Doorzoek deze website
14679 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Hoe lang blijft Google miljarden betalen om zoekverkeer te kopen?
In het kort Alphabet Class A sloot op 28 september op $342,75. Google bezit een dominante zoekmachine, maar een deel van het verkeer wordt gekocht. Traffic acquisition costs, meestal afgekort tot TAC, zijn betalingen aan distributiepartners en deelnemers in het advertentienetwerk. Bij een omzetbasis van honderden miljarden kan één procentpunt verschil miljarden winst betekenen. Bij de kwartaalcijfers van 22 juli groeide Google Search en overige advertentieomzet tot $63,3 miljard. De TAC-rate kwam uit op 19,8%, tegen 20,6% een jaar eerder. Die daling hielp de marge. De vraag voor de komende jaren is of distributiedeals, regelgeving en AI de rate laag houden. Waarom Google voor verkeer betaalt Een standaardpositie op een telefoon of browser verlaagt de moeite voor de gebruiker. Google betaalt partners omdat dat verkeer commercieel waardevol is. De betaling lijkt op huur voor distributie: zolang de extra advertentiewinst groter is dan de vergoeding, is de deal rationeel. De onderhandeling is wederzijds. Een grote partner weet dat Google veel verdient aan de zoekopdrachten van zijn gebruikers. Google weet dat veel gebruikers uit gewoonte toch naar zijn dienst terugkeren. Verandert regelgeving de standaardpositie, dan kan de TAC dalen omdat een deal verdwijnt, terwijl tegelijk zoekvolume en marktaandeel afnemen. Lagere kosten zijn dus niet automatisch hogere waarde. AI verandert opbrengst én kosten per zoekopdracht Een klassieke zoekpagina toont links en advertenties. Een AI-overview genereert een antwoord en gebruikt meer rekenkracht. Dat kan waardevol zijn wanneer gebruikers vaker, langer en commercieeler zoeken. Het kan ook advertentieklikken vervangen. De winst per query hangt daarom af van gebruik, advertentiedichtheid, prijs per klik, distributiekosten en rekenkosten. Alphabet rapporteert geen volledige winst-en-verliesrekening per zoektype. Beleggers moeten indirect kijken naar groei van Search, TAC-rate en de marge van Google Services. Blijft die marge sterk terwijl AI-gebruik stijgt, dan lijkt de extra opbrengst de extra kosten te compenseren. Lees ook: Alphabets kwartaalcijfers: wat beleggers moeten weten Wat $342,75 veronderstelt Bij 22 keer winst in 2029 en 9% vereist jaarlijks koersrendement is ongeveer $20,17 genormaliseerde winst per aandeel nodig. Dat vereist een stevige bijdrage van Search en Cloud. Een stijgende TAC-rate kan een deel van die groei opslokken, zeker wanneer AI-capex tegelijk hoog blijft. Aandeleninkoop verlaagt de aandelenbasis, maar personeelsbeloning werkt de andere kant op. Netto kasgeld geeft ruimte voor investeringen en dividend. Het mag niet dubbel worden geteld naast winst die al rente-inkomsten bevat. De scenario's gebruiken daarom genormaliseerde operationele winst per aandeel. Het sterkste tegenargument Google heeft een merk en productkwaliteit waardoor gebruikers actief terugkeren. Dat beperkt de economische macht van distributiepartners. Bovendien kan regelgeving dure exclusieve deals beëindigen en zo kosten besparen. Cloud, YouTube en abonnementen maken Alphabet minder afhankelijk van één distributiekanaal. Toch blijft Search de belangrijkste winstmotor. Volg de TAC-rate, organisch zoekvolume, Google Services-marge en de reactie op mededingingsremedies. Een gunstige uitkomst is niet simpelweg een lagere betaling, maar een lagere betaling zonder verlies van waardevol verkeer. De cijfers die doorslag geven De TAC-rate is een gemiddelde. Betalingen aan browser- en apparaatpartners hebben een ander economisch karakter dan vergoedingen aan websites in het advertentienetwerk. De mix kan de rate bewegen zonder dat ieder contract duurder wordt. Daarom is de absolute TAC naast het percentage relevant. Rechtszaken over distributie kunnen ook productgedrag veranderen. Een keuzescherm kan gebruikers bewuster laten kiezen, terwijl een verbod op exclusiviteit partners ruimte geeft om meerdere zoekmachines te tonen. Google kan marktaandeel behouden door kwaliteit, maar moet dan mogelijk meer investeren in merk, browser en eigen apparaten. Cloud biedt een tegenwicht doordat klanten rechtstreeks voor infrastructuur en software betalen. De Cloudmarge is snel verbeterd, maar ook daar vraagt AI zwaar kapitaal. De winstkwaliteit van Alphabet stijgt pas echt wanneer Cloud en Search samen meer kas genereren dan de datacenters, chips en distributiedeals opslokken. De meetlat is daardoor breder dan één rate: Searchomzet, TAC als percentage van verkeersgebonden omzet, Services-marge, capex en vrije kasstroom per aandeel. Een stijgende Searchomzet met stabiele TAC en stabiele marge is sterk bewijs dat AI de economie niet uitholt. Conclusie TAC klinkt als een technisch boekhoudcijfer, maar het meet de prijs van toegang tot de gebruiker. Bij $342,75 vraagt de markt dat Search zijn distributiemacht behoudt terwijl AI de productwaarde verhoogt. Eén procentpunt lijkt klein. Op de schaal van Alphabet is het een serieuze hefboom voor winst per aandeel. Foto: Sundar Pichai, CEO van Alphabet en Google. Credit Google, officiële archieffoto.
- Aandelenbeloning is het addertje in de mooie marge van Salesforce
In het kort Salesforce sloot op 28 september op $227,27. De onderneming heeft de afgelopen jaren de aangepaste operationele marge sterk verhoogd. Dat is een echte verbetering, maar de aangepaste maatstaf sluit onder meer aandelenbeloning en afschrijving op overnames uit. Voor de waardering telt uiteindelijk hoeveel GAAP-winst en vrije kasstroom per verwaterd aandeel overblijft. Bij de cijfers over het tweede kwartaal van boekjaar 2027 presenteerde Salesforce opnieuw zijn doelen voor omzet, resterende contractwaarde, marge en kasstroom. De markt hoeft niet te kiezen tussen aangepaste en officiële cijfers. De nuttigste aanpak is de brug ertussen te volgen en te controleren welke uitgesloten kosten terugkeren. Aandelenbeloning is geen denkbeeldige kostenpost Salesforce kan medewerkers aandelen geven zonder dat op dat moment cash de deur uitgaat. Toch worden bestaande aandeelhouders economisch geraakt wanneer meer stukken recht op dezelfde winst krijgen. Inkoop kan die verwatering neutraliseren, maar kost wel cash. De combinatie van aandelenbeloning en aandeleninkoop is daarom geen gratis rondje: het bedrijf betaalt feitelijk om de aandelenbasis stabiel te houden. Aangepaste winst telt aandelenbeloning vaak terug. Dat kan nuttig zijn om de operationele ontwikkeling vóór financieringskeuzes te zien. Voor winst per aandeel moet de kostenpost opnieuw worden meegenomen. Anders wordt eerst gedaan alsof de beloning gratis is en daarna de inkoop als extra kapitaalretour gepresenteerd. Dat is dubbel tellen. Overnames laten een tweede kloof achter Salesforce groeide jarenlang via grote acquisities. De aankoopprijs boven de tastbare boekwaarde komt deels in goodwill en immateriële activa terecht. De afschrijving op die immateriële activa verlaagt GAAP-winst, maar wordt in aangepaste cijfers vaak uitgesloten. Die afschrijving is niet elke periode een nieuwe kasuitgave, maar de oorspronkelijke overnameprijs was wel degelijk cash of aandelen. De juiste vraag is of de acquisitie later voldoende extra kasstroom oplevert. Wanneer Informatica, MuleSoft, Tableau en Slack samen meer kruisverkoop, lagere klantuitval en sterkere datafundamenten creëren, was de betaalde premie verstandig. Wanneer integratie vooral complexiteit toevoegt, vertelt de uitgesloten afschrijving iets belangrijks over eerder kapitaalgebruik. Lees ook: Waarom Salesforce en ServiceNow flink dalen Wat $227,27 vraagt Bij 20 keer GAAP-winst in 2029 en 9% vereist jaarlijks koersrendement moet Salesforce ongeveer $14,71 winst per aandeel behalen. Het middenscenario komt daar iets bovenuit. Dat vereist niet alleen margeverbetering, maar ook omzetgroei en een aandelenbasis die niet opnieuw oploopt. Agentforce kan het model verbreden van licenties per gebruiker naar verbruik per actie. Dat biedt extra omzet wanneer digitale agents veel taken uitvoeren. Het kan ook bestaande seats vervangen. De netto uitkomst hangt af van prijs per actie, gebruikte volumes, rekenkosten en de mate waarin klanten andere modules kopen. Het sterkste tegenargument Vrije kasstroom kan duidelijk hoger zijn dan GAAP-winst doordat niet-kaskosten worden teruggeteld. Voor een volwassen softwarebedrijf is kasstroom vaak de betere maatstaf voor directe financiële slagkracht. Salesforce kan daarmee schuld aflossen, dividend betalen en aandelen inkopen. Maar ook vrije kasstroom moet per aandeel worden bekeken en gecorrigeerd voor structurele beloningskosten. Volg daarom aangepaste marge, GAAP-marge, aandelenbeloning als percentage van omzet, netto aandeleninkoop en vrije kasstroom per verwaterd aandeel. Pas wanneer die reeks gezamenlijk verbetert, komt de operationele winst echt bij de eigenaar terecht. De cijfers die doorslag geven De resterende contractwaarde geeft omzetzichtbaarheid, maar zegt niet hoeveel marge die omzet later oplevert. Een meerjarig contract kan korting bevatten, implementatiekosten vragen of extra cloudverbruik veroorzaken. cRPO, het deel dat binnen twaalf maanden als omzet wordt verwacht, is daarom een nuttige korte indicator, maar geen winstgarantie. Agentforce voegt een nieuwe kostenlaag toe. Iedere digitale actie gebruikt modellen, data en infrastructuur. Wanneer Salesforce per actie rekent, moet de prijs ruim boven de variabele rekenkosten liggen. Een hoge brutomarge op klassieke software kan anders verwateren door intensief AI-gebruik dat te goedkoop is verkocht. De balans van overnames vraagt ook discipline. Goodwill wordt meestal niet jaarlijks afgeschreven, maar kan worden afgeboekt wanneer de verwachte kasstromen tegenvallen. Zo'n afboeking is niet-kas in het kwartaal, maar bevestigt dat eerder betaald kapitaal minder waard bleek. Het is daarom relevant voor de beoordeling van management en niet alleen boekhoudkundige ruis. Een gezonde ontwikkeling laat vier lijnen tegelijk verbeteren: organische omzetgroei, GAAP-operationele marge, vrije kasstroom per aandeel en een dalende aandelenbasis. Als slechts de aangepaste marge stijgt, terwijl groei vertraagt en inkoop vooral aandelenbeloning opvangt, blijft de waardecreatie mager. Conclusie Salesforce is niet duur omdat één margecijfer hoog of laag is. De waardering draait om de kwaliteit van de brug tussen die maatstaven. Bij $227,27 lijkt de markt ruimte te geven voor verdere efficiëntie, maar niet voor een volledige mislukking van AI-monetisatie. GAAP-winst per aandeel blijft de nuchtere controle op ieder aangepast succesverhaal. Foto: Marc Benioff, medeoprichter en CEO van Salesforce. Credit Salesforce, officiële archieffoto.
