Ondernemers verdienen meer ruimte en Jitse Groen heeft een punt
In het kort
Jitse Groen heeft een sterk punt wanneer hij Europa oproept technologiebedrijven meer ruimte te geven. Ondernemers hebben kapitaal, klanten en werkbare regels nodig om een idee tot een bruikbaar product te maken. Zijn investering in horecatechnologie laat zien dat hij ook zelf geld achter die overtuiging zet. De overheid helpt vooral door onnodige belemmeringen weg te nemen, terwijl pensioenbeleggingen op het belang van deelnemers moeten worden beoordeeld.
In een bericht van 22 september 2026 schrijft Groen dat Europa “geen serieuze AI bedrijven heeft” en hekelt hij “meer doorgeslagen regelgeving” als antwoord. Dat is zijn politieke oordeel. Achter de scherpe formulering ligt een zakelijke zorg: regels kunnen de kosten van ontwikkelen en groeien verhogen voordat een bedrijf genoeg klanten heeft.
Die zorg raakt vooral jonge ondernemingen. Een digitale dienst heeft vaak grote vaste ontwikkelkosten, terwijl de inkomsten nog moeten komen. Extra verplichtingen kunnen dan geld en tijd opeisen die ook naar het product of de eerste klanten hadden kunnen gaan. Voor een groot concern is dezelfde verplichting mogelijk veel gemakkelijker te dragen. Eenvoudige regels beschermen daarom ook de ruimte voor nieuwe uitdagers om met bestaande partijen te concurreren.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Groen kijkt naar technologie als ondernemer en aandeelhouder
Groen is de oprichter van Thuisbezorgd en voormalig bestuursvoorzitter van Just Eat Takeaway.com. Zijn nieuwe betrokkenheid bij de sector werd op 24 augustus zichtbaar: Butlaroo kondigde zijn minderheidsinvestering aan. Het bedrijf maakt onder meer systemen voor digitaal bestellen en betalen in de horeca en wil verder groeien. Het precieze investeringsbedrag is niet bekendgemaakt; de aankondiging spreekt over miljoenen.
In een reactie van diezelfde dag schrijft Groen: “Dit soort technologieën maken de service dan vele malen beter.” Zijn investering geeft hem een zakelijk belang bij die ontwikkeling, en betekent tegelijk dat hij zelf financieel risico neemt. De betere dienstverlening is zijn beoordeling, geen onafhankelijk gemeten productiviteitswinst. De relevante vervolgvraag is hoe een ondernemer zo’n belofte kan toetsen aan de dagelijkse praktijk.
Het helpt om digitalisering en AI uit elkaar te houden. Een digitaal menu of een betaalterminal is niet vanzelf kunstmatige intelligentie. AI kan bijvoorbeeld voorspellingen of aanbevelingen toevoegen, terwijl het grootste deel van een besparing uit een eenvoudiger bestelproces komt. Een ondernemer hoeft dat onderscheid niet technisch uit te pluizen om een aankoopbeslissing te nemen. Hij moet wel weten welk probleem wordt opgelost en welke meetbare verbetering tegenover de factuur staat.
Europese AI heeft ruimte nodig om door te groeien
Europa heeft wel degelijk AI-bedrijven met serieuze ambities. Op 9 september 2025 kondigde ASML een investering van €1,3 miljard in Mistral AI aan, goed voor ongeveer 11 procent op volledig verwaterde basis. Daarnaast sloten de bedrijven een strategische samenwerking. ASML wilde de technologie onder meer gebruiken in onderzoek en bedrijfsprocessen. Groens formulering is op dat punt te absoluut. Het voorbeeld laat vooral zien wat er mogelijk is wanneer bedrijven zelf kansen zien en kapitaal beschikbaar stellen.
De aanwezigheid van Mistral neemt Groens zorg over de omstandigheden om te groeien niet weg. Een financieringsronde betaalt niet eindeloos de ontwikkelkosten. Daarvoor zijn klanten nodig die blijven betalen en een product dat zich onderscheidt. Het is daarom verstandiger te vragen welke belemmeringen Europese aanbieders onderweg tegenkomen dan alleen te wijzen op een groot investeringsbedrag. Groei moet uiteindelijk verdiend worden.
Ook de Europese AI Act behandelt niet ieder systeem hetzelfde. Er zijn verboden toepassingen, hoogrisicotoepassingen met zwaardere eisen en lichtere categorieën. Voor toepassingen met minimaal of geen risico gelden geen aanvullende verplichtingen vanuit deze wet, al blijven andere wetten van toepassing. Welke categorie bij een concreet product hoort, hangt van het gebruik af. Een bestelhulp is niet zonder meer hetzelfde als een systeem dat sollicitanten of kredietaanvragen beoordeelt.
