top of page

Box 3 op z’n Noors: dit wil je niet meemaken

In het kort:

  • Noorwegen belast vermogen, Nederland rendement: Noorwegen heft jaarlijks belasting op bezit; Nederland belast (voorlopig) forfaitair rendement en wil naar werkelijk rendement.

  • Liquiditeit is het knelpunt: Belasting zonder cashflow kan leiden tot verkoopdruk of extra dividend.

  • Stabiliteit is cruciaal: Een voorspelbaar en betaalbaar stelsel voorkomt dat fiscaliteit investeringskeuzes gaat domineren.


Wie als belegger naar belasting op vermogen kijkt, ziet in Noorwegen en Nederland twee systemen die op papier hetzelfde doel hebben, maar in de praktijk heel anders uitpakken. Noorwegen heft jaarlijks een vermogensbelasting op het bezit zelf, terwijl Nederland in box 3 uitgaat van een belasting op rendement en daarbij nu nog met forfaits werkt. Die verschillen bepalen niet alleen hoeveel je betaalt, maar ook wanneer de belasting voelt als “te doen” of juist als een rem op investeren.


Tegelijk schuift Nederland door juridische uitspraken en nieuw beleid langzaam richting een stelsel waarin het werkelijke rendement zwaarder gaat meewegen. Daardoor wordt de vergelijking met Noorwegen relevanter, juist omdat beide landen worstelen met dezelfde vraag: hoe belast je vermogen zonder dat je liquiditeit, ondernemerschap en investeringsklimaat onnodig onder druk zet.


Bron: Sirelo
Bron: Sirelo

Noorwegen kiest voor een prijs op bezit

Noorwegen kent een jaarlijkse vermogensbelasting die wordt berekend over het nettovermogen, dus bezittingen minus schulden, met waarderingsregels en waarderingskortingen. De belasting is een combinatie van een gemeentelijk en een staatsdeel, waardoor de heffing voor grote vermogens zichtbaar oploopt. Het systeem is relatief eenvoudig uit te leggen, omdat het direct aan bezit is gekoppeld en jaarlijks terugkomt.


Voor grote vermogens kan de totale druk oplopen tot ongeveer 1,1 procent per jaar in de hoogste schijf. Dat klinkt overzichtelijk, maar de praktijk kan lastiger zijn. Bij illiquide vermogen, zoals een onderneming, private equity of geconcentreerde posities, komt de belastingrekening elk jaar terug, ook als er weinig cashflow vrijkomt. Daardoor wordt de vraag belangrijk of een belastingstelsel niet alleen rechtvaardig en opbrengstgericht is, maar ook betaalbaar blijft zonder gedwongen verkoop of extra dividenddruk.


Waarom de Noorse discussie zo gevoelig werd

In de jaren rond 2022 en 2023 is de Noorse vermogensbelasting op onderdelen aangescherpt. Dat gebeurde onder meer via hogere effectieve waarderingen van bepaalde bezittingen en via tariefaanpassingen. Zulke wijzigingen raken vooral ondernemers en grootaandeelhouders, omdat hun vermogen vaak is “opgesloten” in een bedrijf dat niet vanzelf elk jaar geld uitkeert. In die situatie wordt belasting betalen een liquiditeitsvraagstuk.


Daarnaast speelt de Noorse exit tax mee in het bredere plaatje. Wie verhuist of vermogen naar het buitenland overdraagt, kan te maken krijgen met belasting over de waardestijging die tot dat moment is opgebouwd. Dat beleid is bedoeld om te voorkomen dat winsten die in Noorwegen zijn ontstaan, eenvoudig verdwijnen uit de belastinggrondslag zodra iemand fiscaal verhuist.


Nederland belast in box 3 vooral rendement en dat wringt juist in slechte jaren

Nederland heeft geen klassieke vermogensbelasting zoals Noorwegen, maar een heffing in box 3 die uitgaat van een forfaitair rendement. Voor de voorlopige aanslag werkt dat met vaste rendementspercentages voor banktegoeden, beleggingen en schulden. Over het berekende rendement betaal je vervolgens een vast tarief. In goede jaren voelt dat minder problematisch, maar in slechte jaren wordt het verschil tussen fictie en realiteit zichtbaar.


Voor veel beleggers is dat ook de kern van de onvrede. Als markten dalen of het werkelijke rendement laag is, kan een systeem met forfaits alsnog leiden tot een belastingdruk die aanvoelt alsof je belasting betaalt over iets dat je niet hebt verdiend. Dat effect wordt groter naarmate het deel van het vermogen dat als “belegging” wordt aangemerkt groter is, omdat het forfaitaire percentage daar vaak hoger ligt dan bij spaargeld.



