben. Een deel van deze huishoudens bouwt mogelijk niet genoeg pensioen op om later dezelfde levensstandaard te behouden. Beleggen kan dan een manier zijn om vermogen beter te laten renderen, mits mensen dit doen met geld dat zij voor langere tijd kunnen missen.
Beleggen is niet voor iedereen noodzakelijk
De AFM benadrukt dat beleggen geen verplichting is en ook niet voor iedereen past. Wie weinig financiële ruimte heeft, schulden moet aflossen of op korte termijn geld nodig heeft, doet er vaak beter aan om eerst een goede buffer op te bouwen. Beleggen brengt namelijk altijd risico met zich mee.
Toch vindt de toezichthouder dat huishoudens met een ruime buffer beter zouden kunnen nadenken over hun financiële toekomst. Spaargeld voelt veilig, maar levert op lange termijn niet altijd genoeg op om inflatie, pensioenbehoefte en koopkrachtverlies bij te houden.
AFM-bestuurslid Jos Heuvelman stelde daarom dat het voor deze groep niet alleen mogelijk is om te beleggen, maar in sommige gevallen ook raadzaam kan zijn. Volgens hem kan beschikbaar vermogen dan meer rendement opleveren dan wanneer het jarenlang op een spaarrekening blijft staan.
Ruim 800.000 huishoudens beleggen niet, maar dreigen later geld tekort te komen:

Beleggersvertrouwen zakt naar laag niveau
Terwijl de AFM wijst op het belang van beleggen, zijn particuliere beleggers juist voorzichtiger geworden. De ING BeleggersBarometer daalde in maart met 41 punten naar een stand van 80. Dat is het laagste niveau in een jaar.
Een stand onder de 100 wijst op negatief sentiment. Beleggers zijn dus somberder over de markt en hun financiële vooruitzichten. Volgens ING maken veel particuliere beleggers momenteel een duidelijke pas op de plaats.
Ongeveer 20 procent van de ondervraagde beleggers neemt op dit moment minimaal risico. Anderen stellen investeringen uit of kiezen ervoor om geld tijdelijk op een spaarrekening te laten staan. Dat laat zien dat veel beleggers wel vermogen hebben, maar twijfelen of dit het juiste moment is om meer te beleggen.
Geopolitieke spanningen en onzekerheid rond Box 3 drukken beleggersvertrouwen:

Box 3 zorgt voor extra twijfel
Een belangrijke reden voor die terughoudendheid is de onzekerheid over Box 3. In Box 3 wordt vermogen belast, zoals spaargeld, beleggingen en tweede woningen. Juist over de toekomstige regels bestaat al langere tijd discussie.
Voor beleggers is dat een groot probleem. Zij willen niet alleen weten welk rendement zij kunnen behalen, maar ook hoeveel belasting zij uiteindelijk moeten betalen. Zolang daar geen duidelijkheid over is, stellen sommige mensen hun financiële plannen uit.
Volgens ING zegt ongeveer een vijfde van de beleggers dat zij minder beleggen of financiële beslissingen uitstellen door de onduidelijkheid over Box 3. Daarnaast geeft 74 procent van de beleggers aan dat zij hun beleggingsstrategie mogelijk of zeker aanpassen zodra het nieuwe Box 3-stelsel wordt ingevoerd.
Nieuw stelsel laat nog op zich wachten
Het nieuwe Box 3-stelsel moet volgens de huidige planning in 2028 ingaan. Tot die tijd blijft Nederland werken met overgangsregels en forfaitaire rendementen. Dat betekent dat de Belastingdienst niet altijd kijkt naar het werkelijke rendement dat iemand behaalt, maar rekent met vaste percentages.
Voor 2026 zijn eerdere plannen aangepast. Het kabinet wilde het heffingsvrije vermogen verlagen en het forfaitaire rendement op overige bezittingen verhogen, maar die voorstellen zijn op verzoek van de Tweede Kamer geschrapt. Voor overige bezittingen wordt het forfaitaire rendement in 2026 vastgesteld op 6 procent, in plaats van de eerder voorgestelde 7,78 procent.
Hoewel dit voor sommige beleggers duidelijkheid geeft over 2026, blijft de onzekerheid over de jaren daarna bestaan. Vooral mensen die nu overwegen om een deel van hun spaargeld te gaan beleggen, kunnen daardoor blijven twijfelen.