- Vergeet SpaceX: dit ruimtevaartaandeel kun je wel gewoon kopen
In het kort: De aandacht voor SpaceX trekt ook kleinere ruimtevaartbedrijven mee, waaronder Redwire. Redwire kiest een minder zichtbaar deel van de markt: ruimtevaartuigen, zonnepanelen, koppelsystemen en andere infrastructuur. De lagere waardering tegenover SpaceX en Rocket Lab roept vooral de vraag op hoeveel bewijs beleggers nog willen zien. Het Redwire aandeel valt op omdat SpaceX steeds duurder oogt en beleggers verder kijken dan het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk. Space Exploration Technologies, beter bekend als SpaceX, kreeg extra aandacht toen beleggers toegang kregen tot het bedrijf. Dat verhaal is groot, maar de waardering is dat ook. Redwire zit in een ander deel van dezelfde markt. Het bedrijf vervoert geen bemanning en vracht zoals SpaceX, maar levert ruimtevaartuigen, systemen en infrastructuur aan klanten die al in de ruimte actief zijn of daarheen willen. Dat is minder spectaculair, maar voor beleggers vaak juist het interessante stuk: de onderdelen achter de groei van de ruimtevaartmarkt. Redwire zoekt tractie met ruimtevaartinfrastructuur en kleiner verlies Bron: CNBC SpaceX trekt aandacht, Redwire levert onderdelen SpaceX blijft de naam waar de meeste aandacht naartoe gaat. Het bedrijf heeft de bekendste topman, het grootste verhaal en een waardering van ongeveer 68 keer de omzet over de afgelopen periode. Dat is een hoge lat, ook in een markt waar groei schaars en gewild is. Redwire werkt stiller, maar niet zonder schaal. Het bedrijf heeft een portefeuille met vijf spacecraft platforms en levert ruimtevaartuigen voor onder meer zeer lage aardbaan, geostationaire baan en verder. Verder levert Redwire zonnepanelen voor ruimtevaartuigen, koppelsystemen voor autonoom koppelen van bemande voertuigen en modules voor vrachtvoertuigstations. Daar zit de kern van het verhaal. Redwire verkoopt geen publieksdroom, maar infrastructuur die klanten nodig hebben om in de ruimte te kunnen werken. Als de ruimtevaartmarkt groeit, kan juist die minder zichtbare laag belangrijker worden. Kleinere ruimtevaartspelers zoeken schaal in gespecialiseerde niches Bron: The Economist Verlies bij Redwire krimpt zichtbaar Redwire blijft verlieslatend, maar de cijfers zijn minder zwak dan een jaar eerder. In het tweede kwartaal van 2026 boekte het bedrijf een brutowinst van 32,5 miljoen dollar. In dezelfde periode van 2025 stond daar nog een brutoverlies van 19,1 miljoen dollar tegenover. Ook onderaan de streep werd het verlies kleiner. Het nettoverlies kwam uit op 40,9 miljoen dollar, tegen 97 miljoen dollar in het tweede kwartaal van 2025. Dat is een duidelijke verbetering, al is het nog geen winstverhaal. Daar wringt het voor beleggers. Groei en betere marges zijn nodig, maar Redwire moet laten zien dat die lijn vol te houden is. Zolang het bedrijf verlies draait, blijft elke groeiprognose ook een test van uitvoering. Wall Street kijkt naar ordergroei als bewijs voor Redwire Bron: Reuters Orderboek geeft Redwire meer lucht De orderportefeuille geeft Redwire voorlopig houvast. Eind juni 2026 had het bedrijf een gecontracteerde orderportefeuille van 322 miljoen dollar. Eind 2025 was dat nog 299,8 miljoen dollar, een stijging van 7,4%. Het management bevestigde in augustus de omzetprognose voor 2026 van 450 miljoen tot 500 miljoen dollar. Als Redwire het midden van die bandbreedte haalt, komt de omzetgroei op jaarbasis uit op 42%. Dat is fors, zeker voor een bedrijf dat nog moet bewijzen dat grotere omzet ook leidt tot winst. De balans helpt in elk geval. Eind juni 2026 had Redwire een netto kaspositie van meer dan 509 miljoen dollar. In een sector waar veel jonge groeibedrijven afhankelijk zijn van financiering, geeft dat meer speelruimte. SpaceMD voegt extra groeiverhaal toe Redwire kijkt niet alleen naar hardware. Het bedrijf ziet microzwaartekracht als een groeikans, vooral via SpaceMD. Daar wil Redwire zaadkristallen in een baan om de aarde laten groeien. Die kristallen kunnen later door bedrijven worden gebruikt bij de ontwikkeling van nieuwe en hergeformuleerde geneesmiddelen. Dat past bij de bredere strategie van Redwire: diensten leveren aan klanten die specifieke activiteiten in de ruimte willen uitvoeren. Het maakt het bedrijf breder dan alleen een leverancier van ruimtevaartuigen. Voor beleggers maakt SpaceMD het verhaal tegelijk interessanter en minder eenvoudig. De hardwaretak is te volgen via orders, omzet en marges. SpaceMD vraagt meer bewijs voordat het zwaar kan meewegen in de waardering. Waardering zet Redwire in ander licht De wereldwijde ruimtevaartmarkt werd in 2025 gewaardeerd op 648,4 miljard dollar en kan in 2034 uitkomen op 1,2 biljoen dollar. Zulke verwachtingen trekken kapitaal aan. Ze zorgen ook snel voor hoge waarderingen. Dat is goed zichtbaar bij de bekendere namen. Rocket Lab wordt verhandeld tegen 56 keer de omzet over de afgelopen periode. Redwire staat daar met 5 keer de omzet veel lager tegenover. Dat verschil is precies waarom het Redwire aandeel opvalt. De lagere waardering kan betekenen dat de markt te weinig oog heeft voor de voortgang bij Redwire. Het kan ook betekenen dat beleggers terecht meer bewijs eisen over winstgevendheid, schaal en uitvoering. Redwire aandeel moet cijfers blijven leveren De beleggerscase rond Redwire is niet ingewikkeld, maar wel kwetsbaar. Het bedrijf zit in meerdere niches van de ruimtevaart, de brutowinst is verbeterd, het nettoverlies is kleiner en het orderboek groeit. Vergeleken met SpaceX en Rocket Lab oogt de omzetwaardering een stuk bescheidener. Maar goedkoop ten opzichte van dure sectorgenoten is geen bewijs op zich. Redwire blijft verlieslatend en de omzetgroei van 42% hangt af van het halen van het midden van de prognose voor 2026. De volgende updates over omzet, orderportefeuille en verlies moeten laten zien of het Redwire aandeel echt uit de schaduw van SpaceX en Rocket Lab kan komen.
