top of page

Doorzoek deze website

14680 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Huizenmarkt VS verrast: komt er tóch herstel ondanks hoge rente?

    In het kort De Amerikaanse huizenmarkt vertoont tekenen van herstel, voornamelijk door een scherpe stijging van hypotheekaanvragen. Deze toename in hypotheekaanvragen suggereert dat de huizenverkopen mogelijk aantrekken. Een aantrekkende huizenmarkt heeft een aanzienlijke positieve impact op de economie, stimuleert investeringen, creëert banen en bevordert consumentenbestedingen door het "vermenseffect" en "transactie-effecten". De Amerikaanse huizenmarkt toont tekenen van aantrekkende activiteit, met name door de recente sterke stijging in hypotheekaanvragen. Deze cijfers zijn cruciale indicatoren voor de toekomstige woningverkopen en het algemene sentiment in de sector. Op 4 juli was er een opmerkelijke stijging van 9,4% in het volume van hypotheekaanvragen in de VS. Is 4 juli 2025 het omslagpunt? Deze aanzienlijke toename volgt op eerdere stijgingen van 2,7% in de laatste week van juni 2025 en 1,1% in de periode daarvoor. Deze positieve ontwikkeling viel samen met een daling van de 30-jarige vaste hypotheekrente naar 6,79%, een dieptepunt in bijna drie maanden. Deze beweging in leenkosten is in lijn met de langlopende schatkistrentes, gedreven door verminderde zorgen over hoge inflatie en tarieven. De recente toename in hypotheekaanvragen, met name de stijging van 9,4% op 4 juli, is een sterke aanwijzing dat de huizenverkopen mogelijk aantrekken. De gegevens uit de laatste week van juni 2025 lieten al een aanzienlijke stijging zien in aanvragen voor het herfinancieren van hypotheken (een stijging van 7%). Hoewel aanvragen voor hypotheken voor de aankoop van nieuwe woningen in die periode grotendeels onveranderd bleven, suggereert de gecombineerde, significante stijging in hypotheekaanvragen dat consumenten actiever worden op de huizenmarkt.   Zelfs als een groot deel van deze stijging afkomstig is van herfinancieringen, duidt de algehele groei op een toegenomen vertrouwen en een reactie op gunstiger leenvoorwaarden. Een hogere activiteit in herfinancieringen kan ook indirect de koopmarkt beïnvloeden door huiseigenaren meer financiële ruimte te geven, wat hen in staat stelt te verhuizen of te investeren in de woning. Een aanhoudende trend van dergelijke stijgingen, vooral als dit zich vertaalt in hogere aantallen voor nieuwe aankoophypotheken, zou definitief bevestigen dat de huizenverkopen aantrekken. Om de huidige trends beter te begrijpen, is het nuttig om te kijken naar de historische context van bestaande en nieuwe woningverkopen in de Verenigde Staten:   Bestaande woningverkopen (Existing Home Sales) Deze verkopen, die het grootste deel van de huizenmarkt uitmaken, laten de verkoop van reeds bestaande woningen zien. Gemiddeld bedroegen de bestaande woningverkopen in de VS 4064,85 duizend eenheden per maand van 1968 tot 2025. Het absolute hoogtepunt werd bereikt in september 2005 met 7250,00 duizend eenheden, terwijl het dieptepunt 1370,00 duizend eenheden was in maart 1970. De meest recente gerapporteerde waarde voor mei 2025 was 4030 duizend eenheden. Hieronder zie je de verkochte woning per maand, van de afgelopen drie jaar: Bron: Trading Economics Nieuwe woningverkopen (New Home Sales) Deze categorie vertegenwoordigt de verkoop van nieuw gebouwde woningen. Nieuwe woningverkopen in de VS kenden een gemiddelde van 656,08 duizend eenheden per maand van 1963 tot 2025. Het recordhoogtepunt was 1389,00 duizend eenheden in juli 2005, en het recorddieptepunt was 270,00 duizend eenheden in februari 2011. In mei 2025 bedroegen de nieuwe woningverkopen 623 duizend eenheden, een daling ten opzichte van 722 duizend eenheden in april 2025. Hieronder zie je de verkopen van nieuwe woningen, van de afgelopen drie jaar: Bron: Trading Economics Deze historische gegevens tonen de volatiliteit van de huizenmarkt en de impact van economische cycli. Zowel bestaande als nieuwe woningverkopen hebben hun pieken en dalen gekend, vaak beïnvloed door rentetarieven, consumentenvertrouwen en de algehele economische gezondheid.   De recente positieve trend in hypotheekaanvragen, met de significante stijging op 4 juli, kan een keerpunt betekenen voor de Amerikaanse huizenmarkt. Indien de hypotheekrentes stabiel blijven of verder dalen, en het consumentenvertrouwen toeneemt, is het waarschijnlijk dat we een verdere toename zullen zien in zowel herfinancieringen als, belangrijker nog, aanvragen voor nieuwe hypotheken, wat een directe impact zal hebben op de huizenverkopen.   Wat betekent dit voor de economie? Het aantrekken van de huizenverkopen, zou een goede meevaller zijn. De toename in huizenverkopen, zowel van bestaande als nieuwe woningen, heeft namelijk een significant positieve impact op de algehele economie.   Ten eerste stimuleert de nieuwbouw direct de economie door middel van woninginvesteringen, wat een directe bijdrage levert aan het bruto binnenlands product (BBP). Dit leidt tot banencreatie in de bouwsector en aanverwante industrieën, zoals de productie van bouwmaterialen, loodgieterswerk, en elektriciteitsvoorziening.   Ten tweede creëert een stijgende huizenmarkt een "vermenseffect": wanneer de waarde van woningen stijgt, voelen huiseigenaren zich rijker en krijgen ze meer vertrouwen in de economie. Dit leidt vaak tot een toename van de consumentenbestedingen aan diverse goederen en diensten, variërend van meubels en apparaten tot verbouwingen en vakanties. Bovendien profiteert de financiële sector van een toename in hypotheekleningen. Dit resulteert vervolgens weer in "transactie-effecten", de uitgaven die gepaard gaan met verhuizingen, zoals makelaarskosten, notariskosten en de aankoop van nieuwe inrichting, dragen eveneens bij aan de economische activiteit. Kortom, een bloeiende huizenmarkt fungeert als een belangrijke motor voor economische groei en welvaart. Nu is de grote vraag: kan de huizenmarkt dit herstel volhouden alvorens de FED eventuele renteverlagingen heeft doorgevoerd? We gaan het zien...

  • Netflix groeit hard, maar is de waardering nog houdbaar?

    In het kort Sterke kwartaalresultaten in aantocht : Een groot mediabedrijf verwacht in het tweede kwartaal een omzetgroei van 15% en een winstgroei van 44% ten opzichte van vorig jaar. Explosieve groei in advertentie-abonnementen : Het goedkopere model met advertenties trok 94 miljoen gebruikers aan, een stijging van 135% in een jaar tijd. Strategische samenwerkingen op komst : Nieuwe deals met een Franse omroep en een muziekstreamingdienst markeren een koers richting live tv en muziekcontent. Met een koersstijging van 91% in twaalf maanden en meer dan 600% in drie jaar is Netflix uitgegroeid tot een van de sterkst presterende aandelen op de beurs.  De huidige koers van $1.296,73 weerspiegelt zowel de indrukwekkende financiële prestaties als het vertrouwen in de groeistrategie van het management. Het bedrijf rapporteerde in Q1 een omzet van $10,5 miljard en een winst per aandeel (EPS) van $6,61 , wat respectievelijk 13% en 25% hoger ligt dan een jaar geleden. Voor het tweede kwartaal, dat op 17 juli wordt gepresenteerd, mikt het op $11,04 miljard omzet en $7,03 EPS. Dat komt neer op een jaar-op-jaar groei van 15% en 44%. De waardering is stevig, met een koers-winstverhouding van 52 op basis van de verwachte winst van volgend jaar.  Toch is dat voor veel analisten gerechtvaardigd, gezien het sterke groeipad en de diversificatie van de inkomstenbronnen. Netflix op recordkoers: is deze stijging houdbaar? Bron: TradingView Advertentie-abonnement stuwt groei van Netflix: dit zijn de cijfers Sinds de introductie van het advertentie-abonnement eind 2022 heeft Netflix een tweede groeimotor geactiveerd.  Begin juli 2025 telde deze formule wereldwijd 94 miljoen maandelijkse actieve gebruikers, een toename van 135% ten opzichte van het jaar ervoor. In landen waar het beschikbaar is, komt meer dan de helft van de nieuwe abonnees uit dit advertentiemodel.  Het publiek is jong, kijkt gemiddeld 41 uur per maand en is aantrekkelijk voor adverteerders. Netflix werkt momenteel aan een eigen advertentietechnologieplatform. Door de controle over advertenties zelf in handen te nemen, wil het bedrijf marges verbeteren en afhankelijkheid van derden beperken.  Hiermee positioneert het zich als een volwaardige speler in de markt van digitale advertenties, vergelijkbaar met YouTube en TikTok. Netflix zet in op live content: van tv-kanalen tot muziekshows In een strategische doorbraak kondigde Netflix onlangs een samenwerking aan met het Franse TF1.  Vanaf zomer 2026 kunnen abonnees in Frankrijk live naar alle vijf TF1-kanalen kijken via het streamingplatform. Dit omvat sport, nieuws en programma’s als "The Voice", goed voor meer dan 30.000 uur extra content. Daarnaast voert Netflix gesprekken met Spotify over een samenwerking rond live muziekcontent.  Denk aan concertregistraties, talentenjachten en documentaires met een korte doorlooptijd. De show "Building the Band", die op 9 juli in première gaat, is daar een eerste voorbode van. De stap naar live content en lineaire tv markeert een fundamentele wijziging in de strategie van Netflix.  Waar het vroeger louter on-demand werkte, transformeert het zich nu tot een totaalplatform dat ook live-ervaringen en evenemententelevisie aanbiedt. Netflix en Spotify verkennen samenwerking: live muziekcontent op komst? Bron: Reuters Netflix als groeiaandeel: is de recente koersstijging nog houdbaar? Niet iedereen gelooft dat de opmars van het aandeel nog lang doorzet . Sommige analisten waarschuwen zelfs voor een zogeheten ‘blow-off top’  een oververhitte beurskoers die op korte termijn vatbaar is voor een flinke terugval . De koers ligt namelijk fors boven belangrijke technische steunlijnen , waardoor elk beetje tegenwind meteen voelbaar kan worden. Voor beleggers die naast meer volatiele investeringen zoals (tech)aandelen op zoek zijn naar meer stabielere lange-termijn beleggingen, kunnen vastgoedfondsen een aantrekkelijke aanvulling zijn. Een actueel overzicht van de beste vastgoedfondsen in Nederland vind je hier! Ook op fundamenteel vlak zijn er hobbels. In thuismarkt Amerika is de rek eruit : bijna iedereen die wil streamen, doet dat inmiddels. Tegelijkertijd woedt er een hevige strijd met giganten als Amazon en Disney , die hun greep op content en op internationale markten  blijven versterken. Daarbovenop komt geopolitieke onzekerheid . Importheffingen op buitenlandse producties of een digitale dienstenbelasting uit Europa  kunnen de kosten stevig opdrijven. En dan is er nog de contentdruk : toptitels als “Stranger Things” en “Squid Game” naderen hun slotseizoen. Nieuwe kaskrakers zijn nodig  om het publiek en de beurs te blijven boeien. Squid Game blijft Netflix-topper: populairste serie ooit Bron: Netflix Netflix-aandeel: hoe verhoudt risico zich tot het groeipotentieel? JPMorgan herhaalde recent zijn koersdoel van $1.220 en handhaafde het advies op ‘neutraal’. De bank stelt dat “het risico-rendement inmiddels in balans is”, ondanks positieve langetermijnvooruitzichten. Maar onder analisten in het algemeen is de stemming positief: 33 van de 50 adviseerden in juni een koop of strong buy.  Geen enkele analist gaf een verkoopadvies. De balans van Netflix is robuust , met $8,4 miljard aan cash en een beheersbare schuld van $17,4 miljard. De vrije kasstroom voor dit jaar wordt geschat op $8 miljard. Balans in beeld: zo ontwikkelt Netflix zich financieel door de jaren heen Bron: TradingView Netflix op een kruispunt: zet het momentum door of volgt een correctie? Met de kwartaalcijfers op 17 juli voor de deur bevindt het aandeel zich op een kantelpunt.  Het bedrijf heeft sterke fundamenten, innovatieve strategieën en nieuwe groeikanalen. Maar de waardering is hoog en de verwachtingen gespannen. Voor langetermijnbeleggers die geloven in de evolutie van Netflix tot volwaardig media-ecosysteem kan dit een aantrekkelijk instapmoment zijn.  Voor korte termijn beleggers is het raadzaam de kwartaalcijfers af te wachten. De keuze is uiteindelijk strategisch: stap je in voor mogelijk sterk nieuws en acceptabele risico’s of wacht je op bevestiging en koop je op een stabieler, wellicht duurder moment?  Hoe dan ook, dit aandeel zal ook na 17 juli volop in de belangstelling blijven.

