Doorzoek deze website
14660 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Bitcoin als antigif: feit of fictie?
In het kort: Bitcoin beweegt tijdens crises vaak mee met risicovolle activa zoals aandelen en gedraagt zich dus niet als een klassieke veilige haven. In crisismomenten zoals de coronacrash en Oekraïne-oorlog liet Bitcoin flinke volatiliteit zien, terwijl goud relatief stabiel bleef. Ondanks het beperkte aanbod blijkt Bitcoin in de praktijk geen betrouwbare inflatiehedge of bescherming tegen recessies. In tijden van economische onzekerheid en geopolitieke onrust grijpen beleggers traditioneel naar veilige havens zoals goud en staatsobligaties. Maar sinds de opkomst van Bitcoin stellen velen zich de vraag: kan deze digitale munt ook dienen als bescherming tegen financiële stormen? Is Bitcoin inderdaad het “digitale goud” waarvoor sommigen het houden? De werkelijkheid blijkt complexer. Bitcoin boven goud? Tijdens de COVID-19-pandemie werd de veerkracht van Bitcoin voor het eerst serieus getest. Toen de wereldmarkten in maart 2020 instortten, kelderde ook Bitcoin met bijna 50% verlies binnen één dag. In plaats van als veilige haven op te treden, gedroeg de cryptomunt zich juist als een risicovol actief. Maar het verhaal eindigde daar niet. Terwijl centrale banken wereldwijd hun geldkraan opendraaiden, herstelde Bitcoin zich snel en beleefde het een spectaculaire rally. Toch bleek dat vooral te danken aan liquiditeitsinjecties en niet aan crisisbestendigheid. Bitcoin zakte in de paniek mee met de aandelenmarkt en sprong pas weer omhoog toen de risicobereidheid terugkeerde. De koers van Bitcoin de afgelopen 10 jaar: Bron: TradingEconomics De Oekraïne-oorlog: vlucht in crypto of schijnbeweging? De Russische inval in Oekraïne in 2022 vormde een nieuwe test. In eerste instantie daalde de Bitcoin-koers, maar deze herstelde daarna snel. De stijging kwam in het nieuws als deels te worden gedreven door vraag uit Rusland en Oekraïne, waar burgers op zoek gingen naar alternatieven voor banktransacties en de roebel. Hoewel deze situatie kortstondig in Bitcoin’s voordeel werkte, bleek de veilige haven-status niet duurzaam. Net als tijdens eerdere crises bewoog de koers uiteindelijk in lijn met aandelenmarkten. Bitcoin vertoonde opnieuw geen structurele bescherming tegen marktschokken. Inflatie: belofte versus realiteit Bitcoin wordt vaak gepresenteerd als een wapen tegen inflatie vanwege het beperkte aanbod van 21 miljoen munten. Maar tijdens de inflatiepiek van 2022 zakte Bitcoin met zo’n 65% weg terwijl goud (het klassieke inflatie-instrument) relatief stabiel bleef. De ratio tussen Goud en Bitcoin toont dat Bitcoin veel sterker correleert met risicovolle activa dan met inflatiebescherming. In bullmarkten stijgt de ratio explosief, maar tijdens macro-economische onzekerheid keldert deze. Dit wijst erop dat beleggers Bitcoin in turbulente tijden eerder zien als een speculatief goed dan als veilige haven. Goud blijft daarentegen veerkrachtig wanneer het er echt toe doet. De Goud/Bitcoin ratio de afgelopen 10 jaar (log): Bron: Longtermtrends De Bitcoin/Goud-ratio is een krachtig instrument om de werkelijke status van Bitcoin als ‘digitaal goud’ te meten. Wie alleen naar de dollarwaarde van Bitcoin kijkt, mist het bredere beeld. Want pas als Bitcoin zijn waarde behoudt ten opzichte van echte schaarste, zoals goud, verdient het zijn status als inflatiebescherming. Tot nu toe blijkt het vooral een activaklasse die floreert bij overvloedig kapitaal, maar kwetsbaar is wanneer de economische fundamenten onder druk staan. Onderzoek toont aan dat Bitcoin’s functie als inflatiehedge eerder theorie dan praktijk is. Het gedrag van de munt bleek vooral afhankelijk van beleggerssentiment en monetair beleid, en veel minder van daadwerkelijke prijsstijgingen. En bij een recessie? Onzekerheid troef Bitcoin heeft nog maar één grote recessie meegemaakt: die van 2020. En ook toen daalde het in eerste instantie hard. Experts verwachten dat Bitcoin bij toekomstige recessies in eerste instantie zal meebewegen met de aandelenmarkten, tenzij centrale banken opnieuw grootschalig stimuleren. De hoge correlatie met risicovolle activa én de extreme volatiliteit maken Bitcoin op dit moment geen logische keuze voor wie op zoek is naar rust in de storm. De cijfers spreken boekdelen. Bitcoin kent hogere pieken, maar vooral diepere dalen. Daarbij blijkt de correlatie met aandelen in crisistijd sterk positief, wat de diversificatievoordelen beperkt. Goud daarentegen beweegt vaak tegengesteld aan aandelen: precies wat men zoekt in een veilige haven. Lees ook: Dit aandeel moet nu op je watchlist staan - bizarre koersdaling én stijgende winst De financiële wereld is het niet eens over Bitcoin’s rol tijdens crises. Waar sommigen zoals Larry Fink (BlackRock) Bitcoin zien als “anker van stabiliteit”, wijzen anderen op de hoge volatiliteit en het gebrek aan betrouwbaarheid. Uit onderzoek blijkt dat Bitcoin in crisistijd eerder neigt naar het gedrag van technologieaandelen dan naar een defensieve hedge. Zelfs binnen de cryptosector heerst voorzichtigheid. Marktanalisten benadrukken dat Bitcoin waarde kan hebben als alternatief buiten het banksysteem (bijvoorbeeld in landen met kapitaalrestricties), maar dat het geen gegarandeerde vluchthaven is. Foto van Larry Fink van BlackRock Bron: Financial Times Wat betekent dit voor ons als beleggers? Voor wie overweegt Bitcoin toe te voegen aan de portefeuille, zeker in turbulente tijden, gelden de volgende vuistregels: Beperk de blootstelling: Houd het bij 1–5% van je totale portefeuille, als je het als een toevoeging ziet. Denk langetermijn: Investeer alleen kapitaal dat je minstens 5–10 jaar kunt missen. Diversifieer binnen je (crisis)-hedges: Combineer Bitcoin met klassieke veilige havens zoals goud en staatsobligaties. Wees voorbereid op volatiliteit: Flinke dalingen in korte tijd zijn geen uitzondering. Gebruik geen geleend geld: Leverage kan tot gedwongen verkoop leiden bij crashes. Bewaar veilig: Overweeg een offline wallet zodat je crypto veilig bewaard staat. Bitcoin biedt kansen op de lange termijn, maar is geen vervanging voor traditionele bescherming tegen crisisrisico’s. In plaats van een robuuste safe haven blijkt het een uiterst volatiel, speculatief instrument dat onder bepaalde omstandigheden goed kan presteren, maar evengoed diepe verliezen kan veroorzaken. Voor beleggers geldt dan ook: behandel Bitcoin als een speculatieve groeikans, niet als een verzekeringspolis. Spreiding blijft de sleutel tot overleven en mogelijk floreren in onzekere tijden.
- Dit aandeel moet nu op je watchlist staan - bizarre koersdaling én stijgende winst
In het kort: Dit aandeel kelderde ruim 50% na een zeldzame omzetmiss, ondanks 25% omzetgroei en stevige marges. Het AI-platform Kokai belooft superieure performance, maar moet eerst breed worden uitgerold. Het bedrijf balanceert tussen unieke onafhankelijkheid en moordende concurrentie van Big Tech. The Trade Desk (NASDAQ: TTD) is bij veel beleggers nog onbekend. Toch behoort het bedrijf tot de snelst groeiende ondernemingen in de wereld van digital advertising. Afgelopen kwartaal rapporteerde het nog een omzetgroei van 25% en een bruto marge van boven de 80% . En dat terwijl het aandeel dit jaar ruim 60% kelderde na een zeldzame misser op kwartaalresultaten en groeiende onrust over een operationele transitie. The Trade Desk aandelencrash: Bron: Google Finance Waarom zo'n harde dip? Wie TTD wilt begrijpen, moet allereerst het digitale advertentie-ecosysteem snappen. Het is een complexe keten waarin bedrijven permanent opzoek zijn naar efficiëntere manieren om advertenties aan een specifieke doelgroep te tonen. En precies daar vervult TTD een unieke, bijna infrastructuur-achtige rol. The Trade Desk is een zogeheten DSP (demand-side-platform) in de digitale advertentiemarkt. Een adverteerder als Nike, Netflix of Volkswagen komt naar TTD met een marketingbudget, en TTD zorgt ervoor dat dat budget automatisch en intelligent wordt besteed op allerlei plekken op het internet. Dat kan gaan om display banners op nieuwswebsites, advertenties op streamingdiensten (connected TV), digitale radio (zoals Spotify) of mobiele apps. Het platform van TTD stelt adverteerders in staat om: Campagnes te plannen; Budgetten automatisch in te zetten via real-time biedsystemen; Advertentieprestaties per kanaal, doelgroep en creatie te evalueren; En dit alles binnen één centrale interface. Het verschil met grote spelers als Google en Meta is fundamenteel. Die bedrijven combineren vraag en aanbod: ze bezitten zowel advertentievoorraad (YouTube, Instagram) als het platform dat deze voorraad verkoopt. Hierdoor ontstaat een belangenconflict: de platforms optimaliseren voor eigen omzet, niet noodzakelijk voor het rendement van de adverteerder. TTD is onafhankelijk : het bezit geen eigen inventory. Het fungeert puur als technologisch tussenstation voor adverteerders. CEO Jeff Green: “Our independence and objectivity continue to be key differentiators.” Dat betekent ook dat The Trade Desk maximaal gericht kan zijn op ROI-optimalisatie voor zijn klanten, zonder afwegingen tussen platformbelang en adverteerdersrendement. Hoe verdient