Doorzoek deze website
14759 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Analisten noemen dit aandeel de nieuwe Nvidia
In het kort Dit bedrijf rapporteerde een AI-omzet van 5,2 miljard dollar in Q3, een stijging van 63 procent op jaarbasis. De totale kwartaalomzet groeide met 22 procent naar 15,95 miljard dollar , met een vrije kasstroom van 7 miljard dollar. Analisten zien in dit bedrijf een sterke groeier . Broadcom , genoteerd aan de NASDAQ onder het tickersymbool AVGO , maakte begin september de cijfers voor het derde kwartaal van boekjaar 2025 bekend. Met een omzet van 15,95 miljard dollar noteerde het bedrijf een stijging van 22 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De aangepaste EBITDA kwam uit op 10,7 miljard dollar , wat neerkomt op een marge van 67 procent . De vrije kasstroom bedroeg 7 miljard dollar , oftewel 44 procent van de omzet. Broadcom omzet stijgt 22 procent jaar-op-jaar door AI-groei: Bron: Broadcom Die cijfers kwamen niet uit het niets. Broadcom profiteert direct van de mondiale hausse rond kunstmatige intelligentie . De AI-gerelateerde omzet kwam in het derde kwartaal uit op 5,2 miljard dollar , een stijging van 63 procent op jaarbasis. Voor het lopende vierde kwartaal verwacht Broadcom dat dit segment verder stijgt naar 6,2 miljard dollar . Daarmee is het bedrijf in korte tijd uitgegroeid tot een belangrijke toeleverancier van AI-infrastructuur , met name voor hyperscalers zoals Google, Meta en mogelijk OpenAI , waarmee volgens geruchten een AI-chiporder van 10 miljard dollar is geplaatst. De totale orderportefeuille van Broadcom bedraagt inmiddels 110 miljard dollar , een historisch record. De VMware-deal als tweede motor Naast hardware profiteert Broadcom van een tweede groeimotor: software . Sinds de overname van VMware in 2023 heeft Broadcom een stabiele inkomstenstroom via abonnementen en licenties binnengehaald. Deze softwaretak, die onder meer de VMware Cloud Foundation aanbiedt, droeg 17 procent bij aan de omzetgroei. Beleg je in volatiele groeisectoren zoals tech en zoek je een stabieler fundament voor de lange termijn? Vastgoedfondsen bieden voorspelbare inkomsten en bescherming tegen inflatie. Bekijk hier het actuele overzicht van de beste Nederlandse vastgoedfondsen! De synergie tussen hardware en software lijkt inmiddels structureel van aard . Klanten die AI-accelerators afnemen, bouwen vaak ook hun private cloudinfrastructuur op met VMware-technologie . Dit versterkt de strategische positie van Broadcom binnen grote ondernemingen die hun eigen AI-capaciteit willen opschalen zonder afhankelijk te zijn van publieke cloudproviders. De vergelijking met Nvidia loopt spaak Hoewel Broadcom duidelijk profiteert van de AI-trend, gaan er stemmen op dat het bedrijf de “ volgende Nvidia ” zou kunnen worden. Die vergelijking is begrijpelijk, maar houdt bij nadere analyse geen stand . Nvidia is niet slechts een chipfabrikant, maar een platformaanbieder. Het bedrijf levert een volledige AI-stack inclusief GPU's, softwarebibliotheken, frameworks zoals CUDA en zelfs cloudgebaseerde AI-supercomputing. Hierdoor is Nvidia uitgegroeid tot de onbetwiste standaard voor AI-trainingen en inferentie op hyperscale. Broadcom vs Nvidia: fundamenteel verschillend: Bron: Remunance De cijfers spreken boekdelen. In het tweede kwartaal van dit jaar rapporteerde Nvidia een omzet van 46,7 miljard dollar , een stijging van 56 procent op jaarbasis. De datacenteromzet bedroeg 41,1 miljard dollar , oftewel 88 procent van de totale omzet. De brutomarge kwam uit op 72,7 procent en de nettowinst bedroeg 26,4 miljard dollar . Broadcom daarentegen opereert vooral als leverancier van componenten : custom AI-accelerators, Ethernet-switches en bijhorende software. Het verkoopt geen volledig ecosysteem en mist de netwerkvoordelen die Nvidia wel heeft opgebouwd . Dat betekent ook dat Broadcom minder pricing power heeft en meer afhankelijk is van grote klanten . Waardering en risico's voor beleggers De markt heeft Broadcoms recente prestaties duidelijk gewaardeerd. Het aandeel steeg na de kwartaalcijfers met ruim 9 procent en het bedrijf bereikte een marktkapitalisatie van meer dan 1,6 biljoen dollar . Daarmee behoort het tot de grootste technologiebedrijven ter wereld , maar het verschil met Nvidia is nog altijd aanzienlijk, Nvidia is inmiddels meer dan 4 biljoen dollar waard . Lees ook: S&P 500: beleggers negeren massaal dit risico Beleggers die hopen op eenzelfde explosieve koersontwikkeling als bij Nvidia , doen er goed aan hun verwachtingen te temperen. De waardering van Broadcom weerspiegelt al veel optimisme over AI, de integratie van VMware en toekomstige kasstromen. Dat maakt het potentieel voor een zogenaamde “life-changing” rendement aanzienlijk kleiner dan bij Nvidia’s doorbraakjaren. Waardering Broadcom weerspiegelt al veel AI-optimisme: Bron: TradingView Daarnaast zijn er duidelijke risico’s . De AI-omzet van Broadcom is geconcentreerd bij een beperkt aantal hyperscalers . Als één van deze partijen zijn investeringsplanning wijzigt of overstapt naar een concurrent, kan dat een flinke deuk slaan in de omzet. Bovendien blijft hardwarevraag cyclisch en kunnen netwerkprojecten vertragen, zelfs binnen een seculiere groeitrend zoals AI. Op softwarevlak is de integratie van VMware nog volop in gang. Hoewel de marges daar hoger zijn en de inkomsten recurrent, is het nog afwachten of Broadcom er op de lange termijn in slaagt om een stabiel groeipad te realiseren binnen deze tak. Solide compounding of exponentiële explosie? Wie Broadcom naast Nvidia legt, ziet al snel dat beide bedrijven waarde creëren op totaal verschillende manieren. Waar Nvidia zijn eigen markten bouwt en domineert als platformleider, is Broadcom een efficiënte operator binnen bestaande segmenten. De kans dat Broadcom dezelfde explosieve groei doormaakt als Nvidia is klein. Nvidia profiteerde van unieke timing, technologische voorsprong en een quasi-monopolie in AI-training. Broadcom mist die asymmetrische hefboom. Toch blijft Broadcom aantrekkelijk: met sterke kasstromen, stabiele groei, een dividend en een stevige plek in de AI-keten biedt het aandeel potentieel voor beleggers die kiezen voor rustiger, maar duurzaam rendement.
- Topaandeel uit Magnificent 7 wankelt: tijd om winst te nemen?
In het kort Techbedrijf erkent in een rechtbankdocument dat het open‑webadvertentiemodel “snel achteruitgaat” , ondanks eerdere publieke ontkenningen. Het bedrijf waarschuwt dat het opsplitsen van zijn advertentiedivisie de situatie voor uitgevers juist zou verslechteren. De Europese Commissie heeft ... in september 2025 een b oete van €2,95 miljard opgelegd , met mogelijk verplichte afsplitsing van zijn ad‑techactiviteiten. In de media toont Google zich al jaren optimistisch over de staat van het internet. Volgens CEO Sundar Pichai zou de opkomst van kunstmatige intelligentie zelfs bijdragen aan een grotere verspreiding van informatie. Toch bracht het bedrijf begin september een opmerkelijk ander geluid naar voren. In een rechtbankdocument, onderdeel van een Amerikaanse mededingingszaak, stelt Google dat het open web “in rap tempo achteruitgaat”. Deze uitspraak is des te opvallender omdat het haaks staat op de boodschap die het technologiebedrijf tot voor kort publiekelijk verkondigde. Google beweerde herhaaldelijk dat AI-tools zoals Search Generative Experience de zichtbaarheid van uitgevers juist zouden vergroten. In de rechtbank kiest het bedrijf echter voor een meer defensieve toon. De achteruitgang van het open web wordt daarin aangehaald als argument tegen het opsplitsen van de advertentietak. Google erkent in rechtszaak daling open web-verkeer: Bron: Reuters Deze juridische tactiek kreeg begin september extra lading, toen de Europese Commissie Google een boete oplegde van €2,95 miljard wegens misbruik van zijn machtspositie op de advertentiemarkt. De Europese toezichthouder eist binnen 60 dagen een overtuigend plan dat de markt herstelt, op straffe van structurele maatregelen zoals een gedwongen afsplitsing van delen van Googles advertentie-infrastructuur. De Amerikaanse antitrustzaak en de Europese ingreep lijken zich parallel te ontwikkelen, waarbij Google zich langs meerdere fronten moet verdedigen tegen de roep om een fundamentele herstructurering van zijn advertentiemacht. Juridische druk op advertentiedominantie De mededingingszaak in de VS draait om de vraag of Google zijn dominante positie in de markt voor open‑webdisplayadvertenties misbruikt. In april 2025 oordeelde een Amerikaanse rechter al dat Google in strijd met het mededingingsrecht heeft gehandeld. Het bedrijf werd bestempeld als monopolist op het gebied van advertentietechnologie, waaronder advertentie-uitwisselingen en publisher ad servers. Volgens interne gegevens, gepresenteerd in de rechtszaak, controleerde Google ongeveer 90 procent van de markt voor publisher ad servers. Daarmee heeft het bedrijf niet alleen een dominante positie bij het tonen van advertenties, maar ook bij de infrastructuur die dat verkeer faciliteert. Google domineert advertentiemarkt met circa 90% marktaandeel: Bron: Statista Hoewel de rechter in de VS nog geen definitieve afsplitsing heeft opgelegd, loopt momenteel een remediesfase waarin het Department of Justice aandringt op structurele oplossingen. De uiteindelijke beslissing over afsplitsing wordt eind september verwacht. Intussen overweegt ook de Amerikaanse staat Texas, via een juryproces, aanvullende claims. Google betoogt dat het geforceerd afstoten van onderdelen averechts zou uitpakken. In het rechtbankdocument stelt het dat een ingreep de daling van advertentie-inkomsten op het open web zou versnellen. Deze inkomsten vormen voor veel mediaorganisaties en onafhankelijke websites de belangrijkste inkomstenbron. Dalende bezoekersaantallen ondermijnen verdienmodellen De zorgen over het open web beperken zich niet tot juridische argumentatie. Al langere tijd melden uitgevers dalende bezoekersaantallen. Deze afname is deels te wijten aan updates van het zoekalgoritme van Google, maar ook aan de opkomst van AI-gestuurde zoekresultaten die direct antwoord geven op gebruikersvragen , zonder dat doorklikken naar externe sites nodig is. Mediabedrijven en bloguitgevers geven aan dat dit een directe impact heeft op hun verdienmodellen. Minder verkeer betekent minder vertoningen van advertenties, wat leidt tot dalende advertentie-inkomsten. Sommige kleinere platforms melden verliezen van tientallen procenten in slechts enkele maanden tijd. Lees ook: Analisten noemen dit aandeel de nieuwe Nvidia Google weerspreekt deze analyse. Volgens een woordvoerder verwijst de uitdrukking “het open web gaat snel achteruit” uitsluitend naar het ecosysteem van open‑webdisplayadvertenties en niet naar het bredere internet. Deze nuance lijkt echter weinig geruststellend voor partijen die hun toekomst bouwen op advertentie-inkomsten. Het maakt immers weinig verschil of de oorzaak een daling van verkeer of verslechterde advertentieprijzen is, het resultaat blijft hetzelfde. Een tweesnijdend zwaard voor het aandeel Alphabet De dubbele boodschap van Google wijst op een fundamenteel spanningsveld binnen het bedrijf. Enerzijds wil het zijn positie verdedigen tegen regulering, anderzijds probeert het vertrouwen te wekken bij adverteerders en uitgevers. In de rechtszaal benadrukt het de kwetsbaarheid van het ecosysteem, terwijl het publiekelijk de kracht van zijn technologie benadrukt. Tweestrijd rond advertenties raakt beurskoers Alphabet nauwelijks: Bron: TradingView Deze strategie is riskant. Door in juridische documenten te spreken over achteruitgang van het open web, ondermijnt Google zijn eigen narratief van innovatie en groei. Tegelijk is het juridisch gezien een slimme zet. Door te suggereren dat het opsplitsen van het bedrijf meer kwaad dan goed doet, hoopt Google de rechter te overtuigen dat het beschermen van zijn structuur ook in het belang is van de markt als geheel. Toch wijzen analisten erop dat dit een zorgwekkende ontwikkeling is. Als het ecosysteem werkelijk zo fragiel is dat één ingreep van de toezichthouder het volledig kan doen instorten, dan is dat op zichzelf al een teken dat de markt te afhankelijk is van één speler. En dat is precies wat de antitrustzaak probeert bloot te leggen. Toekomstscenario’s voor het open web De komende maanden zullen bepalend zijn voor de toekomst van het open web. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa hangt Google een mogelijke herstructurering boven het hoofd. In de EU wordt expliciet gesproken over structurele remedies als Googles voorstel ontoereikend is. In de VS wordt een rechterlijke beslissing over afsplitsing eind september verwacht. Voor uitgevers is de situatie complex. Enerzijds hopen ze op minder afhankelijkheid van één platform, anderzijds vrezen ze directe schade aan hun toch al kwetsbare inkomstenstromen. Sommige experts pleiten daarom voor alternatieve verdienmodellen, zoals abonnementen, donaties of directe sponsoring. Maar zelfs als de advertentiemarkt zich herstructureert, blijft de fundamentele vraag bestaan: wie bepaalt de toegang tot informatie online? Als grote techbedrijven de route van informatie naar gebruiker steeds meer controleren, dan is het open web niet alleen economisch, maar ook democratisch in gevaar. De uitspraak van Google kan dan ook gelezen worden als meer dan een juridische verdediging. Het is een signaal van een veranderend digitaal landschap, waarin de machtsverhoudingen fundamenteel verschuiven en het vrije verkeer van informatie steeds meer onder druk komt te staan. Voor beleggers is dit een waarschuwingssignaal: wie nu niet kritisch naar zijn positie kijkt, negeert het groeiende risico op ingrijpende maatregelen zoals een gedwongen opsplitsing. Een gedeeltelijke winstneming op een historisch hoge koers kan daarom een verstandige zet zijn.