Ook geopolitieke onrust speelt mee
Box 3 is niet de enige reden waarom beleggers terughoudender zijn geworden. Ook economische onzekerheid en geopolitieke spanningen drukken op het vertrouwen. Beleggers maken zich zorgen over internationale conflicten, onrust op financiële markten en de gevolgen daarvan voor aandelen, obligaties en andere beleggingen.
In zo’n omgeving kiezen veel mensen vanzelf voor voorzichtigheid. Spaargeld voelt dan aantrekkelijker dan beleggen, ook al is het verwachte rendement op lange termijn vaak lager. Dat verklaart waarom de oproep van de AFM niet automatisch leidt tot meer beleggingsbereidheid.
Toch verandert dit niets aan het onderliggende probleem. Wie jarenlang te veel geld op een spaarrekening laat staan, kan op termijn koopkracht verliezen. Zeker voor huishoudens met een lange beleggingshorizon kan het verschil tussen sparen en gespreid beleggen groot worden.
De spaarder zit klem tussen risico en onzekerheid
De huidige situatie zorgt voor een lastige keuze. De AFM zegt dat veel huishoudens hun vermogen beter kunnen inzetten. Tegelijkertijd zorgen fiscale onzekerheid, geopolitieke spanningen en een zwakker beursvertrouwen ervoor dat mensen juist liever wachten.
Dat is begrijpelijk. Beleggen vraagt vertrouwen, overzicht en een lange adem. Als de belastingregels onduidelijk zijn, wordt het moeilijker om een goed plan te maken. Toch is wachten ook een keuze, en die keuze kan op lange termijn gevolgen hebben.
Voor huishoudens met voldoende spaargeld blijft het daarom belangrijk om hun financiële situatie goed te bekijken. Hoeveel buffer is nodig voor onverwachte uitgaven? Welk deel van het geld kan voor langere tijd worden gemist? En hoeveel risico past bij de persoonlijke situatie?
Rustig beginnen kan de drempel verlagen
Wie wil beleggen, hoeft niet in één keer een groot bedrag te investeren. Veel beleggers kiezen ervoor om stap voor stap te beginnen, bijvoorbeeld door periodiek een vast bedrag in te leggen. Daardoor wordt het risico van een verkeerd instapmoment kleiner.
Ook brede spreiding is belangrijk. Door te beleggen in meerdere regio’s, sectoren en soorten bedrijven, wordt het risico beter verdeeld. Lage kosten spelen daarbij eveneens een grote rol, omdat hoge kosten op lange termijn een flink deel van het rendement kunnen wegnemen.
De boodschap van de AFM is daarom geen oproep om roekeloos risico te nemen. Het gaat vooral om bewustwording. Voor sommige huishoudens is sparen voldoende, maar voor anderen kan beleggen helpen om hun financiële toekomst sterker te maken.
Conclusie
De AFM ziet dat ruim 800.000 Nederlandse huishoudens genoeg financiële ruimte hebben om te beleggen, maar dat niet doen. Bij de helft van deze groep gaat het om minstens 30.000 euro bovenop de aanbevolen buffer van het Nibud. Volgens de toezichthouder kan beleggen voor deze huishoudens verstandig zijn, vooral als zij anders onvoldoende vermogen opbouwen voor later.
Tegelijkertijd laat de ING BeleggersBarometer zien dat het vertrouwen onder particuliere beleggers juist is gedaald naar 80, het laagste niveau in een jaar. Ongeveer 20 procent van de beleggers neemt momenteel minimaal risico, terwijl een vijfde minder belegt of financiële plannen uitstelt door de onzekerheid over Box 3.
Zolang er geen definitieve duidelijkheid is over de toekomstige belasting op vermogen, blijft die terughoudendheid waarschijnlijk bestaan. Toch is niets doen niet altijd zonder risico. Voor huishoudens met een ruime buffer en een lange horizon kan het verstandig zijn om rustig te onderzoeken welke rol beleggen kan spelen in hun financiële toekomst.
Advertorial
Wie door onzekerheid over markten of Box 3 voorlopig niet wil beleggen, kan alsnog kritisch kijken naar de plek waar spaargeld tijdelijk staat. Zeker voor huishoudens met een ruime buffer kan het verschil in spaarrente relevant zijn, zonder dat het geld direct voor langere tijd vast hoeft te staan.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.






































































































