- De geschiedenis wijst voor een beurscrash naar één verstandige zet
In het kort: De S&P 500 ligt ondanks zorgen over inflatie en AI investeringen op koers voor 12% jaarwinst. De Shiller CAPE ratio staat op een niveau dat eerder alleen tijdens de dotcomzeepbel werd gezien. De spanning zit niet alleen in de kans op een beurscrash, maar vooral in de vraag welke bedrijven een zware daling kunnen doorstaan. De S&P 500 staat op recordhoogte en ligt tegelijk onder een waarderingsvergrootglas. De index koerst af op 12% jaarwinst, geholpen door enthousiasme over artificial intelligence en een economie die langer overeind bleef dan veel beleggers hadden verwacht. Juist die combinatie maakt de markt ongemakkelijk: de winst is zichtbaar, maar de prijs die beleggers ervoor betalen ook. De rally in de S&P 500 draait voor een groot deel om AI. Bedrijven die van artificial intelligence profiteren, trokken veel kapitaal aan en beleggers bleven bereid om stevige verwachtingen in de koersen te leggen. Dat gebeurde ondanks oplopende inflatie en vragen over de enorme uitgaven aan AI infrastructuur. Daar wringt het voor de markt. De beurs loopt vooruit op groei die bedrijven later nog moeten waarmaken. Zolang de winsten blijven groeien, kan zo’n verhaal lang standhouden. Maar bij recordstanden wordt de marge voor teleurstelling kleiner. Een beurscrash is daarmee geen vaststaande gebeurtenis voor morgen of volgende week. Aandelenmarkten kennen zware correcties, maar de timing blijft notoir lastig. De nuchtere constatering is eenvoudiger: hoe hoger de waardering, hoe minder vergevingsgezind de markt wordt. Beleggers wegen recordstanden tegen inflatie en geopolitieke risico’s Bron: Reuters Shiller CAPE knippert rood De waarschuwing zit vooral in de Shiller CAPE ratio van de S&P 500. Die maatstaf vergelijkt aandelenkoersen met de gemiddelde winst per aandeel over 10 jaar en haalt zo een deel van de economische ruis uit de cijfers. De ratio staat nu op een niveau dat eerder slechts één keer voorkwam: tijdens de dotcomzeepbel. Dat is een serieus signaal, maar geen stopwatch. Een hoge waardering vertelt niet wanneer de markt draait. Aandelen kunnen eerst verder oplopen, of een deel van de spanning kwijtraken via een beperkte daling. De nuance is belangrijk. “This doesn't mean we're about to immediately see another dot-com-sized crash.” Die zin haalt de ergste dramatiek uit het verhaal. Tegelijk blijft de vergelijking met de dotcomperiode ongemakkelijk genoeg om niet weg te wuiven. Technologierally jaagt waarderingen op richting dotcomniveaus Bron: Reuters Beurscrashes horen bij aandelen De S&P 500 heeft eerdere crashes en diepe dalingen uiteindelijk steeds verwerkt. Soms ging het herstel snel, soms duurde het jaren. Voor particuliere beleggers is dat verschil niet academisch, want juist in die tussenliggende jaren wordt geduld getest. Een papieren verlies voelt zelden papierachtig wanneer de portefeuille hard daalt. Rode cijfers, sombere krantenkoppen en twijfel over de economie maken verkopen vaak verleidelijk. Toch is het historische patroon helder: wie sterke bedrijven door zware markten heen zag komen, kreeg in veel gevallen een heel andere uitkomst dan wie midden in de stress verkocht. Dat maakt het onderscheid tussen kwaliteit en momentum belangrijker. Niet elk aandeel dat hard is gestegen, is sterk. En niet elk aandeel dat hard daalt, verdient automatisch geduld. Volatiele markten testen beleggers tijdens scherpe correcties Bron: Reuters Microsoft toont de lange adem Microsoft laat zien hoe groot het verschil kan zijn tussen een crisis doormaken en een crisis verkopen. Wie het aandeel vlak voor de financiële crisis van 2007 en 2008 kocht, keek op enig moment aan tegen een papieren verlies van 34%. Dat is fors genoeg om zelfs overtuigde langetermijnbeleggers aan het twijfelen te brengen. Een belegger die toen verkocht en oorspronkelijk in 1999 of later had gekocht, kon verlies hebben gerealiseerd. Dat zou op dat moment rationeel hebben gevoeld: schade beperken, kapitaal beschermen, later opnieuw kijken. Achteraf bleek juist die reactie kostbaar. Wie Microsoft door de crisis heen tot vandaag aanhield, kwam uit op meer dan 1.300% winst. Dat voorbeeld bewijst niet dat elk aandeel decennia in portefeuille thuishoort. Het laat wel zien dat een goed bedrijf soms meer tijd nodig heeft dan de markt op een slecht moment wil geven. Tech vraagt meer bewijs Vooral technologieaandelen kunnen lange perioden nodig hebben om hun groeiverhaal opnieuw geloofwaardig te maken. Een sector kan jaren uit de gratie zijn wanneer beleggers twijfelen aan winst, investeringen of de omvang van de markt. AI maakt die spanning nu opnieuw zichtbaar. In veel gevallen kan een periode van vijf tot 10 jaar al veel verschil maken. Soms duurt het langer, zeker wanneer een sector door een moeilijke fase gaat. Dan draait het minder om de dagkoers en meer om de vraag of een bedrijf de financiële en strategische kracht heeft om de volgende groeifase te halen. Daar zit de harde selectie. Kwaliteitsaandelen zijn geen magisch etiket. Het gaat om bedrijven met solide langetermijnvooruitzichten en genoeg kracht om mindere jaren te overleven. S&P 500 wacht op bewijs De S&P 500 staat hoog, AI verwachtingen blijven groot en de Shiller CAPE ratio laat weinig ruimte voor gemakzucht. Dat maakt een correctie niet zeker, maar wel minder verrassend als die komt. De markt heeft veel goed nieuws al vooruitgenomen. Voor beleggers draait de komende fase daarom niet alleen om de vraag of er een beurscrash komt. Belangrijker is welke bedrijven hun waardering kunnen rechtvaardigen wanneer groei, winst en investeringen scherper worden beoordeeld. De S&P 500 heeft historisch veel klappen overleefd, maar elke nieuwe daling test opnieuw welke aandelen werkelijk kwaliteit verdienen.
- Tom Lee ziet enorm potentieel in deze asset maar er is een maar
In het kort: Tom Lee ziet een uitzonderlijk hoog scenario voor Ether, terwijl de munt nog 46% onder de piek van vorig jaar noteert. Lee koppelt zijn verwachting aan tokenization, AI transacties en financiële toepassingen op Ethereum, niet aan de oude cryptohype rond NFT’s. De vraag is of het netwerkgebruik snel genoeg groeit, want 2,3 miljoen dagelijks actieve walletadressen liggen ruim onder de piek van bijna 4 miljoen. De Ether koers staat op 25 september rond $2.700, nog altijd 46% onder de piek van vorig jaar van $4.846. Toch ziet Tom Lee, Wall Street analist en voorzitter van Bitmine Immersion Technologies, ruimte voor een veel groter verhaal. Tijdens de Proof of Talk conferentie in juni noemde hij $250.000 per Ether als mogelijk scenario. Dat is een stijging van 9.159% vanaf het huidige niveau. Lee gaf er geen tijdpad bij, en dat maakt nogal uit. Zonder horizon is zo’n koersdoel vooral een verhaal over wat Ethereum ooit kan worden, niet over wat de markt op korte termijn moet bewijzen. Tom Lee schetst uitzonderlijk hoog koersscenario voor Ether Bron: CNBC Tom Lee rekent op Ethereum buiten crypto Ethereum is een platform voor gedecentraliseerde softwaretoepassingen. Die toepassingen draaien via smart contracts, stukjes computercode die regels automatisch uitvoeren op de Ethereum blockchain. De kern van Lee’s verhaal is dat Ethereum verder groeit dan cryptoapplicaties en NFT’s. Volgens Lee kan Ethereum een rol krijgen in betalingen, afwikkeling van transacties en geldstromen van AI systemen. Dat klinkt groot, maar het mechanisme is simpel. Wie een toepassing op Ethereum gebruikt, betaalt transactiekosten in Ether. Daardoor hangt de waarde van Ether uiteindelijk aan gebruik. Meer transacties vragen meer Ether voor verwerkingskosten. Dat is de nuchtere kern achter het optimistische verhaal, los van de grote woorden rond AI en tokenization. Vitalik Buterin benadrukt de bredere toepassingen van Ethereum Bron: CNBC Tokenization moet meer gebruik brengen Tokenization is voor Lee de belangrijkste aanjager. Daarbij worden traditionele financiële producten digitaal verhandelbaar op een blockchain. Financiële instellingen als BlackRock, JPMorgan Chase en UBS Group hebben al getokeniseerde beleggingsfondsen gelanceerd die op Ethereum gebaseerde blockchains gebruiken. In die fondsen zijn inmiddels miljarden dollars gestroomd. Ze worden onder meer gebruikt om veilige activa zoals Amerikaanse staatsobligaties te kopen. Voor Ethereum is dat relevant, omdat het netwerk dan niet alleen leunt op cryptohandel, maar ook op financiële transacties buiten de cryptowereld. Robinhood Markets gaat verder met Robinhood Chain, een laag twee blockchain bovenop Ethereum. Het bedrijf wil echte effecten zoals Nvidia en Tesla tokenizen, zodat klanten buiten reguliere beursuren kunnen handelen. Kopers krijgen geen juridisch eigendom van de onderliggende effecten, maar krijgen wel blootstelling aan koersbewegingen. Devcon toont ontwikkelaars achter Ethereum-infrastructuur voor tokenization Bron: archive.devcon.org Ether koers vraagt om extreme schaal De rekensom achter Lee’s koersdoel is stevig. Er zijn iets meer dan 122 miljoen Ether munten in omloop. Bij een prijs van $2.700 komt de totale marktwaarde uit op ongeveer $328 miljard. Bij $250.000 per Ether loopt die marktwaarde op tot $30,5 biljoen. Dat is bijna even groot als de totale Amerikaanse economie. Ethereum zou dan ook meer dan vijf keer zoveel waard zijn als Nvidia, dat nu op $5,4 biljoen wordt gewaardeerd. Daar wringt het. Zo’n waardering vraagt niet alleen groei, maar een centrale rol in het financiële systeem. Ethereum zou dan dagelijks grote geldstromen moeten verwerken, niet alleen experimenten van banken en nieuwe handelsproducten. Bitmine belang kleurt Lee’s voorspelling Lee spreekt niet vanaf de zijlijn. Bitmine Immersion Technologies bezit 6 miljoen Ether munten, bijna 5% van de totale hoeveelheid in omloop. Die positie is nu meer dan $16 miljard waard. Als Ether naar $250.000 stijgt, groeit diezelfde positie naar $1,5 biljoen. Dat maakt Lee’s optimisme niet per definitie onbruikbaar, maar het belang is moeilijk te negeren. Een hoog koersdoel is nieuws, geen neutrale vaststelling. Opvallend is dat de institutionele interesse wel degelijk bestaat. BlackRock, JPMorgan Chase, UBS Group en Robinhood Markets bouwen of testen toepassingen rond tokenization. De zwakkere plek zit bij het brede gebruik door consumenten, want daar is nog geen massale doorbraak zichtbaar. Ethereum moet cijfers laten spreken Ethereum telt over de hoofdblockchain en alle laag twee blockchains samen 2,3 miljoen dagelijks actieve walletadressen. Dat is duidelijk minder dan de piek van bijna 4 miljoen vorig jaar. Voor een netwerk dat volgens Lee richting het hart van de financiële wereld kan bewegen, is dat verschil lastig weg te poetsen. Robinhood Chain ziet wel meer adoptie, en AI systemen kunnen later voor extra transacties zorgen. Maar voorlopig blijft veel van dat verhaal nog toekomstmuziek. De bestaande cijfers laten groei zien in institutionele toepassingen, niet in massaal dagelijks gebruik. Na Lee’s uitspraak in juni ligt de lat voor Ethereum hoger dan alleen een herstel van de cryptomarkt. De Ether koers krijgt pas meer steun uit het verhaal als actieve wallets, getokeniseerde fondsen en handelsvolume op Robinhood Chain overtuigender oplopen. Tot die tijd blijft $250.000 vooral een ambitieus scenario waar het netwerk nog veel bewijs voor moet leveren.
