top of page

Search this site

14087 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Bij crashangst kijk ik naar Berkshire en twee financiële aandelen

    In het kort Hoge beurswaarderingen en zorgen over een AI bubbel maken een bearmarkt opnieuw een serieus scenario. Berkshire Hathaway, Realty Income en Progressive hebben elk een andere verdedigingslijn: cash, huurinkomsten en verzekeringspremies. De vraag is hoeveel bescherming die buffers bieden als stijgende rentes en marktangst tegelijk toeslaan. De beurs is niet meer zo duur geweest sinds de aanloop naar het barsten van de dotcombubbel. Tegelijk noemen veel mensen op Wall Street de huidige AI hausse een “artificial intelligence bubble”. Dat maakt financiële aandelen niet automatisch veilig, maar het verklaart wel waarom Berkshire Hathaway, Realty Income en Progressive opnieuw in beeld komen bij beleggers die naar defensie zoeken. De lijst met zorgen is bekend: geopolitieke conflicten, hoge schulden wereldwijd en inflatie. Een beurscrash zou in zo’n omgeving geen grote verrassing zijn. De lastige waarheid blijft dat niemand weet wanneer een bearmarkt begint, en dat dezelfde risico’s ook kunnen wegebben zonder grote schade. Warren Buffett blijft gezicht van Berkshires defensieve kaspositie Direct naar een onderdeel van dit artikel Berkshire Hathaway heeft cash achter de hand Abel moet rust bewijzen Realty Income leeft van huurdiscipline Bezetting bleef overeind in crisis Progressive verdient aan premies Rente blijft de zwakke plek Financiële aandelen wachten op de test Berkshire Hathaway heeft cash achter de hand Berkshire Hathaway eindigde het tweede kwartaal met meer dan 350 miljard dollar aan cash. Dat is veel geld, zelfs voor het grote conglomeraat dat bekend werd door Warren Buffett, een van de meest gerespecteerde beleggers van de moderne tijd. In een dalende markt is zo’n kaspositie niet alleen een buffer, maar ook bewegingsruimte. Juist daar zit de kern van het Berkshire verhaal. Buffett bouwde zijn reputatie mede op door rustig te blijven wanneer anderen nerveus werden. Als markten hard dalen, kan cash het verschil maken tussen gedwongen verkopen en selectief kopen. Greg Abel, die tientallen jaren onder Buffett werkte, heeft de leiding overgenomen. Hij is geen kopie van Buffett en zal eigen accenten leggen. Toch ligt een breuk met het model van Berkshire niet voor de hand, omdat het concern juist leunt op discipline, geduld en financiële ruimte. Realty Income leunt op huurinkomsten en hoge bezettingsgraden Abel moet rust bewijzen Voor Berkshire Hathaway draait de volgende test minder om het verleden dan om Abel. De kaspositie geeft hem tijd, maar reputatie ontstaat pas in moeilijke markten. Buffett heeft die reputatie al; Abel moet haar nog waarmaken. Dat maakt de opvolging relevant voor beleggers. Een groot bedrag aan cash klinkt defensief, maar het wordt pas waardevol als het goed wordt ingezet. Bij een echte bearmarkt zal blijken of Abel dezelfde koelbloedigheid toont als zijn voorganger. De uitgangspositie is in elk geval stevig. Berkshire hoeft niet te hopen op gunstige marktomstandigheden om te overleven. Het concern kan wachten, en wachten is op Wall Street soms een onderschat wapen. Realty Income leeft van huurdiscipline Realty Income staat aan de andere kant van het financiële spectrum. Het vastgoedfonds, een REIT, is gevoelig voor stijgende rentes en hogere obligatierentes. Beleggers hebben het aandeel daardoor minder aantrekkelijk gevonden, waardoor het dividendrendement is opgelopen naar 6%. Dat hoge dividendrendement komt dus niet uit het niets. Hogere rentes maken vastgoedfondsen minder populair, omdat alternatieven met rente inkomsten aantrekkelijker worden. Tegelijk dwingt zo’n omgeving beleggers om scherper te kijken naar de houdbaarheid van de huurinkomsten. Daar heeft Realty Income wel een staat van dienst. Het fonds verhoogde het dividend meer dan 30 jaar op rij. Die reeks liep door de dotcombubbel, de Great Recession en de coronapandemie heen, wat meer zegt dan een mooie dividendbelofte in rustige tijden. Bezetting bleef overeind in crisis Tijdens eerdere crises hield Realty Income opvallend veel huurders vast. In de Great Recession zakte de bezettingsgraad nooit onder 96%. Voor een vastgoedfonds is dat geen bijzaak, want huurinkomsten vormen de basis onder het dividend. Het koersverloop rond de dotcombubbel laat ook zien waarom beleggers naar Realty Income kijken in onrustige markten. Het aandeel stond voorafgaand aan die bubbel al onder druk, maar steeg juist toen beleggers naar “safer” beleggingen zochten. De Great Recession was zwaarder, maar het herstel kwam sneller dan bij de brede markt. Toch blijft de rente de tegenkracht. Een dividendrendement van 6% oogt aantrekkelijk, maar de markt vraagt dat rendement niet voor niets. Bij Realty Income gaat het verhaal daarom niet alleen over dividendhistorie, maar vooral over de vraag of de vastgoedkasstroom sterk genoeg blijft als rente en recessievrees samen oplopen. Progressive verdient aan premies Progressive is een grote schadeverzekeraar met een stevige nadruk op autoverzekeringen. Dat geeft het bedrijf een relatief stabiele basis, omdat autobezitters hun auto wettelijk moeten verzekeren. De vraag naar autoverzekeringen verdwijnt daardoor minder snel dan de vraag naar veel andere producten. Het verzekeringsmodel werkt anders dan bij banken of vastgoedfondsen. Progressive ontvangt premies vooraf en betaalt claims later. In de tussentijd kan het bedrijf dat tijdelijke premiegeld, de float, beleggen. Die beleggingsportefeuille bedraagt 92 miljard dollar. Slechts 5% daarvan zit in aandelen, terwijl de rest grotendeels in obligaties is belegd. Daardoor raakt een brede aandelenverkoop Progressive minder direct dan bedrijven met een grote aandelenblootstelling. Rente blijft de zwakke plek Obligaties maken Progressive niet immuun voor marktdruk. Als rentes stijgen, dalen de waarden van bestaande obligaties. Dat is een duidelijk aandachtspunt voor een verzekeraar met een grote obligatieportefeuille. Tegelijk leveren obligaties rente inkomsten op. In een bearmarkt zoeken beleggers vaak naar voorspelbaardere inkomstenbronnen, en daar past het model van Progressive beter bij dan een bedrijf dat zwaar leunt op aandelenwinsten. De combinatie van verplichte autoverzekeringen, premies vooraf en beperkte aandelenblootstelling is defensief van karakter. De spanning zit in de rente. Progressive kan profiteren van rente inkomsten, maar hogere rentes drukken tegelijk op de waarde van obligaties. Dat maakt het aandeel geen schuilkelder, wel een financieel bedrijf met een andere risicobalans dan veel beursgevoelige namen. Financiële aandelen wachten op de test Elke bullmarkt wordt uiteindelijk gevolgd door een bearmarkt, en daarna meestal weer door een nieuwe bullmarkt. De volgorde is duidelijker dan de timing. Dat is precies waarom de huidige combinatie van dure markten, AI zorgen, inflatie en schulden zoveel aandacht trekt. Berkshire Hathaway, Realty Income en Progressive bieden drie verschillende verdedigingslijnen binnen financiële aandelen. Berkshire heeft cash en geduld. Realty Income leunt op huurinkomsten en een lange dividendreeks. Progressive haalt stabiliteit uit verzekeringspremies en een portefeuille die maar beperkt in aandelen zit. Of die eigenschappen genoeg zijn, blijkt pas wanneer de markt echt draait. Als de zorgen over een AI bubbel groter worden of obligatierentes opnieuw bewegen, krijgen deze financiële aandelen hun volgende test. Dan moet blijken of de defensieve reputatie van Berkshire Hathaway, Realty Income en Progressive meer is dan een comfortabel verhaal voor rustige beursdagen.