Volgens de Europese Commissie trad op 27 juli 2026 de AI-omnibus met vereenvoudigingen in werking. Die past onderdelen van de uitvoering en de termijnen aan, onder meer voor hoogrisicosystemen. Dat is een welkome richting. De praktische toets is of ondernemers daardoor ook minder tijd en geld kwijt zijn aan naleving. Een aangekondigde vereenvoudiging is pas waardevol als zij op de werkvloer merkbaar wordt.
Groens pleidooi voor minder complexiteit verdient daarom gewicht. Een ondernemer kan naast AI-regels te maken krijgen met privacy, arbeidsrecht en contractvoorwaarden. Ook afzonderlijk verdedigbare verplichtingen kunnen samen zwaar worden. Daartegenover staat het terechte belang van veilige systemen en zorgvuldig gebruik van gegevens. De overheid moet duidelijke grenzen stellen waar concrete risico’s dat vragen en bedrijven daarbinnen zoveel mogelijk ruimte geven om zelf oplossingen te ontwikkelen.
Een uur tijdwinst is pas iets waard als het bruikbaar wordt
Een fictief restaurant maakt de rekensom concreet. Het verwerkt 100 bestellingen per openingsdag en is 300 dagen per jaar open. Een nieuw digitaal proces bespaart naar aanname gemiddeld één minuut per bestelling. Dat levert 100 × 1 × 300 / 60 = 500 uur technische tijdwinst per jaar op. Bij een veronderstelde totale arbeidskost van €30 per uur vertegenwoordigt dat maximaal €15.000. Dit zijn voorbeeldaannames, geen prijsopgave of prestatietest van Butlaroo.
Die €15.000 is nog geen besparing op de bankrekening. Misschien vallen de gewonnen minuten verspreid over de dag en kan het rooster niet worden aangepast. Misschien gebruikt het team de tijd voor betere service, zonder dat direct meer gasten komen. We nemen daarom in het basisscenario aan dat de helft van de technische tijdwinst daadwerkelijk economische waarde krijgt. Dat is 250 uur, oftewel €7.500 per jaar.
Dit onderscheid voorkomt een veelgemaakte fout bij technologie-investeringen: alle vrijgekomen tijd als lagere loonkosten tellen. Minder betaalde uren levert een directe kostenbesparing op. Meer omzet levert alleen extra waarde op voor zover na de bijbehorende inkoop en andere kosten iets overblijft. Betere service kan waardevol zijn, maar moet uiteindelijk zichtbaar worden in bijvoorbeeld klantbehoud, bestedingen of minder fouten. Anders blijft het bij een aannemelijk verhaal.
Wie krijgt het voordeel en wie betaalt de rekening
Veronderstel nu een softwareabonnement van €300 per maand, dus €3.600 per jaar. Van de €7.500 bruikbare arbeidswaarde blijft dan €3.900 jaarlijks operationeel voordeel over, gemiddeld €325 per maand. Dat is vóór winst- of inkomstenbelasting. Alle bedragen zijn exclusief btw; aanschafkosten, implementatie, training, storingen en eventuele transactiekosten zijn nog niet opgenomen. Het gaat dus om netto voordeel ná het veronderstelde abonnement, niet om persoonlijk netto inkomen of gegarandeerde kaswinst.
De verdeling van het voordeel staat evenmin vast. De ondernemer kan een hogere marge overhouden, klanten kunnen sneller geholpen worden en medewerkers kunnen meer tijd krijgen voor ingewikkelde vragen. Bij personeelstekorten kan productiviteit helpen om dezelfde dienstverlening met het beschikbare team vol te houden. Wanneer de ondernemer juist uren schrapt, kan een werknemer inkomen verliezen. Hetzelfde systeem kan dus heel verschillende uitkomsten hebben, afhankelijk van hoe het wordt ingevoerd.
Ook klanten verschillen. Wie graag digitaal bestelt, ervaart gemak. Wie geen geschikte telefoon heeft of moeilijk met een scherm overweg kan, kan juist extra moeite ervaren. Een bruikbaar alternatief en een medewerker die kan helpen, horen daarom in de bedrijfseconomische afweging. De goedkoopste werkwijze is niet automatisch de beste als zij klanten wegjaagt of fouten en herstelwerk veroorzaakt.
Draai de vraag om: hoeveel tijdwinst is minimaal nodig om het abonnement terug te verdienen? €3.600 gedeeld door €30 per uur is 120 economisch bruikbare uren per jaar. Verdeeld over 300 dagen is dat 24 minuten per dag. Bij 100 bestellingen gaat het om 14,4 bruikbare seconden per bestelling. Als maar de helft van de technische tijdwinst wordt benut, moet het systeem dus gemiddeld 28,8 seconden per bestelling besparen. Dat is de drempel vóór de overige invoeringskosten.
