top of page

Dít is het gat dat valt nu Tuchtrecht Banken stopt en de bankierseed gewoon blijft

28 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

Het bestuur van Stichting Tuchtrecht Banken stopt en beëindigt de uitvoeringsovereenkomst met de Nederlandse Vereniging van Banken. Daarmee verdwijnt niet vanzelf de bankierseed, maar ontstaat wel een risico op een gat tussen norm en handhaving. De economische waarde van tuchtrecht zit niet in veel sancties, maar in geloofwaardige controle, rechtsbescherming en gedragsprikkels. Een opvolger moet daarom onafhankelijkheid en capaciteit aantoonbaar regelen voordat achterstanden oplopen.


Het besluit volgt op een periode van kritiek en organisatorische spanning. Op de eigen website meldde Tuchtrecht Banken al op 16 april 2026 dat tuchtrechters staakten: nieuwe meldingen en onderzoeken gingen door, maar zaken die een zitting vereisten konden niet worden ingepland. Dat verschil is cruciaal. Een loket kan open zijn terwijl de keten achter het loket vastloopt.


Sinds 1 april 2015 moeten bankmedewerkers de bankierseed afleggen. Aan die eed is een gedragscode verbonden en vermoedelijke schendingen kunnen volgens de officiële uitleg van Tuchtrecht Banken worden onderzocht. De stichting faciliteert de onafhankelijke Tuchtcommissie en Commissie van Beroep en houdt een register bij van maatregelen en schikkingen. Het vertrek van de uitvoerder raakt dus de infrastructuur van handhaving, niet alleen een kantoororganisatie.



Een wettelijke norm werkt pas met een geloofwaardige procedure

De bankierseed is een persoonlijke norm. Zij richt zich op het gedrag van individuele medewerkers, terwijl prudentieel toezicht en consumentenrecht vaak de bank als instelling aanspreken. Die lagen vullen elkaar aan. Een bank kan systemen en prikkels verkeerd inrichten, maar een medewerker kan ook zelfstandig onzorgvuldig of oneerlijk handelen. Tuchtrecht is bedoeld om dat laatste te beoordelen. Het vervangt daarmee geen schadeprocedure voor een klant en ook geen boete aan de bank als onderneming.


Daarmee ontstaat een bekend economisch probleem. De partij die schade veroorzaakt draagt niet altijd alle gevolgen. Een medewerker kan een verkoopdoel halen, terwijl de klant, de bank en uiteindelijk de sector reputatieschade dragen. Handhaving verandert de verwachte rekening van ongewenst gedrag: niet alleen de kans op ontdekking telt, maar ook de kans dat een melding wordt onderzocht, een zaak wordt voorgelegd en een maatregel volgt.


Een eenvoudige funnel laat dat zien. Neem 150 meldingen per jaar. Als 35 procent inhoudelijk wordt onderzocht, blijven 52,5 onderzoeken over. Wanneer 40 procent daarvan naar de tuchtrechter gaat, zijn dat 21 zaken. Bij een sanctie in 60 procent van die zaken resulteert het model in 12,6 sancties. Dat lage eindgetal betekent niet automatisch dat het stelsel weinig doet: preventie kan juist maken dat weinig overtredingen plaatsvinden.



De percentages zijn geen actuele cijfers. Ze tonen waar geloofwaardigheid verloren kan gaan. Als zittingen niet plaatsvinden, daalt de kans op een uitspraak richting nul, ook wanneer meldingen correct worden geregistreerd. Omgekeerd kan een systeem dat vrijwel iedere melding doorstuurt rechtsbescherming en capaciteit onder druk zetten. Kwaliteit bestaat uit zorgvuldige selectie én tijdige afdoening.


De sector betaalt maar de klant kan economisch meebetalen

Een uitvoerder heeft juristen, administratie, commissies en beveiligde dossiervorming nodig. Wie de factuur formeel ontvangt, hoeft de economische last niet volledig te dragen. Banken kunnen kosten uit hun winst betalen, verwerken in algemene tarieven of opvangen door elders minder uit te geven. Doorberekening hangt af van concurrentie en regulering.


Voor een fictief jaarbudget van 4 miljoen euro en 66.000 beëdigde medewerkers is de gelijke toerekening ongeveer 60,61 euro per medewerker per jaar. Dat is 5,05 euro per maand. Het historische aantal van meer dan 66.000 medewerkers komt uit het jaarverslag over 2022; het budget is uitsluitend een aanname. Het is dus geen berekening van een bestaande heffing.



De noemer maakt veel uit. Delen door alle bankklanten zou een lager bedrag opleveren, maar suggereert dat klanten de hele rekening dragen. Delen door medewerkers past beter bij een beroepsnorm, maar betekent niet dat hun loon wordt verlaagd. Een eerlijke kostenanalyse noemt daarom zowel de juridische betaler als de mogelijke economische drager.