  • Is Baidu een koopje met $27,5 miljard cash op de balans?

    In het kort AI-cloudomzet groeide in het eerste kwartaal van 2025 met 42% tot RMB 6,7 miljard , terwijl digitale advertenties met 6% daalden. De vernieuwde zoekfunctie bevat nu natuurlijke taalverwerking, langetekstinvoer en AI-tools voor beeld- en videoproductie. Met een kaspositie van $27,5 miljard op een marktkapitalisatie van $29,9 miljard is het aandeel fundamenteel ondergewaardeerd . Ooit dominant als China’s nummer één zoekmachine, staat Baidu  vandaag aan de vooravond van een digitale gedaantewisseling. De traditionele zoekfunctie, jarenlang de primaire inkomstenbron via advertenties, staat onder druk door technologische disruptie en veranderend consumentengedrag . Terwijl concurrenten als DeepSeek , Tencent  en video-apps als Douyin  marktaandeel winnen, kiest het bedrijf niet voor achterhoedegevechten maar voor heruitvinding . In maart 2025 presenteerde het bedrijf zijn vernieuwde Smart Search Box , die gebruikers toelaat om vragen te stellen in natuurlijke taal , multimedia op te laden  en AI-hulp  te ontvangen bij onder meer medische rapporten , reisplanning  of foutdiagnoses . Deze functies zijn ondersteund door Ernie Bot 4.5 Turbo  en de nieuwe multimodale tool MuseSteamer , waarmee gebruikers videoclips van 10 seconden kunnen genereren uit een enkele afbeelding . De integratie van deze tools in de zoekervaring zorgt ervoor dat AI-gegeneerde inhoud inmiddels 35% van alle mobiele zoekresultaten beslaat , tegenover 22% aan het begin van het jaar. Het platform evolueert daarmee van een klassieke zoekmachine naar een AI-gestuurde assistent  die tekst, beeld en spraak begrijpt. Baidu AI-technologie voor zoekmachine: Bron: Reuters Baidu AI Cloud en robotaxi’s stimuleren groei in 2025 De AI Cloud-divisie  groeide in het eerste kwartaal van 2025 met 42% jaar-op-jaar , goed voor RMB 6,7 miljard  omzet. Daarmee vertegenwoordigt deze tak nu 25% van de omzet van Baidu Core . De vraag naar AI-diensten groeit onder sectoren als gezondheidszorg , onderwijs  en juridische dienstverlening . Via Qianfan  en het no-code platform MiaoDA  worden steeds meer bedrijven en niet-programmeurs in staat gesteld om AI-applicaties te bouwen . Daarnaast investeert Baidu fors in Apollo Go , het autonome taxi-ecosysteem. In Q1 2025 werden er 1,4 miljoen ritten uitgevoerd , een stijging van 75% jaar-op-jaar . Inmiddels is Apollo actief in 15 steden wereldwijd , waaronder Dubai en Abu Dhabi . De RT6 , een volledig autonoom ontworpen Level 4-voertuig , wordt geproduceerd voor minder dan $30.000 per eenheid . Dat levert een aanzienlijke kostenvoorsprong  op. Partnerschappen met bedrijven zoals CAR Inc , China’s grootste autoverhuurder, versterken de schaalbaarheid. Het toont dat autonoom vervoer van experiment naar commercieel product evolueert . Baidu Apollo Go zelfrijdende taxi’s breiden wereldwijd uit: Bron: Sundry Sterke balans maakt Baidu financieel robuust en ondergewaardeerd Financieel staat Baidu er uitzonderlijk sterk  voor. Per eind Q1 2025 beschikt het bedrijf over $19,5 miljard in cash en kortlopende beleggingen , $20,5 miljard in langlopende investeringen  en slechts $12,5 miljard aan schulden . Dit resulteert in een netto kaspositie van $27,5 miljard . Gezien de beurswaarde van ongeveer $29,9 miljard , noteert het aandeel nauwelijks boven zijn kaspositie . Ondanks zware investeringen in AI en chipinfrastructuur rapporteerde het bedrijf een aangepaste EBITDA-marge van 22% en genereert het gemiddeld $3–4 miljard aan vrije kasstromen per jaar . De tijdelijke terugval in FCF komt door agressieve CAPEX-investeringen , niet door verslechterende fundamenten. Baidu balansoverzicht: sterke kaspositie en lage schuld Bron: Baidu Baidu waardering 2025 en effect van $5 miljard aandeleninkoop Volgens waarderingsmodellen bedraagt de reële waarde van het aandeel momenteel $179,99 , ofwel ruim tweemaal de huidige koers . Rekening houdend met een exit-multiple van 15x P/FCF , zou de koers over vijf jaar kunnen oplopen tot $336 per aandeel , een CAGR van meer dan 30% . Daar komt bij dat het bedrijf sinds 2023 een aandeleninkoopprogramma van $5 miljard  uitvoert. Eind 2024 was daarvan $1,4 miljard besteed , wat betekent dat er nog $3,6 miljard resteert . Dat komt neer op meer dan 12% van de marktkapitalisatie , een zeldzaam effectief gebruik van overtollige cash als waardevermeerdering. Baidu koers analyse 2025: onderwaardering en groeipotentieel Bron: TradingView Risicoanalyse Baidu 2025: politieke onzekerheid en marktconcentratie Toch zijn er belangrijke risico’s. De advertentie-inkomsten  daalden met 6% en ook iQIYI , het Netflix-achtige streamingplatform, verloor 9% omzet  op jaarbasis. Deze twee segmenten vertegenwoordigen meer dan de helft van de totale omzet , wat de afhankelijkheid onderstreept. Verder blijft het politieke klimaat in China  een structureel risico. Exportrestricties, toezicht op techbedrijven  en beperkte transparantie  kunnen buitenlandse investeerders afschrikken. De waarderingskorting voor Chinese techbedrijven houdt aan zolang deze structurele onzekerheid niet verdwijnt. Langetermijnkans Baidu Wat Baidu vandaag biedt, is een unieke combinatie van technologische innovatie , structurele cashflow , een onnatuurlijk lage beurswaardering  en een duidelijke visie op toekomstmarkten als autonoom vervoer  en generatieve AI . De transformatie is al zichtbaar: de zoekmachine is getransformeerd tot AI-hub , clouddiensten worden breed geadopteerd en Apollo Go groeit internationaal . Tegelijkertijd biedt de balans een veilige marge  tegen marktschokken. In een omgeving waar waardering steeds belangrijker wordt, is dit bedrijf mogelijk een van de meest asymmetrische kansen op de wereldwijde beursvloer . Wie nu instapt, doet dat op een moment waarop veel van het risico al in de koers verrekend is , terwijl het opwaarts potentieel naar mijn overtuiging aanzienlijk is . De richting is helder : van traditionele zoekmachine naar een volwassen, wereldwijd AI-ecosysteem . Als het bedrijf zijn strategie weet uit te voeren zoals het nu inzet , liggen hier kansen die ik persoonlijk niet wil negeren .