  • Maandelijks 500 dollar dividend uit Vanguard vraagt meer dan je denkt

    In het kort De Vanguard S&P 500 ETF is populair als groeifonds, maar dividend is bij VOO vooral bijzaak. Voor $500 per maand aan dividend is ongeveer $600.000 nodig, goed voor circa 857 participaties. De spanning zit in de keuze tussen brede groei via de S&P 500 en direct inkomen uit dividend. Voor $500 per maand aan Vanguard S&P 500 ETF dividend is ongeveer $600.000 nodig. Dat is de nuchtere rekensom achter een fonds dat inmiddels is uitgegroeid tot een vehikel van $1 trillion. VOO is groot geworden door de S&P 500, de “Magnificent Seven” en de hausse rond artificial intelligence, maar niet door een hoog dividend. Het huidige dividendrendement ligt rond 1%. Daarmee kan de ETF nog steeds inkomen opleveren, maar de lat ligt hoog. Voor particuliere beleggers is vooral dat onderscheid relevant: VOO is gebouwd rond brede blootstelling aan de Amerikaanse aandelenmarkt, niet rond maandelijkse inkomsten. Dividendinkomen vraagt bij VOO aanzienlijk meer kapitaal Direct naar een onderdeel van dit artikel VOO vraagt veel kapitaal S&P 500 leunt op technologie Dividend ETF heeft ander doel Groei blijft sterker verhaal VOO blijft wachten op bewijs VOO vraagt veel kapitaal Voor $500 per maand aan dividend is $6.000 per jaar nodig. Bij een dividendrendement van 1% kom je uit op een startbedrag van ongeveer $600.000. Dat bedrag maakt meteen duidelijk waarom VOO als inkomensbron een ander verhaal is dan VOO als groeifonds. De participaties van de Vanguard S&P 500 ETF noteren rond bijna $700. Op die prijs zijn ongeveer 857 participaties nodig om in de buurt te komen van $500 per maand aan dividend. Dat is geen kleine positie, ook niet voor beleggers die al langer vermogen hebben opgebouwd. Voor grote portefeuilles kan zo’n bedrag passen binnen een bredere verdeling. Voor veel particuliere beleggers is het vooral een stevige kapitaaldrempel. Het dividend is er wel, maar bij VOO blijft het eerder bijvangst dan de motor van het rendement. Technologiereuzen drukken dividendrendement van de S&P 500 S&P 500 leunt op technologie De lage uitkering komt niet uit de lucht vallen. De S&P 500 is de afgelopen jaren zwaarder gaan leunen op grote technologiebedrijven. Veel van die bedrijven keren weinig of geen dividend uit, omdat de markt vooral betaalt voor groei. De AI golf heeft dat effect versterkt. Aandelen die profiteren van kunstmatige intelligentie kregen een grotere rol in de index. Daardoor weegt een groep lager of niet uitkerende techaandelen zwaarder mee in de Vanguard S&P 500 ETF. Voor de koersontwikkeling van VOO heeft dat goed uitgepakt. Juist die technologiezwaarte maakte het fonds tot een sterke langetermijnbelegging. Maar dezelfde samenstelling maakt het minder logisch als primaire bron van passief dividendinkomen. Vanguard-kantoor symboliseert keuze tussen groei en dividendinkomen Dividend ETF heeft ander doel Een dividend ETF is gebouwd met een ander uitgangspunt. Zo’n fonds draait om uitkeringen, terwijl VOO simpelweg de brede S&P 500 volgt. Dat verschil lijkt technisch, maar voor de kasstroom in een portefeuille maakt het veel uit. Bij VOO is dividend onderdeel van het totale rendement. Het is niet de reden waarom het fonds zo dominant is geworden. De kern blijft blootstelling aan de Amerikaanse aandelenmarkt, met een flinke rol voor technologie en groei. Daar wringt het voor beleggers die vooral inkomen zoeken. Een brede indextracker kan uitstekend passen bij vermogensgroei, maar hoeft niet tegelijk een sterke maandelijkse inkomstenbron te zijn. Bij een dividendrendement van 1% is die beperking moeilijk weg te poetsen. Groei blijft sterker verhaal Het sterkste verhaal rond VOO blijft groei. Het fonds biedt brede spreiding over de S&P 500 en heeft volop meegeprofiteerd van de grote Amerikaanse technologiebedrijven. Dat verklaart waarom veel beleggers de ETF zien als kernpositie voor de lange termijn. De dividendvraag verandert daardoor niet. Een fonds kan groot, goedkoop in gebruik en breed gespreid zijn, maar toch weinig directe inkomsten opleveren. Bij VOO hangt het rendement vooral aan koersgroei en minder aan uitkeringen. Dat maakt de rekensom zo nuttig. $600.000 voor $500 per maand aan dividend is geen detail, maar een aanwijzing voor de rol van het fonds. VOO kan dividend betalen, maar het fonds is niet ontworpen om een portefeuille maandelijks van veel cash te voorzien. VOO blijft wachten op bewijs De vraag rond Vanguard S&P 500 ETF dividend is dus niet of er dividend binnenkomt. Dat gebeurt, zolang het fonds blijft uitkeren. De betere vraag is of een dividendrendement van 1% voldoende is voor een belegger die inkomen centraal stelt. Zolang de S&P 500 zwaar leunt op technologie en AI gerelateerde groei, blijft dat spanningsveld bestaan. VOO kan blijven werken als brede groeipositie, terwijl het dividend bescheiden blijft. Voor beleggers die naar inkomen kijken, ligt de volgende toets bij dezelfde simpele rekensom: hoeveel kapitaal is nodig, en hoeveel maandelijkse uitkering levert dat werkelijk op?

  • Micron lijkt spotgoedkoop na topcijfers maar één risico beslist

    In het kort Micron kwam met cijfers en vooruitzichten die Wall Street ruimschoots overtroffen. AI datacenters houden DRAM, NAND en HBM schaars, waardoor klanten voorlopig weinig onderhandelingsruimte hebben. De open vraag blijft hoeveel winstkracht overblijft als prijzen voor gewone DRAM weer normaliseren. Het Micron aandeel schommelde na de cijfers tussen winst en verlies, ondanks een omzetstijging van $11,3 miljard naar $54,2 miljard. De geheugenmaker rapporteerde na de slotbel op 30 september resultaten over fiscaal Q4 die ruim boven de verwachting van $51,1 miljard lagen. Ook de vooruitzichten voor het lopende kwartaal kwamen hoger uit dan Wall Street had ingeschat. Dat de koers niet harder reageerde, zegt vooral iets over de lat. Voor de publicatie stond het aandeel in 2026 al meer dan 250% hoger en over het afgelopen jaar zelfs meer dan 450%. Bij zulke bewegingen is een sterk kwartaal geen verrassing meer, maar een voorwaarde. Micron-fabriek onderstreept hoge verwachtingen rond de geheugenmaker Direct naar een onderdeel van dit artikel DRAM krapte drijft Micron winst HBM voordeel heeft een keerzijde Contracten geven Micron meer zicht Datacenters trekken Micron breed mee Waardering is niet het hele verhaal DRAM krapte drijft Micron winst DRAM leverde in fiscaal Q4 73% van Microns omzet, met de rest vooral uit NAND, het flashgeheugen dat ook schaars is geworden. De uitbouw van AI infrastructuur slokt veel geheugen op, waardoor klanten weinig ruimte hebben om op prijs te onderhandelen. Dat zie je direct terug in de marges. De brutomarge steeg naar 86,8%, tegenover 44,7% een jaar eerder en 84,6% in fiscaal Q3. De aangepaste winst per aandeel liep op naar $25,11, tegen $3,03 een jaar eerder. Voor Micron is dit het soort kwartaal waarin de operationele hefboom maximaal werkt. Schaarse geheugenchips stuwen Microns marges naar uitzonderlijke niveaus HBM voordeel heeft een keerzijde HBM, geheugen met hoge bandbreedte, is de blikvanger in de AI markt. Het wordt samen gebruikt met AI chips en GPU's, omdat systemen anders kunnen vertragen terwijl ze wachten op data. Voor AI datacenters is HBM daardoor geen luxeproduct, maar een noodzakelijk onderdeel. Micron loopt in HBM niet voorop. Van de drie grote DRAM producenten heeft het bedrijf het kleinste marktaandeel en haalt het het kleinste deel van zijn geheugenomzet uit HBM. Opvallend genoeg werkte dat de laatste periode juist in zijn voordeel, omdat prijzen voor gewone DRAM en NAND sterker stegen dan die voor het duurdere HBM. Micron meldt wel dat de HBM omzet sneller groeit dan de totale omzet. Het bedrijf verwacht dat HBM leveringen tot en met 2028 sneller groeien dan DRAM. Bijna al het HBM aanbod voor kalenderjaar 2027 is al verkocht, met een stevige prijsverhoging. Contracten geven Micron meer zicht Micron verwacht dat DRAM en NAND in 2027 en 2028 beperkt beschikbaar blijven. Dat is opvallend, omdat de sector tegelijk rekent op groei van NAND leveringen in de mid 20% range en van DRAM leveringen in de low 20% range. Het bedrijf ziet nog geen duidelijk moment waarop vraag en aanbod in DRAM weer in balans komen. Die krapte levert Micron contracten op. Het bedrijf heeft 26 langetermijnovereenkomsten gesloten met een gezamenlijke waarde van $32 miljard. Die afspraken dekken naar schatting ongeveer 35% van de omzet tot en met 2030, met enkele contracten die nog verder doorlopen. De keerzijde is dat Micron zwaar blijft investeren. In de eerste helft van dit boekjaar wil het bedrijf $25 miljard uitgeven aan extra capaciteit. In de tweede helft moeten de kapitaaluitgaven nog hoger liggen, wat logisch is bij volle orderboeken maar gevoelig wordt zodra de cyclus draait. Datacenters trekken Micron breed mee De datacenteractiviteiten laten zien waar de vraag vandaan komt. De omzet uit cloudgeheugen steeg met meer dan 3,5 keer naar $16,3 miljard. De kernomzet uit datacenters ging van $1,6 miljard een jaar eerder naar $18 miljard. Ook buiten datacenters groeide Micron hard. De mobiele omzet steeg van $3,8 miljard naar $13,1 miljard. Automotive en embedded revenue liep op van $1,4 miljard naar $6,8 miljard. Voor fiscaal Q1 rekent Micron op ongeveer $61,5 miljard omzet en een brutomarge van ongeveer 86,25%. De aangepaste winst per aandeel moet rond $38,15 uitkomen op het middelpunt. Wall Street zat lager, met een verwachting van $57 miljard omzet en $35,40 aangepaste winst per aandeel. Waardering is niet het hele verhaal Op winstverwachtingen oogt het Micron aandeel laag gewaardeerd, maar daar wringt het precies. In de geheugenmarkt kunnen pieken hard zijn en dalen diep. Een lage beurswaardering zegt dan vooral dat beleggers de huidige winst niet zomaar doortrekken. Micron blijft sterk blootgesteld aan prijzen voor gewone DRAM. Die blootstelling maakte de laatste cijfers uitzonderlijk sterk, maar kan bij normalisatie ook de andere kant op werken. Rivaal SK Hynix staat sterker in HBM en haalt een groter deel van de omzet uit nieuwe generaties geheugen, wat het verschil in kwaliteit van omzet zichtbaar maakt. Voor het Micron aandeel ligt de lat na de rally hoog. Fiscaal Q1 moet laten zien of de huidige marges standhouden, terwijl beleggers tegelijk letten op prijzen voor DRAM, HBM leveringen voor 2027 en de oplopende kapitaaluitgaven. De cijfers zijn sterk genoeg; nu moet Micron bewijzen dat de winst niet alleen bij deze uitzonderlijke geheugenmarkt hoort.

