top of page

Doorzoek deze website

14679 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Jim Cramer zegt kopen bij Nvidia en dit tweede AI-aandeel

    In het kort: Jim Cramer noemt Nvidia en CrowdStrike koopwaardig na stijgingen van respectievelijk 1.400% en 875% sinds januari 2023. Nvidia koppelt AI dominantie aan veel snellere winstgroei, terwijl CrowdStrike na een beursstijging van 115% dit jaar minder ruimte laat voor fouten. De volgende cijfers moeten duidelijk maken of Wall Street vooral Nvidia gelijk geeft, of ook CrowdStrike meer krediet krijgt. Het Nvidia aandeel is sinds januari 2023 met 1.400% gestegen, maar Jim Cramer noemt de AI naam nog steeds koopwaardig. CrowdStrike, het cybersecuritybedrijf, kreeg van hem dezelfde kwalificatie na een stijging van 875% in dezelfde periode. Dat is precies waar het schuurt: sterke bedrijven kunnen na zo’n rally alsnog duur zijn. Cramer, bekend van CNBC programma Mad Money, heeft meer gewicht dan een doorsnee televisiecommentator. Hij leidde eerder een hedgefonds dat veertien jaar lang gemiddeld 24% per jaar verdiende. Zijn oordeel is daardoor relevant, maar het blijft een mening naast de rekensom die beleggers zelf moeten maken. Nvidia-koersrally blijft Cramers belangrijkste testcase Bron: Business Insider Nvidia zit diep in AI infrastructuur Nvidia blijft de dominante speler in AI infrastructuur. De GPU’s van het bedrijf versnellen het trainen en draaien van AI modellen, en zijn goed voor bijna 90% van de verkopen van AI accelerators, chips die AI taken sneller uitvoeren. Die positie verklaart waarom Wall Street het aandeel nog altijd niet alleen als een chipverhaal ziet. De kracht van Nvidia zit niet alleen in de hardware. Het bedrijf heeft ook een breed software ecosysteem rond zijn GPU’s gebouwd, waardoor klanten AI systemen efficiënter kunnen draaien. Voor grote datacenters telt uiteindelijk niet alleen de aanschafprijs, maar vooral wat een volledig systeem kost en oplevert. Nvidia verkoopt ook aangrenzende hardware voor complete datacentersystemen. Het bedrijf geldt inmiddels als de grootste networking company ter wereld en ligt op koers om dit jaar ook de grootste leverancier van CPU’s, de centrale processors in systemen, te worden. Dat maakt Nvidia minder afhankelijk van één productlijn, al blijft de AI vraag de kern van het verhaal. Nvidia’s GPU’s vormen de ruggengraat van AI-datacenters Bron: Business Insider Winstgroei maakt Nvidia verhaal sterker Nvidia leverde in het tweede kwartaal van boekjaar 2027, dat eindigde in juli 2026, cijfers die de rally meer onderbouw geven. De omzet steeg 106% naar 96,2 miljard dollar, terwijl de brutomarge met 2,5 procentpunt opliep. De aangepaste nettowinst steeg 120% naar 2,22 dollar per verwaterd aandeel. Wall Street rekent erop dat de aangepaste winst tot en met het boekjaar dat eindigt in januari 2028 met 72% per jaar groeit. Tegen die achtergrond handelt Nvidia op 36 keer de winst. Dat is niet goedkoop in absolute zin, maar het oogt minder uitbundig dan de koersgrafiek sinds 2023 doet vermoeden. De PEG ratio, de waardering afgezet tegen winstgroei, ligt op 0,5. In de markt geldt “anything below 1 is generally considered undervalued”, al is zo’n vuistregel nooit een vrijbrief. Onder 72 Wall Street analisten ligt het mediane koersdoel op 318 dollar, tegenover een huidige prijs van 223 dollar. Beleggers zoeken bevestiging voor Nvidia’s winstgroei Bron: Reuters CrowdStrike groeit in dure cybersecuritymarkt Het CrowdStrike aandeel heeft eveneens een indrukwekkende rit achter de rug. Sinds januari 2023 staat de stijging op 875%, en alleen dit jaar kwam er 115% bij. Operationeel is het verhaal sterk, maar de beurs heeft daar al veel voor betaald. CrowdStrike levert een cybersecurityplatform met 34 modules voor onder meer endpoint security, identity protection, cloud security, threat intelligence en managed detection and response. Endpoint security beschermt apparaten zoals servers, werkstations en mobiele toestellen. Het bedrijf verkoopt daarmee niet één tool, maar een breder beveiligingssysteem. CrowdStrike wijst vooral op zijn lichte sensor, die zonder herstart van systemen kan worden geïnstalleerd. Die sensor stuurt data terug naar de AI engine van het bedrijf, waardoor dreigingsdetectie steeds verder wordt aangescherpt. CrowdStrike claimt zelf “industry-leading efficacy and low false positives.” Wall Street rekent strenger op CrowdStrike CrowdStrike groeide in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 stevig door. De omzet steeg 26% naar 1,4 miljard dollar, terwijl de aangepaste winst met 35% toenam naar 0,31 dollar per verwaterd aandeel. Topman George Kurtz noemde het de “best quarter in CrowdStrike's history.” Die uitspraak past bij een bedrijf dat profiteert van ingewikkeldere cyberaanvallen en de inzet van AI door aanvallers. Wall Street verwacht dat de aangepaste winst tot en met het boekjaar dat eindigt in januari 2028 met 28% per jaar groeit. Alleen is de waardering met 230 keer de winst moeilijker te negeren. Daar zit het verschil met Nvidia. Onder 57 Wall Street analisten ligt het mediane koersdoel voor CrowdStrike op 245 dollar, terwijl de huidige prijs 255 dollar is. De twijfel zit dus minder in het bedrijf en meer in wat al in het aandeel is verwerkt. AI rally vraagt om bewijs De vergelijking tussen Nvidia en CrowdStrike laat zien hoe selectief Wall Street na de AI rally is geworden. Beide bedrijven zitten in groeimarkten die door AI extra aandacht krijgen. Toch oogt de verhouding tussen groei, winst en waardering bij Nvidia op dit moment sterker dan bij CrowdStrike. Bij Nvidia draait de vraag om de houdbaarheid van AI uitgaven door grote klanten. Zolang datacenters blijven investeren, loopt Nvidia direct mee met die vraag. Bij CrowdStrike moet de cybersecuritygroei hoog genoeg blijven om een veel zwaardere waardering te dragen. De volgende kwartaalupdates worden daardoor belangrijk voor beide namen. Richting het boekjaar dat eindigt in januari 2028 moet Nvidia laten zien dat de winstgroei niet alleen een piek is, terwijl CrowdStrike meer bewijs moet leveren dat de prijs op de beurs verdedigbaar blijft. Voor het Nvidia aandeel ligt de lat hoog, maar bij CrowdStrike ligt de foutmarge duidelijk lager.