- Het Pentagon koopt vliegende taxi's en dit aandeel profiteert
In het kort: Het Pentagon verschoof Agility Prime in 2025 richting hybride vliegtuigen en autonome vluchttechnologie. Archer sluit met Thunder beter aan op die militaire vraag dan met de volledig elektrische luchttaxi Midnight. De vraag blijft hoeveel van Archer’s contract van maximaal $142 miljoen uiteindelijk echte omzet wordt. Het Archer Aviation aandeel heeft momenteel de duidelijkste defensiehaak onder de eVTOL bedrijven. Het Pentagon test al jaren elektrische toestellen die verticaal kunnen opstijgen en landen, met Archer Aviation en Joby Aviation als twee zichtbare namen. De defensievraag verschuift alleen naar hybride aandrijving, autonomie, groter bereik en onbemande militaire vliegtuigen, en daar past Archer nu beter bij. Archer heeft via Agility Prime, het programma van de U.S. Air Force, een contract met een maximale waarde van $142 miljoen. Voor een jonge luchtvaartnaam is dat een serieus bedrag, maar het is nog geen gegarandeerde omzet. In 2024 leverde Archer zijn eerste Midnight toestel aan de Air Force, na een militaire luchtwaardigheidsbeoordeling van het Department of Defense. Midnight is niet alleen bekeken als toekomstige luchttaxi. Het leger heeft het toestel geëvalueerd voor personenvervoer, logistiek, medische evacuatie en intelligence en surveillance. Dat maakt de defensiekant van Archer relevant voor beleggers: het Pentagon kijkt minder naar beloftes dan naar inzetbaarheid. Midnight van Archer kreeg een militaire beoordeling van het Pentagon Bron: Business Insider Pentagon schuift naar hybride eVTOL Het belangrijkste signaal komt niet uit Archer zelf, maar uit de richting van het Pentagon. Joby maakte bekend dat het Department of Defense het Agility Prime programma in 2025 meer heeft gericht op hybride vliegtuigen en autonome vluchttechnologie. Tegelijk werd de reikwijdte van Joby’s bestaande contract kleiner. Voor stedelijke mobiliteit kan een volledig elektrisch toestel logisch zijn. Voor militaire toepassingen tellen vaker bereik, inzetduur en minder afhankelijkheid van vaste infrastructuur. Hybride aandrijving en autonome systemen sluiten beter aan op die vraag. Daar krijgt Archer zijn sterkste argument. Het bedrijf werkt met defensietechnologiebedrijf Anduril aan Thunder, een autonoom hybride elektrisch VTOL platform. In juli presenteerden de bedrijven Thunder als een Group 5 autonoom vliegtuig, specifiek gebouwd voor militaire missies. Amerikaanse raketverkoop illustreert de schaal van defensiebestedingen Bron: Reuters Joby Aviation blijft dichtbij Joby Aviation is daarmee niet uit beeld. Het bedrijf heeft zelf ook een lange defensielijn opgebouwd. Het Air Force contract van Joby bereikte een potentiële waarde van $131 miljoen, met plannen om tot negen toestellen te leveren. Joby heeft toestellen ingezet op Edwards Air Force Base en werkt nog altijd met de Air Force aan autonome vluchttechnologie. Die relatie telt in een markt waar toegang tot defensieprogramma’s tijd kost. Het Pentagon kent Joby al, en dat voordeel verdwijnt niet door één aanpassing in Agility Prime. Joby probeert bovendien actief mee te bewegen. Het bedrijf jaagt op aanvullende overheidscontracten, waaronder werk met L3Harris. Ook stemde Joby in met de overname van defensiebedrijf Resonant Sciences voor ongeveer $500 miljoen. Beleggers wegen Archer en Joby op defensiepotentieel Bron: CNBC Resonant geeft Joby defensiekracht Resonant Sciences maakt de vergelijking tussen Archer en Joby minder simpel. Het bedrijf werkt al aan actieve nationale veiligheidsprogramma’s en brengt kennis mee in advanced sensing, electronic warfare, communicatie, autonome systemen en low observability aircraft technology. Resonant genereerde meer dan $100 miljoen omzet in de voorgaande twaalf maanden. Na afronding wordt Resonant de defensietak van Joby. Joby koopt dus geen los project, maar een bestaande operatie met defensiewerk en omzet. Die operatie kan later worden gekoppeld aan hybride vliegtuigen en autonome vluchttechnologie van Joby. Dat geeft Joby een serieuze tweede route naar defensiegeld. De rol binnen Agility Prime is kleiner geworden, maar de bredere defensiepositie kan juist sterker worden. Wie alleen naar het huidige contractmomentum kijkt, mist dat punt. Thunder moet Archer nog waarmaken Archer heeft wel het scherpere verhaal richting de nieuwe defensievraag. Thunder verschilt duidelijk van Midnight, de volledig elektrische luchttaxi. Het nieuwe toestel gebruikt hybride elektrische aandrijving voor meer bereik en langere inzet. Thunder is ook autonoom en kan verschillende ladingen vervoeren, afhankelijk van de missie. Dat past beter bij de richting van Pentagon uitgaven dan puur passagiersvervoer in een stad. Het draait om militaire inzet zonder piloot aan boord. Daar wringt meteen de waardering van het verhaal, niet noodzakelijk van het aandeel zelf. Thunder is nog een nieuw platform en moet zich in de praktijk bewijzen. Het contract van $142 miljoen is een plafond, geen bedrag dat al binnen is. Boeing onderdelen vergroten inzet Archer probeert de afstand tot grotere defensiepartijen te verkleinen. In augustus kondigde het bedrijf een deal aan om Boeing’s Insitu, Wisk Aero en SkyGrid activiteiten over te nemen. Vooral Insitu valt op, omdat die activiteit alleen al meer dan $200 miljoen aan jaarlijkse omzet genereert. De drie activiteiten zouden Archer sterker maken in aerospace, defensie en autonome vlucht. Dat is precies de combinatie waar het Pentagon meer belangstelling voor toont. Voor een jong eVTOL bedrijf kan zo’n stap de defensieambitie sneller concreet maken. Toch blijft nuchterheid nodig. Archer koopt capaciteit en relaties, maar wordt daarmee niet ineens de volgende Lockheed Martin. De technologie moet nog landen, de contracten moeten omzet worden en militaire interesse is pas waardevol als die terugkomt in opdrachten. Defensiegeld blijft de echte test De strijd tussen Archer Aviation en Joby Aviation draait niet om wie vandaag het hardst klinkt. De betere vraag is welk bedrijf het best past bij de nieuwe defensievraag. Op dat punt oogt Archer sterker, omdat Thunder al is gebouwd rond autonomie, hybride aandrijving, groter bereik en onbemande militaire inzet. Joby verdient wel meer krediet dan een snelle vergelijking doet vermoeden. De relatie met het leger gaat jaren terug, de samenwerking rond autonome technologie loopt door en Resonant Sciences kan een serieuze defensietak opleveren. Archer heeft op dit moment het helderste verhaal, maar Joby is geen bijzaak. Voor het Archer Aviation aandeel ligt de volgende test in bewijs, niet in belofte. Het Pentagon, de U.S. Air Force en autonome eVTOL technologie blijven de ankers van dit verhaal. Beleggers zullen vooral willen zien of Thunder, de Boeing onderdelen en het contractplafond van $142 miljoen uiteindelijk opdrachten opleveren die in de omzet terug te zien zijn.
- Zes populaire aandelen zouden slachtoffer worden van AI, klopt dat?
In het kort: JPMorgan ziet onder meer Adobe, Intuit, Duolingo, SAP, Take-Two en Cloudflare als kwetsbaar voor ontwrichting door AI. Die bedrijven lopen niet hetzelfde risico: bij sommige vervangt AI het product, bij andere vergroot AI juist de vraag. Cloudflare is de minst kwetsbare naam uit het rijtje, maar Intuit biedt mogelijk de interessantere combinatie van AI-potentieel en waardering. Beleggers hebben jarenlang gezocht naar de grootste winnaars van kunstmatige intelligentie. Inmiddels draait een minstens zo interessante zoektocht om de mogelijke verliezers. JPMorgan heeft daarvoor een mandje samengesteld met aandelen waarvan het verdienmodel kwetsbaar kan zijn voor AI. Daarin staan voorspelbare softwarebedrijven, maar ook verrassende namen. Adobe, Intuit, Duolingo, SAP, Take-Two Interactive en Cloudflare behoren tot de ondernemingen die door de bank in deze risicocategorie zijn geplaatst. De gedachte achter het mandje is begrijpelijk. AI kan werk automatiseren waarvoor bedrijven nu softwarelicenties, creatieve programma’s, educatieve apps of externe specialisten betalen. Wanneer minder werknemers hetzelfde werk kunnen doen, komt bovendien het populaire prijsmodel per gebruiker onder druk te staan. Toch zegt zo’n label weinig zolang niet duidelijk is waar AI precies ingrijpt. Bij Adobe kan AI een deel van het creatieve proces vervangen. Bij Cloudflare creëert het juist extra internetverkeer dat beveiligd en gecontroleerd moet worden. Het zijn fundamenteel verschillende situaties. De minst “AI vulnerable” naam uit deze lijst is daarom Cloudflare. Dat betekent alleen niet automatisch dat Cloudflare ook het aantrekkelijkste aandeel is. Wanneer maakt AI een bedrijf werkelijk kwetsbaar? De belangrijkste vraag is niet of een onderneming met AI concurreert. Vrijwel ieder technologiebedrijf krijgt daarmee te maken. Doorslaggevend is of AI de economische waarde van het bestaande product verlaagt. Een bedrijf is kwetsbaar wanneer een algemeen taalmodel het belangrijkste product goedkoop kan nabouwen, klanten eenvoudig kunnen overstappen en AI het aantal betaalde gebruikers verlaagt. Het risico wordt groter als het bedrijf geen unieke data, distributie, merk of positie binnen een kritiek bedrijfsproces bezit. Daartegenover staan bedrijven die de infrastructuur, data en beveiliging leveren waarmee AI-systemen überhaupt kunnen functioneren. Zij kunnen last hebben van prijsdruk of nieuwe concurrentie, maar profiteren tegelijk van meer dataverkeer, meer digitale aanvallen en complexere IT-omgevingen. Langs die meetlat ontstaan grote verschillen tussen de zes aandelen. Cloudflare zit aan de infrastructuurkant van AI Cloudflare verkoopt geen klassieke kantoorapplicatie die door een chatbot kan worden vervangen. Het bedrijf levert netwerkdiensten, cybersecurity, rekenkracht aan de rand van het internet en hulpmiddelen waarmee ontwikkelaars applicaties bouwen en beheren. Meer AI-agents betekenen waarschijnlijk meer automatisch internetverkeer. Dat verkeer moet worden gerouteerd, beveiligd en gecontroleerd. Bedrijven willen kunnen zien welke modellen hun medewerkers gebruiken, welke gegevens worden verstuurd en of kwaadaardige prompts toegang proberen te krijgen tot systemen. Cloudflare verkoopt precies de infrastructuur en beveiliging die daarvoor nodig zijn. De recente cijfers ondersteunen