- Waarom je deze 2 populaire aandelen absoluut NIET in je portfolio wilt hebben
In het kort: Teladoc Health kampt met dalende omzet, hevige concurrentie en aanhoudende verliezen. Ondanks de groei in leden blijft het verdienmodel wankel. Sarepta Therapeutics ziet de verkoop van zijn belangrijkste medicijn kelderen door ernstige veiligheidsproblemen, waardoor zowel omzet als vertrouwen hard zijn geraakt. Beide bedrijven hebben hun groeipotentieel laten zien, maar de huidige risico’s zijn groot. Voor beleggers lijken Teladoc en Sarepta daarom nu eerder valkuilen dan kansen. Niet elk aandeel dat fors is gedaald, verandert automatisch in een koopje. Soms zijn de problemen die achter de daling schuilgaan zo hardnekkig dat herstel verre van vanzelfsprekend is. Twee bedrijven die ooit als groeipareltjes werden gezien, hebben inmiddels te kampen met grote uitdagingen. Voor beleggers die op zoek zijn naar stabiele rendementen of een goede risk-reward, zijn deze aandelen op dit moment eerder valkuilen dan kansen. Maar over welke aandelen hebben we het? Aandeel 1: Teladoc Health Teladoc Health werd tijdens de pandemie gezien als een van de grote winnaars van de gezondheidszorg. Virtuele zorg leek hét antwoord op de beperkingen van fysieke afspraken, en miljoenen gebruikers stroomden toe. Het bedrijf werd al snel gepresenteerd als de toekomst van zorg op afstand. Inmiddels is dat beeld flink bijgesteld. De snelle groei is verdwenen, terwijl de structurele problemen steeds zichtbaarder worden. De omzet van Teladoc staat namelijk onder druk. In het tweede kwartaal daalde de omzet met 2 procent naar 631,9 miljoen dollar. Vooral BetterHelp, het platform voor online therapie dat ooit als de belangrijkste groeimotor gold, verliest terrein door hevige concurrentie van andere digitale zorgaanbieders. Waar het bedrijf ooit wist te profiteren van een snelgroeiende en relatief onontgonnen markt, lijkt het nu moeite te hebben om zich nog duidelijk te onderscheiden. Dit roept vragen op over de houdbaarheid van het verdienmodel. Ook de winstgevendheid blijft een groot struikelblok. Hoewel het nettoverlies per aandeel in vergelijking met vorig jaar fors is verminderd, blijft Teladoc diep in de rode cijfers zitten. Terugkerende bijzondere waardeverminderingen na eerdere dure acquisities maken het plaatje nog complexer en zorgen voor wantrouwen bij beleggers. Daarbovenop slokt marketing een groot deel van de uitgaven op, zonder dat dit leidt tot het soort omzetgroei dat de investeringen rechtvaardigt. Het bedrijf lijkt veel geld te besteden om zijn positie vast te houden, maar de effectiviteit daarvan staat ter discussie. Voor beleggers die naast volatielere (tech)posities zoeken naar stabielere langetermijnopties, bieden vastgoedfondsen een solide aanvulling. Ontdek hier het actuele overzicht van de beste Nederlandse vastgoedfondsen! Tegelijkertijd probeert Teladoc wel stappen te zetten om zijn ecosysteem breder te maken. Het aantal leden in de geïntegreerde zorgtak groeide met 11 procent en ook internationaal breidt het bedrijf uit, onder meer richting Canada. Dat toont aan dat er nog steeds vraag is naar digitale zorgoplossingen, maar de vraag is of dit genoeg is om het verlieslatende model structureel om te buigen. Zolang Teladoc zijn groei niet kan versnellen en de kosten niet beter onder controle krijgt, blijft het voor beleggers vooral een risicovolle keuze. Aandeel 2: Sarepta Therapeutics Het tweede bedrijf dat onder de loep genomen moet worden, is Sarepta Therapeutics. Deze Amerikaanse biotech richt zich op zeldzame spierziekten, met name Duchenne spierdystrofie (DMD). Het paradepaardje, de gentherapie Elevidys, moest hét medicijn worden dat de winstgevendheid van het bedrijf zou veiligstellen en hoop bieden aan duizenden patiënten. Aanvankelijk leek dat ook te lukken. In het eerste kwartaal van dit jaar waren de resultaten indrukwekkend. De omzet steeg met 80 procent naar 744,9 miljoen dollar en Elevidys leverde met 375 miljoen dollar bijna de helft van de totale omzet op. Voor beleggers leek dit de bevestiging dat Sarepta een nieuwe groeifase inging. Maar het succes bleek van korte duur. In het tweede kwartaal kelderden de verkopen van Elevidys met maar liefst 67 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Dat was niet alleen een harde financiële tegenvaller, maar vooral een teken dat het vertrouwen in het middel ernstig is beschadigd. De oorzaak ligt in zorgwekkende veiligheidsproblemen: meerdere patiënten overleden door levercomplicaties tijdens de behandeling. Voor een medicijn dat cruciaal is voor de toekomst van het bedrijf is dat ronduit desastreus. Sarepta probeert de schade nu te beperken. Het werkt nauw samen met de Amerikaanse FDA om Elevidys voorlopig alleen beschikbaar te stellen aan een kleinere, duidelijker afgebakende groep patiënten. Daarnaast snijdt het bedrijf in de kosten, onder meer door ontslagen, en herschikt het zijn schulden om extra tijd te winnen. Toch blijft het vertrouwen broos, zeker omdat er ook in andere klinische proeven met een ander middel opnieuw dodelijke bijwerkingen zijn gemeld. Dat zet een groot vraagteken achter de hele strategie van het bedrijf en maakt de toekomst hoogst onzeker. Teladoc en Sarepta hebben beide bewezen dat ze kunnen groeien, maar op dit moment wegen de risico’s zwaarder dan de kansen. Bij Teladoc gaat het vooral om structurele problemen rond concurrentie, hoge kosten en een gebrek aan winstgevendheid. Bij Sarepta draait alles om de onzekerheid rondom veiligheid en goedkeuring van zijn belangrijkste medicijn. Voor beleggers die graag op zoek gaan naar koopjes onder afgestrafte aandelen, lijken deze twee namen misschien op het eerste oog verleidelijk. Maar wie verder kijkt dan de koers, ziet dat de fundamenten te wankel zijn. Soms is wegblijven de verstandigste keuze, en dat geldt hier waarschijnlijk meer dan ooit.
- Lululemon aandeel crasht - analisten trekken opvallende conclusies
In het kort Lululemon verliest bijna 20% beurswaarde na tegenvallende kwartaalcijfers en verlaagde verwachtingen voor Q3. Nieuwe importtarieven op Vietnamese producten drukken de jaarwinst met $240 miljoen. Analisten vrezen blijvend marktaandeelverlies in de VS door stijgende concurrentie en falend productaanbod. De klappen voor Lululemon kwamen hard en onverwacht. Eind vorige week opende het aandeel bijna 20% lager, nadat de fabrikant van sport- en yogakleding fors zwakkere vooruitzichten presenteerde dan verwacht. Waar Wall Street rekende op een herstel na een moeizaam jaar, kwam het bedrijf met een winstwaarschuwing die beleggers op het verkeerde been zette. Het aandeel, dat al 46% lager stond sinds begin 2025, kreeg daarmee een nieuwe tik en daalde tot het laagste punt in meer dan twee jaar. De neerwaartse aandelenkoers van Lululemon in de afgelopen 5 jaar Bron: Seeking Alpha Volgens CEO Calvin McDonald komt het tegenvallende resultaat grotendeels door de nieuwe invoertarieven van de VS, waarbij onder meer Vietnam, dat verantwoordelijk is voor 40% van Lululemons productie is getroffen wordt met een tarief van 46%. De verscherpte handelsmaatregelen zouden het bedrijfsresultaat met zo’n $240 miljoen raken. Daarbij speelt ook het wegvallen van de zogenaamde de minimis -regeling een rol, waardoor goedkope import zwaarder wordt belast. De guidance voor het derde kwartaal werd flink neerwaarts bijgesteld. Het bedrijf verwacht nu een winst per aandeel tussen $2.18 en $2.23, terwijl analisten rekenden op $2.88. Ook de omzetverwachting ging omlaag: van $2.56 miljard naar een bandbreedte van $2.47 tot $2.50 miljard. Deze daling in zowel top- als bottom-line cijfers voedde de twijfels over het vermogen van Lululemon om zich op korte termijn te herstellen. Wat analisten vooral zorgen baart, is dat de neergang niet uitsluitend te wijten lijkt aan externe factoren. Verschillende partijen trekken hun handen voorlopig af van het aandeel. Bank of America, Telsey Advisory en Evercore ISI verlaagden allemaal hun rating van ‘buy’ of ‘outperform’ naar ‘neutral’ of ‘market perform’. De consensus: het Amerikaanse productaanbod is niet aantrekkelijk genoeg, de concurrentie groeit, en herstel laat op zich wachten. Enkele analisten blijven optimistisch, veel partijen verlagen rating Bron: CNBC Concurrentie op eigen bodem vreet aan marktaandeel In het post-Covid tijdperk is de markt voor athleisure fors veranderd. Waar Lululemon tijdens de pandemie kon profiteren van thuiswerkende consumenten en beperkte concurrentie, is de situatie nu vrijwel omgekeerd. Retailanalist Randy Konik van Jefferies, die al drie jaar een ‘sell’-rating op het aandeel heeft staan, ziet een structureel probleem: “Lululemon heeft zich te ver uitgerekt. De core business (functionele, modieuze sportkleding) verliest aan kracht. In plaats van daarop te vernieuwen, verbreedt het merk zich richting onherkenbare collecties, zoals prairie-rokken en logozweatshirts.” Konik stelt dat Lululemon zijn identiteit aan het verliezen is, terwijl nieuwe merken juist sterk op hun kernpositionering blijven inzetten. Opkomende concurrenten als Alo Yoga en Vuori openen in rap tempo winkels in de VS en Canada en winnen terrein onder dezelfde doelgroep. Deze merken combineren hoogwaardige stoffen met minimalistisch design en doordachte marketing. Dat maakt ze aantrekkelijk voor de moderne consument die verder kijkt dan gevestigde namen. Het gevaar is dat Lululemon zijn voorsprong verliest in een markt die razendsnel evolueert. Waar het vroeger dé naam was in premium activewear, wordt het nu ingehaald door merken die beter aanvoelen wat de consument wil. Konik is stellig: “Vijf jaar geleden had niemand van Alo of Vuori gehoord. Nu hebben ze elk meer dan honderd winkels. Dat is geen hype, dat is een structurele verschuiving.” De zorgen over marktrelevantie worden gedeeld door andere analisten. Stifel wijst op een opvallend zwak presterend onderdeel binnen de onderneming: de casual kledinglijn, die goed is voor 40% van de omzet. Het erkennen van deze zwakte is volgens hen een eerste stap, maar het herstellen van merkmomentum in de VS zal langer duren dan aanvankelijk gedacht. Lees ook: Deepdive Lululemon: premium sportkleding, nu aan outletprijzen? Daarnaast wordt de Noord-Amerikaanse markt steeds competitiever. In Canada, waar Lululemon traditioneel een sterke positie had, groeien nieuwe spelers als paddenstoelen uit de grond. Evercore ISI merkt op dat ook hier de omzetontwikkeling onder druk staat en het merk terrein lijkt te verliezen aan concurrenten met een agressievere expansiestrategie. Margedruk en modecyclus verhogen risico voor beleggers Naast structurele concurrentiedruk spelen ook macro-economische en operationele factoren een rol. Tarieven, modegevoeligheid en toenemende prijsdruk zorgen samen voor een cocktail van risico’s die de marges onder druk zetten. Waar Lululemon ooit bekend stond om zijn pricing power, blijkt dat nu niet meer vanzelfsprekend. Bank of America stelt dat het bedrijf onvoldoende in staat is om prijsverhogingen door te voeren die de stijgende importkosten compenseren. De eerdere hoop dat vernieuwende collecties de omzet zouden stutten, blijkt misplaatst. De herlancering van de Amerikaanse collectie laat langer op zich wachten dan verwacht en het aandeel e-commerce, dat eerder profiteerde van belastingvrijstellingen via de de minimis -regeling, zal naar verwachting afnemen. Beleg je in volatiele groeisectoren en zoek je een stabieler fundament voor de lange termijn? Vastgoedfondsen bieden voorspelbare inkomsten en bescherming tegen inflatie. Bekijk hier het actuele overzicht van de beste Nederlandse vastgoedfondsen! Telsey Advisory waarschuwt bovendien voor een mogelijk vertraging in de Chinese markt, die eerder nog als groeimotor werd gezien. Tegelijkertijd blijft de Amerikaanse markt moeilijk vanwege verzadiging, modegevoeligheid en een macro-omgeving die gekenmerkt wordt door oplopende kredietdruk en afnemend consumentenvertrouwen. Het risico op modeflops neemt toe, zeker in een segment waar functionaliteit en stijl voortdurend op elkaar moeten worden afgestemd. De brutomargevooruitzichten verslechterden ook significant, aldus Evercore. Beleggers moeten rekening houden met een daling in winstgevendheid, niet alleen door externe factoren zoals tarieven, maar ook door interne keuzes en het momentumverlies binnen belangrijke productcategorieën. Dalende marges en winstdaling zichtbaar in kwartaalresultaten Bron: Lululemon IR Wat daar bovenop komt, is een bredere zwakte in de Amerikaanse detailhandel. Volgens Jefferies lopen meerdere trends tegelijk tegen het merk in: dalende winkelpassanten, stijgende voorraden die de omzetgroei overstijgen, en wat zij noemen “peak margins” in 2024 het beste retailjaar in twintig jaar. Tarieven zijn dan slechts het sluitstuk van een perfect storm die op het bedrijfsresultaat inslaat. De analisten lijken het over één ding eens: Lululemon staat voor een existentiële uitdaging. Het merk is nog steeds relevant, maar dreigt snel terrein te verliezen. Terwijl concurrenten hun identiteit versterken en uitbreiden, worstelt Lululemon met het vasthouden van zijn kernklant. En in een markt waar relevantie alles is, is dat misschien wel het grootste risico van allemaal.
