top of page

Wie mag blijven in de quantum-ETF van VanEck?

2 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

VanEck Quantum Computing UCITS ETF bezit pure quantumspelers én grote patenthouders. De index geeft pure spelers maximaal 8% gewicht en andere bedrijven maximaal 4%. Liquiditeit kan het gewicht verder beperken. Daardoor bezit de belegger geen vaste mand quantumbedrijven, maar een portefeuille die volgens regels blijft verschuiven.


Een themafonds lijkt eenvoudig: kies een technologie met veel groeipotentieel en koop een mand bedrijven. Bij quantumcomputing is de werkelijkheid lastiger. De commerciële markt is jong, veel pure spelers maken verlies en grote technologiebedrijven halen maar een klein deel van hun omzet uit quantum. De index moet dus bepalen wat voldoende blootstelling is.


VanEck beschrijft op de officiële fondspagina twee routes. Een onderneming kan voldoende omzet of activiteit uit quantum halen, of een sterke positie in quantumpatenten hebben. De MarketVector Global Quantum Leaders Index selecteert eerst maximaal vijftien grotere pure spelers en vult de rest aan op basis van patenten.


De ETF met ISIN IE0007Y8Y157 is accumulerend, noteert als QUTM op Xetra in euro's en kost 0,55% per jaar. De intrinsieke waarde was op 2 oktober $29,54 en het fondsvermogen $908,4 miljoen. De beurskoers op Xetra sloot die dag op €26,56. Intrinsieke waarde en beurskoers staan in verschillende valuta en zijn daarom niet rechtstreeks vergelijkbaar zonder de wisselkoers.




Het gewicht zegt meer dan de naam

De index legt minimaal 20% gewicht bij bedrijven die ten minste 50% van hun omzet of activiteit uit quantum halen. Voor bestaande posities kan 25% voldoende zijn. Pure spelers mogen tot 8% wegen. Bedrijven die vooral via patenten kwalificeren krijgen maximaal 4%.


Dat is een verstandige poging om twee problemen te combineren. Pure spelers bieden directe blootstelling, maar zijn vaak klein, verlieslatend en volatiel. Grote patenthouders hebben sterke balansen en onderzoeksbudgetten, maar hun quantumactiviteiten zijn economisch nog klein. Het fonds wordt zo minder afhankelijk van één bedrijf, maar ook minder zuiver dan de naam suggereert.


Een tweede limiet komt uit de handel. Het gewicht van een aandeel mag niet hoger zijn dan de gemiddelde dagelijkse handelsomzet over drie maanden gedeeld door $750 miljoen. Deze liquiditeitsregel beschermt het fonds tegen posities die te groot zijn om ordelijk te verhandelen. Tegelijk kan een snel stijgende pure speler juist worden afgeremd wanneer de handel niet meegroeit.


Herweging verkoopt automatisch en koopt automatisch

Indexregels nemen emotie weg. Dat is een voordeel. Wanneer een positie boven het plafond uitstijgt, wordt zij bij herweging teruggebracht. Wanneer een nieuwe onderneming aan de voorwaarden voldoet, kan zij worden toegevoegd. De belegger hoeft zelf geen technische winnaar te kiezen.


Het nadeel is dat regels geen waardeoordeel kennen. Een aandeel kan na een sterke stijging duur zijn, maar ook aan het begin van een grote commerciële doorbraak staan. Het plafond verkoopt in beide gevallen een deel. Omgekeerd kan een dalend aandeel worden aangevuld wanneer het nog aan de selectievoorwaarden voldoet. Herweging kan dus systematisch laag kopen en hoog verkopen, maar ook momentum afremmen of verliezers langer vasthouden.


De kosten van 0,55% lijken naast de dagelijkse koersbewegingen klein. Over tien jaar is het effect groter. Bij een bruto rendement van 8% per jaar blijft na alleen fondskosten ongeveer 7,4% over. Op €10.000 scheelt dat na tien jaar ruwweg €1.100 tegenover een kosteloos fonds, nog zonder handelskosten en belasting.



Omdat de shareclass accumulerend is, worden eventuele dividenden herbelegd. Het koersrendement benadert daardoor het totaalrendement van de shareclass. Veel pure quantumspelers betalen geen dividend, maar grote technologiebedrijven wel. De uitkering blijft in het fonds en wordt onderdeel van de intrinsieke waarde.


Waar komt het rendement economisch vandaan?

Een hoge koers van quantumbedrijven kan alleen standhouden als omzet uiteindelijk winst en vrije kasstroom wordt. Dat pad is onzeker. Hardwarebedrijven moeten systemen bouwen en verbeteren. Software- en netwerkbedrijven moeten aantonen dat klanten terugkerend betalen. Patenthouders moeten onderzoek omzetten in producten of licenties.


Voor de ETF als geheel is een gewone koers-winstverhouding onbetrouwbaar wanneer een betekenisvol deel van de portefeuille verlies maakt. Daarom rekent de reverse module met onderliggende winstgroei, multipleverandering, valuta en kosten. De vraag is hoeveel groei nodig is om een krimpende waardering te compenseren.



Bij 15% multiplekrimp over drie jaar, een euro die 5% sterker wordt en 0,55% jaarlijkse kosten is bijna 16% onderliggende winstgroei per jaar nodig om toch 8% jaarlijks rendement in euro's te halen. Dat is mogelijk in een jonge markt, maar niet bescheiden. Het maakt duidelijk dat een goed technologisch verhaal en een goed beursrendement twee verschillende zaken zijn.


De dollar speelt mee omdat de fondsvaluta USD is en veel holdings in dollars noteren. Een notering in euro's dekt dat risico niet af. Een sterkere dollar helpt de eurowaarde, een sterkere euro drukt die. De precieze gevoeligheid hangt af van de landen en valuta van de posities.



Drie paden voor de ETF

Het bearscenario combineert tegenvallende portefeuilleprestaties met een zwakkere dollar. Dan kan QUTM ondanks technologische vooruitgang in euro's dalen. Het middenscenario gebruikt 12% bruto portefeuillerendement, stabiele valuta en 0,55% kosten. Het gunstige scenario veronderstelt snelle commerciële doorbraken en een meewerkende dollar.


Deze paden zijn geen voorspelling. Ze laten zien dat het ETF-rendement uit vier lagen bestaat: bedrijfsresultaat, waardering, valuta en kosten. De indexregels bepalen vervolgens welke bedrijven dat rendement leveren en met welk gewicht.


Belangrijkste risico's

Het grootste risico is dat quantumtechnologie economisch later doorbreekt dan de beurs verwacht. Veel bedrijven moeten dan nieuw kapitaal ophalen. Aandelenuitgifte verwatert bestaande aandeelhouders, ook wanneer de omzet stijgt. De ETF spreidt dit risico, maar heft het niet op.


Daarnaast kan patentbezit een zwakke maatstaf zijn voor toekomstige winst. Een groot technologiebedrijf kan veel relevante patenten hebben zonder dat quantum ooit een materiële omzetbron wordt. De index koopt dan onderzoekskracht, geen directe winst uit het thema.


QUTM past daarom beter als beperkte satellietpositie dan als kern van een portefeuille. De structuur is helder en de spreiding is nuttig, maar de economische uitkomst blijft afhankelijk van een vroege en onzekere markt. Op €26,56 koopt de belegger vooral een set regels die bepaalt wie in het thema mag blijven.



 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page