top of page

Search this site

14109 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Bij crashangst kijk ik naar Berkshire en twee financiële aandelen

    In het kort Hoge beurswaarderingen en zorgen over een AI bubbel maken een bearmarkt opnieuw een serieus scenario. Berkshire Hathaway, Realty Income en Progressive hebben elk een andere verdedigingslijn: cash, huurinkomsten en verzekeringspremies. De vraag is hoeveel bescherming die buffers bieden als stijgende rentes en marktangst tegelijk toeslaan. De beurs is niet meer zo duur geweest sinds de aanloop naar het barsten van de dotcombubbel. Tegelijk noemen veel mensen op Wall Street de huidige AI hausse een “artificial intelligence bubble”. Dat maakt financiële aandelen niet automatisch veilig, maar het verklaart wel waarom Berkshire Hathaway, Realty Income en Progressive opnieuw in beeld komen bij beleggers die naar defensie zoeken. De lijst met zorgen is bekend: geopolitieke conflicten, hoge schulden wereldwijd en inflatie. Een beurscrash zou in zo’n omgeving geen grote verrassing zijn. De lastige waarheid blijft dat niemand weet wanneer een bearmarkt begint, en dat dezelfde risico’s ook kunnen wegebben zonder grote schade. Warren Buffett blijft gezicht van Berkshires defensieve kaspositie Direct naar een onderdeel van dit artikel Berkshire Hathaway heeft cash achter de hand Abel moet rust bewijzen Realty Income leeft van huurdiscipline Bezetting bleef overeind in crisis Progressive verdient aan premies Rente blijft de zwakke plek Financiële aandelen wachten op de test Berkshire Hathaway heeft cash achter de hand Berkshire Hathaway eindigde het tweede kwartaal met meer dan 350 miljard dollar aan cash. Dat is veel geld, zelfs voor het grote conglomeraat dat bekend werd door Warren Buffett, een van de meest gerespecteerde beleggers van de moderne tijd. In een dalende markt is zo’n kaspositie niet alleen een buffer, maar ook bewegingsruimte. Juist daar zit de kern van het Berkshire verhaal. Buffett bouwde zijn reputatie mede op door rustig te blijven wanneer anderen nerveus werden. Als markten hard dalen, kan cash het verschil maken tussen gedwongen verkopen en selectief kopen. Greg Abel, die tientallen jaren onder Buffett werkte, heeft de leiding overgenomen. Hij is geen kopie van Buffett en zal eigen accenten leggen. Toch ligt een breuk met het model van Berkshire niet voor de hand, omdat het concern juist leunt op discipline, geduld en financiële ruimte. Realty Income leunt op huurinkomsten en hoge bezettingsgraden Abel moet rust bewijzen Voor Berkshire Hathaway draait de volgende test minder om het verleden dan om Abel. De kaspositie geeft hem tijd, maar reputatie ontstaat pas in moeilijke markten. Buffett heeft die reputatie al; Abel moet haar nog waarmaken. Dat maakt de opvolging relevant voor beleggers. Een groot bedrag aan cash klinkt defensief, maar het wordt pas waardevol als het goed wordt ingezet. Bij een echte bearmarkt zal blijken of Abel dezelfde koelbloedigheid toont als zijn voorganger. De uitgangspositie is in elk geval stevig. Berkshire hoeft niet te hopen op gunstige marktomstandigheden om te overleven. Het concern kan wachten, en wachten is op Wall Street soms een onderschat wapen. Realty Income leeft van huurdiscipline Realty Income staat aan de andere kant van het financiële spectrum. Het vastgoedfonds, een REIT, is gevoelig voor stijgende rentes en hogere obligatierentes. Beleggers hebben het aandeel daardoor minder aantrekkelijk gevonden, waardoor het dividendrendement is opgelopen naar 6%. Dat hoge dividendrendement komt dus niet uit het niets. Hogere rentes maken vastgoedfondsen minder populair, omdat alternatieven met rente inkomsten aantrekkelijker worden. Tegelijk dwingt zo’n omgeving beleggers om scherper te kijken naar de houdbaarheid van de huurinkomsten. Daar heeft Realty Income wel een staat van dienst. Het fonds verhoogde het dividend meer dan 30 jaar op rij. Die reeks liep door de dotcombubbel, de Great Recession en de coronapandemie heen, wat meer zegt dan een mooie dividendbelofte in rustige tijden. Bezetting bleef overeind in crisis Tijdens eerdere crises hield Realty Income opvallend veel huurders vast. In de Great Recession zakte de bezettingsgraad nooit onder 96%. Voor een vastgoedfonds is dat geen bijzaak, want huurinkomsten vormen de basis onder het dividend. Het koersverloop rond de dotcombubbel laat ook zien waarom beleggers naar Realty Income kijken in onrustige markten. Het aandeel stond voorafgaand aan die bubbel al onder druk, maar steeg juist toen beleggers naar “safer” beleggingen zochten. De Great Recession was zwaarder, maar het herstel kwam sneller dan bij de brede markt. Toch blijft de rente de tegenkracht. Een dividendrendement van 6% oogt aantrekkelijk, maar de markt vraagt dat rendement niet voor niets. Bij Realty Income gaat het verhaal daarom niet alleen over dividendhistorie, maar vooral over de vraag of de vastgoedkasstroom sterk genoeg blijft als rente en recessievrees samen oplopen. Progressive verdient aan premies Progressive is een grote schadeverzekeraar met een stevige nadruk op autoverzekeringen. Dat geeft het bedrijf een relatief stabiele basis, omdat autobezitters hun auto wettelijk moeten verzekeren. De vraag naar autoverzekeringen verdwijnt daardoor minder snel dan de vraag naar veel andere producten. Het verzekeringsmodel werkt anders dan bij banken of vastgoedfondsen. Progressive ontvangt premies vooraf en betaalt claims later. In de tussentijd kan het bedrijf dat tijdelijke premiegeld, de float, beleggen. Die beleggingsportefeuille bedraagt 92 miljard dollar. Slechts 5% daarvan zit in aandelen, terwijl de rest grotendeels in obligaties is belegd. Daardoor raakt een brede aandelenverkoop Progressive minder direct dan bedrijven met een grote aandelenblootstelling. Rente blijft de zwakke plek Obligaties maken Progressive niet immuun voor marktdruk. Als rentes stijgen, dalen de waarden van bestaande obligaties. Dat is een duidelijk aandachtspunt voor een verzekeraar met een grote obligatieportefeuille. Tegelijk leveren obligaties rente inkomsten op. In een bearmarkt zoeken beleggers vaak naar voorspelbaardere inkomstenbronnen, en daar past het model van Progressive beter bij dan een bedrijf dat zwaar leunt op aandelenwinsten. De combinatie van verplichte autoverzekeringen, premies vooraf en beperkte aandelenblootstelling is defensief van karakter. De spanning zit in de rente. Progressive kan profiteren van rente inkomsten, maar hogere rentes drukken tegelijk op de waarde van obligaties. Dat maakt het aandeel geen schuilkelder, wel een financieel bedrijf met een andere risicobalans dan veel beursgevoelige namen. Financiële aandelen wachten op de test Elke bullmarkt wordt uiteindelijk gevolgd door een bearmarkt, en daarna meestal weer door een nieuwe bullmarkt. De volgorde is duidelijker dan de timing. Dat is precies waarom de huidige combinatie van dure markten, AI zorgen, inflatie en schulden zoveel aandacht trekt. Berkshire Hathaway, Realty Income en Progressive bieden drie verschillende verdedigingslijnen binnen financiële aandelen. Berkshire heeft cash en geduld. Realty Income leunt op huurinkomsten en een lange dividendreeks. Progressive haalt stabiliteit uit verzekeringspremies en een portefeuille die maar beperkt in aandelen zit. Of die eigenschappen genoeg zijn, blijkt pas wanneer de markt echt draait. Als de zorgen over een AI bubbel groter worden of obligatierentes opnieuw bewegen, krijgen deze financiële aandelen hun volgende test. Dan moet blijken of de defensieve reputatie van Berkshire Hathaway, Realty Income en Progressive meer is dan een comfortabel verhaal voor rustige beursdagen.