  • Dit waterstof-aandeel steeg maar liefst 81% in één maand

    In het kort: Plug Power schoot 81% omhoog in juni, na een megadeal voor elektrolysers en opvallende aandeleninkoop door de CFO. Een politieke meevaller verlengt cruciale waterstofsubsidies tot eind 2027, wat beleggers extra vertrouwen gaf. Ondanks het optimisme kampt het bedrijf nog altijd met grote verliezen, negatieve marges en afhankelijkheid van externe financiering. Het aandeel Plug Power sprong in juni 2025 met 81% omhoog. Voor beleggers die al maanden op verlies stonden, was het een spectaculaire rally die eindelijk weer perspectief gaf. Maar waarom juist nu? En belangrijker: is deze stijging houdbaar, of ligt er opnieuw een daling op de loer? Drie ontwikkelingen verklaren vrijwel de volledige koersbeweging. Ze zijn eenvoudig te benoemen, maar de implicaties zijn veel genuanceerder. Aandelenkoers Plug Power afgelopen 6 maand: Bron: Google Finance Plug Power ontwikkelt en verkoopt waterstofoplossingen, waaronder brandstofcellen en elektrolyzers, voor de opwekking en opslag van schone energie. Het bedrijf verdient geld door waterstofbrandstof te leveren aan industriële klanten zoals Amazon en Walmart, én door complete systemen te verkopen voor groene waterstofproductie. Hoewel het op termijn winst wil maken met eigen waterstoffabrieken en elektrolyse-deals, draait het bedrijf momenteel nog verlies op de meeste leveringen. Plug Power kondigde begin juni aan dat het een contract had binnengehaald voor de levering van 2 gigawatt aan elektrolysecapaciteit aan Allied Green Ammonia. Het project, een $5,5 miljard kostende fabriek in Oezbekistan, moet groene chemicaliën gaan produceren en vormt de tweede megadeal met Allied. Eerder dit jaar tekenden de twee partijen al een overeenkomst voor 3 gigawatt in Australië. Voor Plug Power is het belangrijk dat deze deals juist gaan over elektrolysers. Dat zijn de installaties die met groene stroom water splitsen in zuurstof en waterstof. In tegenstelling tot de productie van waterstof zelf, waar Plug verlies op draait, zijn elektrolyser-deals vaak winstgevender en eenvoudiger schaalbaar. Volgens CEO Andy Marsh opent deze deal bovendien de deur naar het bredere Midden-Oosten en Centraal-Azië. Maar de crux zit in het woord “deal”. Want hoewel Plug Power de intentieverklaring naar buiten bracht, is er nog geen finale investeringsbeslissing (FID). Die wordt pas verwacht in het vierde kwartaal van 2025. Tot die tijd kan de deal net zo goed weer ingetrokken worden. Voor beleggers betekende dit wel: als deze deal wél doorgaat, heeft Plug Power potentieel zicht op 5 gigawatt aan elektrolyser-opbrengsten. Ter vergelijking: dat is bijna zes keer het huidige backlog van het bedrijf. Toch was dit nieuws alleen niet genoeg voor de koerssprong van 81%. Daarvoor was een tweede factor nodig: vertrouwen van binnenuit. Een opvallende aankoop door de CFO Plug Power’s CFO Paul Middleton kocht in juni maar liefst 650.000 aandelen op de open markt, tegen een gemiddelde prijs van $1,03. In mei kocht hij al 350.000 stuks tegen $0,72. Volgens Middleton weerspiegelt zijn aankoop “een sterke overtuiging in de strategie van Plug en het lange termijn potentieel van waardecreatie”.   Voor beleggers die naast de meer volatiele investeringen op zoek zijn naar meer stabielere lange-termijn beleggingen, kunnen vastgoedfondsen een aantrekkelijke aanvulling zijn. Een actueel overzicht van de beste vastgoedfondsen in Nederland vind je hier! Insider buying, zeker door een CFO, is op Wall Street vaak een krachtig signaal. Het suggereert dat mensen die toegang hebben tot de volledige cijfers, verwachten dat de koers op termijn hoger zal staan. Voor Plug Power, dat in 2024 nog $2 miljard verlies rapporteerde en aan het eind van dat jaar met minder dan $205 miljoen aan kasmiddelen zat, was dit extra belangrijk. Beleggers vragen zich immers al maanden af of het bedrijf überhaupt het jaar wel zou doorkomen. De aankoop van Middleton gaf dus niet alleen een moreel steuntje, maar creëerde ook hoop dat het management er zelf nog in gelooft. Het effect was direct zichtbaar: tussen 9 en 11 juni steeg het aandeel met 42% in slechts drie handelsdagen. Toch bleef Plug Power ook na dat momentum verder stijgen. Het aandeel kreeg nog een laatste zetje, ditmaal uit onverwachte hoek: politiek Washington. Op 27 juni stemde de Amerikaanse Senaat in met een aangepaste versie van president Trumps “Big, Beautiful Bill”. Voor beleggers in Plug Power zat het goede nieuws in een klein detail: de clean hydrogen production tax credits zouden niet meer eind 2025 stoppen, maar pas na 2027. In de vorige versie van het wetsvoorstel was nog sprake van een beëindiging eind dit jaar. Deze credits, tot $3 per kilo geproduceerde groene waterstof, zijn cruciaal voor het businessmodel van Plug Power. Zonder belastingvoordeel is groene waterstof voorlopig te duur ten opzichte van fossiele alternatieven. De verlenging tot eind 2027 werd dus gevierd als een levenslijn voor het hele segment. Toch is ook dit nieuws genuanceerder dan de koersreactie doet vermoeden. De subsidie wordt niet oneindig verlengd, en biedt dus geen structurele oplossing. Plug Power moet alsnog binnen twee à drie jaar winstgevend worden, of het valt alsnog buiten de boot. Bovendien vergroot de verlenging juist het risico dat nieuwe concurrenten toetreden, nu het speelveld nog even aantrekkelijk blijft. Brutowinstmarge Plug Power Inc.: Bron: Seeking Alpha De markt zag op korte termijn vooral kansen. Maar op de lange termijn zijn er veel meer onzekerheden dan zekerheden. De andere kant van het verhaal Wie de kwartaalcijfers van Plug Power erbij pakt, ziet dat de onderliggende business nog steeds veel fundamentele problemen kent. In het eerste kwartaal van 2025 rapporteerde het bedrijf een verlies van $200 miljoen, en een negatieve brutomarge. De omzet kwam uit tussen de $140 en $180 miljoen, veel lager dan de oorspronkelijke verwachting van $972 miljoen op jaarbasis. Plug Power moest dat bijstellen tot $733 miljoen. Kwartaalverliezen Plug Power: Bron: Seeking Alpha Ondanks een besparingsplan van $200 miljoen, brandde het bedrijf in het eerste kwartaal $150 miljoen aan cash. De SG&A-kosten (selling, general & administrative) bedroegen $80 miljoen. Dat betekent dat Plug Power jaarlijks nog steeds meer dan $300 miljoen uitgeeft aan overhead, terwijl het bedrijf geen positieve marges draait. Bovendien blijft de productiecapaciteit van Plug Power achter bij de verkoopbeloften. De fabriek in Texas, waar $250 miljoen van de benodigde $800 miljoen al is uitgegeven, is nog niet volledig operationeel. Zonder belastingvoordelen had dit project waarschijnlijk stilgezet moeten worden. Plug’s Europese strategie is aantrekkelijker, met een mogelijk marktaandeel in een $21 miljard electrolysermarkt volgens de EU Green Deal en RepowerEU. Maar ook daar geldt: de echte orders zijn nog beperkt. De backlog bedraagt slechts $860 miljoen, waarvan maar $224 miljoen aan elektrolyser-opdrachten voor de periode tot en met 2026. Plug Power heeft daarnaast de laatste jaren herhaaldelijk nieuwe aandelen uitgegeven om het hoofd boven water te houden. In 2024 steeg het aantal uitstaande aandelen met bijna 50% tot 946 miljoen. Mede daardoor werd verwatering een van de belangrijkste zorgen van beleggers. In juni vroeg Plug Power zijn aandeelhouders om in te stemmen met een verdubbeling van het aantal geautoriseerde aandelen. Als dat doorgaat, kan het bedrijf opnieuw aandelen uitgeven zonder een reverse split. Zo blijft het aandeel boven de minimumkoers om genoteerd te blijven op de Nasdaq. Het bedrijf beschikt momenteel over ongeveer $1,1 miljard in cash, waarvan $780 miljoen ‘restricted’. Daarnaast zou Plug Power toegang kunnen krijgen tot een federale lening van $1,6 miljard via het Department of Energy. Maar daar zijn nog veel vragen over, onder meer over de voorwaarden en het tijdspad. In essentie is Plug Power dus nog steeds afhankelijk van externe financiering. De recente koersstijging maakt het wellicht makkelijker om nieuwe aandelen te verkopen tegen een hogere prijs, maar lost het structurele probleem niet op: Plug Power verdient nog steeds niets aan zijn core business.

  • Zo wint dit Nederlandse aandeel keer op keer van de rest

    In het kort: ASML heeft 90% marktaandeel in DUV en 100% in EUV, en geen enkel bedrijf kan daar technisch of commercieel tegenop. China zegt EUV-technologie te kunnen repliceren, maar ASML noemt dat "onderzoeksnieuws, geen productnieuws" en wijst op onhaalbare praktijkvereisten. Ondanks cyclische schommelingen groeit ASML structureel door de vraag naar steeds geavanceerdere chips in AI, 5G en cloud computing. Laat ik meteen met de deur in huis vallen: er is op lange termijn nauwelijks een bedrijf te vinden dat zo’n onaanvechtbare positie heeft als het Nederlandse ASML. Er is cyclisch risico, ja . Maar structureel risico? Nauwelijks . Er is geen serieuze concurrent die kan wat zij kunnen, en dat weet de hele markt. Het probleem is dat beleggers soms vergeten dat dominantie ook kan samengaan met schommelingen. En dat is het enige wat je hier echt moet begrijpen: ASML wint. Maar niet elk kwartaal. Je ziet dat als je naar de omzetgroei per kwartaal kijkt. Soms staan er kwartalen met -2 of -3% op het bord. Dan weer 33%, of 45%, of zelfs 50% jaar-op-jaar. Jaarlijkse omzet ASML sinds 1993: Bron: Seeking Alpha Die wisselvalligheid komt voort uit de aard van het product: extreem complexe machines, gebouwd op bestelling, geleverd wanneer klanten ruimte hebben om ze te installeren. En pas zodra die machines operationeel zijn, wordt de omzet geboekt. In sommige gevallen duurt dat maanden. Dus ja, het is rommelig op korte termijn. Maar op lange termijn lijkt het beeld glashelder: een gemiddelde omzetgroei van 17,53% per jaar over het afgelopen decennium. En dat in een markt die structureel groeit. DUV en EUV Als je kijkt naar de kern van ASML’s business, dan zijn er eigenlijk twee pijlers die het bizarre concurrentievoordeel verklaren. De eerste is DUV: deep ultraviolet lithografie. Dit zijn de machines die nog steeds het overgrote deel van de wereldwijde chips helpen produceren. Denk aan de reguliere processors, microcontrollers en geheugenchips die in alles zitten van auto’s tot koelkasten tot betaalterminals. ASML heeft hier zo'n 90% marktaandeel. Niet omdat de concurrentie niet wil meedoen, maar omdat ze niet kunnen meekomen. De tweede pijler is EUV: extreme ultraviolet lithografie. Dit is waar de echte magie zit. EUV is nodig om de meest geavanceerde chips te maken. De chips die in je iPhone zitten. In je MacBook. In Nvidia’s H100 GPU’s. In AI-datacenters. In alles wat aan de absolute grens van rekenkracht opereert. ASML is hier geen marktleider. ASML ís de markt. Het bedrijf heeft 100% marktaandeel in EUV-machines. Er bestaat geen andere machine ter wereld die doet wat zij kunnen. Wat veel mensen onderschatten is hoe ongelooflijk moeilijk het is om dit soort technologie te ontwikkelen. Je praat over machines die op atomaire schaal patronen op siliciumwafers branden. Dat vereist niet alleen licht met een golflengte van 13,5 nanometer, veel kleiner dan wat zichtbaar is, maar ook optische systemen met precisie in de orde van enkele picometers. De spiegels in een EUV-machine worden gemaakt door een dochterbedrijf van Zeiss, en het maken van één zo’n spiegel duurt ongeveer een jaar. Zelfs als een ander land, of een ander bedrijf, zou besluiten om morgen te beginnen met het bouwen van een EUV-systeem, dan ben je waarschijnlijk minimaal 10 jaar verder voor je iets hebt wat operationeel is. En dan heb je nog geen klanten. Geen leveranciersnetwerk. Geen supportapparaat. De Chinese claims China heeft meermaals aangegeven dat ze in staat zijn om EUV-technologie te repliceren. In staatsmedia werd gemeld dat er vooruitgang was geboekt, dat ze in staat waren om vergelijkbare golflengtes te bereiken. Soms wordt er gesuggereerd dat de kloof bijna is gedicht. Maar ASML is daar buitengewoon duidelijk over geweest: dat is onderzoeksnieuws, geen productnieuws. De CEO, Peter Wennink, heeft het keer op keer gezegd. Zelfs als China in staat is om EUV-licht te genereren, of om spiegels te produceren, dan betekent dat nog niet dat er een bruikbaar product is. De complexiteit van de hele keten, dus van lichtbron tot optics tot wafer handling, is zo groot dat je met alleen een paar losse onderdelen nergens bent. Er is geen enkel bewijs dat China in staat is om een EUV-machine commercieel operationeel te krijgen, laat staan eentje die kan concurreren op yield of throughput.   Voor beleggers die naast de meer volatiele investeringen op zoek zijn naar meer stabielere lange-termijn beleggingen, kunnen vastgoedfondsen een aantrekkelijke aanvulling zijn. Een actueel overzicht van de beste vastgoedfondsen in Nederland vind je hier! En dat zijn precies de twee variabelen die ertoe doen. Yield betekent: hoeveel van de geproduceerde chips zijn foutloos? En throughput betekent: hoeveel chips kun je per uur produceren? Het is leuk als je 98% yield hebt, maar als je er maar 100 per uur maakt, terwijl ASML’s machine er bijvoorbeeld 1500 per uur maakt, dan ben je commercieel kansloos. En daar zit de echte voorsprong. Niet in theorie, maar in praktijk. De onzichtbare moat Wat ASML’s voorsprong echt onaantastbaar maakt, is niet alleen de technologie. Het zit in de diepte van de relaties met klanten, in de kennis die het bedrijf heeft opgebouwd over decennia, en in de switching costs . Zelfs als iemand morgen een betere machine uitvindt, wat op zich al absurd onwaarschijnlijk is, dan nog is er geen enkele foundry die zomaar overstapt. Neem TSMC, bijvoorbeeld. Dat bedrijf werkt al meer dan 30 jaar met ASML. Hun hele infrastructuur, hun hele productieproces, hun hele planning is afgestemd op de werking van ASML-machines. Je kunt niet zomaar zeggen: haal die machine weg, zet er een andere neer, en we gaan vrolijk verder. De calibratie, de software-integratie, de service, alles is specifiek afgestemd. De kosten van overstappen zijn immens. En het risico is nog groter. Daarom is het geen toeval dat bedrijven als TSMC, Samsung en Intel allemaal blijven investeren in nieuwe ASML-machines. Zelfs in tijden van afkoeling in de halfgeleidercyclus. Omdat ze weten dat de voorsprong van ASML in elk scenario blijft bestaan. Cyclisch Toch is het aandeel volatiel. Dat komt door de timing van orders, door schommelingen in de wereldwijde vraag naar chips, en door macro-economische onzekerheid. Als een klant zijn capex uitstelt met twee kwartalen, dan daalt de omzet van ASML tijdelijk. Dat zie je vaak direct terug in de koers. Maar dat zegt niet per sé iets over de langetermijnvraag. Aandelenkoers ASML afgelopen 5 jaar: Bron: Google Finance Kijk naar de groeicijfers van de afgelopen jaren. In sommige kwartalen zie je -2%, -4%, +3%. In andere kwartalen 30%, 45%, 50% groei. Het is geen gestage lijn omhoog, maar een patroon van stappen. Dat komt omdat klanten bestellen in golven. En omdat machines pas worden geboekt als ze volledig zijn geïnstalleerd. Als je daar doorheen kijkt, zie je een veel consistenter beeld. De totale omzet is van $6,8 miljard in 2015 gegroeid naar meer dan $33 miljard afgelopen 12 maanden. En het orderboek blijft groeien. Dat is niet toeval, dat is het gevolg van structurele trends: AI, cloud, automotive, 5G, edge computing. Elk van die trends vraagt om geavanceerde chips. En voor die chips heb je ASML nodig. En nu? ASML staat op een kruispunt. Enerzijds wordt het geconfronteerd met geopolitieke druk, exportrestricties en angst voor overcapaciteit in de chipsector. Anderzijds is het fundament nog nooit zo sterk geweest. Het bedrijf breidt zijn productaanbod uit, investeert in nieuwe EUV High-NA technologie, en verstevigt zijn supply chain. De markt lijkt soms alleen te kijken naar het volgende kwartaal. Maar ASML speelt een spel van decennia. De klanten van vandaag waren vaak al klant in 1995. De klanten van morgen worden nu opgeleid. En zolang chips kleiner, sneller en energiezuiniger moeten worden, blijft ASML in het centrum van die ontwikkeling. De waardering beweegt mee met de cycli. Maar de concurrentiepositie niet. Die staat muurvast.

