top of page

Dit betekent de nieuwe Box 3-belasting voor jouw portemonnee

  • Kevin S
  • 8 minuten geleden
  • 5 minuten om te lezen

In het kort:

  • Vanaf 1 januari 2028 wil de overheid in Box 3 belasting heffen over het werkelijke rendement, inclusief ongerealiseerde waardestijgingen van beleggingen, tegen een tarief van 36% boven een vrijstelling van €1.800 inkomen per jaar.

  • Critici vrezen dat jaarlijkse belastingheffing het rente-op-rente-effect sterk vermindert, waardoor beleggers op lange termijn veel minder vermogen kunnen opbouwen, met name voor pensioendoeleinden.

  • Andere bezwaren zijn het ontbreken van een inflatiecorrectie, belasting betalen zonder beleggingen te verkopen en een relatief zwaardere belastingdruk voor kleinere beleggers door de lage vrijstelling en beperkte verliesverrekening.


De discussie over de nieuwe Box 3-belasting laait opnieuw op. Waar de overheid jarenlang werkte met een systeem van fictieve rendementen, ligt er nu een plan om belasting te heffen over het daadwerkelijk behaalde rendement. Op het eerste gezicht klinkt dat logisch. Wie meer verdient, betaalt meer belasting. Toch zorgt de voorgestelde wet voor veel kritiek onder beleggers, fiscalisten en ondernemers.


De reden daarvoor is eenvoudig. In het nieuwe systeem wordt niet alleen belasting geheven over gerealiseerde winsten, maar ook over waardestijgingen die alleen op papier bestaan. Dat kan grote gevolgen hebben voor iedereen die spaart of belegt voor de lange termijn.


Minister Eelco Heinen:

Minister Eelco Heinen:
Bron: EWMagazine

Wat verandert er precies?

Als de Eerste Kamer instemt met de Wet Werkelijk Rendement, gaat vanaf 1 januari 2028 een nieuw Box 3-stelsel gelden. Beleggers gaan dan belasting betalen over hun werkelijke rendement. Daarbij tellen niet alleen ontvangen dividenden mee, maar ook koersstijgingen van aandelen en andere beleggingen. Zelfs wanneer deze winsten nog niet zijn verzilverd door verkoop, worden ze belast.


Het belastingtarief bedraagt 36 procent. Daarnaast geldt een heffingsvrij inkomen van 1.800 euro per jaar. Pas boven dit bedrag wordt belasting geheven. Verliezen kunnen worden verrekend met toekomstige winsten, maar daarbij geldt wel een verliesdrempel van 500 euro.

De grootste verandering zit dus in het belasten van ongerealiseerde winsten. Een belegger kan belasting moeten betalen over een stijging van zijn portefeuille, terwijl er nog geen euro daadwerkelijk op de bankrekening is ontvangen.


Waarom veel beleggers zich zorgen maken

Op papier lijkt een belastingtarief van 36 procent misschien overzichtelijk. In de praktijk ligt de impact echter veel hoger. Het probleem zit in het rente-op-rente-effect. Beleggers bouwen vermogen op doordat rendementen jarenlang opnieuw worden geïnvesteerd. Wanneer de fiscus ieder jaar een deel van dat rendement afroomt, verdwijnt een groot deel van die groeikracht.


Dat effect wordt zichtbaar in langetermijnberekeningen. Een belegger die dertig jaar geleden 100.000 euro in aandelen had geïnvesteerd en gemiddeld bijna 8 procent rendement behaalde, zou zonder belasting zijn uitgekomen op ruim 1 miljoen euro vermogen. Onder de voorgestelde Box 3-regels blijft daarvan ongeveer de helft over. De jaarlijkse belastingheffing zorgt ervoor dat een aanzienlijk deel van de toekomstige vermogensgroei verdwijnt. Daardoor kan het uiteindelijke verschil oplopen tot vele tonnen.


Verschillende belastingscenario's:

Verschillende belastingscenario's:
Bron: StockWatch

Het effect op pensioenopbouw

Juist voor mensen die zelfstandig vermogen willen opbouwen voor hun pensioen kan de nieuwe Box 3 grote gevolgen hebben. De Autoriteit Financiële Markten wees onlangs nog op het feit dat honderdduizenden Nederlanders relatief veel spaargeld hebben en mogelijk beter af zijn met een deel van hun vermogen in beleggingen. Tegelijkertijd zorgt de nieuwe belastingwet ervoor dat een deel van het rendement onderweg naar de pensioenleeftijd verdwijnt naar de Belastingdienst.


Volgens berekeningen van fiscalisten kan bij een beleggingshorizon van twintig jaar meer dan 45 procent van het rendementseffect verloren gaan door de jaarlijkse belastingheffing. Het gaat daarbij niet alleen om de belasting zelf, maar vooral om het rendement dat niet meer kan worden gemaakt op het geld dat eerder aan de fiscus is afgedragen.


Voor werknemers die pensioen opbouwen via een werkgever geldt een andere fiscale behandeling. Zelfstandigen en particuliere beleggers die buiten pensioenproducten vermogen opbouwen, krijgen juist direct met Box 3 te maken.


