Doorzoek deze website
14680 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- De volgende bankrun begint misschien met een AI-prompt
In het kort: AI-agenten kunnen spaargeld automatisch verplaatsen naar rekeningen met een hogere rente. Op $10.000 loopt het verschil tussen 0,1% en 5,0% op tot $490 per jaar. Voor bankaandelen dreigen hogere financieringskosten, margedruk en minder kredietverlening. Een bankrun begint normaal met angst. Spaarders twijfelen aan een bank, halen hun geld weg en dwingen andere klanten hetzelfde te doen. De volgende bankrun zou heel anders kunnen verlopen. Geen paniek, geen rij voor een bankfiliaal en mogelijk zelfs geen bewuste beslissing van de rekeninghouder. Torsten Slok, hoofdeconoom van vermogensbeheerder Apollo, waarschuwt dat persoonlijke AI-agenten zoals Meta’s Muse op grote schaal geld kunnen verplaatsen van vrijwel renteloze betaalrekeningen naar fintechs en banken met hogere spaarrentes. Niet omdat een bank onveilig lijkt, maar omdat software continu naar het hoogste rendement zoekt. Dat klinkt gunstig voor spaarders. Voor banken en beleggers in bankaandelen kan dezelfde ontwikkeling echter een fundamenteel probleem worden. Veel banken verdienen juist aan klanten die hun geld jarenlang tegen een lage rente laten staan. Apollo-hoofdeconoom Torsten Slok waarschuwt voor een ‘agentic bank run’. Het renteverschil is te groot om te negeren Slok vergelijkt de Amerikaanse gemiddelde rente van ongeveer 0,1% op betaalrekeningen met rentes van 3,3% tot 5,0% bij verschillende fintechs en digitale banken. Op een saldo van $10.000 levert 0,1% slechts $10 rente per jaar op. Bij 3,3% wordt dat $330 en bij 5,0% zelfs $500, telkens vóór belastingen en eventuele voorwaarden. Het extra rendement bedraagt daardoor $320 tot $490 per jaar. Bij een huishouden met $50.000 aan direct beschikbaar geld loopt het verschil theoretisch op tot $1.600 à $2.450 per jaar. Toch laten veel spaarders dat geld op hun bestaande rekening staan. Een nieuwe rekening openen, voorwaarden vergelijken, controleren welke depositogarantie geldt en steeds opnieuw geld verplaatsen kost tijd. Banken profiteren van die traagheid. Een AI-agent kan precies die frictie wegnemen. De software kan rentepercentages vergelijken, voorwaarden lezen, saldi bewaken en een overstap voorbereiden zodra elders een hoger rendement beschikbaar komt. De rekeninghouder hoeft mogelijk alleen nog toestemming te geven. De huidige financiële functies van Meta’s Muse gaan nog niet zover. Meta beschrijft vooral het analyseren van bankgegevens, opstellen van budgetten en vinden van besparingen. Bij gevoelige acties blijft toestemming van de gebruiker nodig. De waarschuwing van Slok gaat dus over de logische volgende stap, niet over een bankrun die nu al plaatsvindt. Waarom goedkope deposito’s zo waardevol zijn Deposito’s zijn voor banken een belangrijke financieringsbron. Een bank kan geld dat klanten op betaal- en spaarrekeningen aanhouden gebruiken om hypotheken, bedrijfsleningen en andere kredieten te financieren. De bank verdient aan het verschil tussen de rente op die leningen en de vergoeding aan spaarders. Een klant die genoegen neemt met 0,1% terwijl de marktrente veel hoger ligt, is daardoor bijzonder winstgevend. In bankentaal gaat het om een deposito met een lage rentegevoeligheid. Zolang klanten niet overstappen, stijgen de inkomsten van de bank sneller dan de rentelasten. AI kan die asymmetrie verkleinen. Als banken hun spaargeld willen behouden, moeten zij de rente verhogen. Vertrekt het geld toch, dan moeten ze de financiering vervangen met duurdere deposito’s, obligaties of andere marktfinanciering. Ze kunnen ook minder leningen verstrekken. Een eenvoudig scenario maakt de mogelijke impact zichtbaar. Stel dat een bank $100 miljard aan deposito’s heeft en 20% daarvan moet herprijzen van 0,1% naar 4,0%. De jaarlijkse rentelasten stijgen dan met ongeveer $780 miljoen, nog vóór eventuele maatregelen om die kosten te compenseren. Dat bedrag gaat rechtstreeks ten koste van de rentemarge wanneer de bank de hogere kosten niet kan doorberekenen aan kredietnemers. Voor beleggers is dit belangrijker dan het spectaculaire woord bankrun. De eerste zichtbare schade hoeft geen faillissement te zijn. Een langdurige daling van de nettorentemarge kan al voldoende zijn om winstverwachtingen, dividenden en waarderingen van bankaandelen onder druk te zetten. Niet ieder vertrokken deposito verdwijnt uit het banksysteem Er zit wel een belangrijke nuance in de waarschuwing. Wanneer een AI-agent geld van Bank A naar een hoger renderende rekening bij Bank B verplaatst, verdwijnt het deposito niet uit het banksysteem. Het verschuift alleen naar een andere bank. De pijn is dan vooral ongelijk verdeeld. Banken met lage spaarrentes verliezen geld, terwijl digitale banken en fintechpartners deposito’s aantrekken. Vooral instellingen die sterk leunen op goedkope, weinig actieve rekeninghouders krijgen een probleem. De systeemimpact wordt groter wanneer het geld terechtkomt in geldmarktfondsen, kortlopende staatsobligaties of andere producten buiten de traditionele depositofinanciering. Dan kunnen deposito’s op sectorniveau daadwerkelijk afnemen. Bovendien zijn niet alle fintechproducten gewone bankrekeningen. De juridische rekeninghouder, partnerbank, productstructuur en depositogarantie kunnen per aanbieder verschillen. Daarmee verandert ook de concurrentiestrijd. Een hoge spaarrente is niet automatisch een teken dat een aanbieder een aantrekkelijker verdienmodel heeft. Digitale banken trekken sneller geld aan, maar betalen daar ook meer voor. Onderzoek van de Europese Centrale Bank laat zien dat digitale banken hun depositorentes sneller aanpassen dan traditionele concurrenten. Tijdens een periode van stijgende rente kan dat deposito’s opleveren, maar tegelijk de rentemarge en kredietgroei drukken. Het echte risico is dat alle AI-agenten hetzelfde doen Een enkele slimme spaarder vormt geen bedreiging voor een bank. Miljoenen AI-agenten die op hetzelfde moment dezelfde conclusie trekken, kunnen dat wel. Veel agents zullen vergelijkbare rentetabellen, kredietbeoordelingen en nieuwsberichten gebruiken. Ze kunnen daardoor zonder onderlinge afspraak toch hetzelfde gedrag vertonen. Wanneer één aanbieder zijn rente verhoogt of een bank negatief in het nieuws komt, kunnen grote geldstromen vrijwel gelijktijdig op gang komen. Dat maakt een agentic bankrun anders dan normale prijsconcurrentie. Software hoeft niet te slapen, twijfelt niet en stelt een overstap niet uit tot het weekend. De Bank for International Settlements waarschuwde eerder al dat vergelijkbare AI-modellen marktgedrag kunnen synchroniseren en financiële schokken kunnen versnellen. Silicon Valley Bank liet in 2023 zien hoeveel verschil snelheid maakt. Klanten trokken op één dag $42 miljard weg, bijna een kwart van de deposito’s. Voor de volgende dag stond nog eens circa $100 miljard aan opnameverzoeken klaar. Digitale bankdiensten en sociale media verkortten een proces dat vroeger weken kon duren tot enkele uren. AI-agenten kunnen daar een extra automatiseringslaag bovenop leggen. Een depositogarantie neemt dit risico maar gedeeltelijk weg. In de Verenigde Staten zijn bankdeposito’s doorgaans tot $250.000 per rekeninghouder, per bank en per eigendomscategorie verzekerd. In Nederland geldt normaal een bescherming tot €100.000 per persoon per bank. Die garanties beperken het risico op verlies, maar nemen de prikkel om een hogere rente te zoeken niet weg. Wat betekent dit voor ING, ABN AMRO en andere bankaandelen? De concrete rentepercentages uit de analyse van Slok zijn Amerikaans en kunnen niet rechtstreeks op Nederland worden geplakt. Het onderliggende mechanisme is wel relevant voor Europese banken. Nederlandse grootbanken beschikken over veel particuliere betaal- en spaartegoeden. Dat is doorgaans een stabiele en relatief goedkope financieringsbron. Wanneer klanten met hulp van AI gemakkelijker buitenlandse spaarrentes, geldmarktfondsen en digitale banken vergelijken, wordt die financiering minder vanzelfsprekend. ING, ABN AMRO en andere Europese banken hoeven daardoor niet plotseling deposito’s te verliezen. Ze kunnen klanten vasthouden met een betere rente, bundeling van diensten, loyaliteitsvoordelen en gebruiksgemak. Maar ook dan betaalt de aandeelhouder mogelijk een prijs, omdat een hogere spaarrente de rentemarge verkleint. De kwetsbaarheid hangt vooral af van de samenstelling van de depositobasis. Een primaire betaalrekening met salaris, automatische incasso’s en dagelijkse betalingen is moeilijker te verplaatsen dan los spaargeld. Grote onverzekerde saldi en klanten die uitsluitend voor rente komen, zijn beweeglijker. Banken met sterke liquiditeitsbuffers, diverse financieringsbronnen en een hechte klantrelatie kunnen een AI-gedreven prijsoorlog beter opvangen. Fintechs lijken de duidelijke winnaars, maar ook daar is voorzichtigheid nodig. Een aanbieder die alleen door de hoogste rente klanten aantrekt, bouwt niet automatisch een winstgevende relatie op. Zodra een concurrent iets meer betaalt, kan dezelfde AI-agent het geld weer wegboeken. Deze cijfers moeten beleggers volgen De belangrijkste indicator wordt de rente die banken daadwerkelijk over hun deposito’s betalen. Loopt die sneller op dan de rente-inkomsten uit leningen, dan daalt de nettorentemarge. Ook de ontwikkeling van renteloze betaaltegoeden verdient aandacht. Juist deze saldi zijn zeer winstgevend voor banken en vormen het aantrekkelijkste doelwit voor optimaliserende AI-software. Daarnaast laten de groei van termijndeposito’s, het gebruik van marktfinanciering, de liquiditeitsbuffer en de kredietgroei zien hoe een bank op uitstroom reageert. Een bank die deposito’s behoudt door fors meer rente te betalen, kan aan de buitenkant stabiel lijken terwijl de winstkwaliteit verslechtert. Een andere bank kan de marge beschermen, maar daardoor klanten en kredietvolume verliezen. Beide ontwikkelingen kunnen de winst per aandeel raken. Het beslissende vervolgsignaal is daarom niet hoeveel mensen Muse downloaden. Het is de vraag of banken in hun kwartaalcijfers een snellere herprijzing van particuliere deposito’s melden en of renteloze saldi structureel beginnen te dalen. AI maakt spaarders sterker en banken minder comfortabel De term agentic bankrun klinkt voorlopig zwaarder dan de huidige werkelijkheid. Meta’s Muse verplaatst niet zelfstandig massaal huishoudgeld en de meeste consumenten zullen hun volledige betaalrekening niet voor enkele tienden procent rente omgooien. Toch raakt Slok een zwakke plek in het bankmodel. Een deel van de winstgevendheid van banken berust niet alleen op kredietkennis of efficiënte dienstverlening, maar ook op klanten die te weinig rente ontvangen omdat vergelijken en overstappen moeite kost. AI kan van die passiviteit een programmeerbare beslissing maken. Voor consumenten betekent dat potentieel honderden euro’s of dollars extra rente. Voor banken betekent het hogere financieringskosten, minder voorspelbare deposito’s en mogelijk lagere rentemarges. De kans is dat AI de concurrentie om spaargeld scherper en eerlijker maakt. Het grootste risico ontstaat wanneer veel agents dezelfde data, dezelfde modellen en dezelfde opdracht gebruiken. Dan kan een rustige zoektocht naar rendement omslaan in een geconcentreerde uitstroom die sneller verloopt dan banken en toezichthouders kunnen reageren. Voor beleggers is de depositobasis daarmee niet langer een saai onderdeel van de balans. Als AI-agenten werkelijk financieel actief worden, kan juist daar de volgende grote strijd om bankwinsten beginnen.