  • Maandelijks 500 dollar dividend uit Vanguard vraagt meer dan je denkt

    In het kort De Vanguard S&P 500 ETF is populair als groeifonds, maar dividend is bij VOO vooral bijzaak. Voor $500 per maand aan dividend is ongeveer $600.000 nodig, goed voor circa 857 participaties. De spanning zit in de keuze tussen brede groei via de S&P 500 en direct inkomen uit dividend. Voor $500 per maand aan Vanguard S&P 500 ETF dividend is ongeveer $600.000 nodig. Dat is de nuchtere rekensom achter een fonds dat inmiddels is uitgegroeid tot een vehikel van $1 trillion. VOO is groot geworden door de S&P 500, de “Magnificent Seven” en de hausse rond artificial intelligence, maar niet door een hoog dividend. Het huidige dividendrendement ligt rond 1%. Daarmee kan de ETF nog steeds inkomen opleveren, maar de lat ligt hoog. Voor particuliere beleggers is vooral dat onderscheid relevant: VOO is gebouwd rond brede blootstelling aan de Amerikaanse aandelenmarkt, niet rond maandelijkse inkomsten. Dividendinkomen vraagt bij VOO aanzienlijk meer kapitaal Direct naar een onderdeel van dit artikel VOO vraagt veel kapitaal S&P 500 leunt op technologie Dividend ETF heeft ander doel Groei blijft sterker verhaal VOO blijft wachten op bewijs VOO vraagt veel kapitaal Voor $500 per maand aan dividend is $6.000 per jaar nodig. Bij een dividendrendement van 1% kom je uit op een startbedrag van ongeveer $600.000. Dat bedrag maakt meteen duidelijk waarom VOO als inkomensbron een ander verhaal is dan VOO als groeifonds. De participaties van de Vanguard S&P 500 ETF noteren rond bijna $700. Op die prijs zijn ongeveer 857 participaties nodig om in de buurt te komen van $500 per maand aan dividend. Dat is geen kleine positie, ook niet voor beleggers die al langer vermogen hebben opgebouwd. Voor grote portefeuilles kan zo’n bedrag passen binnen een bredere verdeling. Voor veel particuliere beleggers is het vooral een stevige kapitaaldrempel. Het dividend is er wel, maar bij VOO blijft het eerder bijvangst dan de motor van het rendement. Technologiereuzen drukken dividendrendement van de S&P 500 S&P 500 leunt op technologie De lage uitkering komt niet uit de lucht vallen. De S&P 500 is de afgelopen jaren zwaarder gaan leunen op grote technologiebedrijven. Veel van die bedrijven keren weinig of geen dividend uit, omdat de markt vooral betaalt voor groei. De AI golf heeft dat effect versterkt. Aandelen die profiteren van kunstmatige intelligentie kregen een grotere rol in de index. Daardoor weegt een groep lager of niet uitkerende techaandelen zwaarder mee in de Vanguard S&P 500 ETF. Voor de koersontwikkeling van VOO heeft dat goed uitgepakt. Juist die technologiezwaarte maakte het fonds tot een sterke langetermijnbelegging. Maar dezelfde samenstelling maakt het minder logisch als primaire bron van passief dividendinkomen. Vanguard-kantoor symboliseert keuze tussen groei en dividendinkomen Dividend ETF heeft ander doel Een dividend ETF is gebouwd met een ander uitgangspunt. Zo’n fonds draait om uitkeringen, terwijl VOO simpelweg de brede S&P 500 volgt. Dat verschil lijkt technisch, maar voor de kasstroom in een portefeuille maakt het veel uit. Bij VOO is dividend onderdeel van het totale rendement. Het is niet de reden waarom het fonds zo dominant is geworden. De kern blijft blootstelling aan de Amerikaanse aandelenmarkt, met een flinke rol voor technologie en groei. Daar wringt het voor beleggers die vooral inkomen zoeken. Een brede indextracker kan uitstekend passen bij vermogensgroei, maar hoeft niet tegelijk een sterke maandelijkse inkomstenbron te zijn. Bij een dividendrendement van 1% is die beperking moeilijk weg te poetsen. Groei blijft sterker verhaal Het sterkste verhaal rond VOO blijft groei. Het fonds biedt brede spreiding over de S&P 500 en heeft volop meegeprofiteerd van de grote Amerikaanse technologiebedrijven. Dat verklaart waarom veel beleggers de ETF zien als kernpositie voor de lange termijn. De dividendvraag verandert daardoor niet. Een fonds kan groot, goedkoop in gebruik en breed gespreid zijn, maar toch weinig directe inkomsten opleveren. Bij VOO hangt het rendement vooral aan koersgroei en minder aan uitkeringen. Dat maakt de rekensom zo nuttig. $600.000 voor $500 per maand aan dividend is geen detail, maar een aanwijzing voor de rol van het fonds. VOO kan dividend betalen, maar het fonds is niet ontworpen om een portefeuille maandelijks van veel cash te voorzien. VOO blijft wachten op bewijs De vraag rond Vanguard S&P 500 ETF dividend is dus niet of er dividend binnenkomt. Dat gebeurt, zolang het fonds blijft uitkeren. De betere vraag is of een dividendrendement van 1% voldoende is voor een belegger die inkomen centraal stelt. Zolang de S&P 500 zwaar leunt op technologie en AI gerelateerde groei, blijft dat spanningsveld bestaan. VOO kan blijven werken als brede groeipositie, terwijl het dividend bescheiden blijft. Voor beleggers die naar inkomen kijken, ligt de volgende toets bij dezelfde simpele rekensom: hoeveel kapitaal is nodig, en hoeveel maandelijkse uitkering levert dat werkelijk op?

  • Wall Street wijst naar dit AI-chipaandeel van 2,4 biljoen dollar

    In het kort TSMC levert de productiecapaciteit achter veel AI chips van Nvidia, Apple en grote cloudklanten. Die rol geeft de chipfabrikant sterke prijszettingsmacht, zolang klanten weinig echte alternatieven hebben. De vraag is of de AI vraag en de marges hoog genoeg blijven om de huidige waardering te dragen. TSMC is uitgegroeid tot de fabriek achter een groot deel van de AI chiphausse. Het TSMC aandeel is daardoor geen zuivere gok op één winnaar in kunstmatige intelligentie, maar op de productiecapaciteit waar veel winnaars niet omheen kunnen. Dat verklaart waarom Wall Street het bedrijf graag een klassieke "Picks-and-Shovels" belegging noemt. Taiwan Semiconductor Manufacturing maakt chips die andere bedrijven ontwerpen. Nvidia ontwerpt zelf, maar laat de productie over aan TSMC. Ook Apple en grote cloudklanten gebruiken de capaciteit van de Taiwanese chipfabrikant voor computerchips, AI cloud computing en bredere cloudinfrastructuur. Die positie is aantrekkelijk, maar niet goedkoop in beleggersogen. TSMC heeft een beurswaarde van $2.4 trillion opgebouwd rond het idee dat de vraag naar geavanceerde chips hoog blijft. Daar begint ook de spanning: veel kracht zit al zichtbaar in de cijfers. TSMC breidt Taiwanese capaciteit uit voor de AI-chiphausse Direct naar een onderdeel van dit artikel Nvidia kan niet om TSMC heen HPC trekt TSMC omhoog Marge van TSMC oogt uitzonderlijk Taiwan blijft risico voor TSMC Waardering hangt aan AI chips Nvidia kan niet om TSMC heen Nvidia is voor zijn meest geavanceerde chips afhankelijk van TSMC. De chipontwerper produceert die chips niet zelf, maar stuurt de ontwerpen naar Taiwan Semiconductor Manufacturing. Volgens de huidige marktverhoudingen is TSMC de partij die deze geavanceerde chips op grote schaal kan maken. Dat geldt niet alleen voor Nvidia. Ook Intel heeft een deel van zijn geavanceerde chipproductie aan TSMC moeten uitbesteden. Apple laat het grootste deel van zijn computerchips door TSMC maken, terwijl hyperscalers de fabrieken gebruiken voor eigen chips in AI cloud computing. Die klantenbasis geeft TSMC prijszettingsmacht. Klanten kunnen niet zomaar overstappen naar een fabrikant met dezelfde schaal en techniek. Voor beleggers is dat de kern van het verhaal: TSMC verkoopt geen AI toepassing, maar schaarse productiecapaciteit. Sterke AI-vraag houdt Nvidia afhankelijk van TSMC-productie HPC trekt TSMC omhoog De groei zit vooral in high performance compute, de tak waarin veel vraag naar AI chips terechtkomt. De totale omzet bedroeg over de afgelopen twaalf maanden $143 billion. In het afgelopen kwartaal lag de omzet 34% hoger dan een jaar eerder. Het HPC segment groeide 20% ten opzichte van het vorige kwartaal. Inmiddels komt 66% van de totale activiteiten uit dat deel van het bedrijf. Dat cijfer maakt duidelijk hoe sterk TSMC is meegetrokken door de investeringsgolf in AI infrastructuur. Daar wringt ook iets. Zolang AI partijen als OpenAI en Anthropic grote bedragen blijven uitgeven aan training en gebruik van modellen, blijft de orderstroom stevig. Als die uitgaven afkoelen, krijgt TSMC dat waarschijnlijk snel te zien in nieuwe bestellingen. Bouw in Arizona moet HPC-capaciteit voor AI-chips vergroten Marge van TSMC oogt uitzonderlijk TSMC combineert groei met een winstgevendheid die ongewoon is voor een fabrikant. De operationele marge lag afgelopen kwartaal op 60%. Dat is opvallend voor een bedrijf dat zware investeringen moet doen in fabrieken en apparatuur. Toegepast op de omzet over de afgelopen twaalf maanden komt de winst uit op $86 billion. Die winstkracht verklaart waarom beleggers TSMC niet alleen zien als leverancier in de chipketen, maar als een van de grote winnaars van de AI infrastructuurhandel. De kwaliteit van de omzet telt hier net zo zwaar als de groei zelf. Maar marges van 60% zijn geen vanzelfsprekendheid. Als klanten harder onderhandelen of de vraag naar AI chips minder strak wordt, kan de winst sneller dalen dan de omzet. Dat maakt de marge misschien wel belangrijker dan het volgende omzetpercentage. Taiwan blijft risico voor TSMC TSMC blijft nauw verbonden met Taiwan. Dat maakt het bedrijf kwetsbaar voor de spanning rond China en de retoriek over een mogelijke invasie van het eiland. Weinig chipbedrijven dragen zo’n geopolitiek risico zo direct mee in hun beursverhaal. De onderneming probeert die afhankelijkheid te verkleinen. TSMC spreidt productie naar de U.S. en andere landen. Alleen al voor Amerikaanse fabrieken ligt er een investeringsplan van $265 billion, en een groot deel van die bouw is al afgerond. Toch verandert die spreiding niet meteen de kern. De belangrijkste productiecapaciteit en de strategische betekenis van het bedrijf blijven nauw verbonden met Taiwan. Dat risico verdwijnt niet uit de waardering, ook niet als er meer fabrieken buiten Taiwan bijkomen. Waardering hangt aan AI chips Het TSMC aandeel noteert op een trailing koers winstverhouding van 33. Dat oogt niet losgezongen van de recente groei, maar het laat ook zien dat beleggers stevige verwachtingen inprijzen. De markt betaalt voor een bedrijf dat groei, schaal en marge tegelijk levert. Het optimistische scenario is helder. Als de jaaromzet stijgt naar $200 billion en TSMC een marge van 60% vasthoudt, komt de winst uit op $120 billion. In zo’n geval krijgt de huidige waardering meer onderbouwing, zeker als Nvidia, Apple en hyperscalers blijven bestellen. Het andere scenario is scherper. Als de omzet in een vertraging terugvalt naar $125 billion en de marge zakt naar 45% of lager, daalt de winst naar $56 billion. Dat verschil laat zien hoe gevoelig het verhaal is voor een lagere AI vraag en minder uitzonderlijke marges. Voor het TSMC aandeel draait de volgende fase dus niet om erkenning van het belang van de chipfabrikant. Die erkenning is er al. Nieuwe orders van Nvidia, volumes bij Apple, investeringen van hyperscalers en de marges bij de komende kwartaalcijfers moeten laten zien of de AI vraag sterk genoeg blijft om dit waarderingsniveau te dragen.