  • Michael Burry mikt op een klap bij Micron en Nebius vóór juni 2027

    In het kort Michael Burry kocht putopties op Micron en Nebius die in juni 2027 aflopen. Zijn inzet draait om tragere groei van AI uitgaven aan geheugenchips, datacenters en compute capaciteit. De vraag is of Micron en Nebius al kwetsbaar worden zodra bedrijven minder hard investeren dan beleggers verwachten. Michael Burry richt zijn pijlen op AI aandelen die sterk leunen op blijvend hoge uitgaven aan chips en rekenkracht. De belegger werd bekend met zijn "big short" tegen de Amerikaanse huizenmarkt en kiest nu voor putopties op Micron en Nebius. Die opties lopen af in juni 2027 en geven hem hefboom op een daling. Dat is geen voorspelling met garantie, maar wel een duidelijk signaal. Burry ziet vooral risico op plekken waar beleggers volgens hem te weinig rekening houden met een vertraging in AI investeringen. Zijn eigen toelichting was kort: "As such, I want more leverage in my short positions. Better timelines make leverage more palatable." Eind september paste Burry zijn portefeuille aan. Hij sloot shortposities in sommige namen en stapte over op putopties met relatief lage uitoefenprijzen. Opvallend is dat Micron en Nebius juist opties kregen met een afloop in juni 2027, terwijl hij bij andere AI gerelateerde aandelen en indexfondsen ook voor september en december koos. Wall Street onder druk door zorgen over AI waarderingen Direct naar een onderdeel van dit artikel Micron aandeel hangt aan geheugenchips Nebius leunt op schaarse rekenkracht Ares Management raakt gevoelige snaar Chips reageren sneller dan datacenters Burry kiest een scherp tijdpad Micron aandeel hangt aan geheugenchips Het Micron aandeel draait in dit verhaal om geheugenchips voor datacenters. De vraag naar die chips is hard gestegen, terwijl de sector moeite heeft om snel genoeg productiecapaciteit bij te bouwen. Zolang die schaarste aanhoudt, kunnen Micron en sectorgenoten hogere prijzen vragen. Beleggers rekenen erop dat het aanbod pas in 2028 de vraag inhaalt. Burry kijkt naar een minder comfortabel scenario. Als AI uitgaven minder snel groeien dan verwacht, kan de markt eerder in balans komen zonder dat de vraag echt hoeft in te storten. Daar zit de kwetsbaarheid. Prijzen kunnen eerder pieken, en mogelijk op lagere niveaus dan nu in de verwachtingen zit. Burry wees ook op extra productie van geheugenchips in China, wat de prijsdruk in de sector kan vergroten. Micron bouwt capaciteit uit voor geheugenchips in datacenters Nebius leunt op schaarse rekenkracht Nebius verdient aan compute capaciteit voor klanten die snel toegang willen tot rekenkracht. Het bedrijf neemt het risico op zich van datacenterinfrastructuur en rekent een premie zolang GPU capaciteit schaars blijft. Dat werkt goed zolang klanten haast hebben en weinig alternatieven zien. Die premie is precies waar Burry kritisch naar kijkt. Een GPU server in een datacenter van Nebius is niet wezenlijk anders dan een GPU server in een datacenter van een grote hyperscaler. Als compute capaciteit minder schaars wordt, wordt het lastiger om daar extra voor te vragen. Voor Nebius komt daar de financiering bij. Het bedrijf werkt met operationele infrastructuur en activa die in waarde dalen. Bij een sterke groei van de vraag hoeft dat geen probleem te zijn, maar bij een afvlakking kan dezelfde structuur zwaarder gaan wegen. Grootschalige datacenters vergroten aanbod van schaarse AI rekenkracht Ares Management raakt gevoelige snaar Ares Management zette de verwevenheid van de AI handel scherp neer. De kern is simpel: de AI omzet moet groot genoeg worden om de enorme kapitaaluitgaven van de sector te dragen. Als die omzet tegenvalt, kunnen bedrijven hun geld anders gaan inzetten. Dat raakt precies de keten waar Micron en Nebius in zitten. Grote technologiebedrijven zijn in deze markt vaak tegelijk klant, leverancier en financier van elkaar. Die onderlinge afhankelijkheid kan lang goed gaan, maar maakt de sector ook gevoelig als één grote partij minder hard uitgeeft. Een vertraging hoeft geen abrupte stop te zijn. Minder hard investeren dan beleggers verwachten kan al genoeg zijn om de waardering van AI aandelen ter discussie te stellen. Dat is een nuchterder punt dan het woord zeepbel doet vermoeden, maar mogelijk wel relevanter voor de komende kwartalen. Chips reageren sneller dan datacenters Datacenters kosten een paar jaar om te bouwen en in te richten. Servers en netwerkapparatuur kunnen in enkele weken worden geplaatst. Dat verschil maakt uit wanneer bedrijven hun AI budgetten bijstellen. Hyperscalers geven bovendien veel meer uit aan chips dan aan gebouwen. Als de uitgaven worden teruggeschroefd, komt de eerste pijn daarom eerder terecht bij chips, geheugen en netwerkapparatuur dan bij de gebouwen zelf. Micron voelt dat via de prijs van geheugenchips. Nebius voelt dezelfde beweging via de prijs van compute capaciteit. Als klanten minder haast hebben of meer keuze krijgen, daalt de waarde van directe toegang tot GPU capaciteit. De markt hoeft dan niet volledig te draaien; een kleine verschuiving in verwachtingen kan al genoeg zijn. Burry kiest een scherp tijdpad Burry kocht putopties op Micron met uitoefenprijzen rond 500 dollar per aandeel. Zijn putopties op Nebius hebben uitoefenprijzen in de dubbele cijfers. Samen wijzen die posities op mogelijke dalingen van meer dan 50%. Dat klinkt fors, maar opties zeggen vooral waar Burry de kwetsbaarheid ziet. Hij kan de posities ook eerder sluiten als de markt al vóór juni 2027 in zijn richting beweegt. De afloopdatum laat vooral zien dat hij Micron en Nebius ziet als vroege plekken waar spanning in de AI handel zichtbaar kan worden. De vergelijking met zijn oude huizenmarktdeal ligt voor de hand, maar is niet één op één. Toen keek Burry naar hypotheekproducten die volgens hem te veilig werden behandeld. Nu kijkt hij naar AI aandelen waarvan de verwachtingen zwaar leunen op investeringen die elkaar blijven versterken. Voor het Micron aandeel blijft de vraag of geheugenchips schaars genoeg blijven om hoge prijzen te dragen. Voor het Nebius aandeel draait het om de premie op compute capaciteit en de houdbaarheid van investeringen in infrastructuur. Tot juni 2027 krijgt de markt genoeg momenten om te testen of Burrys sombere lezing van AI aandelen te vroeg is, of juist ongemakkelijk precies.

  • Alphabet meldt voor het eerst ooit een negatieve vrije kasstroom

    In het kort Alphabet rapporteerde in het tweede kwartaal voor het eerst een negatieve vrije kasstroom, ondanks 24% omzetgroei. De omslag komt door veel hogere AI investeringen en datacenters, waardoor de capex in het kwartaal verdubbelde naar $44.9 billion. De vraag voor beleggers is of de groei in cloud, apps en advertentietechnologie straks genoeg oplevert om die zwaardere kasstroomdruk te rechtvaardigen. Alphabet aandeel draait nog steeds op sterke groei, maar de financiële rekensom is minder schoon geworden. In het tweede kwartaal, dat eindigde op June 30, rapporteerde Alphabet voor het eerst een negatieve vrije kasstroom. Die kwam uit op -$5.9 billion. Dat is opvallend voor een bedrijf dat jarenlang juist bekendstond om hoge winsten en veel contanten. Van 2021 tot en met 2025 genereerde Alphabet samen $343 billion aan vrije kasstroom. In het tweede kwartaal van 2025 lag die vrije kasstroom nog op positief $5.3 billion. De omzet steeg in het kwartaal met 24% op jaarbasis en het operationeel inkomen liep 30% op. De beursreactie oogt nuchterder dan die groeicijfers doen vermoeden. Het aandeel stond per Sept. 30 dit jaar 10% hoger, na een winst van 163% over de afgelopen 36 maanden. Het Googleplex, symbool van Alphabet’s groeiende financiële complexiteit Direct naar een onderdeel van dit artikel AI maakt Alphabet kapitaalzwaarder Vrije kasstroom wordt het pijnpunt Schuld en verwatering tellen mee Waardering Alphabet vraagt meer bewijs Alphabet aandeel wacht op kasstroom AI maakt Alphabet kapitaalzwaarder De breuk zit niet in de vraag naar Google diensten, maar in de prijs van de AI race. Alphabet bouwt in hoog tempo technische infrastructuur uit voor meer rekenkracht. Dat vraagt om servers, datacenters, energie en vooral veel kapitaal. De kapitaalinvesteringen stegen in het tweede kwartaal met 100% op jaarbasis naar $44.9 billion. Voor heel 2026 rekent het management op capex van $195 billion tot $205 billion. Dat past minder bij het oude beeld van een internetbedrijf dat elke extra dollar omzet soepel omzet in vrije kasstroom. De formulering “This is no longer a capital-light operation” vat de omslag scherp samen. Ook “It has transitioned into a capital-intensive business” raakt de kern. Voor aandeelhouders is dat geen semantiek: meer winst moet eerst terug het bedrijf in voordat er ruimte is voor aandeleninkopen of extra financiële flexibiliteit. AI-uitbouw vraagt om datacenters, energie en fors meer kapitaal Vrije kasstroom wordt het pijnpunt Vrije kasstroom was jarenlang een van de sterkste argumenten achter Alphabet. Het bedrijf verdiende niet alleen veel, de winst kwam ook ruim binnen als contant geld. Die combinatie maakte het aandeel aantrekkelijk voor beleggers die groei zochten zonder zware balansdruk. Die vanzelfsprekendheid is verdwenen. Analisten rekenen op een FCF verlies van $8.1 billion in de tweede helft van dit jaar. Voor 2027 ligt de verwachting op een verlies van $32.4 billion. Dat zegt niet dat Alphabet operationeel zwak staat. De kernactiviteiten groeien nog altijd hard en cloud, apps en advertentietechnologie blijven grote winstbronnen. Maar de maatstaf waar beleggers nu scherper naar kijken, is de kasstroom nadat de investeringsrekening is betaald. Beleggers kijken bij Alphabet scherper naar vrije kasstroom Schuld en verwatering tellen mee Alphabet financiert de volgende groeifase niet alleen uit lopende kasstromen. Het bedrijf heeft aanzienlijke bedragen aan schuld en aandelenkapitaal opgehaald. De langlopende schuld staat inmiddels op $98.2 billion. Voor een bedrijf van deze omvang is dat geen directe alarmbel. Het verandert wel de balans van het verhaal. Meer schuld maakt Alphabet minder comfortabel gefinancierd dan in de jaren waarin kasstromen ruim boven de investeringen uitkwamen. Ook het verwaterde aantal uitstaande aandelen neemt langzaam toe. Tegelijk zijn aandeleninkopen gepauzeerd, terwijl buybacks eerder een belangrijk onderdeel waren van de kapitaalverdeling. Daar wringt het voor aandeelhouders: de groei is er, maar de zichtbare teruggave van kapitaal is voorlopig naar de achtergrond verdwenen. Waardering Alphabet vraagt meer bewijs De koers winstverhouding van 17.3 laat Alphabet op het eerste gezicht niet overdreven duur ogen. Alleen vertelt die maatstaf nu minder dan vroeger. De winst blijft hoog, maar de vrije kasstroom na investeringen is veel zwakker. Daarom valt de waardering op vrije kasstroom meer op. Het aandeel handelt op 79.2 keer FCF. Dat verschil laat zien hoe groot de kloof is tussen winst volgens de resultatenrekening en contanten die na de investeringsgolf overblijven. De optimistische lezing is helder genoeg. Alphabet ontwikkelt chips, traint grote taalmodellen, bouwt zijn clouddivisie uit en verwerkt AI in apps en advertentietechnologie. Wie het positieve verhaal volgt, gelooft dat die breedte later hogere omzet en betere marges oplevert. Alphabet aandeel wacht op kasstroom Voor het Alphabet aandeel draait het verhaal daardoor minder om de vraag of het bedrijf groeit. De cijfers geven voorlopig weinig reden om daaraan te twijfelen. De scherpere vraag is of AI en datacenters straks genoeg rendement opleveren om de huidige kapitaalhonger te dragen. Dat maakt de komende updates belangrijker dan een gewone groeimeting. Beleggers zullen niet alleen letten op omzet en operationeel inkomen, maar vooral op capex, vrije kasstroom en de snelheid waarmee cloud en AI toepassingen geld opleveren. Alphabet heeft nog altijd sterke posities, maar het oude verhaal van een kapitaallichte kasstroommachine is voorlopig ingeruild voor een zwaardere en minder vergevingsgezinde investeringsfase.

