Alfens omzet was voorbeladen, nu volgt de echte stresstest
In het kort
Alfen boekte in de eerste helft van 2026 €261,5 miljoen omzet, 23,6% meer dan een jaar eerder. Die groei kwam vooral uit Energy Storage Systems, waar omzet met 87,8% steeg. Het bedrijf waarschuwde tegelijk dat projecten naar voren waren gehaald en de omzet daardoor in de eerste helft was geconcentreerd.
De jaarprognose van €435 miljoen tot €475 miljoen impliceert voor de tweede helft slechts €173,5 miljoen tot €213,5 miljoen omzet. In het midden van de bandbreedte is dat ongeveer 26% minder dan in de eerste helft. De vergelijking met een sterk H1 maakt Q3 en Q4 dus een stresstest voor kosten en werkkapitaal.
Het aandeel sloot op 5 oktober op €11,84 in Amsterdam. Bij een beurswaarde van ongeveer €259 miljoen is de waardering veel lager dan tijdens de groeipiek, maar de marge is ook dun. De aangepaste EBITDA-marge bedroeg in H1 6,3%; voor heel 2026 mikt Alfen op 4% tot 7%.
Voorbeladen omzet betekent dat een groter deel van de jaarverkopen vroeg wordt geleverd. Dat is niet hetzelfde als kunstmatig hoge omzet. De projecten zijn echt, maar de timing verschuift de vergelijking. Als een groot batterijproject in juni wordt opgeleverd in plaats van september, wordt H1 sterker en H2 zwakker zonder dat de totale jaarwaarde verandert.
De economische vraag is wat er met de kosten gebeurt wanneer de omzet terugvalt. Fabrieken, engineers en management verdwijnen niet per kwartaal. Een onderneming met veel vaste kosten kan daardoor bij lagere omzet snel marge verliezen. Dat heet operationele hefboom: omzetbewegingen werken versterkt door in de winst.
Drie activiteiten bewegen niet tegelijk
Alfen bestaat uit Smart Grid Solutions, EV Charging Equipment en Energy Storage Systems. Smart Grid bouwt onder meer transformatorstations voor netbeheerders. EV Charging levert laadapparatuur. Energy Storage ontwikkelt grote batterijsystemen. Ze delen technologie en klanten rond elektrificatie, maar hebben verschillende vraagcycli.
Smart Grid boekte in H1 €111,6 miljoen omzet, 14,9% meer dan een jaar eerder. Deze activiteit profiteert van investeringen in het elektriciteitsnet, maar kan door vergunningen, materiaalprijzen en projectplanning worden vertraagd. De ordervraag is structureel, de omzet per kwartaal minder voorspelbaar.
EV Charging daalde 17,4% naar €51,1 miljoen. Dat segment kampt met zwakkere vraag, voorraad bij klanten en stevige concurrentie. Een laadpaal is minder onderscheidend dan een complex netstation. Prijsdruk kan daarom sneller de marge raken.
Energy Storage steeg 87,8% naar €98,8 miljoen, maar de brutomarge bedroeg 22,8%. Dat is duidelijk lager dan het groepsgemiddelde. Grote projecten brengen veel omzet, maar ook hardware, installatie, garanties en projectrisico. Een project kan uitstekend zijn voor de klant en toch weinig winst voor Alfen opleveren.
De mix verklaart waarom omzetgroei alleen niet genoeg is. Als een laagmarginaal opslagproject een zwakker laadsegment compenseert, stijgt de groepsomzet terwijl de winst veel minder beweegt. De belegger moet daarom per activiteit naar omzet, marge en kas kijken.
Een smallere tweede helft test de kostenbasis
Bij €455 miljoen jaaromzet resteert na H1 ongeveer €193,5 miljoen voor H2. Als de aangepaste EBITDA-marge in die helft 5% bedraagt, levert dat minder dan €10 miljoen EBITDA op. Daar gaan rente, belasting, afschrijving, werkkapitaal en investeringen nog vanaf.
EBITDA is winst vóór rente, belasting en afschrijving. Het cijfer zegt iets over de operationele prestatie, maar is geen vrije kas. Een groeiend projectbedrijf kan veel geld vastzetten in voorraad en debiteuren. Als Alfen componenten inkoopt voordat een klant betaalt, ontstaat kasbeslag ondanks positieve EBITDA.
In de eerdere analyse van fabrieksbenutting staat waarom omzet per vaste kostenbasis belangrijk is. De huidige halfjaarcijfers voegen daar timing aan toe: niet alleen hoeveel omzet de fabriek draait, maar ook hoe gelijkmatig die omzet over het jaar komt.