- Kan dit Nederlandse aandeel nog verder stijgen?
In het kort: ASML bezit een monopolie op EUV-machines, extreem complexe systemen die essentieel zijn voor alle geavanceerde chips ter wereld. De technologie lijkt sciencefiction: tin verdampt met lasers en atoomgladde spiegels maken licht van 13,5 nanometer bruikbaar. Met de nieuwe High-NA EUV-machines (2026–2027) verlengt ASML Moore’s Law en houdt het zijn voorsprong vast. In de afgelopen twintig jaar zijn er technologische doorbraken geweest die onze manier van leven en werken volledig hebben veranderd. De lithium-ionbatterij maakte de opkomst van de elektrische auto mogelijk, smartphones en mobiele besturingssystemen gaven de wereld een digitale revolutie in onze broekzak, en de cloudinfrastructuur van AWS en Azure veranderde hoe bedrijven wereldwijd hun data beheren en verwerken. Nu staat kunstmatige intelligentie centraal in het debat, met NVIDIA als icoon van grafische rekenkracht en AI-architectuur. Al deze innovaties hebben één gemeenschappelijke noemer: halfgeleiders. Die halfgeleiders worden steeds kleiner, krachtiger en energiezuiniger. Gordon Moore vatte het ooit samen in de beroemde wet die zijn naam draagt: het aantal transistors op een chip verdubbelt grofweg elke twee jaar, terwijl de kosten per berekening dalen. Maar achter deze wetmatigheid staat een Nederlands bedrijf dat met zijn technologie niet alleen de fundamenten legt onder dit tempo van vooruitgang, maar vaak zelfs de grenzen van de natuurkunde weet te verleggen. Dat bedrijf is ASML, opgericht in 1984 in Veldhoven, en vandaag de dag de onbetwiste wereldleider in fotolithografiesystemen . De onzichtbare motor van chipinnovatie De meeste beleggers kennen de namen van de bedrijven die de spotlight krijgen: NVIDIA met zijn grafische chips, Apple en Samsung met smartphones, Intel en AMD met processors. Maar wat vaak onderbelicht blijft, is dat al deze bedrijven afhankelijk zijn van één leverancier om hun meest geavanceerde ontwerpen überhaupt te kunnen produceren. Zonder de machines van ASML zouden die chips eenvoudigweg niet bestaan. ASML bouwt lithografiemachines die structuren op siliciumwafers etsen, met afmetingen die kleiner zijn dan de breedte van een menselijke haar. Daarbij maakt het bedrijf gebruik van extreem ultraviolet licht (EUV), een technologie die met een golflengte van slechts 13,5 nanometer letterlijk grenst aan het onmogelijke. Om dit licht te genereren wordt tin in microscopische druppels verdampt met lasers van het Duitse Trumpf, en de weerkaatsing van dat licht loopt via spiegels van Zeiss die glad zijn op atoomniveau. Het is technologie die bijna sciencefiction lijkt, maar inmiddels onmisbaar is geworden voor de meest geavanceerde chips die kunstmatige intelligentie, datacenters, 5G-netwerken en zelfrijdende auto’s aandrijven. Dat monopolie is niet toevallig ontstaan. Nikon en Canon probeerden in de jaren negentig ook EUV te ontwikkelen, maar gaven de strijd op omdat de kosten en technische uitdagingen te groot werden. ASML zette door, mede dankzij miljardeninvesteringen van klanten als Intel, TSMC en Samsung. Die bedrijven kochten niet alleen aandelen in ASML, maar committeerden zich ook aan gezamenlijke R&D-programma’s om EUV commercieel haalbaar te maken. Het resultaat is dat ASML vandaag een marktaandeel van ruim 90 procent heeft in deep ultraviolet lithografie (DUV) en alleenheerser is in EUV. Bron: valuates Wie ASML’s machines vergelijkt met de luchtvaartindustrie, kan zeggen dat het lijkt op Boeing of Airbus: het bedrijf assembleert honderdduizenden onderdelen die wereldwijd geproduceerd worden door een hechte kring van exclusieve leveranciers. Het verschil is dat er maar één “Airbus” of “Boeing” is in deze markt. De instapdrempels zijn enorm hoog: een nieuwe speler zou tientallen miljarden en decennia aan onderzoek nodig hebben om überhaupt in de buurt te komen. En op dat punt heeft ASML weer een nieuwe, betere machine klaarstaan. Lees ook: Beleggers opgelet: S&P 500-aandelen dreigen 20% te kelderen Het financiële resultaat is precies wat men van een quasi-monopolie mag verwachten: hoge marges, sterke kasstromen en een Return on Invested Capital die jaar in, jaar uit boven de twintig procent ligt. En toch blijft het verhaal van ASML er een van vooruitkijken. Want terwijl de huidige EUV-machines al ongelooflijk complex zijn, werkt het bedrijf nu al aan de volgende generatie: High-NA EUV, waarmee resoluties tot wel 70 procent verder verbeteren. Die nieuwe generatie moet rond 2026–2027 in massaproductie komen, en vormt het verlengstuk van Moore’s Law. ROIC ASML: Bron: AlphaSpread De lange adem van een wereldspeler Voor beleggers lijkt de waardering van ASML soms grillig. Het aandeel beweegt mee met de cycli van de halfgeleiderindustrie, waarin investeringsgolven en tijdelijke overcapaciteit elkaar afwisselen. Dat leidde in 2024 nog tot een forse correctie, toen boekingen terugliepen na uitzonderlijk hoge orders uit China vóór de exportrestricties. De markt zag dit als teken dat ASML misschien niet zou meeprofiteren van de AI-hype, maar wie verder kijkt, ziet een heel ander beeld. De realiteit is dat chipfabrieken niet van de ene dag op de andere hun capaciteit uitbreiden. Waar NVIDIA vrijwel direct kan inspelen op vraag door meer ontwerpen te verkopen, kost het TSMC of Intel jaren om nieuwe fabrieken te bouwen. Beleg je in volatiele groeisectoren zoals tech en zoek je een stabieler fundament voor de lange termijn? Vastgoedfondsen bieden voorspelbare inkomsten en bescherming tegen inflatie. Bekijk hier het actuele overzicht van de beste Nederlandse vastgoedfondsen! De miljardeninvesteringen die wereldwijd op dit moment plaatsvinden draaien allemaal om één constante: ASML’s machines. Overheden investeren ongekende bedragen in de chipsindustrie omdat halfgeleiders nu worden gezien als strategische infrastructuur, vergelijkbaar met energie of defensie. De Amerikaanse CHIPS Act pompt 52 miljard dollar in nieuwe fabcapaciteit, Europa streeft ernaar zijn marktaandeel te verdubbelen met een eigen Chips Act, en Japan en Korea hebben samen honderden miljarden toegezegd. Welke geopolitieke verschuivingen ook plaatsvinden, overal ter wereld komen de orders uiteindelijk bij hetzelfde adres terecht: Veldhoven. Een tweede, vaak onderschat voordeel voor ASML is de zogenaamde Installed Base Management-divisie. Elke machine die geleverd wordt, tegen prijzen die kunnen oplopen tot meer dan 150 miljoen euro per stuk, vraagt jarenlange service, updates en upgrades. Alleen ASML zelf mag die onderhoudsdiensten leveren, en klanten hebben weinig keuze: de technologie is te complex en te kritisch om aan derden over te laten. Dit betekent dat er een steeds groter terugkerend verdienmodel ontstaat, goed voor inmiddels tot dertig procent van de omzet. Dit zorgt voor stabiliteit, zelfs wanneer de cyclische investeringen in nieuwe machines tijdelijk afnemen. Bron: ASML Dat maakt ASML niet alleen een leverancier van high-tech kapitaalgoederen, maar ook een dienstverlener met voorspelbare cashflows. Een zeldzame combinatie in de halfgeleiderwereld, die het bedrijf een robuustheid geeft waar veel concurrenten jaloers op zijn. Daar komt bij dat de concurrentiedreiging vooralsnog beperkt blijft. Canon probeert met nanoimprint-lithografie een goedkoper alternatief te ontwikkelen, en Chinese spelers als SMEE dromen van een inhaalslag. Maar de realiteit is dat EUV-technologie decennia en miljarden kostte om betrouwbaar te maken, en dat het ecosysteem van exclusieve partners zoals Zeiss en Trumpf nauwelijks te repliceren valt. Zelfs als er ooit een alternatief zou komen, zijn de overstapkosten voor klanten enorm: complete fabprocessen zouden opnieuw gevalideerd moeten worden, met jarenlange vertraging en tientallen miljarden aan kosten als gevolg. In een industrie waar tijd gelijkstaat aan marktaandeel, is dat voor TSMC of Samsung een onhaalbare optie. Het resultaat is dat ASML in een unieke positie zit: waar anderen vechten om eindklanten of marktaandeel, levert het bedrijf de onmisbare gereedschappen die álle spelers nodig hebben. Een klassiek “picks and shovels” -verhaal, maar dan op het hoogste technologische niveau. Wie dus de vraag stelt of dit Nederlandse aandeel nog omhoog kan schieten, moet vooral kijken naar de lange lijnen. De korte-termijncyclus kan schommelen, geopolitieke spanningen kunnen tijdelijk druk geven, en beleggerssentiment kan wisselen. Maar fundamenteel gezien is er geen enkel pad naar een wereld van kunstmatige intelligentie, cloud, elektrische auto’s zonder ASML. Het bedrijf heeft de technologie, de patenten, de partners en het monopolie om die toekomst te leveren.
- Zo verhoog je het rendement van je aandelenportefeuille
In het kort Actieve beleggers presteren gemiddeld slechter dan passieve beleggers , vooral na aftrek van hoge kosten en transactiekosten. Cognitieve biases zoals overmoed en illusie van controle leiden tot frequent handelen, wat het rendement aantast. Passief beleggen biedt lage kosten, discipline en minder psychologische valkuilen. Veel beleggers worden aangetrokken door actieve strategieën . Het idee dat je door zelf handmatig aandelen kunt selecteren, marktbewegingen kunt voorspellen of winnaars kunt kiezen heeft een grote psychologische aantrekkingskracht. Je voelt controle , bent betrokken en de illusie dat je jezelf kunt onderscheiden geeft een prettig gevoel. Toch blijkt uit onderzoek dat juist hier veel valkuilen schuilen. Onderzoek naar actieve en passieve prestaties Studies en rapporten tonen regelmatig aan dat actief beheer structureel ondermaats presteert , zeker wanneer kosten worden meegerekend. Zo blijkt uit meerdere internationale onderzoeken, waaronder de jaarlijkse SPIVA-rapporten van S&P Dow Jones Indices, dat tussen de 75 en 80 procent van de actieve fondsen er niet in slaagt om hun benchmark te verslaan . Dit patroon geldt niet alleen op korte termijn, maar wordt sterker naarmate de beleggingshorizon langer wordt. Naarmate de jaren verstrijken, wordt het steeds moeilijker voor actieve beheerders om hun kosten te compenseren met bovengemiddelde prestaties. Lees ook: Op zoek naar groeiaandelen? Dit is wat je moet weten In bredere zin blijkt uit langdurige vergelijkende analyses dat passief beheerde fondsen consistenter beter presteren dan actieve fondsen , met name doordat zij lagere beheerkosten en minder transactiekosten met zich meebrengen. Bovendien dwingen passieve strategieën beleggers tot discipline, terwijl actief beheer vaak gepaard gaat met frequente portefeuilleveranderingen die niet altijd gebaseerd zijn op fundamentele inzichten maar eerder op marktgevoelens of korte termijn verwachtingen. Hierdoor lopen actieve beleggers meer risico op timingfouten en overreacties bij marktschommelingen, wat het uiteindelijke rendement verder onder druk zet. Vergelijking tussen actief en passief beleggen: Bron: Moneycontrol Hoe kosten je aandelenportefeuille raken Actieve beleggers zijn vatbaar voor biases die aanzetten tot overmatig handelen . Onderzoek wijst op cognitieve fouten zoals overmoed en de illusie van controle , die leiden tot risicovoller gedrag en lagere prestaties. Beleggers denken dat ze de markt kunnen ‘timen’ of dat hun kennis hen een structureel voordeel biedt, terwijl in de praktijk het tegendeel waar blijkt. Daarnaast brengt actief beheer hogere kosten met zich mee. Niet alleen expliciete kosten zoals beheerloon en transactiekosten, maar ook impliciete kosten zoals spreiding, liquiditeitsverlies en koersimpact. Deze extra kosten kunnen een substantieel deel van het rendement opeten . Beleg je in volatiele groeisectoren zoals tech en zoek je een stabieler fundament voor de lange termijn? Vastgoedfondsen bieden voorspelbare inkomsten en bescherming tegen inflatie. Bekijk hier het actuele overzicht van de beste Nederlandse vastgoedfondsen! Passieve beleggers hebben hier minder last van . Indexfondsen en ETF’s hebben vaak een lage kostenstructuur , minder transacties en een stabiele, gespreide strategie die automatisch bijstelt. Dat resulteert op lange termijn vaak in een hoger netto rendement . Psychologische valkuilen van actief beleggen Gedragswetenschappers tonen aan dat cognitieve biases zoals illusie van controle, overmoed en confirmation bias een belangrijke rol spelen in investeringsbeslissingen. Beleggers overschatten vaak hun vermogen om de markt te verslaan . Ze interpreteren toeval als vaardigheid en blijven hun strategie volgen, zelfs als resultaten tegenvallen. Ook FOMO , oftewel fear of missing out, speelt een rol. Actieve beleggers stappen vaak in op piekmomenten, wanneer media aandacht besteden aan populaire aandelen of sectoren. Achteraf blijken dit vaak slechte instapmomenten te zijn, met teleurstellende rendementen tot gevolg. De menselijke neiging om actie te ondernemen voelt productief , terwijl ‘niets doen’ of simpelweg vasthouden aan een indexfonds als passief of zelfs lui wordt gezien. Toch blijkt juist deze discipline op de lange termijn winstgevender . Passief beleggen: de beste strategie voor de gemiddelde belegger Bron: Musaffa Actief of passief? Het antwoord begint bij jezelf Een actieve aanpak vereist expertise, discipline en kostenbewustzijn. Voor particuliere beleggers is dat vaak moeilijker haalbaar. Een combinatie van een passieve kern binnen de aandelenportefeuille, aangevuld met enkele actieve accenten , kan een gebalanceerde strategie opleveren zonder dat het risico onevenredig toeneemt. Toch is het essentieel om jezelf een eerlijke vraag te stellen: ben ik daadwerkelijk in staat om actief waarde toe te voegen of is passief beleggen via breed gespreide ETF’s voor mij effectiever en rustgevender? Voor veel beleggers kan het antwoord confronterend zijn, maar eerlijkheid over je eigen vaardigheden en beperkingen is vaak winstgevender dan elke beleggingskeuze. Actief beleggen vereist meer dan enthousiasme . Het vraagt om een duidelijke visie, een doordachte strategie en het vermogen om koersvast te blijven ook wanneer markten onrustig zijn en anderen zich laten meeslepen door FOMO, overmoed of andere psychologische valkuilen. Wie zich hiervan bewust is en consistent blijft handelen volgens een weloverwogen plan, heeft een grotere kans op succes. Wie dat niet is, doet er verstandig aan om de illusie van controle los te laten en te kiezen voor de kracht van passief beleggen .