  • Vergeet SpaceX: dit ruimtevaartaandeel kun je wel gewoon kopen

    In het kort: De aandacht voor SpaceX trekt ook kleinere ruimtevaartbedrijven mee, waaronder Redwire. Redwire kiest een minder zichtbaar deel van de markt: ruimtevaartuigen, zonnepanelen, koppelsystemen en andere infrastructuur. De lagere waardering tegenover SpaceX en Rocket Lab roept vooral de vraag op hoeveel bewijs beleggers nog willen zien. Het Redwire aandeel valt op omdat SpaceX steeds duurder oogt en beleggers verder kijken dan het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk. Space Exploration Technologies, beter bekend als SpaceX, kreeg extra aandacht toen beleggers toegang kregen tot het bedrijf. Dat verhaal is groot, maar de waardering is dat ook. Redwire zit in een ander deel van dezelfde markt. Het bedrijf vervoert geen bemanning en vracht zoals SpaceX, maar levert ruimtevaartuigen, systemen en infrastructuur aan klanten die al in de ruimte actief zijn of daarheen willen. Dat is minder spectaculair, maar voor beleggers vaak juist het interessante stuk: de onderdelen achter de groei van de ruimtevaartmarkt. Redwire zoekt tractie met ruimtevaartinfrastructuur en kleiner verlies Bron: CNBC SpaceX trekt aandacht, Redwire levert onderdelen SpaceX blijft de naam waar de meeste aandacht naartoe gaat. Het bedrijf heeft de bekendste topman, het grootste verhaal en een waardering van ongeveer 68 keer de omzet over de afgelopen periode. Dat is een hoge lat, ook in een markt waar groei schaars en gewild is. Redwire werkt stiller, maar niet zonder schaal. Het bedrijf heeft een portefeuille met vijf spacecraft platforms en levert ruimtevaartuigen voor onder meer zeer lage aardbaan, geostationaire baan en verder. Verder levert Redwire zonnepanelen voor ruimtevaartuigen, koppelsystemen voor autonoom koppelen van bemande voertuigen en modules voor vrachtvoertuigstations. Daar zit de kern van het verhaal. Redwire verkoopt geen publieksdroom, maar infrastructuur die klanten nodig hebben om in de ruimte te kunnen werken. Als de ruimtevaartmarkt groeit, kan juist die minder zichtbare laag belangrijker worden. Kleinere ruimtevaartspelers zoeken schaal in gespecialiseerde niches Bron: The Economist Verlies bij Redwire krimpt zichtbaar Redwire blijft verlieslatend, maar de cijfers zijn minder zwak dan een jaar eerder. In het tweede kwartaal van 2026 boekte het bedrijf een brutowinst van 32,5 miljoen dollar. In dezelfde periode van 2025 stond daar nog een brutoverlies van 19,1 miljoen dollar tegenover. Ook onderaan de streep werd het verlies kleiner. Het nettoverlies kwam uit op 40,9 miljoen dollar, tegen 97 miljoen dollar in het tweede kwartaal van 2025. Dat is een duidelijke verbetering, al is het nog geen winstverhaal. Daar wringt het voor beleggers. Groei en betere marges zijn nodig, maar Redwire moet laten zien dat die lijn vol te houden is. Zolang het bedrijf verlies draait, blijft elke groeiprognose ook een test van uitvoering. Wall Street kijkt naar ordergroei als bewijs voor Redwire Bron: Reuters Orderboek geeft Redwire meer lucht De orderportefeuille geeft Redwire voorlopig houvast. Eind juni 2026 had het bedrijf een gecontracteerde orderportefeuille van 322 miljoen dollar. Eind 2025 was dat nog 299,8 miljoen dollar, een stijging van 7,4%. Het management bevestigde in augustus de omzetprognose voor 2026 van 450 miljoen tot 500 miljoen dollar. Als Redwire het midden van die bandbreedte haalt, komt de omzetgroei op jaarbasis uit op 42%. Dat is fors, zeker voor een bedrijf dat nog moet bewijzen dat grotere omzet ook leidt tot winst. De balans helpt in elk geval. Eind juni 2026 had Redwire een netto kaspositie van meer dan 509 miljoen dollar. In een sector waar veel jonge groeibedrijven afhankelijk zijn van financiering, geeft dat meer speelruimte. SpaceMD voegt extra groeiverhaal toe Redwire kijkt niet alleen naar hardware. Het bedrijf ziet microzwaartekracht als een groeikans, vooral via SpaceMD. Daar wil Redwire zaadkristallen in een baan om de aarde laten groeien. Die kristallen kunnen later door bedrijven worden gebruikt bij de ontwikkeling van nieuwe en hergeformuleerde geneesmiddelen. Dat past bij de bredere strategie van Redwire: diensten leveren aan klanten die specifieke activiteiten in de ruimte willen uitvoeren. Het maakt het bedrijf breder dan alleen een leverancier van ruimtevaartuigen. Voor beleggers maakt SpaceMD het verhaal tegelijk interessanter en minder eenvoudig. De hardwaretak is te volgen via orders, omzet en marges. SpaceMD vraagt meer bewijs voordat het zwaar kan meewegen in de waardering. Waardering zet Redwire in ander licht De wereldwijde ruimtevaartmarkt werd in 2025 gewaardeerd op 648,4 miljard dollar en kan in 2034 uitkomen op 1,2 biljoen dollar. Zulke verwachtingen trekken kapitaal aan. Ze zorgen ook snel voor hoge waarderingen. Dat is goed zichtbaar bij de bekendere namen. Rocket Lab wordt verhandeld tegen 56 keer de omzet over de afgelopen periode. Redwire staat daar met 5 keer de omzet veel lager tegenover. Dat verschil is precies waarom het Redwire aandeel opvalt. De lagere waardering kan betekenen dat de markt te weinig oog heeft voor de voortgang bij Redwire. Het kan ook betekenen dat beleggers terecht meer bewijs eisen over winstgevendheid, schaal en uitvoering. Redwire aandeel moet cijfers blijven leveren De beleggerscase rond Redwire is niet ingewikkeld, maar wel kwetsbaar. Het bedrijf zit in meerdere niches van de ruimtevaart, de brutowinst is verbeterd, het nettoverlies is kleiner en het orderboek groeit. Vergeleken met SpaceX en Rocket Lab oogt de omzetwaardering een stuk bescheidener. Maar goedkoop ten opzichte van dure sectorgenoten is geen bewijs op zich. Redwire blijft verlieslatend en de omzetgroei van 42% hangt af van het halen van het midden van de prognose voor 2026. De volgende updates over omzet, orderportefeuille en verlies moeten laten zien of het Redwire aandeel echt uit de schaduw van SpaceX en Rocket Lab kan komen.

  • Nebius verhoogt de Nvidia-prijzen en dat raakt AI-beleggers

    In het kort: Nebius verhoogt op 1 oktober het tarief voor een Nvidia B300 GPU met 21%, van $7,85 naar $9,50 per uur. Ook oudere Nvidia H100 chips worden duurder, wat de krapte in AI rekenkracht breder maakt dan alleen de nieuwste hardware. Bestaande contracten profiteren niet direct van de nieuwe tarieven, waardoor de vraag blijft hoeveel prijsmacht Nebius echt kan vasthouden. Het Nebius aandeel krijgt een duidelijke test. Het AI cloudbedrijf verhoogt op 1 oktober opnieuw de prijzen voor rekenkracht per uur, terwijl het tegelijk miljarden steekt in nieuwe capaciteit. De Nvidia B300 GPU wordt 21% duurder, van $7,85 naar $9,50 per uur. Voor beleggers is vooral de vraag of Nebius structurele prijszettingsmacht heeft, of vooral profiteert van een tijdelijk tekort aan AI rekenkracht. Nebius verwacht dit jaar $20 miljard tot $25 miljard aan kapitaaluitgaven. Daar staat een omzetverwachting van $3 miljard tot $3,4 miljard tegenover. Een bedrijf dat zo hard bouwt, moet normaal vooral zorgen dat nieuwe capaciteit volloopt. Bij Nebius gebeurt voorlopig het omgekeerde. Het bedrijf verhoogt de prijs terwijl er juist veel capaciteit bijkomt. Dat zegt veel over de vraag naar Nvidia GPU’s, vooral naar de nieuwste generatie chips voor AI toepassingen. De prijsverhoging is daarom meer dan een losse aanpassing op een prijslijst. Het is een graadmeter voor schaarste. Zolang klanten capaciteit willen hebben zodra die beschikbaar komt, kan Nebius hogere tarieven vragen. Nebius bouwt capaciteit terwijl tarieven voor AI-rekenkracht stijgen Bron: Reuters Nvidia GPU prijzen tonen schaarste De verhoging van 1 oktober staat niet op zichzelf. Begin mei kostte een oudere Nvidia H100 chip bij Nebius nog $2,95 per uur en een B300 $6,10 per uur. Na deze ronde liggen die tarieven op $4,50 en $9,50 per uur. Dat komt neer op stijgingen van ongeveer 53% voor de H100 en 56% voor de B300 in vijf maanden. De nieuwe prijsronde raakt vier Nvidia GPU’s: H100, H200, B200 en B300. De verhogingen lopen van 17% tot 21%, en ook servers zonder GPU worden duurder. Voor particuliere beleggers is het patroon belangrijker dan het precieze tarief per chip. Nebius krijgt meer betaald voor capaciteit die klanten nu al moeilijk kunnen vinden. Dat maakt de prijskaart een signaal voor de hele markt voor AI rekenkracht. Nvidia GPU’s blijven schaars door sterke vraag naar AI-rekenkracht Bron: NVIDIA Developer H100 maakt tekort breder zichtbaar Opvallend is vooral de H100. Die chip is een generatie ouder dan Nvidia’s Blackwell chips, waaronder de B200 en B300. Als ook oudere hardware duurder wordt, gaat het verhaal minder over een premie voor de nieuwste chip en meer over een breed tekort. Nebius meldde eerder al dat prijzen voor oudere GPU’s ruim 30% hoger lagen dan in het eerste kwartaal. CFO Dado Alonso zei tijdens de conferencecall over de tweedekwartaalcijfers in augustus: "[W]e sold out of capacity because, as fast as we bring capacity online, we can sell it,". CEO Arkady Volozh trok die lijn verder door. Volgens hem zou Nebius vandaag al alle capaciteit voor 2027 kunnen verkopen tegen de voorwaarden van de nieuwste deals. Het bedrijf houdt bewust een deel achter voor klanten die direct capaciteit nodig hebben. Ook de eerste capaciteitsveiling past in dat beeld. Die werd afgesloten tegen de hoogste prijs die Nebius tot nu toe zag voor Nvidia’s Blackwell chips, 15% boven eerdere tarieven. De samenwerking met Palantir Technologies, aangekondigd op 8 september, draait eveneens om het sneller beschikbaar krijgen van nieuwe capaciteit. Techbeurzen reageren op aanhoudende vraag naar AI-capaciteit Bron: Reuters Nebius contracten remmen omzetimpact De hogere tarieven klinken stevig, maar ze verhogen niet automatisch alle omzet. Nebius verkoopt rekenkracht per uur en via reserved capacity contracten. Het bedrijf splitst niet uit welk deel van de omzet uit welk kanaal komt. Eind juni had Nebius ongeveer $37,5 miljard aan resterende prestatieverplichtingen. Dat is getekende omzet die nog moet worden verantwoord. Het bedrag is meer dan 60 keer de omzet over het tweede kwartaal van $582 miljoen. Die contracten zijn al geprijsd op het moment van ondertekening. De verhoging per 1 oktober verandert die afspraken niet. De nieuwe tarieven zijn daardoor vooral belangrijk voor capaciteit die Nebius nog niet heeft verkocht. Daar ziet het bedrijf wel forse sprongen. De jaarlijkse contractwaarde per megawatt ging van een basis voor 2026 van ongeveer $12 miljoen naar meer dan $20 miljoen bij deals uit het tweede kwartaal. Het management ziet ook kortlopende deals van $40 miljoen tot $50 miljoen per megawatt en tekende de eerste daarvan in het derde kwartaal. Marges Nebius profiteren van prijzen De hogere prijzen komen terug in de winstgevendheid van de AI cloudactiviteiten. De aangepaste EBITDA marge steeg naar 45% in het eerste kwartaal. In het tweede kwartaal liep die marge verder op naar ongeveer 50%. Voor een bedrijf dat zo veel geld uitgeeft, is die marge geen detail. Nebius schat dat het kapitaal achter deals uit het tweede kwartaal zich in ongeveer één jaar en tien maanden terugverdient. Eerder lag die periode op twee tot drie jaar. Een kortere terugverdientijd maakt groei minder afhankelijk van nieuwe financiering. Helemaal zonder extra geld kan Nebius voorlopig niet. De uitbouw wordt deels betaald met $5,75 miljard aan converteerbare obligaties die in augustus zijn verkocht en ongeveer $2,8 miljard aan nieuwe aandelen die tot en met juni zijn verkocht. Waardering Nebius vraagt bewijs Daar wringt het voor het Nebius aandeel. Rond $243 per aandeel wordt het bedrijf gewaardeerd op meer dan $65 miljard. Dat is meer dan 20 keer de omzet op het middenpunt van de omzetverwachting voor 2026. Die waardering laat weinig ruimte voor een snelle afkoeling van de markt. Hogere tarieven, vollopende capaciteit en betere marges geven Nebius een sterk verhaal. Maar tekortprijzen kunnen ook draaien als Nebius en rivalen tegelijk blijven bouwen en het aanbod de vraag inhaalt. De prijsverhoging van 1 oktober is daarom vooral een signaal, geen directe omzetmotor. Nebius laat zien hoe gewild AI rekenkracht nu is, maar bestaande contracten beperken de directe meevaller. Voor het Nebius aandeel worden de volgende updates over AI cloud, Nvidia GPU’s en nieuwe megawattcontracten belangrijker dan de prijslijst zelf.