- Warren Buffett waarschuwt voor wat de geschiedenis hierna laat zien
In het kort: Warren Buffett waarschuwt dat beleggers zich steeds meer gedragen alsof de beurs een casino is, terwijl Amerikaanse aandelen historisch hoog gewaardeerd zijn. De CAPE-ratio van de S&P 500 staat rond 41, een niveau dat in het verleden werd gevolgd door relatief zwakke rendementen, al voorspelt dit geen beurscrash. AI en sterke winstgroei kunnen de hoge waarderingen rechtvaardigen, maar beleggers moeten rekening houden met hogere koersschommelingen en tegenvallende verwachtingen. Warren Buffett waarschuwt opnieuw voor het gedrag van beleggers op de beurs. Volgens de legendarische belegger gedragen veel marktdeelnemers zich steeds meer alsof de beurs een casino is. Die waarschuwing komt op een opvallend moment, want Amerikaanse aandelen zijn historisch gezien bijzonder duur. De S&P 500 is in 2026 al met ongeveer 12 procent gestegen. Tegelijkertijd staat een belangrijke waarderingsmaatstaf, de CAPE-ratio, op een niveau dat sinds de dotcomperiode niet meer is gezien. Koers S&P 500: Bron: Google Finance Buffett waarschuwt voor speculatie Buffett sprak in mei met CNBC over de financiële markten. Daarbij stelde hij dat beleggers zich zelden zo sterk in een gokstemming hebben bevonden als nu. Volgens hem worden er steeds vaker onverantwoorde risico's genomen en zijn sommige waarderingen moeilijk te rechtvaardigen. Het is niet de eerste keer dat Buffett hiervoor waarschuwt. In zijn aandeelhoudersbrief van 2024 schreef hij al dat de markten veel meer casinoachtig gedrag vertonen dan toen hij jong was. Nu krijgt zijn waarschuwing extra betekenis door de hoge waarderingen op de aandelenmarkt. S&P 500 staat historisch duur De CAPE-ratio kijkt niet alleen naar de winst van het afgelopen jaar, maar gebruikt de gemiddelde, voor inflatie gecorrigeerde winst over ongeveer tien jaar. Hierdoor ontstaat een beeld van de waardering van de aandelenmarkt over een langere periode. In augustus stond de CAPE-ratio van de S&P 500 op 41. Het gemiddelde over de afgelopen dertig jaar ligt rond 29. De huidige waardering is daarmee uitzonderlijk hoog. CAPE-ratio S&P 500: Bron: Gurufocus De laatste keer dat de CAPE-ratio ongeveer op dit niveau stond, was in september 2000. Dat was het begin van de periode waarin de dotcomzeepbel uiteenspatte. Dat betekent niet dat de huidige situatie hetzelfde is als in 2000. Wel laat het zien dat beleggers momenteel zeer hoge prijzen betalen voor Amerikaanse aandelen. Wat zegt de geschiedenis? Juist hier wordt de waarschuwing interessant. Wanneer de CAPE-ratio in het verleden boven de 40 uitkwam, waren de rendementen van de S&P 500 in de jaren daarna gemiddeld zwak. Na één jaar bedroeg het gemiddelde rendement ongeveer min 3 procent. Na twee jaar was dat min 19 procent en na drie jaar kwam het gemiddelde uit op ongeveer min 30 procent. Rendementen S&P 500 na een CAPE-ratio boven de 40: Bron: The Motley Fool Opvallend is dat de S&P 500 in het verleden na een CAPE-ratio boven 40 nog nooit een positief rendement over de daaropvolgende drie jaar liet zien. Toch betekent dit niet dat een beurscrash nu gegarandeerd is. De beurs kan langere tijd duur blijven en verder stijgen voordat er een correctie komt. AI kan deze keer voor een ander scenario zorgen Er is bovendien een belangrijke reden waarom de huidige situatie anders kan verlopen. De winsten van bedrijven uit de S&P 500 zullen naar verwachting in 2026 met ongeveer 32 procent stijgen. De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie kan bedrijven bovendien productiever maken. Als AI de winstgroei de komende jaren verder versnelt, kunnen de huidige hoge waarderingen uiteindelijk minder extreem worden. Daar staat tegenover dat veel van die toekomstige groei al in de aandelenkoersen kan zijn verwerkt. Wanneer de verwachtingen vervolgens tegenvallen, kan dat juist voor flinke koersdalingen zorgen. Wat kunnen beleggers hiervan leren? De belangrijkste boodschap is daarom niet dat beleggers nu massaal hun aandelen moeten verkopen. De CAPE-ratio is geen instrument waarmee een beurscrash exact kan worden voorspeld. De geschiedenis laat wel zien dat extreem hoge waarderingen vaak samengaan met lagere rendementen in de jaren daarna. Voor beleggers kan het daarom verstandig zijn om rekening te houden met grotere koersschommelingen. Een deel van het vermogen in cash aanhouden kan daarbij flexibiliteit geven. Wanneer de beurs sterk daalt, is er dan kapitaal beschikbaar om aandelen tegen lagere waarderingen te kopen. Buffetts waarschuwing is daarmee vooral een herinnering aan een belangrijk principe: beleggen draait om het kopen van bedrijven tegen een prijs die in verhouding staat tot hun toekomstige winsten. Hoe hoger de prijs die beleggers vandaag betalen, hoe hoger de verwachtingen voor de toekomst zijn.
- Micron staat op scherp voor 30 september
In het kort: Micron Technology is dit jaar 279% gestegen en publiceert op 30 september cijfers over het vierde kwartaal van boekjaar 2026. Analisten rekenen al op meer dan Microns eigen prognose, met $51,2 miljard omzet en $31,59 winst per aandeel. De vraag is of AI gedreven groei in DRAM, NAND en HBM sterk genoeg blijft om de hoge verwachtingen te dragen. Het Micron Technology aandeel staat dit jaar 279% hoger en gaat daardoor met weinig marge voor fouten richting de cijfers van 30 september. De geheugenchipmaker publiceert dan de resultaten over het vierde kwartaal van boekjaar 2026. Sinds begin augustus won het aandeel alweer 31%, na een terugval vanaf de jaartop eind juni. Dat herstel zegt veel over het vertrouwen in AI, maar ook over de hoogte van de lat. Micron nadert kwartaalcijfers na forse koersrally Bron: Reuters Verwachtingen bij Micron liggen hoog Analisten rekenen op een omzetstijging van 352% op jaarbasis naar $51,2 miljard. De winst per aandeel zou uitkomen op $31,59, ruim tien keer zo hoog als een jaar eerder. Micron zelf gaf eerder een middenpunt af van $31,00 winst per aandeel op $50 miljard omzet. Wall Street rekent dus al op iets beters dan de eigen prognose van het bedrijf. Dat maakt de outlook belangrijker dan het afgelopen kwartaal alleen. Bij geheugenchips draait het niet alleen om volumes, maar ook om prijzen en de timing van nieuwe capaciteit. Een sterk kwartaal kan snel oud nieuws zijn als Micron voorzichtig klinkt over de volgende periode. Voor een aandeel dat al zo hard is opgelopen, is dat geen detail. Chipfabrieken staan centraal bij Microns outlook en capaciteitsplanning Bron: Business Insider AI vraag trekt geheugenmarkt krap De steun voor het optimistische verhaal komt vooral uit AI datacenters. Die vragen veel high bandwidth memory, kortweg HBM, een geheugentype dat nodig is voor zware AI toepassingen. Micron zit daarmee in een deel van de chipmarkt waar de vraag nu hard groeit. De vraag is niet of AI relevant is, maar hoeveel groei al in de koers zit. Citi verwacht dat de wereldwijde vraag naar DRAM in 2027 met 30% stijgt en in 2028 met 35%. Het aanbod groeit volgens Citi veel langzamer, met 19% in 2027 en 22% in 2028. Als die verhouding klopt, krijgen leveranciers als Micron meer ruimte om prijzen hoog te houden. Dat is precies het mechanisme waar beleggers nu op hopen. Beleggers rekenen op aanhoudend krappe geheugenmarkt door AI Bron: Reuters NAND blijft de zwakkere schakel Micron haalt 76% van de omzet uit DRAM, maar NAND flashopslag blijft belangrijk voor het totaalbeeld. Citi rekent bij NAND op een vraaggroei van 29% volgend jaar en 33% in 2028. De verwachte aanbodgroei ligt lager, op 21% in 2027 en 25% in 2028. Ook daar wijst de rekensom dus op een krappe markt. Toch zit hier de nuance. Sommige analisten denken dat de tekorten in geheugen volgend jaar kunnen afnemen, vooral bij NAND flash. Dat zou prijsstijgingen minder vanzelfsprekend maken en winstverwachtingen kwetsbaarder. Juist bij cyclische chipbedrijven kan een kleine verschuiving in aanbod genoeg zijn om het verhaal minder soepel te maken. PwC houdt AI investeringen in beeld PwC voorziet dat jaarlijkse kapitaaluitgaven aan AI infrastructuur stijgen van $800 miljard in 2026 naar $1,8 biljoen in 2050. Dat zijn grote getallen, maar ze verklaren wel waarom de markt zo gretig naar geheugenbedrijven kijkt. Volgens PwC stijgt het deel van AI chips binnen die uitgaven van 70% nu naar 93% in 2050. Geheugen is daarbij een grote kostenpost. Voor Micron is dat het sterkste langetermijnargument. Als AI investeringen jarenlang doorlopen, kan de markt voor DRAM, NAND en HBM groter blijken dan in eerdere chipcycli. Daar wringt meteen de waardering. Beleggers betalen vandaag al voor een scenario waarin die groei lang aanhoudt. Koersdoelen vragen veel bewijs Het mediane koersdoel voor Micron ligt bij 57 analisten op $1.600. Dat is 48% boven de huidige niveaus. Voor een aandeel dat dit jaar al 279% won, blijft dat een opvallend optimistische inschatting. Een koersdoel is alleen geen bewijs, maar een verwachting die de komende cijfers moet overleven. Er circuleert ook een ambitieuzere rekensom. Analisten verwachten voor het huidige kwartaal, dat eindigt in november, $35,45 winst per aandeel, een stijging van 643% op jaarbasis. Opgeteld bij de winst per aandeel van de afgelopen drie kwartalen zou de winst over twaalf maanden aan het einde van het eerste kwartaal van boekjaar 2027 uitkomen op $103,76. Bij 24 keer die winst zou de koers kunnen uitkomen op $2.490, maar die uitkomst rust op stevige aannames. Micron Technology aandeel wacht op outlook Het Micron Technology aandeel draait op dit moment minder om de vraag of AI groot wordt. Die verwachting zit al diep in het verhaal. Belangrijker is of Micron op 30 september laat zien dat de vraag naar DRAM, NAND en HBM hoog genoeg blijft om omzet, winst en marges verder te dragen. Na de koerssprong van dit jaar zal vooral de outlook bepalen hoeveel geduld Wall Street nog heeft met dit verhaal.