- S&P 500: beleggers negeren massaal dit risico
In het kort: De S&P 500 lijkt hét toonbeeld van spreiding, maar steeds meer rendement komt uit een handvol techreuzen. Achter de façade van diversiteit schuilt een index die kwetsbaar is voor de grillen van Big Tech. De vraag is of de S&P 500 nog wel de brede afspiegeling van de Amerikaanse economie is die beleggers denken. De S&P500 is het bekendste aandelenmandje ter wereld, het icoon van gespreid beleggen. Vijfhonderd ondernemingen, verspreid over sectoren, regio’s en businessmodellen. Een belegger hoeft alleen maar dit indexfonds te kopen en zit zogezegd goed voor de lange termijn. Maar achter die façade van spreiding gaat een ongemakkelijke waarheid schuil: steeds meer van het rendement wordt gedragen door een handvol namen. En niet de eerste de beste; het gaat om bedrijven die zó groot zijn geworden dat hun beurswaarde de maatstaf van de hele markt is gaan bepalen. Bron: Visual Capitalist Dat dit tot scheefgroei leidt, blijkt al uit de cijfers. De tien grootste bedrijven in de S&P500 nemen inmiddels bijna 40% van het totaalgewicht in. Dat niveau is volgens Visual Capitalist zowat het hoogste ooit. Vandaag gaat het niet om staal, olie of spoorwegen, maar om de hedendaagse mastodonten van technologie: Apple, Microsoft, Alphabet, Amazon, Nvidia, Meta en Tesla. Voeg er Berkshire Hathaway en Broadcom bij en je hebt de kern van een index die in naam breed gespreid is, maar in de praktijk leunt op een paar pijlers. Bron: MacroMicro Wie de cijfers naast elkaar legt, ziet hoe extreem deze verschuiving is. Sinds 2015, het moment waarop oliebedrijven terrein verloren door de prijscrash zijn technologiebedrijven steeds dominanter geworden. Waar de S&P500 vroeger gedragen werd door een mix van banken, energie, consumentengoederen en gezondheidszorg, zien we nu een lijst die grotendeels leest als een NASDAQ-overzicht. Voor beleggers die naast volatielere (tech)posities zoeken naar stabielere langetermijnopties, bieden vastgoedfondsen een solide aanvulling. Ontdek hier het actuele overzicht van de beste Nederlandse vastgoedfondsen! Het gevolg is dat de zogenaamde diversificatie van de index in de praktijk sterk is afgenomen. Antitrust-autoriteiten gebruiken de Herfindahl-Hirschman Index om marktmacht te meten; toegepast op de S&P500 laat die zien dat de effectieve spreiding is teruggevallen naar het equivalent van minder dan vijftig aandelen. bron: SG Cross Asset Research Big Tech De vraag is natuurlijk waarom juist deze bedrijven zo enorm konden uitgroeien. Een deel van het antwoord is simpel: schaal. Cloud computing, online advertenties, chips en sociale platforms lenen zich voor exponentiële groei. Wie eenmaal de infrastructuur heeft, kan gebruikers, data en omzet blijven opstapelen zonder noemenswaardige extra kosten. Voeg daarbij balansposities die bol staan van cash, waardoor hogere rente hen eerder voordeel dan last oplevert, en je krijgt een recept voor ongekende dominantie. Daar komt een tweede factor bij: de AI-revolutie. Kunstmatige intelligentie is de katalysator geworden van de nieuwe beursrally. Bedrijven als Microsoft en Alphabet investeren tientallen miljarden in datacenters en modellen, Amazon bouwt zijn clouddiensten om tot AI-platform, en Nvidia levert de chips die deze golf aandrijven. Meta kondigde zelfs plannen aan om honderden miljarden in Amerikaanse datacenters te steken om bij te blijven. Het gevolg is dat bijna 70% van de S&P500; denk aan IT, financiële instellingen en gezondheidszorg direct of indirect afhankelijk wordt van de belofte van AI. Dat maakt de index op papier divers, maar in werkelijkheid sterk gecorreleerd. Wanneer Big Tech beweegt, beweegt de markt mee. Dat hebben we de afgelopen jaren gezien: de gelijkgewogen S&P500 presteerde lange tijd beter, maar sinds 2015 is het juist de marktkapitalisatie-gewogen variant, dus gedomineerd door de gigante, die de boventoon voert. De markt is een eenrichtingsstraat geworden, en wie niet in tech zit, lijkt er amper toe te doen. RSP versus SP500 tot 2015: Bron: Seeking Alpha SP500 versus RSP sinds 2015: Bron: Seeking Alpha Voor beleggers levert dit een merkwaardig spanningsveld op. Aan de ene kant zijn deze bedrijven buitengewoon winstgevend, innovatief en onaantastbaar in hun sectoren. Ze verdienen hun plek aan de top. Aan de andere kant creëert hun omvang een waarderingsrisico dat zich uit in een forward P/E van ruim 22 voor de index als geheel, hoog in historisch perspectief, en grotendeels gedragen door die paar namen. De toekomstverwachtingen zijn in de prijs ingebakken; teleurstelling kan daarom extra hard aankomen. De afhankelijkheid van Big Tech is meer dan een kwestie van waardering. Het legt ook een infrastructuurprobleem bloot dat vaak onderbelicht blijft. AI mag dan de motor zijn van groei, de brandstof komt elders vandaan: energie, water, land en materialen. Datacenters verslinden elektriciteit, grotendeels opgewekt uit aardgas. Ze hebben koeling nodig, vaak waterintensief. Er is staal nodig voor de bouw en land om de enorme hallen neer te zetten. Bron: Horizon Kinetics Toch vertegenwoordigen de bedrijven die deze essentiële inputs leveren maar een fractie van de S&P 500. Dat maakt de index kwetsbaar. Stel dat de vraag naar stroom voor datacenters verder blijft toenemen. Wat gebeurt er dan met de waardering van energiebedrijven, nutsbedrijven en grondstoffenleveranciers? Kan een kleine verschuiving van kapitaal uit de overvolle Big Tech-hoek richting deze minder bekende namen niet al een disproportioneel effect hebben, juist omdat er zo weinig beurswaarde beschikbaar is om die instroom op te vangen? Lees ook: Dit 'saaie' ETF verslaat onverwachts de S&P 500 De concentratie in de S&P 500 laat zich zo van twee kanten bekijken. Bovenaan de index drukken de waarderingen van Big Tech steeds zwaarder. Onderaan blijven cruciale schakels in de keten onderbelicht. Dat schept ruimte voor herwaardering, of dat nu wordt aangejaagd door teleurstellende resultaten bij de giganten, strengere regelgeving of fysieke grenzen in infrastructuur. De S&P 500 van vandaag oogt dus minder breed dan hij in werkelijkheid is. Waar de index ooit een doorsnee van de Amerikaanse economie vertegenwoordigde, leunt hij nu sterk op een handvol bedrijven. Dat heeft beleggers enorme rendementen gebracht, maar het roept ook vragen op. Hoe robuust is een index die afhankelijk is van zo weinig namen? En is dit nog wel de spreiding waarop zoveel beleggers vertrouwen?
