All-World van Vanguard is minder wereld dan de naam belooft
In het kort
VWRL sloot op 28 september op €163,94 in Amsterdam. De ETF volgt de FTSE All-World Index en bezit duizenden aandelen uit ontwikkelde en opkomende markten, maar uitsluitend grote en middelgrote ondernemingen. Wereldwijde smallcaps ontbreken. Dat is geen fout in het fonds, maar wel een belangrijke beperking van het woord All-World.
De Vanguard FTSE All-World UCITS ETF is voor veel beleggers een eenvoudige kernpositie. De gekozen beurslijn is VWRL op Euronext Amsterdam, ISIN IE00B3RBWM25. Het fonds is Iers, keert per kwartaal dividend uit en rekent 0,14 procent lopende kosten. De portefeuille bevat ongeveer vierduizend aandelen en volgt een index die grote en middelgrote bedrijven in ontwikkelde en opkomende landen omvat.
Die brede spreiding is echt, maar niet volledig. Kleine beursbedrijven vallen buiten de index. Daardoor bezit een belegger wel de dominante banken, chipbedrijven, consumentenmerken en internetplatforms, maar niet het onderste deel van de wereldwijde beurswaarde. Dat ontbrekende segment is klein in gewicht, maar groot in aantal ondernemingen.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Brede spreiding kan toch geconcentreerd zijn
Een marktgewogen ETF geeft de grootste bedrijven automatisch het meeste gewicht. Dat is efficiënt: winnaars groeien mee en het fonds hoeft niet voortdurend een mening over individuele aandelen te vormen. Tegelijk betekent het dat een handvol Amerikaanse megacaps een merkbaar deel van het rendement bepaalt. Vierduizend posities zijn dus niet hetzelfde als vierduizend even grote risico's.
Smallcaps zouden die concentratie iets verlagen, maar voegen andere risico's toe. Kleine ondernemingen hebben gemiddeld zwakkere balansen, minder stabiele marges en duurdere toegang tot financiering. Hun aandelen zijn minder liquide en de transactiekosten van een fonds liggen hoger. Het ontbreken van smallcaps maakt VWRL niet ongeschikt. Het betekent vooral dat de ETF een efficiënte afspiegeling is van het grootste deel van de wereldwijde beurswaarde, niet van ieder beursgenoteerd bedrijf.
Wie smallcaps wil toevoegen, moet daarom niet alleen naar het aantal extra namen kijken. De relevante vraag is of de verwachte rendementsbron opweegt tegen hogere kosten, meer volatiliteit en periodiek herbalanceren. Een aparte wereldwijde smallcap-ETF kan de dekking verbreden, maar maakt de portefeuille ook complexer.
Wat moet de onderliggende portefeuille waarmaken?
Een ETF heeft geen eigen operationele winst zoals een bedrijf. De waardering komt van de ondernemingen in de index. Als de portefeuille rond 21 keer de verwachte winst noteert en de eindmultiple over drie jaar 19 bedraagt, moet de onderliggende winst ongeveer 11,6 procent per jaar groeien om vanaf €163,94 een jaarlijks koersrendement van 8 procent te halen. Dividend komt daar als totaalrendement bovenop, maar de uitgekeerde bedragen verdwijnen op de ex-dividenddatum ook uit de koers.
Dat onderscheid is belangrijk voor VWRL, omdat het een uitkerende shareclass is. De koers alleen onderschat het rendement wanneer dividend wordt herbelegd. Tegelijk mag het dividend niet dubbel worden geteld door zowel een hogere koers als de volledige uitkering toe te voegen zonder rekening te houden met de waardedaling op de ex-datum.
Valuta speelt eveneens mee. De intrinsieke waarde wordt in Amerikaanse dollars berekend, terwijl de Amsterdamse beurslijn in euro's noteert. VWRL dekt het valutarisico niet af. Een sterkere euro kan de eurokoers drukken, zelfs als de onderliggende aandelen in lokale valuta stijgen. Over lange perioden kunnen valuta-effecten heen en weer bewegen, maar over drie jaar zijn ze groot genoeg om een scenario zichtbaar te veranderen.
Het sterkste tegenargument
Het beste argument voor VWRL is eenvoud. Met één fonds krijgt een belegger toegang tot de meeste beurswaarde ter wereld, tegen lage kosten en zonder zelf landen of sectoren te kiezen. Het sterkste tegenargument is dat de index precies het meeste koopt van wat al duur en groot is. Als Amerikaanse technologiebedrijven tegen hoge multiples noteren, wordt die waardering automatisch een groot deel van de portefeuille.
Smallcaps lossen dat niet vanzelf op. Ze kunnen jarenlang achterblijven wanneer rente hoog blijft of economische groei tegenvalt. Bovendien zijn veel snelgroeiende jonge bedrijven tegenwoordig langer privaat. Een smallcap-index bevat daardoor niet automatisch de aantrekkelijkste nieuwkomers. De juiste conclusie is dus niet dat VWRL incompleet en daarom slecht is. De conclusie is dat een belegger bewust moet kiezen of grote en middelgrote aandelen genoeg werelddekking bieden.
Drie mogelijke paden
In het ongunstige scenario krimpt de waardering, blijft winstgroei zwak en werkt valuta tegen. De mogelijke koersen zijn dan €136,80 in 2027, €135,00 in 2028 en €132,60 in 2029. In het middenscenario groeit de onderliggende winst gematigd en normaliseert de multiple, met €163,80, €170,00 en €174,80. In het gunstige scenario blijft de wereldeconomie groeien, verruimt de winstbasis buiten de megacaps en volgen €193,20, €211,20 en €226,80.
De formule is de huidige koers maal de cumulatieve winstgroei maal de verhouding tussen de toekomstige en huidige koers-winstverhouding, gecorrigeerd voor het gekozen valuta-effect. De uitkomsten zijn koersscenario's. Voor totaalrendement moet het uitgekeerde en eventueel herbelegde dividend apart worden toegevoegd.
VWRL blijft een sterke eenvoudige bouwsteen, juist omdat het fonds niet probeert ieder mogelijk rendementspatroon te vangen. De naam All-World vraagt alleen om een voetnoot: de wereld in deze ETF bestaat uit grote en middelgrote beursbedrijven. Wie kleine bedrijven bewust wil bezitten, moet die laag afzonderlijk toevoegen en accepteren dat bredere dekking ook extra kosten en schommelingen brengt.
Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.
Lees ook: ASML: orders, China en de waardering








































































































































Opmerkingen