Effect nieuwe Box 3- belasting op pensioenopbouw:

Bron: De telegraaf
Bron: De telegraaf

Kleine beleggers worden relatief harder geraakt

Een opvallend punt in de kritiek is de relatief lage vrijstelling. Onder het huidige stelsel geldt een aanzienlijk heffingsvrij vermogen. In het nieuwe systeem wordt dat vervangen door een heffingsvrij inkomen van slechts 1.800 euro per jaar.


Daardoor gaan kleinere beleggers sneller belasting betalen dan nu het geval is. Tegelijkertijd zorgt de verliesdrempel van 500 euro ervoor dat kleine verliezen niet volledig kunnen worden verrekend. Voor grote vermogens is dat vaak een beperkt probleem. Voor beleggers met een kleinere portefeuille kan het verschil juist aanzienlijk zijn.


Geen correctie voor inflatie

Een andere veelgehoorde kritiek is dat inflatie buiten beschouwing blijft. Wanneer een portefeuille bijvoorbeeld met 5 procent stijgt terwijl de inflatie 3 procent bedraagt, neemt de werkelijke koopkracht slechts met ongeveer 2 procent toe. Toch wordt belasting geheven over de volledige waardestijging.


Op lange termijn kan dat grote gevolgen hebben. Een aanzienlijk deel van het nominale rendement bestaat immers uit inflatiecompensatie en niet uit echte vermogensgroei. Critici vinden daarom dat een belasting op werkelijk rendement ook rekening zou moeten houden met geldontwaarding. In de huidige plannen gebeurt dat niet.


Belasting betalen zonder te verkopen

Misschien wel het meest controversiële onderdeel van de nieuwe wet is dat beleggers belasting kunnen moeten betalen zonder dat zij hun beleggingen verkopen. Stel dat een aandelenportefeuille in een jaar fors stijgt. Dan ontstaat er een belastingaanslag, ook wanneer de belegger de aandelen wil vasthouden voor de lange termijn.


Dat betekent dat er voldoende liquide middelen beschikbaar moeten zijn om de belasting te betalen. Sommige beleggers zullen daardoor gedwongen worden om een deel van hun portefeuille te verkopen of extra spaargeld achter de hand te houden.


Voorstanders van de wet wijzen erop dat verliezen later kunnen worden verrekend. Tegenstanders vinden dat belasting pas verschuldigd zou moeten zijn zodra winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.


Ook voor de overheid is het geen eenvoudige oplossing

De nieuwe Box 3 wordt vaak gepresenteerd als een eerlijker systeem, maar ook voor de overheid kent het belangrijke nadelen. De uitvoering is complex. De Belastingdienst moet rendementen, verliezen en verrekeningen van miljoenen belastingplichtigen nauwkeurig verwerken. Daarbij spelen ook buitenlandse rekeningen, verschillende brokers en uiteenlopende beleggingsproducten een rol.


Daarnaast bestaat de kans dat vermogende beleggers alternatieve structuren gaan zoeken om de belastingdruk te beperken. Dat kan ervoor zorgen dat de uiteindelijke belastingopbrengsten lager uitvallen dan verwacht.


Een ander nadeel is dat de inkomsten voor de schatkist sterker gaan schommelen. Tijdens goede beursjaren stijgen de belastingopbrengsten flink, terwijl deze in slechte beursjaren juist kunnen terugvallen.


De discussie is nog niet voorbij

Hoewel het wetsvoorstel inmiddels vergevorderd is, staat de invoering nog niet definitief vast. De Eerste Kamer moet zich nog uitspreken over de plannen. Daarnaast blijft de juridische discussie rondom Box 3 volop in beweging. Fiscalisten, beleggersorganisaties en ondernemers blijven wijzen op de mogelijke negatieve gevolgen voor vermogensopbouw, pensioenvoorzieningen en het Nederlandse investeringsklimaat.


Voor particuliere beleggers is één conclusie echter nu al duidelijk. De nieuwe Box 3 gaat veel verder dan een simpele belastingverhoging. Door jaarlijks belasting te heffen over behaalde en zelfs ongerealiseerde rendementen, wordt het opbouwen van vermogen voor de lange termijn een stuk minder aantrekkelijk.


Juist het rente-op-rente-effect, jarenlang de belangrijkste motor achter vermogensgroei, komt daardoor onder druk te staan. En dat kan uiteindelijk een veel grotere impact hebben op de portemonnee dan het belastingtarief van 36 procent op het eerste gezicht doet vermoeden.

Advertorial

De discussie rond Box 3 laat zien hoe belangrijk het is om binnen een portefeuille te kijken naar beleggingen met een voorspelbare kasstroom en een lange beleggingshorizon. Vastgoed kan daarbij een rationele aanvulling zijn dankzij stabiele huurinkomsten en brede spreiding over verschillende objecten en huurders.


Het SynVest Dutch RealEstate Fund belegt in Nederlands vastgoed met een focus op supermarkten en zorgcentra, gespreid over solide huurders, en realiseerde een gemiddeld rendement van 8,2% per jaar, waarvan 6,3% maandelijks wordt uitgekeerd. Deze maand geldt een actie waarbij deelname mogelijk is vanaf € 10.000. Vraag vrijblijvend de gratis brochure aan voor meer informatie over het fonds en de beleggingsstrategie.


 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page