The Trade Desk geld? TTD hanteert een typisch “usage-based SaaS” -verdienmodel. Voor elke dollar die via het platform wordt uitgegeven aan advertentie-inkoop, rekent TTD een commissie: de zogenaamde take rate . Die ligt rond de 20%. Wat uniek is, is dat TTD dus géén omzet boekt op basis van advertentiebudgetten zelf (zoals Meta of Google), maar puur op basis van technologische dienstverlening. Dat betekent ook: hoe beter het platform presteert (hogere conversies, lagere kosten per acquisitie), hoe meer adverteerders geneigd zijn méér via TTD uit te geven. De omzetgroei volgt daarmee niet alleen de groei van de digitale advertentiemarkt, maar ook het marktaandeel dat TTD weet te veroveren binnen die markt. Op trailling-jaarbasis draaide TTD een omzet van $2,6 miljard met een free cashflow van ruim $670 miljoen. De brutomarge is software-achtig hoog (>75%), en het bedrijf is volledig schuldenvrij met een cashpositie van $1,7 miljard. Walled gardens versus open internet Omdat Google en Meta advertentieruimte verkopen maar tegelijkertijd eigenaar zijn van de platformen, leidt dat tot gesloten ecosystemen, ook wel “walled gardens” (letterlijk: ommuurde tuin) genoemd. TTD positioneert zich als de neutrale tegenpool. Hierdoor heeft het bedrijf de afgelopen jaren juist profijt gehad van de antitrustdruk op Big Tech. Grote adverteerders verleggen hun budgetten steeds vaker naar het open internet, waar onafhankelijke metingen mogelijk zijn en optimalisatie op werkelijke performance in plaats van op platformeigen metrics. De afgelopen jaren zagen we onder andere Netflix, Unilever en Procter & Gamble hun DSP-partnerschappen uitbreiden: waarbij TTD consistent wordt genoemd als voorkeursplatform vanwege objectiviteit en meettransparantie. Toch blijft concurrentie een reëel risico. Amazon bouwt actief aan zijn eigen DSP, AppLovin groeit hard in mobile en CTV, en Google's DV360 blijft de grootste concurrent binnen enterprise-omgevingen. Technologisch voordeel? Het hart van The Trade Desk’s concurrentiekracht ligt in zijn technologische innovatie. Sinds 2023 is het bedrijf bezig met een transitie: adverteerders worden gemigreerd van het oudere Solimar-platform naar een geavanceerde, AI-gedreven interface genaamd Kokai . Kokai is TTD’s nieuwe generatie demand-side platform (DSP) dat niet alleen een vernieuwde gebruikerservaring biedt, maar vooral uitblinkt dankzij de integratie van Koa : TTD’s eigen kunstmatige intelligentie-suite. Koa is ontworpen om advertentiecampagnes te optimaliseren door biedingsstrategieën te sturen op basis van diepere, op businesswaarde gebaseerde KPI’s zoals: ROAS (Return on Ad Spend): hoeveel omzet er wordt gegenereerd per euro advertentie-uitgave; CPA (Cost per Acquisition): de gemiddelde kosten om een nieuwe klant of conversie te realiseren. Volgens interne gegevens van The Trade Desk levert de implementatie van Koa aanzienlijke prestatieverbeteringen op: 24% lagere cost-per-conversion; 20% lagere CPA. De sleutel? Data. Doordat TTD dagelijks zo'n 17 miljoen biedingen per seconde verwerkt, bouwt het een gigantische dataset op van wat werkt en wat niet, over alle industrieën en kanalen. Die dataset voedt weer de machine learning-algoritmes, die op hun beurt campagnes verbeteren. Toch is TTD’s technologievoorsprong geen garantie op blijvend succes. Algoritmes zijn in principe te reproduceren, waardoor het voordeel niet absoluut is. De programmatic advertising-markt is bovendien sterk gecommoditized : als een andere speler opstaat die campagnes goedkoper of efficiënter kan draaien, zullen adverteerders weinig aarzelen om over te stappen. Desondanks ligt TTD op dit moment technologisch nog duidelijk voor op de concurrentie. Klantretentie Een belangrijke indicator van kwaliteit in B2B-software is klantretentie. In het geval van The Trade Desk ligt die al meer dan tien jaar boven de 95%: een cijfer dat zeldzaam is in de sector. Het bedrijf heeft zo’n duizend actieve klanten, bestaande uit grote multinationals als Netflix, Volkswagen, Unilever, Walmart en Procter & Gamble. Veelal bedrijven met wereldwijde marketingbudgetten van tientallen tot honderden miljoenen dollars per jaar. Wat bindt deze bedrijven aan TTD? Allereerst: vertrouwen. Doordat TTD geen eigen media bezit en dus geen direct financieel belang heeft bij waar advertenties terechtkomen, voelen adverteerders zich veiliger dan bij Google of Meta. Dat vertrouwen vertaalt zich naar structurele samenwerkingen, vaak over meerdere jaren. Daarnaast zijn overstapkosten niet triviaal. Hoewel TTD technisch geen lock-in hanteert, vereist het overstappen naar een andere DSP tijd, resources en een leercurve in campaign management en data-integratie. Grote marketingteams moeten opnieuw leren omgaan met targeting tools, AI-aansturing en analytics dashboards. Dit creëert frictie die de retentie verder versterkt. Bovendien stijgt de gemiddelde besteding per klant jaarlijks. Dezelfde klanten die vijf jaar geleden $1 miljoen per jaar uitgaven via TTD, spenderen inmiddels vaak $3–5 miljoen, mede door internationalisering, nieuwe mediatypes (zoals CTV) en verbeterde resultaten via AI-optimalisatie. Totale marktgroei Voor beleggers is het cruciaal om te begrijpen hoe groot de ‘addressable market’ is waar een groeiaandeel in opereert. In het geval van TTD is dat de wereldwijde digitale advertentiemarkt. Volgens GroupM en eMarketer bedroegen de totale wereldwijde advertentie-uitgaven in 2024 circa $890 miljard. Verwacht wordt dat dit volume doorgroeit naar ruim $1,5 biljoen tegen 2035: waarbij digitale kanalen naar verwachting meer dan 75% zullen vertegenwoordigen. Dat betekent dat er in 2035 zo’n $1,1 biljoen per jaar aan digitale advertentiebudgetten in omloop is. Stel dat TTD hierin een marktaandeel van slechts 5% weet te realiseren (wat ambitieus, maar niet ondenkbaar is gezien hun huidige momentum), dan komt dat neer op een brutobudget van $55 miljard dat via het platform loopt. Bij een historische take-rate van ~20% zou dat resulteren in een jaaromzet van $11 miljard tot $15 miljard. Ter vergelijking: in 2024 lag de omzet op $2,4 miljard. Om van daaruit richting $15 miljard te groeien tegen 2035 is een samengestelde jaarlijkse omzetgroei (CAGR) van circa 20% nodig. Dat is ambitieus, maar in lijn met de groei die het bedrijf sinds zijn beursgang in 2016 laat zien. Totale omzet The Trade desk: Bron: The Trade Desk IR Een aanvullende groeibron komt uit de verbreding van het productaanbod: meer mediatypen (CTV, audio, digital out-of-home), regionale uitrol in APAC en Latijns-Amerika, en uitbreiding naar kleinere adverteerders via geautomatiseerde self-service-modellen. Met andere woorden: het TAM-potentieel is groot genoeg om TTD nog jarenlang te laten compounden: mits het zijn marktaandeel weet te verdedigen en vergroten. Economische moat Warren Buffett beschreef een economische “moat” (letterlijk: gracht) ooit als: “the durable competitive advantage that protects a company from its competitors.” In het geval van TTD is die moat tweedelig: data en standaardisatie. Allereerst: data. TTD verwerkt dagelijks miljarden impressies, biedingen, clicks en conversies over uiteenlopende sectoren, doelgroepen, apparaten en geografische regio’s. Die data voedt het AI-systeem Koa, waarmee campagnes real-time worden geoptimaliseerd. Omdat adverteerders steeds meer budget via TTD uitgeven, wordt de dataset steeds rijker en daarmee ook de output van het algoritme beter. Deze schaalvoorsprong is lastig te repliceren voor kleinere DSP’s of nieuwkomers. Daarnaast speelt ook standaardisatie een steeds grotere rol. Net zoals Adobe ooit PDF wist te vestigen als industriebrede standaard voor documenten, probeert TTD dit nu via Unified ID 2.0 (UID2): een cookieloze, privacyvriendelijke identifier voor gebruikers. UID2 wordt al breed ondersteund door CTV-platforms zoals Disney+, Peacock en Paramount, en wint terrein in retailmedia en digital out-of-home. UID2 is open-source, maar TTD is de voornaamste beheerder van de infrastructuur en integratiepunten. Hierdoor ontstaat netwerkeffect: naarmate meer partijen het systeem adopteren, wordt het moeilijker om eromheen te bouwen. Dit maakt TTD tot een standaardbepalende speler: een machtspositie die losstaat van directe omzet, maar lange termijn strategisch zeer waardevol is. Morningstar kwalificeert de moat als ‘narrow but defensible’ : technologie is repliceerbaar, maar schaal en integratievoorsprong nog niet. Connected TV Een van de snelst groeiende kanalen binnen TTD is Connected TV (CTV)—digitale advertenties op streamingdiensten zoals Netflix, Disney+, Peacock en Hulu. Waar vroeger lineaire televisie leidend was in brand marketing, verschuift nu budget naar streaming: waar targeting, meting en optimalisatie veel nauwkeuriger zijn. Bron: The Trade Desk IR Voor TTD is connected TV (CTV) inmiddels het grootste kanaal, goed voor bijna 50% van de omzetgroei. Steeds meer streamingdiensten introduceren advertentie-ondersteunde abonnementen en maken daarbij gebruik van TTD als technologisch partner voor de advertentie-inkoop. Dit gebeurt via OpenPath : een directe koppeling tussen adverteerders en contentplatforms. Hiermee wordt de traditionele rol van supply-side platforms (SSP’s) deels