  • Bill Ackman gokt op drie aandelen

    In het kort Bill Ackman concentreert meer dan 51% van zijn $14,4 miljard tellende portefeuille in slechts drie bedrijven waarin hij sterk gelooft. Zijn grootste positie is in 2025 met tientallen procenten gestegen , mede door sterke operationele prestaties en marktherkenning. Eén van zijn nieuwste investeringen wordt omgevormd tot een gediversifieerde holding , met directe betrokkenheid van Ackman zelf. De Amerikaanse miljardair en hedgefondsbeheerder Bill Ackman  staat bekend om zijn uitgesproken strategie: weinig posities, veel overtuiging. Zijn fonds, Pershing Square Capital Management , beheert een portefeuille van ongeveer $14,4 miljard . Opvallend is dat meer dan de helft van dit bedrag geconcentreerd zit in slechts drie aandelen . Deze geconcentreerde benadering wijkt af van de gebruikelijke spreiding binnen hedgefondsen, maar sluit aan bij Ackmans filosofie om diep te graven in bedrijven die hij beschouwt als structureel ondergewaardeerd met sterke langetermijnvooruitzichten . De drie bedrijven in kwestie zijn Uber Technologies, Brookfield Corporation en Howard Hughes Holdings. Elk bedrijf vertegenwoordigt een unieke sector en groeidynamiek, maar wat ze gemeen hebben is hun vermogen om structurele waarde te creëren . Miljardenportefeuille van Ackman draait om drie keuzes: Bron: Bloomberg Uber Technologies: structurele groeier met miljardenomzet Uber is het zwaargewicht binnen Ackmans portefeuille, met een belang van 30,3 miljoen aandelen ter waarde van circa $2,2 miljard , goed voor 19,7% van het totale fonds . Dit belang werd in het eerste kwartaal van 2025 verworven, net voor een koersstijging van ongeveer 55% , wat Uber op een nieuw recordniveau bracht van $96,63 per aandeel. De aantrekkingskracht van Uber schuilt niet alleen in zijn wereldwijde marktleiderschap in ritdiensten en bezorging , maar ook in zijn klantgericht ecosysteem . Met 170 miljoen maandelijkse actieve gebruikers  aan het eind van Q1 beschikt het bedrijf over een gigantische gebruikersbasis die verdere uitbreiding mogelijk maakt. Dankzij het netwerkeffect  wordt Uber steeds dominanter in markten waarin concurrenten terrein verliezen. Een belangrijk element in de toekomstvisie van Uber is de integratie van autonome voertuigen . In plaats van een bedreiging, ziet Ackman dit als een kans . Partnerschappen met bedrijven als Waymo (onderdeel van Alphabet) tonen aan dat Uber zijn platform kan blijven benutten, zelfs als het traditionele chauffeursmodel op termijn verdwijnt. Uber blijft hiermee niet alleen relevant, maar mogelijk winstgevender in een geautomatiseerde toekomst . Financieel laat Uber indrukwekkende cijfers zien.  In het laatste kwartaal stegen de bruto boekingen met 14% , terwijl de EBITDA met 35% toenam . De vrije kasstroom , een cruciale indicator van winstgevendheid, steeg met 66% . Het aandeel wordt momenteel verhandeld tegen minder dan 23 keer de verwachte EBITDA , wat relatief aantrekkelijk is voor een bedrijf met zulke groeivooruitzichten. Uber blijft dus niet alleen een technologische pionier, maar ook een waardeaandeel in de ogen van Ackman . Uber Technologies bereikt hoogste koers ooit in 2025: Bron: TradingView Brookfield Corporation: diversificatie met stabiele inkomsten Brookfield Corporation goed voor 18,4% van Ackmans portefeuille , vertegenwoordigt een totaal andere benadering dan Uber. Brookfield is een wereldwijde investeringsmaatschappij actief in alternatieve activa  zoals infrastructuur, vastgoed, hernieuwbare energie en private equity. Het bedrijf beschikt over een hybride model waarin eigen operationele bedrijven gecombineerd worden met vermogensbeheeractiviteiten, wat zorgt voor stabiele kasstromen en flexibiliteit in allocatie . Ackman bouwde zijn belang van 41 miljoen aandelen op over vier kwartalen . Zijn interesse is niet alleen gericht op de onderliggende activa van Brookfield, maar ook op de strategische overeenkomst met Buffett’s Berkshire Hathaway-model . Brookfield’s verzekeringsactiviteiten leveren ‘float’ op, oftewel belegbaar kapitaal waar geen directe verplichtingen tegenover staan , vergelijkbaar met hoe Buffett decennia geleden kapitaal kon aanwenden om zijn imperium te bouwen.   Voor beleggers die naast de meer volatiele investeringen op zoek zijn naar meer stabielere lange-termijn beleggingen, kunnen vastgoedfondsen een aantrekkelijke aanvulling zijn. Een actueel overzicht van de beste vastgoedfondsen in Nederland vind je hier! Brookfield heeft over de afgelopen vijf jaar een gemiddelde jaarlijkse groei van 19% in uitkeerbare winst per aandeel gerealiseerd . Het management mikt op een winst per aandeel van $6,33 tegen 2029 , een samengesteld groeipercentage van 16%. In Q1 2025 groeide de winst zelfs met 30% . Ondanks dit groeipotentieel wordt het aandeel verhandeld tegen slechts 19 keer de winst per aandeel , wat het aantrekkelijk maakt voor waarde-investeerders. Naast organische groei doet Brookfield regelmatig strategische overnames , met een duidelijke focus op infrastructuur en hernieuwbare energie . Deze segmenten zijn niet alleen toekomstgericht, maar leveren ook voorspelbare en stabiele inkomstenstromen . Voor Ackman is dit een fundament waarop hij zijn langetermijnstrategie kan bouwen zonder afhankelijk te zijn van marktspeculatie . Brookfield Corporation: stabiele stijger met lange termijn potentieel Bron: TradingView Howard Hughes Holdings: vastgoed als vehikel voor een holdingstructuur Het derde sleutelbedrijf in Ackmans strategie is Howard Hughes Holdings, een vastgoedontwikkelaar met een unieke benadering van stedelijke ontwikkeling. Ackman verhoogde in mei 2025 zijn belang tot 46,9% via een investering van $900 miljoen , waarmee hij tevens uitvoerend voorzitter van de raad van bestuur  werd. Zijn ambitie met Howard Hughes is groot: het bedrijf moet uitgroeien tot een breed gediversifieerde holding , vergelijkbaar met Berkshire Hathaway. De huidige activa van Howard Hughes bestaan uit master-planned communities, huurvastgoed en commerciële ontwikkeling . Het unieke hieraan is dat het bedrijf volledige controle heeft over de ontwikkeling van deze gebieden, wat het mogelijk maakt om vraaggestuurd te bouwen  en zo rendement op investeringen te maximaliseren . Volgens het management bedraagt de nettovermogenswaarde van de activa $5,8 miljard , terwijl de beurswaarde van het bedrijf slechts $4 miljard bedraagt . Die discrepantie is precies wat Ackman zoekt: structurele onderwaardering gecombineerd met groeipotentieel . De nieuwe structuur als holding brengt wel bijkomende kosten met zich mee. Zo betaalt Howard Hughes voortaan $3,75 miljoen per kwartaal aan Pershing Square  als beheervergoeding, plus een prestatiebonus van 0,375% voor waardegroei boven inflatie . Toch ziet Ackman dit als een manier om meer private deals toegankelijk te maken voor publieke investeerders en dus als een vehikel voor waardecreatie. Koersontwikkeling Howard Hughes: aandeel noteert onder nettovermogenswaarde Bron: TradingView Bill Ackman's strategie uitgelegd Bill Ackman’s geconcentreerde beleggingen in Uber, Brookfield en Howard Hughes zijn meer dan alleen kapitaalallocaties: ze vertellen een verhaal over visie, overtuiging en langetermijndenken.  Elk van de drie bedrijven vertegenwoordigt een ander type kans: technologische disruptie (Uber), infrastructuur en kapitaalallocatie (Brookfield) en vastgoedtransformatie (Howard Hughes). Deze aanpak is niet zonder risico’s. Een geconcentreerde portefeuille betekent dat fouten zwaar kunnen doorwegen. Tegelijkertijd bieden deze posities beleggers een zeldzame inkijk in de strategie van een fondsmanager die bereid is verantwoordelijkheid te nemen  en actief in te grijpen in bedrijven waar hij in gelooft. Voor particuliere beleggers die willen profiteren van de inzichten van topinvesteerders zonder zelf in private markten te opereren, kunnen deze drie bedrijven een interessante aanvulling zijn op de portefeuille. Niet om blind te volgen, maar om te begrijpen hoe visie, waardering en strategisch denken samenkomen in het selecteren van winnende aandelen. Ackmans benadering benadrukt dat beleggen niet draait om het najagen van trends, maar om het herkennen van waarde, het aandurven van concentratie en het vasthouden aan een visie , zelfs als de markt een andere richting lijkt op te gaan. In een tijd waarin volatiliteit en korte termijn denken domineren, zijn zijn keuzes een krachtig pleidooi voor geduld en overtuiging .