  • Deze goedkope Vanguard-ETF zit bomvol Nvidia en chipreuzen

    In het kort Zes grote chipaandelen vormen samen 32,4% van de Vanguard Information Technology ETF. Dezelfde zes namen wegen in de Vanguard S&P 500 ETF slechts 14,8%, waardoor het verschil vooral neerkomt op extra blootstelling aan halfgeleiders. De vraag is of AI datacenters hard genoeg blijven groeien om de forse stijging van chipbedrijven te blijven dragen. De Vanguard Information Technology ETF is geen brede technologiebelegging meer, maar vooral een gerichte inzet op de chipketen achter artificial intelligence. Nvidia, Broadcom, Micron Technology, Advanced Micro Devices, Intel en Lam Research wegen samen 32,4% in de sector ETF. In de Vanguard S&P 500 ETF, die de brede Amerikaanse index volgt, komen dezelfde zes bedrijven niet verder dan 14,8%. Dat verschil verklaart waarom de Vanguard Information Technology ETF nu zo nadrukkelijk in beeld komt bij beleggers. De S&P 500 bevat al veel technologie, maar deze ETF schuift veel verder op richting halfgeleiders, hardware en infrastructuur voor AI datacenters. Dat is tegelijk de kracht en de zwakte van het fonds. De kern is eenvoudig. Wie breder in de Amerikaanse markt zit, krijgt technologie er al ruim bij. Wie deze technologie ETF volgt, neemt veel meer blootstelling aan een beperkt aantal winnaars in chips en AI infrastructuur. Chipsector domineert steeds sterker de technologie-ETF van Vanguard Direct naar een onderdeel van dit artikel S&P 500 is al techzwaar Nvidia en Broadcom trekken de mand AI datacenters houden vraag hoog Broadcom en Micron zitten in keten Vanguard kosten botsen met concentratie S&P 500 is al techzwaar Technologie woog per 31 augustus 37,9% in de Vanguard S&P 500 ETF. Dat is opvallend, omdat Alphabet, Meta Platforms, Amazon, Tesla en Space Exploration Technologies in deze indeling niet eens als technologieaandelen meetellen. De Amerikaanse beurs is dus nog afhankelijker van technologie dan het officiële sectorplaatje laat zien. De vergelijking met Europa maakt het contrast scherp. De STOXX Europe 600, die bijna 90% van de belegbare markt in ontwikkelde Europese economieën vertegenwoordigt, heeft een technologiegewicht van 8,9%. Amerikaanse indexbeleggers krijgen daardoor veel meer blootstelling aan cloud, chips, digitale infrastructuur en AI dan Europese indexbeleggers. Voor particuliere beleggers is dat geen academisch verschil meer. De samenstelling van een index bepaalt steeds meer welk economisch verhaal een portefeuille volgt. Bij de S&P 500 is dat verhaal inmiddels voor een groot deel Amerikaans technologiegedreven groei. Technologieaandelen drukken steeds zwaarder op Amerikaanse indexen Nvidia en Broadcom trekken de mand Binnen de Vanguard Information Technology ETF is de concentratie nog duidelijker. Halfgeleiders, halfgeleidermaterialen en halfgeleiderapparatuur vormen samen 42% van het fonds. Inclusief technologiehardware, opslag, communicatieapparatuur, elektronische componenten en elektronische apparatuur loopt dat gewicht op tot 68,7%. Zes van de tien grootste posities zijn halfgeleideraandelen. Nvidia, Broadcom, Micron Technology, AMD, Intel en Lam Research bepalen daardoor een groot deel van het rendement. Dat spreidt het risico over meerdere schakels in de keten, maar het blijft een duidelijke keuze voor chips. De schaal van die bedrijven is snel veranderd. Nvidia is meer dan $5,5 biljoen waard, ongeveer evenveel als Microsoft en Meta Platforms samen. Broadcom zat eerder dit jaar in de club van $2 biljoen, Micron en AMD bereikten dit jaar allebei $1 biljoen, en Intel brak door zijn oude piek uit 2000 heen. AI-datacenters stuwen de vraag naar chips van Nvidia en Broadcom AI datacenters houden vraag hoog De koersstijging is fors. De Vanguard Tech ETF staat dit jaar 34,8% hoger, tegen 12% winst voor de S&P 500. Sinds begin 2023 is de technologiesector 218,1% gestegen, terwijl de S&P 500 is verdubbeld. Daar wringt het voor beleggers. De gezamenlijke marktwaarde van Nvidia, Broadcom, Micron, AMD, Intel en Lam Research lag op 31 december 2022 nog onder $1 biljoen. Per 1 oktober 2026 bedroeg die gezamenlijke marktwaarde $10,5 biljoen. Toch is dit geen zuiver momentumverhaal. Winstgroei speelt een grotere rol dan tijdens eerdere technologiehausse, zoals rond de dotcomperiode. Nvidia handelt tegen 24,8 keer de verwachte winst, tegenover 18,9 keer voor de S&P 500, waardoor de waarderingsvraag minder simpel is dan alleen kijken naar de koerssprong. Broadcom en Micron zitten in keten De vraag naar AI datacenters laat vooralsnog geen vertraging zien. Systemen op rack schaal, zoals Nvidia’s Vera Rubin NVL72 en AMD’s Helios, combineren meerdere graphics processing units en central processing units met high bandwidth memory chips van partijen als Micron. Zonder die combinatie komt de rekenkracht waar AI bedrijven om vragen niet op schaal beschikbaar. Broadcom speelt een andere rol in dezelfde keten. Het bedrijf levert aangepaste AI accelerators en netwerkoplossingen aan grote klanten zoals Alphabet, Meta Platforms, OpenAI en Anthropic. Naar verluidt leent Broadcom tot $42 miljard aan Anthropic voor infrastructuuruitbouw. Tijdens het kwartaalgesprek in september voorspelde Broadcom dat de AI vraag van Anthropic kan oplopen tot 5 gigawatt in 2027 en 10 gigawatt in 2028. Anthropic zou daarmee de grootste klant van Broadcom worden, zelfs groter dan Alphabet. Dat zegt veel over de omvang van de investeringen achter AI. Vanguard kosten botsen met concentratie De Vanguard Information Technology ETF rekent 0,09% per jaar, gelijk aan $9 per $10.000 belegd. De Vanguard S&P 500 ETF is met 0,03% goedkoper, maar geeft veel minder directe blootstelling aan halfgeleiders. Het kostenverschil is klein, het verschil in samenstelling is groot. Daar zit de echte afweging. De ETF spreidt over GPU’s, geheugen, netwerkoplossingen en productieapparatuur, waardoor beleggers niet één chipwinnaar hoeven aan te wijzen. Tegelijk hangt het fonds sterker aan dezelfde bedrijven die de AI rally al hebben gedragen. Voor de Vanguard Information Technology ETF komt de volgende proef uit de investeringsplannen voor AI infrastructuur. Broadcoms verwachtingen voor Anthropic in 2027 en 2028 geven alvast een concreet meetpunt. Als de groei van AI datacenters daar niet bij aansluit, wordt zichtbaar hoeveel van het verhaal al in de chipkoersen zat.