overgeslagen: platformen die normaal gesproken advertentieruimte van uitgevers aanbieden aan DSP’s zoals TTD. Door deze tussenlaag te omzeilen, kunnen adverteerders kosten besparen en behouden contentaanbieders meer controle over hun inventaris. Zo voorkomt TTD margekannibalisatie en verstevigt het zijn positie. Voor adverteerders biedt CTV superieure frequentiecontrole, betere CPM’s en hogere ROAS. Voor publishers biedt het hogere fill rates en directere inkomstenstromen. Arena Group zag zijn fill rate verviervoudigen na integratie van OpenPath; de New York Post noteerde een 8x stijging in programmatische omzet. De verschuiving van lineaire TV naar digitaal (en daarbinnen naar programmatic) is structureel en pas net begonnen. Volgens Insider Intelligence besteedt de gemiddelde Amerikaanse kijker in 2024 al meer tijd aan streaming dan aan traditionele tv: en adverteerders volgen dat gedrag. Voor TTD betekent dit een structurele wind mee. Als neutrale DSP zonder eigen streamingplatform is het een logische partner. Retail media en data Een andere belangrijke groeimarkt is retail media: advertenties gebaseerd op koopgedrag. Grote retailers zoals Walmart, Target, Kroger en Albertsons bezitten enorme hoeveelheden kassadata waarmee adverteerders hun campagnes kunnen afstemmen op echte aankoopintenties, niet enkel interesses. TTD speelt hierop in door een marktplaats te bouwen waar retailers hun first-party data kunnen koppelen aan advertentie-inkoop. Zo kunnen adverteerders bijv. Boiron (farmaceutica) targeten op basis van Kroger-aankoopdata en conversies meten aan de hand van kassagegevens. Resultaat: +267% ROAS. In Azië leidde een campagne voor het merk Sulwhasoo tot 6x meer winkelbezoek en 80% lagere CPA. Retailers kiezen vaak liever voor een onafhankelijk platform als TTD dan voor Amazon of Google die immers zelf producten verkopen en dus een concurrent zijn op productniveau. Hierdoor ontstaat voor TTD een unieke positie: trusted third party in een markt die alleen maar groter wordt. Volgens McKinsey zal retail media in 2027 wereldwijd meer dan $100 miljard vertegenwoordigen. Voor TTD een enorme kans, vooral dankzij de integratiemogelijkheden van UID2, wat privacycompliant tracking tussen advertentie en verkoop mogelijk maakt. Bron: McKinsey & Company De financiële kant van TTD Wie The Trade Desk door een financieel-beleggersbril bekijkt, ziet een uniek profiel: een snelgroeiend technologiebedrijf dat al jaren winstgevend is, schuldenvrij opereert en een solide vrije kasstroom genereert. In de afgelopen vier kwartalen genereerde The Trade Desk een unlevered free cash flow (UFCF) van $670 miljoen . Daartegenover stond een aandelencompensatie (stock-based compensation, SBC) van $512 miljoen . Dat betekent dat SBC momenteel goed is voor ruim 76% van de gegenereerde cashflow: een aanzienlijk aandeel dat op korte termijn de verwatering en winstgevendheidsperceptie onder beleggers kan beïnvloeden. Toch is het beeld op langere termijn minder zorgwekkend. Sinds 2022 is een afzwakkende trend zichtbaar in de absolute omvang van SBC. Tegelijkertijd blijft de vrije kasstroom gestaag groeien , wat erop wijst dat het bedrijf steeds winstgevender wordt op operationeel niveau, onafhankelijk van beloningsstructuren. Als deze trend zich voortzet, zal het effect van aandelencompensatie op de totale kasstroom en aandeelhouderswaarde in de toekomst geleidelijk afnemen. Unlevered free cashflow en stock based compensation: In het eerste kwartaal van 2025 zette de groei door, ondanks macro-economische tegenwind: omzet +25%, met een EBITDA-marge van 34%. Hiermee overtrof het bedrijf de verwachtingen van analisten ruimschoots, wat leidde tot een stevig herstel van het aandeel in mei van ongeveer $60 naar $80. Herstel aandelenkoers na Q1-2025 bekendmaking: Bron: Google FInance Ook op het gebied van kapitaalteruggave laat TTD zich gelden: in 2024 werd een aandeleninkoopprogramma van $1 miljard aangekondigd, bedoeld om verwatering te beperken en aandeelhouders te belonen bij zwakte in de markt. De belangrijkste operationele hefboom zit in schaal: doordat de infrastructuur grotendeels vast is (cloudkosten, personeel, R&D), kan extra omzet grotendeels doorvloeien naar de winst. Hierdoor zijn marges op termijn opwaarts schaalbaar richting 45–50%, vergelijkbaar met andere softwareplatforms zoals Adobe en Salesforce. Waardering Historisch gezien handelde The Trade Desk tegen hoge multiples: non-gaap P/E afgelopen 5 jaar was gemiddeld 80. Na de forse correctie eind 2024 dook de waardering echter tijdelijk onder de 30x, een niveau dat beleggers in TTD zelden zagen. Inmiddels, na het herstel in Q1 2025, handelt het aandeel weer rond 38x forward earnings. Is dat duur? Voor een schuldenvrij bedrijf met hoge kasstroommarges, sterke klantretentie en dubbelcijferige groei hoeft dat niet zo te zijn. De PEG-ratio (price/earnings-to-growth) wordt vaak gebruikt om groeibedrijven te waarderen: deze deelt de P/E door de verwachte winstgroei. Dit ratio is PEG-ratio 1,45: niet extreem goedkoop, maar ook niet extreem duur. Voor beleggers die bereid zijn om meerdere jaren vooruit te kijken en geloven in de TAM van digitale advertenties, CTV en retail media, lijkt TTD op dit niveau fair gewaardeerd. Zeker wanneer het herstel zich doorzet en de migratie naar Kokai zich omzet in hogere take-rates en meer wallet share per klant. Wat ging er mis in Q4 2024? De forse koersdaling van TTD in november 2024 werd veroorzaakt door een combinatie van factoren: Een omzetmiss van slechts 2% ten opzichte van de guidance , na 32 opeenvolgende kwartalen waarin het bedrijf altijd boven verwachting presteerde. Bron: Seeking Alpha Vertragingen in de uitrol van Kokai , waarbij sommige klanten nog vasthielden aan oude workflows. Onhandige communicatie van de CFO , die op de earnings call niet overtuigend overkwam en onvoldoende toelichting gaf op de vertragingen. Verhoogde zorgen over concurrentie door AppLovin (in CTV) en de uitbouw van Amazon’s DSP. Hoewel de fundamentele business robuust bleef, straft de markt groeiaandelen zwaar bij zelfs kleine tegenvallers: zeker als het aandeel op premiummultiples handelt. Het sentiment draaide in korte tijd van optimisme naar twijfel, wat leidde tot een halvering van de koers van ~$120 naar ~$60. CEO Jeff Green vergeleek het moment met een kampioensteam dat “een paar kleine turnovers maakte” . Het management benadrukte dat er geen structurele verandering was in de klantdynamiek of competitieve positie: alleen organisatorische complexiteit die focus vereiste. Herstructurering en herstel in 2025 Om het vertrouwen te herstellen en de slagkracht te verbeteren, voerde TTD in het eerste kwartaal van 2025 een grootschalige herstructurering door: Er werden 100 scrum-teams opgericht met directe verantwoordelijkheid voor deliverables; De salesstructuur werd vereenvoudigd, met kortere lijnen tussen klant en uitvoering; Vivek Kundra werd aangesteld als nieuwe COO, met ervaring bij Salesforce, Obama’s CTO-team en Google Cloud; De Kokai-migratie werd versneld, met incentives voor agencies om de overstap te voltooien vóór eind 2025. De eerste resultaten zijn zichtbaar: joint business partnerships (JBPs) groeiden 50% sneller dan de rest van het klantenbestand, en de customer satisfaction scores bereikten recordniveaus. Ook analisten keerden langzaam terug in het kamp van de bulls. JP Morgan, Jefferies en Morgan Stanley verhoogden hun koersdoelen na de sterke Q1-update, waarbij met name de CTV-groei, de margestabiliteit en de snelle adoptie van UID2 werden geprezen. Het aandeel herstelde in mei 2025 van de bodem naar ~$80, al ligt dat nog steeds ~35% onder de piek van eind 2024. Risico's en onderzekerheden: Geen enkel groeiaandeel is zonder risico. Ook bij TTD zijn er reële zorgen die beleggers in acht moeten nemen: Macro-economische cycli : bij recessie of marketingbezuinigingen kunnen adverteerders budgetten pauzeren, ook al groeit programmatic vaak relatief door. Concurrentie van Big Tech : Google, Meta, Amazon en AppLovin beschikken over immense schaal, data en R&D-budgetten. Hoewel TTD’s onafhankelijkheid een voordeel is, zijn netwerk-effecten moeilijk te verdedigen in een winner-takes-most markt. Regulering en privacywetgeving : het verdwijnen van third-party cookies en strengere trackingregels kunnen targeting beperken. UID2 is een elegant alternatief, maar vereist brede adoptie en politieke dekking. Executierisico : de overgang naar Kokai moet vlekkeloos verlopen. Vertraging of bugs kunnen directe impact hebben op klantvertrouwen en omzet. Valuta en internationale expansie : nu TTD steeds meer buiten de VS groeit, wordt exposure aan vreemde valuta en geopolitieke spanningen een relevant risico. Slotbeschouwing: kopen, houden of verkopen? De bull case : Als The Trade Desk erin slaagt de Kokai-transitie succesvol af te ronden en zijn rol als neutrale, AI-gedreven infrastructuurpartner in digitale advertenties verder uitbouwt, dan ligt een jarenlange compound growth binnen bereik. De bear case : Als de migratie mislukt en concurrenten als Amazon, AppLovin of Google betere prestaties leveren via dezelfde SSP’s, dan kan TTD snel marktaandeel verliezen in een markt die weinig loyaal is.