  • Handelsdreiging VS: hoe stel je je portefeuille scherp?

    In het kort Goldman Sachs verhoogt de jaarverwachting voor de S&P 500 tot 6.500, op basis van lagere renteverwachtingen en beleggersvertrouwen. Trump dreigt opnieuw met forse importtarieven, maar markten reageren lauw en hopen op een onderhandelingsuitweg. Bank of America ziet slechts beperkte opwaartse ruimte, wijzend op zwakke winstvooruitzichten en economische onzekerheid. De stijging van de S&P 500 richting recordhoogten heeft de belangrijkste Amerikaanse banken in beweging gebracht. Goldman Sachs verhoogde haar koersdoel voor het jaareinde van 6.100 naar 6.500 punten , aangedreven door de verwachting dat de Federal Reserve haar rente eerder en dieper zal verlagen dan eerder voorzien. Ook Bank of America volgde met een verhoging naar 6.300 punten , zij het met de kanttekening dat de ruimte voor verdere stijgingen minimaal is vanaf de huidige niveaus. De markt houdt momenteel sterk rekening met lagere rentes en een “zachte landing” van de economie , ondanks tekenen van zwakte in de arbeidsmarkt en tegenstrijdige macrodata. Maar analisten blijven verdeeld over de houdbaarheid van deze rally, zeker gezien de concentratie van de winstgroei binnen slechts enkele grote technologiebedrijven. S&P 500 koersdoelen 2025: Bron: Yahoo Finance Europa onderhandelt onder tariefdreiging De recente aankondiging van voormalig president Trump om vanaf 1 augustus importtarieven tot 40%  te heffen op producten uit onder meer Japan, Zuid-Korea en Indonesië, bracht kortstondige onrust. Maar opvallend afwezig in deze golf van waarschuwingsbrieven was Europa. Volgens bronnen binnen de Europese Commissie is dat geen toeval, maar het gevolg van een mogelijke raamovereenkomst die achter de schermen in de maak is. Brussel zou onderhandelen over een tijdelijke regeling met een basistarief van 10%, met uitzonderingen voor sectoren als luchtvaart en dranken . Europese diplomaten bevestigden dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen recent “een goed gesprek” had met Trump. Trump en Von der Leyen bespreken EU-VS handelsdeal: Bron: Reuters De Europese markten reageerden voorzichtig positief. De Stoxx 600 index bewoog licht hoger , terwijl Duitse en Franse exportbedrijven terrein wonnen. Volgens UBS zou de markt erop rekenen dat de uiteindelijke tarieven dichter bij het huidige effectieve niveau van 15% blijven. Wat de VS-tarieven echt betekenen voor Europa De trans-Atlantische handelsrelatie is economisch van gigantisch belang. In 2024 bedroeg de wederzijdse handel tussen de VS en de EU bijna $2 biljoen . Sectoren als luchtvaart, chemie, machines en luxegoederen zijn bijzonder gevoelig voor importheffingen. Voor beleggers die naast meer volatiele investeringen, zoals soms ook Tesla-aandelen, op zoek zijn naar meer stabielere lange-termijn beleggingen, kunnen vastgoedfondsen een aantrekkelijke aanvulling zijn. Een actueel overzicht van de beste vastgoedfondsen in Nederland vind je hier! Voor beleggers die naast de meer volatiele investeringen op zoek zijn naar meer stabielere lange-termijn beleggingen, kunnen vastgoedfondsen een aantrekkelijke aanvulling zijn. Een actueel overzicht van de beste vastgoedfondsen in Nederland vind je hier! De VS overweegt een gefragmenteerde tariefstructuur, waarbij sectoren als semiconductors, mineralen en farmaceutica extra risico lopen . Tegelijkertijd kunnen bedrijven in uitgesloten sectoren juist profiteren. De recente stijging van Europese drankenaandelen weerspiegelt die hoop. Politiek bepaalt de beurs: Trump als risicofactor De verlenging van Trump’s tariefdeadline naar 1 augustus  past binnen zijn bekende onderhandelingstactiek: eerst escalerende dreigingen uitspreken, vervolgens ruimte laten voor diplomatieke concessies. Beleggers herkennen deze aanpak intussen als het “TACO”-effect , wat staat voor “Trump Always Chickens Out” . De markt gaat er steeds vaker vanuit dat harde handelstaal uiteindelijk plaatsmaakt voor een compromis. Die verwachting verklaart waarom de koersreacties op recente tariefdreigingen relatief gematigd zijn gebleven. Toch is de onzekerheid geenszins verdwenen. Trump benadrukte dinsdag dat 1 augustus een ‘harde deadline’ is , zonder uitstel of versoepeling. Voor Europese exporteurs, die voorlopig buiten de formele tarieflijsten blijven, is de situatie allesbehalve geruststellend. Trump zet Europa onder druk met tariefdreiging: Bron: Yahoo Finance Handelsdreiging VS: beleggers onderschatten dit marktrisico In een klimaat waarin geopolitiek en economisch beleid steeds meer met elkaar verweven raken, is het essentieel voor beleggers om hun strategie aan te passen aan een veranderend risicolandschap. Meerlagige portefeuillebenaderingen winnen aan kracht , waarbij beleggers enerzijds inzetten op defensieve aandelen met stabiele kasstromen, beperkte internationale blootstelling en sterke prijszettingsmacht , anderzijds selectief blijven in sectoren met structureel groeipotentieel zoals kunstmatige intelligentie en digitale infrastructuur . Daarbij is het cruciaal om blootstelling aan Amerikaanse regelgeving en afhankelijkheid van kwetsbare toeleveringsketens nauwgezet in kaart te brengen. Sectoren die gevoelig zijn voor importtarieven of een correctie in de dollarkoers , zoals industrie, chemie en auto’s, kunnen disproportioneel geraakt worden. Voor Europese portefeuilles betekent dat waakzaamheid ten aanzien van valutarisico’s en externe schokken steeds belangrijker wordt. Toch lijkt de markt momenteel in een afwachtende houding. Hoewel de rust op het eerste gezicht is teruggekeerd, blijft de situatie fragiel. De combinatie van een Amerikaanse verkiezingscyclus, een onvoorspelbare presidentskandidaat, tegenstrijdige economische signalen en de verwachting van renteverlagingen maakt van de tweede helft van 2025 een potentieel explosieve periode.  In deze context is het verschil tussen winst en verlies soms slechts één beleidsbesluit verwijderd . De uiteenlopende visies van instellingen als Goldman Sachs, dat uitgaat van een voortgaande rally en Bank of America, dat waarschuwt voor beperkte opwaartse ruimte, benadrukken de spanning tussen optimisme en voorzichtigheid. De uitkomst van de handelsbesprekingen tussen de VS en Europa  zal in dat licht niet alleen bepalend zijn voor de exportmogelijkheden van specifieke sectoren, maar ook voor het bredere marktsentiment. Beleggers die vooruitlopen op politieke wendingen, sectorale uitzonderingen en macro-economische kantelpunten , vergroten hun kans op rendement, mits zij zich ook bewust zijn van de inherente kwetsbaarheid van het huidige beurssentiment. In een tijd waarin een enkele beleidswijziging duizenden miljarden aan marktkapitalisatie kan beïnvloeden, is geopolitiek minstens zo belangrijk geworden als fundamentele analyse .