  • De geschiedenis wijst voor een beurscrash naar één verstandige zet

    In het kort: De S&P 500 ligt ondanks zorgen over inflatie en AI investeringen op koers voor 12% jaarwinst. De Shiller CAPE ratio staat op een niveau dat eerder alleen tijdens de dotcomzeepbel werd gezien. De spanning zit niet alleen in de kans op een beurscrash, maar vooral in de vraag welke bedrijven een zware daling kunnen doorstaan. De S&P 500 staat op recordhoogte en ligt tegelijk onder een waarderingsvergrootglas. De index koerst af op 12% jaarwinst, geholpen door enthousiasme over artificial intelligence en een economie die langer overeind bleef dan veel beleggers hadden verwacht. Juist die combinatie maakt de markt ongemakkelijk: de winst is zichtbaar, maar de prijs die beleggers ervoor betalen ook. De rally in de S&P 500 draait voor een groot deel om AI. Bedrijven die van artificial intelligence profiteren, trokken veel kapitaal aan en beleggers bleven bereid om stevige verwachtingen in de koersen te leggen. Dat gebeurde ondanks oplopende inflatie en vragen over de enorme uitgaven aan AI infrastructuur. Daar wringt het voor de markt. De beurs loopt vooruit op groei die bedrijven later nog moeten waarmaken. Zolang de winsten blijven groeien, kan zo’n verhaal lang standhouden. Maar bij recordstanden wordt de marge voor teleurstelling kleiner. Een beurscrash is daarmee geen vaststaande gebeurtenis voor morgen of volgende week. Aandelenmarkten kennen zware correcties, maar de timing blijft notoir lastig. De nuchtere constatering is eenvoudiger: hoe hoger de waardering, hoe minder vergevingsgezind de markt wordt. Beleggers wegen recordstanden tegen inflatie en geopolitieke risico’s Bron: Reuters Shiller CAPE knippert rood De waarschuwing zit vooral in de Shiller CAPE ratio van de S&P 500. Die maatstaf vergelijkt aandelenkoersen met de gemiddelde winst per aandeel over 10 jaar en haalt zo een deel van de economische ruis uit de cijfers. De ratio staat nu op een niveau dat eerder slechts één keer voorkwam: tijdens de dotcomzeepbel. Dat is een serieus signaal, maar geen stopwatch. Een hoge waardering vertelt niet wanneer de markt draait. Aandelen kunnen eerst verder oplopen, of een deel van de spanning kwijtraken via een beperkte daling. De nuance is belangrijk. “This doesn't mean we're about to immediately see another dot-com-sized crash.” Die zin haalt de ergste dramatiek uit het verhaal. Tegelijk blijft de vergelijking met de dotcomperiode ongemakkelijk genoeg om niet weg te wuiven. Technologierally jaagt waarderingen op richting dotcomniveaus Bron: Reuters Beurscrashes horen bij aandelen De S&P 500 heeft eerdere crashes en diepe dalingen uiteindelijk steeds verwerkt. Soms ging het herstel snel, soms duurde het jaren. Voor particuliere beleggers is dat verschil niet academisch, want juist in die tussenliggende jaren wordt geduld getest. Een papieren verlies voelt zelden papierachtig wanneer de portefeuille hard daalt. Rode cijfers, sombere krantenkoppen en twijfel over de economie maken verkopen vaak verleidelijk. Toch is het historische patroon helder: wie sterke bedrijven door zware markten heen zag komen, kreeg in veel gevallen een heel andere uitkomst dan wie midden in de stress verkocht. Dat maakt het onderscheid tussen kwaliteit en momentum belangrijker. Niet elk aandeel dat hard is gestegen, is sterk. En niet elk aandeel dat hard daalt, verdient automatisch geduld. Volatiele markten testen beleggers tijdens scherpe correcties Bron: Reuters Microsoft toont de lange adem Microsoft laat zien hoe groot het verschil kan zijn tussen een crisis doormaken en een crisis verkopen. Wie het aandeel vlak voor de financiële crisis van 2007 en 2008 kocht, keek op enig moment aan tegen een papieren verlies van 34%. Dat is fors genoeg om zelfs overtuigde langetermijnbeleggers aan het twijfelen te brengen. Een belegger die toen verkocht en oorspronkelijk in 1999 of later had gekocht, kon verlies hebben gerealiseerd. Dat zou op dat moment rationeel hebben gevoeld: schade beperken, kapitaal beschermen, later opnieuw kijken. Achteraf bleek juist die reactie kostbaar. Wie Microsoft door de crisis heen tot vandaag aanhield, kwam uit op meer dan 1.300% winst. Dat voorbeeld bewijst niet dat elk aandeel decennia in portefeuille thuishoort. Het laat wel zien dat een goed bedrijf soms meer tijd nodig heeft dan de markt op een slecht moment wil geven. Tech vraagt meer bewijs Vooral technologieaandelen kunnen lange perioden nodig hebben om hun groeiverhaal opnieuw geloofwaardig te maken. Een sector kan jaren uit de gratie zijn wanneer beleggers twijfelen aan winst, investeringen of de omvang van de markt. AI maakt die spanning nu opnieuw zichtbaar. In veel gevallen kan een periode van vijf tot 10 jaar al veel verschil maken. Soms duurt het langer, zeker wanneer een sector door een moeilijke fase gaat. Dan draait het minder om de dagkoers en meer om de vraag of een bedrijf de financiële en strategische kracht heeft om de volgende groeifase te halen. Daar zit de harde selectie. Kwaliteitsaandelen zijn geen magisch etiket. Het gaat om bedrijven met solide langetermijnvooruitzichten en genoeg kracht om mindere jaren te overleven. S&P 500 wacht op bewijs De S&P 500 staat hoog, AI verwachtingen blijven groot en de Shiller CAPE ratio laat weinig ruimte voor gemakzucht. Dat maakt een correctie niet zeker, maar wel minder verrassend als die komt. De markt heeft veel goed nieuws al vooruitgenomen. Voor beleggers draait de komende fase daarom niet alleen om de vraag of er een beurscrash komt. Belangrijker is welke bedrijven hun waardering kunnen rechtvaardigen wanneer groei, winst en investeringen scherper worden beoordeeld. De S&P 500 heeft historisch veel klappen overleefd, maar elke nieuwe daling test opnieuw welke aandelen werkelijk kwaliteit verdienen.

  • Broadcom of Marvell: welk AI-aandeel is nu de slimmere keuze?