- Intel CEO onthult belangrijk nieuws voor AMD-beleggers
In het kort: Intel kan volgens topman Lip-Bu Tan slechts 50% van de klantvraag naar CPU’s leveren. AMD wint terrein in serverprocessors en zag de omzet uit datacenters in het tweede kwartaal met 107% groeien. De kans voor AMD wordt groter als extra capaciteit bij TSMC snel genoeg beschikbaar komt en de vraag naar AI-servers sterk blijft. Intel kan maar de helft leveren van wat klanten aan CPU’s vragen, en juist dat maakt het AMD aandeel opnieuw interessant voor Wall Street. Topman Lip-Bu Tan zei onlangs op een conferentie dat chipmaker Intel slechts 50% van de klantvraag naar CPU’s kan bedienen. Voor een markt waarin AI-datacenters snel worden uitgebreid, is dat geen klein detail. De eerste koersreactie bleef opvallend rustig. Intel verloor 3,45%, terwijl AMD 0,22% won. Dat zegt niet alles over het onderliggende verhaal. Bij serverprocessors draait het niet alleen om wie de beste vraag ziet, maar vooral om wie kan leveren. AMD is de directe rivaal van Intel in de markt voor x86 server CPU’s. Als klanten bij Intel tegen leveringsgrenzen aanlopen, komt AMD vanzelf nadrukkelijker aan tafel. Dat maakt het tekort bij Intel voor AMD meer dan een probleem van de concurrent. AMD kan profiteren van Intels leveringsproblemen bij serverchips Bron: HEXUS.net AI vraagt meer dan grafische chips De vraag naar server CPU’s groeit door nieuwe AI-toepassingen zoals agentic AI en inference workloads. Die termen klinken technisch, maar het verschil is vrij concreet. Het gaat niet alleen om chatbots die een antwoord geven, maar om systemen die taken opdelen, software aanroepen en processen zelfstandig bewaken. Daarvoor blijven CPU’s belangrijk. Grafische chips trekken de meeste aandacht in AI, maar serverprocessors sturen veel processen tegelijk aan. Juist bij complexe AI-taken wordt die rol groter. AMD verwacht dat de totale markt voor server CPU’s tot en met 2030 met meer dan 50% per jaar groeit. Het bedrijf rekent voor 2030 op een markt van $220 mrd. Dat zijn forse aannames, maar ze verklaren waarom schaarse capaciteit zo veel gewicht krijgt in het verhaal rond AMD en Intel. Schaarste kan ook de prijzen helpen. Intel wil in maart 2027 een prijsverhoging van 10% doorvoeren en heeft dit jaar al enkele prijsverhogingen gedaan. AMD zou kunnen volgen. Als dat gebeurt, kan de krapte niet alleen omzet, maar ook marges ondersteunen. EPYC-processors versterken AMD’s positie in AI-datacenters Bron: Forbes Intel groeit, maar levert niet genoeg Intel laat in de cijfers al zien dat de vraag naar datacenterchips aantrekt. De omzet steeg in het tweede kwartaal met 25% tot $16,1 mrd. De divisie data center and AI groeide met 59%. Ook de winst draaide duidelijk bij. Intel boekte een aangepaste winst per aandeel van $0,42, tegenover een verlies van $0,10 een jaar eerder. Dat is een stevige verbetering voor een bedrijf dat de afgelopen jaren terrein verloor in serverprocessors. Toch zit daar precies de spanning. Intel verhoogt de productieopbrengsten en probeert meer output uit fabrieken te halen, maar zegt zelf dat het klanten niet volledig kan bedienen. Sterke vraag is mooi, maar een fabrikant verdient pas aan vraag als er genoeg chips de deur uit kunnen. Voor Intel is het tekort dus dubbel. De markt is gezond, maar de beperking ligt bij levering. Voor AMD ligt daar de opening. Lisa Su wil AMD’s chipcapaciteit via TSMC verder vergroten Bron: Fortune AMD wint in x86 servers AMD’s marktaandeel in server CPU’s steeg in het tweede kwartaal naar 34,5%. Een jaar eerder was dat nog 27,3%. Dat is geen kleine verschuiving in een markt die jarenlang door Intel werd gedomineerd. Volgens analisten van UBS speelt technologie daarin een rol. AMD’s server CPU’s hebben een hoger aantal cores en sterke multithreadingmogelijkheden, waardoor ze veel taken tegelijk kunnen verwerken. Dat past bij agentic AI workloads, waar systemen meerdere stappen en processen tegelijk moeten sturen. De datacentercijfers van AMD laten zien dat die positie al doorwerkt. De omzet uit datacenters steeg in het tweede kwartaal met 107% ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee groeit AMD in dat segment veel harder dan Intel. Dat maakt de vergelijking scherp. Intel heeft nog altijd schaal en een grote klantenbasis. AMD heeft het momentum in marktaandeel en groeit sneller in het deel van de chipmarkt waar AI-investeringen nu terechtkomen. Lisa Su mikt op meer capaciteit AMD probeert de kans te verzilveren door de productie op te voeren. Topvrouw Lisa Su wil in Taiwan extra capaciteit vrijmaken samen met foundryreus TSMC. Zij verwacht de CPU-capaciteit in elk kwartaal van dit jaar snel te vergroten. Ook voor 2027 wil AMD extra capaciteit toevoegen. Dat is geen detail, want marktaandeel winnen lukt alleen als klanten daadwerkelijk chips kunnen krijgen. Een goed product zonder voldoende levering verandert weinig aan de rangorde. AMD rekent zelf op stevige groei in servers. Het bedrijf verwacht dat de serveromzet in de tweede helft van 2026 met meer dan 80% stijgt ten opzichte van een jaar eerder. Voor 2027 rekent AMD op nog eens meer dan 70% groei. Analisten zien ook ruimte in de winstontwikkeling. Zij verwachten dat AMD’s winst dit jaar met 82% stijgt en in 2027 met 105%. Bij Intel zou de winstgroei juist afkoelen van 262% dit jaar naar 35% in 2027. Zulke schattingen blijven schattingen, maar het contrast is lastig te negeren. AMD aandeel wacht op bewijs Voor het AMD aandeel draait het nu minder om het verhaal en meer om uitvoering. De vraag naar server CPU’s lijkt sterk, Intel zit krap en AI-datacenters vragen om meer rekenkracht. Maar AMD moet laten zien dat extra capaciteit bij TSMC snel genoeg beschikbaar komt. Daar wringt ook de waardering van het optimistische scenario. Een tekort bij Intel is gunstig voor AMD, maar alleen zolang klanten overstappen en AMD voldoende kan leveren. Als de productie achterblijft, blijft een deel van de kans op papier staan. De volgende cijfers over serveromzet, datacentergroei en capaciteit bij TSMC worden daarom belangrijker dan een enkele koersreactie. Het AMD aandeel krijgt steun uit Intel’s tekort, maar Wall Street zal vooral willen zien of Lisa Su die opening in 2026 en 2027 ook in omzet en winst weet om te zetten.