Daar staat een moeilijk meetbare bate tegenover. Duidelijke uitspraken kunnen laten zien welk gedrag niet aanvaardbaar is. Dat leereffect kan toekomstige schade beperken zonder dat de uitvoerder een euro terugontvangt. Ook rechtsbescherming heeft waarde: een medewerker moet zich kunnen verweren tegen een zware beschuldiging. Een goedkoop systeem dat willekeurig straft, is economisch noch juridisch efficiënt.


Terugrekenen voorkomt dat preventie een onbewezen belofte blijft

Omdat integriteit waardevol klinkt, dreigt iedere uitgave vanzelf doelmatig te worden genoemd. De omgekeerde rekensom dwingt tot discipline. Stel opnieuw 4 miljoen euro jaarlijkse kosten. Als een ernstig incident gemiddeld 2 miljoen euro schade veroorzaakt en slechts een kwart van het voorkomen daarvan redelijk aan tuchtrecht kan worden toegeschreven, telt één voorkomen incident voor 500.000 euro.


Dan moeten jaarlijks 4 miljoen gedeeld door 500.000, of acht incidenten, worden voorkomen om alleen de financiële kosten te dekken. Bij grotere schade daalt de drempel. Bij een kleiner aantoonbaar effect stijgt zij. Niet alle waarde is financieel, maar zonder enige meetlat kan een stelsel niet leren of middelen goed worden ingezet.



De causaliteit is de zwakke plek. Een incident dat niet plaatsvindt laat geen dossier achter. Bovendien werken opleiding, intern toezicht, beloning, klantklachten en toezicht door DNB en AFM tegelijk. Het is daarom onjuist om elke verbetering volledig aan tuchtrecht toe te schrijven. Wel kan worden gevolgd of kennis van uitspraken stijgt, herhaling daalt en vergelijkbare zaken consistenter worden behandeld.


De maatstaf mag ook niet uitsluitend het aantal sancties zijn. Een organisatie die meer normen verduidelijkt kan aanvankelijk juist meer zaken zien. Later kan preventie meldingen verminderen. Een dashboard met alleen aantallen beloont dan het verkeerde gedrag. Doorlooptijd, motivering, beroep, herhaling en bereik onder medewerkers geven samen een beter beeld.


Een overgang zonder opvolger maakt de achterstand groter

Voor 2027 tot en met 2029 vergelijken we drie scenario’s, met peildatum 25 september 2026. De startachterstand is in het model 25 zaken en jaarlijks komen 40 zittingszaken bij. Beide zijn aannames. In een geordende overdracht kan een opvolger ieder jaar 45 zaken afdoen. De achterstand daalt dan naar 20, 15 en 10.


Bij een onderbreking van een half jaar worden in 2027 slechts 20 zaken afgedaan. De achterstand stijgt naar 45. Wanneer de capaciteit daarna tijdelijk 50 zaken per jaar bedraagt, daalt de voorraad naar 35 in 2028 en 25 in 2029. Het verlies van één halfjaar is dan twee jaar later nog niet volledig weggewerkt.


In het derde scenario komt geen opvolger voor zittingen en is de afdoeningscapaciteit nul. De achterstand groeit naar 65, 105 en 145 zaken. Nieuwe meldingen aannemen zonder beslissingscapaciteit vergroot dan vooral de wachtrij. Dat schaadt zowel melders als betrokken medewerkers.



Dit is geen raming van het werkelijke dossierbestand. De module maakt één mechanisme zichtbaar: een achterstand groeit wanneer instroom structureel groter is dan capaciteit. Later extra personeel aannemen helpt pas nadat nieuwe mensen zijn ingewerkt en procedures rechtsgeldig zijn ingericht. Een overgangsplan moet daarom vóór het einde van de bestaande overeenkomst duidelijk zijn.


Onafhankelijkheid moet zichtbaar zijn en niet alleen op papier staan

De sterkste tegenwerping tegen het huidige model is dat een door de bankensector gefinancierd stelsel nooit volledig onafhankelijk kan lijken. Die twijfel is begrijpelijk. Banken hebben belang bij vertrouwen en beheersbare reputatieschade. Wanneer financiering, benoemingen en procedures onvoldoende transparant zijn, kan zelfs een juridisch onafhankelijke uitspraak maatschappelijk minder overtuigen.


Maar publieke financiering of directe onderbrenging bij een toezichthouder lost niet ieder probleem op. Ook daar bestaan budgetprikkels en institutionele belangen. Bovendien heeft tuchtrecht een andere functie dan bestuursrechtelijke boetes of schadevergoeding. Een opvolger moet daarom vooral duidelijke scheidingen hebben tussen financier, onderzoek, vervolging, oordeel en beroep.


Het oordeel is scherp. Stoppen kan verdedigbaar zijn wanneer de huidige governance niet meer werkt, maar alleen als de overgang sneller wordt geregeld dan de dossiers zich opstapelen. De bankierseed zonder werkende zitting is een norm met een verzwakte geloofwaardigheid. Ons oordeel verandert wanneer een onafhankelijke opvolger een bindend startmoment, voldoende capaciteit, transparante benoemingen en publiceerbare prestatiegegevens presenteert. Tot die tijd is continuïteit van rechtsbescherming de doorslaggevende indicator.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 167:10:14

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page