  • Waarom Tom Lee denkt dat retail beleggers deze bullmarkt leiden

    In het kort: Tom Lee, voormalig hoofdstrateeg bij JP Morgan en oprichter van Fundstrat, ziet retail beleggers als de drijvende kracht achter de huidige bullmarkt en prijst hun rol als vroege, vooruitziende en loyale investeerders. Terwijl institutionele partijen in het voorjaar van 2024 vastliepen in risicomodellen en politieke bias, kochten particuliere beleggers juist massaal in op basis van bedrijfsfundamenten, gebruikersdata en technologische visie. Volgens Lee luidt deze verschuiving een structurele verandering in: waardering draait minder om klassieke ratio’s en meer om betrokkenheid, netwerkeffecten en de strategische visie van de retail belegger zelf. Van Wall Street naar het grote publiek Tom Lee is een van de weinige analisten die zich de afgelopen jaren durfde te onderscheiden met een uitgesproken optimistische visie. Terwijl de meeste experts in 2022 en 2023 waarschuwden voor een langdurige recessie, bleef hij bij zijn standpunt dat de markt dicht bij een bodem zat en herstel onvermijdelijk was. Inmiddels is duidelijk dat hij het bij het rechte eind had. Niet alleen trok de beurs krachtig aan, volgens Lee bevinden we ons zelfs in de beginfase van een nieuwe bullmarkt. Maar wat vooral opvalt, is wie dat herstel heeft gedragen. Niet de hedge funds of grote vermogensbeheerders, maar de retail belegger. Lee spreekt met gezag. Hij werkte zestien jaar als hoofdstratege bij JP Morgan en richtte in 2014 Fundstrat Global Advisors op. Zijn doel: institutioneel onderzoek toegankelijk maken voor een breder publiek. Terwijl veel analisten hun inzichten beperken tot besloten memo’s, koos Lee er vanaf het begin voor om actief te communiceren via Twitter, podcasts en korte dagelijkse video-updates. Hij wilde de financiële wereld ontsluiten voor mensen die er geen directe toegang toe hadden. In een tijd waarin de interesse in aandelenhandel onder het grote publiek laag was, zette hij in op een trend die toen nog niet bestond: de heropleving van de particuliere belegger. Tom Lee te gast bij CNBC Bron: CNBC Die keuze bleek visionair. Millennials, een generatie die geen persoonlijke herinnering heeft aan de dotcomcrisis of Lehman Brothers, begonnen massaal te beleggen via apps als Robinhood. Ze zijn digitaal vaardig, onafhankelijk en gewend om informatie zelf te vinden en te duiden. Lee zag deze ontwikkeling al in de demografische cijfers van tien jaar geleden en schreef er toen al whitepapers over. In plaats van op basis van sentiment te opereren, baseert hij zijn standpunten op data, historische patronen en gedragsanalyse. Retail als leidende kracht Een van de opvallendste uitspraken van Tom Lee in recente interviews is zijn lof voor de retail belegger. Waar veel professionals particuliere beleggers nog steeds zien als ruis, impulsief of naïef, ziet Lee in hen juist de nieuwe ruggengraat van de markt. Volgens hem waren het particuliere investeerders die in maart en april 2024 het voortouw namen toen de markt op het dieptepunt stond. Terwijl institutionele partijen werden gedwongen tot risicoreductie vanwege oplopende volatiliteit en modelgestuurde angsten, kocht retail in totaal voor meer dan 40 miljard dollar aan aandelen. Deze beweging is volgens Lee geen toeval, maar een teken van structurele verandering. Retail beleggers denken niet in renteverhogingen of politieke onzekerheid, maar in bedrijven. Ze kijken naar producten, naar gebruikerservaringen, naar de CEO. Ze vragen zich niet af of de Fed het juiste pad volgt, maar of hun favoriete aandeel werkelijk minder waard is geworden door geopolitiek of inflatieverwachtingen. Dat levert een andere kijk op koersbewegingen op, vaak logischer en dichter bij de realiteit dan veel modelgestuurde analyses. Wat Lee extra benadrukt, is dat retail beleggers trouw blijven. Ze zijn geen korte termijn handelaars, maar geloven in hun keuzes. Ze volgen bedrijven langdurig, verdiepen zich in technologieën en begrijpen het belang van merkkracht en innovatie. Die toewijding vertaalt zich volgens hem naar stabielere aandeelhoudersstructuren en een lager risicoprofiel voor bedrijven die deze groep aanspreekt. Denk aan bedrijven als Tesla, Palantir of MicroStrategy, die een loyale achterban hebben opgebouwd onder particuliere beleggers. Waarom deze investeerders serieus genomen moeten worden Deze loyaliteit verandert ook de waardering van bedrijven. In plaats van klassieke indicatoren als de PE-ratio, kijkt retail steeds vaker naar unieke positionering, leiderschap en technologische voorsprong. Tom Lee vergelijkt bedrijven als Tesla met een kunstwerk: je waardeert een Da Vinci ook niet op basis van de prijs van het doek en de verf. Het is schaars, niet te reproduceren en daarom waardevol. Voor veel retail beleggers geldt dat ook voor bedrijven die ze volgen, gebruiken of zelfs bewonderen. Dit leidt tot een nieuw fenomeen: de aandeelhouder als klant, en de klant als aandeelhouder. Volgens Lee zijn bedrijven die deze verbinding weten te leggen in het voordeel. Ze verlagen hun kapitaalkosten, bouwen een trouwe beleggersbasis op en zijn minder afhankelijk van institutioneel kapitaal dat bij het minste tegenwind zijn geld terugtrekt. Dit is een logica die veel professionals nog niet goed begrijpen, maar die volgens Lee een cruciale rol speelt in de beurs van vandaag. Tom Lee gelooft dat we nog maar aan het begin staan van deze verschuiving. Retail beleggers zijn beter geïnformeerd, zelfstandiger en veerkrachtiger dan vaak wordt aangenomen. In zijn ogen zijn ze niet de voetnoot van het beleggingsverhaal, maar het hoofdpersonage. En wie dat onderschat, mist het grotere plaatje. Hoe professionele beleggers vastliepen in modellen en restricties Op papier hebben institutionele beleggers alle voordelen. Ze beschikken over teams van analisten, geavanceerde risico-infrastructuren en directe toegang tot bedrijfsleiders, centrale banken en beleidsmakers. Toch waren het juist deze partijen die collectief de bodem van de markt in april 2024 misten. Waar retail beleggers voor tientallen miljarden aandelen oppikten, reduceerden instellingen hun blootstelling. Volgens Tom Lee ligt de verklaring in een structureel probleem: veel institutionele partijen zijn gevangen in een systeem van risicomijdend beleid, politieke bias en achterhaalde macro-economische modellen. De correctie in 2024 zorgde voor een tijdelijke piek in de VIX index, de veelgebruikte maatstaf voor marktvolatiliteit. Voor veel fondsen is dat een automatisch signaal om risico af te bouwen. Niet omdat de analyse verandert, maar omdat interne protocollen dat vereisen. Zodra de VIX boven een bepaalde drempel stijgt, treden zogeheten guardrails in werking: vooraf vastgestelde limieten op volatiliteit en drawdown die de vermogensbeheerder verplichten posities te sluiten. Dit leidt ertoe dat instellingen juist in de slechtste weken van de markt genoodzaakt zijn om te verkopen, ongeacht hun fundamentele overtuiging. Market Volatility Index (VIX) in de afgelopen 3 jaar: Bron: MSN Volgens Lee ontstaat zo een paradoxaal effect: het zijn de partijen met de meeste middelen en data die het minst vrij zijn om rationeel te handelen op het moment dat dat het hardst nodig is. Ze zijn niet dom, ze zijn beperkt, zegt hij. Ze mogen het simpelweg niet uitzitten. De particuliere belegger daarentegen is niet gebonden aan dit soort beperkingen. Die kan het zich permitteren om tijdelijk tegen de stroom in te gaan, zeker wanneer hij gelooft in de onderliggende waarde van een aandeel. Lee noemt dit een van de belangrijkste verklaringen voor het succes van retail rond de bodem in april. Terwijl institutionele beleggers zichzelf uit de markt dwongen op basis van een algoritmisch risicokader, kochten particulieren op basis van hun analyse van individuele bedrijven. Ze zagen waarderingen dalen bij sterke groeiaandelen en besloten in te stappen. Dat was geen impulsieve gok, maar een rationele reactie op overselling. Een blinde vlek voor politieke en psychologische ruis Naast risicomodellen speelt ook ideologie een grotere rol dan veel beleggers willen toegeven. Tom Lee stelt dat politieke voorkeuren steeds vaker de manier beïnvloeden waarop institutionele beleggers marktrisico interpreteren. In een analyse die hij onlangs deelde met klanten, wijst hij op een opvallende verdeling: ongeveer 65 procent van de actieve fondsbeheerders stemde in 2020 op Biden. In de obligatiemarkt ligt dat percentage juist andersom. Daar domineren historisch gezien Republikeins georiënteerde partijen. Dat lijkt op het eerste gezicht een irrelevante statistiek, maar volgens Lee heeft het directe gevolgen voor marktdynamiek. Veel fondsen denken oprecht dat Trump de economie zal verwoesten. Niet op basis van data, maar vanuit persoonlijke afkeer. Hij noemt dit verschijnsel TDS, Trump Derangement Syndrome. Het leidt ertoe dat marktsignalen anders worden geïnterpreteerd afhankelijk van wie er aan de macht is of lijkt te komen. De correctie van begin 2024 viel samen met retoriek over nieuwe handelstarieven en politieke dreigingen. Voor veel institutionele beleggers, die al sceptisch stonden tegenover een mogelijk tweede presidentschap van Trump, was dit aanleiding om hun macrovisie verder te verslechteren. Maar volgens Lee was dat geen redelijke reactie op economische data, eerder een projectie van politieke voorkeur op marktdynamiek. De realiteit bleek namelijk anders: ondanks het retorische lawaai reageerden de kredietmarkten nauwelijks. Er was geen stress op high yield spreads, geen scherpe stijging in default rates en geen verslechtering in fundamentele bedrijfsdata. Het gevolg van deze ideologische vertekening is dat veel fondsen volledig aan de zijlijn stonden toen de rally inzette. Ze vertrouwden op een wereldbeeld waarin politieke instabiliteit leidt tot economische schade en kozen ervoor hun exposure te minimaliseren. Retail beleggers daarentegen stelden een simpelere vraag: is Nvidia door deze retoriek werkelijk minder waard? Moet ik Palantir verkopen omdat Washington zich verslikt in verkiezingsretoriek? Voor hen was het antwoord nee. En dus bleven ze zitten, of kochten bij. Waarom de modellen niet werkten en retail wel Een derde verklaring voor het falen van de institutionele wereld ligt volgens Tom Lee in het overdreven vertrouwen op klassieke economische modellen. De meeste grote instellingen hebben economen in dienst die inflatie, werkgelegenheid en groei trachten te voorspellen aan de hand van historische correlaties en surveys. Maar volgens Lee zijn veel van deze modellen verouderd of onbetrouwbaar. Hij wijst bijvoorbeeld op de JOLTS data, cijfers over openstaande vacatures, die in het voorjaar een explosieve stijging lieten zien. Tegelijkertijd rapporteerde ADP een daling van het aantal banen in de private sector. Welke van de twee is waar, vroeg hij retorisch. Ze kunnen onmogelijk allebei gelijk hebben. Een kijkje in de grootste holdings van BlackRock Bron: Fintel Volgens Lee ligt de fout niet in de data zelf, maar in de aannames erachter. Veel modellen houden geen rekening met nieuwe technologische verstoringen zoals automatisering of AI, en overschatten de betrouwbaarheid van responspercentages. Bovendien worden inflatie indicatoren vaak gebaseerd op indexmanden die ver afstaan van de werkelijke kostenstructuur van huishoudens. Zo laat hij zien dat de Amerikaanse kerninflatie volgens Europese rekenmethoden, waar huur wordt uitgesloten, al onder de twee procent zou liggen. Maar omdat de Fed een andere berekening