- Dit AI-aandeel is de nieuwe favoriet van Warren Buffett, Bill Ackman en Cathie Wood
In het kort: Bill Ackman heeft in april een positie genomen in Amazon, waarmee hij Warren Buffett en Cathie Wood volgt in hun AI-belangen. Amazon’s AI-strategie draait steeds meer om AWS, dat inmiddels $117 miljard per jaar omzet en 39% operationele marge haalt. Analisten zien Amazon’s huidige waardering van $2,3 biljoen als een mogeljike mooie instap voor het bedrijf en waardering ervan dat je ervoor terugkrijgt. Bill Ackman, de bekende hedgefondsmanager achter Pershing Square Capital Management, heeft recent een aanzienlijke positie genomen in Amazon. Daarmee volgt hij het voorbeeld van Warren Buffett (Berkshire Hathaway) en Cathie Wood (ARK Invest), die al langer in de techgigant belegd zijn. Waar Ackman voorheen vooral mikte op Alphabet als AI-speler, ziet hij nu ook in Amazon een krachtige lange-termijn-investering, vooral dankzij de dominantie van AWS (Amazon Web Services) en de integratie van AI binnen het hele concern. Amazon staat op een scharnierpunt in zijn ontwikkeling: van techreus naar infrastructuurbedrijf voor de digitale economie. Toch blijft de markt volgens velen achter in het waarderen van de volle breedte van zijn activiteiten. Met een koers van circa $212 en een forward price-to-operating cash flow (P/OCF) van 15,69 ligt het aandeel flink onder zijn historische gemiddelde van 23,8. De FWD P/OCF van Amazon de afgelopen jaren: Bron: Finchat De huidige waardering is des te opmerkelijker als je kijkt naar de prestaties per segment: Amazon Web Services (AWS) blijft het winstanker van het bedrijf. In het eerste kwartaal van 2025 groeide de omzet met 16,9% tot $29,3 miljard, mede dankzij toenemende AI-workloads. De backlog steeg tot $189 miljard, een toename van 20% jaar-op-jaar. E-commerce en logistiek blijven sterk presteren, vooral in Noord-Amerika, waar de omzet in Q1 steeg tot $92,9 miljard. Amazon verbeterde opnieuw zijn leveringssnelheid: het aantal same-day en next-day deliveries bereikte een recordhoogte. Internationale verkoop groeide met 4,9% tot $33,5 miljard, ondanks een valutadruk van ruim $1 miljard. Zonder die wisselkoerseffecten zou de groei nog steviger zijn geweest. Prime is uitgegroeid tot een stabiele inkomstenbron met tientallen miljoenen leden wereldwijd. Dankzij seizoensacties als de Big Spring Sale en Eid-promoties bespaarden klanten in Q1 meer dan $500 miljoen. Advertenties vormen een stille groeimotor. De advertentie-inkomsten groeiden met 19% naar $13,9 miljard in het afgelopen kwartaal. Amazon bereikt inmiddels ruim 275 miljoen ad-ondersteunde gebruikers in de VS alleen al. Amazon Prime, de abonnementsdienst, levert voorspelbare, utility-achtige kasstromen op die de totale bedrijfswaardering verder onderbouwen. Toch negeert de markt deze componenten grotendeels in de waardering. De advertentie inkomsten van Amazon: Bron: Finchat De combinatie van schaal, diversificatie en groeikracht maakt Amazon uniek gepositioneerd. Het bedrijf investeert dit jaar $100 miljard in kapitaaluitgaven, daarmee de grootste in het rijtje van de BIG-7, grotendeels gericht op cloudinfrastructuur, AI-capaciteit en logistiek. Daarmee bouwt het niet alleen aan groei, maar aan diepe concurrentievrije loopgraven. Met een balans waarop $94,6 miljard aan cash en marktbare waarden prijkt en een netto kaspositie van ruim $41 miljard, beschikt Amazon over de financiële slagkracht om te investeren, overnames te doen of, indien gewenst, een aandeleninkoopprogramma op te zetten. De AA-kredietstatus van S&P bevestigt het vertrouwen in die kracht. Waar andere techbedrijven worden afgerekend op hun risico’s of cyclische aard, lijkt Amazon juist ondergewaardeerd ondanks zijn structurele rol in de wereldeconomie. Met robuuste marges, sterke kasstromen en meerdere snelgroeiende bedrijfstakken biedt het aandeel een fundamenteel solide basis voor langetermijngroei. Amazon als AI-krachtpatser: focus op AWS Amazon positioneert zich steeds duidelijker als een AI-onderneming. De cloudtak AWS vormt het hart van deze strategie, met een indrukwekkende omzet van $117 miljard op jaarbasis en een operationele marge van 39%. De operationele marge van AWS de afgelopen kwartalen: Bron: Finchat De recente samenwerking met Anthropic – de rivaal van OpenAI – versterkt deze positie: Anthropic draait haar AI-modellen op AWS en maakt gebruik van Amazon's eigen chips, zoals Trainium en Inferentia. Deze integratie versterkt AWS’ aantrekkelijkheid als AI-platform en stimuleert groeiversnelling in inkomsten én winstgevendheid. Ondertussen blijven de Cloud-uitgaven wereldwijd flink stijgen: Bron: Datadog IR Volgens de 77 analisten die Amazon volgen ligt Amazon’s koersdoel rond de $239, terwijl het aandeel momenteel op $212 noteert – een impliciet opwaarts potentieel van zo´n 13%. Als Amazon erin slaagt haar marges verder uit te breiden, wellicht een actief aandeleninkoopprogramma introduceert en de winst per aandeel laat groeien – zoals Microsoft dat eerder succesvol deed – dan is een stijgende koers naar $300 de komende jaren een realistisch scenario. Belangrijker nog: de structurele vraag naar cloud- en AI-diensten geeft Amazon een groeipad van decennia, niet jaren. Amazon wordt door de markt mogelijk nog onderschat, vooral door kortetermijndenken over kostenstructuur en verwatering. Maar met een AI-gedreven groeistrategie, een dominante cloudpositie en een ondergewaardeerde e-commerce- en advertentietak, ligt er een unieke kans voor beleggers die verder durven te kijken dan de kwartaalcijfers.
- Dollar op dieptepunt – zo profiteer je als belegger
In het kort De Amerikaanse dollar is gezakt naar het laagste punt in drie jaar, mede door importtarieven, politieke onzekerheid en Fed-onafhankelijkheidsdiscussies. Voor exporteurs is dit gunstig, maar binnenlandse consumenten en bedrijven merken juist prijsdruk op importproducten. Beleggers herpositioneren zich richting Europese en Japanse markten, terwijl analisten waarschuwen voor een verder vertrouwensverlies in de dollar. De Amerikaanse dollar heeft een stevig verlies geboekt in de eerste helft van 2025: de DXY-index, die de dollar tegenover een mandje van andere grote valuta meet, daalde tot 97,8, het laagste punt sinds begin 2022. Dat betekent een daling van ongeveer 9 à 10 % sinds januari, een opmerkelijke trend voor 's werelds belangrijkste reservemunt. Dollarindex zakt naar het laagste punt in ruim drie jaar: Bron: TradingView De zwakte van de dollar komt vooral door handelsmaatregelen zoals importheffingen in Trumps tweede ambtstermijn, gecombineerd met nieuwe zorgen over het Amerikaanse begrotingsbeleid. De onduidelijkheid over het fiscale pad en recente opmerkingen die de onafhankelijkheid van de Federal Reserve in twijfel trekken, doen wereldwijd twijfels rijzen over de stabiliteit van de dollar. Politieke keuzes met wereldwijde gevolgen De "Liberation Day"-tarieven uit april 2025 waren het eerste teken dat de VS weer meer op zichzelf gericht is in zijn handelsbeleid. Deze maatregelen veroorzaakten brede marktvolatiliteit, waarbij aandelen wereldwijd kelderden. Sindsdien zijn markten deels hersteld, maar de dreiging van verdergaande tarieven en politieke inmenging in het monetaire beleid blijft als een schaduw boven de dollar hangen. De grafiek hieronder laat zien hoe sterk de Amerikaanse dollar in 2025 terrein heeft verloren tegenover andere grote valuta. Met een daling van bijna 10% staat de dollar duidelijk onder druk, terwijl valuta zoals de Zweedse kroon, de yen en de euro juist aanzienlijk zijn gestegen. Volgens analisten wijst deze beweging op een groeiende vertrouwenscrisis rondom de greenback. Als beleggers blijven twijfelen aan het monetair beleid en de geloofwaardigheid van de VS als economische pijler, kan de rol van de dollar als wereldreservemunt steeds verder ondermijnd worden. Wereldwijde valuta stijgen terwijl de dollar onder druk staat: Bron: Reuters Zwakke dollar: wie wint en wie verliest Winnaars Amerikaanse exporteurs: bedrijven die wereldwijd verkopen, zoals technologiebedrijven, industriële concerns en farmaceuten, profiteren van de lagere dollar, die hun producten goedkoper maakt op buitenlandse markten. Aandelenmarkten in het buitenland: door de zwakkere dollar stijgt de relatieve waarde van buitenlandse investeringen, waardoor Europa en Japan aantrekkelijker worden. Verliezers Consumenten en importeurs: buitenlandse producten en reizen worden duurder voor Amerikanen. Ook bedrijven die afhankelijk zijn van import, bijvoorbeeld in retail en industrie, voelen de druk op marges toenemen. Binnenlandse aandelen met een focus op de VS: kleine bedrijven en dienstverleners zonder internationale omzet ondervinden minder voordeel, en kunnen juist last krijgen van hogere kosten. Kapitaalverschuiving uit de VS De aanhoudende verzwakking van de dollar zet beleggers ertoe aan hun posities in Amerikaanse aandelen af te bouwen en zich te herpositioneren richting Europa en Japan. Grote institutionele partijen, waaronder pensioenfondsen als Aware Super, schuiven kapitaal naar markten met stabieler beleid en aantrekkelijker gewaardeerde activa. Nieuwe cijfers tonen dat Europese aandelen voor het eerst in jaren zwaarder gewogen worden dan Amerikaanse, terwijl ook Japan terrein wint dankzij structurele hervormingen en een sterker wordende yen. Deze rotatie weerspiegelt een bredere vlucht uit dollarblootstelling in reactie op politieke en monetaire onzekerheden in de VS. Lees ook: “Slimme” beleggers vluchten nu massaal naar dit zinkende schip Waar liggen kansen voor ons als beleggers? Volgens Morgan Stanley’s CIO Mike Wilson biedt de zwakke dollar een aantrekkelijke instapmogelijkheid in multinationals met sterke internationale kasstromen. Denk aan bedrijven als Apple, Johnson & Johnson of Boeing, die een aanzienlijk deel van hun omzet buiten de VS genereren. Ook sectoren als industrie, technologie en grondstoffen zijn gebaat bij een zwakkere dollar. Historisch gezien presteren aandelen van grondstofbedrijven, zoals olie- en mijnbouwconcerns, goed in periodes van een dalende dollar, omdat grondstoffen doorgaans in dollars worden verhandeld. Daarnaast kunnen internationale ETF’s (zoals MSCI Europe of Nikkei-gerelateerde fondsen) profiteren van de kapitaalverschuiving naar markten buiten de VS. Het opnemen van deze fondsen in een breed gespreide portefeuille kan dienen als bescherming tegen verdere dollarverzwakking. Beleggers houden de Fed scherp in de gaten Hoewel de dollar nu historisch zwak staat, is het geen gegeven dat de trend zich voortzet. De valutamarkt is berucht om zijn grilligheid, en een onverwachte beleidswijziging van de Fed of oplopende geopolitieke spanningen kunnen snel tot een vlucht terug naar de dollar leiden. Beleggers moeten daarom waken voor overconcentratie in anti-dollarposities. Ook inflatie speelt een rol. Een zwakke dollar verhoogt importprijzen, wat tot hogere consumentenprijzen kan leiden. Als de Fed daarop reageert met renteverhogingen, kan dat de dollar juist weer versterken en aandelenmarkten onder druk zetten. Beleggers kijken dan ook gespannen uit naar het volgende rentebesluit op woensdag 18 juni. Wat de dollarverzwakking betekent voor de toekomst De beweging weg van de dollar roept grotere vragen op over de positie van de VS in het mondiale financiële systeem. Terwijl landen als China en Rusland experimenteren met alternatieve handelssystemen en centrale banken wereldwijd hun dollarreserves afbouwen, groeit het belang van diversificatie. Voor beleggers betekent dit: spreiden over valuta’s, sectoren en regio’s is belangrijker dan ooit. De komende maanden kunnen kantelpunten brengen in het monetaire landschap, en wie nu alert handelt, kan daarvan profiteren.