- Recordaantal S&P 500-aandelen beweegt tegen de index in
In het kort: Op 31 juli hadden volgens Evercore ISI 121 S&P 500-aandelen een negatieve bèta over zes maanden, het hoogste aantal in de dataset die teruggaat tot 1990. Het signaal wijst vooral op een uitzonderlijk verdeelde beurs, waarin een relatief kleine groep grote AI-winnaars veel invloed heeft op de index terwijl andere aandelen door heel andere factoren worden gedreven. Negatieve bèta is geen betrouwbare crashvoorspeller en maakt een aandeel niet automatisch tot een goede belegging of structurele bescherming tegen beursdalingen. Onder de oppervlakte van de S&P 500 gebeurt iets uitzonderlijks. Op 31 juli hadden volgens Evercore ISI maar liefst 121 aandelen uit de index een negatieve bèta ten opzichte van de S&P 500, gemeten over een voortschrijdende periode van zes maanden. Dat komt neer op ongeveer 24% van de index en was het hoogste aantal in Evercore's dataset, die teruggaat tot 1990. Het vorige record lag aanzienlijk lager en dateerde uit februari 2001, toen 70 aandelen een negatieve bèta hadden. Andere berekeningen laten eveneens zien dat de huidige marktstructuur uitzonderlijk is, al zijn de cijfers niet rechtstreeks vergelijkbaar. Een afzonderlijke analyse van TheoTrade kwam op 7 augustus bijvoorbeeld uit op 42% van de S&P 500-aandelen met een negatieve bèta. Op 23 september was dat teruggelopen naar 34%. De gebruikte methodologie verschilt echter van die van Evercore, waardoor deze percentages niet één op één naast de 121 aandelen kunnen worden gelegd. De verleidelijke conclusie is dat de Amerikaanse beurs op breken staat. Daarvoor levert het cijfer echter geen hard bewijs. Het zegt vooral iets over de ongebruikelijke interne structuur van de huidige markt. De S&P 500 gedraagt zich steeds minder als één homogeen geheel. Grote groepen aandelen reageren op andere economische krachten dan de megacaps die een groot deel van de index domineren. Bron: SP Global Wat betekent een negatieve bèta precies? Bèta meet hoe gevoelig een aandeel historisch is geweest voor bewegingen van de markt. Een bèta van 1 betekent niet dat een aandeel iedere handelsdag exact hetzelfde beweegt als de S&P 500. Het betekent dat de geschatte gevoeligheid voor marktbewegingen over de gekozen meetperiode ongeveer gelijk is aan die van de markt. Een bèta van 1,5 betekent bijvoorbeeld dat het aandeel in die periode gemiddeld ongeveer anderhalf keer zo gevoelig was voor marktbewegingen. Bij een negatieve bèta is de historische samenhang juist tegengesteld. Wanneer de S&P 500 steeg, had het aandeel gedurende de gemeten periode gemiddeld de neiging om de andere kant op te bewegen, en omgekeerd. Dat blijft een statistisch verband en geen natuurwet. Bovendien is een bèta van -0,1 fundamenteel iets anders dan een bèta van -1. Een aandeel dat maar net onder nul zit, vormt bepaald geen krachtige hedge tegen een beurscorrectie. Ook de gekozen meetperiode is bepalend. Een aandeel kan over zes maanden een negatieve bèta hebben, terwijl dat verband over twaalf maanden verdwijnt. Daarom is het te stellig om te zeggen dat meer aandelen dan ooit in de volledige beursgeschiedenis tegen de markt in bewegen. Wat wel kan worden vastgesteld, is dat meerdere recente metingen een historisch uitzonderlijke mate van negatieve bèta laten zien. AI heeft de marktstructuur ingrijpend veranderd Een belangrijke verklaring die Evercore naar voren schuift, is de enorme dispersie tussen AI-gerelateerde winnaars en grote delen van de rest van de markt. Producenten van chips, geheugentechnologie, datacenterapparatuur en andere infrastructuur profiteren rechtstreeks van de investeringsgolf rond kunstmatige intelligentie. Omdat verschillende van deze ondernemingen ook tot de zwaarste posities in de S&P 500 behoren, hebben hun koersbewegingen een buitenproportioneel grote invloed op de index. Andere sectoren worden ondertussen door totaal andere factoren gestuurd. Gezondheidszorg reageert bijvoorbeeld op medicijnontwikkelingen en regelgeving. Energiebedrijven bewegen sterk mee met olie- en gasprijzen. Consumentenaandelen zijn gevoeliger voor koopkracht en marges, terwijl telecombedrijven met andere rente- en kapitaalstructuren te maken hebben. Onder de grootste ondernemingen die in de Evercore-meting een negatieve bèta hadden, bevonden zich onder meer Walmart, ExxonMobil, Johnson & Johnson, AbbVie, Costco, Chevron, Coca-Cola, Philip Morris, Verizon en T-Mobile US. Dat zijn geen obscure of noodlijdende bedrijven. Het laat juist zien hoe breed de ontkoppeling is geworden. Hun dagelijkse koersbewegingen worden simpelweg door andere factoren bepaald dan die van bijvoorbeeld de grootste AI- en technologiebedrijven. Daardoor kan de S&P 500 stijgen zonder dat het gemiddelde aandeel binnen de index dezelfde beweging laat zien. Een relatief kleine groep zeer grote ondernemingen kan een groot deel van het indexrendement bepalen. Een S&P 500-ETF is minder gelijkmatig gespreid dan hij lijkt Die marktstructuur wordt versterkt door de hoge concentratie van de index. De tien grootste posities vertegenwoordigden eind augustus samen 37,8% van de S&P 500. Wie op dat moment €10.000 in een volledig indexvolgende ETF belegde, had economisch gezien dus ongeveer €3.780 blootstelling aan slechts tien aandelen. De rest van de index deelde samen de overige €6.220. Dat is een belangrijk verschil tussen het aantal aandelen in een ETF en de daadwerkelijke spreiding van het kapitaal. De S&P 500 bevat honderden ondernemingen, maar de koersontwikkeling wordt veel sterker bepaald door de grootste bedrijven. Wanneer die megacaps stijgen, kan de index rond recordniveaus blijven terwijl grote groepen andere aandelen dalen, zijwaarts bewegen of simpelweg achterblijven. Aandelen die tijdelijk tegen de index in bewegen, kunnen binnen zo'n portefeuille wel enige diversificatie bieden. Wanneer energie, defensieve consumentengoederen of gezondheidszorg bijvoorbeeld stijgen terwijl AI-aandelen dalen, kunnen die tegengestelde bewegingen de totale schommeling verminderen. Dat effect moet echter niet worden overdreven. Een relatief klein aandeel met een negatieve bèta heeft vanwege de marktkapitalisatieweging maar weinig invloed tegenover een megacap die meerdere procenten van de totale index vertegenwoordigt. Veel onderlinge diversificatie tussen individuele aandelen betekent daarom niet automatisch dat het concentratierisico van de index verdwijnt. Lijkt dit op de internetzeepbel? De historische vergelijking met de internetzeepbel krijgt veel aandacht omdat het vorige record in de Evercore-reeks uit februari 2001 kwam. Destijds hadden 70 S&P 500-aandelen een negatieve bèta. Er zijn duidelijke overeenkomsten. Rond de millenniumwisseling werd een groot deel van het beursenthousiasme eveneens gedragen door een populaire technologiegroep, terwijl andere delen van de markt zich anders begonnen te gedragen. De vergelijking heeft echter duidelijke beperkingen. Veel van de meest speculatief gewaardeerde internetbedrijven uit die periode hadden nauwelijks omzet of winst en moesten hun bedrijfsmodel nog bewijzen. Veel van de grootste AI-winnaars van vandaag beschikken daarentegen over miljardenomzetten, hoge marges, sterke balansen en omvangrijke vrije kasstromen. Ook de investeringsgolf rond AI is tastbaar. Datacenters worden gebouwd, chips worden besteld en elektriciteitsinfrastructuur wordt uitgebreid. De economische activiteit is dus daadwerkelijk zichtbaar. Dat betekent niet dat de beurswaarderingen automatisch gerechtvaardigd zijn. De belangrijke vraag is niet of AI een echte economische ontwikkeling is. De vraag is of de toekomstige opbrengsten uiteindelijk groot genoeg worden om de enorme investeringen en hoge verwachtingen te rechtvaardigen. Wanneer AI-uitgaven vertragen of de rendementen op die investeringen tegenvallen, kan dezelfde concentratie die de index omhoog heeft geholpen ook de andere kant op werken. Tegelijkertijd kan de huidige marktverdeling ook normaliseren zonder een beurscrash. Achterblijvende sectoren kunnen herstellen, de winstgroei kan zich verbreden of de grootste AI-winnaars kunnen enige tijd consolideren terwijl andere delen van de markt stijgen. In dat scenario neemt de onderlinge samenhang weer toe door een bredere beursrally in plaats van door een scherpe daling van de megacaps. Waarom negatieve bèta geen koopargument is Het kan aantrekkelijk lijken om aandelen met een negatieve bèta simpelweg te kopen als bescherming tegen een mogelijke correctie. Zo eenvoudig werkt het niet. Bèta kijkt achteruit. Een olieproducent kan gedurende zes maanden tegengesteld aan de S&P 500 bewegen doordat de olieprijs stijgt terwijl grote technologieaandelen verzwakken. Wanneer de olieprijs vervolgens draait, kan ook die negatieve samenhang snel verdwijnen. Hetzelfde geldt voor consumentenaandelen, telecombedrijven en farmaceuten. Een tijdelijke tegengestelde beweging hoeft geen structurele eigenschap van een aandeel te zijn. Daarnaast zegt bèta niets over waardering, winstgroei, schulden, concurrentiepositie of kasstroom. Een bedrijf kan ook een negatieve bèta hebben omdat beleggers het aandeel om bedrijfsspecifieke redenen verkopen terwijl de brede markt stijgt. In dat geval is het aandeel niet automatisch een hedge en al helemaal niet automatisch aantrekkelijk geprijsd. De interessantste vraag is daarom waarom een aandeel tegen de markt in beweegt. Heeft het bedrijf een andere winstmotor, sectorblootstelling of rentegevoeligheid? Dan kan het mogelijk daadwerkelijk diversificatie bieden. Verslechteren de fundamenten van de onderneming zelf, dan is de negatieve bèta juist veel minder aantrekkelijk. Waar beleggers nu op moeten letten Voor beleggers is daarom niet alleen het aantal aandelen met negatieve bèta belangrijk. Interessanter is de combinatie van marktbreedte, winstgroei en indexconcentratie. Een stijgende S&P 500 krijgt een bredere basis wanneer meer aandelen deelnemen aan de rally en de winstgroei zich buiten de grootste AI- en technologiebedrijven verspreidt. Blijft de index daarentegen stijgen terwijl steeds meer aandelen een afwijkend koerspatroon vertonen, dan blijft de beurs sterker afhankelijk van een beperkte groep zwaarwegende ondernemingen. Dat betekent niet dat een correctie onmiddellijk volgt. Het betekent wel dat tegenvallende cijfers of lagere kapitaaluitgaven bij enkele zeer grote ondernemingen relatief veel invloed kunnen hebben op het rendement van de volledige index. Voor Nederlandse beleggers met een S&P 500-ETF is het daarom verstandig om verder te kijken dan het aantal bedrijven op het factsheet. Honderden aandelen betekenen niet automatisch dat economische risico's gelijkmatig zijn verdeeld. De daadwerkelijke blootstelling wordt bepaald door de gewichten van bedrijven, de sectorverdeling en vooral de onderliggende winstmotoren. Het recordaantal negatieve-bèta-aandelen is uiteindelijk geen betrouwbaar verkoopsignaal en evenmin bewijs dat een beurscrash nabij is. Het laat vooral zien hoe ongewoon verdeeld de Amerikaanse aandelenmarkt momenteel is. De positieve uitkomst zou een verdere verbreding van de winstgroei en beursrally zijn. Het risico is dat de S&P 500 steeds afhankelijker wordt van een beperkte groep zeer grote ondernemingen. Juist daarom worden de komende winstcijfers, de ontwikkeling van AI-kapitaaluitgaven en de marktbreedte belangrijke indicatoren om te volgen.