  • Nvidia kan in 2028 naar 10 biljoen dollar en velen missen dit punt

    In het kort Nvidia is inmiddels $5,6 biljoen waard en de grens van $6 biljoen ligt volgens de optimistische lezing dit jaar binnen bereik. De positieve redenering leunt op de uitzonderlijke vraag naar chips voor kunstmatige intelligentie, niet alleen op markthype. De stap naar meer dan $10 biljoen vraagt bewijs dat Wall Street Nvidia ook in 2028 als uitzonderlijke groeier blijft waarderen. Het Nvidia aandeel staat opnieuw in het midden van een grote beursvraag: kan een bedrijf van $5,6 biljoen nog bijna verdubbelen? Volgens een uitgesproken bullcase kan Nvidia tegen eind januari 2028 door de grens van $10 biljoen breken. Dat klinkt fors, maar de redenering is vrij simpel: Nvidia moet de verwachtingen halen en beleggers moeten bereid blijven om daar een stevige prijs voor te betalen. Die combinatie maakt het verhaal interessant, maar ook kwetsbaar. Nvidia is niet langer alleen een chipmaker, maar het beursgezicht van kunstmatige intelligentie. Juist daarom ligt de lat zo hoog. Bij een bedrijf dat al zoveel succes in de koers heeft zitten, is sterke groei soms niet genoeg. Nvidia nadert een nieuwe mijlpaal op de beurs. Met een marktkapitalisatie van $5,6 biljoen ligt $6 biljoen volgens de optimistische lezing dit jaar binnen bereik. De grotere claim gaat verder: “I think it can easily breach the $10 trillion mark and go even higher.” Een sprong naar meer dan $10 biljoen zou betekenen dat Nvidia in ongeveer tweeënhalf jaar bijna verdubbelt. Dat is een forse aanname voor elk aandeel, laat staan voor een van de grootste bedrijven ter wereld. De vraag is daarom niet alleen of Nvidia blijft groeien, maar hoeveel groei beleggers al vooruit hebben betaald. Direct naar een onderdeel van dit artikel De bullcase draait om projecties Waardering blijft het scherpe punt Omzetgroei moet winst worden Tien biljoen vraagt blijvend vertrouwen Nvidia wacht op januari 2028 De bullcase draait om projecties De kern van de positieve redenering past in één zin: “Easy: It just needs to hit projections.” Dat is tegelijk de kracht en de zwakte van het verhaal. Als Nvidia de verwachtingen haalt, kan de winstbasis snel genoeg groeien om een veel hogere beurswaarde te dragen. Die redenering klinkt minder wild dan het koersdoel zelf. Nvidia hoeft volgens deze lezing geen volledig nieuw verhaal te verkopen. Het bedrijf moet vooral waarmaken wat al in de marktverwachtingen zit. Daar wringt het, want hoe hoger de verwachtingen, hoe minder ruimte er overblijft voor gewone tegenvallers. Jensen Huang ziet nieuwe chipgeneratie op volle productie draaien Waardering blijft het scherpe punt Rond Nvidia hangt al langer het verwijt dat het aandeel duur is. De optimistische analyse draait dat juist om en stelt: “Nvidia is actually quite cheap.” Die uitspraak valt op bij een bedrijf dat al $5,6 biljoen waard is. Op basis van de winst over de afgelopen periode handelt Nvidia tegen 29,5 keer de winst. Voor een groot technologieaandeel is dat niet uitzonderlijk hoog. De bullcase stelt dat Nvidia geen gewone grote technaam is, omdat de groei veel harder loopt dan bij veel andere big tech aandelen. Dat argument is sterker dan het op het eerste gezicht lijkt. Een hoge beurswaarde zegt weinig zonder de winstgroei ernaast te leggen. Tegelijk blijft de waardering een keuze van de markt, geen natuurwet. Als beleggers minder willen betalen voor toekomstige AI groei, verandert de rekensom snel. Omzetgroei moet winst worden Nvidia heeft de omzet in de meest recente kwartaalresultaten op jaarbasis meer dan verdubbeld. Het bedrijf vertelde beleggers ook dat het voor het volgende boekjaar rekent op 70% omzetgroei. Dat zijn cijfers die zelden horen bij een onderneming die al zo groot is. Voor beleggers draait het nu om de vertaling naar winst. Omzetgroei is indrukwekkend, maar de route naar $10 biljoen vraagt ook dat de winst hard meegroeit. De positieve lezing neemt aan dat Nvidia die stap kan zetten, geholpen door de aanhoudende vraag naar chips voor kunstmatige intelligentie. Toch is dat geen detail. Als de omzetgroei afzwakt of de winstmarges minder sterk meebewegen, wordt de weg naar $10 biljoen veel smaller. Bij Nvidia ligt de lat niet op groei, maar op uitzonderlijke groei. Tien biljoen vraagt blijvend vertrouwen De stap van $5,6 biljoen naar meer dan $10 biljoen draait om meer dan alleen cijfers uit de resultatenrekening. Wall Street moet Nvidia blijven behandelen als een uitzonderlijke groeier. Dat vraagt vertrouwen in de AI investeringsgolf, in de vraag naar Nvidia chips en in het vermogen van het bedrijf om de projecties te halen. Daar zit de nuchtere kant van het verhaal. Zelfs als Nvidia operationeel goed blijft presteren, kan de beursreactie tegenvallen wanneer de verwachtingen nog hoger liggen. Bij dit soort waarderingen is het verschil tussen goed en goed genoeg vaak groot. De voorspelling richting $10 biljoen is dus geen losse fantasie, maar wel een rekensom met strakke voorwaarden. De markt moet de groei geloven, de winst moet volgen en de waardering moet stevig blijven. Eén zwakke schakel maakt de uitkomst minder vanzelfsprekend. Nvidia wacht op januari 2028 Het tijdpad maakt de bullcase extra scherp. De grens van meer dan $10 biljoen zou volgens deze lezing tegen het einde van het volgende boekjaar haalbaar zijn, en dat boekjaar eindigt in januari 2028. Dat is dichtbij genoeg om aan concrete kwartaalcijfers te worden getoetst. Voor het Nvidia aandeel ligt de lat daarmee helder. Elke update over omzetgroei, winstontwikkeling en vraag naar kunstmatige intelligentie chips wordt een meetpunt in dezelfde rekensom. Als Nvidia richting januari 2028 blijft leveren zoals de optimisten verwachten, blijft de $10 biljoen case op tafel. Als de groei eerder normaliseert, zal blijken hoeveel van dat verhaal al in de huidige beurswaarde zat.

  • Apple valt tegen als dividendaandeel maar hoeveel groei zit er nog in?

    In het kort Apple leverde over tien jaar 1.070% koerswinst op, maar het Apple dividend bleef voor inkomensbeleggers klein. Het jaarlijkse dividend bedraagt $1,08 per aandeel, waardoor het dividendrendement uitkomt op 0,32%. Voor $10.000 dividend per jaar zijn 9.259 aandelen nodig, waardoor vooral de vraag overblijft hoeveel waarde beleggers aan die uitkering hechten. Voor $10.000 aan jaarlijks Apple dividend zijn 9.259 aandelen nodig. Tegen een koers van $331,22 komt dat neer op bijna $3,1 miljoen aan Apple aandelen. Dat contrast maakt het Apple aandeel relevant voor beleggers die naar inkomen kijken: Apple was een grote winnaar op koers, maar niet via de dividendstrook. Het Apple aandeel steeg in tien jaar met 1.070%, gemeten per 2 oktober. Dat is het soort rendement waardoor een aandeel jarenlang een vaste plek krijgt in veel portefeuilles. Maar die koerswinst vertelt weinig over de jaarlijkse inkomstenstroom uit dividend. Apple betaalt nu $1,08 per aandeel aan dividend op jaarbasis. Bij de genoemde koers van $331,22 levert dat een dividendrendement op van 0,32%. Voor beleggers die leven van uitkeringen is dat mager, hoe sterk het bedrijf verder ook is. Daar zit de kern van het verhaal. Apple kan tegelijk een uitstekend koersverhaal en een zwak inkomensverhaal zijn. Wie vooral naar dividend kijkt, ziet een heel ander aandeel dan wie vooral naar koerswinst kijkt. Apple-campus symboliseert koerssucces, maar dividend blijft beperkt Direct naar een onderdeel van dit artikel Miljoenen nodig voor bescheiden uitkering Apple yield blijft hardnekkig laag Apple winst draagt het dividend Apple aandeel blijft geen inkomensklassieker Miljoenen nodig voor bescheiden uitkering De rekensom rond het Apple dividend is eenvoudig en nogal ontnuchterend. Voor $10.000 aan jaarlijkse dividendinkomsten zijn 9.259 aandelen nodig. Bij $331,22 per aandeel vraagt die positie bijna $3,1 miljoen aan kapitaal. Dat bedrag maakt duidelijk hoe klein de uitkering is ten opzichte van de beurswaarde. Een investering van bijna $3,1 miljoen levert bruto $10.000 per jaar op uit dividend. Het dividend bestaat dus wel, maar het draagt nauwelijks het rendement voor wie inkomen zoekt. Voor particuliere beleggers is dat geen detail. Een lage yield kan acceptabel zijn bij sterke groei, maar dan verschuift het verhaal naar koersontwikkeling en winstgroei. Het dividend speelt dan vooral een bijrol, niet de hoofdrol. Apple yield blijft hardnekkig laag Apple heeft de dividenduitkering in de afgelopen tien jaar met 89% verhoogd. Dat klinkt stevig, en het laat zien dat het bedrijf aandeelhouders ook via uitkeringen iets meer teruggeeft. Toch begint die groei vanaf een lage basis. Zelfs na die verhoging blijft het dividendrendement steken op 0,32%. Dat komt niet alleen door de hoogte van het dividend, maar ook door de hoge koers van het aandeel. Een stijgende koers drukt het rendement voor nieuwe kopers, tenzij de uitkering hard genoeg meegroeit. Daar wringt het voor inkomensbeleggers. Dividendgroei is pas echt krachtig wanneer de uitkering uiteindelijk substantieel wordt. Bij Apple blijft de jaarlijkse kasstroom klein in verhouding tot het kapitaal dat nodig is. Tim Cook presenteert Apple, terwijl dividendrendement laag blijft Apple winst draagt het dividend De lage uitkering is niet hetzelfde als een kwetsbare uitkering. Apple is zeer winstgevend en haalde in het derde kwartaal, dat eindigde op 27 juni, een nettowinstmarge van 27%. Die marge laat zien dat het bedrijf veel winst overhoudt op zijn omzet. De vraag naar producten en diensten blijft sterk genoeg om de winstgevendheid te ondersteunen. Dat geeft Apple ruimte om dividend te betalen zonder dat de uitkering zwaar op het bedrijf drukt. Ook de vrije kasstroom helpt, omdat dividend uiteindelijk uit beschikbare middelen wordt betaald. Voor beleggers levert dat een dubbel beeld op. Het dividend oogt goed gefinancierd, maar het rendement is laag. De kwaliteit van de onderneming verandert dus weinig aan de karige opbrengst voor wie vooral jaarlijkse inkomsten zoekt. Apple aandeel blijft geen inkomensklassieker Apple is een duidelijke winnaar geweest voor aandeelhouders die koersgroei zochten. De stijging van 1.070% in tien jaar verklaart waarom het aandeel zoveel aandacht houdt. Maar dat succes maakt Apple nog geen klassiek dividendaandeel. Het verschil tussen koersrendement en dividendrendement is hier groot. Apple beloont aandeelhouders vooral via waardestijging van het aandeel. De dividendgroei helpt, maar verandert de aard van het aandeel niet wezenlijk. Voor het Apple aandeel draait de discussie daardoor minder om de vraag of het dividend betaalbaar is. De winstgevendheid en vrije kasstroom maken die uitkering verdedigbaar. De grotere vraag blijft hoeveel beleggers willen betalen voor een aandeel waarvan de jaarlijkse uitkering klein blijft, terwijl de verwachtingen rond winst en groei hoog liggen.