- “Slimme” beleggers vluchten nu massaal naar dit zinkende schip
In het kort: Sinds april stroomde er meer dan €22 miljard naar Europese aandelenfondsen, gedreven door wantrouwen in de Amerikaanse handels- en politieke koers. Tegelijkertijd krimpt de Duitse economie, de grootste van Europa, voor het tweede jaar op rij, met slechts 0,1% groeiverwachting in 2025 en een dalende DAX. De kapitaalvlucht naar Europa maskeert daarmee interne divergenties: Duitsland levert in aan aantrekkingskracht. Waar Europese aandelenfondsen record na record breken qua kapitaalinstroom, laat de grootste economie binnen deze kapitaalvlucht — Duitsland — juist een verontrustend tegenovergesteld beeld zien. Terwijl beleggers Europa collectief lijken te herwaarderen, dreigt Duitsland als zwaartepunt van de eurozone vast te lopen in een vicieuze cirkel van economische stagnatie en structureel verlies aan vertrouwen. Sinds de Liberation-Day van Trump is de trend duidelijk terug te zien: Bron: Morningstar De discrepantie tussen het optimisme over het Europese blok en de zorgwekkende fundamentals van zijn grootste economie legt echter een pijnlijke spanning bloot tussen pan-Europees sentiment en nationale realiteit. Van Amerikaanse dominantie naar Europese herwaardering De herverkiezing van Donald Trump en diens scherpe bocht richting economische isolationisme vormden het startschot voor een geopolitiek en macro-economisch herpositioneren van kapitaal. De aangekondigde “Liberation Day-tarieven” op 2 april 2025 schokten de markten, en markeerden het einde van het Amerikaanse beurssprookje waarin de Magnificent Seven jarenlang de toon zetten. Ondertussen valt de groei van de kapitaalstroom richting de VS vrijwel stil: Bron: Morningstar Sindsdien stroomden er (volgens data van Morningstar) €22,3 miljard naar Europese aandelenfondsen in slechts twee maanden tijd — een tempo dat de records uit 2015 benadert. De Morningstar Europe Index steeg met 11,5% YTD (in euro’s, per 9 juni), terwijl de Amerikaanse index juist 6,9% daalde. Dit wijst op een zelden geziene herwaardering van Europa als investeringsbestemming. Het gaat hier echter niet om een blinde rotatie, maar een genuanceerde herallocatie die zich richt op specifieke sectoren en regio’s. De groei in Europese fondsen de afgelopen maanden: Bron: Morningstar Duitsland: structurele zwakte in een momentummarkt Tegelijkertijd bevindt Duitsland zich op een economisch dieptepunt. Voor het eerst sinds 1950 noteerde het land twee opeenvolgende jaren van krimp — met -0,3% in 2023 en -0,2% in 2024. De groeiverwachting voor 2025 is met 0,1% verwaarloosbaar. Voor een land dat jarenlang de industriële groeimotor van Europa was, is dat een flinke en belangrijkste verschuiving... De trend hier is duidelijk: Blog: Bloomberg Beleggers laten hun oordeel duidelijk blijken: sinds begin juni verloor de DAX 40 meer dan 3%. Op fundamenteel vlak baart vooral de waardering zorgen. De trailing P/E-ratio (TTM) van de DAX is opgelopen tot 18,67, aanzienlijk boven het vijfjarig gemiddelde van 12,10 tot 15,67. Tegelijkertijd ligt de forward P/E op slechts 12,99, wat duidt op een fors waarderingsgat tussen huidige prijs en verwachte winstontwikkeling. Dit verschil suggereert ofwel overdreven optimisme over toekomstige winstgroei, of een markt die kwetsbaar is voor teleurstellingen. In beide gevallen ondermijnt het de overtuiging in een robuust en structureel herstel van de Duitse economie. Spreiding binnen Europa: het nieuwe fundament De bulk van de kapitaalinstroom richt zich natuurlijk niet enkel op Duitsland, maar op breed gespreide fondsen en ETF’s zoals de Amundi STOXX Europe 600. Beleggers zoeken exposure naar sectoren als defensie, gezondheidszorg en infrastructuur, die profiteren van Europese beleidsimpulsen. Morningstar spreekt van een “verhoogde bereidheid om de allocatie naar Europese aandelen te heroverwegen, met als doel het verminderen van concentratierisico in de VS.” Politieke en fiscale erosie De komst van Friedrich Merz als kanselier werd aanvankelijk positief ontvangen, maar zijn wending richting schuldfinanciering om binnenlandse consensus te kopen roept twijfel op. Hoewel Duitsland met 62% staatsschuld als bbp nog ruim onder het EU-gemiddelde zit, verliest het zijn reputatie van fiscale orthodoxie — een kernwaarde voor beleggers die stabiliteit zoeken. Dit politieke vacuüm wordt verergerd door externe factoren. De exportgerichte Duitse industrie is extra kwetsbaar voor geopolitieke spanningen, zoals het oplopende conflict tussen Israël en Iran en de dreiging van handelsbarrières. Sectoren als auto-industrie, chemie en zware industrie ondervinden direct schade van verstoorde toeleveringsketens en dalende wereldwijde vraag. Alleen de defensiesector lijkt in dit klimaat aan aantrekkingskracht te winnen. Lees ook: Wapens en winsten: investeren in defensie-aandelen Illusie van cohesie binnen Europa De enorme instroom in Europese aandelen verhult dat de onderliggende economische fundamenten binnen het continent allerminst homogeen zijn. Duitsland, traditioneel de ankerpunt van stabiliteit, kampt met verouderde industriële structuren, een stagnerende groeidynamiek en toenemende politieke besluiteloosheid. Het land illustreert hoe zelfs binnen Europa de economische kwetsbaarheid zich manifesteert. Deze fragmentatie stelt beleggers voor een lastige uitdaging: Europa oogt aantrekkelijk als alternatief voor politiek onstuimige markten elders, maar vraagt om scherpe selectie. Duitsland bijvoorbeeld, ooit de veilige kern, fungeert inmiddels als illustratief risico binnen een bredere allocatiestrategie. De rotatie richting Europese aandelenfondsen is daarmee geen collectieve stem voor groei of kracht, maar eerder een vlucht richting relatieve stabiliteit in een fragiele wereldorde. Beleggers die ‘Europa’ kopen, moeten beseffen dat het continent ook deels een lappendeken is van uiteenlopende risico- en rendementsprofielen. Grondige fundamentele analyse is hier echt onmisbaar: het verschil tussen een koopkans en valkuil wordt nergens zo dun als in een regio waar zelfs de sterkste schakels beginnen te corroderen.