    In het kort: Broadcom groeit sneller in AI halfgeleiders dan Marvell in datacenters. Marvell krijgt extra steun van Google, maar de deal kan ook nieuwe aandelen opleveren. De vraag blijft hoeveel groei al in de waardering van Marvell zit. Broadcom aandeel staat in hetzelfde AI verhaal als Marvell Technology, maar de waardering vertelt een ander verhaal. Beide bedrijven profiteren van de uitbouw van AI infrastructuur, datacenters en custom chips. Toch hoeft Broadcom op papier minder te bewijzen dan Marvell, terwijl de verwachte groei juist hoger ligt. Dat is de kern van deze vergelijking. Marvell heeft een geloofwaardig groeiverhaal, vooral door zijn positie in datacenters en de uitgebreidere samenwerking met Google. Maar beleggers betalen bij Marvell al flink vooruit op dat verhaal. Bij Broadcom ligt de combinatie van groei, kasstroom en waardering vooralsnog steviger. Broadcom noteert met waarderingsvoordeel tegenover Marvell Bron: Reuters Broadcom trekt harder aan AI chips Broadcoms omzet uit AI halfgeleiders steeg in het derde kwartaal van boekjaar 2026 met 221% naar 16,7 miljard dollar. Voor het vierde kwartaal rekent het bedrijf op ongeveer 21,7 miljard dollar aan AI halfgeleideromzet. Dat zou een groei van 236% op jaarbasis betekenen. Voor heel boekjaar 2026 verwacht Broadcom ongeveer 58 miljard dollar omzet uit AI halfgeleiders. Daarna wordt de lat fors hoger gelegd. Het management rekent op ongeveer 115 miljard dollar in boekjaar 2027 en ongeveer 230 miljard dollar in boekjaar 2028. AI is daarmee geen extra groeipoot meer, maar het hart van het Broadcom verhaal. Dat maakt het aandeel interessant voor beleggers die naar AI infrastructuur kijken. Het maakt Broadcom ook gevoeliger voor de investeringsplannen van grote klanten die datacenters blijven uitbreiden. Broadcom rekent op sterke groei in AI halfgeleiders Bron: Reuters Marvell leunt zwaar op datacenters Marvell Technology haalde in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 bijna 79% van zijn omzet uit het datacentersegment. Dat segment profiteert direct van de vraag naar AI infrastructuur. De afhankelijkheid van datacenters is dus groot, maar voorlopig werkt die afhankelijkheid in het voordeel van Marvell. Marvell verhoogde zijn eigen verwachtingen. Het bedrijf rekent nu op 12 miljard dollar omzet in boekjaar 2027, 45% meer dan een jaar eerder. Voor boekjaar 2028 verwacht Marvell ongeveer 18 miljard dollar omzet, tegen een eerdere raming van 16,5 miljard dollar. De datacenteractiviteiten moeten die groei blijven dragen. Marvell verwacht daar ongeveer 60% groei in boekjaar 2027 en meer dan 60% in boekjaar 2028. De custom chips activiteiten, chips die op maat worden ontwikkeld voor grote klanten, moeten in boekjaar 2028 meer dan verdubbelen. Hock Tan bij VMware, terwijl Marvell op datacenters leunt Bron: Business Insider Google helpt Marvell, maar niet gratis Google geeft Marvell een stevig kwaliteitsstempel. Marvell gaat meerdere custom silicon producten ontwikkelen voor Googles TPU ecosysteem. Die TPU’s zijn Googles eigen AI chips en worden gebruikt voor AI modellen, dataverwerking, opslag en geheugenbeheer. De deal heeft wel een tweede kant. Google kan tot ongeveer 59 miljoen Marvell aandelen kopen tegen 206,58 dollar per stuk. Het grootste deel van die aandelen komt pas beschikbaar als Google grote hoeveelheden custom chips bij Marvell afneemt. Daar zit de spanning voor bestaande aandeelhouders. Extra aandelen betekenen verwatering, maar die verwatering hangt grotendeels samen met extra omzet uit Google. De deal is dus aantrekkelijker naarmate Marvell de omzet ook echt binnenhaalt. Broadcom blijft ook bij Google De grotere rol van Marvell bij Google betekent niet dat Broadcom uit beeld verdwijnt. Broadcom heeft zelf een langetermijnovereenkomst om chips te ontwikkelen en te leveren voor toekomstige generaties van Googles TPU’s. Die overeenkomst omvat ook netwerkcomponenten en andere onderdelen voor AI racks tot uiterlijk 2031. Google lijkt vooral zijn leveranciersbasis te verbreden. Dat is logisch bij de schaal waarop AI infrastructuur wordt gebouwd. Eén leverancier is dan kwetsbaar, zeker bij chips, netwerken en datacenterapparatuur. Voor Broadcom is dat belangrijk. Het bedrijf blijft verbonden aan Googles TPU’s en profiteert tegelijk van bredere vraag naar AI halfgeleiders. Daarmee rust het verhaal minder op één nieuwe klantdeal dan bij Marvell. Kasstroom geeft Broadcom lucht Broadcom verdient al veel contant geld aan zijn groei. De vrije kasstroom kwam in het derde kwartaal uit op 13,7 miljard dollar. Dat was bijna 46% van de omzet, een niveau dat weinig ruimte laat voor het beeld van een puur beloftevol AI aandeel. De infrastructuursoftwaretak maakt het profiel breder. Die activiteit leverde in het derde kwartaal ongeveer 8,8 miljard dollar omzet op. Voor beleggers telt dat mee, omdat Broadcom niet volledig afhankelijk is van de grillen van de chipmarkt. Analisten verwachten voor Broadcom ongeveer 173,5 miljard dollar omzet in boekjaar 2027. Dat zou bijna 64% groei op jaarbasis zijn. Voor Marvell rekenen analisten op ongeveer 18,2 miljard dollar omzet in boekjaar 2028, een stijging van ongeveer 51%. Marvell moet meer bewijzen De waarderingskloof is groot. Broadcom handelt rond 21,6 keer de geschatte winst voor boekjaar 2027, tegenover ongeveer 57,3 keer de winst voor boekjaar 2028 bij Marvell. Op basis van verwachte EBITDA ligt Broadcom rond 14,2 keer, terwijl Marvell rond 30,2 keer noteert. Die vergelijking is niet perfect, maar wel bruikbaar. Broadcoms boekjaar 2027 eindigt in november 2027 en Marvells boekjaar 2028 eindigt in januari 2028. De perioden liggen dicht genoeg bij elkaar om de prijs die beleggers betalen naast elkaar te zetten. Marvell kan die hogere waardering alsnog waarmaken als custom chips en connectivity harder groeien dan nu wordt verwacht. De vraag naar optische producten, netwerkswitches en technologie voor grotere AI systemen werkt mee. Maar hoe hoger de waardering, hoe minder ruimte er overblijft voor vertraging of tegenvallers. Broadcom aandeel wacht op nieuwe AI cijfers Broadcom aandeel heeft op dit moment het voordeel van een eenvoudiger rekensom. Het bedrijf combineert snelle AI groei met hoge vrije kasstroom, softwareomzet en een lagere waardering dan Marvell. Dat maakt het contrast tussen de twee AI namen scherp. Voor Marvell draait het nu om uitvoering. Google kan veel opleveren, maar de markt wil zien hoeveel omzet daar echt uitkomt en hoeveel nieuwe aandelen daar tegenover staan. Voor Broadcom ligt de aandacht bij de AI halfgeleideromzet, de samenwerking rond Googles TPU’s en de vraag of de verwachtingen voor boekjaar 2027 en 2028 overeind blijven.

  • Micron mikt op een recordmarge maar beleggers onderschatten dit risico

    In het kort: Micron rekent voor het fiscale vierde kwartaal op een brutomarge van ongeveer 86%, een niveau dat ver boven eerdere pieken ligt. De vraag vanuit AI datacenters stuwt geheugenprijzen, maar eerdere Micron cycli sloegen snel om zodra prijzen begonnen te dalen. Nieuwe klantcontracten moeten de winst beschermen, maar die prijsbodems zijn nog niet getest in een echte neergang. Een brutomarge van ongeveer 86% maakt het Micron aandeel ineens een zuivere test voor de geheugencyclus. Micron Technology rekent voor het fiscale vierde kwartaal op 50 miljard dollar omzet, met een bandbreedte van 1 miljard dollar omhoog of omlaag. Voor een chipmaker die sterk leunt op geheugenprijzen is dat margedoel uitzonderlijk hoog. Het kwartaal is al afgesloten. Microns fiscale vierde kwartaal eindigde begin september en de cijfers komen woensdag 30 september na het sluiten van de markt. Tot die tijd draait de discussie minder om omzetgroei en meer om de vraag hoe lang zo’n marge overeind kan blijven. Bij 86% brutomarge geeft Micron nog ongeveer 14 cent van elke verkoopdollar uit aan het maken van de chips die het verkoopt. Dat is precies waarom beleggers opletten. In geheugen zijn hoge marges zelden rustig en duurzaam geweest. Micron-productiecapaciteit staat centraal bij uitzonderlijk hoge marges Bron: Reuters AI datacenters duwen geheugenprijzen hoger Microns marge is in korte tijd hard opgelopen. In het fiscale derde kwartaal van 2026, dat eindigde op 28 mei, kwam de brutomarge uit op 84,6%. Een kwartaal eerder was dat 74,4%, een jaar eerder nog 37,7%. Micron wijst naar de vraag vanuit datacenters voor kunstmatige intelligentie. Die vraag groeit volgens het bedrijf sneller dan de sector nieuw aanbod kan toevoegen. Hogere geheugenprijzen werken daardoor door in vrijwel de hele portefeuille. Dat verhaal is helder, maar niet eindeloos rekbaar. De verwachte marge van ongeveer 86% ligt iets meer dan een procentpunt boven de 84,6% van het voorgaande kwartaal. In het kwartaal daarvoor steeg de marge nog met 10 procentpunten, dus het tempo loopt al terug. AI-datacenters stuwen de vraag naar Microns geheugenchips Bron: Reuters Eerdere Micron pieken zakten hard De geschiedenis maakt dit cijfer ongemakkelijk. In de geheugenboom van boekjaar 2018 piekte Micron op een brutomarge van 61%. In de volgende opgaande cyclus lag de top op 47,3%, in het kwartaal dat begin september 2021 eindigde. Die eerdere toppen liggen ver onder het niveau waarop Micron nu mikt. Zelfs de beste kwartalen uit twee sterke geheugenbooms kwamen niet binnen 20 procentpunten van de huidige outlook. Dat zegt veel over de kracht van de AI vraag, maar ook over hoe uitzonderlijk het huidige winstniveau is. Margepieken bleven bij Micron bovendien niet lang liggen. Na de top van 61% stond de brutomarge drie kwartalen later op 38,2%. Een kwartaal daarna bleef 28,6% over, minder dan de helft van de piek. Mehrotra staat voor de uitdaging eerdere margepieken te doorbreken Bron: Business Insider SK Hynix toont hetzelfde patroon Micron is niet de enige geheugenproducent met zo’n cyclus. Concurrent SK Hynix sloot 2018 af met recordresultaten en een operationele marge van 52%. Een jaar later was de operationele winst met 87% gedaald. Ook na de piek van 47,3% bij Micron ging het snel. Twee kwartalen later stond de brutomarge nog vrijwel gelijk op 47,2%. Vier kwartalen daarna was de marge negatief 32,7%. In beide eerdere cycli verloor Micron binnen ongeveer een jaar meer dan 30 procentpunten aan marge zodra de daling begon. Dat is de meetlat voor de huidige outlook. Een marge van 86% is indrukwekkend, maar de sector heeft vaker laten zien hoe snel indrukwekkend kan verdwijnen. Contracten moeten de cyclus breken Micron zegt dat deze ronde anders is door klantcontracten. Het bedrijf heeft 16 overeenkomsten gesloten met looptijden van drie tot vijf jaar. Het gaat om take or pay afspraken, waarbij klanten afnameverplichtingen hebben, vaak met vaste prijzen of prijsbodems en plafonds. CEO Sanjay Mehrotra stelt dat alleen de bodemprijzen al een brutomarge mogelijk maken die “well above our peak quarterly margins in any past cycle” ligt. Dat is een stevige claim, juist omdat de eerdere pieken op 61% en 47,3% lagen. Als die bodemprijzen houden, krijgt Micron meer bescherming dan in oude cycli. Financieel directeur Mark Murphy klonk voorzichtiger over de prijsontwikkeling. “Our fiscal Q4 gross margin outlook reflects a meaningful moderation in the rate of price increases,” zei hij bij de kwartaalcall van juni. De prijzen stijgen dus nog, maar niet meer met dezelfde vaart. Waardering laat scepsis zien De markt lijkt de piekwinst niet volledig door te trekken. Analisten rekenen voor fiscaal 2027, dat begin september begon, op ongeveer 158 dollar winst per aandeel. Bij ongeveer 1.070 dollar per aandeel noteert Micron rond 7 keer de verwachte winst. Dat is geen waardering die past bij winst waarvan de markt zonder twijfel verwacht dat die jaren blijft staan. Het oogt eerder als een korting voor cycliciteit. Wall Street gelooft de huidige boom, maar zet er geen blind stempel op. Daar wringt het voor het Micron aandeel. De contracten kunnen de neergaande kant verzachten, en AI datacenters blijven voorlopig veel geheugen vragen. Maar geen enkele zware neergang heeft deze nieuwe prijsbodems al getest. Septembercijfers moeten bewijs leveren De cijfers van 30 september moeten meer doen dan de outlook bevestigen. Beleggers zullen vooral luisteren naar de toon over geheugenprijzen, klantcontracten en het aanbod in de sector. Mehrotra verwacht dat het sectoraanbod pas in 2028 geleidelijk verbetert, en juist die timing is belangrijk voor de marges. Voor het Micron aandeel blijft de kernvraag simpel. Is 86% brutomarge een nieuw winstniveau dankzij AI datacenters en sterkere contracten, of is het de top van opnieuw een harde geheugencyclus? Micron krijgt bij de jaarcijfers de kans om te laten zien welk verhaal het sterkst is.