Waarom Nederland richting werkelijk rendement beweegt

De beweging richting werkelijk rendement komt niet alleen uit politiek, maar ook uit rechtspraak. Het idee is dat de heffing beter moet aansluiten bij het rendement dat iemand daadwerkelijk behaalt. Daarbij gaat het niet alleen om rente, huur en dividend, maar ook om waardeontwikkelingen van beleggingen. Dat is belangrijk, omdat het betekent dat koersstijgingen en koersdalingen inhoudelijk onderdeel kunnen worden van het rendement waarover wordt geheven.


In de praktijk brengt dat meteen een spanningsveld naar voren. Een systeem dat jaarlijks waardeontwikkeling meeneemt, kan eerlijker lijken, maar het kan ook liquiditeitsproblemen veroorzaken. Waardestijging op papier levert immers geen cash op, terwijl de belastingrekening wel op de mat valt. Nederland staat dus voor dezelfde ontwerpkeuze die in Noorwegen al zo zichtbaar is geworden: hoe voorkom je dat een belasting op rendement of aanwas leidt tot gedwongen verkoop of ongewenste dividenddruk?


Wat Nederland van Noorwegen kan leren over liquiditeit

De belangrijkste les uit Noorwegen is dat een jaarlijkse heffing snel botst met de werkelijkheid van illiquide vermogen. Als je belasting verschuldigd bent zonder dat er geld binnenkomt, moet je aan knoppen draaien die je als belegger of ondernemer liever niet gebruikt. Denk aan extra dividend, het verkopen van stukken of het aantrekken van schuld om belasting te betalen. Dat kan investeringen afremmen en leidt vaak tot maatschappelijk verzet, zelfs als de opbrengst voor de overheid stevig is.


Voor Nederland is dit relevant omdat “werkelijk rendement” in de praktijk al snel betekent dat ook ongerealiseerde waardeontwikkeling gaat meetellen. Als de wetgever dat pad kiest, moeten er mechanismen zijn die voorkomen dat belastingheffing losraakt van cashflow. Anders verplaatst Nederland het box 3-probleem alleen maar van een te hoog forfait naar een te harde aanwasbenadering.


Wat Nederland van Noorwegen kan leren over stabiliteit en vertrouwen

Noorwegen laat zien dat een systeem met duidelijke drempels en tarieven in elk geval begrijpelijk blijft, zelfs als het omstreden is. Nederland zit al jaren in een fase van herstel en aanpassing, waarin regels veranderen en uitzonderingen toenemen. Voor beleggers is dat een probleem op zichzelf, omdat onzekerheid een verborgen kostenpost is. Het beïnvloedt beslissingen over beleggingsvormen, het aanhouden van reserves en de manier waarop vermogen wordt gestructureerd.


Een stelsel kan pas echt effectief zijn als het niet alleen juridisch klopt, maar ook voorspelbaar is. Stabiliteit zorgt ervoor dat mensen hun keuzes maken op basis van marktverwachtingen in plaats van op basis van fiscale noodzaak.


Wat beleggers hier vandaag al mee kunnen

Voor Nederlandse beleggers is het verstandig om vooruit te denken, ook al blijft de exacte vorm van het nieuwe stelsel onderwerp van politieke besluitvorming. Wie nu al goed bijhoudt waar rendement uit bestaat, hoe waardeveranderingen doorwerken en welke kosten daarbij horen, is beter voorbereid op een systeem dat meer leunt op werkelijk rendement.


De grotere les uit Noorwegen is dat de details het verschil maken. Niet het idee dat vermogen of rendement belast wordt, maar de manier waarop, het moment waarop en de vraag of het betaalbaar blijft zonder ongewenste ingrepen in de portefeuille. Als Nederland die lessen verwerkt, kan de hervorming uiteindelijk leiden tot een box 3-stelsel dat beter aansluit bij de werkelijkheid en tegelijk beter uitlegbaar is voor beleggers.


Advertorial

Wie zijn rendement wil optimaliseren in een stelsel dat mogelijk sterker op werkelijk rendement en waardebewegingen gaat leunen, doet er goed aan ook de kostenkant strak te organiseren. Juist wanneer belastingdruk kan botsen met liquiditeit, telt iedere basispunt aan frictie in de uitvoering mee.


MEXEM is door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers kunnen er goedkoop en betrouwbaar handelen met 0,005% valutakosten, tegenover 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.


 
 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page