- Als dit fout gaat, volgt wereldwijde economische chaos
In het kort: Iran produceert dagelijks 3,4 miljoen vaten olie, waarvan ongeveer de helft wordt geëxporteerd, grotendeels naar China. De straat van Hormuz, waar dagelijks circa 21 miljoen vaten olie passeren, is een geopolitiek knelpunt dat momenteel opnieuw onder druk staat. Een escalatie waarbij de straat van Hormuz wordt gesloten, kan volgens Deutsche Bank de olieprijs opdrijven tot $124 per vat, of zelfs daarboven. De spanningen in het Midden-Oosten, met name tussen Iran en Israël, zijn in de afgelopen weken opnieuw geëscaleerd. Aanvallen op strategische doelen, gerichte cyberoperaties en diplomatieke dreigingen volgen elkaar snel op. In dit gespannen klimaat groeit de vrees voor een directe verstoring van de wereldwijde olievoorziening. De inzet van Iran in regionale conflicten (waaronder steun aan sjiitische milities in Irak, Syrië, Libanon en Jemen) vergroot het risico op een bredere escalatie. De VS heeft marineschepen gestationeerd in de regio, terwijl de G7-landen zich hebben uitgesproken over het “veiligstellen van vrije doorvaart” door internationale waterwegen zoals de straat van Hormuz. geografische situering van de straat van Hormuz: Bron: businessinsider Strategisch belang van Iraanse olie-export Iran pompt dagelijks ongeveer 3,4 miljoen vaten olie op. Ongeveer 1,6 tot 1,8 miljoen vaten daarvan worden geëxporteerd, waarvan het overgrote deel richting China gaat, dat een bondgenoot is die zich weinig aantrekt van westerse sancties. Tot nu toe rekende Deutsche Bank op een geleidelijke terugval van de Iraanse export met circa 400.000 vaten per dag tegen eind 2025, vooral onder Amerikaanse druk. In dit scenario voorziet de bank slechts een gematigde stijging van de olieprijs (enkele dollars per vat) tenzij de situatie verder uit de hand loopt. Maar het huidige conflict zou kunnen leiden tot: Een halvering van de export (tot circa 800.000 vaten per dag). Een volledige stopzetting van de export indien sancties verstrengd worden of militaire infrastructuur beschadigd raakt. De straat van Hormuz: olie-knoop van de wereld Het echte systeemrisico voor de oliemarkt ligt bij de straat van Hormuz. Deze smalle zeestraat tussen Iran en Oman is cruciaal: bijna 20% van het mondiale olieaanbod passeert hier dagelijks. Volgens schattingen stroomt er dagelijks zo’n 21 miljoen vaten olie door deze waterweg, afkomstig uit onder meer Saoedi-Arabië, de VAE, Irak en Koeweit. Scenario’s bij blokkade: Tijdelijke verstoring (2 maanden): Door mijnen, onderzeeërs of raketaanvallen. Resultaat: aanbodschok, olieprijs stijgt tot $124 per vat. Langdurige blokkade: In een extreem scenario waarbij de zeestraat volledig onbruikbaar raakt, kunnen prijzen zelfs de $140 of hoger bereiken, afhankelijk van de mondiale voorraadbuffers en reactietijd van OPEC+. Hoewel de kans op een volledige afsluiting nog steeds laag wordt ingeschat door geopolitieke analisten, nemen de waarschuwingen vanuit Washington en Brussel in toon toe. Zelfs een tijdelijke verstoring zou disruptief zijn voor mondiale markten. Foto van een brandend olie-schip: Bron: VRT news Gerichte aanvallen op olie-infrastructuur Een ander risico betreft aanvallen op Iraanse olievelden, raffinaderijen of exportfaciliteiten, bijvoorbeeld via Israëlische luchtaanvallen of sabotage. Deutsche Bank berekende dat een dergelijke aanval het aanbod tijdelijk met 1,5 miljoen vaten per dag kan doen dalen, gedurende ongeveer twee maanden. De impact op de prijs zou in dit geval beperkter en tijdelijk zijn (mogelijk een stijging van $5 à $10 per vat) afhankelijk van de mondiale vraag en vervangingscapaciteit. Brede economische gevolgen: inflatie, rente en volatiliteit De oplopende spanningen hebben directe invloed op de olieprijs, maar de implicaties reiken verder: Inflatiedruk wereldwijd: Hogere olieprijzen vertalen zich snel in hogere brandstof- en transportkosten. Dit kan de inflatie opnieuw aanwakkeren, vooral in Europa en de VS. Centrale banken op scherp: Terwijl de ECB en de Fed net zijn begonnen met renteverlagingen, kan een nieuwe inflatiegolf hen dwingen de pauzeknop in te drukken of renteverlagingen uit te stellen. Volatiliteit op markten: De angst voor geopolitieke escalatie zorgt voor nerveuze aandelenmarkten. Beleggers vluchten naar veilige havens zoals goud, staatsobligaties en de Amerikaanse dollar. Stijgende transport- en verzekeringskosten voor olie- en gasleveranties via de Golfregio, wat doorwerkt in de prijzen van eindproducten. Hoewel een volledige escalatie niet het basisscenario is, zijn de geopolitieke risico’s in de Golfregio aanzienlijk en kunnen ze op korte termijn leiden tot grote prijsschokken. Beleggers doen er goed aan om hun portefeuilles te herevalueren op blootstelling aan olie, energie-intensieve sectoren en markten die gevoelig zijn voor inflatie. De straat van Hormuz is een geopolitiek zwaard van Damocles boven de oliemarkt. In een fragiele wereldorde, waar inflatie, renteonzekerheid en conflicten elkaar versterken, kan zelfs een tijdelijke verstoring de markten uit balans brengen. Laatste stand van zaken (juni 2025): Brent olie: $74,43 per vat Het verloop van de Brent olieprijs de afgelopen maand: Bron: TradingEconomics WTI olie: $73,13 per vat Het verloop van de WTI olieprijs de afgelopen maand: Bron: TradingEconomics
- Duopolie onder vuur - waarom deze twee aandelen nu kelderen
In het kort Aandelen van Visa en Mastercard verloren respectievelijk 5% en 4% nadat Amazon en Walmart hun interesse in stablecoins lieten doorschemeren. Stablecoins kunnen retailers miljarden aan transactiekosten besparen door traditionele betaalnetwerken te omzeilen. Toch blijven de concurrentiedrempels voor nieuwe spelers hoog door de netwerkeffecten, regelgeving en consumentenloyaliteit rond Visa en Mastercard. De aankondiging dat Amazon en Walmart overwegen hun eigen stablecoin te lanceren, veroorzaakte opschudding op de beurs. De aandelen van Visa en Mastercard daalden abrupt, met verliezen van respectievelijk 5% en 4%. De vrees? Een fundamentele verschuiving in het wereldwijde betaalverkeer – met als inzet miljarden aan jaarlijkse inkomsten uit transactiekosten. De koersreactie van gisteren: Bron: Finviz Dure waarderingen onder druk Visa en Mastercard worden al jaren gewaardeerd als kwalitatieve groeiaandelen, met stabiele marges en sterke kasstromen. Visa had recentelijk een koers/winstverhouding van boven de 35, Mastercard net onder de 40. Beleggers accepteren die hoge multiples vanwege het quasi-monopolistische karakter van de bedrijven: ze beheersen samen circa 85% van alle kaarttransacties wereldwijd buiten China. PE ratio van Visa: Bron: Macrotrends Maar zulke waarderingen laten weinig ruimte voor negatieve verrassingen. Het idee dat grote retailers als Amazon of Walmart, die samen goed zijn voor honderden miljarden aan jaarlijkse transacties, hun eigen betaalsysteem kunnen lanceren, raakt precies aan het verdienmodel van deze bedrijven. In een markt die rekent op voorspelbare cashflows, is dat voldoende om een koerscorrectie van 5% te rechtvaardigen. Waarom stablecoins een logische stap zijn voor retailers Elke keer dat een consument met een creditcard betaalt, vloeit er een percentage naar banken en kaartnetwerken. Voor Amazon en Walmart lopen deze kosten in de miljarden per jaar. Een eigen stablecoin, een digitale munt gekoppeld aan de Amerikaanse dollar, maakt het mogelijk om betalingen af te handelen zonder tussenkomst van Visa, Mastercard of banken. De winstmarge kan voor retailers daardoor flink toenemen, omdat ze geen hoge kosten meer hoeven te betalen aan betaalproviders. Daarnaast creëert een eigen munt extra klantdata, loyaliteitskansen en controle over het betaalproces. Denk aan cashback in stablecoin-vorm, directe klantbetalingen, lagere fraudekosten en snellere settlement, allemaal aantrekkelijk voor retailers met een grote digitale footprint. Hiermee kunnen zij klanten beter binden aan hun betaalnetwerk en bedrijf. De timing is ook gunstig: in Washington ligt momenteel de zogeheten Genius Act op tafel, een wetsvoorstel dat private stablecoins binnen een gereguleerd kader moet toestaan. De eerste procedurele stemming is positief verlopen, wat het vertrouwen vergroot dat dit meer is dan een proefballon, maar ook echt realiteit kan worden. De dreiging is reëel, maar niet absoluut Toch is het overschatten van deze dreiging minstens zo gevaarlijk. De technische haalbaarheid van stablecoins betekent nog niet dat ze op korte termijn massaal geaccepteerd worden. De belangrijkste belemmeringen? Adoptie, vertrouwen, en regulering. Voor consumenten betekent overstappen naar een nieuwe munt dat ze een wallet moeten openen, geld verplaatsen en opnieuw vertrouwen moeten opbouwen met deze manier van betalen. Voor veel mensen is dat een brug te ver, zeker als de huidige betaalmethoden, eenvoudig met een pinpas of via Apple Pay, probleemloos werken. Zeker voor oudere mensen gaat dit niet snel gebeuren. Daarnaast zijn er compliancevraagstukken. Retailers moeten fraudepreventie, witwascontroles en klantverificatie zelf organiseren. Het bouwen van een solide betaalsysteem is een totaal andere discipline dan retail. Visa en Mastercard nemen dit gedeelte volledig uit handen voor deze bedrijven. Zonder robuuste regelgeving is het bovendien risicovol om grootschalig stablecoins te introduceren – een risico dat Walmart of Amazon niet zomaar willen nemen, omdat dit kan leiden tot flinke reputatieschade van de bedrijven. De diepe defensieve gracht rond Visa en Mastercard Wat de markt wellicht onderschat, is hoe diep de competitieve gracht is rond de bestaande kaartnetwerken. Visa en Mastercard zijn geen banken; ze zijn infrastructuur. Elk bankpasje, elke fintech-app, elk kassasysteem is gebouwd rond hun netwerken. De waarde zit niet alleen in technologie, maar vooral in netwerkeffecten. Hun systemen verwerken honderden miljarden transacties per jaar, zijn wereldwijd geaccepteerd en worden ondersteund door een ecosysteem van banken, bedrijven en consumenten. Voeg daar decennialange ervaring in fraudepreventie, risicobeheer en klantondersteuning aan toe, en je hebt een infrastructuur die moeilijk te dupliceren is. Een overzicht van het complexe betaalsysteem: Bron: Railpays Zelfs als Walmart en Amazon hun stablecoins lanceren, zullen ze moeite hebben om die op korte termijn universeel inzetbaar te maken. En zolang klanten wereldwijd Visa en Mastercard blijven gebruiken, online én in fysieke winkels, blijft hun verdienmodel stevig overeind. Waarom banken dit niet zullen toestaan Banken en andere financiële instellingen hebben weinig prikkels om massaal over te stappen naar alternatieve betaaloplossingen zoals stablecoins. Visa en Mastercard vormen namelijk niet alleen het ruggengraat van hun bestaande infrastructuur, maar genereren ook aanzienlijke inkomstenstromen voor deelnemende partijen via zogenaamde interchange- en netwerkvergoedingen. Interchange fees, ook wel transactiekosten genoemd, worden bij elke kaartbetaling betaald door de verkoper (de merchant) aan de bank van de klant (de uitgevende bank). De totale fee's zijn vaak tussen de 3-3,5% van het totale bedrag. De verdeling van deze fee binnen het ecosysteem ziet er doorgaans als volgt uit: Grootste deel naar de uitgevende bank : meestal 70–90% van de totale fee. Deze bank draagt het risico van krediet en fraude en ontvangt hiervoor de vergoeding. Klein deel naar het kaartnetwerk (zoals Visa of Mastercard): ongeveer 5–10% van de fee gaat naar het netwerk zelf als vergoeding voor het faciliteren van de transactie. Acquirer (de bank van de verkoper) : ontvangt meestal het resterende deel voor het verwerken van de betaling en klantendienst. Kortom, hoewel Visa en Mastercard de infrastructuur bieden, vloeit het grootste deel van de opbrengst naar de banken – wat verklaart waarom zij weinig belang hebben bij alternatieven zoals stablecoins. Daarnaast is het hele ecosysteem, van fraudepreventie tot chargeback-procedures, zorgvuldig afgestemd op de standaarden van deze netwerken. Een overstap zou niet alleen ingrijpende IT-aanpassingen vereisen, maar ook nieuwe compliance- en aansprakelijkheidsrisico’s met zich meebrengen. Voor banken geldt bovendien dat stablecoins hen direct zouden kunnen disintermediëren. Als retailers zelf geldstromen beheren via een eigen digitale munt, verliezen banken hun rol als schakel in het betalingsverkeer en daarmee ook bijbehorende fee-inkomsten en klantdata. Het is dan ook weinig waarschijnlijk dat zij actief zullen meewerken aan een infrastructuur die hun verdienmodel ondergraaft. In een wereld waarin betrouwbaarheid en compliance essentieel zijn, blijven de netwerken van Visa en Mastercard de veilige haven waar banken liever aan vasthouden dan experimenteren met onzekere alternatieven. De toekomst is niet of-of, maar en-en Toch moeten beleggers deze ontwikkeling niet afdoen als ruis. De kaartnetwerken worden wél uitgedaagd, en dat dwingt hen tot innovatie. Visa en Mastercard zijn inmiddels zelf actief op het vlak van blockchaintechnologie, digitale wallets en partnerships met cryptobedrijven. Ze hebben het kapitaal én de expertise om mee te bewegen. Het scenario dat zich waarschijnlijker zal ontvouwen, is een hybride wereld waarin stablecoins een rol krijgen naast bestaande systemen. Retailers kunnen eigen munten gebruiken voor specifieke loyaliteitsprogramma’s, terwijl de basisbetalingen via de traditionele netwerken blijven lopen. De marktreactie was fors, maar wie verder kijkt dan de koersgrafiek ziet dat de fundamentele kracht van Visa en Mastercard nog lang niet verdwenen is. Ze zitten midden in het hart van het wereldwijde betaalverkeer en voorlopig heeft niemand een geloofwaardig plan om hen daaruit te verdrijven.