  • Drie dividendaandelen die je wilt kennen vóór de correctie komt

    In het kort De Amerikaanse aandelenmarkt kende sinds 1945 37 correcties van minstens 10%, met de laatste terugval in april 2025. De hoge waardering van de S&P 500 maakt dividend aandelen met voorspelbare kasstromen opnieuw relevant. Realty Income, Procter & Gamble en WM moeten bij een volgende correctie laten zien of hun defensieve reputatie standhoudt. De Amerikaanse aandelenmarkt kende sinds 1945 al 37 correcties van minstens 10%, en de S&P 500 oogt opnieuw kwetsbaar door de hoge waardering. Dat maakt dividend aandelen weer interessanter voor beleggers die vooral willen weten welke bedrijven geld blijven verdienen als de beurs tegenzit. Niet omdat een nieuwe daling precies te timen valt, maar omdat correcties nu eenmaal bij aandelen horen. Historisch kwam een daling van minstens 10% gemiddeld eens per 2,2 jaar voor. De laatste correctie ligt nog vers in het geheugen: in april 2025 zakte de markt ongeveer 20% vanaf de piek. Zo’n gemiddelde zegt weinig over de kalender, maar wel iets over de voorbereiding die beleggers van bedrijven mogen verlangen. Daar wringt het bij een dure S&P 500. Hoe hoger de waardering, hoe minder ruimte er doorgaans is voor tegenvallers. Bedrijven met stabiele omzet, voorspelbare kasstromen en een houdbaar dividend krijgen dan vanzelf meer aandacht. Wall Street blijft gevoelig voor correcties en waarderingsdruk Direct naar een onderdeel van dit artikel Realty Income dempt vaker de klap Procter & Gamble blijft kasmachine WM verdient aan noodzakelijke diensten Correcties testen dividend aandelen echt Volgende daling wordt de proef Realty Income dempt vaker de klap Realty Income, een real estate investment trust, presteerde sinds de beursnotering in 1994 in 11 van de 13 correcties beter dan de S&P 500. Gemiddeld daalde Realty Income in die periodes 2,6%, terwijl de S&P 500 gemiddeld 22,6% verloor. Dat is een groot verschil, al blijft het verleden geen garantie voor de volgende daling. De vastgoedportefeuille van Realty Income bestaat uit winkelpanden, industriële objecten, gamingvastgoed en datacenters. Die panden zijn grotendeels verhuurd via langlopende net leasecontracten, waarbij huurders een belangrijk deel van de kosten dragen. Meer dan 90% van de retailhuur komt van huurders in niet discretionaire en servicegerichte activiteiten. Die huurders zijn relevant. Klanten blijven ook in mindere tijden naar veel van deze bedrijven gaan, waardoor de huurinkomsten minder gevoelig zijn voor een afkoelende economie. Die kasstroom ondersteunt het maandelijkse dividend, dat sinds 1994 al 136 keer is verhoogd. Het dividendrendement ligt op 6%. Realty Income heeft ook een beta van 0,5, tegenover 1,0 voor de S&P 500. Het aandeel bewoog historisch dus ongeveer half zo sterk als de brede markt, maar ook vastgoedfondsen kunnen hard geraakt worden als beleggers risico afbouwen. Procter & Gamble blijft kasmachine Procter & Gamble, het bedrijf achter huishoudelijke consumentenproducten als Bounty, Charmin, Crest en Dawn, heeft een eenvoudiger verdedigingslinie: mensen blijven basisproducten kopen. De vraag naar deze producten is minder cyclisch dan bij veel andere sectoren. Dat maakt de kasstroom van P&G opvallend robuust. Het dividendverleden is uitzonderlijk lang. Procter & Gamble betaalt sinds de oprichting in 1890 elk jaar dividend en verhoogde de uitkering 70 jaar op rij. Daarmee behoort het bedrijf tot de Dividend Kings, ondernemingen met minstens 50 jaar aan jaarlijkse dividendverhogingen. Achter die reeks staat nog altijd veel geld. Procter & Gamble genereerde het afgelopen jaar 19,6 miljard dollar aan cash. Daarvan ging 10,2 miljard dollar naar dividend en 5 miljard dollar naar aandeleninkopen. Helemaal zonder tegenwind is het verhaal niet. Inflatie drukt op korte termijn op kosten en marges. Het bedrijf mikt op langere termijn op winstgroei per aandeel van midden tot hoge enkelcijferige percentages, maar de vraag blijft hoeveel van die stabiliteit al in de waardering zit. Procter & Gamble blijft defensief ondanks tragere consumentenvraag WM verdient aan noodzakelijke diensten WM, aanbieder van milieudiensten in Noord Amerika, draait om een activiteit die bedrijven en huishoudens moeilijk kunnen uitstellen. Afval en recyclebare materialen moeten worden opgehaald en verwerkt. Zorginstellingen moeten medisch afval veilig afvoeren en bedrijven moeten vertrouwelijke informatie laten vernietigen. Die noodzaak geeft WM een andere vorm van defensieve kracht dan een consumentenmerk of vastgoedfonds. Afvalstromen verdwijnen niet omdat de beurs daalt. Dat zegt niet dat de winst immuun is, maar de vraag naar de kernactiviteit is minder afhankelijk van markthumeur. WM gebruikt de stabiele kasstroom voor groei, overnames en investeringen. Tegelijk blijft er geld over voor dividend, aandeleninkopen en een stevig financieel profiel. Het bedrijf heeft de uitkering 23 jaar op rij verhoogd. Over het afgelopen decennium groeide het dividend samengesteld met 8,6% per jaar. Het huidige dividendrendement ligt bijna op 2%. De beta van 0,56 wijst op lagere historische beweeglijkheid dan de S&P 500, wat in een correctie waardevol kan zijn zolang de operationele prestaties overeind blijven. Correcties testen dividend aandelen echt Correcties voelen zelden rationeel op het moment dat ze plaatsvinden. Koersen dalen snel, nieuws wordt somberder en sterke bedrijven worden vaak mee verkocht met zwakkere namen. De brede markt herstelt doorgaans sterk in de 12 maanden na een dip, maar die periode voelt achteraf altijd eenvoudiger dan op het moment zelf. Daarom draait het bij defensieve dividend aandelen minder om het voorspellen van de bodem. Het gaat om de vraag of de onderliggende bedrijven genoeg kasstroom blijven maken om hun dividendbeleid vol te houden. Realty Income, Procter & Gamble en WM hebben daarvoor ieder een eigen route: huurcontracten, dagelijkse consumentenproducten en noodzakelijke milieudiensten. Dat maakt de drie namen niet risicoloos. Ook defensieve aandelen kunnen dalen wanneer beleggers massaal verkopen. Het verschil zit vooral in de bron van de winst en in de kans dat het dividend overeind blijft wanneer de S&P 500 opnieuw onder druk komt. Volgende daling wordt de proef De S&P 500 kan duur blijven en nog verder stijgen voordat de volgende correctie komt. Markten houden zich niet netjes aan historische gemiddelden. Juist daarom is de waardering nu zo’n belangrijk discussiepunt. Voor Realty Income, Procter & Gamble en WM ligt de lat niet bij een spectaculair groeiverhaal. De lat ligt bij voorspelbare kasstromen, lagere beweeglijkheid en een dividend dat ook in slechtere markten houdbaar blijft. Dat is minder spannend dan momentum, maar vaak relevanter zodra koersen beginnen te schuiven. De volgende beurscorrectie wordt daarmee de echte test voor dividend aandelen. Als de S&P 500 opnieuw fors terugvalt, moeten Realty Income, Procter & Gamble en WM bewijzen dat hun defensieve reputatie meer is dan een mooi historisch gemiddelde.