  • Broadcom is terug bij af ondanks recordgroei en dat schept een kans

    In het kort: Broadcom verhoogde zijn AI verkoopdoelen naar $58 miljard dit boekjaar, ongeveer $115 miljard in 2027 en $230 miljard in 2028. De markt kijkt kritischer naar die groei omdat vijf eindklanten in het derde kwartaal ongeveer 55% van de omzet leverden. De vraag is of Hock Tan de hoge AI doelen kan halen zonder vertraging bij klanten als Anthropic en OpenAI. Het Broadcom aandeel staat weer rond het niveau van eind 2025, terwijl de aangepaste winst per aandeel over de laatste vier kwartalen ongeveer 43% hoger ligt dan in boekjaar 2025. Dat is de kern van het verhaal. De beurs betaalt ongeveer dezelfde prijs voor een bedrijf dat intussen duidelijk winstgevender is geworden. Het aandeel staat rond $350, ongeveer 29% onder de hoogste koers in 52 weken van $495. Die daling maakt Broadcom niet automatisch goedkoop. Maar het contrast tussen de lagere marktprijs en de hogere winst is te groot om te negeren. Daar wringt het ook voor beleggers. De AI groei is stevig, de doelen zijn verhoogd en de winst loopt mee. Tegelijk rust een groot deel van dat verhaal op een kleine groep klanten. Broadcom blijft winstgevender maar het aandeel staat onder druk Bron: Reuters Hock Tan verhoogt AI doelen De verkoop van AI chips is bij Broadcom harder opgelopen dan de markt in juni nog te horen kreeg. CEO Hock Tan zei toen dat de AI chipverkopen in boekjaar 2026 rond $56 miljard zouden uitkomen, gevolgd door meer dan $100 miljard in het jaar daarna. Bij het winstrapport van 2 september gingen die verwachtingen omhoog. Broadcom rekent nu op $58 miljard aan AI verkopen in dit boekjaar en ongeveer $115 miljard in boekjaar 2027. Tan zette daar een nieuw doel naast: $230 miljard in boekjaar 2028. Dat laatste cijfer is ambitieus, ook voor een bedrijf dat al hard groeit. De eerdere koersval kwam vooral na het winstrapport van 3 juni. Een dag later verloor Broadcom ongeveer 13%, nadat Tan de AI prognose niet wilde verhogen. Achteraf bezien was dat moment minder richtinggevend dan de markt toen dacht. CEO Hock Tan legt de lat hoger voor AI verkopen Bron: Business Insider AI chips versnellen verder Broadcom boekte in de drie maanden tot en met 2 augustus, het derde kwartaal van boekjaar 2026, $16,7 miljard omzet uit AI chips. Dat was 221% meer dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal van het boekjaar bedroeg de groei 106%, gevolgd door 143% in het tweede kwartaal. Voor het vierde kwartaal rekent het management op $21,7 miljard aan AI chipverkopen. Dat zou neerkomen op een stijging van 236%. De groei versnelt dus nog altijd, al wordt de lat met zulke cijfers ook steeds hoger. De winst beweegt mee. De aangepaste winst per aandeel steeg in het derde kwartaal met 96%, na stijgingen van 54% en 28% in de twee voorgaande kwartalen. Tan zei tijdens de earnings call dat Broadcom op schema ligt om in boekjaar 2028 meer dan $30 winst per aandeel te behalen. AI datacenters stuwen de vraag naar Broadcom chips Bron: Bloomberg News Waardering Broadcom is teruggevallen Bij de recordslotkoers begin juni werd Broadcom gewaardeerd op ongeveer 66 keer de aangepaste winst per aandeel over de voorgaande vier kwartalen. Rond $350 ligt die waardering op ongeveer 36 keer de aangepaste winst. Dat is lager, maar nog steeds geen waardering waarbij veel fout mag gaan. Het aandeel handelde het grootste deel van de afgelopen twee jaar tussen ongeveer 40 en 55 keer de aangepaste winst. Alleen in het voorjaar van 2025 was Broadcom volgens deze maatstaf kort goedkoper. De markt lijkt dus al rekening te houden met vertraging in een deel van de prognose. Dat is niet onlogisch. De doelen voor 2027 en 2028 zijn hoog en hangen niet alleen af van vraag naar AI chips. Broadcom moet ook leveren, klanten moeten blijven bouwen en de financiering achter die uitrol moet overeind blijven. Anthropic maakt klantconcentratie zichtbaar De vijf grootste eindklanten waren in het derde kwartaal goed voor ongeveer 55% van de omzet van Broadcom. Een kwartaal eerder was dat ongeveer 45%. Een jaar eerder lag het percentage rond 40%. De afhankelijkheid van een kleine groep klanten neemt dus toe. Tan telt zes klanten voor custom chips en verwacht dat Anthropic in 2027 de grootste daarvan wordt. Dat verklaart waarschijnlijk waarom Broadcom op 14 september ongeveer 5% verloor, nadat Anthropic CEO Dario Amodei in een essay pleitte voor een tragere ontwikkeling van AI modellen. Tan zei diezelfde dag tegen CNBC dat het debat zijn doelen voor boekjaar 2027 en 2028 niet had veranderd. Voor Anthropic en OpenAI heeft Broadcom samen met Apollo en Blackstone een financieringsplatform opgezet om de uitrol te betalen. Broadcom heeft ermee ingestemd om tot ongeveer $29 miljard aan leasebetalingen van één klant te garanderen. Mogelijk kan het bedrijf ook restwaardegaranties verstrekken. Broadcom moet meer bewijzen De korting ten opzichte van juni is te begrijpen. Een korte klantenlijst verdient een lagere waardering dan een breed gespreide omzetbasis. Maar dezelfde marktprijs als eind 2025, bij een aangepaste winst per aandeel die ongeveer 43% hoger ligt, oogt ook streng. De kernvraag is niet of AI chips hard groeien. Dat doen ze al. De vraag is of Broadcom de hoge doelen kan halen zonder dat financiering, uitrol of vraag bij een paar grote klanten begint te haperen. Voor het Broadcom aandeel draait de volgende fase daarom minder om grote AI beloftes en meer om bewijs in de cijfers. De verkopen in het vierde kwartaal, de bijdrage van klanten als Anthropic en OpenAI en de voortgang richting boekjaar 2027 moeten laten zien of Hock Tan zijn hogere doelen kan waarmaken.