  • Micron lijkt spotgoedkoop na topcijfers maar één risico beslist

    In het kort Micron kwam met cijfers en vooruitzichten die Wall Street ruimschoots overtroffen. AI datacenters houden DRAM, NAND en HBM schaars, waardoor klanten voorlopig weinig onderhandelingsruimte hebben. De open vraag blijft hoeveel winstkracht overblijft als prijzen voor gewone DRAM weer normaliseren. Het Micron aandeel schommelde na de cijfers tussen winst en verlies, ondanks een omzetstijging van $11,3 miljard naar $54,2 miljard. De geheugenmaker rapporteerde na de slotbel op 30 september resultaten over fiscaal Q4 die ruim boven de verwachting van $51,1 miljard lagen. Ook de vooruitzichten voor het lopende kwartaal kwamen hoger uit dan Wall Street had ingeschat. Dat de koers niet harder reageerde, zegt vooral iets over de lat. Voor de publicatie stond het aandeel in 2026 al meer dan 250% hoger en over het afgelopen jaar zelfs meer dan 450%. Bij zulke bewegingen is een sterk kwartaal geen verrassing meer, maar een voorwaarde. Micron-fabriek onderstreept hoge verwachtingen rond de geheugenmaker Direct naar een onderdeel van dit artikel DRAM krapte drijft Micron winst HBM voordeel heeft een keerzijde Contracten geven Micron meer zicht Datacenters trekken Micron breed mee Waardering is niet het hele verhaal DRAM krapte drijft Micron winst DRAM leverde in fiscaal Q4 73% van Microns omzet, met de rest vooral uit NAND, het flashgeheugen dat ook schaars is geworden. De uitbouw van AI infrastructuur slokt veel geheugen op, waardoor klanten weinig ruimte hebben om op prijs te onderhandelen. Dat zie je direct terug in de marges. De brutomarge steeg naar 86,8%, tegenover 44,7% een jaar eerder en 84,6% in fiscaal Q3. De aangepaste winst per aandeel liep op naar $25,11, tegen $3,03 een jaar eerder. Voor Micron is dit het soort kwartaal waarin de operationele hefboom maximaal werkt. Schaarse geheugenchips stuwen Microns marges naar uitzonderlijke niveaus HBM voordeel heeft een keerzijde HBM, geheugen met hoge bandbreedte, is de blikvanger in de AI markt. Het wordt samen gebruikt met AI chips en GPU's, omdat systemen anders kunnen vertragen terwijl ze wachten op data. Voor AI datacenters is HBM daardoor geen luxeproduct, maar een noodzakelijk onderdeel. Micron loopt in HBM niet voorop. Van de drie grote DRAM producenten heeft het bedrijf het kleinste marktaandeel en haalt het het kleinste deel van zijn geheugenomzet uit HBM. Opvallend genoeg werkte dat de laatste periode juist in zijn voordeel, omdat prijzen voor gewone DRAM en NAND sterker stegen dan die voor het duurdere HBM. Micron meldt wel dat de HBM omzet sneller groeit dan de totale omzet. Het bedrijf verwacht dat HBM leveringen tot en met 2028 sneller groeien dan DRAM. Bijna al het HBM aanbod voor kalenderjaar 2027 is al verkocht, met een stevige prijsverhoging. Contracten geven Micron meer zicht Micron verwacht dat DRAM en NAND in 2027 en 2028 beperkt beschikbaar blijven. Dat is opvallend, omdat de sector tegelijk rekent op groei van NAND leveringen in de mid 20% range en van DRAM leveringen in de low 20% range. Het bedrijf ziet nog geen duidelijk moment waarop vraag en aanbod in DRAM weer in balans komen. Die krapte levert Micron contracten op. Het bedrijf heeft 26 langetermijnovereenkomsten gesloten met een gezamenlijke waarde van $32 miljard. Die afspraken dekken naar schatting ongeveer 35% van de omzet tot en met 2030, met enkele contracten die nog verder doorlopen. De keerzijde is dat Micron zwaar blijft investeren. In de eerste helft van dit boekjaar wil het bedrijf $25 miljard uitgeven aan extra capaciteit. In de tweede helft moeten de kapitaaluitgaven nog hoger liggen, wat logisch is bij volle orderboeken maar gevoelig wordt zodra de cyclus draait. Datacenters trekken Micron breed mee De datacenteractiviteiten laten zien waar de vraag vandaan komt. De omzet uit cloudgeheugen steeg met meer dan 3,5 keer naar $16,3 miljard. De kernomzet uit datacenters ging van $1,6 miljard een jaar eerder naar $18 miljard. Ook buiten datacenters groeide Micron hard. De mobiele omzet steeg van $3,8 miljard naar $13,1 miljard. Automotive en embedded revenue liep op van $1,4 miljard naar $6,8 miljard. Voor fiscaal Q1 rekent Micron op ongeveer $61,5 miljard omzet en een brutomarge van ongeveer 86,25%. De aangepaste winst per aandeel moet rond $38,15 uitkomen op het middelpunt. Wall Street zat lager, met een verwachting van $57 miljard omzet en $35,40 aangepaste winst per aandeel. Waardering is niet het hele verhaal Op winstverwachtingen oogt het Micron aandeel laag gewaardeerd, maar daar wringt het precies. In de geheugenmarkt kunnen pieken hard zijn en dalen diep. Een lage beurswaardering zegt dan vooral dat beleggers de huidige winst niet zomaar doortrekken. Micron blijft sterk blootgesteld aan prijzen voor gewone DRAM. Die blootstelling maakte de laatste cijfers uitzonderlijk sterk, maar kan bij normalisatie ook de andere kant op werken. Rivaal SK Hynix staat sterker in HBM en haalt een groter deel van de omzet uit nieuwe generaties geheugen, wat het verschil in kwaliteit van omzet zichtbaar maakt. Voor het Micron aandeel ligt de lat na de rally hoog. Fiscaal Q1 moet laten zien of de huidige marges standhouden, terwijl beleggers tegelijk letten op prijzen voor DRAM, HBM leveringen voor 2027 en de oplopende kapitaaluitgaven. De cijfers zijn sterk genoeg; nu moet Micron bewijzen dat de winst niet alleen bij deze uitzonderlijke geheugenmarkt hoort.

  • Michael Burry mikt op een klap bij Micron en Nebius vóór juni 2027

    In het kort Michael Burry kocht putopties op Micron en Nebius die in juni 2027 aflopen. Zijn inzet draait om tragere groei van AI uitgaven aan geheugenchips, datacenters en compute capaciteit. De vraag is of Micron en Nebius al kwetsbaar worden zodra bedrijven minder hard investeren dan beleggers verwachten. Michael Burry richt zijn pijlen op AI aandelen die sterk leunen op blijvend hoge uitgaven aan chips en rekenkracht. De belegger werd bekend met zijn "big short" tegen de Amerikaanse huizenmarkt en kiest nu voor putopties op Micron en Nebius. Die opties lopen af in juni 2027 en geven hem hefboom op een daling. Dat is geen voorspelling met garantie, maar wel een duidelijk signaal. Burry ziet vooral risico op plekken waar beleggers volgens hem te weinig rekening houden met een vertraging in AI investeringen. Zijn eigen toelichting was kort: "As such, I want more leverage in my short positions. Better timelines make leverage more palatable." Eind september paste Burry zijn portefeuille aan. Hij sloot shortposities in sommige namen en stapte over op putopties met relatief lage uitoefenprijzen. Opvallend is dat Micron en Nebius juist opties kregen met een afloop in juni 2027, terwijl hij bij andere AI gerelateerde aandelen en indexfondsen ook voor september en december koos. Wall Street onder druk door zorgen over AI waarderingen Direct naar een onderdeel van dit artikel Micron aandeel hangt aan geheugenchips Nebius leunt op schaarse rekenkracht Ares Management raakt gevoelige snaar Chips reageren sneller dan datacenters Burry kiest een scherp tijdpad Micron aandeel hangt aan geheugenchips Het Micron aandeel draait in dit verhaal om geheugenchips voor datacenters. De vraag naar die chips is hard gestegen, terwijl de sector moeite heeft om snel genoeg productiecapaciteit bij te bouwen. Zolang die schaarste aanhoudt, kunnen Micron en sectorgenoten hogere prijzen vragen. Beleggers rekenen erop dat het aanbod pas in 2028 de vraag inhaalt. Burry kijkt naar een minder comfortabel scenario. Als AI uitgaven minder snel groeien dan verwacht, kan de markt eerder in balans komen zonder dat de vraag echt hoeft in te storten. Daar zit de kwetsbaarheid. Prijzen kunnen eerder pieken, en mogelijk op lagere niveaus dan nu in de verwachtingen zit. Burry wees ook op extra productie van geheugenchips in China, wat de prijsdruk in de sector kan vergroten. Micron bouwt capaciteit uit voor geheugenchips in datacenters Nebius leunt op schaarse rekenkracht Nebius verdient aan compute capaciteit voor klanten die snel toegang willen tot rekenkracht. Het bedrijf neemt het risico op zich van datacenterinfrastructuur en rekent een premie zolang GPU capaciteit schaars blijft. Dat werkt goed zolang klanten haast hebben en weinig alternatieven zien. Die premie is precies waar Burry kritisch naar kijkt. Een GPU server in een datacenter van Nebius is niet wezenlijk anders dan een GPU server in een datacenter van een grote hyperscaler. Als compute capaciteit minder schaars wordt, wordt het lastiger om daar extra voor te vragen. Voor Nebius komt daar de financiering bij. Het bedrijf werkt met operationele infrastructuur en activa die in waarde dalen. Bij een sterke groei van de vraag hoeft dat geen probleem te zijn, maar bij een afvlakking kan dezelfde structuur zwaarder gaan wegen. Grootschalige datacenters vergroten aanbod van schaarse AI rekenkracht Ares Management raakt gevoelige snaar Ares Management zette de verwevenheid van de AI handel scherp neer. De kern is simpel: de AI omzet moet groot genoeg worden om de enorme kapitaaluitgaven van de sector te dragen. Als die omzet tegenvalt, kunnen bedrijven hun geld anders gaan inzetten. Dat raakt precies de keten waar Micron en Nebius in zitten. Grote technologiebedrijven zijn in deze markt vaak tegelijk klant, leverancier en financier van elkaar. Die onderlinge afhankelijkheid kan lang goed gaan, maar maakt de sector ook gevoelig als één grote partij minder hard uitgeeft. Een vertraging hoeft geen abrupte stop te zijn. Minder hard investeren dan beleggers verwachten kan al genoeg zijn om de waardering van AI aandelen ter discussie te stellen. Dat is een nuchterder punt dan het woord zeepbel doet vermoeden, maar mogelijk wel relevanter voor de komende kwartalen. Chips reageren sneller dan datacenters Datacenters kosten een paar jaar om te bouwen en in te richten. Servers en netwerkapparatuur kunnen in enkele weken worden geplaatst. Dat verschil maakt uit wanneer bedrijven hun AI budgetten bijstellen. Hyperscalers geven bovendien veel meer uit aan chips dan aan gebouwen. Als de uitgaven worden teruggeschroefd, komt de eerste pijn daarom eerder terecht bij chips, geheugen en netwerkapparatuur dan bij de gebouwen zelf. Micron voelt dat via de prijs van geheugenchips. Nebius voelt dezelfde beweging via de prijs van compute capaciteit. Als klanten minder haast hebben of meer keuze krijgen, daalt de waarde van directe toegang tot GPU capaciteit. De markt hoeft dan niet volledig te draaien; een kleine verschuiving in verwachtingen kan al genoeg zijn. Burry kiest een scherp tijdpad Burry kocht putopties op Micron met uitoefenprijzen rond 500 dollar per aandeel. Zijn putopties op Nebius hebben uitoefenprijzen in de dubbele cijfers. Samen wijzen die posities op mogelijke dalingen van meer dan 50%. Dat klinkt fors, maar opties zeggen vooral waar Burry de kwetsbaarheid ziet. Hij kan de posities ook eerder sluiten als de markt al vóór juni 2027 in zijn richting beweegt. De afloopdatum laat vooral zien dat hij Micron en Nebius ziet als vroege plekken waar spanning in de AI handel zichtbaar kan worden. De vergelijking met zijn oude huizenmarktdeal ligt voor de hand, maar is niet één op één. Toen keek Burry naar hypotheekproducten die volgens hem te veilig werden behandeld. Nu kijkt hij naar AI aandelen waarvan de verwachtingen zwaar leunen op investeringen die elkaar blijven versterken. Voor het Micron aandeel blijft de vraag of geheugenchips schaars genoeg blijven om hoge prijzen te dragen. Voor het Nebius aandeel draait het om de premie op compute capaciteit en de houdbaarheid van investeringen in infrastructuur. Tot juni 2027 krijgt de markt genoeg momenten om te testen of Burrys sombere lezing van AI aandelen te vroeg is, of juist ongemakkelijk precies.