voorlopig het beeld van een AI-begunstigde. De omzet steeg in het tweede kwartaal van 2026 met 36% naar $696,1 miljoen. De actuele resterende contractwaarde groeide met 35%, terwijl de vrije kasstroom uitkwam op $56,4 miljoen, tegen $33,3 miljoen een jaar eerder. Cloudflare heeft daarnaast AI Security for Apps uitgebouwd. Daarmee kunnen zakelijke klanten onder meer promptinjecties, het lekken van persoonsgegevens en andere aanvallen op AI-toepassingen herkennen. Dat is geen defensieve poging om een oud product overeind te houden. Het is een nieuwe beveiligingscategorie die door AI zelf ontstaat. Het echte risico bij Cloudflare is daarom minder het bedrijfsmodel en meer de waardering. Rond een koers van $354 op 29 september 2026 bedraagt de beurswaarde ongeveer $125 miljard, terwijl het bedrijf volgens de officiële kwartaalcijfers nog altijd een GAAP-verlies rapporteert. Beleggers betalen dus al een zeer hoge prijs voor toekomstige groei. Cloudflare kan de minst kwetsbare onderneming zijn en tegelijkertijd het aandeel met de kleinste foutmarge. SAP heeft iets wat een los AI-model niet bezit Ook SAP lijkt minder kwetsbaar dan het algemene softwarelabel doet vermoeden. De systemen van SAP zitten diep in de financiële administratie, logistiek, personeelsplanning en productieprocessen van grote ondernemingen. Een AI-agent kan een rapport schrijven of een factuur analyseren, maar heeft nog steeds betrouwbare bedrijfsdata, toegangsrechten en procesregels nodig. SAP bezit die transactionele laag. Daar ligt een belangrijk verschil met software die vooral tekst genereert of informatie presenteert. In het tweede kwartaal groeide de cloudomzet van SAP met 22% naar €6,28 miljard. De actuele cloudbacklog steeg met 27% naar €22,9 miljard. Dat wijst er niet op dat klanten massaal afhaken omdat generatieve AI hun ERP-systeem overbodig maakt. Het risico zit vooral in de prijsstructuur en de implementatielaag. Wanneer AI ervoor zorgt dat ondernemingen met minder medewerkers hetzelfde werk verrichten, kunnen licenties per gebruiker minder aantrekkelijk worden. Ook consultants kunnen bepaalde configuratie- en migratiewerkzaamheden sneller uitvoeren. Toch zal een AI-agent voor veel bedrijfskritische taken juist toegang tot SAP nodig hebben. Daardoor kan SAP van applicatie veranderen in een soort controlesysteem voor autonome bedrijfsprocessen. Cloudflare blijft duidelijker gepositioneerd als infrastructuurwinnaar, maar SAP verdient niet het profiel van een eenvoudig AI-slachtoffer. Take-Two verkoopt aandacht, geen productiviteit De aanwezigheid van Take-Two Interactive in het mandje is eveneens discutabel. Generatieve AI kan de kosten voor spelontwikkeling verlagen. Personages, dialogen, animaties en virtuele omgevingen kunnen sneller worden gemaakt. Tegelijk wordt het voor kleine studio’s gemakkelijker om meer content te produceren, waardoor het aanbod groeit. Maar goedkoper geproduceerde content is niet hetzelfde als een succesvolle game. De schaarse factor in entertainment blijft de aandacht van spelers. Take-Two bezit met Grand Theft Auto, Red Dead Redemption en NBA 2K merken waarvoor wereldwijd al een publiek bestaat. De jaarprognose van $8,0 miljard tot $8,2 miljard aan net bookings voor boekjaar 2027 rust zwaar op de geplande lancering van Grand Theft Auto VI op 19 november 2026. Dat maakt Take-Two vooral kwetsbaar voor uitstel, tegenvallende recensies en uitvoeringsproblemen. AI is voorlopig niet het grootste risico. Op langere termijn kan AI zelfs gunstig uitpakken wanneer ontwikkelkosten dalen en spelwerelden dynamischer worden. De waarde verschuift dan van het maken van digitale objecten naar intellectueel eigendom, distributie en spelersgemeenschappen. Precies daar heeft Take-Two een sterke positie. Intuit moet bewijzen dat AI niet om QuickBooks heen bouwt Intuit bevindt zich in het midden van het spectrum. Een algemene AI-agent kan facturen verwerken, belastingvragen beantwoorden en administratieve taken uitvoeren. Daarmee komt een deel van de traditionele functionaliteit van QuickBooks en TurboTax onder druk te staan. Intuit heeft echter drie verdedigingslagen. Het bedrijf beschikt over grote hoeveelheden gestructureerde financiële data, is gekoppeld aan banken en betaalsystemen en combineert software met menselijke experts. Een chatbot kan belastinginformatie uitleggen, maar het betrouwbaar invullen en indienen van een aangifte vraagt om actuele regels, persoonlijke data en foutcontrole. De operationele ontwikkeling wijst nog niet op ontwrichting. De omzet over boekjaar 2026 steeg met 14% naar $21,4 miljard. De GAAP-operationele winst groeide met 20% naar $5,9 miljard. TurboTax Live, waarbij software en experts worden gecombineerd, groeide met 37% en vertegenwoordigde inmiddels 53% van de omzet van TurboTax. Wel vertraagt de verwachte groei. Intuit rekent voor boekjaar 2027 op 9% tot 10% meer omzet. Mailchimp zal naar verwachting tussen 1% krimp en nulgroei uitkomen. Vooral die laatste activiteit is gevoelig voor goedkope AI-content en nieuwe marketingtools. Interessant is de waardering. Bij een koers van ongeveer $269 en een eigen GAAP-winstprognose van $20,12 tot $20,36 per aandeel noteert Intuit op circa 13,3 keer de verwachte winst. Dat is geen waardering die nog veel perfectionisme veronderstelt. Als Intuit kan aantonen dat klanten voor complete financiële uitkomsten blijven betalen, in plaats van voor losse softwarefuncties, kan de huidige AI-angst te ver zijn doorgeschoten. Adobe heeft al AI-omzet, maar de kernvraag blijft open Adobe heeft meer directe blootstelling aan generatieve AI. Afbeeldingen, video’s, presentaties en marketingmateriaal kunnen steeds vaker buiten Photoshop, Illustrator en Premiere worden gemaakt. Vooral incidentele en minder professionele gebruikers hebben daardoor meer alternatieven. Adobe verdedigt zich met Firefly, professionele workflows, integratie tussen zijn programma’s en modellen die voor zakelijke klanten juridisch beter beheersbaar moeten zijn. Die positie is sterker dan het eenvoudige verhaal dat één nieuw beeldmodel Photoshop vervangt. De nieuwste cijfers laten echte vooruitgang zien. Adobe boekte in het derde kwartaal een recordomzet van $6,76 miljard, 13% meer dan een jaar eerder. De AI-first annual recurring revenue groeide met meer dan 150% en kwam boven $650 miljoen uit. Dat klinkt indrukwekkend, maar tegenover de totale terugkerende omzet van $27,50 miljard vertegenwoordigt die AI-first omzet nog maar minimaal ongeveer 2,4%. Adobe heeft dus bewezen dat het geld aan AI kan verdienen, maar nog niet dat de nieuwe omzet groot genoeg is om eventuele druk op de traditionele producten volledig op te vangen. Bij een koers rond $231 en een eigen GAAP-winstprognose van $18,12 tot $18,17 per aandeel voor heel boekjaar 2026 bedraagt de multiple ongeveer 12,7. De markt prijst duidelijk een structurele groeivertraging in. Adobe is daarmee misschien niet het minst kwetsbare bedrijf, maar wel een van de interessantste herstelkandidaten wanneer de bestaande creatieve workflow sterker blijkt dan beleggers nu aannemen. Duolingo vecht niet alleen om kennis, maar om motivatie Een AI-model kan in vrijwel iedere taal uitleg geven, fouten corrigeren en een gesprek voeren. Puur op lesinhoud lijkt Duolingo daarom kwetsbaar. Het bedrijf heeft geen monopolie op grammatica of woordenschat. Het werkelijke product is echter breder. Duolingo verkoopt structuur, gewoontevorming, spelelementen en motivatie. Dat zijn eigenschappen die een algemene chatbot niet automatisch goed uitvoert. De dagelijkse reeks, ranglijsten en korte oefeningen zorgen ervoor dat gebruikers terugkomen. AI maakt het product bovendien sterker. De functie Video Call biedt gebruikers schaalbare gespreksoefeningen die vroeger een menselijke docent vereisten. In het tweede kwartaal groeide het aantal dagelijkse actieve gebruikers met 23% naar 58,7 miljoen. Het aantal betalende abonnees steeg met 17% naar 12,7 miljoen en de omzet nam met 18% toe tot $298,5 miljoen. Toch is er reden voor voorzichtigheid. De bookings groeiden slechts 8%, de vrije kasstroom daalde met 9% en de aangepaste EBITDA-marge liep terug van 31,2% naar 25,9%. De gebruikersgroei is dus sterker dan de directe financiële groei. Duolingo kan AI gebruiken om een betere leerervaring te bouwen, maar moet blijven bewijzen dat gebruikers daarvoor willen betalen wanneer goede gespreksoefeningen overal beschikbaar komen. De minst kwetsbare naam is niet automatisch de beste belegging Van de zes genoemde bedrijven is Cloudflare het minst kwetsbaar voor AI. De onderneming levert een deel van de infrastructuur, beveiliging en controlelaag die belangrijker wordt naarmate AI-agents meer taken uitvoeren. AI kan bepaalde Cloudflare-producten veranderen, maar lijkt de totale vraag naar zijn netwerk eerder te vergroten dan te verkleinen. Daarna volgen SAP en Take-Two. Hun waarde zit respectievelijk in bedrijfskritische processen en sterke entertainmentmerken. Intuit heeft een goede kans om AI in zijn financiële ecosysteem op te nemen, maar moet voorkomen dat algemene agents de relatie met de klant overnemen. Adobe en Duolingo staan dichter bij functies die generatieve modellen rechtstreeks kunnen aanbieden, al bezitten ook zij distributie, merk en gespecialiseerde workflows. Voor een contrair ingestelde belegger is Intuit mogelijk interessanter dan Cloudflare. De omzet en winst groeien nog, de combinatie van data, compliance en menselijke experts is moeilijker na te bouwen dan de beurskoers suggereert, en de waardering is sterk gedaald. Adobe biedt nog meer herstelpotentieel, maar daar is het substitutierisico ook groter. De beslissende signalen zijn helder. Cloudflare moet de sterke groei omzetten in duurzame GAAP-winst. Intuit moet laten zien dat AI de omzet per klant verhoogt. Adobe moet zijn AI-first omzet veel sneller laten groeien dan de rest van het bedrijf. Duolingo moet gebruikersgroei opnieuw vertalen naar hogere bookings en kasstroom. JPMorgan heeft gelijk dat AI bestaande verdienmodellen aantast. Het mandje gaat alleen te ver wanneer alle namen als vergelijkbare slachtoffers worden behandeld. Cloudflare hoort operationeel eerder bij de bedrijven die de rekening voor meer AI-gebruik kunnen sturen. Alleen is een groot deel van die kans inmiddels ook in de koers terug te zien.