  • Elon Musk geeft Nvidia-beleggers onbedoeld een nieuw koopsignaal

    In het kort: Elon Musk zegt dat Colossus 2 dit jaar mogelijk richting een verdubbeling van het aantal Nvidia GPU's gaat. SpaceX wil volgens Musk exclusief met Nvidia chips werken, waardoor Nvidia een grote klant krijgt die publiek voor zijn technologie kiest. De vraag voor het Nvidia aandeel is hoeveel van die vraag zichtbaar wordt zodra de GB300 leveringen echt online komen. Colossus 2 kan volgens Elon Musk, topman van Tesla en SpaceX, dit jaar nog fors meer Nvidia GPU's krijgen. Voor het Nvidia aandeel is dat relevant omdat Musk niet alleen extra chips noemt, maar ook steeds nadrukkelijker voor Nvidia kiest als vaste leverancier. Het gaat om GPU's, chips voor zwaar AI rekenwerk, in het AI rekencluster van xAI. Musk schreef op X dat Colossus 2 nu draait op 110.000 Nvidia GB200 chips en 440.000 GB300 chips. Volgende week moeten daar 220.000 GB300 chips bijkomen, gevolgd door nog eens 220.000 GPU's in november. Voor eind december hoopt Musk op nog eens 220.000 GB300 chips, met zijn eigen voorbehoud: "if we get lucky". Nvidia-aandeel profiteert van Musks plannen voor Colossus 2 Bron: Business Insider Colossus 2 vraagt meer GB300 chips SpaceX mikte eerder op 1 miljoen GPU's eind 2026. Als de genoemde leveringen doorgaan, komt die grens sneller in beeld dan eerder gepland. Dat maakt de update meer dan een losse bestelling, omdat de schaal van Colossus 2 snel richting het niveau gaat waar alleen de grootste AI kopers meespelen. xAI gaf naar verluidt ongeveer $18 mrd uit aan de eerste 550.000 GPU's. De nieuwe bestelling kan groter uitvallen, omdat daarin meer nieuwere GB300 chips zitten. Voor Nvidia telt vooral dat Musk de nieuwste generatie chips blijft noemen, niet alleen oudere capaciteit. Blackwell-chips staan centraal in Musks nieuwe GPU-bestellingen Bron: Business Insider SpaceX maakt Nvidia strategischer Musk zei eerder deze maand dat SpaceX voortaan exclusief Nvidia chips wil gebruiken. Hij noemde het Vera Rubin platform van Nvidia de "best architecture out there" en sprak positief over de samenwerking met de chipmaker. Zulke uitspraken zijn geen contractwaarde op zichzelf, maar ze geven Nvidia wel een zichtbare klant in een markt waar capaciteit schaars blijft. SpaceX wil volgens Musk dit jaar eindigen met ongeveer 2 gigawatt aan rekenkracht. Eind 2027 mikt het bedrijf op "closer to 10 gigawatts than 5 gigawatts". Eén gigawatt aan rekenkracht kost naar schatting $50 mrd tot $60 mrd, waarvan ongeveer $35 mrd bestaat uit chips en andere Nvidia onderdelen. Vanuit Santa Clara bouwt Nvidia aan strategische banden met SpaceX Bron: Business Insider Vera Rubin moet de ruimte in Nvidia en SpaceX werken ook aan GPU's voor geplande datacenters in een baan om de aarde. Dat klinkt ver weg, maar het project draait om een concreet technisch probleem. Kosmische straling kan bits in chips laten omslaan van 0 naar 1 of andersom, waardoor rekenfouten ontstaan. Volgens Musk hebben Nvidia en SpaceX een Vera Rubin NVL72 systeem ontworpen dat geschikt is voor gebruik in de ruimte. SpaceX wil dat systeem tegen eind 2027 in een baan om de aarde brengen. Vanaf 2028 moet de opschaling beginnen, als de techniek zich in de praktijk bewijst. CUDA houdt Nvidia stevig vast Nvidia krijgt meer concurrentie in inference, het gebruik van getrainde AI modellen. Toch blijft de chipmaker sterk in AI infrastructuur, vooral bij het trainen van grote AI modellen. Daar zijn Nvidia GPU's nog altijd de standaard waar veel klanten hun systemen omheen bouwen. Een groot deel van die positie zit in CUDA, het softwareplatform waarmee ontwikkelaars Nvidia chips gebruiken. Klanten kopen daardoor niet alleen hardware, maar ook een ecosysteem dat al diep in hun AI werk zit. Dat is voor concurrenten lastiger te kopiëren dan ruwe rekenkracht alleen. Nvidia probeert die positie breder te maken. De overname van "Groq" en de verwerking van taalverwerkingstechnologie in CUDA moeten het bedrijf sterker maken in inference. Ook SchedMD en Hugging Face, waarbij Hugging Face nog in behandeling is, passen in dat beeld van chips, systemen en software onder één dak. Nvidia aandeel wacht op leveringen Nvidia is inmiddels meer dan een GPU leverancier. In augustus maakte het bedrijf bekend dat SpaceX ook Vera centrale processors gaat gebruiken voor agentic AI, waarbij systemen zelfstandig taken uitvoeren. De CPU markt is kleiner dan de GPU markt, maar voor Nvidia telt dat het bedrijf meer onderdelen van dezelfde AI machine kan leveren. Voor het Nvidia aandeel draait de komende periode minder om de grote woorden van Musk en meer om uitvoering. De eerstvolgende ijkpunten zijn de GB300 levering volgende week, de GPU levering in november en de mogelijke extra tranche eind december. Pas als die chips daadwerkelijk online komen, krijgt het verhaal rond SpaceX als ankerklant van Nvidia meer gewicht.

  • Vergeet SpaceX: Anthropic mikt op 2 biljoen dollar

    In het kort: Anthropic wil naar verluidt in november naar de beurs. De notering test of AI bedrijven hun groei ook kunnen omzetten in winst. Nvidia en andere chipaandelen kijken mee, omdat hun AI vraag uiteindelijk uit echte kasstromen moet worden betaald. De Anthropic beursgang wordt een harde test voor de waarderingen rond kunstmatige intelligentie. Het bedrijf achter Claude mikt naar verluidt op een notering in november en een waardering van $2 biljoen. Dat is geen klein AI verhaal meer, maar een directe graadmeter voor de vraag hoeveel beleggers nog willen betalen voor groei in AI infrastructuur, chips en software. Anthropic komt met cijfers die op het eerste gezicht indrukwekkend zijn. De omzet steeg in 2025 met meer dan 1.000% tot $4,6 miljard. Daar stond wel een nettoverlies van $42 miljard tegenover, al kwam $34 miljard daarvan door een boekhoudkundige last rond de hogere waardering van converteerbare aandelen. Operationeel verloor Anthropic vorig jaar $8,06 miljard en gaf het $7,33 miljard uit aan compute en infrastructuur. Anthropic wil met Claude zijn groeiverhaal naar de beurs brengen Bron: WIRED Claude zet software onder druk Claude werd in 2026 een naam waar softwarebeleggers niet omheen konden. Producten als Claude Code en Claude Cowork trokken snel meer gebruikers, en dat raakte een gevoelige snaar op Wall Street. Als zulke AI producten delen van traditionele software kunnen vervangen, verandert de lat voor softwarebedrijven. Daar zit de bredere betekenis van de Anthropic beursgang. Het gaat niet alleen om één nieuwe notering, maar om de vraag of AI bedrijven omzet kunnen weghalen uit bestaande softwaremarkten. Anthropic boekte in het tweede kwartaal $11,5 miljard omzet, veertien keer zoveel als een jaar eerder. OpenAI kwam in hetzelfde kwartaal uit op $6,7 miljard omzet. AI-datacenters vormen de ruggengraat achter nieuwe softwareproducten Bron: Forbes Winst maakt Anthropic interessanter Anthropic rapporteerde in het tweede kwartaal een aangepaste operationele winst van $559 miljoen. OpenAI had in dezelfde periode juist een operationeel verlies van $12,3 miljard. Dat verschil maakt Anthropic op papier een scherper verhaal dan veel andere AI namen, waar de groei groot is maar de rekening voor rekenkracht nog groter. Voor beleggers is dat de kern. De AI boom draait al lang niet meer alleen om gebruikersgroei of technische beloftes. Bedrijven moeten laten zien dat de omzet hard genoeg stijgt om de uitgaven aan chips, datacenters en infrastructuur te dragen. Anthropic heeft daar met het tweede kwartaal een sterker bewijsstuk neergelegd dan OpenAI, maar één kwartaal maakt nog geen duurzaam model. AI-chips bepalen of snelle omzetgroei winstgevend kan worden Bron: Reuters Waardering naast SpaceX oogt minder wild Anthropic mikt naar verluidt op een waardering van $2 biljoen. Dat ligt in de buurt van SpaceX, dat bij zijn debuut op $1,75 biljoen werd gewaardeerd. De vergelijking is relevant omdat beide namen tot de grote verwachte beursverhalen behoren, maar de onderliggende cijfers vertellen niet hetzelfde verhaal. Op basis van de resultaten over het tweede kwartaal zou Anthropic handelen tegen 45 keer de run rate omzet. SpaceX ging naar de beurs tegen ongeveer 100 keer de omzet. Dat maakt Anthropic niet goedkoop, maar het zet de beoogde waardering wel in een ander licht. Zeker omdat de omzet in het tweede kwartaal met meer dan 1.000% steeg ten opzichte van een jaar eerder. Nvidia kijkt naar de kasstromen Nvidia en andere halfgeleiderbedrijven profiteren nu van de enorme vraag naar AI infrastructuur. Die vraag blijft alleen geloofwaardig als klanten als Anthropic genoeg verdienen om de volgende ronde chips en rekenkracht te betalen. Daar wringt het bij de AI keten: de uitgaven zijn zichtbaar, de structurele winstgevendheid moet nog breder worden bewezen. Een geslaagde beursgang van Anthropic tegen $2 biljoen zou daarom verder reiken dan de IPO markt. Chipaandelen zouden daarin een signaal kunnen zien dat de vraag naar AI infrastructuur nog niet is uitgeput. Als de waardering niet wordt gehaald, of als de winstgevendheid minder stevig blijkt, wordt dezelfde keten juist kwetsbaarder voor twijfel. Minder Musk, meer cijfers nodig Anthropic krijgt waarschijnlijk een ander beursdebuut dan SpaceX. Elon Musk hielp de aandacht rond SpaceX aanjagen met zijn reputatie voor grote beloften. Anthropic topman Dario Amodei heeft een ander profiel en spreekt juist vaak over het afremmen van AI ontwikkeling om veiligheidsredenen. Dat hoeft geen nadeel te zijn. Minder spektakel legt alleen meer druk op de cijfers. Beleggers kijken bij Anthropic vooral naar omzetgroei, aangepaste operationele winst en de vraag of Claude zijn voorsprong op OpenAI kan vasthouden. De derdekwartaalcijfers, die nog vóór de beursgang worden verwacht, worden daarmee het volgende meetpunt voor de Anthropic beursgang.