- Waarom beleggers volgens BlackRock de 60/40-portfolio moeten herzien
In het kort De correlatie tussen aandelen en obligaties is drastisch veranderd: sinds de pandemie bewegen ze 70% van de tijd in dezelfde richting. BlackRock adviseert beleggers om meer te focussen op inkomensgeneratie via internationale obligaties, high-yield en gesecuriseerde producten. Alternatieve beleggingen, waaronder private credit, goud en digitale activa, spelen een steeds grotere rol in portefeuilleverdeling. De klassieke balans is niet langer heilig Jarenlang gold de 60/40-portefeuille, waarbij 60% in aandelen en 40% in obligaties werd geïnvesteerd, als een betrouwbare strategie voor beleggers die op zoek waren naar evenwicht tussen groei en stabiliteit. Maar volgens de nieuwste herfstvisie van BlackRock is deze aanpak inmiddels aan herziening toe. Gargi Chaudhuri, hoofd beleggingsstrategie bij BlackRock, stelt dat traditionele portefeuilles aanzienlijk riskanter zijn geworden door structurele veranderingen in de markt. De kern van het probleem ligt in de veranderde correlatie tussen aandelen en obligaties. Waar deze activaklassen voorheen elkaar vaak compenseerden is dat sinds de pandemie nauwelijks nog het geval. Voor 2020 bewogen obligaties in ongeveer 50% van de gevallen tegengesteld aan aandelen. Vandaag de dag trekken ze in 70% van de gevallen dezelfde kant op. Dit ondermijnt de diversificatievoordelen waarop de 60/40-verdeling gebaseerd is. Sterkere correlatie tussen aandelen en obligaties ondermijnt klassieke diversificatie Bron: BlackRock Volgens Chaudhuri dwingt deze nieuwe realiteit beleggers om bewuster te kiezen waar ze hun risico nemen, zowel in aandelen als in vastrentende waarden. Ze benadrukt het belang van alternatieve beleggingen als aanvulling op de kern van de portefeuille. Het gaat hierbij niet om een radicale ommezwaai, maar om een doelgerichte herinrichting: “Denk aan een herijking van je portefeuille, geen volledige ombouw.” Jaarlijkse en 10-jarige rendementen van de 60/40-portefeuille (1997–2024) Bron: Vanguard De implicatie is duidelijk: het traditionele model biedt geen vanzelfsprekend vangnet meer. In een wereld waarin markten steeds synchroon bewegen, wordt de herkomst van rendement belangrijker dan ooit. Zowel geografische spreiding als type activa maken daarbij het verschil. Inkomensfocus als nieuwe pijler binnen fixed income Binnen het obligatiedeel van de portefeuille ziet BlackRock kansen voor beleggers die bereid zijn iets verder te kijken dan de Amerikaanse kernobligaties. Chaudhuri adviseert om de focus te leggen op het middensegment van de rentecurve, met looptijden tussen drie en zeven jaar. Dit biedt een aantrekkelijke combinatie van stabiliteit en inkomen, zonder het rentegevoelige lange eind van de curve op te zoeken. Een van de opvallendste aanbevelingen is om te investeren in gesecuriseerde producten zoals CLO's (collateralized loan obligations). Deze bestaan uit pools van bedrijfsleningen met een variabele rente, wat betekent dat ze minder gevoelig zijn voor rentewijzigingen. Met name de hoogste tranches (met AAA- of B-waarderingen) bieden volgens Chaudhuri een aantrekkelijk rendement van circa 6%, zonder dat daar buitensporige risico's tegenover staan. Ook in de high-yield hoek valt rendement te halen. BlackRock richt zich daarbij vooral op obligaties met een B- of BB-rating. Ondanks dat de spreads momenteel relatief krap zijn, kan de aankomende emissieactiviteit in september en oktober volgens Chaudhuri leiden tot tijdelijke verruiming van spreads. Dit biedt kansen voor beleggers die nu nog liquide zitten, met veel kapitaal in contanten. Op het gebied van investment grade obligaties is er eveneens een verschuiving zichtbaar. In plaats van vast te houden aan A-rated schuld, schuift BlackRock licht naar beneden richting BBB om extra inkomsten te genereren. Deze downgrade in kwaliteit blijft beperkt, maar voegt net dat beetje extra rendement toe aan de portefeuille zonder dat het risicoprofiel significant verandert. Internationale obligaties krijgen ook een nadrukkelijke rol. Door het rendement om te zetten naar Amerikaanse dollars kan het carry-rendement op Europese en Britse staats- en bedrijfsobligaties aantrekkelijk uitpakken. De voorkeur gaat uit naar brede spreiding via ETF’s zoals de iShares Core International Aggregate Bond ETF, die toegang biedt tot een wereldwijde mix van investment-grade schuld. De rode draad: het draait niet langer om obligaties als veilige haven, maar als bron van inkomsten. Beleggers die hun vastrentende portefeuille willen laten renderen, moeten actief schakelen, buiten de landsgrenzen kijken en openstaan voor innovatieve segmenten zoals securitisaties. Groeiaandelen en alternatieven als drijvende kracht Ondanks de verhoogde risico’s op de markten, blijft BlackRock geloven in het groeipotentieel van large-cap groeiaandelen, vooral die met een link naar kunstmatige intelligentie. Deze aandelen hebben volgens Chaudhuri niet alleen geprofiteerd van waarderingsstijgingen, maar ook van structurele winstgroei. En winstgroei blijft volgens haar dé leidraad voor aandelenallocatie: “Earnings are the North Star.” September geldt historisch gezien als een volatiele maand, wat volgens BlackRock juist koopkansen kan opleveren voor beleggers met een lange horizon. De voorkeur gaat uit naar segmenten met fundamentele sterkte, ondersteund door echte winstgroei in plaats van louter multiple-expansie. September is de meest volatiele maand in de aandelenmarkt Bron: Seeking Alpha Internationale aandelen verdienen eveneens aandacht. Chaudhuri stelt dat beleggers beter kunnen diversifiëren door buitenlandse aandelen aan hun portefeuille toe te voegen in plaats van uitsluitend binnen de Amerikaanse markt te blijven, bijvoorbeeld via small-caps. De Amerikaanse dollar bevindt zich volgens haar mogelijk aan het begin van een meerjarige verzwakkingscyclus. Dat betekent dat beleggingen in buitenlandse valuta's extra rendement kunnen opleveren wanneer deze worden teruggewisseld naar dollar, mits niet gehedged. Ten slotte adviseert BlackRock om alternatieve beleggingen op te nemen, juist vanwege de verminderde effectiviteit van traditionele diversificatie. Het aanbod aan alternatieven is breed en varieert van private credit en hedgefondsen tot tastbare activa zoals goud. Volgens Chaudhuri bieden deze beleggingen zowel extra rendementspotentieel als een andere risicostructuur dan aandelen of obligaties. Goud heeft dit jaar bijvoorbeeld geprofiteerd van geopolitieke onzekerheid en inflatiezorgen. Het fungeert bovendien als hedge tegen stagflatie en speelt in op het toenemende besef dat centrale banken hun reserves willen spreiden, weg van de dollar. Private credit daarentegen is minder gecorreleerd aan publieke markten en biedt op maat gemaakte inkomensstromen. Marktneutrale strategieën zoals het BlackRock Global Equity Market Neutral Fund bieden eveneens een alternatief pad naar rendement via alpha-generatie, zonder blootstelling aan brede marktbewegingen. Het toenemende belang van alternatieven blijkt ook uit kapitaalstromen: waar van 2016 tot 2019 nog 69% van het vermogen naar aandelen en 31% naar obligaties ging, is die verhouding in 2025 gewijzigd naar 62% aandelen, 30% obligaties en 8% alternatieven. Een duidelijke indicatie dat beleggers hun blikveld verbreden. Wie vandaag nog vasthoudt aan de traditionele 60/40-benadering, doet dat op eigen risico. De wereld verandert, en de markten veranderen mee. Meer dan ooit vereist beleggen een strategische heroverweging van waar en hoe risico genomen wordt. De toekomst ligt niet in rigide modellen, maar in dynamische spreiding en doordachte keuzes.
- Deze miljardair zet vol in op dit nog onbekende aandeel
In het kort: Stephen Mandel van Lone Pine Capital heeft zijn grootste positie in Vistra, een energiebedrijf waarvan de koers sinds april al tachtig procent is gestegen. Vistra profiteert van de exploderende vraag naar stroom door AI-datacenters en elektrificatie, terwijl het aanbod achterblijft. De vooruitzichten blijven gunstig, maar risico’s zoals afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, politieke druk en marktvolatiliteit kunnen roet in het eten gooien. Als een miljardair een aandeel niet alleen zijn grootste positie maakt, maar er recent ook fors aandelen van bijkoopt terwijl de koers al met tachtig procent is gestegen sinds april, dan wekt dat natuurlijk nieuwsgierigheid. Investeerder Stephen Mandel, oprichter van Lone Pine Capital, staat bekend als een van de scherpste analisten van Wall Street. Volgens collega-hedgefundmanager Julian Robertson is hij zelfs waarschijnlijk de beste analist aller tijden. Zijn hedgefonds beheert inmiddels meer dan 14 miljard dollar en heeft de afgelopen kwartalen een opvallende keuze gemaakt: de grootste positie in de portefeuille is nu het relatief onbekende energiebedrijf Vistra Corporation. De vraag is waarom Mandel juist dit aandeel bovenaan zet en of er nog meer rendement in het vat zit. De stille reus in de Amerikaanse energiesector Vistra is de grootste competitieve stroomproducent van de Verenigde Staten. Het bedrijf beschikt over een indrukwekkende capaciteit van ruim 41.000 megawatt. Het grootste deel daarvan draait op aardgas, aangevuld met kolencentrales en zes kerncentrales die samen goed zijn voor zestien procent van de capaciteit. Slechts een klein deel komt uit wind- en zonne-energie. Het onderscheid met een klassieke nutsmaatschappij is hierbij erg belangrijk. Waar gereguleerde energiebedrijven vaak een vast rendement maken onder toezicht van de overheid, verkoopt Vistra zijn stroom op de vrije markt. Dat betekent dat het bedrijf direct profiteert wanneer de elektriciteitsprijzen stijgen. Bovendien bezit Vistra verschillende retailmerken die energie rechtstreeks aan vijf miljoen huishoudens en bedrijven verkopen in zestien staten. Daarmee heeft het zowel een stevige groothandelspositie als een directe relatie met consumenten. Een koers die de lucht in schiet Jarenlang was Vistra geen opvallend aandeel. Het draaide stabiel, maar zonder spectaculaire groei. Tot 2024. Toen explodeerde de koers met een stijging van ruim 250 procent in één jaar. In de eerste maanden van 2025 zakte het aandeel wat terug, maar sinds april zit de vaart er opnieuw stevig in. De koers is sindsdien alweer tachtig procent gestegen en over de afgelopen vijf jaar bedraagt de winst zelfs meer dan 875 procent. Mandel bleek het perfecte instapmoment te kiezen. Lone Pine kocht zijn eerste belang begin 2024, net voor de enorme rally. De laatste aankoop vond plaats in het tweede kwartaal van 2025, toen de koers tijdelijk op een dieptepunt stond. Inmiddels vertegenwoordigen de aandelen Vistra een waarde van 1,25 miljard dollar, goed voor bijna negen procent van de totale portefeuille. Daarmee is Vistra groter geworden dan eerdere zwaargewichten als Meta. Voor beleggers die naast volatielere (tech)posities zoeken naar stabielere langetermijnopties, bieden vastgoedfondsen een solide aanvulling. Ontdek hier het actuele overzicht van de beste Nederlandse vastgoedfondsen! Waarom juist nu de vraag naar stroom explodeert De verklaring voor de koersrally is terug te voeren op een simpele economische wet: vraag en aanbod. Jarenlang bleef de elektriciteitsvraag in de Verenigde Staten redelijk stabiel. Maar sinds de opkomst van kunstmatige intelligentie en de bouw van gigantische datacenters is dat beeld radicaal veranderd. Moderne AI-toepassingen vreten stroom, en ook de elektrificatie van auto’s en industrie draagt bij aan een ongekende stijging van de vraag. Het aanbod kan die versnelling nauwelijks bijbenen. Nieuwe centrales vergen jaren om te plannen en te bouwen, terwijl veel duurzame projecten vertraging oplopen door vergunningstrajecten of politieke keuzes. Daardoor ontstaat schaarste, en stijgen zowel de groothandelsprijzen als de tarieven voor eindgebruikers. Voor een speler als Vistra, die zowel levert op de wholesale markt als aan consumenten, is dit een ideale situatie. De rol van kernenergie en beleid Opvallend is dat Vistra relatief zwaar inzet op kernenergie. Waar veel projecten in wind en zon stokken of vertraagd worden, heeft Vistra juist onlangs een verlenging gekregen van twintig jaar voor de Perry Nuclear Plant, die eigenlijk in 2026 zou sluiten. Daarmee zijn alle kerncentrales van het bedrijf tot minstens 2036 verzekerd van exploitatie. Lees ook: Kan dit Nederlandse aandeel nog verder stijgen? Dankzij fiscale voordelen zoals de nucleaire productiekorting kan Vistra de winstgevendheid van deze centrales verder vergroten. Het contrast met zonne- en windprojecten, die afhankelijk zijn van subsidies en vaak gevoelig voor politieke windrichtingen, maakt de positie van Vistra extra sterk. Kan de koers nog verder omhoog? De vooruitzichten voor de korte en middellange termijn zijn gunstig. Zolang de vraag naar stroom blijft groeien en het aanbod beperkt blijft, kan Vistra hogere marges realiseren. Dat zou de winst per aandeel de komende jaren stevig kunnen opdrijven en dus ruimte geven voor een hogere waardering. Toch zijn er ook kanttekeningen. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen blijft groot, en maatschappelijke druk om sneller te verduurzamen kan in de toekomst de strategie bemoeilijken. Ook blijft de elektriciteitsmarkt volatiel. Extreme weersomstandigheden, nieuwe regelgeving of onverwachte prijsdalingen kunnen de marges plots aantasten. Voorlopig lijken de kaarten echter goed te liggen. Met een beurswaarde van 64 miljard dollar, een stevige positie in kernenergie en een directe koppeling aan de AI-boom heeft Vistra alles in huis om verder te profiteren van de nieuwe realiteit op de energiemarkt. Dat Stephen Mandel zijn grootste positie inzet op Vistra is veelzeggend. Deze stille reus van de Amerikaanse energievoorziening staat midden in een markt die door AI en elektrificatie razendsnel verandert. De koers is al spectaculair gestegen, maar als de vraag naar stroom blijft groeien terwijl de productie achterblijft, kan het verhaal nog lang niet ten einde zijn. Voor beleggers die durven in te stappen, zou Vistra zomaar een van de onverwachte winnaars van dit decennium kunnen worden.