- Nvidia zet 150 miljard dollar opzij voor eigen aandelen
Nvidia heeft opnieuw een opvallend signaal afgegeven aan beleggers. Dit keer gaat het niet om een nieuwe AI-chip, een miljardencontract met een hyperscaler of een spectaculaire omzetverwachting. De chipgigant trekt maar liefst 150 miljard dollar extra uit voor de inkoop van eigen aandelen. Daarmee gaat het volgens Nvidia om de grootste verhoging van een aandeleninkoopprogramma ooit. Door de nieuwe machtiging loopt het bedrag dat Nvidia nog beschikbaar heeft voor de inkoop van eigen aandelen op tot ongeveer 235 miljard dollar. Het bedrijf verwacht het resterende programma tot en met boekjaar 2028 uit te voeren. Ter vergelijking: het gaat om een bedrag dat groter is dan de volledige beurswaarde van veel bekende multinationals. Voor aandeelhouders is vooral de boodschap achter het besluit interessant. Nvidia investeert ondertussen enorme bedragen in de ontwikkeling van nieuwe chips en AI-infrastructuur, maar genereert kennelijk zoveel geld dat er tegelijkertijd honderden miljarden dollars beschikbaar kunnen worden gesteld voor aandeelhouders. Nvidia legt nog eens $150 miljard op tafel Het bestuur van Nvidia heeft toestemming gegeven om 150 miljard dollar toe te voegen aan het bestaande aandeleninkoopprogramma. Omdat er vanuit eerdere programma's nog capaciteit beschikbaar was, komt de resterende totale machtiging daarmee uit op ongeveer $235 miljard. Dat is een enorme stap omhoog. In mei verhoogde Nvidia het aandeleninkoopprogramma namelijk al met $80 miljard. Aan het einde van het tweede kwartaal had het bedrijf nog ongeveer $99 miljard beschikbaar onder het bestaande programma. Nu wordt daar opnieuw een gigantisch bedrag bovenop gezet. De timing is opvallend. Nvidia noteerde vrijdag 25 september rond $225 per aandeel, waarmee de beurswaarde van het bedrijf rond de $5,4 biljoen lag. Een inkoopprogramma van $235 miljard vertegenwoordigt daarmee grofweg meer dan 4% van de huidige beurswaarde. Dat betekent overigens niet dat Nvidia morgen daadwerkelijk voor $235 miljard aandelen gaat kopen. Het gaat om een machtiging en het tempo van de daadwerkelijke aankopen kan afhangen van onder meer de beurskoers, investeringsmogelijkheden en de operationele behoefte van het bedrijf. De geldmachine achter Nvidia wordt steeds groter De omvang van het programma wordt begrijpelijker wanneer naar de financiële prestaties van Nvidia wordt gekeken. In het tweede kwartaal van boekjaar 2027 realiseerde het bedrijf een omzet van $96,2 miljard, een stijging van maar liefst 106% ten opzichte van een jaar eerder. Vrijwel alle groei wordt nog altijd aangedreven door datacenters. De omzet van deze divisie kwam uit op $89 miljard, 117% meer dan een jaar geleden. Daarmee is Nvidia inmiddels veel meer dan een fabrikant die profiteert van een tijdelijke vraagpiek naar grafische chips. Het bedrijf bevindt zich in het hart van de wereldwijde investeringsgolf in AI-infrastructuur. Ook onderaan de streep zijn de bedragen uitzonderlijk. Nvidia rapporteerde over hetzelfde kwartaal een nettowinst van ongeveer $59,7 miljard en een brutomarge van 75%. Dat geeft het bedrijf enorme financiële ruimte om tegelijkertijd te investeren én geld terug te geven aan aandeelhouders. Nvidia Q2 boekjaar 2027 Omzet $96,2 miljard Groei omzet +106% Data Center-omzet $89,0 miljard Groei Data Center +117% Nettowinst $59,7 miljard Brutomarge 75,0% Nieuw aangekondigde buyback $150 miljard Totale resterende machtiging $235 miljard Aandelen verdwijnen daadwerkelijk van de markt Bij aandeleninkoopprogramma's is er altijd een belangrijk onderscheid tussen wat een onderneming mag inkopen en wat daadwerkelijk wordt ingekocht. Nvidia laat echter zien dat het zijn machtigingen ook echt gebruikt. Tijdens de eerste helft van het huidige boekjaar kocht Nvidia ongeveer 203 miljoen eigen aandelen terug voor $39,8 miljard. Alleen al in het tweede kwartaal ging het om ruim 94 miljoen aandelen. Daar kwam nog dividend bovenop. In het tweede kwartaal gaf Nvidia in totaal ongeveer $26 miljard terug aan aandeelhouders via aandeleninkopen en dividend. De kapitaalteruggave is daarmee inmiddels een serieus onderdeel van het financiële beleid geworden. Voor aandeelhouders kan dat belangrijk zijn. Wanneer een onderneming eigen aandelen intrekt of langdurig in treasury houdt, kan het aantal uitstaande aandelen afnemen. Dezelfde totale winst wordt vervolgens over minder aandelen verdeeld, waardoor de winst per aandeel kan stijgen, zolang andere factoren gelijk blijven. Wat als Nvidia werkelijk $235 miljard inzet? Een eenvoudige rekensom laat zien hoe gigantisch het programma is. Nvidia had recent ongeveer 24,1 miljard aandelen uitstaan. Wanneer het bedrijf hypothetisch de volledige $235 miljard zou inzetten tegen een gemiddelde koers van $225, zou het voor ongeveer 1,04 miljard aandelen kunnen inkopen. Dat komt overeen met ruim 4% van het huidige aantal uitstaande aandelen. In werkelijkheid zal de uiteindelijke impact anders zijn, omdat de koers gedurende het programma verandert en Nvidia tegelijkertijd nieuwe aandelen kan uitgeven, bijvoorbeeld via beloningsprogramma's voor personeel. Toch maakt de berekening duidelijk waarom beleggers aandacht besteden aan de aankondiging. Zelfs voor een onderneming met een beurswaarde van meer dan $5 biljoen is $235 miljard geen klein bedrag. Hypothetische berekening Waarde Beschikbaar voor buybacks $235 miljard Voorbeeldkoers $225 Mogelijk terug te kopen aandelen circa 1,04 miljard Huidig aantal aandelen circa 24,1 miljard Theoretisch percentage circa 4,3% Jensen Huang geeft vooral een boodschap af Misschien is het belangrijkste onderdeel van de aankondiging niet eens de aandeleninkoop zelf. Nvidia-topman Jensen Huang koppelde het besluit expliciet aan de enorme groei van kunstmatige intelligentie en accelerated computing. Volgens Huang beschikt Nvidia dankzij zijn sterke kasstroom over voldoende financiële ruimte om te blijven investeren in technologie en tegelijkertijd kapitaal terug te geven aan aandeelhouders. Het management presenteert de verhoging van het programma daarmee als een uiting van vertrouwen in de langetermijnmogelijkheden van het bedrijf. Dat is relevant omdat er op Wall Street steeds meer discussie ontstaat over de enorme bedragen die momenteel aan AI-infrastructuur worden uitgegeven. Microsoft, Alphabet, Amazon, Meta en andere technologiebedrijven pompen gezamenlijk honderden miljarden dollars in datacenters, chips en energievoorzieningen. De grote vraag is hoe lang dat tempo houdbaar blijft. Nvidia geeft met het aandeleninkoopprogramma in ieder geval aan dat het management zelf voorlopig geen tekort aan financiële slagkracht verwacht. En Nvidia verwacht nóg meer groei Daar komt bij dat Nvidia onlangs een uitzonderlijk optimistische vooruitblik gaf. Het bedrijf verwacht voor het volgende boekjaar, dat eindigt in januari 2028, een omzetgroei van ongeveer 70%. Dat was opvallend, omdat Nvidia normaal gesproken niet zo ver vooruit concrete verwachtingen afgeeft. Die prognose is belangrijk in combinatie met het nieuwe aandeleninkoopprogramma. Nvidia zegt in feite tegelijkertijd twee dingen: het verwacht dat de AI-markt enorm blijft groeien én denkt genoeg kasstroom te genereren om honderden miljarden dollars terug te sluizen naar aandeelhouders. Daarmee verandert ook langzaam het karakter van Nvidia als belegging. Het bedrijf blijft een extreem snel groeiend technologiebedrijf, maar begint tegelijkertijd kenmerken te vertonen van volwassen cashflowmachines zoals Apple, die enorme bedragen kunnen besteden aan het inkopen van eigen aandelen. Toch is $150 miljard niet automatisch goed nieuws Beleggers moeten zich niet blindstaren op het enorme bedrag. Een aandeleninkoop creëert namelijk niet automatisch waarde. Het resultaat hangt sterk af van de prijs waarvoor aandelen worden teruggekocht. Wanneer een bedrijf zijn eigen aandelen tegen een lage waardering inkoopt, kan dat bijzonder aantrekkelijk zijn voor achterblijvende aandeelhouders. Maar wanneer aandelen juist extreem hoog gewaardeerd zijn, kan dezelfde hoeveelheid geld mogelijk beter worden geïnvesteerd in nieuwe activiteiten, overnames of simpelweg op de balans blijven staan. Dat punt is bij Nvidia extra relevant. Met een beurswaarde van ongeveer $5,4 biljoen zijn de verwachtingen voor toekomstige groei al uitzonderlijk hoog. Het bedrijf moet de komende jaren enorme winsten blijven realiseren om die waardering te ondersteunen. Daarnaast blijven geopolitieke beperkingen rond China, toenemende concurrentie van onder meer AMD en eigen chips van grote cloudbedrijven en de enorme investeringsbehoefte van Nvidia's klanten belangrijke risico's. Dit is waar beleggers nu op moeten letten De komende kwartalen wordt vooral interessant hoeveel van de $235 miljard Nvidia daadwerkelijk gaat gebruiken. In het afgelopen halfjaar liet het bedrijf al zien tientallen miljarden dollars per kwartaal aan aandeelhouders te kunnen teruggeven. Wanneer dat tempo verder omhooggaat, kan de hoeveelheid uitstaande aandelen daadwerkelijk zichtbaar beginnen af te nemen. Tegelijkertijd blijft uiteindelijk één cijfer veel belangrijker dan de omvang van het aandeleninkoopprogramma: de kasstroom. Nvidia kan alleen op deze schaal aandelen blijven inkopen wanneer de AI-boom zich vertaalt in structureel hoge omzet, marges en vrije kasstroom. Daarmee is de historische verhoging van $150 miljard vooral een statement. Nvidia zegt niet alleen dat het vertrouwen heeft in AI. Het bedrijf zet een ongekend bedrag klaar om dat vertrouwen ook financieel kracht bij te zetten. Voor beleggers verschuift de vraag daardoor langzaam. Niet alleen hoe hard Nvidia nog kan groeien, maar ook hoeveel van de enorme hoeveelheid geld die het bedrijf verdient uiteindelijk bij aandeelhouders terechtkomt.