  • Meta en Alphabet staan onder hun piek en dat is een kans tot 2030

    In het kort Meta en Alphabet groeiden in het laatste kwartaal allebei met meer dan 20%, een fors tempo voor bedrijven van deze omvang. Meta haalt vrijwel alle omzet uit advertenties, terwijl Alphabet zijn groeiverhaal steeds meer aan Google Cloud ophangt. De hoge investeringen drukken de vrije kasstroom, waardoor vooral de duurzaamheid van die groei nog moet blijken. Het Meta aandeel is teruggevallen terwijl de omzet nog met 28% groeit, en precies daar zit de spanning voor beleggers. Meta Platforms sloot op 24 september op $777,59 en noteert nu rond $731, ruim 7% onder de recordslotkoers van $790 in augustus 2025. Alphabet, het moederbedrijf van Google, staat rond $351 en noteert ongeveer 13% onder de recordslotkoers van $402,62 van 13 mei. Beide bedrijven horen bij de Magnificent Seven en beide groeien nog altijd hard. Dat maakt de terugval in de koersen op zichzelf niet genoeg om het verhaal aantrekkelijk te maken. De vraag is scherper: kunnen Meta’s advertentiemachine en Google Cloud de zware investeringen dragen zonder dat de winst te veel wordt geraakt? Zuckerberg koppelt Meta’s groei steeds nadrukkelijker aan AI Direct naar een onderdeel van dit artikel Meta advertenties blijven de motor Muse is nog geen tegengewicht Meta kosten lopen hard op Alphabet krijgt steun van Cloud Alphabet backlog koopt tijd Meta en Alphabet kasstroom knelt Meta advertenties blijven de motor Meta blijft in de kern een advertentiebedrijf. Van de $60,8 miljard omzet in het tweede kwartaal kwam $59,4 miljard uit advertenties. Voor het Meta aandeel draait het verhaal richting 2030 dus vooral om de vraag of die advertentiemotor op hoog toerental blijft draaien. De cijfers waren nog sterk. De gemiddelde prijs per advertentie steeg met 12% ten opzichte van een jaar eerder en het aantal advertentievertoningen nam met 14% toe. Samen leverde dat 27% groei van de advertentieomzet op. Meta schrijft een deel van die verbetering toe aan artificial intelligence. Verbeteringen aan AI modellen die advertenties rangschikken, verhoogden de conversies op Facebook in het kwartaal met 15,7%. Topman Mark Zuckerberg zei daarover in juli: “On a dollar basis, our ads business is reporting faster year-over-year revenue growth than any other company's reported ad business -- so these AI investments are paying off,” Google Cloud leunt op zware investeringen in datacenters Muse is nog geen tegengewicht Meta probeert naast advertenties een tweede inkomstenstroom op te bouwen. Muse, de persoonlijke AI agent die het bedrijf op 8 september uitbracht, werkt met maandabonnementen van $20 en $100. Voorlopig blijft dat klein naast de advertentietak. De inkomsten uit zulke abonnementen vallen waarschijnlijk in dezelfde omzetregel als betaalde berichten via WhatsApp. Die regel leverde in het kwartaal april tot en met juni ongeveer $1 miljard op. Dat is minder dan 2% van de totale omzet van Meta. Daar wringt het. Muse kan groeien, maar verandert het profiel van Meta nog niet wezenlijk. De advertentietak is groot genoeg om het bedrijf te dragen, maar die afhankelijkheid maakt elke vertraging direct relevant. Nasdaq blijft gevoelig voor kasstroomdruk bij grote techfondsen Meta kosten lopen hard op De omzetgroei bij Meta vertraagde van 33% in het eerste kwartaal naar 28% in het tweede kwartaal. Voor het derde kwartaal rekent het bedrijf op $61 miljard tot $64 miljard omzet, goed voor 19% tot 25% groei. Dat blijft stevig, maar het tempo loopt terug. De kosten bewegen de andere kant op. In het tweede kwartaal stegen de kosten met 55%, inclusief ongeveer $3,6 miljard aan juridische en ontslagkosten. Daardoor daalde het operationeel inkomen met 8% en viel de winst per aandeel met 13% terug. Meta rapporteerde nog altijd $15,85 miljard nettowinst. Dat is veel, maar Wall Street kijkt vooral naar de richting. Als advertentiegroei afkoelt terwijl de investeringen hoog blijven, wordt de ruimte voor tegenvallers kleiner. Alphabet krijgt steun van Cloud Bij Alphabet komt nog steeds meer dan de helft van de omzet uit zoekadvertenties. Toch ligt de groeicase voor de komende jaren steeds meer bij Google Cloud. Dat onderdeel groeit sneller en wordt winstgevender. Google Cloud verhoogde de omzet in het tweede kwartaal met 82% naar $24,8 miljard. De groei versnelde ten opzichte van 63% in het eerste kwartaal en 48% in het vierde kwartaal van 2025. Het operationeel inkomen verdrievoudigde ruimschoots tot $8,8 miljard. Ook de marge is opvallend. De operationele marge van Google Cloud steeg van 20,7% een jaar eerder naar 35,6%. Cloud is inmiddels goed voor ongeveer 21% van de omzet van Alphabet, tegenover 14% in het tweede kwartaal van 2025. Alphabet backlog koopt tijd Het sterkste cijfer bij Alphabet is de backlog van Google Cloud. Eind juni stond er $514 miljard aan gecontracteerde omzet die nog niet is geboekt. Het management verwacht iets meer dan de helft daarvan binnen 24 maanden te verwerken. Gelijk verdeeld zou dat neerkomen op meer dan $125 miljard omzet per jaar. Dat ligt boven het tempo van ongeveer $99 miljard op basis van de omzet in het tweede kwartaal. Voor Alphabet geeft die backlog meer zicht op toekomstige omzet dan een los kwartaalcijfer. Toch is backlog geen winst. Alphabet moet eerst capaciteit bouwen, en die rekening is fors. Als Google Cloud vertraagt voordat de contracten echt in omzet en winst terechtkomen, kan ook bij Alphabet de winst onder druk komen. Meta en Alphabet kasstroom knelt Bij Meta en Alphabet ligt de kwetsbare plek in de vrije kasstroom. Meta plant dit jaar kapitaaluitgaven van $130 miljard tot $145 miljard. In het tweede kwartaal bleef de vrije kasstroom steken op $784 miljoen. Alphabet zit met hetzelfde probleem, maar op grotere schaal. Het bedrijf verwacht in 2026 kapitaaluitgaven van $195 miljard tot $205 miljard. CFO Anat Ashkenazi zei in juli dat de uitgaven in 2027 “increase significantly in 2027”. Die investeringen duwden de vrije kasstroom van Alphabet in het tweede kwartaal naar negatief $5,9 miljard. Naarmate nieuwe apparatuur in gebruik wordt genomen, lopen ook de afschrijvingen op. Het Meta aandeel moet nu bewijzen dat AI de advertentiewinst blijft voeden, terwijl Alphabet moet laten zien dat Google Cloud de enorme backlog kan omzetten in blijvende kasstroom.

  • Is dit na de daling het instapmoment voor SpaceX?

    In het kort Het SpaceX aandeel staat rond $159, terwijl analisten gemiddeld $223 als koersdoel noemen. Die waardering leunt zwaar op Musks omzetdoel van $1 biljoen in 2030, terwijl Starship en Starmind nog bewijs moeten leveren. De spanning zit in de foutmarge: bij een voorzichtiger scenario komt de auteur uit op $78 per aandeel. Het SpaceX aandeel noteert rond $159, maar Wall Street hanteert gemiddeld $223 als koersdoel. Dat verschil van ongeveer 40% verklaart waarom het aandeel veel aandacht krijgt bij professionele en particuliere beleggers. Toch zit precies daar de waarschuwing. Volgens de auteur betaalt de markt nu alsof bijna alles bij SpaceX goed moet gaan. Space Exploration Technologies, ticker SPCX, is een van de opvallendste namen op Wall Street en Main Street. Particuliere beleggers kochten vroeg veel stukken, maar recente verkoop heeft de netto instroom teruggebracht tot ongeveer $3,4 miljard. Het aandeel blijft populair, maar de onaantastbaarheid is er wat af. De discussie draait niet om de vraag of SpaceX groot kan worden. De auteur erkent dat het bedrijf meerdere markten kan veranderen en zeer hard kan groeien. De vraag is hoeveel van die toekomst al in de koers zit. Elon Musk mikt op $1 biljoen omzet in 2030. Volgens de auteur behandelt de markt dat doel te veel als een bijna zekere uitkomst. Zijn oordeel is ongezouten: “I think most are overpaying for the stock.” Elon Musk blijft bepalend voor de waardering van SpaceX Direct naar een onderdeel van dit artikel Starlink levert, Starmind belooft Starship moet kosten breken Kapitaalrekening maakt waardering kwetsbaar Regels kunnen SpaceX afremmen Lagere rekensom legt lat bloot Starlink levert, Starmind belooft Starlink, de satellietinternetdienst van SpaceX, is het meest tastbare groeiverhaal binnen het bedrijf. De dienst levert snel internet op afgelegen plekken waar gewone infrastructuur ontbreekt. Starlink heeft inmiddels 12 miljoen abonnees en verdubbelde in het afgelopen kwartaal op jaarbasis. Dat is groei die beleggers kunnen volgen. Starlink laat zien dat SpaceX niet alleen raketten lanceert, maar ook diensten verkoopt met terugkerende inkomsten. Dat maakt het verhaal steviger dan een puur technisch ruimtevaartproject. Starmind is een ander verhaal. Die orbitale computernodes moeten zonne energie en koeling door het vacuüm van de ruimte gebruiken om datacenterclusters efficiënter te laten draaien. Dat kan relevant worden voor AI training en inference, maar SpaceX heeft nu vooral prototypeontwerpen en nog geen bewezen verdienmodel. Starlink-schotels maken SpaceX’ terugkerende inkomsten zichtbaar Starship moet kosten breken Starship is de grote hefboom achter zowel Starlink als Starmind. De volledig herbruikbare super heavy lift raket moet meer satellieten tegelijk in een baan om de aarde brengen dan Falcon 9. Ook moet Starship de tijd tussen lanceringen verkorten. Die stap is essentieel voor de kosten. SpaceX moet sneller en goedkoper bandbreedte en computecapaciteit kunnen toevoegen aan zijn constellaties. Zonder die kostenverlaging blijven Starlink en Starmind gevoeliger voor vertragingen en knelpunten. Daar wringt het. Starship zit nog in de testfase en SpaceX moet zijn satelliet en rakettechnologie verder perfectioneren. De auteur zegt het scherp: “There's no margin for error in SpaceX stock today.” Starship-fabriek moet lagere lanceerkosten voor satellietnetwerken mogelijk maken Kapitaalrekening maakt waardering kwetsbaar De optimistische rekensom voor SpaceX vraagt om enorme omzet. In een scenario met $666 miljard omzet zou het bedrijf volgens de auteur $4 biljoen tot $6 biljoen waard kunnen zijn, uitgaande van zes tot negen keer de omzet. Bij een vereist rendement van 15% komt hij dan uit op ongeveer $217 per aandeel vandaag. Op papier lijkt de koers rond $159 dan laag. Maar die uitkomst werkt alleen als SpaceX uitzonderlijk goed uitvoert. “The problem is that's the price I'd pay if everything goes great,” schrijft de auteur, gevolgd door: “I don't have much confidence that those numbers are achievable.” De financiering maakt de lat nog hoger. SpaceX zal naar verwachting jarenlang geen positieve vrije kasstroom genereren. Morgan Stanley analist Adam Jonas schat dat het bedrijf tussen 2027 en 2034 $672 miljard aan extern kapitaal nodig heeft. Regels kunnen SpaceX afremmen SpaceX heeft goedkeuring nodig om tienduizenden satellieten te lanceren voor Starlink en Starmind. Het bedrijf heeft ook licenties voor draadloos spectrum nodig om data te verzenden. Een deel van die licenties werkt per land, wat de uitrol duurder en ingewikkelder maakt. Toezichthouders kunnen terughoudend worden als SpaceX een te dominante positie krijgt in een lage baan om de aarde. De vrees is dat congestie toekomstige lanceringen kan blokkeren. Voor een bedrijf dat juist op schaal moet winnen, is dat geen klein detail. Elke technische of regelgevende vertraging schuift positieve kasstroom verder naar achteren. Ondertussen loopt de financieringsbehoefte door. Als de schuldmarkten niet genoeg ruimte bieden, kan nieuwe aandelenuitgifte bestaande aandeelhouders verwateren. Lagere rekensom legt lat bloot De auteur rekent liever met $300 miljard omzet in 2030. Bij zes keer de omzet komt dat neer op een marktwaarde van $1,8 biljoen. Met een vereist rendement van 15% komt hij uit op $78 per aandeel vandaag. Dat cijfer is geen oordeel dat SpaceX zal mislukken. Het is vooral een maat voor de foutmarge die volgens de auteur nodig is bij zoveel onzekerheid rond technologie, kapitaal en regelgeving. Zelfs bij dat niveau blijft hij voorzichtig: “Even then, I'd keep my position relatively small.” De vergelijking met Tesla ligt op de achtergrond. Beleggers kunnen lang bereid zijn hoge prijzen te betalen voor de belofte dat grote investeringen later renderen. Voor het SpaceX aandeel wordt 2030 daarmee het ijkpunt: Starlink groeit al hard, maar Starship, Starmind en de financiering moeten nog bewijzen dat Musks omzetdoel meer is dan een zeer ambitieuze rekensom.