Pensioengeld heeft een andere opdracht dan industriebeleid
Op 24 september waarschuwt Groen bij een bericht over pensioenbeleggingen voor “politieke nevenactiviteiten”. Hij legt daarmee terecht de nadruk op de eerste verantwoordelijkheid van een pensioenfonds: het belang van de deelnemers. Hun opgebouwde vermogen is geen vrij beschikbare pot voor industriebeleid. Een Europese belegging kan uitstekend bij dat belang passen, maar moet die keuze zelfstandig kunnen dragen op rendement, risico en kosten.
ABP maakte op 24 september bekend €250 miljoen toe te zeggen aan het Scaleup Europe Fund. Dat past binnen de ambitie om de komende drie jaar ongeveer €1 miljard in Europese durfkapitaalfondsen toe te zeggen, afhankelijk van geschikte mogelijkheden. Het fonds heeft een beoogde omvang van €5 miljard en wordt beheerd door EQT. Die €1 miljard is dus niet hetzelfde als een direct betaalde investering in één fonds. Toezeggingen worden doorgaans over tijd opgevraagd.
Voor de beoordeling telt het rendement na kosten in verhouding tot het risico. Groeibedrijven kunnen mislukken, waarderingen kunnen tegenvallen en geld kan lang vastzitten. Een pensioenfonds kan zulke risico’s nemen als ze passen bij zijn verplichtingen, spreiding en liquiditeitsbehoefte. Het juiste alternatief is daarom niet simpelweg de hoogste denkbare opbrengst zoeken. Een hoger verwacht rendement kan de vergoeding zijn voor meer risico of minder beschikbaarheid.
De sterkste verdediging van ABP is dat Europese groeibedrijven aantrekkelijke beleggingen kunnen zijn die tegelijk de economie versterken. Die doelen kunnen samengaan. Juist daarom moet het fonds kunnen uitleggen waarom de investering ook zonder politieke voorkeur aantrekkelijk is. Onafhankelijke selectie, redelijke vergoedingen en een passende risicoverdeling horen daarbij. Uit de aankondiging volgt niet dat deelnemers rendement inleveren. Groens waarschuwing is wel een goede reden om die zakelijke toets vóór de investering scherp te stellen.
Geef ondernemers ruimte en laat het resultaat tellen
Voor het restaurant rekenen we drie scenario’s door over 2027, 2028 en 2029, met peildatum 3 oktober 2026. Bestelvolume, minutenwinst, arbeidskosten en abonnement blijven gelijk. In het tegenvallende scenario wordt 25 procent van de technische tijdwinst economisch benut, in de basis 50 procent en in het gunstige alternatief 75 procent. De formule per jaar is €15.000 × benuttingspercentage − €3.600. Dat levert respectievelijk €150, €3.900 en €7.650 per jaar op.
Over drie jaar is dat nominaal €450, €11.700 of €22.950, vóór de eerder genoemde ontbrekende kosten en belastingen. We veronderstellen hier geen groei, prijsstijgingen of kansverdeling en rekenen de bedragen niet terug naar een contante waarde. Daardoor is dit een vergelijking van uitvoering, geen voorspelling van een werkelijk restaurant. Vooral het zwakke scenario laat zien hoe snel implementatiekosten een ogenschijnlijk positieve investering alsnog onrendabel maken.
Groen benoemt een gezonde prioriteit: geef mensen die met eigen kapitaal ondernemen de ruimte om bruikbare technologie te ontwikkelen. Een overheid die eenvoudiger regels, voorspelbaar beleid en bescherming van eigendom biedt, helpt ook bedrijven die geen groot juridisch apparaat kunnen betalen. De commerciële beslissing en het risico horen vervolgens bij de ondernemer en zijn investeerders. Voor pensioengeld geldt dezelfde behoefte aan onafhankelijkheid: het belang van de deelnemers moet leidend blijven. Betere cijfers over tijdwinst, klantwaarde en rendement kunnen aantonen welke investeringen die ruimte waarmaken. Slechte resultaten zijn reden om een project te heroverwegen, niet om ondernemerschap vooraf met onnodige belemmeringen te belasten.
Omslag: Jitse Groen tijdens The Next Web Conference in april 2015, archieffoto. Julia de Boer / The Next Web, via Wikimedia Commons. CC BY-SA 2.0. Foto onbewerkt aangeleverd.








































































































































Opmerkingen