Is de angst voor een private credit crisis terecht?
- Kevin S
- 9 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Private credit groeit snel als alternatief voor bankleningen, maar heeft ondanks lagere transparantie niet per se hogere risico’s.
De sector is stabieler dan vaak gedacht door lage leverage, beperkte verwevenheid met banken en ingebouwde liquiditeitsremmen.
Risico’s zitten vooral in waarderingen en mogelijke kapitaaluitstroom, maar een plotselinge systeemcrisis zoals in 2008 lijkt onwaarschijnlijk.
De financiële wereld heeft een hardnekkige gewoonte. Zodra er ergens groei ontstaat in een relatief nieuwe markt, duiken er al snel waarschuwingen op voor een volgende crisis. Na de bankencrisis van 2008 zijn beleggers en toezichthouders extra alert geworden. Nu ligt de focus op private credit, een snelgroeiende markt waarin leningen buiten het traditionele banksysteem worden verstrekt. Volgens sommige analisten zou juist deze sector de volgende schok kunnen veroorzaken. Maar wie naar de cijfers kijkt, ziet een genuanceerder beeld.
Wat is private credit eigenlijk
Private credit verwijst naar leningen die worden verstrekt door niet-bancaire partijen, zoals investeringsfondsen, direct aan bedrijven. Deze markt is sterk gegroeid doordat banken na de financiële crisis strengere regels kregen en minder risico zijn gaan nemen. Daardoor ontstond ruimte voor alternatieve kredietverstrekkers.
Voor beleggers biedt private credit vaak aantrekkelijke rendementen. Tegelijk is er minder transparantie dan bij beursgenoteerde obligaties of bankleningen. Dat gebrek aan inzicht voedt de zorgen. Toch zegt minder zichtbaarheid niet automatisch dat het risico hoger is.

Sterkere fundamenten dan vaak wordt gedacht
Een van de belangrijkste factoren bij financiële crises is leverage, oftewel de mate waarin met geleend geld wordt gewerkt. Voor de crisis van 2008 waren grote banken extreem hoog gefinancierd met schuld. In sommige gevallen liep dit op tot een verhouding van 30 keer schuld ten opzichte van eigen vermogen. Daardoor konden relatief kleine verliezen al enorme gevolgen hebben.
Private creditfondsen zitten heel anders in elkaar. Onderzoek naar duizenden fondsen en leningen laat zien dat de gemiddelde leverage veel lager ligt, rond de 1,25 keer. Dat betekent dat een groot deel van de activa wordt gefinancierd met eigen vermogen van investeerders. Verliezen worden dus eerst opgevangen door deze langetermijnbeleggers, en niet direct doorgeschoven naar schuldeisers of het financiële systeem.
Dit verschil is cruciaal. Het maakt private creditfondsen veel beter bestand tegen economische tegenwind dan banken destijds waren.
Beperkte verwevenheid met banken
Een tweede zorg is dat problemen in private credit zouden kunnen overslaan naar het banksysteem. In de praktijk blijken deze verbindingen echter beperkt. Fondsen maken wel gebruik van kredietlijnen bij banken, maar vooral voor tijdelijke financiering, bijvoorbeeld om kasstromen te managen.
Zelfs in scenario’s waarin alle beschikbare kredietlijnen volledig worden benut tijdens een crisis, blijven banken volgens modellen goed gekapitaliseerd. Dat wijst erop dat een schok in private credit niet automatisch het bredere financiële systeem onderuit haalt.
Liquiditeitsmechanismen werken juist stabiliserend
De recente onrust in de markt, waarbij sommige beleggers hun geld willen terugtrekken, heeft geleid tot beperkingen op uitbetalingen bij bepaalde fondsen. Op het eerste gezicht lijkt dat een slecht teken. Maar deze zogeheten “gates” hebben juist een stabiliserende functie.
Ze voorkomen dat fondsen gedwongen worden om leningen snel te verkopen tegen lage prijzen. Dit soort gedwongen verkopen was juist een belangrijke oorzaak van eerdere crises. Private creditfondsen hebben bovendien een beter afgestemde looptijd tussen hun investeringen en verplichtingen. Beleggers leggen hun geld voor langere tijd vast, waardoor er minder druk ontstaat om op korte termijn te verkopen.
Waar zitten dan wel de risico’s
Dat betekent niet dat private krediet risicoloos is. Een belangrijk aandachtspunt is de waardering van leningen. Omdat deze niet dagelijks op een markt worden verhandeld, zijn waarderingen vaak gebaseerd op modellen. Dat kan een vertekend beeld geven van de werkelijke kwaliteit van de onderliggende leningen.
In een slechter economisch klimaat kunnen verliezen oplopen. Als beleggers het vertrouwen verliezen, kan de instroom van nieuw kapitaal opdrogen. Dat kan vervolgens leiden tot minder kredietverlening aan bedrijven en indirect druk zetten op andere delen van de financiële sector, zoals verzekeraars en pensioenfondsen. Dit is echter een geleidelijk proces, geen plotselinge systeemcrisis zoals in 2008.
Een andere verdeling van risico
De belangrijkste conclusie is dat risico in het financiële systeem niet verdwenen is, maar verschoven. Waar banken vroeger het grootste deel van het kredietrisico droegen, ligt dat nu deels bij private investeerders.
Voor particuliere beleggers is dat een belangrijk inzicht. Private credit kan aantrekkelijk zijn vanwege het rendement en de diversificatie, maar vraagt ook om een goed begrip van de onderliggende structuur. De kans op een grote systeemcrisis vanuit deze sector lijkt klein, maar individuele verliezen en schommelingen zijn onvermijdelijk. De angst voor een nieuwe financiële ramp is begrijpelijk, maar in het geval van private credit lijkt die angst voorlopig overtrokken.
Advertorial
De verschuiving van risico’s binnen de financiële sector onderstreept hoe belangrijk het is om bewust om te gaan met vermogen en spreiding. In een omgeving waarin rendement en risico continu veranderen, kiezen veel spaarders ervoor om een deel van hun geld flexibel te parkeren, met oog voor stabiliteit en toegankelijkheid.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.



















