  • Alphabet meldt voor het eerst ooit een negatieve vrije kasstroom

    In het kort Alphabet rapporteerde in het tweede kwartaal voor het eerst een negatieve vrije kasstroom, ondanks 24% omzetgroei. De omslag komt door veel hogere AI investeringen en datacenters, waardoor de capex in het kwartaal verdubbelde naar $44.9 billion. De vraag voor beleggers is of de groei in cloud, apps en advertentietechnologie straks genoeg oplevert om die zwaardere kasstroomdruk te rechtvaardigen. Alphabet aandeel draait nog steeds op sterke groei, maar de financiële rekensom is minder schoon geworden. In het tweede kwartaal, dat eindigde op June 30, rapporteerde Alphabet voor het eerst een negatieve vrije kasstroom. Die kwam uit op -$5.9 billion. Dat is opvallend voor een bedrijf dat jarenlang juist bekendstond om hoge winsten en veel contanten. Van 2021 tot en met 2025 genereerde Alphabet samen $343 billion aan vrije kasstroom. In het tweede kwartaal van 2025 lag die vrije kasstroom nog op positief $5.3 billion. De omzet steeg in het kwartaal met 24% op jaarbasis en het operationeel inkomen liep 30% op. De beursreactie oogt nuchterder dan die groeicijfers doen vermoeden. Het aandeel stond per Sept. 30 dit jaar 10% hoger, na een winst van 163% over de afgelopen 36 maanden. Het Googleplex, symbool van Alphabet’s groeiende financiële complexiteit Direct naar een onderdeel van dit artikel AI maakt Alphabet kapitaalzwaarder Vrije kasstroom wordt het pijnpunt Schuld en verwatering tellen mee Waardering Alphabet vraagt meer bewijs Alphabet aandeel wacht op kasstroom AI maakt Alphabet kapitaalzwaarder De breuk zit niet in de vraag naar Google diensten, maar in de prijs van de AI race. Alphabet bouwt in hoog tempo technische infrastructuur uit voor meer rekenkracht. Dat vraagt om servers, datacenters, energie en vooral veel kapitaal. De kapitaalinvesteringen stegen in het tweede kwartaal met 100% op jaarbasis naar $44.9 billion. Voor heel 2026 rekent het management op capex van $195 billion tot $205 billion. Dat past minder bij het oude beeld van een internetbedrijf dat elke extra dollar omzet soepel omzet in vrije kasstroom. De formulering “This is no longer a capital-light operation” vat de omslag scherp samen. Ook “It has transitioned into a capital-intensive business” raakt de kern. Voor aandeelhouders is dat geen semantiek: meer winst moet eerst terug het bedrijf in voordat er ruimte is voor aandeleninkopen of extra financiële flexibiliteit. AI-uitbouw vraagt om datacenters, energie en fors meer kapitaal Vrije kasstroom wordt het pijnpunt Vrije kasstroom was jarenlang een van de sterkste argumenten achter Alphabet. Het bedrijf verdiende niet alleen veel, de winst kwam ook ruim binnen als contant geld. Die combinatie maakte het aandeel aantrekkelijk voor beleggers die groei zochten zonder zware balansdruk. Die vanzelfsprekendheid is verdwenen. Analisten rekenen op een FCF verlies van $8.1 billion in de tweede helft van dit jaar. Voor 2027 ligt de verwachting op een verlies van $32.4 billion. Dat zegt niet dat Alphabet operationeel zwak staat. De kernactiviteiten groeien nog altijd hard en cloud, apps en advertentietechnologie blijven grote winstbronnen. Maar de maatstaf waar beleggers nu scherper naar kijken, is de kasstroom nadat de investeringsrekening is betaald. Beleggers kijken bij Alphabet scherper naar vrije kasstroom Schuld en verwatering tellen mee Alphabet financiert de volgende groeifase niet alleen uit lopende kasstromen. Het bedrijf heeft aanzienlijke bedragen aan schuld en aandelenkapitaal opgehaald. De langlopende schuld staat inmiddels op $98.2 billion. Voor een bedrijf van deze omvang is dat geen directe alarmbel. Het verandert wel de balans van het verhaal. Meer schuld maakt Alphabet minder comfortabel gefinancierd dan in de jaren waarin kasstromen ruim boven de investeringen uitkwamen. Ook het verwaterde aantal uitstaande aandelen neemt langzaam toe. Tegelijk zijn aandeleninkopen gepauzeerd, terwijl buybacks eerder een belangrijk onderdeel waren van de kapitaalverdeling. Daar wringt het voor aandeelhouders: de groei is er, maar de zichtbare teruggave van kapitaal is voorlopig naar de achtergrond verdwenen. Waardering Alphabet vraagt meer bewijs De koers winstverhouding van 17.3 laat Alphabet op het eerste gezicht niet overdreven duur ogen. Alleen vertelt die maatstaf nu minder dan vroeger. De winst blijft hoog, maar de vrije kasstroom na investeringen is veel zwakker. Daarom valt de waardering op vrije kasstroom meer op. Het aandeel handelt op 79.2 keer FCF. Dat verschil laat zien hoe groot de kloof is tussen winst volgens de resultatenrekening en contanten die na de investeringsgolf overblijven. De optimistische lezing is helder genoeg. Alphabet ontwikkelt chips, traint grote taalmodellen, bouwt zijn clouddivisie uit en verwerkt AI in apps en advertentietechnologie. Wie het positieve verhaal volgt, gelooft dat die breedte later hogere omzet en betere marges oplevert. Alphabet aandeel wacht op kasstroom Voor het Alphabet aandeel draait het verhaal daardoor minder om de vraag of het bedrijf groeit. De cijfers geven voorlopig weinig reden om daaraan te twijfelen. De scherpere vraag is of AI en datacenters straks genoeg rendement opleveren om de huidige kapitaalhonger te dragen. Dat maakt de komende updates belangrijker dan een gewone groeimeting. Beleggers zullen niet alleen letten op omzet en operationeel inkomen, maar vooral op capex, vrije kasstroom en de snelheid waarmee cloud en AI toepassingen geld opleveren. Alphabet heeft nog altijd sterke posities, maar het oude verhaal van een kapitaallichte kasstroommachine is voorlopig ingeruild voor een zwaardere en minder vergevingsgezinde investeringsfase.