- Vergeet Nvidia: Broadcom jaagt op AI-markt van $230 miljard
In het kort: Broadcom verwacht in boekjaar 2026 58 miljard dollar AI omzet uit de snel groeiende vraag naar custom AI chips. Grote klanten gebruiken die chips vooral om inference, het draaien van AI modellen na training, goedkoper te maken dan met GPU’s. De omzetprognoses voor 2027 en 2028 vragen om forse opschaling bij Google, OpenAI en Anthropic. Het Broadcom aandeel draait steeds meer om één getal: 58 miljard dollar aan verwachte AI omzet in boekjaar 2026. Dat zet Broadcom nadrukkelijker naast Nvidia en AMD, al speelt het bedrijf een ander spel. Broadcom ontwerpt application specific integrated circuits, ASICs, chips op maat voor klanten die hun eigen AI infrastructuur willen bouwen. Die nuance is belangrijk. Nvidia en Advanced Micro Devices ontwerpen vooral GPU’s en server CPU’s, rekenchips voor servers, die breed worden ingezet in AI datacenters. Broadcom zit in een smallere hoek, maar juist die hoek wordt relevanter nu grote klanten hun rekenkosten willen drukken. Broadcom-topman Hock Tan zet AI chipstrategie naast Nvidia Bron: Business Insider Custom AI chips drukken datacenterkosten De vraag naar custom AI chips komt niet uit luxe, maar uit kosten. Vooral bij inference, het draaien van AI modellen nadat ze zijn getraind, loopt de rekening snel op. Schattingen gaan ervan uit dat custom AI chips de inferencekosten met 40% tot 60% kunnen verlagen ten opzichte van GPU’s. Dat verklaart waarom grote hyperscalers en AI bedrijven eigen chips willen inzetten. Broadcom zegt zes kernklanten te hebben voor zijn custom AI chips. Tot die groep behoren Alphabet’s Google, Meta Platforms, OpenAI en Anthropic. Broadcoms custom chips moeten AI datacenters goedkoper laten draaien Bron: Reuters Broadcom ziet volumes snel oplopen De cijfers maken duidelijk dat custom silicon voor Broadcom geen bijzaak meer is. In het derde kwartaal van boekjaar 2026, afgesloten op 2 augustus, stegen de leveringen van custom AI processors met 3,5 keer ten opzichte van een jaar eerder. De omzet uit AI halfgeleiders steeg in dat kwartaal met 221% naar 16,7 miljard dollar. Custom silicon was goed voor bijna driekwart van die AI omzet. Voor het huidige kwartaal rekent Broadcom op 21,7 miljard dollar AI omzet, een stijging van 236% op jaarbasis. Voor heel boekjaar 2026 ligt de verwachting nu op 58 miljard dollar, boven de eerdere raming van 56 miljard dollar. Anthropic maakt prognoses tastbaar Broadcom spreekt zelf van “exponential growth in demand” bij zijn AI klanten. Dat is stevige taal, maar de aantallen bij Anthropic geven de uitspraak gewicht. Broadcom wil in 2026 voor Anthropic 1 gigawatt aan custom AI chips inzetten. Daarna moet de schaal snel omhoog. Voor Anthropic gaat het om 5 gigawatt in 2027 en 10 gigawatt in 2028. Broadcom verwacht ook dat Google en OpenAI de inzet van custom silicon versnellen, en rekent op 115 miljard dollar AI omzet in boekjaar 2027 en 230 miljard dollar in boekjaar 2028. Daar zit meteen de spanning in het verhaal. Broadcom heeft de benodigde toevoer veiliggesteld om die groei te ondersteunen, maar de prognoses leunen zwaar op uitvoering bij een paar grote klanten. Als projecten vertragen of de kostenvoordelen kleiner uitvallen, wordt de lat voor het Broadcom aandeel snel hoger. Nvidia blijft de maatstaf Broadcoms AI activiteiten zijn inmiddels groter dan die van AMD, gemeten aan de genoemde datacentercijfers. Broadcoms verwachting van 58 miljard dollar AI omzet in boekjaar 2026 ligt ruim boven het jaartempo van 25 miljard dollar bij AMD’s datacenteractiviteiten. AMD haalde in de eerste helft van 2026 12,5 miljard dollar omzet uit datacenters. Nvidia blijft voorlopig van een andere orde. Het bedrijf boekte 164 miljard dollar datacenteromzet in de eerste zes maanden van boekjaar 2027, goed voor een jaartempo van bijna 330 miljard dollar. Omdat meer dan 90% van Nvidia’s omzet uit datacenterchips komt, kan die datacenteromzet in boekjaar 2028 boven 800 miljard dollar uitkomen. Waardering houdt Broadcom in beeld De waardering maakt Broadcom opvallend binnen het AI chipverhaal. Broadcom wordt verhandeld tegen 19 keer de verwachte winst, tegenover 25 keer voor Nvidia en 39 keer voor AMD. Dat prijsverschil verklaart waarom het aandeel vaker opduikt als goedkoper AI alternatief, zonder dat Broadcom Nvidia hoeft in te halen. Het sterke argument voor Broadcom is niet dat het bedrijf de grootste speler wordt. Het sterkere punt is dat custom silicon een groter deel van AI infrastructuur kan opeisen als klanten blijven zoeken naar lagere rekenkosten. De zwakkere plek is even duidelijk: veel van het optimisme zit in verwachtingen voor 2027 en 2028. Voor het Broadcom aandeel worden de volgende updates over AI omzet, leveringen en klantuitrol daarom belangrijker dan grote woorden over de AI markt. Beleggers willen zien of Google, OpenAI, Anthropic en andere klanten de volumes echt blijven opvoeren. Pas dan blijkt of Broadcoms goedkopere waardering een fout van de markt is, of gewoon een terechte korting op een verhaal dat nog bewijs moet leveren.
- ASML vangt al geld voordat de machine er staat
In het kort ASML sloot op 28 september op €1.537. De onderneming bouwt machines die honderden miljoenen euro's kosten en uit tienduizenden onderdelen bestaan. Tussen bestelling en acceptatie kan veel tijd zitten. Klantvoorschotten helpen die periode financieren, maar moeten niet als vrije winst worden gezien. Tegenover de cash staat een verplichting om de machine te leveren en te laten werken. Bij de kwartaalcijfers van juli rapporteerde ASML opnieuw een sterke vraag naar geavanceerde lithografie. De markt kijkt meestal naar orders, omzet en brutomarge. Werkkapitaal verdient dezelfde aandacht, omdat voorraad en werk in uitvoering eerst geld opslokken voordat een systeem omzet en kasstroom oplevert. Voorschotten maken de fabriek lichter voor de balans ASML koopt onderdelen lang voordat een klant de volledige machine accepteert. Zonder voorschotten zou het bedrijf meer eigen cash of schuld nodig hebben om die productieketen te financieren. Een vooruitbetaling verschuift een deel van dat risico naar de klant. Het verlaagt het netto kapitaal dat ASML zelf in werk in uitvoering moet steken. De boekhouding houdt dat onderscheid terecht scherp. Cash kan al binnen zijn, terwijl omzet nog niet is verdiend. Op de balans staat dan een contractverplichting of vergelijkbare post. Pas bij levering en acceptatie verhuist de prestatie naar de resultatenrekening. Een stijging van voorschotten kan de operationele kasstroom tijdelijk sterk maken zonder dat de winst even snel groeit. De orderportefeuille is geen bankrekening Een orderboek geeft zicht op vraag, maar niet iedere order heeft dezelfde zekerheid, timing of marge. Klanten stemmen leveringen af op hun fabrieken, vergunningen en eigen vraag. Een verschuiving van één grote EUV-machine kan een kwartaal zichtbaar veranderen. Daarom is de combinatie van orders, voorschotten en omzetherkenning nuttiger dan één cijfer. ASML heeft wel uitzonderlijke onderhandelingsmacht. Geavanceerde chipmakers kunnen voor EUV nauwelijks uitwijken. Dat maakt een voorschot rationeel: de klant reserveert schaarse productiecapaciteit en ASML krijgt financiering. Die macht neemt operationeel risico niet weg. Leveranciers moeten op tijd leveren, installatieploegen moeten beschikbaar zijn en de machine moet bij de klant aan de specificaties voldoen. Lees ook: Bij ASML op recordhoogte betaal je de prijs van perfectie Wat €1.537 veronderstelt Bij 38 keer winst in 2029 en 9% vereist jaarlijks koersrendement is ongeveer €52 winst per aandeel nodig. Dat vraagt een forse stijging vanaf de huidige winstbasis. High-NA, meer EUV-systemen en een groeiende installed-base-omzet moeten samen leveren. Voorschotten helpen de kasconversie, maar maken een dure waardering niet vanzelf goedkoop. Wanneer klanten minder vooruitbetalen of leveringen opschuiven, kan de kasstroom dalen terwijl de lange termijnvraag intact blijft. Omgekeerd kan een sterke kasinstroom door voorschotten de onderliggende winstgevendheid tijdelijk rooskleuriger laten lijken. Concurrentie zit vooral buiten de machine ASML heeft bij EUV een unieke positie, maar concurreert indirect met alternatieve chipontwerpen, betere benutting van bestaande fabrieken en de investeringsdiscipline van klanten. Daarnaast bepalen exportregels welke systemen en diensten naar China mogen. De markt voor de machine is dus technologisch geconcentreerd en politiek begrensd. Het sterkste tegenargument is dat klanten juist graag vooruitbetalen omdat de machines schaars en essentieel zijn. Dat geeft ASML een structureel gunstige werkkapitaalpositie. Het punt blijft dat een voorschot economische waarde pas bevestigt wanneer de machine wordt geleverd, marge oplevert en jaren aan serviceomzet creëert. De cijfers die doorslag geven Werkkapitaal beweegt bij ASML soms tegen de winst in. Een kwartaal met veel inkopen en weinig acceptaties kan sterke operationele vooruitgang tonen, terwijl de kasstroom tijdelijk zwak is. Het omgekeerde kan gebeuren wanneer klanten grote voorschotten betalen. Over een cyclus moeten winst, voorraad en kasstroom weer bij elkaar komen. De installed base verzacht die schommelingen. Onderhoud, upgrades en service volgen de geplaatste machines en zijn minder afhankelijk van één nieuwe fabrieksopening. Toch blijft ook service gevoelig voor exportregels en benutting bij klanten. Een machine die minder draait, verbruikt doorgaans ook minder onderdelen en service-uren. Brutomarge hangt niet alleen af van prijs. Vroege High-NA-systemen kunnen meer installatiewerk en leeruitgaven vragen. Naarmate productie en installatie herhaalbaarder worden, hoort de bijdrage per systeem te verbeteren. Een hoge orderprijs zonder schaalvoordelen kan dus minder aantrekkelijk zijn dan hij in het orderboek oogt. De praktische meetlat is een rollend jaar. Vergelijk omzet, nettowinst, operationele kasstroom en verandering in contractverplichtingen over vier kwartalen. Dat filtert de timing van één levering uit en laat beter zien of ASML de groei met klantgeld kan financieren zonder de balans onnodig zwaar te maken. Conclusie Volg de komende kwartalen niet alleen het orderboek. Vergelijk klantvoorschotten met werk in uitvoering, kijk naar de timing van systeemacceptatie en toets of de vrije kasstroom over een heel jaar bij de winst aansluit. Bij €1.537 betaalt de belegger voor technologische macht én een productieproces dat zijn kapitaal efficiënt blijft draaien. Foto: Christophe Fouquet, CEO van ASML. Credit ASML, officiële archieffoto.
- Komt China ooit terug in de omzetbelofte van Nvidia?