- De ETF die de markt al jaren moeiteloos verslaat
In het kort Deze ETF heeft sinds 2004 een gemiddeld jaarlijks rendement van 12,1 % , vergeleken met 10,4 % voor de S&P 500. Technologie maakt momenteel ongeveer 62 % van de portefeuille uit, met megacaps zoals Nvidia, Apple en Microsoft als grootste posities. Met een kostenratio van slechts 0,04 % behoort dit fonds tot de goedkoopste growth-ETF’s op de markt. Wie vandaag wil investeren met het oog op lange termijn groei , komt al snel uit bij de Vanguard Growth ETF (VUG) . Dit beursgenoteerde fonds is sinds januari 2004 actief en heeft sindsdien een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd. VUG richt zich op Amerikaanse large-cap groeiaandelen , met nadruk op ondernemingen die winstgroei, omzetstijging en een hoge return on equity combineren. Die strategie heeft duidelijk gewerkt: het fonds overtreft al jaren de brede markt. Grafiek van de Vanguard Growth ETF (VUG) die jarenlang beter presteert dan de S&P 500: Bron: Mothley Fool Een blik op de grootste posities toont hoe sterk het fonds leunt op een klein aantal beursreuzen. Nvidia (12,6 %), Microsoft (12,2 %) en Apple (9,5 %) vormen samen al ruim een derde van het fonds. Voeg daar Amazon, Meta en Alphabet aan toe en je hebt met slechts tien bedrijven al bijna 61 % van de hele portefeuille . Deze concentratie heeft geleid tot bovengemiddelde prestaties, maar verhoogt ook de afhankelijkheid van een beperkt aantal groeibedrijven. Sectorwegingen verschuiven, Tech blijft dominant Hoewel technologiebedrijven met afstand de grootste sector binnen het fonds vormen, is de weging recent nog verder toegenomen. Waar eerder sprake was van een lichte daling, bedraagt het tech-aandeel momenteel maar liefst 61,8 % van de totale portefeuille. Consumer discretionary (18,3 %) en communicatie (onderdeel van de categorieën zoals Meta en Alphabet) vullen samen een aanzienlijk deel aan. Andere sectoren zoals industrie (8,6 %) , gezondheidszorg (5 %) en financiële instellingen (2,9 %) zijn ook vertegenwoordigd, maar in veel mindere mate. Holdings Weging (%) Nvidia 12,64% Microsoft Corporation 12,18% Apple 9,48% Amazon 6,72% Meta 4,62% Broadcom 4,39% Alphabet (Class A) 3,34% Tesla 2,69% Alphabet (Class C) 2,67% Eli Lilly 2,01% Deze sectorverdeling weerspiegelt de aanhoudende dominantie van technologie binnen de Amerikaanse groeimarkt. Tech blijft de structurele motor achter rendement en VUG kiest daar vol voor. Toch zoeken fondsbeheerders ook naar spreiding binnen groei, door selectieve posities in cyclische sectoren en defensieve aandelen. In de praktijk blijft het echter zo dat wie in VUG investeert, voor een groot deel op technologie inzet, bewust en in lijn met de langetermijntrend. Lange termijn prestaties onderstrepen kracht VUG heeft sinds zijn oprichting een jaarlijks gemiddeld rendement van circa 12,1 % gerealiseerd , vergeleken met ongeveer 10,4 % voor de S&P 500. In de afgelopen tien jaar ligt het rendement zelfs nog hoger, met een gemiddelde van ruim 17 % per jaar . Daarmee is het fonds duidelijk geslaagd in zijn opzet: betere prestaties leveren dan de markt als geheel. Lees ook: Dit aandeel balanceert tussen recordwinsten en regelgevende ramp Deze prestaties zijn nog indrukwekkender als men rekening houdt met het feit dat VUG een passief beheerd fonds is. Er wordt geen actief beheer toegepast, maar het volgt gewoon de CRSP US Large Cap Growth Index. Die eenvoud blijkt geen beperking te zijn voor rendement integendeel. Kostenstructuur als troefkaart voor deze ETF Een belangrijk voordeel van VUG ten opzichte van veel andere groeifondsen is de extreem lage kostenratio van 0,04 % . Voor een belegging van $2.000 komt dat neer op slechts 80 cent per jaar aan beheerkosten . Dit is bijzonder laag, zelfs binnen de wereld van ETF’s, waar de concurrentie op kosten hevig is. Voor beleggers die naast volatielere (tech)posities zoeken naar stabielere langetermijnopties, bieden vastgoedfondsen een solide aanvulling. Ontdek hier het actuele overzicht van de beste Nederlandse vastgoedfondsen! Ter vergelijking: veel andere growth-ETF’s rekenen ongeveer 0,93 % . Dat lijkt weinig, maar op termijn betekent dit honderden of zelfs duizenden dollars minder rendement voor de belegger. Lage kosten betekenen simpelweg meer rendement in eigen zak , zeker bij een buy-and-hold-strategie van 10 tot 20 jaar. Vanguard Growth ETF (VUG) met extreem lage kostenratio van 0,04 %: Bron: Vanguard Concentratierisico, volatiliteit en positionering binnen de portefeuille Toch zijn er ook risico’s die beleggers niet mogen negeren. De concentratie in een klein aantal techreuzen maakt het fonds gevoelig voor sectorcorrecties. Tijdens de correctie van 2022 bijvoorbeeld, toen groeiaandelen fors onderuitgingen, verloor VUG meer dan 30 % in korte tijd. De maximale drawdown sinds oprichting bedraagt zelfs ruim 50 % , wat de impact van marktvolatiliteit op geconcentreerde groeistrategieën onderstreept. Ook de volatiliteit is bovengemiddeld. Met een standaarddeviatie rond de 20 % per jaar is het fonds duidelijk beweeglijker dan een breed gespreide index als de S&P 500. Beleggers moeten dus voldoende risicotolerantie hebben en een lange beleggingshorizon hanteren. Wie op zoek is naar minder geconcentreerde alternatieven , kan bijvoorbeeld kijken naar de iShares S&P 500 Growth ETF (IVW) , die breder gespreid is of de Invesco QQQ ETF , die de Nasdaq 100 volgt maar een iets hogere kostenstructuur kent. VUG is aantrekkelijk voor beleggers die geloven in de structurele dominantie van technologie en digitale platformbedrijven. De huidige allocatie geeft directe blootstelling aan de meest winstgevende ondernemingen van dit moment , gecombineerd met lage kosten en een bewezen track record van rendement. Voor jonge beleggers of mensen met een beleggingshorizon van 10 jaar of langer, kan dit fonds dienen als groeigerichte kernpositie in de portefeuille. Toch blijft het cruciaal om de rol van dit fonds in de bredere portefeuille te evalueren. VUG is geen alles-in-één oplossing, maar eerder een krachtige groeimotor binnen een goed gespreide strategie. Beleggers doen er goed aan om hun totale risicoprofiel in kaart te brengen en VUG eventueel aan te vullen met waarde-ETF’s of internationale fondsen. Zo ontstaat een evenwichtig geheel dat bestand is tegen zowel hausse- als bearmarkten, met ruimte voor bovengemiddeld rendement op de lange termijn.
- Waarom nieuwe beleggers massaal crypto verkiezen boven ETF’s
In het kort 43% van de nieuwe beleggers kiest voor crypto, terwijl slechts 19% een positie in ETF’s heeft. De aantrekkingskracht van autonomie, snelheid en digitale cultuur maakt crypto onweerstaanbaar voor een jonge generatie. ETF’s bieden stabiliteit en spreiding, maar missen het directe gevoel van controle en verbondenheid dat crypto wel oplevert. Het nieuwe instappunt is mobiel, sociaal en direct Voor een nieuwe generatie beleggers is de eerste stap richting financiële markten zelden een obligatiefonds of een ETF gebaseerd op de S&P 500. In plaats daarvan openen zij apps als Coinbase, kopen een fractie van een token, en vinden gelijkgestemden op Reddit of TikTok die hun enthousiasme delen. De weg naar beleggen loopt voor deze groep niet via tussenpersonen of spreadsheets, maar via de smartphone. En het instrument van voorkeur is crypto, niet de ETF. Sociale media als leidraad voor beleggers, vaak met spijt achteraf Bron: Fidelity Volgens onderzoek van Fidelity bezit 43% van de beleggers met minder dan vijf jaar ervaring cryptovaluta. Minder dan de helft daarvan belegt in ETF’s. Die kloof is geen toeval, maar het gevolg van een fundamenteel verschil in hoe deze generatie naar geld, risico en rendement kijkt. Waar traditionele beleggers waarde hechten aan spreiding, transparantie en gereguleerde toegang, zoekt deze jongere groep vooral eigenaarschap, snelheid en autonomie. In crypto voelt men zich deelnemer in een wereldwijde beweging. In een ETF ben je aandeelhouder in iets abstracts. De populairste investeringen van nieuwe beleggers (0-5 jaar ervaring) Bron: Investopedia Wat crypto aantrekkelijk maakt, is dat het geen toelichting nodig heeft. Je kunt met een paar klikken instappen, op elk moment van de dag, en zonder iemand om toestemming te vragen. Informatie komt niet van een financieel adviseur, maar van video’s, threads en virale memes. Daar zit ook het gevaar. Een derde van de jonge beleggers noemt sociale media als primaire bron voor beleggingsbeslissingen. Die snelheid van informatieverwerking is verleidelijk, maar ook riskant. Want wie zich laat leiden door trending topics, kan grote verliezen boeken voordat hij begrijpt waar hij precies in heeft geïnvesteerd. Beleggen als cultuur, niet als spreadsheet De aantrekkingskracht van crypto is meer dan rendement. Het is een gevoel van participatie in een digitale economie die volgens veel jonge beleggers de toekomst vormt. Die toekomst is decentraal, ongereguleerd en altijd in beweging. ETF’s passen daar slecht in. Ze zijn log, traag en gebouwd voor een ander type belegger, iemand die denkt in decennia en portefeuillestrategieën. Voor wie is opgegroeid met de snelheid van technologie, voelt zo’n benadering achterhaald. Bitcoinbezit per leeftijdsgroep en geslacht Bron: Coin Ledger Crypto is bovendien niet alleen een activaklasse, maar ook een cultuur. Er is een taal, een humor, een gedeeld gevoel van missie. De gemeenschap rond populaire tokens is vaak actiever en vocaler dan de communicatie van een ETF-aanbieder ooit zal zijn. Die emotionele betrokkenheid wekt vertrouwen, zelfs als de onderliggende waarde onzeker is. Een ETF biedt weinig meer dan een positie in een mandje aandelen. Een token belooft iets groters, iets waar je deel van kunt uitmaken. Juist dat idee spreekt aan in een tijd waarin financiële markten voor veel jonge mensen lange tijd ontoegankelijk of elitair aanvoelden. Toch is die verbondenheid niet zonder risico. Waar ETF’s bescherming bieden via regelgeving, toezicht en spreiding, bestaat in crypto geen vangnet. Een verloren wallet betekent verlies van je investering. Een hack of een rug pull kan je in één klap je volledige inleg kosten. Die realiteit wordt pas zichtbaar als het misgaat. En op dat moment is er niemand om je te helpen. Stabiliteit verkoopt zichzelf niet ETF’s bieden alles wat crypto niet heeft: duidelijkheid, spreiding, toegankelijkheid via gereguleerde markten. Maar juist die eigenschappen maken ze minder aantrekkelijk voor een publiek dat gewend is aan snelle feedback en directe invloed. De gemiddelde brede ETF biedt jaarlijks zo’n 7 tot 10 procent rendement. Dat is solide op de lange termijn, maar mist de explosieve allure van crypto, waar koersen in weken kunnen verdubbelen of halveren. In gesprekken met beleggers komt regelmatig naar voren dat ETF’s weliswaar rationeel overtuigen, maar emotioneel nauwelijks aanspreken. Er is geen tastbare community, geen gevoel van momentum, geen directe betrokkenheid. Dat maakt ETF’s tot veilige haven, maar geen spannend avontuur. Voor veel jonge beleggers is dat niet genoeg. Zeker niet als ze het idee hebben dat ze de boot dreigen te missen in een snel digitaliserende wereld. Die spanning tussen stabiliteit en sensatie is moeilijk op te lossen. Het verklaart ook waarom veel experts aanraden om niet volledig voor het een of het ander te kiezen. Een brede ETF-allocatie vormt het fundament van een gezonde portefeuille. Crypto kan daarbovenop fungeren als speculatieve laag. Wie het omdraait, neemt structureel meer risico dan de meeste traditionele beleggers bereid zijn te accepteren. Crypto zal niet verdwijnen. Sterker nog, het zal zich waarschijnlijk steeds dieper verankeren in het financiële systeem. Maar de fascinatie van jonge beleggers voor crypto is niet alleen gebaseerd op rendement. Het is een combinatie van culturele aansluiting, digitale vrijheid en het gevoel dat je eindelijk mee kunt doen aan iets dat eerder onbereikbaar leek. Voor ETF-aanbieders ligt daar de uitdaging. Niet alleen in het bieden van goede producten, maar in het heruitvinden van hun verhaal. Want rendement mag dan objectief zijn, vertrouwen is dat zelden. En voor een nieuwe generatie beleggers is dat laatste precies de reden waarom ze liever voor een token kiezen dan voor een index.
- Deepdive Salesforce - Is dit aandeel de dupe van AI?