  • SoFi’s goedkope deposito’s zijn de motor achter de volgende winsttest

    In het kort SoFi noteerde op 6 oktober 2026 om 18.05 uur Nederlandse tijd op $16,01 op Nasdaq. De bankvergunning gaf toegang tot een grote depositobasis en daarmee potentieel goedkopere financiering dan kapitaalmarktleningen. Dat voordeel is waardevol, maar niet onbeperkt: spaarders verwachten rente, kredietverliezen kunnen oplopen en de koers vraagt stevige winstgroei per aandeel. SoFi wordt vaak beschreven als een financiële app. Dat klopt aan de voorkant, maar niet volledig aan de achterkant. Sinds de onderneming een bank werd, is de financieringskant minstens zo belangrijk als de gebruikersinterface. Een persoonlijke lening kan immers aantrekkelijk geprijsd lijken, maar de economische winst ontstaat pas nadat de kosten van geld, kredietverliezen, operationele kosten en belasting zijn betaald. Deposito’s veranderen die rekensom. Wanneer klanten hun salaris, spaargeld en betaalrekening bij SoFi aanhouden, krijgt de bank een relatief stabiele financieringsbron. Het alternatief kan een securitisatie, warehousefaciliteit of andere kapitaalmarktfinanciering zijn. Die bronnen blijven nuttig, maar zijn doorgaans gevoeliger voor marktstress en vaak duurder. Direct naar een onderdeel van dit artikel De bankvergunning als verborgen product Goedkope funding is relatief Kredietkwaliteit bepaalt wat overblijft De waardering vraagt meer dan één goed kwartaal Het sterkste tegenargument Drie scenario’s voor 2027 tot en met 2029 De controlelijst voor 27 oktober De bankvergunning als verborgen product Een bankvergunning staat niet als kleurrijke tegel in de app, maar werkt door in bijna elk financieel product. SoFi kan een deel van zijn leningen met deposito’s financieren, rente verdienen op het verschil tussen uitleenrente en financieringskosten en vervolgens klanten meer producten aanbieden. Dat verschil heet de netto rentemarge: wat na de directe rentekosten overblijft van de rente-inkomsten. Bij de cijfers van 29 juli rapporteerde SoFi volgens de officiële persberichtenpagina een record netto-omzet van $1,2 miljard en een nettowinst van $157 miljoen. Dat laat zien dat de onderneming winstgevend kan groeien. De derdekwartaalcijfers staan gepland voor 27 oktober 2026 vóór beurs. Juist dan moet blijken of de financieringsvoorsprong standhoudt wanneer concurrenten om deposito’s bieden. De eerdere De Belegger-artikelen over de koersreactie na goede cijfers en waarom SoFi weer populair werd laten zien dat omzetgroei nooit het hele verhaal vertelt. Nu is de kernvraag concreter: hoeveel winst wordt door de fundingmix mogelijk gemaakt? Goedkope funding is relatief Het woord goedkoop kan misleiden. Spaarders kunnen hun geld verplaatsen als een concurrent meer rente biedt. SoFi moet dus genoeg betalen om deposito’s vast te houden. In een omgeving met hogere beleidsrente stijgen die kosten. Het voordeel tegenover kapitaalmarktfinanciering kan nog steeds bestaan, maar de absolute rekening wordt groter. Een eenvoudige gevoeligheidsanalyse helpt. Bij gemiddeld $38 miljard aan deposito’s en een besparing van 1,2 procentpunt tegenover alternatieve funding ontstaat bruto ongeveer $456 miljoen voordeel per jaar. Na 24% belasting blijft circa $347 miljoen over, vóór kredietverliezen en operationele kosten. Dat is materieel, maar klein ten opzichte van een beurswaarde van ongeveer $20,4 miljard. De depositobasis heeft nog een tweede voordeel. Klanten die hun primaire rekening bij SoFi gebruiken, leveren transactiedata en vaker kansen voor cross-sell. Een betaalrekening kan leiden tot een creditcard, belegging, hypotheek of persoonlijke lening. Daardoor dalen de acquisitiekosten per product. Het risico is dat veel geregistreerde producten weinig actief gebruik kennen. Een producttelling is geen kasstroom. Kredietkwaliteit bepaalt wat overblijft De rentemarge ziet er pas goed uit wanneer kredietverliezen beheersbaar zijn. SoFi richt zich vaak op klanten met een relatief sterk inkomen en kredietprofiel. Dat verlaagt het risico niet tot nul. Persoonlijke leningen zijn doorgaans ongedekt, waardoor er geen woning of auto is om te verkopen als een klant niet betaalt. Bij $32 miljard gemiddelde leningen levert een netto rentemarge van 5,5% ongeveer $1,76 miljard rentebijdrage op. Kredietkosten van 3% kosten in dezelfde vereenvoudigde berekening $960 miljoen. Er resteert $800 miljoen vóór personeel, technologie, marketing en belasting. Wanneer kredietkosten naar 5% stijgen, verdampt het grootste deel van die ruimte. Daarom moet een belegger verder kijken dan achterstallige betalingen van vandaag. Groei in persoonlijke leningen kan kredietverliezen tijdelijk laag laten lijken, omdat jonge leningen nog niet lang genoeg bestaan om problemen te tonen. Jaargangen, afboekingen en delinquencies per product zeggen meer dan één gemiddelde ratio. De waardering vraagt meer dan één goed kwartaal Bij $16,01 en een beurswaarde van circa $20,4 miljard is SoFi geen kleine uitdager meer. De markt waardeert de onderneming als een combinatie van bank, technologieplatform en groeiplatform. Dat kan terecht zijn als de winst per aandeel jarenlang hard groeit, maar het maakt teleurstellingen duur. De koersendienst verwacht voor 27 oktober een kwartaalwinst van ongeveer $0,17 per aandeel. Voor 2027 stond een marktverwachting van circa $0,82 per aandeel, maar consensusvelden kunnen oude perioden bevatten en zijn geen eigen scenario. Bij de actuele koers is dat bijna 20 keer die 2027-verwachting. De belegger betaalt dus al voor verdere groei daarna. Een reverse valuation met 24 keer winst in 2029 en 10% gewenst jaarlijks koersrendement vraagt ongeveer $0,89 winst per aandeel in 2029. Dat lijkt niet buitensporig ver boven de genoemde 2027-consensus. Toch moeten aandelenbeloning en eventuele nieuwe uitgiften worden meegerekend. Winstgroei op ondernemingsniveau telt pas wanneer zij op een consistente verwaterde teller terechtkomt. Het sterkste tegenargument De bullcase is dat SoFi meer verdient dan een doorsneebank omdat het één digitale infrastructuur over veel producten kan spreiden. Nieuwe leden verhogen de omzet zonder dat iedere extra rekening een nieuw kantoor vereist. Galileo en Technisys kunnen bovendien technologieomzet genereren zonder krediet op de eigen balans. Dat argument verdient gewicht. De combinatie van funding, distributie en software is onderscheidend. Toch zijn de onderdelen economisch niet gelijk. Lending draagt rente- en kredietrisico. Financial Services vraagt schaal voordat marketing en servicekosten worden terugverdiend. Technology Platform kan mooie marges hebben, maar groeit niet automatisch mee met de consumentenbank. Een hoge groepsmultiple veronderstelt dat de betere onderdelen steeds zwaarder gaan wegen. Een ander tegenargument is dat dalende rente de financieringskosten verlaagt. Dat kan, maar ook de rente op leningen daalt en de vraag naar deposito’s verandert. Het gaat niet om de richting van één rente, maar om de spread tussen activa en passiva, plus de kredietcyclus. Drie scenario’s voor 2027 tot en met 2029 In het bear-scenario blijft de spaarrente hoog, lopen kredietverliezen op en vertraagt productgroei. Mogelijke koersen zijn dan $11 eind 2027, $9 eind 2028 en $8 eind 2029. Het middenpad veronderstelt groeiende deposito’s, beheersbare kredietkosten en stijgende winst per aandeel. Dan horen $18, $21 en $24 bij de drie jaareinden. In het gunstige scenario versterken fundingvoordeel en cross-sell elkaar. De technologieactiviteiten groeien weer sneller en de verwatering blijft beperkt. Dan zijn $23 eind 2027, $30 eind 2028 en $38 eind 2029 voorstelbaar. De controlelijst voor 27 oktober De belangrijkste cijfers zijn deposito’s, gemiddelde financieringskosten, netto rentemarge, netto afboekingen en achterstallige betalingen. Daarnaast tellen het aantal actieve producten per lid, de bijdrage van niet-rente-inkomsten en de verwaterde aandelenbasis. Alleen zo wordt zichtbaar of groei kapitaalefficiënter wordt. SoFi heeft met zijn bankvergunning een echte economische motor gebouwd. Goedkopere funding kan winst en klantwaarde tegelijk ondersteunen. Maar de motor draait op vertrouwen van spaarders en terugbetaling door kredietnemers. Bij $16,01 is de juiste vraag niet of SoFi een mooie app heeft, maar hoeveel duurzaam rendement de depositodollar na alle risico’s voor het aandeel oplevert.

  • Dit S&P 500-signaal zet je portefeuille op scherp

    In het kort Wall Street staat in 2026 nog stevig hoger, geholpen door AI infrastructuur en een bullmarkt die bijna vier jaar oud is. De waardering van Amerikaanse aandelen bevindt zich op een zeldzaam hoog niveau dat in eerdere periodes vaak slecht afliep. Langetermijndata bieden tegenwicht, maar de vraag blijft hoeveel teleurstelling de S&P 500 nu kan verdragen. De S&P 500 Shiller P/E stond op 28 september op 41,16, een niveau waar beleggers niet achteloos langs kunnen kijken. Het langjarige gemiddelde sinds januari 1871 ligt op 17,42. Dat verschil zegt niet wanneer de beurs draait, maar wel hoe veel optimisme al in Amerikaanse aandelen zit. Rond het middaguur op 29 september stonden de Dow Jones Industrial Average, de S&P 500 en de Nasdaq Composite in 2026 respectievelijk 6,6%, 11,9% en 15,1% hoger. Wall Street loopt dus nog altijd door. Juist daardoor wordt de waardering een groter onderwerp. De waarschuwing is niet nieuw, maar wel hardnekkig. In de afgelopen 98 jaar kwam de Shiller P/E slechts zes keer minstens twee maanden boven 30 uit, inclusief de huidige periode. De vorige vijf keren gingen vooraf aan forse beursdalingen. Handelaren op de NYSE zien waarderingen verder oplopen Direct naar een onderdeel van dit artikel AI houdt Wall Street in beweging Waardering geeft geen kalender Dow en Nasdaq kennen het patroon Bespoke ziet bullmarkten langer duren Crestmont geeft langetermijnbeeld S&P 500 wacht op bewijs AI houdt Wall Street in beweging De huidige bullmarkt nadert zijn vierde verjaardag. De uitbouw van infrastructuur voor kunstmatige intelligentie is een belangrijke motor achter de stijging. Beleggers zien AI als een markt van meerdere biljoenen dollars en betalen graag vooruit voor bedrijven die daarvan kunnen profiteren. Vooral groeiaandelen en technologie hebben daarvan geprofiteerd. Dat verklaart waarom de Nasdaq Composite dit jaar harder stijgt dan de Dow Jones Industrial Average. De S&P 500 zit ertussenin en blijft voor veel particuliere beleggers de belangrijkste graadmeter via indexfondsen. Daar wringt het. Een sterk groeiverhaal kan terecht zijn, maar een hoge prijs maakt de beurs kwetsbaarder voor tegenvallers. Als winsten, rente of inflatie niet meewerken, hoeft er in een dure markt minder mis te gaan om verkoopdruk los te maken. Waardering geeft geen kalender De Shiller P/E, ook bekend als CAPE Ratio, kijkt naar de gemiddelde voor inflatie gecorrigeerde winsten over de afgelopen tien jaar. Daardoor is de maatstaf minder afhankelijk van één uitzonderlijk winstjaar of één zwakke periode. Voor beleggers die naar waardering kijken, is dat precies de reden waarom deze ratio zoveel aandacht krijgt. Een stand van 41,16 is meer dan gewoon duur. Het is een stevige premie ten opzichte van het gemiddelde over 156 jaar. De uitspraak “premium valuations aren't tolerated over extended periods” vat het ongemak goed samen. Toch is waardering geen stopwatch. De beurs kan duur zijn en nog maanden of jaren duurder worden. De Shiller P/E kan waarschuwen voor kwetsbaarheid, maar vertelt niet welk nieuwsbericht of welke tegenvaller de draai veroorzaakt. Dow en Nasdaq kennen het patroon Het historische patroon wijst uiteindelijk op een daling van minstens 20% in de Dow Jones Industrial Average, de S&P 500 en de Nasdaq Composite. Dat is geen normale rimpeling, maar een beweging die portefeuilles zichtbaar raakt. Zeker na een lange rally voelt zo’n terugval vaak harder dan de cijfers vooraf doen vermoeden. Er is meer tegenwind dan alleen waardering. De obligatiemarkt kende een zware uitverkoop, inflatie bleef verhoogd en de uitstaande margin debt steeg scherp. Toch blijven hoge aandelenwaarderingen het meest directe risico, omdat ze de lat voor bedrijven hoger leggen. De uitspraak “the relatively short-term outlook for equities isn't rosy” is stevig aangezet. Helemaal uit de lucht komt die waarschuwing niet. Een markt die al veel goed nieuws heeft verwerkt, heeft minder geduld met tegenvallers. Bespoke ziet bullmarkten langer duren De geschiedenis spreekt niet met één stem. Vermogensbeheerder Bespoke Investment Group keek naar S&P 500 bullmarkten en bearmarkten sinds september 1929. De uitkomst laat zien waarom timing op Wall Street zo lastig is. De gemiddelde S&P 500 bearmarkt duurde 286 kalenderdagen, ongeveer 9,5 maanden. De gemiddelde bullmarkt hield 1.023 kalenderdagen aan. Dat is ongeveer 3,6 keer zo lang. De huidige bullmarkt begon op 12 oktober 2022. Volgens de analyse is deze inmiddels de negende langste in de geschiedenis van de S&P 500. De rally heeft ook de bullmarkt van 1.324 dagen ingehaald die eindigde op 9 februari 1966. Crestmont geeft langetermijnbeeld Crestmont Research keek naar een andere vraag: wat gebeurt er als beleggers lang genoeg in de brede S&P 500 blijven zitten? De analyse omvatte voortschrijdende perioden van 20 jaar sinds 1900, inclusief dividenden. Omdat de S&P pas in 1923 werd gelanceerd, werden eerdere prestaties herleid via componenten in andere grote indexen. Alle 107 perioden van 20 jaar leverden een positief gemiddeld jaarlijks rendement op. Dat geldt voor de reeks van 1900 tot en met 1919 tot en met de reeks van 2006 tot en met 2025. Dat maakt de korte termijn niet minder spannend, maar het plaatst dalingen wel in een ander kader. De zin “when investors buy an S&P 500-tracking fund isn't nearly as important as how long investors are willing to hold it” raakt de kern. Zelfs aankopen op de piek van de dotcombubbel, vlak voor het olie-embargo van halverwege de jaren zeventig of vlak voor Black Monday in 1987 eindigden historisch positief bij een periode van 20 jaar. Dat is geen garantie, wel een nuchter tegenwicht tegen paniek. S&P 500 wacht op bewijs De spanning zit precies daar. De S&P 500 Shiller P/E zegt dat Amerikaanse aandelen duur zijn op een niveau dat zelden lang goed ging. Tegelijk laten de cijfers van Bespoke Investment Group en Crestmont Research zien dat lange beurstrends vaak langer duren dan ongemakkelijk voelt. Vanaf de stand van 41,16 op 28 september ligt de lat voor de S&P 500 hoog. De AI rally draagt nog steeds veel verwachtingen, terwijl de waardering weinig ruimte laat voor teleurstelling. Of de S&P 500 Shiller P/E opnieuw gelijk krijgt, moet blijken uit de manier waarop Wall Street reageert zodra het verhaal achter de rally minder vlekkeloos wordt.