In het kort NVIDIA sloot op 28 september op $228,86. Bij de kwartaalcijfers van augustus zette het bedrijf geen datacentercompute-omzet uit China in de daaropvolgende omzetverwachting. Dat is voorzichtig, maar niet neutraal. China blijft een grote markt, terwijl exportregels bepalen welke chips verkocht mogen worden, aan wie en onder welke voorwaarden. De boekhoudkundige asymmetrie is belangrijk. NVIDIA kan omzet uit de outlook laten, maar ontwerpwerk, gereserveerde productiecapaciteit en voorraad zijn al gemaakt. Wordt een chip later niet toegestaan, dan verdwijnt de omzet sneller dan de kosten. Komt er alsnog een licentie, dan ontstaat opwaarts potentieel dat niet in de basisverwachting zat. Een outlook zonder China verlaagt de lat Een bedrijfsverwachting hoort alleen omzet te bevatten die het management redelijk kan onderbouwen. Door onzekere China-verkopen uit te sluiten, verkleint NVIDIA de kans dat een beleidsbesluit de gerapporteerde guidance meteen onhaalbaar maakt. Voor beleggers betekent dit niet dat China waardeloos is. Het is een optie waarvan de uitoefenprijs in Washington en Beijing wordt bepaald. Die optie kan positief én negatief uitpakken. Een vergunning kan miljarden omzet vrijmaken. Een nieuw verbod kan aangepaste producten opnieuw onbruikbaar maken. Bovendien kunnen Chinese klanten versneld lokale alternatieven ontwikkelen. Marktaandeel dat door regelgeving verdwijnt, keert niet automatisch terug wanneer regels later versoepelen. Productmix bepaalt meer dan omzet NVIDIA verdient uitzonderlijke marges omdat het niet alleen chips verkoopt. CUDA, netwerken, systemen en software maken de totale oplossing waardevol. Een speciaal voor export aangepaste chip kan minder prestaties leveren en daardoor een andere prijs en marge hebben. Het is dus te simpel om iedere potentiële Chinese dollar tegen de groepsmarge te waarderen. Voorraad maakt het risico tastbaar. Geavanceerde chips hebben een lange keten van wafers, packaging, geheugen en systemen. Een wijziging in exportregels kan laat in die keten komen. Dan kan NVIDIA het product soms elders verkopen, maar niet altijd tegen dezelfde prijs of zonder aanpassing. Voorraadafboekingen zijn de zichtbare kosten van een politieke beslissing die eerder nog niet in de omzet stond. Lees ook: Kan Nvidia naar 400 dollar? Wat de koers verlangt Bij een eindmultiple van 26 keer winst en 10% vereist jaarlijks koersrendement moet NVIDIA in 2029 ongeveer $11,72 winst per aandeel verdienen. Het middenscenario ligt daarboven en veronderstelt dat AI-investeringen wereldwijd sterk doorgaan, terwijl de waardering langzaam normaliseert. Aandeleninkoop helpt de winst per aandeel, maar de absolute aandelenbasis blijft groot. Klantconcentratie is minstens zo belangrijk. Een paar hyperscalers vertegenwoordigen een fors deel van de vraag en ontwerpen eigen accelerators. China is dus niet het enige concentratierisico. Het aandeel vraagt tegelijk sterke vraag buiten China, een leidende productcyclus en blijvende softwaremacht. Het sterkste tegenargument De rest van de wereld kan groot genoeg zijn om China jarenlang te missen. Overheden, clouds en ondernemingen bouwen AI-capaciteit op een schaal die eerder niet bestond. NVIDIA heeft daarbij een compleet platform en brengt nieuwe generaties snel naar de markt. De vraag kan daardoor sneller groeien dan de verloren Chinese omzet. Toch blijft het verstandig om China als apart scenario te behandelen en niet als gratis bonus. Let op expliciete licentievoorwaarden, voorraadafboekingen, regionale omzetmix en brutomarge. Een terugkeer van omzet is pas waardevol wanneer de bijdrage per chip na alle beperkingen aantrekkelijk blijft. De cijfers die doorslag geven De exportregels beïnvloeden ook onderzoek en ontwikkeling. Een aparte chip voor één regio vraagt engineering, certificering en softwareonderhoud. Die kosten zijn alleen goed terug te verdienen wanneer het toegestane verkoopvolume groot genoeg blijft. Wordt het product na één cyclus opnieuw beperkt, dan kan NVIDIA dezelfde ontwikkelkosten niet over genoeg systemen verdelen. Klanten hebben bovendien een planning van jaren. Een cloudbedrijf dat niet zeker weet of het dezelfde NVIDIA-architectuur mag blijven kopen, kan eerder voor een lokale chip kiezen. Dat maakt beleid niet alleen een omzetknop voor dit kwartaal, maar ook een stimulans voor een concurrerend ecosysteem. CUDA is sterk, maar geen natuurwet. De brutomarge geeft vroeg aan hoe de mix verschuift. Volwaardige systemen, netwerken en software kunnen een andere marge leveren dan aangepaste exportproducten. Een stijgende omzet met dalende brutomarge is niet automatisch slecht, maar vereist meer volume om dezelfde winst per aandeel te halen. Daarom horen drie vragen bij ieder China-bericht. Is er een concrete vergunning, voor welke klanten en producten geldt zij, en hoeveel marge blijft na eventuele heffingen en aanpassingen over? Zonder die antwoorden is een potentiële omzetwaarde nog geen verdienste voor de aandeelhouder. Conclusie De voorzichtige outlook maakt de korte termijn beter voorspelbaar, maar verplaatst de onzekerheid naar waardering. Bij $228,86 betaalt de markt voor sterke groei zonder dat China nodig is. Dat kan kloppen. De veiligheidsmarge wordt kleiner wanneer geopolitiek, eigen chips van klanten en een normaliserende multiple tegelijk tegenzitten. Foto: Jensen Huang, oprichter en CEO van NVIDIA. Credit NVIDIA, officiële archieffoto.
- Meta bouwt via leases een stille AI-schuld op
In het kort Meta sloot op 28 september op $715,62. De advertentiemachine is sterk genoeg om enorme AI-investeringen te betalen, maar een deel van de infrastructuur kan via langlopende leases worden gebouwd. Daardoor verschijnt de volledige rekening niet als klassieke schuld op de dag dat een datacenter wordt geopend. De economische verplichting blijft wel bestaan: Meta belooft jarenlang vaste betalingen, ook als de opbrengst van een nieuwe generatie modellen tegenvalt. Bij de kwartaalcijfers van 29 juli meldde Meta $60,8 miljard omzet, een operationele marge van 31% en ruim $31 miljard aan kapitaalinvesteringen. De vrije kasstroom zakte in het kwartaal tot $784 miljoen. De capexverwachting voor 2026 ligt op $130 tot $145 miljard. Dat maakt de vorm van financiering net zo belangrijk als het bedrag. Een lease is geen gratis datacenter Een koop raakt de kasstroom vrijwel meteen en komt daarna als afschrijving in de winst. Een lease spreidt de kasbetaling uit. Boekhoudregels zetten veel leases wel als recht van gebruik en verplichting op de balans, maar de presentatie blijft anders dan bij een gewone obligatie. Voor de aandeelhouder telt de juridische naam minder dan de vaste claim op toekomstige kasstromen. Dat verschil is vooral relevant wanneer contracten lang lopen en de techniek snel veroudert. Een gebouw kan tientallen jaren mee, terwijl chips veel sneller worden vervangen. Meta kan daardoor nog huur betalen voor een locatie waarvan de economische waarde van de eerste hardwaregeneratie al grotendeels is verdwenen. De bezettingsgraad, energieprijs en snelheid waarmee nieuwe chips in hetzelfde gebouw passen bepalen dan het rendement. De advertentiemotor draagt de vaste lasten Meta verdient geld doordat adverteerders voor meetbaar bereik en conversie betalen. AI helpt aanbevelingen, advertentiecreatie en targeting. Zolang de opbrengst per advertentie sneller stijgt dan de extra rekenkosten, groeit de operationele winst. Leases veranderen die vergelijking niet, maar verhogen wel het minimumniveau van kasstroom dat ieder jaar nodig is. Reality Labs voegt een tweede vaste last toe. De divisie kan op lange termijn een nieuw platform opleveren, maar boekt nu grote verliezen. De combinatie van AI-infrastructuur en Reality Labs betekent dat de winstgevende apps tegelijk twee toekomstprojecten financieren. Dat is draaglijk bij dubbelcijferige advertentiegroei en minder comfortabel wanneer de economische cyclus advertenties raakt. Lees ook: Meta's advertentiemachine financiert de AI-fabriek Wat de koers nu veronderstelt Bij $715,62 en een eindmultiple van 23 keer winst vraagt een jaarlijks koersrendement van 9% ongeveer $40 winst per aandeel in 2029. Dat is haalbaar wanneer omzet, marge en aandeleninkoop samenwerken. Het is veel lastiger wanneer de vaste infrastructuurrekening sneller groeit dan de bijdrage per gebruiker. Aandeleninkoop voorkomt dat personeelsbeloning de winst over steeds meer stukken verdeelt. Dividend geeft daarnaast een kleine kasuitkering. Geen van beide kan los worden gezien van leases: een dollar die contractueel naar een datacenter gaat, kan niet tegelijk worden gebruikt voor inkoop of dividend. Netto kasgeld biedt een buffer, maar is niet hetzelfde als structurele vrije kasstroom. Het sterkste tegenargument Meta kan zich juist lange contracten veroorloven omdat het over schaal, distributie en een uitzonderlijk winstgevende advertentiemotor beschikt. Een lease versnelt de bouw zonder dat alle cash vooraf verdwijnt. Als AI de betrokkenheid verhoogt en adverteerders een beter rendement geeft, kan de onderneming de vaste betalingen ruimschoots terugverdienen. Beleggers moeten daarom niet alleen capex volgen. Kijk ook naar leaseverplichtingen, afschrijving, vrije kasstroom na alle betalingen en de operationele marge van de apps. De echte test is eenvoudig: levert elke extra dollar aan vaste infrastructuur over de looptijd meer incrementele kasstroom op dan hij kost? Bij $715,62 betaalt de markt al voor een overtuigend ja. De cijfers die doorslag geven De balans geeft nog een controlepunt. Gewone schuld heeft een expliciete rente en aflossingsdatum. Een lease bevat impliciet ook financieringskosten, maar de economische last zit verspreid over huur, gebruiksrecht en toekomstige betalingen. Wie alleen nettokas vergelijkt met obligatieschuld kan daardoor een te gunstig beeld krijgen van de financiële flexibiliteit. De levensduur van activa is minstens zo belangrijk. Verlengt Meta de afschrijvingstermijn van servers, dan stijgt de gerapporteerde winst op korte termijn doordat minder kosten per jaar worden geboekt. De kasuitgave verandert niet. Een stijgende winst tegelijk met zware vervangingsinvesteringen vraagt dus om een blik op kasstroom én afschrijvingsbeleid. Ook de tegenpartij telt. Een externe datacenterexploitant kan bouw- en energierisico dragen, maar zal daarvoor rendement eisen. Zelf bouwen kan goedkoper zijn bij hoge bezetting; leasen kan flexibeler zijn bij onzekerheid. Het voordeel hangt af van contractprijs, looptijd, restwaarde en de mogelijkheid om nieuwe hardware in dezelfde faciliteit te plaatsen. De beste kwartaalmeetlat combineert daarom advertentieomzet per gebruiker, operationele marge van de apps, capex, leasebetalingen en vrije kasstroom na alle infrastructuurverplichtingen. Stijgt de eerste groep sneller dan de tweede, dan werkt de AI-fabriek voor aandeelhouders. Anders groeit vooral de schaal van de rekening. Conclusie Meta heeft geen liquiditeitsprobleem, maar bouwt wel een kostenbasis die minder flexibel wordt. Leases kunnen verstandig zijn wanneer gebouwen lang waarde houden en hardware snel kan worden vervangen. Ze worden riskant wanneer capaciteit voor een te optimistische vraagcurve is vastgelegd. De advertentiemarge, kasstroom na leases en benutting van datacenters vertellen de komende jaren meer dan alleen het capexbedrag. Foto: Mark Zuckerberg, oprichter en CEO van Meta. Credit Meta, officiële archieffoto.