In het kort: Salesforce's AI-gedreven efficiëntie bedreigt het traditionele omzetmodel, gebaseerd op werknemerslicenties, maar stuurt aan op een waardegedreven aanpak. Het bedrijf bouwt voort op een sterke marktpositie en een brede 'moat' om concurrentie te weerstaan en de AI-transformatie te leiden. De toekomstige groei hangt af van de succesvolle monetarisatie van AI-waarde via nieuwe prijsmodellen en een snelle adoptie door klanten. Salesforce, de pionier op het gebied van cloud computing en de koning van customer relationship management (CRM), is een naam die je waarschijnlijk al bent tegengekomen als je je in de wereld van technologie en beleggen begeeft. Het bedrijf werd in 1999 opgericht door de visionaire Marc Benioff, samen met Parker Harris, Dave Moellenhoff en Frank Dominguez, in de hoogtijdagen van de dot-com-bubbel. Hun missie was ambitieus: CRM-software leveren als een dienst via het internet, in plaats van de traditionele en omslachtige installaties. Deze revolutionaire aanpak sloeg aan. In 2004, vijf jaar na de oprichting, maakte het bedrijf de sprong naar de beurs met een succesvolle beursgang (IPO) onder het symbool CRM. Sindsdien heeft het aandeel een opmerkelijke groei doorgemaakt. Wie in 2004 een vroege investeerder was, heeft de waarde van zijn of haar belegging exponentieel zien toenemen, ondanks de gebruikelijke pieken en dalen die de markt kenmerken. De koers is de afgelopen jaren over het algemeen gestaag gestegen, gedreven door constante innovatie, strategische overnames en een dominante positie in de markt. De laatste tijd heeft Salesforce echter te kampen met uitdagingen. De macro-economische tegenwind en de toegenomen concurrentie hebben hun tol geëist. Dit vertaalt zich direct in de prestaties van het aandeel. Year to Date staat de koers van Salesforce met ongeveer 25% in de min, een teken dat de markt sceptisch is over de korte termijn vooruitzichten. Het management staat voor de taak om de groei te herstellen en de kosten te beheersen om het vertrouwen van beleggers terug te winnen. Hieronder zie je een grafiek van de performance, year to date: Bron: Tradingview Wat zijn de kernactiviteiten van Salesforce? Salesforce heeft zich ontpopt als een onbetwiste leider in de wereld van zakelijke software en cloud computing. Het bedrijf biedt een rijk scala aan gespecialiseerde producten, elk zorgvuldig afgestemd op verschillende bedrijfsfuncties. Samen vormen deze producten een geïntegreerd ecosysteem dat marketing, verkoop, e-commerce, klantenservice en data-analyse met elkaar verbindt. Dit stimuleert niet alleen de efficiëntie en samenwerking tussen afdelingen, maar ook groei en innovatie voor bedrijven van elke omvang. Laten we eens dieper ingaan op deze cruciale producten. Sales Cloud: Dit is het vlaggenschip van Salesforce, ontworpen om verkoopprocessen te stroomlijnen. Het helpt bedrijven bij het beheren van leads, accounts en verkoopkansen. Met krachtige add-ons zoals Sales Cloud Einstein en Salesforce Maps kunnen teams productiviteit verhogen en waardevolle inzichten verkrijgen. Service Cloud: Deze dienst verbetert de klantenservice aanzienlijk. Met functies zoals Digital Engagement en Service Cloud Voice kunnen bedrijven slimmere, efficiëntere en meer gepersonaliseerde ondersteuning bieden, wat leidt tot een hogere klanttevredenheid. Marketing Cloud: Hiermee kunnen bedrijven hun marketinginspanningen over verschillende kanalen automatiseren en personaliseren. Tools zoals Journey Builder en Email Studio stellen marketeers in staat om gerichte campagnes op te zetten en te optimaliseren. Marketing Cloud heeft dan ook een aanzienlijk marktaandeel van bijna 15%. Commerce Cloud: Dit product maakt naadloze online verkoop mogelijk voor zowel B2B- als B2C-merken. Door gebruik te maken van functies zoals Einstein AI en multi-channel commerce, wordt het een krachtige motor voor e-commerce-operaties. Data Cloud: Dit platform is essentieel voor het ontsluiten van de kracht van data. Het biedt medewerkers toegang tot de exacte gegevens die ze nodig hebben om de beste ervaringen te leveren. Met een jaarlijkse terugkerende omzet van $900 miljoen en een verdubbeling van het aantal records naar meer dan 50 biljoen, bewijst Data Cloud zijn waarde. Bijna de helft van alle Fortune 100-bedrijven maakt gebruik van zowel AI als Data Cloud, wat de impact benadrukt. Agentforce & Einstein AI: Met een focus op de toekomst integreert Salesforce kunstmatige intelligentie in al haar producten. Agentforce is een digitaal arbeidsplatform dat AI-agenten inzet om taken te automatiseren. De onlangs gelanceerde Agentforce 2.0 heeft al meer dan 380.000 gesprekken afgehandeld met een indrukwekkend oplossingspercentage van 84%. Dit bewijst de kracht van AI in klantenservice. Hiernaast is Einstein AI, Salesforce's generatieve AI voor CRM, een gamechanger die real-time data van de Data Cloud integreert met geavanceerde AI-modellen om gepersonaliseerde, intelligente ervaringen te leveren. Met een low-code, bedrijfsvriendelijke aanpak wil Salesforce AI-toegang voor iedereen democratiseren. Bron: Salesforce IR Inkomstenmodel van Salesforce Als een Software-as-a-Service (SaaS) bedrijf genereert Salesforce haar inkomsten voornamelijk via abonnementen. Dit model zorgt voor een stabiele en voorspelbare omzetstroom, wat zeer aantrekkelijk is voor beleggers. Abonnements- en ondersteuningsinkomsten: Dit is de ruggengraat van het bedrijf en vormt ongeveer 95% van de totale omzet. Klanten betalen een maandelijkse of jaarlijkse vergoeding voor toegang tot de cloudgebaseerde oplossingen, inclusief technische ondersteuning en software-updates. Professionele diensten en overige inkomsten: Deze stroom draagt de overige 5% bij. Het omvat diensten zoals implementatie, aanpassing en training, die klanten helpen het meeste uit hun Salesforce-investering te halen. De meest recente cijfers zijn hieronder te zien(gebroken boekjaar): Bron: Salesforce IR Benieuwd naar de laatste kwartaalcijfers van UiPath? Lees dan ook: Kwartaalcijfers UiPath - Profiteert dit groei aandeel van AI? Financiele prestaties Omzet De omzet van Salesforce is de afgelopen jaren consistent gestegen, van $21,25 miljard in FY2021 naar een indrukwekkende $37,90 miljard in FY2025. Deze gestage groei is voornamelijk te verklaren door de sterke positie van het bedrijf in de markt voor Customer Relationship Management (CRM) en de uitbreiding van zijn productportfolio met strategische overnames zoals die van Slack in FY2022. Daarnaast heeft Salesforce steeds meer ingezet op AI-integraties, zoals hun nieuwe "Agentforce" platform, dat klanten helpt om nog efficiënter te werken. De aanhoudende groei toont aan dat bedrijven blijven investeren in digitale transformatie, zelfs in een volatielere economie. Zie hieronder een visuele weergave van de cijfers: Bron: Salesforce IR Brutowinst Ook de brutowinst vertoonde een opwaartse trend, van $15,81 miljard in FY2021 naar $29,25 miljard in FY2025. De brutowinstmarge, die de efficiëntie van de bedrijfsvoering weerspiegelt, is in deze periode verbeterd. Dit is een direct gevolg van de hoge marges op de abonnements- en licentiediensten van Salesforce. Ondanks aanzienlijke investeringen in infrastructuur en cloudcapaciteit, slaagt het bedrijf erin om de kosten van verkochte diensten (Cost of Revenue) relatief laag te houden in vergelijking met de omzetgroei. Dit is een teken van de schaalbaarheid van het businessmodel. Zie hieronder een visuele weergave van de cijfers: Bron: Salesforce IR Free Cash Flow De Free Cash Flow (vrije kasstroom) van Salesforce is exceptioneel sterk gegroeid, van $4,09 miljard in FY2021 naar $11,87 miljard in FY2025. Dit is een van de belangrijkste en meest positieve trends. De vrije kasstroom is de cash die het bedrijf genereert na aftrek van alle operationele kosten en kapitaalinvesteringen, en is een directe indicator van de financiële gezondheid. De sterke toename toont aan dat Salesforce niet alleen winst op papier maakt, maar ook een aanzienlijke hoeveelheid cashflow genereert. Deze cash kan worden gebruikt voor terugkoop van eigen aandelen, dividenduitkeringen en strategische investeringen, wat de aandeelhouderswaarde verder vergroot. Zie hieronder een visuele weergave van de cijfers: Bron: Salesforce IR Nettowinst De nettowinst heeft de meest opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. Na een daling in FY2022 en FY2023, is de winst in de fiscale jaren 2024 en 2025 spectaculair hersteld, naar $6,20 miljard in FY2025. De eerdere daling was voornamelijk te wijten aan hoge acquisitiekosten en operationele uitgaven. Sinds FY2023 heeft Salesforce echter een sterke focus gelegd op kostenreductie en operationele efficiëntie, waaronder personeelsreducties. Deze maatregelen hebben geleid tot een aanzienlijke verbetering van de winstgevendheid, wat een zeer positief signaal is voor beleggers die waarde hechten aan de "bottom line". Zie hieronder een visuele weergave van de cijfers: Bron: Salesforce IR Shares Outstanding De ontwikkeling van het aantal uitstaande aandelen van Salesforce is opvallend. Na een periode van stijging, wat kenmerkend is voor groeiende technologiebedrijven die aandelen uitgeven voor overnames of om werknemers te compenseren, zien we een daling vanaf fiscaal jaar 2024. Stijging (FY2021-FY2023): De toename van het aantal uitstaande aandelen in deze periode is voornamelijk het gevolg van de strategische overnames, met name die van Slack. Salesforce heeft de aankoop gedeeltelijk gefinancierd door de uitgifte van nieuwe aandelen, wat resulteerde in een stijging van het totale aantal aandelen. Deze praktijk, ook wel share dilution genoemd, kan de winst per aandeel (EPS) op korte termijn onder druk zetten. Daling (FY2024-FY2025): De recente daling is een direct resultaat van het agressieve share buyback-programma van Salesforce. Vanaf fiscaal jaar 2024 heeft het bedrijf miljarden dollars besteed aan het inkopen van eigen aandelen. Dit beleid is een direct gevolg van de verschuiving in de bedrijfsstrategie naar meer focus op winstgevendheid en aandeelhouderswaarde. Het inkopen van aandelen vermindert het totale aantal aandelen op de markt, wat de winst per aandeel verhoogt en kan leiden tot een stijging van de aandelenkoers, wat over het algemeen als positief wordt gezien door beleggers. Uitstaande aandelen van Salesforce: Bron: Salesforce IR Overnames van Salesforce De overnamestrategie van Salesforce is een cruciaal onderdeel van de bedrijfsontwikkeling en de groei van de kaspositie. De onderneming hanteert een veelzijdige groeistrategie die niet alleen gericht is op organische groei door productinnovatie, maar ook op strategische acquisities en expansie in nieuwe markten. Sinds de oprichting heeft Salesforce meer dan 60 bedrijven overgenomen, waardoor het portfolio aanzienlijk is uitgebreid en het CRM-landschap voortdurend wordt geherdefinieerd. Deze overnames dienen niet uitsluitend om marktaandeel te vergroten, maar zijn gericht op de integratie van geavanceerde technologieën en het versterken van het productaanbod. Hieronder worden de meest significante overnames nader toegelicht: Informatica ($8 miljard, mei 2025): Deze overname is bedoeld om de data-integratie, datakwaliteit en datagovernance binnen het Salesforce-ecosysteem te verbeteren. De acquisitie van Informatica is van strategisch belang voor het succes en de schaalbaarheid van de AI-initiatieven van Salesforce, waaronder het 'Agentforce' platform. Slack ($27,7 miljard, juli 2021): De overname van Slack had als doel het Customer 360-platform te versterken en een "digitaal hoofdkantoor" te creëren voor naadloze samenwerking. Slack is diep geïntegreerd in elke Salesforce Cloud en fungeert als een nieuwe interface voor het Customer 360-platform. Tableau ($15,7 miljard, augustus 2019): Met de overname van Tableau beoogde Salesforce de digitale transformatie van klanten te versnellen door hen te voorzien van uniforme, visueel presenteerbare data voor diepere inzichten en besluitvorming. Tableau is geïntegreerd in Salesforce-workflows, waarbij het voormalige Einstein Analytics nu bekend staat als Tableau CRM. MuleSoft ($6,5 miljard, mei 2018): Deze acquisitie was gericht op het verbeteren van de integratiemogelijkheden van Salesforce, waardoor bedrijven applicaties, tools en platforms naadloos kunnen verbinden. Dit biedt een uniform beeld van data, ongeacht de locatie, en de API-beheermogelijkheden dragen bij aan de controle en beveiliging van integraties. Hoewel deze overnames hebben bijgedragen aan de substantiële omzetgroei, is er kritiek geuit op de hoge prijskaartjes. Deze overnamepremies worden gezien als een risicofactor en hebben de waardering van het bedrijf beïnvloed. De effectiviteit van deze acquisities zal op de lange termijn beoordeeld worden op basis van hun bijdrage aan de winstgevendheid en de verdere versterking van de marktpositie van Salesforce. Grootste overnames van Salesforce: Bron: Salesforce IR De MOAT van Salesforce In beleggingsterminologie is een 'moat' (economische gracht) een duurzaam concurrentievoordeel dat een bedrijf beschermt tegen concurrenten. Salesforce heeft de afgelopen jaren een krachtige, meervoudige MOAT opgebouwd. Deze gracht bestaat uit meerdere, elkaar versterkende elementen die het bedrijf een dominante positie in de CRM-markt garanderen en de winstgevendheid beschermen. Marktleiderschap Salesforce is de onbetwiste marktleider in de CRM-sector. Met een marktaandeel van 21,8% in 2024, overtreft het de gecombineerde marktaandelen van zijn vier grootste concurrenten. Deze dominante positie is het resultaat van jarenlange consistentie, innovatie en strategische groei. Het bedrijf wordt al lang erkend als de nummer 1 CRM-leverancier wereldwijd, wat een aanzienlijke geloofwaardigheid en een sterke reputatie oplevert. Hoge Overstapkosten Een van de meest effectieve verdedigingsmechanismen van Salesforce zijn de hoge overstapkosten voor klanten. De diepe integratie van Salesforce in de bedrijfsvoering van een klant maakt een overstap naar een concurrent extreem kostbaar. Dit omvat aanzienlijke financiële uitgaven, de tijd en moeite die nodig zijn voor de migratie van kritieke klantgegevens, en de uitgebreide training die werknemers nodig hebben. Bovendien hebben Salesforce-professionals wereldwijd een zekere bekendheid met het platform, waardoor het voor bedrijven makkelijker is om nieuw personeel aan te nemen en de onboardingkosten te verlagen. De jarenlang opgebouwde kennis en de vastgelegde data fungeren als een krachtige 'data-gracht' die klanten ontmoedigt om van leverancier te veranderen. Netwerkeffecten Het AppExchange-ecosysteem