  • Drie dividendaandelen die je wilt kennen vóór de correctie komt

    In het kort De Amerikaanse aandelenmarkt kende sinds 1945 37 correcties van minstens 10%, met de laatste terugval in april 2025. De hoge waardering van de S&P 500 maakt dividend aandelen met voorspelbare kasstromen opnieuw relevant. Realty Income, Procter & Gamble en WM moeten bij een volgende correctie laten zien of hun defensieve reputatie standhoudt. De Amerikaanse aandelenmarkt kende sinds 1945 al 37 correcties van minstens 10%, en de S&P 500 oogt opnieuw kwetsbaar door de hoge waardering. Dat maakt dividend aandelen weer interessanter voor beleggers die vooral willen weten welke bedrijven geld blijven verdienen als de beurs tegenzit. Niet omdat een nieuwe daling precies te timen valt, maar omdat correcties nu eenmaal bij aandelen horen. Historisch kwam een daling van minstens 10% gemiddeld eens per 2,2 jaar voor. De laatste correctie ligt nog vers in het geheugen: in april 2025 zakte de markt ongeveer 20% vanaf de piek. Zo’n gemiddelde zegt weinig over de kalender, maar wel iets over de voorbereiding die beleggers van bedrijven mogen verlangen. Daar wringt het bij een dure S&P 500. Hoe hoger de waardering, hoe minder ruimte er doorgaans is voor tegenvallers. Bedrijven met stabiele omzet, voorspelbare kasstromen en een houdbaar dividend krijgen dan vanzelf meer aandacht. Wall Street blijft gevoelig voor correcties en waarderingsdruk Direct naar een onderdeel van dit artikel Realty Income dempt vaker de klap Procter & Gamble blijft kasmachine WM verdient aan noodzakelijke diensten Correcties testen dividend aandelen echt Volgende daling wordt de proef Realty Income dempt vaker de klap Realty Income, een real estate investment trust, presteerde sinds de beursnotering in 1994 in 11 van de 13 correcties beter dan de S&P 500. Gemiddeld daalde Realty Income in die periodes 2,6%, terwijl de S&P 500 gemiddeld 22,6% verloor. Dat is een groot verschil, al blijft het verleden geen garantie voor de volgende daling. De vastgoedportefeuille van Realty Income bestaat uit winkelpanden, industriële objecten, gamingvastgoed en datacenters. Die panden zijn grotendeels verhuurd via langlopende net leasecontracten, waarbij huurders een belangrijk deel van de kosten dragen. Meer dan 90% van de retailhuur komt van huurders in niet discretionaire en servicegerichte activiteiten. Die huurders zijn relevant. Klanten blijven ook in mindere tijden naar veel van deze bedrijven gaan, waardoor de huurinkomsten minder gevoelig zijn voor een afkoelende economie. Die kasstroom ondersteunt het maandelijkse dividend, dat sinds 1994 al 136 keer is verhoogd. Het dividendrendement ligt op 6%. Realty Income heeft ook een beta van 0,5, tegenover 1,0 voor de S&P 500. Het aandeel bewoog historisch dus ongeveer half zo sterk als de brede markt, maar ook vastgoedfondsen kunnen hard geraakt worden als beleggers risico afbouwen. Procter & Gamble blijft kasmachine Procter & Gamble, het bedrijf achter huishoudelijke consumentenproducten als Bounty, Charmin, Crest en Dawn, heeft een eenvoudiger verdedigingslinie: mensen blijven basisproducten kopen. De vraag naar deze producten is minder cyclisch dan bij veel andere sectoren. Dat maakt de kasstroom van P&G opvallend robuust. Het dividendverleden is uitzonderlijk lang. Procter & Gamble betaalt sinds de oprichting in 1890 elk jaar dividend en verhoogde de uitkering 70 jaar op rij. Daarmee behoort het bedrijf tot de Dividend Kings, ondernemingen met minstens 50 jaar aan jaarlijkse dividendverhogingen. Achter die reeks staat nog altijd veel geld. Procter & Gamble genereerde het afgelopen jaar 19,6 miljard dollar aan cash. Daarvan ging 10,2 miljard dollar naar dividend en 5 miljard dollar naar aandeleninkopen. Helemaal zonder tegenwind is het verhaal niet. Inflatie drukt op korte termijn op kosten en marges. Het bedrijf mikt op langere termijn op winstgroei per aandeel van midden tot hoge enkelcijferige percentages, maar de vraag blijft hoeveel van die stabiliteit al in de waardering zit. Procter & Gamble blijft defensief ondanks tragere consumentenvraag WM verdient aan noodzakelijke diensten WM, aanbieder van milieudiensten in Noord Amerika, draait om een activiteit die bedrijven en huishoudens moeilijk kunnen uitstellen. Afval en recyclebare materialen moeten worden opgehaald en verwerkt. Zorginstellingen moeten medisch afval veilig afvoeren en bedrijven moeten vertrouwelijke informatie laten vernietigen. Die noodzaak geeft WM een andere vorm van defensieve kracht dan een consumentenmerk of vastgoedfonds. Afvalstromen verdwijnen niet omdat de beurs daalt. Dat zegt niet dat de winst immuun is, maar de vraag naar de kernactiviteit is minder afhankelijk van markthumeur. WM gebruikt de stabiele kasstroom voor groei, overnames en investeringen. Tegelijk blijft er geld over voor dividend, aandeleninkopen en een stevig financieel profiel. Het bedrijf heeft de uitkering 23 jaar op rij verhoogd. Over het afgelopen decennium groeide het dividend samengesteld met 8,6% per jaar. Het huidige dividendrendement ligt bijna op 2%. De beta van 0,56 wijst op lagere historische beweeglijkheid dan de S&P 500, wat in een correctie waardevol kan zijn zolang de operationele prestaties overeind blijven. Correcties testen dividend aandelen echt Correcties voelen zelden rationeel op het moment dat ze plaatsvinden. Koersen dalen snel, nieuws wordt somberder en sterke bedrijven worden vaak mee verkocht met zwakkere namen. De brede markt herstelt doorgaans sterk in de 12 maanden na een dip, maar die periode voelt achteraf altijd eenvoudiger dan op het moment zelf. Daarom draait het bij defensieve dividend aandelen minder om het voorspellen van de bodem. Het gaat om de vraag of de onderliggende bedrijven genoeg kasstroom blijven maken om hun dividendbeleid vol te houden. Realty Income, Procter & Gamble en WM hebben daarvoor ieder een eigen route: huurcontracten, dagelijkse consumentenproducten en noodzakelijke milieudiensten. Dat maakt de drie namen niet risicoloos. Ook defensieve aandelen kunnen dalen wanneer beleggers massaal verkopen. Het verschil zit vooral in de bron van de winst en in de kans dat het dividend overeind blijft wanneer de S&P 500 opnieuw onder druk komt. Volgende daling wordt de proef De S&P 500 kan duur blijven en nog verder stijgen voordat de volgende correctie komt. Markten houden zich niet netjes aan historische gemiddelden. Juist daarom is de waardering nu zo’n belangrijk discussiepunt. Voor Realty Income, Procter & Gamble en WM ligt de lat niet bij een spectaculair groeiverhaal. De lat ligt bij voorspelbare kasstromen, lagere beweeglijkheid en een dividend dat ook in slechtere markten houdbaar blijft. Dat is minder spannend dan momentum, maar vaak relevanter zodra koersen beginnen te schuiven. De volgende beurscorrectie wordt daarmee de echte test voor dividend aandelen. Als de S&P 500 opnieuw fors terugvalt, moeten Realty Income, Procter & Gamble en WM bewijzen dat hun defensieve reputatie meer is dan een mooi historisch gemiddelde.