- Hims leent renteloos en kan daarvoor straks in aandelen betalen
In het kort Hims sloot op 28 september op $28,78. De onderneming groeit hard en heeft met Eucalyptus in één stap een internationale positie gekocht. Daar staat financiering tegenover die minder zichtbaar is dan een gewone lening: ongeveer $870 miljoen aan converteerbare notes uit 2025 en $350 miljoen aan nieuwe notes met 0% coupon en looptijd tot 2032. Renteloos is niet kosteloos. Als de koers voldoende stijgt, kan conversie het aantal aandelen verhogen. Op 31 augustus begon Hims in Australië met de omzetting van het Eucalyptus-merk Pilot. Dat is de eerste concrete integratiestap na de overname die op 2 juni werd afgerond. Eucalyptus had meer dan 850.000 klanten bediend en brengt lokale klinische en regelgevende kennis mee in Australië, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Japan en Canada. Acquisitiegroei moet van organische groei worden gescheiden In het tweede kwartaal steeg de omzet 38% naar $753,2 miljoen. De Amerikaanse omzet groeide 16%, terwijl omzet buiten de VS ruim zeventien keer zo hoog werd en $131,4 miljoen bereikte. Die internationale sprong klinkt spectaculair, maar bevat een groot overname-effect. De nuttige maatstaf is hoeveel klanten na de integratie blijven, hoeveel omzet per klant zij leveren en welke zorgkosten nodig zijn. De brutomarge daalde tegelijk van 76% naar 64%. Dat kwam deels door productmix en internationale groei. Hims rapporteerde een nettovlies van $86,3 miljoen en negatieve vrije kasstroom van $68,2 miljoen. De onderneming verwacht wel $3,1 miljard tot $3,3 miljard omzet in 2026. Groei is er dus volop, maar de cashconversie blijft achter. Waarom een nulcoupon toch iets kost Een converteerbare lening biedt beleggers een obligatie plus het recht om onder voorwaarden in aandelen te converteren. Hims betaalt op de nieuwe notes geen coupon, waardoor de lopende rentelast laag blijft. De tegenprestatie is de potentiële aandelenwaarde. Capped-calltransacties kunnen verwatering deels dempen, maar nemen haar niet onder alle koersen weg. Samen vertegenwoordigen de twee series ongeveer $1,22 miljard hoofdsom. Dat is aanzienlijk tegenover een beurswaarde van circa $6,7 miljard. De schuld financiert overnames, technologie en internationale expansie. Als die investeringen veel meer vrije kasstroom opleveren dan de latere verwatering kost, is de constructie aantrekkelijk. Blijft de kasstroom zwak, dan verschuift het risico naar de gewone aandeelhouder. Lees ook: Hims kost $29,12 en 38% omzetgroei mag geen 12 procentpunt marge kosten Wat de huidige prijs verlangt Rond $28,78 bedraagt de ondernemingswaarde in een vereenvoudigde berekening ongeveer 2,3 keer de verwachte jaaromzet. Dat oogt niet extreem voor 38% groei, maar omzet is geen winst. Het middenscenario vraagt dat Hims de vrije-kasstroommarge herstelt naar 7% in 2027 en daarna verder verbetert. Ook moet het aandeelbestand minder snel groeien dan de kasstroom. Het sterkste tegenargument Hims kan betogen dat Eucalyptus lokale toetredingskosten bespaart en de internationale groei jaren versnelt. Dat is aannemelijk. De zwakke plek zit in integratie en regelgeving. Zorg is lokaal, vergunningen verschillen en medicijnrelaties kunnen wijzigen. Een wereldwijd merk levert schaal in technologie en marketing, maar niet automatisch één wereldwijde zorgstructuur. Beleggers moeten vier cijfers volgen: organische internationale omzet, brutomarge per regio, vrije kasstroom vóór acquisities en het volledig verwaterde aantal aandelen. De koers kan fors stijgen als Hims tegelijk groei en kasstroom levert. Gebeurt dat vooral met overnames en nieuwe aandelen, dan blijft een groter bedrijf over zonder evenredig grotere waarde per aandeel. De acquisitie moet klantwaarde verhogen Eucalyptus brengt landen en merken, maar ook meerdere technologieplatformen, voorschrijfprocessen en lokale teams. Synergie ontstaat wanneer Hims dezelfde diagnostiek, logistiek en software over meer klanten kan verdelen. Te snelle standaardisering kan juist botsen met lokale medische regels. De beste integratie is daarom niet de goedkoopste, maar de integratie die retentie en klinische kwaliteit bewaart. Maandelijkse omzet per gemiddelde abonnee steeg in het tweede kwartaal van $76 naar $92. Dat kan komen door duurdere programma’s, meer producten per klant en acquisitiemix. Een hoger bedrag is positief zolang klantacquisitiekosten, medicijnkosten en uitval niet even snel stijgen. De combinatie van opbrengst per klant en brutomarge zegt meer dan elk cijfer afzonderlijk. De 0% coupon maakt de lening aantrekkelijk voor de emittent, omdat er geen periodieke rente uit de kas verdwijnt. De belegger accepteert dat alleen wanneer het conversierecht voldoende waarde heeft. Dat is precies waarom gewone aandeelhouders de notes niet als gratis financiering mogen behandelen. De optiewaarde wordt impliciet betaald met mogelijke toekomstige eigendomsoverdracht. Regelgeving blijft het grootste niet-financiële risico. Hims werkt met artsen, apotheken, geneesmiddelen en gevoelige data. Wijzigingen in regels rond samengestelde medicijnen, reclame of gegevensgebruik kunnen per land anders uitpakken. Internationale spreiding vermindert afhankelijkheid van één markt, maar vermenigvuldigt tegelijk het aantal regimes waaraan het bedrijf moet voldoen. Foto: Andrew Dudum, medeoprichter en CEO van Hims & Hers. Credit Hims & Hers, officiële archieffoto.
- Geely hangt een prijskaartje aan de wisselstations van NIO
In het kort NIO sloot op 28 september op $3,59. Twee dagen eerder gaf Geely het laad- en wisselnetwerk een concrete prijs: een post-moneywaardering van ongeveer RMB16 miljard. Dat maakt een verborgen actief beter zichtbaar, maar lost het kernprobleem van het aandeel niet op. De autoverkoop moet na snelle omzetgroei structureel winstgevend worden, terwijl NIO na de transactie nog 63,6% van NIO Power bezit. Geely betaalt niet simpelweg cash voor bestaande aandelen. Een dochter brengt Yiyi Internet Technology in, voegt RMB640 miljoen cash toe en krijgt 30% van NIO Power. De deal combineert dus activa, kapitaal en toegang tot een grotere voertuigvloot. Voor NIO kan dat de bezettingsgraad van stations verbeteren. Voor Geely kan het goedkoper zijn om op een bestaand netwerk aan te sluiten dan alles zelf te bouwen. Een externe prijs maakt het netwerk beter meetbaar NIO bouwde jarenlang wisselstations terwijl beleggers vooral de kosten zagen. De deal verandert dat debat. Tegen RMB16 miljard post-money is het belang van 63,6% ruwweg RMB10,2 miljard waard, ongeveer $1,4 miljard bij RMB7,1 per dollar. Dat is bijna een vijfde van de beurswaarde van NIO Inc. De vergelijking is niet één op één: NIO Power kan eigen verplichtingen hebben en een minderheidsbelang verdient vaak een korting. De operationele cijfers blijven bepalend. In het tweede kwartaal steeg de omzet 69,1% naar RMB32,1 miljard en de voertuigomzet 80,1% naar RMB29,1 miljard. De nettowinst bleef echter negatief. De deal ondersteunt liquiditeit en delen van infrastructuur, maar verandert verlies op auto’s niet automatisch in vrije kasstroom. Het vliegwiel werkt alleen bij intensief gebruik Een wisselstation heeft hoge vaste kosten. Meer transacties per station verdelen huur, personeel, onderhoud en afschrijving over meer klanten. Geely kan extra voertuigen aanleveren, terwijl NIO zijn technologie en netwerk exploiteert. De economische winst ontstaat pas als de bijdrage per wissel groter is dan energie, batterijklimaat, logistiek en onderhoud. Er is ook een risico. Gedeelde infrastructuur kan het onderscheidende karakter van NIO verkleinen. Bovendien kan de optie van nog eens RMB640 miljoen het belang van Geely verhogen naar 34% en NIO terugbrengen naar 60%. Dat is nuttig kapitaal, maar aandeelhouders van NIO Inc. bezitten dan een kleiner deel van toekomstige netwerkwinsten. Lees ook: NIO kost $3,59 en drie merken moeten samen eindelijk nettowinst maken Wat de huidige prijs verlangt Bij $3,59 betaalt de markt weinig voor een autofabrikant met meer dan RMB32 miljard kwartaalomzet, maar die lage prijs is geen garantie op goedkoopte. Zolang de winstbasis negatief is, bepalen kasverbruik, schuld en aandelenuitgifte de waarde per ADS. Het middenscenario veronderstelt dat NIO in 2027 een kleine nettomarge haalt en daarna verbetert. Zonder die omslag kan zelfs een groeiend netwerk de verwatering niet compenseren. De sterkste tegenwerping De deal kan ook betekenen dat NIO een kapitaalintensief onderdeel gedeeltelijk moet verkopen om de balans te ontlasten. Een externe waardering is pas echt waardevol wanneer het netwerk rendement maakt. Beleggers moeten daarom niet alleen kijken naar het aantal stations, maar naar swaps per station, externe voertuigen op het netwerk, investeringen per nieuwe locatie en kasstromen binnen NIO Power. De komende kwartalen zijn drie signalen beslissend. De automarge moet standhouden zonder buitensporige korting. Het netwerk moet meer volume verwerken met minder kapitaal per transactie. En de groepskasstroom moet verbeteren zonder grote nieuwe aandelenuitgiftes. Geely geeft NIO Power een geloofwaardige prijs. Nu moet NIO bewijzen dat die prijs ook in rendement verandert. Concurrentie en kapitaaldiscipline De Chinese markt blijft hard. BYD, XPeng, Li Auto en tientallen lokale merken combineren snelle modelcycli met scherpe prijzen. NIO kiest voor premiumauto’s, service en een eigen energie-ervaring. De Geely-deal kan schaal brengen, maar zet ook een marktprijs op infrastructuur die tot nu toe vooral als strategische troef werd gepresenteerd. Als andere merken toegang krijgen, moet NIO bewijzen dat het geld verdient aan die toegang zonder zijn eigen klanten minder voordeel te bieden. De post-moneywaardering bevat de nieuwe cash en de ingebrachte onderneming. Het is daarom onjuist om RMB16 miljard volledig als al bestaande waarde aan NIO toe te schrijven. Voor de deal bezit NIO een groter percentage van een kleiner geheel; na de deal bezit het een kleiner percentage met meer kapitaal en activa. De economische winst hangt af van de toekomstige kasstroom van het gecombineerde netwerk. Ook de ADS-structuur verdient aandacht. Een Amerikaanse ADS vertegenwoordigt economisch aandelen in de Chinese groep, maar governance, rapportagevaluta en geopolitiek voegen risico toe. Omzet wordt grotendeels in renminbi verdiend, terwijl de koers in dollars staat. Een zwakkere renminbi kan de dollarwaarde van dezelfde operationele prestatie verlagen. NIO hoeft niet de grootste autofabrikant te worden om waarde te creëren. Het bedrijf moet wel een rendabele niche vinden waarin premiumprijzen, software, batterij-as-a-service en netwerkgebruik samen een gezonde bijdrage leveren. Het externe kapitaal van Geely koopt tijd. Het vervangt geen positief rendement op het totale geïnvesteerde vermogen. Foto: William Li, oprichter en CEO van NIO. Credit NIO, officiële archieffoto.