- Trumpflation slaat breder toe en Wall Street vreest voor AI-aandelen
In het kort: Trumpflation blijft hardnekkig, ook nadat de Amerikaanse inflatie in augustus is gedaald naar 3,4%. Core PCE blijft boven 3%, waardoor de Federal Reserve minder ruimte heeft om de rente ongemoeid te laten. De spanning zit vooral bij Wall Street, waar de AI rally hoge waarderingen nodig heeft en weinig tegenslag verdraagt. Trumpflation is terug als probleem voor Wall Street, juist nu de beursrally al ver is opgelopen. De Dow Jones Industrial Average, S&P 500 en Nasdaq Composite staan sinds het begin van de tweede termijn van president Donald Trump stevig hoger. Dat maakt de hardnekkige inflatie gevaarlijker: hoe duurder de markt, hoe minder ruimte er is voor een Federal Reserve die opnieuw aan de renteknop draait. Sinds 20 januari 2025 won de Dow Jones Industrial Average tot en met 22 september 19%, de S&P 500 29% en de Nasdaq Composite 39%. Vooral technologie en AI aandelen trokken de beurs omhoog. Beleggers betaalden daarbij fors voor toekomstige groei. Dat past in een breder patroon rond Trump. Tijdens zijn eerste termijn, van 20 januari 2017 tot 20 januari 2021, stegen de Dow, S&P 500 en Nasdaq met respectievelijk 57%, 70% en 142%. Weinig presidenten konden in de afgelopen 130 jaar zulke beursrendementen laten zien. Maar rendement uit het verleden helpt weinig als inflatie de renteverwachtingen kantelt. In mei liep de inflatie over de voorgaande twaalf maanden op naar 4,2%, het hoogste niveau in drie jaar en meer dan twee keer de doelstelling van 2% van de Federal Reserve. In augustus daalde dat cijfer naar 3,4%, maar dat was geen echte geruststelling. Wall Street-rally botst op hardnekkige Trumpflation Bron: Reuters Fed ziet weinig ruimte De CPI inflatie over augustus kwam uit op 3,4%, precies zoals economen hadden verwacht. De kern CPI daalde naar 2,4%, ook in lijn met de verwachting. Op maandbasis stegen de consumentenprijzen met 0,4%, de grootste stijging sinds mei 2026. Voor obligatiebeleggers was dat genoeg reden om voorzichtiger te worden. Treasury yields liepen op na de publicatie. De boodschap was simpel: de inflatie koelt af, maar niet overtuigend genoeg om de Federal Reserve comfortabel te maken. Voor Fed voorzitter Kevin Warsh en het Federal Open Market Committee komt dat op een lastig moment. De rente is op 16 september al met een kwart procentpunt verhoogd. Als de prijsdruk blijft hangen, komt de vraag terug of meer renteverhogingen nodig zijn. Federal Reserve houdt weinig speelruimte bij aanhoudende prijsdruk Bron: Reuters Tarieven duwen kosten door Trumpflation begint bij tarieven. In april 2025 kondigde Trump zijn “Liberation Day” tarieven aan, met een brede wereldwijde heffing en hogere wederkerige tarieven voor tientallen landen met volgens de regering ongunstige handelsbalansen met de VS. Die tarieven werden opgelegd onder de International Emergency Economic Powers Act. In februari 2026 zette de U.S. Supreme Court daar een streep door. Het hof stemde met 6 tegen 3 tegen het gebruik van die wet voor de tarieven. Trump koos daarna een andere route, met een wereldwijde importheffing van 10% voor 150 dagen onder Section 122 van de Trade Act of 1974. Die heffing liep af op 24 juli. Eind juli volgden nieuwe wereldwijde tarieven voor meer dan 80 landen, ditmaal onder Section 301, met heffingen van 10% tot 12,5%. Tarieven moeten Amerikaanse banen beschermen, maar verhogen vaak ook kosten voor bedrijven. Grondstoffen en onafgewerkte producten worden duurder, waarna een deel van de rekening bij consumenten belandt. Chipaandelen tonen kwetsbaarheid van AI-gedreven beursrally Bron: Reuters Iran maakt energieprobleem breder De oorlog met Iran gaf Trumpflation een tweede motor. Op 28 februari gaf Trump groen licht voor een aanval op Iran. Kort daarna sloot Iran de Strait of Hormuz voor vrijwel al het maritieme verkeer. Dat raakte de energiemarkt direct. Het dagelijkse transport van ongeveer 20 miljoen vaten petroleum liquids viel stil. Daarmee werd in één klap een vijfde van de wereldwijde ruwe olievoorraad uit de markt gehaald. De gevolgen waren snel zichtbaar. Benzineprijzen stegen in het hoogste tempo in drie decennia. Dieselprijzen klommen recent naar een recordhoogte. Energie verklaart veel van de beweging in de algemene inflatie sinds februari, maar daar wringt nu juist het verhaal. Core PCE vertelt lastiger verhaal Core PCE bleef hardnekkig hoog terwijl de algemene inflatie daalde. Deze inflatiemaatstaf laat voedsel en energie buiten beschouwing en wordt daarom nauw gevolgd door de Federal Reserve. In mei stond Core PCE op 3,5%, waarna het cijfer in juni en juli op 3,3% bleef steken. Dat maakt de bekende kreet “The Fed cannot print oil!” te beperkt. Het korte antwoord daarop luidt: “Wrong metric!” Als Core PCE nauwelijks daalt, gaat het niet meer alleen om dure olie of diesel. Dan raakt prijsdruk breder verspreid in de Amerikaanse economie. Opvallend is vooral de duur van het probleem. Core PCE lag 65 maanden boven 2%. De bredere inflatie bleef inmiddels 66 opeenvolgende maanden boven de langetermijndoelstelling van de Fed. Dat is geen tijdelijk ruisje meer dat vanzelf uit de cijfers loopt. AI rally krijgt minder foutmarge Wall Street heeft weinig foutmarge als de rente langer hoog blijft of verder oploopt. De Amerikaanse aandelenmarkt geldt als de op één na duurste in de geschiedenis. De rally leunt zwaar op artificial intelligence en op de aanname dat bedrijven blijven investeren in AI infrastructuur. Extra renteverhogingen kunnen dat verhaal aantasten. Hogere financieringskosten maken grote investeringsplannen minder vanzelfsprekend. Tegelijk kijken beleggers scherper naar AI aandelen waarvan veel winstgroei nog in de toekomst ligt. Daar zit de spanning voor de Nasdaq en de bredere S&P 500. Veel goed nieuws zit al in de koersen verwerkt. Als Trumpflation hardnekkig blijft en de Federal Reserve opnieuw ingrijpt, moet de winstgroei meer bewijs leveren dan tot nu toe. De volgende inflatiecijfers en de nieuwe Core PCE metingen bepalen daarom of Wall Street de AI rally kan blijven dragen zonder hulp van lagere rente.
- Deze drie Vanguard-fondsen koop ik en raak ik twintig jaar niet aan
In het kort: De S&P 500 staat ongeveer 1% onder zijn recordslot, waardoor nieuw geld beleggen dicht bij een piek ongemakkelijk voelt. Het voorgestelde Vanguard plan verdeelt $10.000 over drie fondsen met samen ongeveer $3 aan jaarlijkse kosten. De echte test zit niet in de koopdag, maar in blijven zitten wanneer de volgende bearmarkt de drie fondsen tegelijk raakt. De S&P 500 staat ongeveer 1% onder zijn recordslot, en juist daarom zijn Vanguard ETF's weer een ongemakkelijk onderwerp. Nieuw geld beleggen voelt zelden prettig wanneer de markt dicht bij een piek staat. Toch draait dit plan niet om het perfecte moment, maar om twintig jaar breed gespreid blijven zitten tegen bijna verwaarloosbare kosten. Dat is nuchterder dan het klinkt. Wie $10.000 voor twee decennia wil wegzetten, loopt niet alleen het risico te vroeg te beleggen. Er is ook het risico dat geld jarenlang aan de zijlijn blijft staan terwijl de markt verder oploopt. De kern van de portefeuille is de Vanguard S&P 500 ETF, met $5.000 van de totale $10.000. Het fonds bezat per 31 augustus 505 aandelen en rekent 0,03% kosten. Voor een brede positie in Amerikaanse aandelen is dat ongeveer zo simpel als het wordt. Het fonds probeert de S&P 500 niet te verslaan. Het volgt de index en laat de kosten zo laag mogelijk blijven. “Its job is to deliver the market's return, whatever that ends up being, and to do it for almost nothing.” De recente cijfers ogen sterk, misschien zelfs te sterk om achteloos door te trekken. Over het afgelopen decennium kwam het gemiddelde jaarlijkse rendement uit op ongeveer 15%. In het jaar tot en met augustus steeg het fonds ongeveer 20%, terwijl een fondsdeel rond $708 noteerde. Daar wringt het voor beleggers die nu kijken. Een brede indexpositie voelt veilig door de spreiding, maar de instap vindt plaats na een stevige beursperiode. “No one should bank on that pace continuing for another 20 years.” Wall Street noteert dicht bij records, maar timing blijft lastig Bron: Reuters Buffett kiest voor eenvoud Warren Buffett heeft vaker dezelfde kant op gewezen. In de instructies voor zijn nalatenschap staat dat 90% van het contante geld dat hij aan zijn vrouw nalaat naar een goedkoop S&P 500 indexfonds moet gaan. Daarbij noemde hij Vanguard. Dat maakt de Vanguard S&P 500 ETF niet bijzonder spannend. Het fonds biedt blootstelling aan honderden grote Amerikaanse aandelen en laat de belegger grotendeels meebewegen met de markt. Juist die saaiheid is hier het punt. Voor particuliere beleggers zijn de kosten minder klein dan ze op het eerste gezicht lijken. Een paar tienden procentpunt per jaar kan over twintig jaar merkbaar worden. Bij een fonds met 0,03% kosten blijft vrijwel het hele indexrendement in de portefeuille. Dividend als tegengewicht voor groei Naast de brede marktpositie gaat $2.500 naar de Vanguard High Dividend Yield ETF. Dit fonds volgt de FTSE High Dividend Yield Index, met Amerikaanse aandelen die relatief veel dividend uitkeren. Het fonds bezat recent 603 aandelen en rekent 0,04% kosten. Eind augustus lag het dividendrendement rond 2,2%. Dat is meer dan twee keer het ongeveer 1% rendement van het S&P 500 fonds. Voor wie naar inkomsten uit de portefeuille kijkt, is dat verschil niet cosmetisch. Dividendfondsen hebben vaak het imago van trage meelopers. Over het afgelopen decennium haalde dit fonds ongeveer 12% per jaar, tegen ongeveer 15% voor het S&P 500 fonds. Maar de volgorde aan de top wisselt vaker dan veel beleggers vooraf denken. In de 12 maanden tot en met augustus kwam het dividendfonds uit op ongeveer 21%. Daarmee bleef het de S&P 500 ETF nipt voor en deed het beter dan het groeifonds. Dat maakt het fonds vooral relevant als tegengewicht wanneer groeiaandelen tijdelijk minder geliefd zijn. Toezicht op vermogensbeheerders raakt grote indexfondsen zoals Vanguard Bron: Reuters Groei ETF blijft de scherpste hoek De derde positie is de Vanguard Morningstar Growth ETF, goed voor de resterende $2.500. Het fonds heette tot eind juli Vanguard Growth ETF. De naam veranderde nadat Morningstar CRSP kocht, de indexprovider achter het fonds. De strategie bleef gelijk. Het fonds bezit 147 grote groeiaandelen en rekent 0,03% kosten. Daarmee is het duidelijk geconcentreerder dan de andere twee Vanguard fondsen in deze mix. Die concentratie heeft de afgelopen jaren gewerkt. Over het afgelopen decennium lag het gemiddelde jaarlijkse rendement op bijna 18%, het hoogste van de drie fondsen. Groeiaandelen waren in die periode vaak de motor achter de beurs. De laatste 12 maanden tot en met augustus lieten een minder comfortabele kant zien. Het fonds steeg ongeveer 16%, minder dan de andere twee fondsen. Dat is geen ramp, maar wel een nuttige herinnering dat geconcentreerde groei twee kanten heeft. Verdeling haalt giswerk uit de mix De voorgestelde verdeling is overzichtelijk: $5.000 in de Vanguard S&P 500 ETF, $2.500 in de Vanguard High Dividend Yield ETF en $2.500 in de Vanguard Morningstar Growth ETF. De helft volgt de brede markt. De andere helft is verdeeld over dividend en groei. Die mix voorkomt niet dat de portefeuille daalt. Zij voorkomt vooral dat alles afhangt van één stijl. Groei kan nog lang de leiding houden, maar dividendbetalers kunnen opnieuw beter liggen wanneer de markt minder wil betalen voor groeiverhalen. De totale kosten blijven het sterkste cijfer in dit plan. Over de volledige positie gaat het om ongeveer $3 per jaar. Dat is precies waarom Vanguard ETF's in lange termijn plannen zo vaak opduiken: niet omdat ze spectaculair zijn, maar omdat ze weinig afromen. Twintig jaar vraagt bewijs Zelfs een lager rendement dan in het afgelopen decennium kan over twintig jaar veel doen. Bij 7% per jaar groeit $10.000 uit tot bijna $39.000. Dat cijfer is nuttig, maar alleen als de belegger de moeilijke jaren ook meemaakt zonder tussentijds te verkopen. Een periode van twintig jaar zal vrijwel zeker bearmarkten bevatten, periodes waarin aandelen fors dalen. In zulke markten zouden alle drie de fondsen waarschijnlijk tegelijk zakken. Spreiding over stijlen is geen garantie tegen verlies op hetzelfde moment. Daar zit de echte test voor dit Vanguard plan. “The plan doesn't depend on avoiding those stretches, though. It depends on not selling during them.” De S&P 500 kan dicht bij een record blijven, groei kan afkoelen en dividend kan tijdelijk beter liggen; de komende bearmarkt moet laten zien of de lage kosten en brede spreiding genoeg zijn om beleggers bij het plan te houden.