- Massale draai bij analisten - dit zijn nu de koersdoelen voor 2025
In het kort: De S&P 500 steeg 6,1% in mei 2025 en is bijna terug op zijn recordniveau, ondanks eerdere verliezen door handelsconflicten. Analisten hebben hun jaarprognoses voor de S&P 500 opwaarts bijgesteld, met een mediane einddoelstelling van 6.100 punten. De recente tariefverhogingen door de VS vormen nog steeds een risico, met een verwachte daling van de Amerikaanse economische groei tot 1,8%. De Amerikaanse aandelenmarkt laat zich in 2025 van zijn meest grillige kant zien. De S&P 500 verloor in april ruim 6 biljoen dollar aan beurswaarde na het ingrijpen van president Trump met zijn “Liberation Day”-tarieven, een forse belastingverhoging op Amerikaanse importen. Deze maatregel veroorzaakte een van de grootste volatiliteitspieken in de geschiedenis van de CBOE Volatility Index (VIX). Toch herstelde de index zich verrassend snel: na een bodem op 8 april volgde een stijging van 6,1% in mei – de sterkste meiprestatie sinds 1990. De VIX het afgelopen jaar: Bron: Cboe Analisten zijn opvallend positief De indrukwekkende comeback van de S&P 500 is deels te danken aan de pauze van 90 dagen die Trump aankondigde op nieuwe wederzijdse tarieven, in combinatie met een de-escalatie in de handelsrelaties met China. Mede daardoor zijn de vooruitzichten van Wall Street geleidelijk optimistischer geworden. Verschillende financiële instellingen hebben hun koersdoelen verhoogd. Zo verwacht Wells Fargo een eindstand van 7.007 punten, wat een stijging van 16% zou betekenen vanaf het huidige niveau van ongeveer 6.040. Ook Fundstrat, Deutsche Bank en Morgan Stanley voorzien een stijging van 8 à 9%: Wall Street firma S&P 500 einddoel 2025 Impliciete stijging (daling) Wells Fargo 7.007 +16% Fundstrat 6.600 +9% Deutsche Bank 6.550 +8% Morgan Stanley 6.500 +8% Yardeni Research 6.500 +8% UBS 6.400 +6% Citigroup 6.300 +4% BMO Capital 6.100 +1% Goldman Sachs 6.100 +1% Barclays 6.050 0% JPMorgan 6.000 –1% Oppenheimer 5.950 –1% RBC Capital 5.730 –5% Bank of America 5.600 –7% Evercore 5.600 –7% HSBC 5.600 –7% Stifel 5.500 –9% Mediaan 6.100 +1% Bron: Yahoo Finance De mediane jaarvoorspelling onder 17 grote instellingen ligt nu op 6.100 punten, wat slechts een stijging van 1% betekent ten opzichte van het huidige niveau. Dat is wel al een opwaartse bijstelling ten opzichte van mei, toen de mediaan op 5.900 lag. De koers van de S&P 500 de afgelopen 5 jaar: Bron: Nasdaq Een rally die beleggers verraste Ironisch genoeg hebben veel institutionele beleggers de boot gemist. Volgens een analyse van Bank of America verkochten fondsbeheerders massaal Amerikaanse aandelen in de weken na de tariefaankondiging, uit angst voor economische schade. Toen de beurs onverwacht herstelde, moesten velen alsnog instappen om niet fors achter te blijven bij de benchmark. Deze inhaalslag is mogelijk nog gaande, wat extra vraag naar Amerikaanse aandelen creëert. Toch is het economische beeld niet louter positief. De forse tariefverhogingen van Trump – met een gemiddelde stijging van 10 tot 13 procentpunten op importheffingen – zijn historisch ongeëvenaard. De laatste keer dat zulke tarieven werden ingevoerd, begin vorige eeuw, volgde er een reeks recessies. De directe impact van de maatregelen lijkt vooralsnog beperkt, maar het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft zijn groeiverwachting voor de VS bijgesteld naar 1,8% voor 2025, fors lager dan de eerdere prognose van 2,7%. Beleggers lijken zich voorlopig weinig aan te trekken van deze vertragende economische groeicijfers. De kans op een recessie wordt kleiner geacht door de combinatie van robuuste bedrijfswinsten en de tijdelijke handelsrust. Maar analisten waarschuwen voor overwaardering: het jachtseizoen op 'high quality'-aandelen kan gevaarlijk zijn als de onderliggende winstverwachtingen niet waargemaakt worden. Voor ons als beleggers blijft het cruciaal om rationeel te blijven. Het sentiment mag dan positief zijn, maar de fundamentele waardering van aandelen moet niet uit het oog worden verloren. Zoals Warren Buffet het ooit formuleerde: “Buy when others are fearful.” In een markt waar angst langzaam plaatsmaakt voor euforie, loont het om extra kritisch te blijven. Het is verstandig om de ratio's zoals koers/winst, EV/EBITDA en PEG-ratio's in de gaten te houden bij het selecteren van aandelen – vooral in dit volatiele klimaat. Met geopolitieke risico’s die onderhuids blijven sluimeren en economische cijfers die onder druk staan, kan het sentiment snel omslaan. Wie nu instapt, moet niet alleen naar de grafiek kijken, maar ook naar de onderliggende balans en kasstroom. Want pas dan wordt zichtbaar welke bedrijven écht op stevig fundament staan.
- Rode vlaggen op een balance sheet: zo voorkom je dat je duizenden euro’s verliest
In het kort Intel, Enphase en Moderna gaven al maanden voor hun koersval rode vlaggen in hun jaarrekeningen prijs. Bedrijven die hun kostenstructuur niet snel aanpassen aan dalende omzet, creëren structurele verliezen. Zelfs dividendreuzen zoals Pepsi kunnen onder druk komen als operationele kasstromen structureel negatief blijven. Hoe je als belegger rode vlaggen in jaarrekeningen leert herkennen Een van de meest onderschatte vaardigheden van beleggers is het lezen van de balans. Veel particuliere beleggers laten zich leiden door koersen, nieuwsberichten of analistenadviezen, maar vergeten dat de meest cruciale informatie vaak gewoon in de jaarrekening te vinden is. In een recente analysevideo legt Colin Tedderts, een bekende naam onder particuliere beleggers, haarfijn uit hoe je aan de hand van simpele vuistregels enorme verliezen had kunnen vermijden. Aan de hand van vier cases laat hij zien hoe rode vlaggen al maanden voor een koersdaling zichtbaar waren. Intel: de brutowinst als eerste alarmbel De koers van Intel daalde het afgelopen jaar met 31%, en wie de meest recente kwartaalcijfers bekijkt, ziet direct waarom. In het eerste kwartaal van 2025 rapporteerde Intel een brutowinst (gross margin) van $4,67 miljard op een omzet van $12,67 miljard. Dat lijkt op het eerste gezicht redelijk, maar de totale operationele kosten bedroegen $4,97 miljard. Alleen al R&D-kosten namen $3,64 miljard in beslag en de marketing- en algemene kosten waren nog eens $1,18 miljard. Daarmee overtroffen de operationele uitgaven ruimschoots de brutowinst. Bron: Intel Het resultaat: een operationeel verlies van $301 miljoen, al was dat nog beter dan de $1,07 miljard verlies in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De nettoverliespost kwam uit op $887 miljoen, meer dan een verdubbeling ten opzichte van dezelfde periode in 2024. De rode vlag is hier overduidelijk: wanneer een bedrijf structureel meer uitgeeft dan het verdient, en het brutomarge nauwelijks ruimte biedt voor investeringen of innovatie, dan is het verdienmodel onhoudbaar. Beleggers moeten zich serieus afvragen of Intel in staat is om snel hogere marges te realiseren, of dat verdere koersdalingen op de loer liggen. Enphase Energy: omzet halveert, kosten blijven staan Een nog schrijnender voorbeeld is Enphase Energy, dat 68% van zijn beurswaarde zag verdampen. De jaarrekening liet zien dat de omzet in een jaar daalde van $726 miljoen naar $263 miljoen. Maar de kostenstructuur bleef vrijwel intact. R&D ging nauwelijks omlaag, de marketinguitgaven daalden slechts van $64 miljoen naar $53 miljoen en de algemene kosten bleven met $36 miljoen nagenoeg gelijk. Bron: Enphase Het resultaat was voorspelbaar: een operationeel verlies van $30 miljoen tegenover een winst van $167 miljoen een jaar eerder. Beleggers die de kwartaalcijfers goed lazen, hadden kunnen zien dat het bedrijf onvoldoende wendbaar was in zijn kostenstructuur. Een essentieel punt: wanneer omzet fors daalt, moeten bedrijven in staat zijn om hun kostenbasis met dezelfde snelheid af te bouwen. Zo niet, dan zullen verliezen exponentieel stijgen. Moderna: van pandemiewinnaar naar verlieslatende reus Moderna is het schoolvoorbeeld van een bedrijf dat niet voorbereid was op een post-COVID realiteit. De omzet kelderde van $1,8 miljard naar $167 miljoen in een jaar tijd, maar de uitgaven bleven grotendeels op niveau. R&D, SG&A en andere vaste kosten werden nauwelijks aangepast. Resultaat: een verlies van $1,3 miljard. Bron: Moderna Beleggers hadden kunnen uitstappen bij $154 per aandeel, als ze deze cijfers hadden bestudeerd. Vandaag de dag staat het aandeel op slechts $28. Dit onderstreept hoe belangrijk het is dat kosten meeschalen met omzet. Als dat niet gebeurt, resteert alleen een verlieslatend model dat door beleggers vroeg of laat wordt afgestraft. PepsiCo: de stille kasstroomcrisis onder dividendgiganten Op het eerste gezicht lijkt PepsiCo een stabiele keuze voor defensieve beleggers, met een solide dividendbeleid en voorspelbare inkomsten. Maar een blik op de cashflowstaat van het eerste kwartaal van 2024 werpt een ander licht op de zaak. Het concern rapporteerde een negatieve operationele kasstroom van $1,04 miljard, een verslechtering ten opzichte van -$392 miljoen een jaar eerder. De oorzaak? De combinatie van een stijgend werkkapitaalbeslag en forse uitgaande kasstromen. Zo stegen de uitgaven voor voorraden, debiteuren en overige activa, terwijl Pepsi tegelijk $614 miljoen investeerde in kapitaaluitgaven. Dit alles terwijl het bedrijf structureel een hoge dividenddruk kent, met jaarlijkse uitkeringen richting de $7 miljard. Hoewel de netto-inkomsten ($2,05 miljard) nog sterk zijn, zegt dat weinig over de liquiditeit. Depreciaties, belastinguitstel, en niet-kaskosten zoals aandelencompensatie zorgen voor een vertekend beeld. De feitelijke kaspositie daalt. En wanneer investeringen, dividend en herstructureringslasten blijven toenemen terwijl de operationele kasstroom structureel negatief blijft, komt de balans onder druk. Bron: PepsiCo Voor dividendbeleggers vormt dit een sluimerend risico. Want wie belegt voor uitkeringen, wil juist zekerheid over vrije kasstromen. PepsiCo moet laten zien dat het deze negatieve trend kan keren. Zo niet, dan is het niet ondenkbaar dat het dividendbeleid in de toekomst wordt herzien. Beleggers die leren om verder te kijken dan alleen de koersgrafiek en écht de financiële documenten analyseren, hebben een enorme voorsprong. Het herkennen van rode vlaggen zoals te hoge vaste kosten, snel dalende omzetten of structureel negatieve kasstromen kan het verschil betekenen tussen rendement en verlies. In een markt waar informatie openbaar is, zijn het niet de cijfers die je de das omdoen, maar je interpretatie ervan.