  • Meta en Alphabet staan onder hun piek en dat is een kans tot 2030

    In het kort Meta en Alphabet groeiden in het laatste kwartaal allebei met meer dan 20%, een fors tempo voor bedrijven van deze omvang. Meta haalt vrijwel alle omzet uit advertenties, terwijl Alphabet zijn groeiverhaal steeds meer aan Google Cloud ophangt. De hoge investeringen drukken de vrije kasstroom, waardoor vooral de duurzaamheid van die groei nog moet blijken. Het Meta aandeel is teruggevallen terwijl de omzet nog met 28% groeit, en precies daar zit de spanning voor beleggers. Meta Platforms sloot op 24 september op $777,59 en noteert nu rond $731, ruim 7% onder de recordslotkoers van $790 in augustus 2025. Alphabet, het moederbedrijf van Google, staat rond $351 en noteert ongeveer 13% onder de recordslotkoers van $402,62 van 13 mei. Beide bedrijven horen bij de Magnificent Seven en beide groeien nog altijd hard. Dat maakt de terugval in de koersen op zichzelf niet genoeg om het verhaal aantrekkelijk te maken. De vraag is scherper: kunnen Meta’s advertentiemachine en Google Cloud de zware investeringen dragen zonder dat de winst te veel wordt geraakt? Zuckerberg koppelt Meta’s groei steeds nadrukkelijker aan AI Direct naar een onderdeel van dit artikel Meta advertenties blijven de motor Muse is nog geen tegengewicht Meta kosten lopen hard op Alphabet krijgt steun van Cloud Alphabet backlog koopt tijd Meta en Alphabet kasstroom knelt Meta advertenties blijven de motor Meta blijft in de kern een advertentiebedrijf. Van de $60,8 miljard omzet in het tweede kwartaal kwam $59,4 miljard uit advertenties. Voor het Meta aandeel draait het verhaal richting 2030 dus vooral om de vraag of die advertentiemotor op hoog toerental blijft draaien. De cijfers waren nog sterk. De gemiddelde prijs per advertentie steeg met 12% ten opzichte van een jaar eerder en het aantal advertentievertoningen nam met 14% toe. Samen leverde dat 27% groei van de advertentieomzet op. Meta schrijft een deel van die verbetering toe aan artificial intelligence. Verbeteringen aan AI modellen die advertenties rangschikken, verhoogden de conversies op Facebook in het kwartaal met 15,7%. Topman Mark Zuckerberg zei daarover in juli: “On a dollar basis, our ads business is reporting faster year-over-year revenue growth than any other company's reported ad business -- so these AI investments are paying off,” Google Cloud leunt op zware investeringen in datacenters Muse is nog geen tegengewicht Meta probeert naast advertenties een tweede inkomstenstroom op te bouwen. Muse, de persoonlijke AI agent die het bedrijf op 8 september uitbracht, werkt met maandabonnementen van $20 en $100. Voorlopig blijft dat klein naast de advertentietak. De inkomsten uit zulke abonnementen vallen waarschijnlijk in dezelfde omzetregel als betaalde berichten via WhatsApp. Die regel leverde in het kwartaal april tot en met juni ongeveer $1 miljard op. Dat is minder dan 2% van de totale omzet van Meta. Daar wringt het. Muse kan groeien, maar verandert het profiel van Meta nog niet wezenlijk. De advertentietak is groot genoeg om het bedrijf te dragen, maar die afhankelijkheid maakt elke vertraging direct relevant. Nasdaq blijft gevoelig voor kasstroomdruk bij grote techfondsen Meta kosten lopen hard op De omzetgroei bij Meta vertraagde van 33% in het eerste kwartaal naar 28% in het tweede kwartaal. Voor het derde kwartaal rekent het bedrijf op $61 miljard tot $64 miljard omzet, goed voor 19% tot 25% groei. Dat blijft stevig, maar het tempo loopt terug. De kosten bewegen de andere kant op. In het tweede kwartaal stegen de kosten met 55%, inclusief ongeveer $3,6 miljard aan juridische en ontslagkosten. Daardoor daalde het operationeel inkomen met 8% en viel de winst per aandeel met 13% terug. Meta rapporteerde nog altijd $15,85 miljard nettowinst. Dat is veel, maar Wall Street kijkt vooral naar de richting. Als advertentiegroei afkoelt terwijl de investeringen hoog blijven, wordt de ruimte voor tegenvallers kleiner. Alphabet krijgt steun van Cloud Bij Alphabet komt nog steeds meer dan de helft van de omzet uit zoekadvertenties. Toch ligt de groeicase voor de komende jaren steeds meer bij Google Cloud. Dat onderdeel groeit sneller en wordt winstgevender. Google Cloud verhoogde de omzet in het tweede kwartaal met 82% naar $24,8 miljard. De groei versnelde ten opzichte van 63% in het eerste kwartaal en 48% in het vierde kwartaal van 2025. Het operationeel inkomen verdrievoudigde ruimschoots tot $8,8 miljard. Ook de marge is opvallend. De operationele marge van Google Cloud steeg van 20,7% een jaar eerder naar 35,6%. Cloud is inmiddels goed voor ongeveer 21% van de omzet van Alphabet, tegenover 14% in het tweede kwartaal van 2025. Alphabet backlog koopt tijd Het sterkste cijfer bij Alphabet is de backlog van Google Cloud. Eind juni stond er $514 miljard aan gecontracteerde omzet die nog niet is geboekt. Het management verwacht iets meer dan de helft daarvan binnen 24 maanden te verwerken. Gelijk verdeeld zou dat neerkomen op meer dan $125 miljard omzet per jaar. Dat ligt boven het tempo van ongeveer $99 miljard op basis van de omzet in het tweede kwartaal. Voor Alphabet geeft die backlog meer zicht op toekomstige omzet dan een los kwartaalcijfer. Toch is backlog geen winst. Alphabet moet eerst capaciteit bouwen, en die rekening is fors. Als Google Cloud vertraagt voordat de contracten echt in omzet en winst terechtkomen, kan ook bij Alphabet de winst onder druk komen. Meta en Alphabet kasstroom knelt Bij Meta en Alphabet ligt de kwetsbare plek in de vrije kasstroom. Meta plant dit jaar kapitaaluitgaven van $130 miljard tot $145 miljard. In het tweede kwartaal bleef de vrije kasstroom steken op $784 miljoen. Alphabet zit met hetzelfde probleem, maar op grotere schaal. Het bedrijf verwacht in 2026 kapitaaluitgaven van $195 miljard tot $205 miljard. CFO Anat Ashkenazi zei in juli dat de uitgaven in 2027 “increase significantly in 2027”. Die investeringen duwden de vrije kasstroom van Alphabet in het tweede kwartaal naar negatief $5,9 miljard. Naarmate nieuwe apparatuur in gebruik wordt genomen, lopen ook de afschrijvingen op. Het Meta aandeel moet nu bewijzen dat AI de advertentiewinst blijft voeden, terwijl Alphabet moet laten zien dat Google Cloud de enorme backlog kan omzetten in blijvende kasstroom.

  • Nvidia en één quantumaandeel kunnen je portefeuille laten exploderen

    In het kort IonQ wordt neergezet als de zuivere gok op quantum computing, met mogelijk 10 keer rendement als de technologie breed wordt toegepast. De claim rust vooral op 99,99% nauwkeurigheid bij 2 qubit gate fidelity, tegenover ongeveer 99,9% bij veel concurrenten. Nvidia speelt het thema via AI, CUDA Q, NVQLink en foutcorrectie, maar de vraag blijft hoeveel quantum computing uiteindelijk aan de waardering toevoegt. IonQ en Nvidia trekken opnieuw aandacht nu quantum computing aandelen worden genoemd als het volgende grote groeiverhaal na AI. Het contrast is duidelijk. IonQ is een relatief kleine, beursgenoteerde pure play op quantum computing, terwijl Nvidia vooral leunt op AI en de infrastructuur die later naast quantumcomputers kan draaien. Die tegenstelling maakt het verhaal interessant voor beleggers, maar ook kwetsbaar. AI heeft al bewezen vraag, omzet en beurswaarde opgeleverd. Quantum computing zit nog in de fase waarin technische claims zwaar wegen, maar commerciële bewijslast schaars blijft. De vergelijking met AI verklaart waarom de markt toch kijkt. Bedrijven als Anthropic en OpenAI kwamen niet vroeg naar de beurs, waardoor particuliere beleggers de eerste waardesprong grotendeels misten. IonQ is al beursgenoteerd en wordt daarom gezien als een van de weinige manieren om vroeg in dit thema te zitten. Volatiele chipaandelen zetten toon voor quantumhype Direct naar een onderdeel van dit artikel IonQ moet nauwkeurigheid waarmaken Tien keer vraagt brede toepassing Nvidia kiest de hybride route AI geeft Nvidia meer tijd Quantum computing wacht op harde test IonQ moet nauwkeurigheid waarmaken Bij het IonQ aandeel draait alles om bruikbaarheid. De kernvraag is scherp geformuleerd: “The question isn't if quantum computing can be done; it can. It's whether the results are accurate enough to be usable.” Dat is precies waar de hype ophoudt en het bewijs begint. IonQ claimt op dat punt een voorsprong. Het bedrijf zegt een 99,99% 2 qubit gate fidelity te halen, waar veel andere bedrijven rond 99,9% zitten. Dat verschil lijkt op papier klein, maar in de praktijk gaat het om één fout in 10.000 pogingen tegenover één fout per 1.000 operaties. Voor quantum computing is zo’n foutmarge geen detail. Een systeem dat berekeningen doet die traditionele computers niet aankunnen, heeft weinig waarde als de uitkomst te vaak onbruikbaar is. Daar ligt de kern van het IonQ verhaal: als de hogere nauwkeurigheid standhoudt en schaalbaar blijkt, krijgt het aandeel meer mee dan alleen toekomstmuziek. IonQ moet quantumclaims vertalen naar betrouwbare toepassingen Tien keer vraagt brede toepassing IonQ heeft een waardering van ongeveer 17 miljard dollar. Een stijging van 100 keer zou het bedrijf op 1,7 biljoen dollar zetten. Dat scenario vraagt in feite dat quantum computing traditionele computing volledig verdringt, en dat is niet de verwachting. Een rendement in de orde van 10 keer wordt realistischer genoemd, maar ook dat vraagt veel. Quantum computing moet dan niet alleen technisch werken, maar breed genoeg worden toegepast door klanten die er echte problemen mee oplossen. Demonstraties zijn niet genoeg voor een marktwaarde die al veel toekomstige winst inprijst. Daar wringt het voor het IonQ aandeel. Het bedrijf werkt aan een nieuwe 256 qubitcomputer die met deze technologie een levensvatbare quantumcomputer dichterbij zou kunnen brengen. Dat is een grote claim, en juist daarom blijft het aandeel gevoelig voor elk signaal dat de techniek trager opschaalt dan gehoopt. Nvidia-koers illustreert waardering op toekomstige toepassingen Nvidia kiest de hybride route Nvidia speelt het quantumverhaal via een omweg. Het Nvidia aandeel is geen zuivere inzet op quantum computing, en het bedrijf heeft beleggers al verteld dat het geen quantum processing unit ontwikkelt. Voor IonQ is dat relevant, omdat Nvidia daarmee niet rechtstreeks dezelfde hardwarewedstrijd ingaat. De visie van Nvidia is hybride. “Nvidia believes that the future of quantum computing lies in a hybrid approach, where quantum and traditional computing run side by side.” Quantumcomputers nemen dan specifieke berekeningen voor hun rekening, terwijl traditionele systemen de rest blijven doen. Daarvoor bouwt Nvidia aan de gereedschapskist rond quantum computing. CUDA is uitgebreid met quantumfuncties en heet nu CUDA Q. NVQLink moet quantumcomputers eenvoudiger verbinden met bestaande infrastructuur, terwijl een AI model helpt bij foutcorrectie, een van de lastigste onderdelen van de technologie. AI geeft Nvidia meer tijd Nvidia hoeft niet te wachten tot quantum computing commercieel doorbreekt. De vraag naar zijn traditionele computingproducten wordt nu al gedreven door AI. Dat geeft Nvidia een heel ander profiel dan IonQ, waar veel meer afhangt van één technische route. Dat maakt het Nvidia aandeel minder puur, maar ook minder zwart wit. Als quantum computing traag volwassen wordt, blijft AI voorlopig de belangrijkste motor. Als quantumcomputers later naast klassieke systemen komen te staan, wil Nvidia de laag leveren die die werelden aan elkaar knoopt. De keerzijde is de omvang van Nvidia. Een bedrijf dat al groot, winstgevend en breed gevolgd is, beweegt anders dan een kleiner technologiebedrijf dat nog op een doorbraak wordt gewaardeerd. Het quantumverhaal kan Nvidia helpen, maar het zal waarschijnlijk niet dezelfde hefboom hebben als bij IonQ. Quantum computing wacht op harde test De tegenstelling tussen IonQ en Nvidia is daarmee helder. IonQ biedt het zuivere, speculatieve verhaal: hoge nauwkeurigheid, een 256 qubitcomputer en de kans op een grote sprong als quantum computing breed wordt gebruikt. Nvidia biedt de bredere route via AI, CUDA Q, NVQLink en foutcorrectie. Voor quantum computing aandelen draait de komende fase minder om mooie scenario’s en meer om bewijs. Bij IonQ moet blijken of 99,99% nauwkeurigheid ook op schaal standhoudt. Bij Nvidia moet blijken of de hybride aanpak inderdaad de standaard wordt als quantumcomputers naast traditionele systemen gaan draaien. Tot die tijd blijft quantum computing een markt met grote beloftes en weinig tolerantie voor tegenvallers. IonQ moet laten zien dat zijn technologie meer is dan een indrukwekkend laboratoriumresultaat. Nvidia moet bewijzen dat zijn AI infrastructuur ook in een quantumwereld onmisbaar blijft.