- Micron mikt op een recordmarge maar beleggers onderschatten dit risico
In het kort: Micron rekent voor het fiscale vierde kwartaal op een brutomarge van ongeveer 86%, een niveau dat ver boven eerdere pieken ligt. De vraag vanuit AI datacenters stuwt geheugenprijzen, maar eerdere Micron cycli sloegen snel om zodra prijzen begonnen te dalen. Nieuwe klantcontracten moeten de winst beschermen, maar die prijsbodems zijn nog niet getest in een echte neergang. Een brutomarge van ongeveer 86% maakt het Micron aandeel ineens een zuivere test voor de geheugencyclus. Micron Technology rekent voor het fiscale vierde kwartaal op 50 miljard dollar omzet, met een bandbreedte van 1 miljard dollar omhoog of omlaag. Voor een chipmaker die sterk leunt op geheugenprijzen is dat margedoel uitzonderlijk hoog. Het kwartaal is al afgesloten. Microns fiscale vierde kwartaal eindigde begin september en de cijfers komen woensdag 30 september na het sluiten van de markt. Tot die tijd draait de discussie minder om omzetgroei en meer om de vraag hoe lang zo’n marge overeind kan blijven. Bij 86% brutomarge geeft Micron nog ongeveer 14 cent van elke verkoopdollar uit aan het maken van de chips die het verkoopt. Dat is precies waarom beleggers opletten. In geheugen zijn hoge marges zelden rustig en duurzaam geweest. Micron-productiecapaciteit staat centraal bij uitzonderlijk hoge marges Bron: Reuters AI datacenters duwen geheugenprijzen hoger Microns marge is in korte tijd hard opgelopen. In het fiscale derde kwartaal van 2026, dat eindigde op 28 mei, kwam de brutomarge uit op 84,6%. Een kwartaal eerder was dat 74,4%, een jaar eerder nog 37,7%. Micron wijst naar de vraag vanuit datacenters voor kunstmatige intelligentie. Die vraag groeit volgens het bedrijf sneller dan de sector nieuw aanbod kan toevoegen. Hogere geheugenprijzen werken daardoor door in vrijwel de hele portefeuille. Dat verhaal is helder, maar niet eindeloos rekbaar. De verwachte marge van ongeveer 86% ligt iets meer dan een procentpunt boven de 84,6% van het voorgaande kwartaal. In het kwartaal daarvoor steeg de marge nog met 10 procentpunten, dus het tempo loopt al terug. AI-datacenters stuwen de vraag naar Microns geheugenchips Bron: Reuters Eerdere Micron pieken zakten hard De geschiedenis maakt dit cijfer ongemakkelijk. In de geheugenboom van boekjaar 2018 piekte Micron op een brutomarge van 61%. In de volgende opgaande cyclus lag de top op 47,3%, in het kwartaal dat begin september 2021 eindigde. Die eerdere toppen liggen ver onder het niveau waarop Micron nu mikt. Zelfs de beste kwartalen uit twee sterke geheugenbooms kwamen niet binnen 20 procentpunten van de huidige outlook. Dat zegt veel over de kracht van de AI vraag, maar ook over hoe uitzonderlijk het huidige winstniveau is. Margepieken bleven bij Micron bovendien niet lang liggen. Na de top van 61% stond de brutomarge drie kwartalen later op 38,2%. Een kwartaal daarna bleef 28,6% over, minder dan de helft van de piek. Mehrotra staat voor de uitdaging eerdere margepieken te doorbreken Bron: Business Insider SK Hynix toont hetzelfde patroon Micron is niet de enige geheugenproducent met zo’n cyclus. Concurrent SK Hynix sloot 2018 af met recordresultaten en een operationele marge van 52%. Een jaar later was de operationele winst met 87% gedaald. Ook na de piek van 47,3% bij Micron ging het snel. Twee kwartalen later stond de brutomarge nog vrijwel gelijk op 47,2%. Vier kwartalen daarna was de marge negatief 32,7%. In beide eerdere cycli verloor Micron binnen ongeveer een jaar meer dan 30 procentpunten aan marge zodra de daling begon. Dat is de meetlat voor de huidige outlook. Een marge van 86% is indrukwekkend, maar de sector heeft vaker laten zien hoe snel indrukwekkend kan verdwijnen. Contracten moeten de cyclus breken Micron zegt dat deze ronde anders is door klantcontracten. Het bedrijf heeft 16 overeenkomsten gesloten met looptijden van drie tot vijf jaar. Het gaat om take or pay afspraken, waarbij klanten afnameverplichtingen hebben, vaak met vaste prijzen of prijsbodems en plafonds. CEO Sanjay Mehrotra stelt dat alleen de bodemprijzen al een brutomarge mogelijk maken die “well above our peak quarterly margins in any past cycle” ligt. Dat is een stevige claim, juist omdat de eerdere pieken op 61% en 47,3% lagen. Als die bodemprijzen houden, krijgt Micron meer bescherming dan in oude cycli. Financieel directeur Mark Murphy klonk voorzichtiger over de prijsontwikkeling. “Our fiscal Q4 gross margin outlook reflects a meaningful moderation in the rate of price increases,” zei hij bij de kwartaalcall van juni. De prijzen stijgen dus nog, maar niet meer met dezelfde vaart. Waardering laat scepsis zien De markt lijkt de piekwinst niet volledig door te trekken. Analisten rekenen voor fiscaal 2027, dat begin september begon, op ongeveer 158 dollar winst per aandeel. Bij ongeveer 1.070 dollar per aandeel noteert Micron rond 7 keer de verwachte winst. Dat is geen waardering die past bij winst waarvan de markt zonder twijfel verwacht dat die jaren blijft staan. Het oogt eerder als een korting voor cycliciteit. Wall Street gelooft de huidige boom, maar zet er geen blind stempel op. Daar wringt het voor het Micron aandeel. De contracten kunnen de neergaande kant verzachten, en AI datacenters blijven voorlopig veel geheugen vragen. Maar geen enkele zware neergang heeft deze nieuwe prijsbodems al getest. Septembercijfers moeten bewijs leveren De cijfers van 30 september moeten meer doen dan de outlook bevestigen. Beleggers zullen vooral luisteren naar de toon over geheugenprijzen, klantcontracten en het aanbod in de sector. Mehrotra verwacht dat het sectoraanbod pas in 2028 geleidelijk verbetert, en juist die timing is belangrijk voor de marges. Voor het Micron aandeel blijft de kernvraag simpel. Is 86% brutomarge een nieuw winstniveau dankzij AI datacenters en sterkere contracten, of is het de top van opnieuw een harde geheugencyclus? Micron krijgt bij de jaarcijfers de kans om te laten zien welk verhaal het sterkst is.