  • De obligatiemarkt geeft hetzelfde signaal af als vlak voor 2008

    In het kort: De Amerikaanse obligatierente staat weer op niveaus die sinds vlak voor de Great Recession niet meer zijn gezien. De huizenmarkt VS oogt minder kwetsbaar dan toen, vooral door strengere kredietchecks en veel vaste hypotheken. De vraag verschuift naar commercieel vastgoed en private credit, waar hogere rentes sneller doorwerken in zwakke leningen. De Amerikaanse obligatierente is terug op een niveau dat beleggers liever niet met 2008 vergelijken. Het rendement op de tienjarige Amerikaanse staatslening staat op 5,18%, terwijl de dertigjarige rond 5,5% noteert. Zulke percentages zijn niet meer gezien sinds vlak voor de Great Recession, en dat maakt de obligatiemarkt opnieuw bepalend voor het beursverhaal. De obligatiemarkt trekt de aandacht omdat dure financiering langzaam door het systeem kruipt. Na de Great Recession hield de Federal Reserve de rente ongeveer tien jaar rond nul om de economie te ondersteunen. Die periode van goedkoop geld is voorbij sinds de inflatie na de pandemie de Fed tot renteverhogingen dwong. Dit jaar kwamen daar stijgende olieprijzen door de oorlog met Iran en nieuwe zorgen over de Amerikaanse staatsschuld bij. Vooral langlopende staatsleningen liepen daardoor verder op. Voor beleggers is dat relevant omdat deze rentes doorwerken in hypotheken, bedrijfsleningen, vastgoedfinanciering en uiteindelijk ook in de waardering van aandelen. De vergelijking met 2008 ligt dan snel op tafel. Toch is de belangrijkste vraag niet of dezelfde crisis terugkomt. Interessanter is waar de kwetsbare plekken nu zitten, want de huizenmarkt van vandaag ziet er anders uit dan de huizenmarkt van toen. Amerikaanse staatsrentes testen opnieuw de rek in kredietmarkten Bron: Reuters Waarom 2008 anders begon De Great Recession begon bij slechte hypotheekleningen. Banken en andere kredietverstrekkers gaven veel subprimehypotheken aan mensen die de lasten eigenlijk niet konden dragen. Vaak was er geen aanbetaling nodig en werd inkomen, werk of vermogen nauwelijks gecontroleerd. Die leningen bleven niet netjes op één balans staan. Ze werden verpakt in mortgage backed securities, hypotheekobligaties, en daarna opnieuw in complexere schuldproducten zoals collateralized debt obligations. Daardoor konden kredietverstrekkers blijven uitlenen, terwijl de kwaliteit van de onderliggende leningen verslechterde. Veel huizenkopers hadden ook hypotheken met variabele rente. Die begonnen met lage introductietarieven, maar werden later aangepast naar veel hogere rentes. Toen huizenprijzen daalden en maandlasten stegen, kwam precies de groep met de minste financiële ruimte als eerste in de problemen. Strengere hypotheekchecks maken huizenmarkt minder kwetsbaar dan in 2008 Bron: Reuters Huizenmarkt VS heeft meer lucht De huizenmarkt VS heeft nu meer bescherming dan in 2006 tot en met 2008. Banken liepen tijdens de vorige crisis forse reputatieschade op en de kredietpraktijk is sindsdien strenger geworden. Leningen zonder controle van inkomen, werk of vermogen bestaan nauwelijks nog. Huizenkopers brengen vaker eigen geld in, waardoor zij meer overwaarde hebben. Dat maakt gedwongen verkoop minder waarschijnlijk zodra de markt afkoelt. Het betekent niet dat huizenprijzen niet kunnen dalen, maar de zwakste schakel van toen lijkt minder groot. Ook de hypotheekstructuur is veranderd. Van de Amerikaanse hypotheken heeft 92% een vaste rente in plaats van een variabele rente. Daardoor voelen veel huishoudens de hogere marktrente niet meteen in hun maandlasten, terwijl dat vóór de Great Recession juist een belangrijke versneller van de problemen was. Powell blijft spil in markt voor duurdere financiering Bron: Reuters Commercieel vastgoed oogt kwetsbaarder Commercieel vastgoed voelt hogere rentes sneller dan veel particuliere huiseigenaren. Projecten die eerder goedkoop gefinancierd waren, moeten bij herfinanciering vaak tegen duidelijk hogere tarieven door. Dan wordt zichtbaar welke gebouwen of leningen alleen werkten in een wereld met bijna gratis geld. Daar wringt het meer dan bij de doorsnee hypotheekbezitter. Veel huishoudens zitten nog op gunstige hypotheekrentes en hebben overwaarde. Bij commercieel vastgoed is de buffer minder vanzelfsprekend, vooral wanneer inkomsten tegenvallen en leningen aflopen. Hogere rendementen kunnen ook kapitaalmarkten droger maken. Beleggers eisen meer vergoeding voor kredietrisico en worden kritischer op minder liquide leningen. Complexe financieringen die bij lage rente makkelijk kopers vonden, krijgen dan een zwaardere test. Private credit krijgt stresstest Private credit staat nadrukkelijker in beeld omdat veel leningen buiten het traditionele banksysteem zijn verstrekt. Die markt groeide juist sterk in jaren waarin goedkoop geld ruim beschikbaar was. Nu geld duurder blijft, wordt duidelijker welke kredietnemers hun schuldlast echt kunnen dragen. Wanbetalingen in private credit bereikten eerder dit jaar het hoogste niveau in vijf jaar. Dat cijfer is geen bewijs van een brede kredietcrisis, maar het past wel bij een markt waarin de rente opnieuw selecteert. Niet elke lening die werkte bij lage rente, werkt ook met staatsrentes rond de huidige niveaus. Opvallend is dat de waarschuwing niet uit één hoek komt. De huizenmarkt kan verder afkoelen en verliezen zijn niet uitgesloten, maar de grotere spanning lijkt elders te zitten. Commercieel vastgoed en private credit hebben minder harde bescherming van vaste hypotheken en strengere consumententoetsen. Fed blijft de spil De Fed speelde ook vóór de vorige crisis een rol via hogere rentes. In 2006 verhoogde de centrale bank de federal funds rate meerdere keren om de economie af te remmen. Dat werkte door in langlopende rendementen en uiteindelijk in hypotheeklasten. Vandaag is de aanloop anders, maar het kanaal blijft herkenbaar. Eerst worden nieuwe leningen duurder. Daarna komen herfinancieringen aan de beurt en pas later worden zwakke balansen zichtbaar. Daarom draait het nu minder om een herhaling van 2008 dan om de normalisatie van kredietverliezen. Sinds de Great Recession, die formeel 18 jaar geleden begon, hebben lage rentes en steunmaatregelen veel problemen vooruitgeschoven. De huidige obligatiemarkt test hoeveel van die rek nog over is. Obligatiemarkt bepaalt waar pijn komt De Amerikaanse obligatierente blijft voorlopig het ijkpunt voor de rest van de kredietmarkt. Zolang de tienjarige staatslening op 5,18% staat en de dertigjarige rond 5,5% noteert, blijft financiering duurder dan veel partijen gewend zijn. Dat hoeft geen crash op te leveren, maar het maakt slechte leningen moeilijker te verbergen. Voor de huizenmarkt VS is de uitgangspositie sterker dan vóór de Great Recession. Voor commercieel vastgoed en private credit ligt die zekerheid minder voor de hand. De komende signalen zitten daarom vooral in nieuwe wanbetalingen, herfinancieringen tegen hogere rentes en de volgende stap van de Fed.