- Is beleggen in Quantum Computing aandelen een slecht idee?
In het kort: D-Wave Quantum maakt quantum computing eindelijk commercieel tastbaar met explosieve groei en enkele klanten. De waardering is echter erg hoog: momenteel meer dan 200x de omzet. Het aandeel maakte afgelopen jaar een koersstijging van 1,200% door. Quantum computing: jarenlang een theoretisch concept, vandaag steeds tastbaarder. Van onderzoekslaboratoria naar commerciële toepassingen, bedrijven als D-Wave Quantum beginnen het gesprek te domineren. Maar nu de waarderingen van quantum-aandelen tot extreme hoogten stijgen, rijst een logische vraag: is investeren in quantum computing nog een goed idee? De belofte van quantum computing Quantum computing belooft niet simpelweg een snellere computer, maar een totaal andere manier van rekenen. Problemen die voor klassieke computers onoplosbaar zijn — zoals het optimaliseren van complexe logistieke netwerken of het modelleren van moleculen voor medicijnontwikkeling — zouden in theorie binnen seconden door een quantumcomputer kunnen worden opgelost. McKinsey voorspelt een marktwaarde van biljoenen in het komende decennium. Enkele sectoren die kunnen profiteren: Logistiek en productieplanning Financiële modellering Farmaceutische R&D AI-trainingsalgoritmen Toch blijft er veel onzekerheid over hoé en wanneer deze waarde gerealiseerd zal worden. D-Wave Quantum D-Wave Quantum (NYSE: QBTS) is een van de eerste bedrijven die quantum computing commercieel inzet. De focus ligt niet op de moeilijkere gate-based benadering (zoals bij IBM en Google), maar op quantum annealing , een technologie die vandaag al kan worden ingezet voor optimalisatieproblemen. Recente prestaties in cijfers: Omzetgroei Q1 2025 : +509% YoY Brutomarge : 83,2% Aantal klanten : 133 (commercieel, overheid & onderzoek) Kaspositie : $304 miljoen Voorbeelden van toepassingen zijn al zichtbaar: autofabrikant Ford (via Otosan) en Volkswagen gebruiken D-Wave om planningsproblemen sneller op te lossen. Maar… is dit al ingeprijsd? Ondanks indrukwekkende prestaties rijzen er vragen bij de waardering van het aandeel: De koers is in een jaar tijd al met meer dan 1,300% gestegen: De forward price-to-sales ligt boven de 200x - per €1 verwachte sales volgend jaar betaal je dus €200! Het bedrijf heeft recent extra aandelen uitgegeven — wat bestaande aandeelhouders verwatert. En hoewel de technologie volwassen oogt in nichetoepassingen, blijft grootschalige uitrol in veel sectoren nog beperkt. Bovendien schommelt de kwartaalomzet sterk, wat het lastig maakt om op korte termijn een consistente groei te verwachten. Quantum = hype? De waardering van D-Wave en andere quantumspelers lijkt deels gedreven door bredere trends, zoals de AI-boom en verhoogde investeringen in datacenters door techgiganten als Microsoft, Amazon en Alphabet. Quantum wordt in die context vaak als "de volgende stap na AI" gepositioneerd. Maar geschiedenis leert dat technologische doorbraken niet automatisch leiden tot winstgevende bedrijven. De dotcom-bubbel toonde hoe revolutionaire technologie vaak wordt voorafgegaan door een fase van te veel enthousiasme. Tot slot De quantumcomputingsector lijkt zich eindelijk los te maken van de academische sfeer en zijn intrede te doen in de echte economie. D-Wave Quantum is daar een krachtig voorbeeld van. Het bedrijf toont solide vooruitgang, zowel technisch als commercieel, en lijkt een unieke positie te hebben verworven in een markt met veel potentieel. Tegelijkertijd is de huidige waardering gebaseerd op een zeer optimistisch toekomstscenario - wat een groot risico vormt voor als het niet wordt waargemaakt.
- Dit goedkope groeiaandeel wil Broadcom en Marvell beconcurreren
In het kort: Dit bedrijf nam recent Alphawave over voor $2,4 miljard om zich opnieuw te positioneren in de datacenterchipmarkt gericht op AI. Doel: concurrent worden van Broadcom in de lucratieve markt voor custom AI-chips, die naar schatting tussen de $60 en $90 miljard groot is. Het bedrijf groeit al stevig in andere AI-markten zoals automotive en IoT; deze uitbreiding kan zorgen voor een nieuwe groeigolf. De Amerikaanse chipfabrikant Qualcomm (NASDAQ: QCOM) heeft op 12 juni 2025 aangekondigd dat het het Britse Alphawave Semi overneemt voor $2,4 miljard . Het doel? Een voet tussen de deur krijgen in de snelgroeiende markt van custom AI-processors voor datacenters – een domein dat momenteel grotendeels wordt beheerst door Broadcom . Toch presteerd Qualcomm flink ondermaats ten opzichte van de markt: Bron: Ycharts Broadcom heeft zich de afgelopen jaren stevig gepositioneerd als leider in deze nichemarkt dankzij zijn application-specific integrated circuits (ASICs) , oftewel op maat gemaakte chips voor specifieke AI-taken. De reden? Deze ASICs verbruiken minder stroom en zijn efficiënter dan standaard GPU’s, waardoor ze ideaal zijn voor hyperscalers zoals Google en Amazon Web Services die AI-modellen trainen. Broadcom heeft inmiddels een geschat marktaandeel van 70% , met Marvell Technology als tweede speler met zo´n 13% tot 15% . Qualcomm wil dus het gat vullen als de nummer drie. Strategische acquisitie: Alphawave Semi De overname van Alphawave Semi geeft Qualcomm directe toegang tot technologie voor high-speed connectiviteit tussen chips – essentieel voor AI-systemen in datacenters. Dit is cruciaal, omdat AI-taken als inferencing en training enorme hoeveelheden data snel moeten kunnen verwerken. Qualcomm stelt zelf dat Alphawave’s technologie "deel uitmaakt van de kerninfrastructuur die nieuwe generatie datadiensten mogelijk maakt", waaronder AI, dataopslag en netwerken. Qualcomm’s AI-plannen: meer dan mobiel Hoewel Qualcomm bekendstaat om zijn dominantie in mobiele chips, is het bedrijf al jaren bezig met een bredere diversificatie . De laatste kwartaalcijfers: Bron Qualcomm IR Naast deze sterke cijfers heeft Qualcomm al een samenwerking aangekondigd met het Saoedische AI-consortium HUMAIN om AI-datacenters te bouwen in het Midden-Oosten. Daarmee wordt duidelijk dat de Alphawave-deal slechts één schakel is in een grotere strategische keten. Beurswaardering: spotgoedkoop? Met een koers-winstverhouding van 15 is Qualcomm relatief laag gewaardeerd vergeleken met concurrenten in de AI-chipsector, grotendeels doordat de echte groei voor Qualcomm nog moet komen. Ter illustratie: Nvidia : K/W > 40 Broadcom : K/W ~ 28 Qualcomm : K/W ~ 15 De waardering is flink lager geworden de afgelopen jaren: Bron: Ycharts Deze lage waardering, gecombineerd met het potentieel van een nieuwe groeimotor (datacenters), maakt Qualcomm volgens veel analisten wellicht een interessante koopkans. Lees ook: Waarom ik €85.000 heb geïnvesteerd in dit aandeel Qualcomm’s overname van Alphawave en zijn plannen om een eigen custom AI-chipplatform te bouwen rond zijn Oryon CPU en Hexagon NPU kunnen op termijn een geduchte concurrent maken van Broadcom. Als Qualcomm daarin slaagt, ligt een forse omzetversnelling mogelijk in het verschiet. Want de totale markt voor custom AI-processors in datacenters, geschat op $60 tot $90 miljard , staat pas aan het begin van een langere groeicyclus. Voor beleggers is dit een kans om in te stappen in een speler voordat de markt die potentie volledig inprijst.











