top of page

Bij ING beslissen de kosten wat aandeelhouders overhouden

1 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

ING begeleidt voor 2026 naar meer dan €24,5 miljard totale inkomsten en €12,6 tot €12,8 miljard operationele kosten. Het verschil bepaalt hoeveel ruimte overblijft voor kredietverliezen, belasting, dividend en aandeleninkoop. Het gewone aandeel ING Groep, ISIN NL0011821202 en ticker INGA, noteerde op 5 oktober om 15.37 UTC op €31,035 op Euronext Amsterdam. Bij die koers vraagt de markt om een blijvend hoog rendement op eigen vermogen en beheerste kosten.


Een bank verdient grofweg op twee manieren. Netto rentebaten zijn het verschil tussen wat klanten betalen op leningen en wat ING betaalt op spaargeld en andere financiering. Fee-inkomsten komen uit onder meer beleggen, betalen en zakelijke diensten. Fees maken de bank minder afhankelijk van één rentecyclus, maar zijn niet gratis: advies, IT, compliance en klantenservice kosten geld.


Bij de cijfers over het tweede kwartaal meldde ING ongeveer €1,95 miljard nettowinst en €2,92 miljard winst vóór belasting. De fee-inkomsten groeiden 14% op jaarbasis naar €1,278 miljard. De CET1-ratio, de belangrijkste harde kapitaalbuffer van de bank, stond op 13,1%, rond de eigen doelstelling van ongeveer 13%. Dat is een sterke uitgangspositie, maar weinig ruimte voor onzorgvuldige kapitaaluitkering.



Omzet is pas het begin van de bankrekening

De eerste module trekt operationele kosten van totale inkomsten af. Het resultaat is nog vóór kredietvoorzieningen en belasting. De bediening laat zien hoe een kleine verschuiving in kosten de winst hard kan raken wanneer de inkomsten niet even snel groeien. Operationele hefboom betekent dat extra omzet relatief veel winst oplevert zodra de vaste kostenbasis achterblijft.



Voor 2026 ligt de kostenbandbreedte van €12,6 tot €12,8 miljard vrij dicht bij elkaar. Dat maakt uitvoering meetbaar. Als inkomsten boven €24,5 miljard uitkomen en kosten binnen de band blijven, verbetert de verhouding. Als loon, regelgeving, cyberbeveiliging en IT-projecten de kosten sneller verhogen, verdwijnt een deel van de omzetgroei voordat aandeelhouders die zien.


In de eerdere analyse van rente, fees en kosten wordt die brug verder uitgewerkt. De aanvullende vraag is hoe stabiel de inkomstenbasis blijft. Spaarders kunnen een hogere vergoeding eisen, markten kunnen fee-inkomsten drukken en kredietvraag kan vertragen. Daarom is een kostenbesparing pas duurzaam wanneer zij de dienstverlening en risicobeheersing niet verzwakt.


Kredietverliezen zijn klein tot ze dat niet meer zijn

Bankwinsten ogen vaak het sterkst vlak voor kredietverliezen normaliseren. Een kredietverliesratio van 25 basispunten betekent 0,25% van het kredietboek. Dat percentage klinkt gering. Op honderden miljarden euro’s leningen is het een groot bedrag. De tweede module maakt de schaal zichtbaar.



ING heeft spreiding over landen en klantgroepen. Dat dempt een lokaal probleem, maar introduceert ook verschillende woningmarkten, ondernemingscycli en regels. De kwaliteit van nieuwe kredietgroei telt. Een lening met hoge rente kan aantrekkelijk lijken en toch weinig waarde creëren wanneer zij veel kapitaal bindt of een hoge kans op verlies heeft.


In de verdieping over kapitaal en aandeleninkoop staat waarom CET1 de grens vormt. Een buyback verlaagt het aandelenaantal en kan de winst per aandeel verhogen, maar verlaagt ook het kapitaal. De bank kan dezelfde euro niet tegelijk uitkeren en als buffer houden. Dividend, inkoop en kredietgroei concurreren dus om hetzelfde kapitaal.


Wat moet €31,035 waarmaken?

De reverse waardering start bij de koers. Bij 8% gewenst jaarlijks koersrendement en een eindwaardering van 9,5 keer winst moet ING in 2029 ongeveer €4,10 winst per aandeel verdienen. Dat is geen voorspelling. Het is de prestatie die bij deze aannames nodig is om de koers te dragen.



Voor banken is winst per aandeel niet het enige controlepunt. De winst moet worden verdiend zonder de kapitaalbuffer uit te hollen of risico’s naar de toekomst te schuiven. Een hoge winst uit uitzonderlijk lage kredietverliezen hoort lager te worden gewaardeerd dan winst uit stabiele klantinkomsten. Ook moet het verwaterde aandelenaantal worden gebruikt. Inkoop telt pas wanneer stukken daadwerkelijk zijn ingetrokken en niet door aandelenbeloning terugkomen.


De koers is in 2026 sterk opgelopen. Daardoor koopt hetzelfde inkoopbudget minder aandelen dan aan het begin van het programma. Dat betekent niet dat inkoop waardeloos is. Het betekent dat bestuur en belegger de aankoopprijs moeten vergelijken met de intrinsieke waarde. Boven de waarde vernietigt inkoop waarde per resterend aandeel; eronder kan zij waarde toevoegen.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.


De sterkste tegenwerping

Het positieve argument is dat ING schaal, een grote depositobasis, groeiende fee-inkomsten en een sterke digitale positie combineert. De CET1-ratio ligt rond de doelstelling en het rendement op tastbaar eigen vermogen is hoog. Als de renteomgeving redelijk blijft en kredietverliezen beheerst zijn, kan veel winst naar aandeelhouders via dividend en inkoop.


Dat is geloofwaardig, maar de huidige koers bevat al een deel van die kwaliteit. Depositomarges kunnen dalen wanneer concurrenten spaarrentes verhogen. Regulering en IT-investeringen kunnen de kostenbasis hoog houden. Een recessie verhoogt voorzieningen en kan tegelijk de inkomsten drukken. De goede uitkomst vraagt dus niet één meevaller, maar discipline op rente, fees, kosten, krediet en kapitaal.


Drie mogelijke koerspaden

Het bear-scenario veronderstelt lagere rentebaten, hardnekkige kosten en een normalisatie van kredietverliezen. In het middenpad groeien fees, blijven kosten binnen de bandbreedte en staat CET1 rond 13%. Het gunstige pad vraagt dat inkomsten sneller groeien dan kosten en de kapitaaluitkering ruim blijft. Dividend is niet in de koerspaden verwerkt en mag er dus voor totaalrendement bij worden opgeteld, na belasting.



ING hoeft geen hoge omzetgroei te leveren om waarde te creëren. De bank moet vooral bewijzen dat iedere extra inkomsten-euro niet volledig verdwijnt in kosten en voorzieningen. De komende cijfers op 29 oktober maken dat concreet. Volg totale inkomsten, netto rentebaten, fees, operationele kosten, kredietverliesratio, CET1 en het werkelijke aandelenaantal samen. Eén cijfer zonder de rest kan de winstkwaliteit verkeerd voorstellen.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page