- De obligatiemarkt geeft hetzelfde signaal af als vlak voor 2008
In het kort: De Amerikaanse obligatierente staat weer op niveaus die sinds vlak voor de Great Recession niet meer zijn gezien. De huizenmarkt VS oogt minder kwetsbaar dan toen, vooral door strengere kredietchecks en veel vaste hypotheken. De vraag verschuift naar commercieel vastgoed en private credit, waar hogere rentes sneller doorwerken in zwakke leningen. De Amerikaanse obligatierente is terug op een niveau dat beleggers liever niet met 2008 vergelijken. Het rendement op de tienjarige Amerikaanse staatslening staat op 5,18%, terwijl de dertigjarige rond 5,5% noteert. Zulke percentages zijn niet meer gezien sinds vlak voor de Great Recession, en dat maakt de obligatiemarkt opnieuw bepalend voor het beursverhaal. De obligatiemarkt trekt de aandacht omdat dure financiering langzaam door het systeem kruipt. Na de Great Recession hield de Federal Reserve de rente ongeveer tien jaar rond nul om de economie te ondersteunen. Die periode van goedkoop geld is voorbij sinds de inflatie na de pandemie de Fed tot renteverhogingen dwong. Dit jaar kwamen daar stijgende olieprijzen door de oorlog met Iran en nieuwe zorgen over de Amerikaanse staatsschuld bij. Vooral langlopende staatsleningen liepen daardoor verder op. Voor beleggers is dat relevant omdat deze rentes doorwerken in hypotheken, bedrijfsleningen, vastgoedfinanciering en uiteindelijk ook in de waardering van aandelen. De vergelijking met 2008 ligt dan snel op tafel. Toch is de belangrijkste vraag niet of dezelfde crisis terugkomt. Interessanter is waar de kwetsbare plekken nu zitten, want de huizenmarkt van vandaag ziet er anders uit dan de huizenmarkt van toen. Amerikaanse staatsrentes testen opnieuw de rek in kredietmarkten Bron: Reuters Waarom 2008 anders begon De Great Recession begon bij slechte hypotheekleningen. Banken en andere kredietverstrekkers gaven veel subprimehypotheken aan mensen die de lasten eigenlijk niet konden dragen. Vaak was er geen aanbetaling nodig en werd inkomen, werk of vermogen nauwelijks gecontroleerd. Die leningen bleven niet netjes op één balans staan. Ze werden verpakt in mortgage backed securities, hypotheekobligaties, en daarna opnieuw in complexere schuldproducten zoals collateralized debt obligations. Daardoor konden kredietverstrekkers blijven uitlenen, terwijl de kwaliteit van de onderliggende leningen verslechterde. Veel huizenkopers hadden ook hypotheken met variabele rente. Die begonnen met lage introductietarieven, maar werden later aangepast naar veel hogere rentes. Toen huizenprijzen daalden en maandlasten stegen, kwam precies de groep met de minste financiële ruimte als eerste in de problemen. Strengere hypotheekchecks maken huizenmarkt minder kwetsbaar dan in 2008 Bron: Reuters Huizenmarkt VS heeft meer lucht De huizenmarkt VS heeft nu meer bescherming dan in 2006 tot en met 2008. Banken liepen tijdens de vorige crisis forse reputatieschade op en de kredietpraktijk is sindsdien strenger geworden. Leningen zonder controle van inkomen, werk of vermogen bestaan nauwelijks nog. Huizenkopers brengen vaker eigen geld in, waardoor zij meer overwaarde hebben. Dat maakt gedwongen verkoop minder waarschijnlijk zodra de markt afkoelt. Het betekent niet dat huizenprijzen niet kunnen dalen, maar de zwakste schakel van toen lijkt minder groot. Ook de hypotheekstructuur is veranderd. Van de Amerikaanse hypotheken heeft 92% een vaste rente in plaats van een variabele rente. Daardoor voelen veel huishoudens de hogere marktrente niet meteen in hun maandlasten, terwijl dat vóór de Great Recession juist een belangrijke versneller van de problemen was. Powell blijft spil in markt voor duurdere financiering Bron: Reuters Commercieel vastgoed oogt kwetsbaarder Commercieel vastgoed voelt hogere rentes sneller dan veel particuliere huiseigenaren. Projecten die eerder goedkoop gefinancierd waren, moeten bij herfinanciering vaak tegen duidelijk hogere tarieven door. Dan wordt zichtbaar welke gebouwen of leningen alleen werkten in een wereld met bijna gratis geld. Daar wringt het meer dan bij de doorsnee hypotheekbezitter. Veel huishoudens zitten nog op gunstige hypotheekrentes en hebben overwaarde. Bij commercieel vastgoed is de buffer minder vanzelfsprekend, vooral wanneer inkomsten tegenvallen en leningen aflopen. Hogere rendementen kunnen ook kapitaalmarkten droger maken. Beleggers eisen meer vergoeding voor kredietrisico en worden kritischer op minder liquide leningen. Complexe financieringen die bij lage rente makkelijk kopers vonden, krijgen dan een zwaardere test. Private credit krijgt stresstest Private credit staat nadrukkelijker in beeld omdat veel leningen buiten het traditionele banksysteem zijn verstrekt. Die markt groeide juist sterk in jaren waarin goedkoop geld ruim beschikbaar was. Nu geld duurder blijft, wordt duidelijker welke kredietnemers hun schuldlast echt kunnen dragen. Wanbetalingen in private credit bereikten eerder dit jaar het hoogste niveau in vijf jaar. Dat cijfer is geen bewijs van een brede kredietcrisis, maar het past wel bij een markt waarin de rente opnieuw selecteert. Niet elke lening die werkte bij lage rente, werkt ook met staatsrentes rond de huidige niveaus. Opvallend is dat de waarschuwing niet uit één hoek komt. De huizenmarkt kan verder afkoelen en verliezen zijn niet uitgesloten, maar de grotere spanning lijkt elders te zitten. Commercieel vastgoed en private credit hebben minder harde bescherming van vaste hypotheken en strengere consumententoetsen. Fed blijft de spil De Fed speelde ook vóór de vorige crisis een rol via hogere rentes. In 2006 verhoogde de centrale bank de federal funds rate meerdere keren om de economie af te remmen. Dat werkte door in langlopende rendementen en uiteindelijk in hypotheeklasten. Vandaag is de aanloop anders, maar het kanaal blijft herkenbaar. Eerst worden nieuwe leningen duurder. Daarna komen herfinancieringen aan de beurt en pas later worden zwakke balansen zichtbaar. Daarom draait het nu minder om een herhaling van 2008 dan om de normalisatie van kredietverliezen. Sinds de Great Recession, die formeel 18 jaar geleden begon, hebben lage rentes en steunmaatregelen veel problemen vooruitgeschoven. De huidige obligatiemarkt test hoeveel van die rek nog over is. Obligatiemarkt bepaalt waar pijn komt De Amerikaanse obligatierente blijft voorlopig het ijkpunt voor de rest van de kredietmarkt. Zolang de tienjarige staatslening op 5,18% staat en de dertigjarige rond 5,5% noteert, blijft financiering duurder dan veel partijen gewend zijn. Dat hoeft geen crash op te leveren, maar het maakt slechte leningen moeilijker te verbergen. Voor de huizenmarkt VS is de uitgangspositie sterker dan vóór de Great Recession. Voor commercieel vastgoed en private credit ligt die zekerheid minder voor de hand. De komende signalen zitten daarom vooral in nieuwe wanbetalingen, herfinancieringen tegen hogere rentes en de volgende stap van de Fed.
- OCI ziet winst hard dalen en zet aandeelhouders voor een keuze
In het kort: OCI boekte in de eerste helft van 2026 slechts 1 miljoen dollar winst, vooral doordat de eenmalige boekwinst uit 2025 wegviel. Ondanks de zwakkere resultaten heeft OCI met een nettokaspositie van 1,05 miljard dollar een sterkere balans, terwijl de marktomstandigheden na het eerste halfjaar verslechterden. Aandeelhouders moeten de komende weken kiezen tussen het bod van €4,10 per aandeel en mogelijk deelname aan de Orascom-transactie, waarbij fiscale gevolgen en de verhandelbaarheid van Orascom-aandelen belangrijke aandachtspunten zijn. OCI heeft in de eerste helft van 2026 een veel lagere winst geboekt. Het resultaat dat aan aandeelhouders kan worden toegerekend kwam uit op slechts 1 miljoen dollar, tegen 343 miljoen dollar een jaar eerder. De sterke daling komt vooral doordat de grote eenmalige boekwinst op de verkoop van OCI Methanol uit 2025 is weggevallen. OCI H1 2026 cijfers: Ook bij OCI Nitrogen blijft de situatie wisselend. De omzet daalde van 566 miljoen naar 534 miljoen dollar, maar het operationele resultaat verbeterde van een verlies van 21 miljoen naar een winst van 53 miljoen dollar. Tegelijkertijd waarschuwt OCI dat de marktomstandigheden na het eerste halfjaar zijn verslechterd. In juli en augustus kwam de aangepaste EBITDA uit op ongeveer 8 miljoen dollar en was de vrije kasstroom 16 miljoen dollar negatief. Sterke kaspositie Tegenover de zwakkere operationele ontwikkeling staat een sterk verbeterde balans. OCI had eind juni een nettokaspositie van 1,05 miljard dollar, tegenover een nettoschuld van 54 miljoen dollar eind 2025. De onderneming blijft ondertussen bezig met een strategische transformatie en werkt aan een combinatie met Orascom Construction. Cash OCI: Voor aandeelhouders staat daarbij een belangrijke keuze voor de deur. Grootaandeelhouder Nassef Sawiris heeft via NNS Holding een bod uitgebracht van €4,10 per aandeel. De reguliere aanmeldingstermijn loopt tot 17 november 2026 om 17.40 uur, tenzij deze wordt verlengd. Cashbod of aandelen Orascom? Aandeelhouders kunnen hun aandelen aanmelden voor het bod, maar kunnen ook aandeelhouder blijven en mogelijk deelnemen aan de geplande Orascom-transactie. Daarbij krijgen zij in beginsel 0,4634 aandeel Orascom Construction voor ieder aandeel OCI. De VEB heeft echter vragen gesteld over de voorwaarden. Zo wijst de beleggersvereniging op een bepaling waarbij aandeelhouders die hun aandelen aanmelden afstand doen van bepaalde rechten. Ook is er discussie over de manier waarop dividendbelasting wordt verwerkt bij de uitkering van Orascom-aandelen. Voor niet-vrijgestelde aandeelhouders wordt in beginsel 15 procent Nederlandse dividendbelasting ingehouden. Omdat OCI deze belasting in cash moet betalen, moeten aandelen worden verkocht. Volgens de VEB kan de voorgestelde verkoopprijs aan NNS ervoor zorgen dat uiteindelijk minder Orascom-aandelen beschikbaar zijn voor aandeelhouders. Belangrijke weken voor OCI De aandeelhoudersvergadering van OCI staat gepland voor 30 oktober. Daarna blijft de aanmeldingstermijn voor het bod nog lopen tot 17 november. Voor beleggers draait de situatie daarmee niet alleen om de recente winstontwikkeling. Vooral de voorwaarden van het bod, de waarde en verhandelbaarheid van de Orascom-aandelen en de fiscale gevolgen zijn de komende weken belangrijk. Ook moeten beleggers rekening houden met hun eigen broker, omdat niet iedere Nederlandse broker aandelen met een notering in Abu Dhabi kan aanhouden.