is een hoeksteen van de MOAT van Salesforce. Dit is een online marktplaats met duizenden apps, gebouwd door een actieve community van ontwikkelaars. Dit netwerkeffect creëert een krachtige, positieve feedbackloop: naarmate meer bedrijven Salesforce adopteren, wordt het voor ontwikkelaars aantrekkelijker om op het platform te bouwen. Meer apps verhogen op hun beurt de waarde van het platform voor nieuwe en bestaande klanten. Dit zelfversterkende mechanisme maakt het voor concurrenten buitengewoon moeilijk om de diepte en breedte van het Salesforce-ecosysteem te evenaren. Merk & Reputatie Het merk Salesforce staat synoniem voor vertrouwen, innovatie en klantensucces. Het bedrijf geniet een sterke reputatie die een aanzienlijke barrière vormt voor concurrenten. De gevestigde naam en het betrouwbare imago dragen bij aan een hoge klantloyaliteit en trekken voortdurend nieuwe klanten aan die op zoek zijn naar een bewezen en betrouwbare partner. Technologische Superioriteit & Innovatie Salesforce's investeringen in technologische innovatie, met name op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI), verdiepen de bestaande MOAT verder. De lancering van initiatieven zoals Einstein Copilot en Agentforce benadrukt de focus op AI-gedreven efficiëntie. Deze AI-aanbiedingen zijn geïntegreerd met de Data Cloud, die real-time, uniforme klantgegevens verzamelt. De AI-strategie van Salesforce onderscheidt zich door een 'low-code', bedrijfsvriendelijke aanpak. Dit betekent dat de AI-technologie naadloos aansluit op de bestaande workflows van klanten, zonder complexe programmering. De Einstein Trust Layer zorgt ervoor dat AI-toepassingen de privacy en beveiligingsmodellen van de klant respecteren, wat een cruciaal voordeel is ten opzichte van concurrenten die op zichzelf staande, generieke AI-tools aanbieden. Deze diepe integratie maakt het Salesforce-platform onmisbaarder en moeilijker na te bootsen. De gecombineerde kracht van marktleiderschap, hoge overstapkosten, netwerkeffecten en voortdurende innovatie in combinatie met een sterk merk, creëert een ondoordringbare MOAT die de positie van Salesforce op lange termijn beschermt. Alle factoren nog eens op een rijtje: De grootste uitdaging van Salesforce De paradox van de traditionele omzet Het businessmodel van Salesforce is decennialang succesvol geweest dankzij een eenvoudig principe: hoe meer medewerkers bij een klantbedrijf gebruikmaken van de software, hoe hoger de omzet. Dit lineaire model heeft Salesforce tot een van de grootste softwarebedrijven ter wereld gemaakt. Met de integratie van AI in hun platform, met name via producten zoals Einstein Copilot en Agentforce, dreigt dit model te wankelen. AI-tools automatiseren repetitieve en tijdrovende taken, zoals het opstellen van verkoopmails, het samenvatten van klantgesprekken en het genereren van rapporten. Hierdoor kunnen teams efficiënter werken en meer werk verzetten met minder mensen. Voor een bedrijf dat de productiviteit van zijn teams met 30% of zelfs 50% kan verhogen, is de logische stap om te overwegen of er nog evenveel licenties nodig zijn als voorheen. Deze potentiële daling van het aantal gebruikerslicenties vormt de kern van het probleem en kan leiden tot een stagnatie of zelfs daling van de omzetgroei, in ieder geval op de korte termijn. De verschuiving naar Agentforce Salesforce is zich volledig bewust van dit risico en heeft een duidelijke strategie om het aan te pakken: de verschuiving naar een nieuw inkomstenmodel gebaseerd op de waarde van AI-functionaliteit. De onlangs gelanceerde Agentforce-producten zijn hier een perfect voorbeeld van. Deze "autonome agents" kunnen volledig zelfstandig processen uitvoeren, zoals het afhandelen van klantvragen of het opvolgen van verkoopkansen. Ze vereisen geen menselijke licentie, maar functioneren als een extra, slimme "werknemer". De kosten voor deze AI-agents worden waarschijnlijk gekoppeld aan het gebruik, vergelijkbaar met een nutsbedrijf dat per verbruikte eenheid stroom factureert. Dit betekent dat klanten betalen voor het aantal verwerkte taken of de hoeveelheid data die door de AI wordt geanalyseerd. Deze strategische overgang van een traditioneel per-gebruiker model naar een consumptie-gebaseerd model is essentieel, maar kost tijd. Het vereist nieuwe contracten, andere salesgesprekken en een ingrijpende verandering in de manier waarop klanten denken over software-uitgaven. Analisten verwachten daarom dat de echte omzetversnelling vanuit deze AI-initiatieven pas in 2026 of later zichtbaar zal worden, als de nieuwe prijsmodellen volledig zijn geïmplementeerd en geaccepteerd door de markt. Bedrijven welke Agentforce omarmt hebben: Bron: Salesforce IR Een mismatch in prijs en waarde Het grootste risico voor Salesforce ligt in de implementatie van deze overgang. Bedrijven zijn zeer scherp op de kosten en zullen de efficiëntieverbeteringen door AI direct vertalen naar een behoefte aan minder werknemers. Als Salesforce er niet in slaagt om de kosten voor de AI-agents op een slimme manier te positioneren die de totale waarde van het platform verhoogt – en dus de omzet per klant op peil houdt of verhoogt – kan de omzetgroei op de lange termijn onder druk blijven staan. De concurrentie zit ook niet stil. Andere CRM-leveranciers en nieuwe AI-startups bieden eveneens efficiëntieverbeteringen aan, wat de druk op de prijzen verder kan verhogen. Salesforce moet de waarde van haar geïntegreerde platform – waar data, AI en de bedrijfsprocessen naadloos samenkomen – overtuigend kunnen overbrengen om te rechtvaardigen waarom een klant meer moet betalen voor een abonnement met minder menselijke gebruikers. AI als katalysator, geen bedreiging In de kern is AI geen bedreiging voor Salesforce. Sterker nog, het is een krachtige katalysator voor innovatie en groei. Het stelt het bedrijf in staat om een nog dieper en waardevoller onderdeel te worden van de bedrijfsvoering van hun klanten. Het probleem is niet de AI zelf, maar de snelheid waarmee klanten efficiënter worden en de vertraging waarmee Salesforce de waarde daarvan kan omzetten in nieuwe, hogere omzetstromen. Zelf ziet Mark Benioff, AI dus als een enorme katalysator en niet zo zeer als een bedreiging. Foto van Mark Benioff: Bron: Forbes Bear-Base-Bull Oké, we gaan duiken in de toekomst van Salesforce. Ik heb drie scenario's voor je op een rij gezet: de 'Slechte', de 'Oké' en de 'Geweldige' uitkomst. Elk scenario eindigt met een prijskaartje voor het aandeel, gebaseerd op een mix van financiële modellen en wat vergelijkingen met soortgelijke bedrijven. Belangrijke disclaimer: Dit zijn schattingen voor de komende twaalf maanden, geen garanties. En nogmaals: dit is absoluut géén beleggingsadvies! Doe altijd je eigen onderzoek alvorens je geld investeert! Bear-case Scenario In het pessimistische scenario wordt de strategische transitie van Salesforce naar een AI-gedreven model met grote uitdagingen geconfronteerd, wat de groei en winstgevendheid op de korte en middellange termijn beïnvloedt. Bedrijven, gedreven door kostenbesparingen in een volatiele economie, omarmen de efficiëntie van AI-tools agressief, waardoor het aantal benodigde menselijke licenties sneller daalt dan Salesforce kan compenseren met nieuwe, waardevolle AI-pakketten. De markt voor AI-integraties wordt bovendien overspoeld door concurrenten, waaronder zowel gevestigde spelers als behendige startups, die vergelijkbare functionaliteiten aanbieden tegen lagere prijzen. Dit leidt tot een prijzenoorlog en zet de marges van Salesforce onder druk. De grootste zorg is dat Salesforce niet in staat is om de waarde van haar geïntegreerde AI-oplossingen overtuigend te communiceren, of dat de nieuwe consumptie-gebaseerde prijsmodellen niet goed aanslaan bij klanten. Als de implementatie van AI de omzet per klant daadwerkelijk verlaagt in plaats van verhoogt, dan zal de omzetgroei stagneren. Dit ondermijnt het vertrouwen van investeerders, die gewend zijn aan consistente groei. Het aandeel zal verder onder druk komen te staan, omdat de markt de hoge waardering, die gebaseerd is op toekomstige groei, heroverweegt. Deze omstandigheden leiden tot verwachtingen die onder die van analisten liggen. Als we uitgaan van een voorzichtige winstverhouding (K/W) van 20 in 2030, een magere 6% jaarlijkse omzetgroei, en wat lagere ratio’s (30% vrije kasstroom en 22% nettowinst) ten opzichte van analisten, dan zou het aandeel kunnen stijgen naar $281 per aandeel . Base-case Scenario In dit realistische scenario slaagt Salesforce erin om de verschuiving naar een AI-gedreven bedrijfsmodel succesvol te managen, zij het met enige vertraging. De implementatie van Agentforce en de uitbreiding van de AI-functies zorgen voor een geleidelijke toename in efficiëntie bij klanten, wat leidt tot een gematigde daling van het aantal menselijke licenties. Salesforce compenseert dit echter door een geleidelijke verhoging van de prijs per gebruiker, dankzij de toegevoegde waarde van de AI-tools en door nieuwe inkomsten te genereren uit consumptie-gebaseerde AI-diensten. De overstap kost tijd en de omzetgroei zal daarom tijdelijk afvlakken, maar er is geen sprake van een structurele daling. De markt erkent de kracht van Salesforce's brede MOAT en het geïntegreerde ecosysteem. De hoge overstapkosten, het netwerkeffect van de AppExchange en de sterke merknaam beschermen het bedrijf tegen de felste concurrentie. De winstgevendheid, ondersteund door strategische kostenbesparingen en het agressieve share buyback-programma, blijft verbeteren. Hoewel de top-line groei niet meer de explosieve cijfers van het verleden haalt, blijft de financiële gezondheid robuust en stabiel, wat het bedrijf in staat stelt om te blijven investeren in R&D en strategische overnames zoals die van Informatica. Deze omstandigheden leiden tot verwachtingen die in lijn liggen met die van analisten. Als we uitgaan van een winstverhouding (K/W) van 22 in 2030, een 8% jaarlijkse omzetgroei, en ratio’s van 35% vrije kasstroom en 27% nettowinst. Dan zou het aandeel kunnen stijgen naar $348 per aandeel . Dit is de gemiddelde verwachting van analisten: Bron: TipRanks Bull-case Scenario In het meest optimistische scenario transformeert Salesforce zichzelf van een traditioneel SaaS-bedrijf naar een dominant AI-platform en overtreft het de verwachtingen van de markt. De AI-implementatie, geleid door Agentforce en Einstein Copilot, wordt door klanten razendsnel geadopteerd, wat leidt tot dramatische efficiëntieverbeteringen en een significant hogere Return on Investment (ROI) voor bedrijven. De nieuwe prijsmodellen, die de waarde van de AI-diensten vangen, slaan onmiddellijk aan, waardoor de omzet per klant sterk toeneemt. Het "minder licenties, meer omzet" model wordt een bewijs van de succesvolle strategie van Salesforce. De synergie tussen Salesforce's Data Cloud, de recente overnames zoals Informatica en het geïntegreerde AI-aanbod creëert een ondoordringbare technologische voorsprong. Dit maakt het voor concurrenten onmogelijk om dezelfde diepte en schaal te evenaren, wat de marktpositie van Salesforce verder versterkt. De winstgevendheid schiet omhoog dankzij de hoge marges op de AI-diensten en de effectiviteit van de kostenreducties. De sterke vrije kasstroom wordt strategisch ingezet voor zowel de terugkoop van aandelen als voor gerichte, waarde-creërende overnames, wat de aandeelhouderswaarde verder stuwt en het aandeel tot nieuwe hoogtes brengt.Deze omstandigheden leiden tot verwachtingen die boven die van analisten liggen. Als we uitgaan van een winstverhouding (K/W) van 24 in 2030, een 9% jaarlijkse omzetgroei, en ratio’s van 37% vrije kasstroom en 28% nettowinst. Dan zou het aandeel kunnen stijgen naar $385 per aandeel . Salesforce bevindt zich op een cruciaal kruispunt, met de duidelijke taak om te navigeren door een strategische transitie die zowel enorme kansen als aanzienlijke risico's met zich meebrengt. De kernuitdaging ligt in de paradox van haar traditionele bedrijfsmodel: de efficiëntieverbeteringen die haar eigen AI-tools bieden, dreigen het aantal licenties en daarmee de omzet op korte termijn te verminderen. Echter, de strategische verschuiving van een "per-gebruiker" naar een "per-waarde" model, met de nadruk op consumptie-gebaseerde inkomsten uit AI-gedreven agents, is een logische en noodzakelijke stap. Het succes van deze transitie is de bepalende factor voor de toekomstige groei van het bedrijf. De financiële prestaties van de afgelopen jaren tonen een gemengd beeld. Hoewel de omzet en brutowinst gestaag zijn gegroeid en de vrije kasstroom uitzonderlijk sterk is, heeft het bedrijf geworsteld met de winstgevendheid, mede door dure overnames. Het agressieve beleid van kostenreductie en het share buyback-programma is een positief signaal, dat duidt op een hernieuwde focus op aandeelhouderswaarde. Dit beleid, in combinatie met een ondoordringbare MOAT, gevormd door marktleiderschap, hoge overstapkosten, netwerkeffecten en superieure technologie, biedt een solide basis om de uitdagingen van de AI-integratie het hoofd te bieden. De toekomst van Salesforce hangt af van hoe effectief het bedrijf de toegevoegde waarde van AI kan vertalen naar tastbare, nieuwe inkomstenstromen. De bear-, base- en bull-scenario's laten zien dat de uitkomst sterk afhankelijk is van de acceptatie van de nieuwe prijsmodellen en de mate waarin de markt de technologie omarmt. In het meest optimistische scenario transformeert Salesforce zichzelf in een onmisbaar AI-platform, wat leidt tot een explosieve groei en een hoger koersdoel. In een pessimistisch scenario wordt de groei gehinderd door een mismatch in prijs en waarde, wat resulteert in een stagnatie van de koers. Over het geheel genomen blijft Salesforce, met haar sterke marktpositie en strategische visie, een aantrekkelijke speler in de technologie- en beleggingswereld. De transformatie van een SaaS-leverancier naar een AI-gedreven platform is een proces dat tijd zal vergen. Hoewel de korte termijn gepaard kan gaan met volatiliteit, wijst de diepgang van haar MOAT en de vastberadenheid van het management erop dat het bedrijf goed gepositioneerd is om op de lange termijn de vruchten te plukken van de AI-revolutie. Leuk dat je meelas! We delen elke week één Deepdive vrij toegankelijk voor iedereen, zodat je een kijkje kunt nemen in onze manier van analyseren. Als lid van De Belegger krijg je elke dag nieuwe Deepdives, updates over onze portefeuille, trainingen, en nog veel meer waardevolle inzichten. Alles om je te helpen groeien als belegger. Meer informatie vindt je hieronder! https://www.debelegger.nl/lid











