De chip-ETF van VanEck verkoopt zijn winnaars vanzelf
In het kort
De VanEck Semiconductor UCITS ETF beperkt het gewicht van één aandeel tot 10% bij de indexherweging. Dat voorkomt dat één chipreus onbeperkt domineert, maar de portefeuille blijft afhankelijk van dezelfde AI-investeringsgolf. De Ierse, fysiek replicerende en accumulerende shareclass heeft ISIN IE00BMC38736, noteert als SMH in euro op Euronext Parijs en kost 0,35% per jaar. De koers van €105,53 is gemeten op 2 oktober 2026. VanEck meldde die dag een NAV van $118,16 en een jaarwinst van 91,45% in dollars.
Een stijging van ruim 90% klinkt als bewijs dat de sector gezond is. Het bewijst vooral dat verwachtingen, winsten en waarderingen hard zijn opgelopen. Nvidia, TSMC, ASML, Broadcom en andere posities bedienen verschillende delen van de keten, maar verdienen uiteindelijk aan dezelfde investeringsbeslissing: hoeveel datacenters, apparaten en auto’s klanten met nieuwe chips willen bouwen.
De 10%-cap is een praktische spreidingsregel. Wanneer een winnaar te groot wordt, verkoopt de index bij de herweging een deel en verdeelt dat over andere namen. Dat dwingt winstneming af en remt een extreme concentratie. De regel kan echter geen economische onafhankelijkheid creëren. Een chipontwerper, foundry en machinebouwer kunnen tegelijk dalen wanneer hyperscalers hun investeringsbudget verlagen.
Spreiding op papier en in de economie
De ETF bevat ongeveer 25 ondernemingen. De vier grootste kunnen samen ruim een derde van het fonds vormen. De eerste module laat zien hoeveel gewicht dan voor de overige 21 posities resteert. Dat is numerieke spreiding, maar geen garantie dat winstbronnen los van elkaar bewegen.
De keten werkt als volgt. Ontwerpers maken architecturen, foundries produceren wafers, apparatuurbedrijven leveren de machines en geheugenproducenten houden data dichtbij de processor. Een stijging van AI-vraag kan alle schakels tegelijk helpen. Bij overcapaciteit gebeurt het omgekeerde: klanten stellen orders uit, voorraden lopen op en prijzen komen onder druk. De ETF spreidt bedrijfsspecifiek risico, maar niet de volledige sectorcyclus.
In de eerdere analyse van de gedeelde chipcyclus wordt dit verband verder uitgewerkt. De 10%-regel beschermt bijvoorbeeld tegen één grote productmisser bij Nvidia, maar niet tegen een algemene vertraging van AI-capex die ook TSMC, ASML en geheugenleveranciers raakt.
Een accumulerende eurokoers is geen eurodekking
SMH herbelegt ontvangen dividenden. Daardoor groeit de NAV met het netto ontvangen dividend en hoeft de belegger geen contante uitkering opnieuw te beleggen. De uitkering is bij chipbedrijven doorgaans klein, dus het grootste deel van het rendement komt uit winstgroei en waardering. De euro-notering op Parijs verandert de onderliggende valuta niet. Veel bedrijven rapporteren in dollars of andere munten en de fondsbasismunt is dollar.
Dat valutarisico is zichtbaar wanneer de euro sterker wordt. Een ongewijzigde dollarwaarde van de portefeuille vertaalt dan naar minder euro’s. Omgekeerd helpt een zwakkere euro. In de uitleg over de eurolijn en de dollar staat waarom handelsvaluta en afdekking twee verschillende dingen zijn.
De waardering moet door winst worden ingehaald
Na de sterke koersstijging noteerde de portefeuille rond 39 keer onderliggende winst. Dat is geen exact statisch cijfer, want gewichten en winsten bewegen dagelijks, maar het geeft de orde van grootte. Bij zo’n multiple kan 10% jaarlijkse winstgroei drie jaar lang nog steeds onvoldoende zijn als de eindwaardering terugvalt naar 25 of 28 keer. De volgende module maakt die wisselwerking zichtbaar.
De reverse vraag is niet of halfgeleiders belangrijk blijven. Dat is waarschijnlijk. De vraag is hoeveel van die groei al in de prijs zit en welk rendement resteert als de markt later minder voor iedere winsteuro betaalt. Een goede onderneming kan een matige belegging zijn wanneer de aankoopprijs te hoog is. Voor een ETF geldt hetzelfde, alleen wordt de waardering over een portefeuille gemiddeld.
De fondskosten van 0,35% zijn transparant en relatief laag. Ze zijn ook niet het dominante risico. Eén zwak kwartaal kan de koers tientallen procenten bewegen. De module hieronder zet de cumulatieve fee naast een koersschok van 25%. Dat maakt duidelijk waarom de belegger zowel kosten als waardering moet volgen, maar hun schaal niet moet verwarren.
Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.
Wat spreekt vóór de ETF?
De sterkste positieve tegenwerping is dat de sector aan het begin van een structurele investeringsgolf kan staan. AI-modellen gebruiken meer rekenkracht, geheugen, netwerken en geavanceerde verpakking. Nieuwe fabrieken zijn duur en technisch moeilijk, waardoor succesvolle leveranciers sterke prijzen en marges kunnen behouden. De 10%-cap voorkomt bovendien dat één winnaar de hele portefeuille overneemt.
Ook vervangt de index periodiek ondernemingen die niet meer aan de regels voldoen. Een belegger hoeft daardoor niet zelf iedere technologische overgang te voorspellen. Wie twintig jaar geleden één chipwinnaar koos, liep het risico de verkeerde architectuur te bezitten. Een mandje spreidt dat risico.
Daar staat tegenover dat indexregels achteruitkijken en op vaste momenten handelen. Een onderneming kan al sterk gestegen zijn voordat haar gewicht wordt afgekapt. Bij een sectorbrede daling verkoopt de ETF niet automatisch alle dure bedrijven. De accumulerende structuur herbelegt dividend, maar beschermt evenmin tegen multiplekrimp.
Drie mogelijke koerspaden
Het bear-scenario veronderstelt dat AI-investeringen vertragen, winsten dalen en de waardering krimpt. In het middenpad groeit de sectorwinst circa 10% per jaar, terwijl de multiple geleidelijk normaliseert. Het gunstige scenario vraagt dat de AI-vraag verbreedt naar inference, apparaten en industrie, terwijl de belangrijkste leveranciers hun marges behouden. Valuta is in elk pad verwerkt als scenario-aannname. Het zijn geen koersdoelen.
SMH biedt efficiënte toegang tot een krachtige sector. De 10%-cap is nuttig, maar mag niet worden verward met volledige risicospreiding. Na de uitzonderlijke koersstijging ligt de lat hoger: winst moet de waardering inhalen en meerdere schakels van de keten moeten blijven groeien. De belegger moet daarom vooral kijken naar ordergroei, voorraad, fabrieksbenutting, hyperscaler-capex en de look-through multiple, niet alleen naar het aantal namen in de ETF.








































































































































Opmerkingen