De analyse van duurder koper blijft relevant voor Smart Grid. Materiaalinflatie is pas beheersbaar wanneer contracten prijsaanpassing toestaan of doorlooptijden kort genoeg zijn. Bij een dunne groepsmarge kan een paar procent hogere inkoop een groot deel van de winst wegnemen.
Het sterke tegenargument: timing is geen vraaguitval
Management heeft de jaarprognose niet ingetrokken. Dat is belangrijk. De verwachte daling in H2 komt deels door de planning van opslagprojecten, niet noodzakelijk door verdwijnende klanten. Bovendien kan Smart Grid blijven groeien doordat Europese netwerken dringend moeten worden versterkt.
Toch blijft het verschil tussen backlog en omzet cruciaal. Backlog is gecontracteerd werk dat nog moet worden geleverd. Het geeft zicht, maar geen garantie op exact kwartaalmoment of marge. Een batterijcontract kan bijvoorbeeld omzet bevatten van ingekochte hardware met weinig toegevoegde waarde. De omvang van het contract zegt dan meer over volume dan over winst.
De beste bevestiging komt uit drie cijfers tegelijk: nieuwe orders, brutomarge en operationele kasstroom. Nieuwe orders tonen toekomstige vraag. Brutomarge toont de waarde per omzet-euro. Kasstroom toont of klanten betalen voordat Alfen nieuwe projecten moet voorfinancieren.
Wat moet €11,84 waarmaken?
Voor een bedrijf met wisselende winst is ondernemingswaarde ten opzichte van EBITDA bruikbaar, mits nettoschuld correct wordt meegenomen. Bij 10 keer EBITDA, €60 miljoen nettoschuld in 2029, 21,9 miljoen aandelen en 8% gewenst koersrendement is in ons model rond €42 miljoen EBITDA nodig. Dat is veel hoger dan de huidige halfjaarprestatie, maar haalbaar als omzet en marge herstellen.
Het middenpad veronderstelt dat Smart Grid groeit, opslag na een zwakke tweede helft weer aantrekt en de groepsmarge richting 8% gaat. Het bear-scenario combineert lagere opslagorders, verdere krimp in EV Charging en aanhoudend dunne marge. Het gunstige scenario vraagt groei in alle drie activiteiten en veel betere kasconversie.
De waardering lijkt laag naast de oude koers, maar een lage koers is niet automatisch een lage waardering. Als EBITDA en vrije kas structureel klein blijven, kan ook €11,84 veeleisend zijn. Omgekeerd werkt operationele hefboom sterk omhoog zodra omzet terugkeert zonder gelijke kostengroei.
Wat op 4 november moet blijken
De eerste vraag is of H2 binnen de impliciete omzetband blijft. Een omzet onder €173,5 miljoen voor de tweede helft zou een verlaging van de jaarprognose betekenen. Een uitkomst rond de bovenkant is sterker, maar alleen als de marge meegaat.
De tweede vraag is de segmentmix. Een grote opslaglevering kan de omzet optillen en toch de brutomarge drukken. Groei in Smart Grid met goede contractprijzen is doorgaans kwalitatief sterker. Herstel in EV Charging zou positief zijn, maar vraagt bewijs dat eindvraag verbetert en klantvoorraden dalen.
De derde vraag is werkkapitaal. Let op voorraden, debiteuren en klantvooruitbetalingen. Een afname van omzet kan kas vrijmaken wanneer voorraad wordt verkocht, maar nieuwe projecten kunnen het tegenovergestelde doen. De richting van de operationele kas vertelt of het herstel zelf financiering vraagt.
De vierde vraag is kosten. Alfen heeft een transformatieprogramma lopen. Besparingen zijn pas zichtbaar wanneer personeels- en overige kosten dalen zonder leverkwaliteit of innovatie te beschadigen. Een eenmalige herstructureringslast is minder belangrijk dan de structurele kostenbasis erna.
Alfen heeft in H1 laten zien dat vraag naar net- en opslagoplossingen bestaat. De volgende stap is moeilijker: winst en kas vasthouden wanneer projecttiming de omzet naar beneden trekt. Op €11,84 is geen perfect herstel ingeprijsd, maar wel een bedrijf dat de tweede helft zonder nieuwe balansstress doorstaat.
Wie De Belegger wil proberen, kan alleen met code GRAAG gebruikmaken van de geldende actievoorwaarden.








































































































































Opmerkingen