volgt, blijft de rente hoog en blijven veel beleggers op deflatoire schrikbeelden reageren. Wat retail beleggers volgens Lee anders doet, is dat ze niet gehinderd worden door macro-economische dogma’s. Ze kijken naar prijs, momentum, product en visie. Ze volgen geen model, maar een bedrijfsverhaal. In tijden van chaos blijkt die aanpak verrassend robuust. Terwijl modellen vastliepen in tegenstrijdige signalen, baseerde retail zich op zichtbare realiteit: volle restaurants, groeiende gebruikersaantallen, stijgende omzetverwachtingen. En dus besloten ze te kopen. De discrepantie tussen instituties en retail was in het voorjaar van 2024 zelden zo zichtbaar. Institutionele partijen waren zwaar onderwogen op het moment dat de markt draaide. De rally kwam onverwacht voor wie afhankelijk was van formules. Maar voor wie keek naar bedrijven in plaats van naar modellen, was het moment om te kopen al lang aangebroken. Hoe retail beleggers het waarderingsspel heruitvinden In de traditionele beleggingswereld geldt de PE-ratio als ankerpunt voor waardering. Analisten toetsen aandelen aan historische gemiddelden, vergelijken sectoren op basis van kasstromen en bouwen spreadsheets vol met gevoeligheidsanalyses. Maar onder de oppervlakte is een nieuwe waarderingslogica ontstaan. Eén die niet draait om ratio’s, maar om schaarste, netwerkeffecten en emotionele binding. Retail beleggers staan hierin centraal en Tom Lee ziet het als een fundamentele transformatie in hoe de markt waarde toekent. Volgens Lee is het misverstand dat deze nieuwe benadering irrationeel zou zijn. Integendeel, ze is gebaseerd op kenmerken die steeds bepalender worden in een digitale economie: uniciteit, gebruikersbetrokkenheid en marktdominantie. Klassieke waardering kijkt naar de winst van vandaag, retail beleggers beginnen vandaag de dag eerder met beleggen en kijken naar de betekenis van morgen. En juist omdat zij zich losmaken van traditionele modellen, signaleren ze eerder waar structurele marktveranderingen plaatsvinden. Jongere generaties starten steeds vroeger met beleggen Bron: World Economic Forum Een voorbeeld dat Lee noemt in zijn recente analyses is het verschil in waardering tussen traditionele softwarebedrijven en bedrijven met een volledig geïntegreerd ecosysteem. Een legacy ERP bedrijf met solide marges krijgt vaak een lagere waardering dan een snelgroeiende platformspeler die verlies maakt, maar waarvan gebruikers dagelijks afhankelijk zijn. Waarom? Omdat retail beleggers snappen dat gebruikersgedrag een betere voorspeller van toekomstige waarde is dan huidige winst. Netwerkeffecten, schaal en gebruikersvertrouwen Een van de sleutelfactoren in de hernieuwde waarderingslogica is het netwerkeffect. Bedrijven die beter worden naarmate meer mensen ze gebruiken, krijgen van retail beleggers automatisch een hogere waardering. Niet omdat dat in het model past, maar omdat het logisch voelt. Denk aan bedrijven als Airbnb, dat met elke nieuwe verhuurder en elke tevreden reiziger meer marktdominantie verwerft, of aan platforms als Shopify, die ondernemers in staat stellen een compleet digitaal ecosysteem te bouwen. Institutionele beleggers blijven vaak vasthouden aan kwartaalcijfers, maar retail kijkt naar gebruikersgroei en productverbetering. Als het product beter wordt, groeit het vertrouwen en daarmee de bereidheid om het aandeel te bezitten. Volgens Lee werkt dat vertrouwen door in de waardering. Retail beleggers zijn bereid een premie te betalen voor bedrijven die in de praktijk laten zien dat ze relevant zijn. Niet theoretisch, maar tastbaar, in app downloads, klantretentie en gebruikersaantallen. Die focus op directe ervaring is krachtig, omdat het zich onttrekt aan financiële ruis. Klassieke modellen kunnen geen onderscheid maken tussen een consument die dagelijks terugkeert en een klant die eenmalig afrekent. Maar voor een retail belegger is dat verschil essentieel. Wie een dienst actief gebruikt, is minder geneigd het aandeel te verkopen. En dat creëert een nieuw type aandeelhouder: de betrokken participant. De waardering van betrokkenheid Wat retail beleggers doen, vaak zonder het expliciet te benoemen, is bedrijven waarderen op basis van betrokkenheid. Ze vragen zich af: hoe diep zit dit bedrijf verweven in het dagelijks leven van zijn gebruikers? Hoeveel moeite kost het om het te vervangen? En hoeveel vertrouwen straalt het uit? Die vragen vertalen zich niet direct in een EBITDA multiple, maar wel in een structurele bereidheid om aan boord te blijven, ook als het even tegenzit. Tom Lee noemt dat duurzame sentimentwaarde. Het is een factor die traditioneel nauwelijks meetelt, maar die steeds bepalender wordt voor de beurswaarde van ondernemingen. Neem bijvoorbeeld een relatief onbekende maar snelgroeiende speler in financiële educatie of digitale gezondheidszorg. Als zo’n bedrijf tienduizenden trouwe gebruikers heeft, wekelijkse engagementcijfers kan voorleggen en een geloofwaardig groeipad toont, dan is de markt bereid om verliescijfers tijdelijk te negeren. Niet uit naïviteit, maar uit overtuiging dat betrokkenheid uiteindelijk leidt tot dominantie. Wat retail beleggers daarmee in feite doen, is waardering loskoppelen van pure winst en verbinden aan impact. Hoeveel invloed heeft dit bedrijf op zijn markt, op zijn gebruikers en op toekomstige economische structuren? Het antwoord op die vraag is niet te vinden in een spreadsheet. Maar het is wel zichtbaar voor beleggers die met één klik de gebruikerservaring kunnen testen of direct contact hebben met andere aandeelhouders op sociale platforms. Deze mate van verbondenheid met het product of de dienst zorgt ervoor dat retail beleggers zich gedragen als medeondernemers. Ze zijn ambassadeurs, testers en feedbackgevers tegelijk. Ze kopen niet alleen een aandeel, ze kopen een verhaal waarin ze actief participeren. Dat maakt hun gedrag minder prijsgevoelig en hun relatie met het aandeel veel stabieler dan klassieke theorieën voorspellen. Volgens Lee wordt dit het fundament van de nieuwe waarderingslogica: een mix van gebruikersvertrouwen, netwerkeffecten en participatief aandeelhouderschap. Niet als vervanging van cijfers, maar als aanvulling op een wereld waarin cijfers vaak te laat komen. Wie wacht tot de winstgevendheid in de cijfers zichtbaar wordt, mist de fase waarin het echte rendement gemaakt wordt. Wat deze bullmarkt van de vorige onderscheidt Na het herstel in 2023 en de brede rally in 2024 is de vraag onvermijdelijk: waar staan we nu? Volgens Tom Lee is dit geen klassieke opleving binnen een berenmarkt, maar de beginfase van een structurele bullmarkt. Niet gedreven door renteverlagingen of centrale banken, maar door onderliggende economische veerkracht en kapitaalstromen die fundamenteel anders zijn dan voorheen. Wat deze cyclus onderscheidt, is volgens hem dat het herstel niet gedragen wordt door institutioneel kapitaal, maar door retail beleggers. In eerdere cycli was het wachten op renteverlagingen of kwantitatieve verruiming. Zodra de Fed ingreep, keerde het vertrouwen terug en volgde het herstel. Dit keer is het anders. De Federal Reserve heeft de rente hoog gehouden, de inflatieverwachtingen zijn gemengd, en toch bleef de markt stijgen. Dat komt volgens Lee omdat retail beleggers een andere rol zijn gaan spelen. Ze wachten niet meer af wat centrale banken doen, maar anticiperen op waar waarde ontstaat. De data onderstrepen dat. Terwijl institutionele partijen hun allocaties verlaagden of zelfs shortposities innamen, stroomden er tientallen miljarden aan retailkapitaal naar de markt. Die beweging werd niet gestuurd door beleid, maar door overtuiging. Retail beleggers keken niet naar macro-economische scenario’s, maar naar bedrijven, gebruikers en structurele trends. En ze kregen gelijk. Nieuwe risico’s vragen om een andere mindset Toch is ook deze bullmarkt niet zonder risico. Juist omdat de markt niet wordt geleid door centrale banken, is er minder vangnet wanneer het sentiment omslaat. Lee waarschuwt dat dit beleggers kan verrassen. De volatiliteit blijft relatief hoog en de correlatie tussen sectoren is afgenomen. Dat maakt de markt gevoeliger voor rotatie, nieuwsimpact en gedragsdynamiek. Beleggers die meegaan in de nieuwe golf, zullen moeten accepteren dat stabiliteit niet vanzelfsprekend is. Daarnaast blijven geopolitieke spanningen, zoals handelsconflicten en verkiezingsonzekerheid, hun schaduw werpen. In plaats van directe economische schade zorgen deze factoren vooral voor narratieve verstoringen. Ze beïnvloeden de perceptie van risico, niet altijd de realiteit. Volgens Lee is het dan ook essentieel om onderscheid te maken tussen ruis en signaal. De markt heeft geleerd om door headlines heen te kijken, maar dat lukt alleen met discipline en een duidelijke strategie. Retail beleggers die zich willen wapenen tegen deze nieuwe onzekerheden, doen er goed aan om hun aanpak te blijven professionaliseren. Dat betekent niet dat ze hun intuïtie moeten onderdrukken, maar wel dat ze hun positie moeten versterken met data, diversificatie en risicobeheer. De kracht van de particuliere belegger ligt volgens Lee niet in bravoure, maar in het vermogen om flexibel te blijven. Wie zich aanpast zonder zijn visie te verliezen, blijft relevant in elke fase van de markt. Wat retail beleggers nu te doen staat Vooruitkijkend ziet Tom Lee nog steeds ruimte voor groei, vooral in sectoren die structureel ondergewaardeerd zijn of nog niet volledig ontdekt door institutionele partijen. Hij wijst op bedrijven met sterke balansen, unieke netwerken of schaalvoordelen die zich pas net beginnen te vertalen naar winst. Maar hij benadrukt dat dit geen moment is om achter de rally aan te jagen zonder plan. Het is een fase waarin kwaliteit, focus en tijdshorizon het verschil maken. Retail beleggers moeten blijven doen wat hen tot nu toe onderscheidt: investeren op basis van gebruikerswaarde, langetermijnvisie en een goed begrip van de bedrijven waarin ze geloven. Die aanpak werkt, maar vraagt ook om discipline. Juist in een stijgende markt is het cruciaal om kritisch te blijven en niet blind mee te gaan in elke nieuwe hype. De verleiding om eerdere successen door te trekken naar de toekomst is groot, maar niet altijd terecht. Wat volgens Tom Lee wél structureel verandert, is het profiel van de retail belegger zelf. Uit recente data blijkt dat jongere generaties, met name Gen Z en millennials, steeds eerder beginnen met beleggen, vaak al in de vroege volwassenheid of zelfs tijdens hun studietijd. Die vroege start vergroot niet alleen hun leercurve, maar ook hun kans op lange termijn rendement. In combinatie met technologische tools en directe toegang tot informatie groeit zo een generatie beleggers op die beter geïnformeerd, actiever en onafhankelijker is dan ooit tevoren. De jonge generatie beleggers kiest vaker voor digitale begeleiding en slimme tools Bron: World Economic Forum Lee adviseert om terug te keren naar de basis: waarom geloof je in dit aandeel? Wat maakt dit bedrijf uniek? En hoe past het binnen de bredere wereldwijde trends? Retail beleggers die die vragen scherp kunnen beantwoorden, zullen niet alleen profiteren van het momentum, maar ook bestand zijn tegen de correcties die onvermijdelijk zullen volgen. Uiteindelijk is deze nieuwe marktdynamiek niet het einde van de traditionele beurs, maar een herdefiniëring van wie het spel speelt en hoe het gespeeld wordt. De particuliere belegger heeft zich ontwikkeld van figurant tot hoofdrolspeler. En als het aan Tom Lee ligt, is dat nog maar het begin.