  • Voor drie jaar lijkt dit AI-chipaandeel slimmer dan Broadcom

    In het kort Micron profiteert direct van de krappe markt voor geheugen dat nodig is in AI datacenters. Broadcom heeft sterke klanten voor custom AI processors, maar de groei van Micron ligt nu hoger. De vergelijking draait vooral om de vraag hoeveel toekomstige AI groei al in Broadcom en Micron is verwerkt. Micron aandeel is dit jaar moeilijk te negeren: de koers steeg in 2026 met 284%, terwijl de omzetgroei nog harder binnenkwam. Het bedrijf profiteert van een geheugenmarkt die door AI datacenters strak staat, en dat maakt de vergelijking met Broadcom ineens minder vanzelfsprekend. Broadcom heeft de bekendere AI klanten, maar Micron levert nu de cijfers die beleggers in halfgeleiders willen zien. Broadcom aandeel blijft intussen een serieuze naam in AI halfgeleiders. Het bedrijf ontwerpt custom AI processors en netwerkcomponenten voor grote klanten als Alphabet’s Google, OpenAI, Anthropic en Meta Platforms. De vraag is niet of Broadcom meedoet aan de AI golf, maar of Micron op dit moment meer groei biedt tegen een lagere waardering. Micron zit op een minder glamoureuze plek in de AI keten, maar wel op een cruciale. Het bedrijf maakt compute en opslaggeheugen waarmee grote datasets in AI chipclusters kunnen worden verwerkt en verplaatst. Zonder dat geheugen kunnen AI accelerators, ook de custom chips van Broadcom, hun werk minder efficiënt doen. De cijfers over het vierde kwartaal van boekjaar 2026 waren uitzonderlijk sterk. Micron publiceerde op 30 september de resultaten over de drie maanden tot en met 3 september. De omzet steeg met 379% naar 54,23 miljard dollar en de aangepaste winst ging elf keer over de kop naar 33,42 dollar per aandeel. Wall Street rekende op 31,61 dollar winst per aandeel bij 51,07 miljard dollar omzet. Micron zat daar ruim boven. De nettowinst werd recent op 37,7 miljard dollar gezet, maar voor beleggers draait het vooral om de vraag of AI vraag naar geheugen lang genoeg hoog blijft om zulke marges te dragen. Direct naar een onderdeel van dit artikel Geheugenmarkt blijft de hefboom Micron legt lat hoger Broadcom heeft de AI klanten Waardering maakt Micron scherper Volgende cijfers wegen zwaarder Geheugenmarkt blijft de hefboom De kracht van Micron komt uit een simpele combinatie: veel vraag en weinig aanbod. AI datacenters vragen steeds meer geheugen en opslag, terwijl de beschikbaarheid krap blijft. Daardoor liep het bedrijfsresultaat in het afgelopen kwartaal op tot 82,3%, tegen 35% een jaar eerder. Het management klinkt opvallend stellig over de volgende fase. Boekjaar 2027 wordt volgens Micron “even better”. Daarbij rekent het bedrijf op “memory and storage supply demand conditions to be much tighter in fiscal 2027 and 2028 than they were in 2026.” Daar zit meteen de kern van het verhaal. Als die krapte aanhoudt, kan Micron langer profiteren van hogere prijzen en sterke volumes. Als de geheugenmarkt sneller afkoelt, wordt de huidige groei lastiger vol te houden, zeker na de forse koersstijging van dit jaar. Micron investeert in Singapore om geheugenproductie op te schalen Micron legt lat hoger Microns outlook voor het lopende kwartaal lag opnieuw boven de verwachtingen. Het bedrijf rekent op 61,5 miljard dollar omzet, een stijging van 4,5 keer tegenover een jaar eerder. De winstverwachting van 38,15 dollar per aandeel ligt bijna acht keer zo hoog als in hetzelfde kwartaal vorig jaar. Analisten gingen uit van 35,40 dollar aangepaste winst per aandeel bij 57 miljard dollar omzet. Dat verschil verklaart waarom de winstverwachtingen voor Micron zijn opgelopen. De markt ziet bij Micron geen gewoon herstel, maar een groeiversnelling die rechtstreeks aan AI infrastructuur is gekoppeld. Toch is het verhaal niet zonder rafelrand. Analisten rekenen voor boekjaar 2029 op een winstdaling bij Micron. Dat hoeft niet uit te komen als de vraag naar geheugen sterk blijft en het aanbod krap blijft, maar na een koerssprong van 284% ligt de lat vanzelf hoger. Chipbeleggers wegen groei af tegen hoge waarderingen Broadcom heeft de AI klanten Broadcom mist geen AI verhaal. Het bedrijf ontwerpt op maat gemaakte AI processors en netwerkcomponenten die in datacenters helpen om operationele kosten te verlagen. Voor grote klanten met snel oplopende AI uitgaven is dat een belangrijk verkoopargument. De klantenlijst geeft Broadcom veel zichtbaarheid. Alphabet’s Google, OpenAI, Anthropic en Meta Platforms gebruiken of bouwen verder op Broadcoms AI technologie. De AI omzet van Broadcom ligt in boekjaar 2026, dat begin volgende maand eindigt, op koers voor een stijging van 186% naar 58 miljard dollar. De verwachtingen daarna zijn nog ambitieuzer. Broadcom rekent op 115 miljard dollar AI omzet in boekjaar 2027 en 230 miljard dollar in boekjaar 2028. Het bedrijf verwacht dat de winst per aandeel in boekjaar 2028 boven 30,00 dollar uitkomt, wat laat zien waarom het aandeel niet zomaar uit de AI vergelijking valt. Waardering maakt Micron scherper Het verschil tussen Broadcom en Micron zit minder in de kwaliteit van de bedrijven dan in de prijs die beleggers betalen voor groei. Broadcom heeft de strategische klanten, de zichtbaarheid in datacenters en een grote rol in custom AI processors. Micron heeft op dit moment het hogere groeitempo en wordt aanzienlijk goedkoper gewaardeerd. Daar wringt het voor Broadcom. Het aandeel heeft dit jaar vlak gepresteerd, ondanks de sterke groei in AI omzet. Dat zegt veel: beleggers erkennen de kracht van het bedrijf, maar lijken al een stevig deel van de toekomstige groei te hebben meegenomen in de waardering. De markt voor custom AI processors blijft wel aantrekkelijk. Globe Market Research rekent op een jaarlijkse groei van 24% tot 2035. Broadcom kan daar langdurig van profiteren, maar in deze vergelijking oogt Microns combinatie van sneller stijgende cijfers en lagere waardering sterker. Volgende cijfers wegen zwaarder Micron aandeel komt in deze vergelijking naar voren als de naam waar groei en waardering op dit moment het scherpst samenkomen. Broadcom blijft sterker in zichtbaarheid, klanten en custom AI processors. Micron is cyclischer, maar profiteert nu van een geheugenmarkt waarin vraag en aanbod uitzonderlijk gunstig uitpakken. Voor beleggers wordt het vervolg vooral een test van houdbaarheid. De volgende cijfers van Micron moeten laten zien of de outlook voor geheugen en opslag overeind blijft. Als Micron die lijn vasthoudt, blijft de vergelijking met Broadcom een van de interessantere spanningen binnen AI halfgeleiders.

bottom of page