  • Na Sandisk en Micron komt woensdag het volgende grote chipmoment

    In het kort: Sandisk steeg op 25 juni 22%, terwijl Micron de avond ervoor sterke NAND cijfers had gepubliceerd. Microns nieuwe kwartaalrapport geeft woensdag opnieuw een vroege blik op NAND prijzen en vraag naar datacenter SSD opslag. De vraag is of de zomer sterk genoeg was om het winstverhaal rond Sandisk geloofwaardig te houden. Het Sandisk aandeel steeg op 25 juni 22%, terwijl Sandisk die dag zelf niets meldde. De aanjager zat bij Micron Technology, dat de avond ervoor kwartaalcijfers had gepubliceerd en zelf ongeveer 16% hoger ging. Voor Sandisk beleggers was vooral één onderdeel van dat rapport belangrijk: NAND flash, het geheugen dat data opslaat in telefoons, pc’s en datacenterdrives. Micron rapporteert woensdag 30 september opnieuw na het slot van Wall Street. Sandisk gaat dat rapport in rond $1.688, ongeveer 28% onder de piek van $2.354 die het aandeel in juni aantikte. Maandag verloor Sandisk nog ongeveer 5%, nadat OpenAI zei dat het de training van zijn krachtigste AI modellen had gepauzeerd. Chiprally op Wall Street zette Sandisk opnieuw in beweging Bron: Reuters NAND prijzen dragen Sandisk verhaal Micron draait vooral op DRAM, geheugen dat samenwerkt met processors. NAND was in de drie maanden tot en met 28 mei slechts 24% van Microns omzet. Toch was juist dat kleinere onderdeel de reden dat Sandisk zo hard bewoog. Microns NAND omzet steeg in dat kwartaal 99% ten opzichte van het voorgaande kwartaal naar $9,9 miljard. De gemiddelde verkoopprijzen gingen omhoog in de mid 80% range, terwijl het aantal verkochte bits slechts met een mid single digit percentage groeide. Dat is precies het soort verhouding waar Sandisk op leunt: meer omzet door hogere prijzen, niet alleen door meer volume. Die prijsbeweging volgde op een stijging van 82% in Microns fiscale tweede kwartaal, toen NAND prijzen al in de high 70% range waren opgelopen. Sandisk bevestigde dat beeld later zelf. De omzet in het kwartaal tot en met 3 juli steeg 51% op kwartaalbasis naar $8,97 miljard en lag 372% hoger dan een jaar eerder. NAND flashgeheugen vormt de kern van Sandisks prijsverhaal Bron: Sandisk Micron geeft vroege zomercheck De vorige koerssprong bij Sandisk hield niet lang stand. Sandisk sloot op 25 juni op $2.335, maar stond op 2 juli alweer op $1.745. Daarmee was de winst na Microns rapport verdampt en lag de koers zelfs onder het niveau van vóór die cijfers. Toch is Microns rapport ook dit keer relevant. Het fiscale vierde kwartaal van Micron duurde 14 weken en eindigde begin september. Dat kwartaal bestrijkt dus de zomermaanden juni tot en met augustus. Sandisks lopende kwartaal begon op 4 juli. Microns cijfers dekken daarmee ongeveer twee maanden van de periode waarover Sandisk pas later dit najaar zelf zal rapporteren. Micron is geen perfecte spiegel van Sandisk, maar bij NAND prijzen komt de indicatie dichtbij genoeg om de markt nerveus te maken. Microns rapport biedt vroege zomercheck voor de NAND-markt Bron: Reuters Sandisk groei oogt minder uitbundig Sandisk heeft zelf al laten zien dat het tempo lager ligt dan in het voorjaar. Het bedrijf rekent voor het fiscale eerste kwartaal op een omzet van $10,3 miljard tot $10,8 miljard. Dat is ongeveer 15% tot 20% meer dan in het voorgaande kwartaal. De aangepaste brutomarge, exclusief GAAP posten, moet uitkomen tussen 83% en 85%. Vorig kwartaal lag die marge op 84,6%. De omzet groeit dus nog stevig, maar de marge blijft nagenoeg gelijk. Daar zit de spanning. Als NAND prijzen opnieuw zo hard zouden stijgen als in het voorjaar, zou er meer ruimte in de marge moeten zitten. Sandisks eigen vooruitblik leest daarom eerder als een waarschuwing dat de prijsstijgingen afvlakken, ook al blijven ze op een hoog niveau. Datacenter SSD blijft tweede test Microns datacenter SSD activiteit wordt bijna net zo belangrijk als de NAND prijs zelf. De omzet uit datacenter solid state drives passeerde in het fiscale derde kwartaal $5 miljard en verdubbelde ruim ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat is dezelfde markt waar Sandisk het hardst groeit. Bij Sandisk steeg de datacentergerelateerde omzet in het fiscale vierde kwartaal 103% op kwartaalbasis naar ongeveer $3 miljard. Die activiteit was daarmee goed voor circa een derde van de totale omzet. De link met AI is duidelijk, maar de praktische vraag is simpeler: blijft er genoeg vraag naar opslag om volumes en prijzen te ondersteunen? In juni zei Micron dat het tot na kalenderjaar 2027 krapte verwachtte tussen vraag en aanbod bij zowel DRAM als NAND. Bij NAND zou die krapte groter zijn, omdat leveranciers cleanroomruimte verschuiven van NAND naar DRAM. Als Micron die toon afzwakt, raakt dat Sandisk harder dan Micron, omdat Sandisk geen DRAM tak heeft om op terug te vallen. Waardering verraadt scepsis rond Sandisk De waardering laat zien dat beleggers niet zomaar aannemen dat de huidige flashprijzen blijven staan. Rond $1.688 handelt Sandisk op ongeveer 23 keer de winst over de afgelopen twaalf maanden. Voor een cyclische geheugennaam is dat geen vanzelfsprekend lage multiple. Het beeld verandert als alleen naar de winstverwachting voor dit kwartaal wordt gekeken. Sandisk rekent op $44 tot $46 aangepaste winst per aandeel. Doorgerekend naar een heel jaar komt de waardering uit op minder dan 10 keer de winst. Die kloof zegt veel. De markt betaalt niet alsof de huidige winst zonder hapering doorloopt. Sandisk moet laten zien dat NAND prijzen hoog genoeg blijven en dat de marge niet snel wegzakt zodra de prijsstijgingen afnemen. Woensdag draait Sandisk om NAND Eén rapport van Micron bepaalt niet hoe lang flashgeheugen duur blijft. De vorige keer was één rapport wel genoeg om Sandisk harder te laten bewegen dan Micron zelf. Dat maakt de cijfers over NAND prijzen, datacenter SSD vraag en aanbodkrapte woensdag belangrijker dan de eerste koersreactie. Voor het Sandisk aandeel ligt de lat niet alleen bij groei, maar vooral bij bewijs dat de sterke prijsomgeving nog niet voorbij is. Als Micron laat zien dat de zomer stevig bleef, krijgt Sandisk meer ruimte om zijn verhaal later dit najaar te onderbouwen. Als de prijsstijging duidelijk terugvalt, verschuift de aandacht snel naar Sandisks eigen kwartaalupdate.

  • Dit aandeel keert elke maand dividend uit maar er zit een addertje

    In het kort: Realty Income biedt rond 5,9% dividendrendement en keert niet per kwartaal maar maandelijks uit. De REIT verhoogde op 8 september voor de 136e keer sinds 1994 het dividend. De vraag is hoeveel beleggers willen betalen voor een vastgoedfonds waarvan de dividendgroei gestaag maar beperkt blijft. Realty Income keert elke maand dividend uit, maar het aandeel verloor in vijf jaar 14%. Dat is precies de spanning rond het Realty Income aandeel. De inkomstenstroom oogt voorspelbaar, de beurskoers veel minder. Voor particuliere beleggers draait het verhaal daarom niet alleen om het dividendrendement van rond 5,9%, maar ook om de prijs die voor die zekerheid wordt betaald. Maandelijks dividend is op de beurs nog altijd een uitzondering. Veel dividendaandelen betalen per kwartaal, waardoor inkomensbeleggers zelf moeten spreiden over meerdere posities of via exchange traded funds moeten werken. Dat kan, maar het maakt een portefeuille al snel drukker en minder overzichtelijk. Realty Income verkoopt juist eenvoud. Eén aandeel, twaalf uitkeringen per jaar en een lange geschiedenis van verhogingen. Dat verklaart waarom de naam zo vaak opduikt bij beleggers die zoeken naar regelmatige cashflow. Het maandritme is alleen geen garantie voor een goed totaalrendement. De afgelopen vijf jaar liet de koers zien dat een stabiel dividend niet alles opvangt. Daar wringt het bij Realty Income: het inkomen is zichtbaar, maar de waardering blijft een aparte discussie. Dividendgroei blijft de trekker Realty Income verhoogde op 8 september opnieuw het dividend. Het ging om de 136e verhoging sinds 1994, het jaar van de notering aan de NYSE. Dat cijfer is de kern van het imago van het vastgoedfonds. De verhogingen zijn meestal niet groot. Het huidige maandelijkse dividend van $0,2715 ligt 34% hoger dan tien jaar geleden. Dat komt neer op een samengesteld jaarlijks groeitempo van 3%. Voor dividendbeleggers is dat geen spectaculaire groei, maar wel een patroon dat telt. Kleine verhogingen voelen op korte termijn weinig spannend. Over langere perioden bepalen ze wel of de koopkracht van de uitkering overeind blijft. Dividendgroei blijft bepalend voor inkomensbeleggers Bron: Business Insider Spreiding moet de REIT dragen Realty Income is een real estate investment trust, een vastgoedfonds dat inkomsten haalt uit vastgoed en een groot deel daarvan uitkeert. Bij zo’n REIT kijken beleggers vooral naar de kwaliteit van de huurinkomsten. De vraag is simpel: blijven huurders betalen en blijft de kasstroom breed genoeg? Die spreiding is bij Realty Income fors. Het bedrijf is actief in 92 sectoren en heeft meer dan 1.700 klanten. Daardoor hangt de onderneming niet aan één grote huurder of één enkele branche. Dat maakt het dividendverhaal geloofwaardiger, maar niet risicoloos. Vastgoedfondsen blijven gevoelig voor economische zwakte en druk bij huurders. Realty Income heeft eerdere perioden van recessie en onzekerheid doorstaan, maar de beurs kijkt vooral naar wat de kasstroom nu en straks aankan. Spreiding over huurders moet REIT-portefeuilles beschermen Bron: Business Insider Koers blijft achter bij dividend Het Realty Income aandeel is in vijf jaar 14% gedaald. Dat is een mager rapportcijfer voor een fonds dat vaak wordt gezien als vaste bron van inkomen. Het dividend kwam door, maar de koers deed niet mee. De waardering speelt daarbij een duidelijke rol. De k/w verhouding ligt boven 40, en dat is stevig voor een aandeel waarvan de aantrekkingskracht vooral in dividend zit. Een hoog dividendrendement klinkt prettig, maar een hoge waardering laat minder ruimte voor teleurstellingen. Daarom is het verhaal minder eenvoudig dan “maandelijks inkomen”. Beleggers betalen niet alleen voor de huidige uitkering, maar ook voor de verwachting dat Realty Income die uitkering blijft verhogen. Als die groei klein blijft, wordt de prijs van dat vertrouwen belangrijker. Waardering vraagt om nieuw bewijs Voor bestaande aandeelhouders is het beeld dubbel. Realty Income blijft doen waar het bekend om staat: elke maand uitkeren en het dividend stapsgewijs verhogen. Tegelijk heeft de koersdaling duidelijk gemaakt dat de markt niet elk dividendverhaal automatisch beloont. De brede spreiding over sectoren en klanten is een sterk punt. De lange reeks dividendverhogingen is dat ook. De zwakke plek zit in de combinatie van beperkte dividendgroei en een nog altijd stevige waardering. Na de verhoging van 8 september ligt de lat dus niet bij één volgende uitkering. Het Realty Income aandeel moet blijven aantonen dat de maandelijkse cashflow sterk genoeg is om de reeks verhogingen voort te zetten. Zolang dat bewijs binnenkomt, blijft het dividendverhaal overeind; als de groei stokt, wordt de waardering lastiger uit te leggen.

bottom of page