  • Deze aandelen zijn 57% en 31% ingestort; nu instappen?

    In het kort: Deze aandelen kelderden met respectievelijk 57% en 31%, terwijl de markt nieuwe records neerzette. Het ene bedrijf groeit explosief, maar roept vragen op over zijn waardering en concurrentiepositie. Het andere vertraagt bewust, met stevige marges maar een onorthodoxe strategie die de kasstroom onder druk zet. De aandelenmarkten zitten weer in de lift. Grote indices bereiken nieuwe recordstanden, technologiebedrijven herwinnen terrein en beleggers lijken de zorgen over rente, geopolitiek en groei voorlopig even los te laten. Toch geldt dat herstel niet voor elk aandeel. Onder de oppervlakte zijn er bedrijven die fors zijn gedaald en die nog altijd ver onder hun eerdere piekniveaus noteren. Dat hoeft geen toeval te zijn: soms ligt er een fundamentele reden aan ten grondslag, zoals een omzetvertraging of een veranderende strategie. In andere gevallen gaat het om bedrijven die juist sterke cijfers rapporteren, maar waar de waardering of marktperceptie de koers onder druk zet. In dit essay komen twee van zulke aandelen aan bod. Ze zijn elk meer dan dertig procent gedaald ten opzichte van hun hoogste koers, ondanks solide operationele prestaties of bewuste keuzes voor langetermijntransformatie. Het ene bedrijf zit midden in een groeiversnelling, maar kampt met scepsis over zijn verdienmodel en waardering. Het andere voert een strategiewijziging door die tijdelijk op de resultaten drukt, maar bedoeld is om het productaanbod toekomstbestendiger te maken. Beide ondernemingen hebben sterke marges, duidelijke positionering en een herkenbare koers. Tegelijk zijn er risico’s die niet genegeerd mogen worden, van afhankelijkheid van de conjunctuur tot structurele veranderingen in gebruikersgedrag of klantdynamiek. Reddit Reddit is sinds zijn beursgang in 2024 een vreemde eend in de bijt op de Amerikaanse beurs. Niet omdat het geen groei laat zien, integendeel: de cijfers uit het eerste kwartaal van 2025 zijn explosief, maar omdat beleggers moeite hebben met de combinatie van hoge waardering en een nog pril businessmodel. Dat heeft het aandeel inmiddels 31% onder zijn hoogste koers gebracht. Aandelenkoers Reddit: Bron: Google Finance Toch zijn er meerdere redenen waarom Reddit mogelijk aantrekkelijk kan zijn voor langetermijnbeleggers. De kern van het bedrijf is opgebouwd uit zogeheten "interest-based communities ", een scherpe afbakening ten opzichte van platforms als Instagram en TikTok die voornamelijk leunen op visuele, sociale interactie. Reddit-gebruikers komen juist voor diepgaande discussies, productaanbevelingen of reviews. Anoniem, maar vaak verrassend betrouwbaar. Die functionele positionering maakt het platform relevant voor zowel eindgebruikers als adverteerders. De cijfers bevestigen die aantrekkingskracht. In het eerste kwartaal van 2025 steeg het aantal dagelijks actieve gebruikers met 31% tot 108,1 miljoen. De internationale gebruikersbasis groeide zelfs met 41% dankzij het gebruik van AI-gestuurde vertaling. Reddit heeft zijn platform inmiddels in 13 talen uitgerold, met name gericht op landen als Frankrijk, Spanje en Brazilië. De groei aan de internationale kant is niet alleen indrukwekkend in kwantiteit, maar ook in kwaliteit: de internationale omzet nam toe met 83% en droeg stevig bij aan de 61% totale omzetgroei in het kwartaal. Tegelijkertijd is Reddit nog altijd in de beginfase van zijn monetisatie. De gemiddelde omzet per gebruiker bedroeg in het eerste kwartaal slechts $3,63, terwijl Meta boven de $12 per gebruiker zit. Die kloof geeft aan hoeveel ruimte er nog is voor groei, vooral nu Reddit zijn advertentieproducten verbreedt. In mei introduceerde het dynamische productadvertenties en in juni kwam er gepersonaliseerd campagneadvies bij. De groep actieve adverteerders groeide met 50% op jaarbasis, met sterke instroom uit sectoren als farma, retail, telecom en finance. Die dynamiek zorgt voor indrukwekkende financiële hefboomwerking. De brutomarge kwam in het eerste kwartaal uit op meer dan 90%, en de operationele kosten stegen met slechts 19% tegenover 61% omzetgroei. Het gevolg: de aangepaste EBITDA-marge sprong met 25 procentpunten omhoog naar bijna 30%. Het grote probleem is de waardering. Reddit heeft een beurswaarde van circa $26 miljard en een enterprise value van ongeveer $24 miljard (na aftrek van de $1,95 miljard aan cash). Analisten verwachten voor 2025 een omzet van $1,64 miljard en voor 2026 $1,99 miljard. Daarmee komt de EV/revenue-multiple uit op 14,7x voor dit jaar en 12x voor volgend jaar. Dat is fors, zeker vergeleken met sectorgenoten. Maar Reddit groeit dan ook veel harder dan Facebook, X of TikTok, zowel qua gebruikers als qua omzet. Wie de waardering relateert aan de brutomarge, het groeitempo én het ontbreken van schulden, kan concluderen dat het aandeel niet goedkoop is, maar mogelijk wel gerechtvaardigd geprijsd voor wie jaren vooruit durft te kijken. Risico’s zijn er uiteraard ook. De Amerikaanse gebruikersbasis vertoonde in Q4 van 2024 een tijdelijke krimp, mede door veranderingen in het Google-algoritme die de zoekverwijzingen naar Reddit beïnvloedden. In Q1 werd dat rechtgezet, maar het incident toont hoe afhankelijk Reddit is van externe kanalen. Daarnaast kan een recessie leiden tot een afname van advertentiebestedingen, met directe gevolgen voor Reddit's inkomsten en groeitempo. Toch blijft het beeld overwegend positief. Reddit combineert gebruikersgroei, internationale expansie, operationele hefboomwerking en een sterk platformeffect. De waardering is stevig, maar wie kijkt naar de onderliggende dynamiek, ziet een van de meest veelbelovende sociale netwerken van dit moment. Paycom Paycom is een ander verhaal. Waar Reddit kampt met scepsis over een hoge waardering, lijdt Paycom onder een structurele groeivertraging. Het aandeel is inmiddels 58% gedaald sinds zijn piek, mede door de introductie van een zelfontworpen payroll-product dat op korte termijn de eigen omzetgroei remt. Toch is ook hier sprake van een bedrijf met sterke marges, doordachte technologie en een contrair management dat niet bang is om in eigen vlees te snijden. Aandeel Paycom: Bron: Google Finance Het probleem begon bij Beti. Dat is een payrollsysteem waarbij werknemers hun eigen loonstroken beheren. Voor klanten levert dat kostenbesparing op, voor Paycom hogere klanttevredenheid en mogelijk lagere churn. Maar het product kannibaliseert tegelijkertijd bestaande diensten, wat de omzetgroei vertraagt. In 2024 groeide de omzet met slechts 11%, en in het eerste kwartaal van 2025 was dat nog maar 6% jaar-op-jaar. Een schril contrast met de 30%-plus groeipercentages die Paycom in de jaren vóór de pandemie realiseerde. Omzet Paycom: Bron: Seeking Alpha Toch zijn de fundamenten van Paycom opvallend stevig. De brutomarge ligt op 85,9%, wat betekent dat het bedrijf elk dollar omzet realiseert met zeer beperkte directe kosten. Dat suggereert niet alleen schaalvoordelen, maar ook een sterk prijszettingsvermogen. Deze marges liggen ver boven sectorgenoten zoals Paylocity, ADP of Paychex, en blijven al jaren opmerkelijk stabiel. Wat wel zorgen baart, is de combinatie van matige klantretentie en hoge kapitaalinvesteringen. Paycom rapporteert slechts één keer per jaar zijn revenue retention rate, die op 90% ligt. Dat is acceptabel, maar niet best-in-class voor een softwarebedrijf. De belangrijkste verklaring: Paycom richt zich vooral op het MKB-segment, dat notoir gevoelig is voor economische schommelingen en inherent een hoger churnniveau kent. Daar komt bij dat Paycom fors investeert in fysieke activa. In 2024 bedroegen de capex-uitgaven $182,9 miljoen, ongeveer een derde van de operationele kasstroom. Dat geld gaat naar datacenters en dure hoofdkantoren in Oklahoma City, waarmee het bedrijf kennelijk hoopt talent aan te trekken en balansversterking te realiseren via harde activa. Die strategie wijkt sterk af van de rest van de sector, waar asset-light modellen en maximale vrije kasstromen de norm zijn. Op papier is Paycom dus een vreemde hybride: het combineert de kenmerken van een snelgroeiende softwareleverancier met het kapitaalintensieve beleid van een vastgoedfonds. De logica achter deze keuzes is deels te volgen. Het bedrijf heeft een sterkere balans, aantrekkelijkere werkplekken, controle over infrastructuur, maar ze drukken ook zwaar op de vrije kasstroom en beperken daarmee de ruimte voor andere investeringen of aandeelhoudersrendement. De waardering lijkt op het eerste gezicht redelijk. Het aandeel handelt op circa 6,6x EV/revenue, 33x GAAP P/E en 23x price/cash flow. Daarmee lijkt het in lijn met sectorgenoten als ADP, Paychex en Paylocity. Maar onder de motorkap is het beeld minder rooskleurig. Paycom genereert relatief weinig vrije kasstroom per geïnvesteerde dollar, en vergeleken met Paylocity, dat slechts 3,4% van zijn operationele kasstroom besteedt aan capex, steekt Paycom’s 32% erg schril af. Ook zijn er structurele risico’s. Paycom’s focus op fysieke activa maakt het minder flexibel in tijden van verandering, en de afhankelijkheid van het MKB-segment maakt het bedrijf kwetsbaar bij economische tegenwind. Met de recente invoering van Amerikaanse tarieven, geopolitieke onzekerheid en een krappe arbeidsmarkt, is de kans reëel dat veel bedrijven hun softwarebudgetten terugschroeven. Toch is er ook een andere kant. De stap naar Beti toont lef: het bedrijf was bereid zichzelf te kannibaliseren in ruil voor meer klantwaarde en mogelijk lagere churn op termijn. Wie gelooft dat de loonadministratie steeds meer geautomatiseerd wordt, ziet in Paycom een vroege leider die zijn markt herdefinieert. Paycom lijkt daarmee geen aandeel voor beleggers die snelle groei of maximale kasstroom eisen. Maar voor wie gelooft in duurzame concurrentievoordelen en robuuste marges, biedt het bedrijf een solide basis. Zeker nu het aandeel bijna 60% onder water staat. De koers reflecteert inmiddels veel van de onzekerheden, terwijl de fundamenten overeind lijken te blijven. Reddit en Paycom zijn elk op hun manier uitzonderlijk. Reddit is een groeikanon met een duur prijskaartje, Paycom een margerijk softwarebedrijf met een ongebruikelijke investeringsstrategie. Beide aandelen zijn fors gedaald, maar om totaal verschillende redenen: Reddit door waarderingsdruk en afhankelijkheid van algoritmes, Paycom door strategische keuzes die de korte termijn schaden voor mogelijk langetermijnvoordeel. Wat ze gemeen hebben is potentie. Reddit dankzij zijn razendsnelle expansie, schaalbare platform en unieke gebruikerservaring. Paycom dankzij zijn brutomarges, productinnovatie en stevige balans. Beide zijn het waard om te volgen, maar elk met eigen risico's.

bottom of page