  • Na de koersval van MercadoLibre wijst Michael Burry ernaar

    In het kort Het MercadoLibre aandeel staat bijna een derde onder de piek van 2025, terwijl tech aandelen en de S&P 500 rond recordniveaus bewegen. Michael Burry koopt bij omdat hij denkt dat beleggers te veel aandacht geven aan AI aandelen en te weinig aan winstgevende groei buiten die hoek. De grote test is of MercadoLibre zijn sterke omzetgroei kan omzetten in winstgroei, zonder dat concurrentie en kredietrisico het verhaal aantasten. Het MercadoLibre aandeel is hard teruggevallen in een markt die juist bereid blijft om veel te betalen voor groei. Bijna een derde van de piek in 2025 is verdwenen, terwijl tech aandelen en de S&P 500 rond recordniveaus bewegen. Juist dat contrast trekt Michael Burry aan, de belegger die bekend werd met zijn inzet tegen de Amerikaanse huizenmarkt voor de crash van 2008. Burry heeft MercadoLibre dit jaar meerdere keren gekocht. Dat valt extra op omdat hij ook shortposities tegen Nvidia en Palantir innam. Zijn punt is helder: beleggers jagen massaal op AI aandelen, waardoor sterke groeibedrijven buiten die hoek goedkoper worden. MercadoLibre is al sinds zijn beursgang in 2007 een van de opvallende groeiers in Latijns Amerika. Het bedrijf combineert online handel, betalingen en krediet in markten waar de digitale economie nog ruimte heeft om door te groeien. De koersdaling zegt dus niet dat de groei is verdwenen, maar wel dat beleggers kritischer zijn geworden op de prijs die voor die groei wordt betaald. De zorgen zijn concreet. Concurrenten als Amazon en Sea Limited voeren hun investeringen in de regio op. Dat kan verzending goedkoper maken voor klanten, maar duurder voor MercadoLibre zelf. De krediettak maakt het beeld gevoeliger. Krediet kan klanten langer aan het platform binden, maar groei in leningen brengt altijd risico met zich mee. Daar zit de spanning: MercadoLibre investeert in een sterker ecosysteem, terwijl beleggers intussen lagere marges zien. Direct naar een onderdeel van dit artikel Burry kijkt naar de verkeerde hoek Omzetgroei blijft MercadoLibre dragen MercadoPago maakt groei minder schoon Concurrentie houdt MercadoLibre scherp MercadoLibre moet winstgroei bewijzen Burry kijkt naar de verkeerde hoek Burry ziet in MercadoLibre geen bedrijf dat zijn beste tijd heeft gehad. Hij ziet vooral een groeibedrijf dat tijdelijk minder geliefd is omdat de markt elders opwinding zoekt. Zijn vergelijking met 1999 is niet subtiel: toen liepen technologieaandelen hard op en bleven andere kwaliteitsbedrijven achter. Volgens Burry gebeurt nu iets vergelijkbaars rond AI aandelen. Nvidia en Palantir trekken veel aandacht, terwijl MercadoLibre buiten die hype valt. Dat maakt zijn positie interessant, niet omdat Burry automatisch gelijk krijgt, maar omdat hij precies kijkt naar het deel van de markt waar anderen minder geduld hebben. Zijn redenering draait om de investeringen van MercadoLibre. Het bedrijf steekt geld in logistiek, lagere drempels voor gratis verzending en de verdere groei van krediet. Die keuzes drukken op korte termijn op marges, maar kunnen de positie in online handel en fintech versterken. MercadoLibre investeert in Brazilië om zijn groeivoorsprong te verdedigen Omzetgroei blijft MercadoLibre dragen MercadoLibre heeft inmiddels dertig kwartalen op rij de omzet met minstens 30% verhoogd. Voor een groot beursgenoteerd bedrijf is dat uitzonderlijk, zeker voor een onderneming die al sinds 2007 op de beurs staat. Dat cijfer is de sterkste kaart in het verhaal van Burry. In het tweede kwartaal steeg de omzet met 50% naar 10,2 miljard dollar. Op valutaneutrale basis bedroeg de groei 43%. De groei kwam niet uit één hoek, maar uit zowel fintech als online handel. Ook de onderliggende gebruikscijfers bewegen de goede kant op. Assets under management per gebruiker en verkochte items per koper blijven stijgen. Dat is relevant, omdat het laat zien of MercadoLibre alleen harder verkoopt of ook dieper in het dagelijks gebruik van klanten komt. MercadoPago versterkt fintechgroei met betalingen in Latijns-Amerika MercadoPago maakt groei minder schoon MercadoPago is een belangrijk deel van het groeiverhaal. De fintech activiteiten groeien vooral in Brazilië en Mexico, twee markten waar MercadoLibre zijn platform verder probeert te verbreden. Betalingen, handel en krediet schuiven daardoor steeds dichter naar elkaar toe. Dat kan een sterke combinatie zijn. Een klant die koopt, betaalt en krediet gebruikt binnen hetzelfde platform, heeft minder reden om naar een concurrent te gaan. Voor MercadoLibre verklaart dat waarom het bedrijf blijft investeren, ook als de winstgevendheid tijdelijk minder strak oogt. Daar wringt het voor Wall Street. Beleggers willen groei, maar worden nerveus als die groei duurder wordt. Bij MercadoLibre draait de discussie daarom niet om de vraag of de omzet stijgt, maar om de vraag hoeveel winst er uiteindelijk overblijft. Concurrentie houdt MercadoLibre scherp De verkoopgolf in MercadoLibre laat zien dat beleggers lagere marges niet zomaar wegwuiven. Amazon en Sea Limited hebben de middelen om marktaandeel aan te vallen. Als die strijd langer duurt, kan winstgroei later komen dan optimisten verwachten. Maandag kreeg het aandeel wel steun uit de regio. MercadoLibre steeg 9,7%, terwijl Braziliaanse aandelen opliepen na de sterke verkiezingsuitslag van Flavio Bolsonaro, die wordt gezien als zakelijk vriendelijke kandidaat. Zo’n dagwinst verandert het debat niet, maar laat wel zien hoe snel het beeld rond Latijns Amerika kan draaien. Analisten rekenen voor volgend jaar op bijna 50% groei van de winst per aandeel, naar 55,95 dollar. Dat is de lat waar MercadoLibre nu tegen wordt afgezet. De waardering laat ruimte voor een groeiverhaal, maar weinig voor een scenario waarin marges en kredietverliezen tegelijk tegenvallen. MercadoLibre moet winstgroei bewijzen Voor het MercadoLibre aandeel draait de volgende fase om bewijs. De omzetgroei is indrukwekkend, maar de beurs wil zien dat investeringen in logistiek, verzending, MercadoPago en krediet ook weer harder in de winst zichtbaar worden. Zolang Amazon, Sea Limited en kredietrisico in beeld blijven, blijft de twijfel logisch. Burry heeft zijn kant gekozen, maar dat maakt de uitkomst niet zeker. Zijn aankoop zegt vooral iets over waar hij denkt dat de markt te streng is geworden. Bij de volgende cijfers moet MercadoLibre laten zien dat dertig kwartalen omzetgroei geen eindpunt waren, maar de basis voor winstgroei die de huidige waardering kan dragen.

bottom of page