Doorzoek deze website
14638 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- TSMC’s nieuwe goudmijn die niemand ziet
In het kort: Omzetgroei: Taiwan Semiconductor Manufacturing Company (TSMC) zag in het eerste kwartaal van 2025 de omzet stijgen met 41,6% jaar-op-jaar. Nieuwe groeimotor: CoWoS-verpakkingstechnologie groeit explosief, met marges van 60–65% en een verwachte verdrievoudiging van het volume tegen het einde van 2025. Waardering: Ondanks sterke operationele cijfers wordt TSMC verhandeld tegen een lage P/E-ratio van 16, met 40–49% opwaarts potentieel volgens conservatieve taxaties. Taiwan Semiconductor Manufacturing Company (TSMC) heeft in het eerste kwartaal van 2025 niet alleen indrukwekkende omzet- en winstcijfers gerapporteerd, maar ook subtiel de fundamenten gelegd voor een transformatie in haar bedrijfsmodel. De omzet steeg naar $19,38 miljard, een groei van 41,6% op jaarbasis, terwijl de winst per aandeel met 60,4% toenam (rood), en de free cash flow (blauw) met 14%: Bron: FInchat Deze prestaties waren grotendeels te danken aan de exponentiële groei in de vraag naar geavanceerde chipverpakkingstechnologieën zoals CoWoS (Chip-on-Wafer-on-Substrate), die nu uitgroeien tot een kerncomponent van TSMC’s winststrategie. De CoWoS-technologie stelt klanten in staat om meerdere chiponderdelen efficiënt te stapelen met minimale onderlinge afstand, waardoor zowel prestaties als energie-efficiëntie toenemen. Dit is essentieel geworden voor de productie van AI-accelerators zoals Nvidia’s H100 en de aankomende B100. Terwijl traditionele waferverkopen marges van ongeveer 50-55% realiseren, biedt CoWoS marges van boven de 60–65%, wat een enorme impact heeft op de totale winstgevendheid. Bovendien heeft TSMC het voordeel van schaalvoordelen: ondanks bijna piekinvesteringen in capaciteit, steeg de vrije kasstroom zoals je al zag gewoon verder, iets wat we graag zien bij van nature kapitaal intensieve bedrijven zoals TSMC. De bruto winstmarge van TSMC als geheel: Bron: Finchat Een van de belangrijkste structurele verschuivingen binnen TSMC is de afname van de afhankelijkheid van de volatiele smartphonemarkt. Terwijl de inkomsten uit smartphones in het eerste kwartaal met 22% daalden, steeg de omzet uit High-Performance Computing (HPC) met 28% op jaarbasis en vertegenwoordigde deze nu 59% van de totale inkomsten. Dit is een significante sprong ten opzichte van 46% een jaar eerder en bevestigt de succesvolle strategische heroriëntatie van TSMC richting AI- en datacenterapplicaties. De grootste stijgers en dalers binnen de segmenten het afgelopen jaar: Bron: TSMC IR Onderliggend hieraan is de dominantie van TSMC’s geavanceerde productieprocessen. Alleen al de 5nm- en 3nm-productietechnologieën waren goed voor 58% van de waferomzet. Opvallend is dat 3nm, dat pas sinds een jaar volledig in volume wordt geproduceerd, al 22% van de omzet genereert. Deze geavanceerde nodes kennen niet alleen hogere verkoopprijzen, maar zorgen ook voor sterkere klantbinding en hogere siliciumdichtheid, waardoor de opbrengst per geproduceerde wafer stijgt. Wat CoWoS uniek maakt, is niet alleen de technologische superioriteit, maar ook de manier waarop het TSMC’s klanten diep in het ecosysteem verankert. Nvidia, AMD, Amazon en Google vertrouwen allemaal op TSMC voor de integratie van hun AI-chips via CoWoS. Door zowel fabricage als verpakking onder één dak aan te bieden, vermindert TSMC de time-to-market voor zijn klanten en maximaliseert het tegelijkertijd de opbrengst en betrouwbaarheid van complexe ontwerpen. TSMC blijft met afstand marktleider in de chip-maakindustrie: Bron: Asian Nikkei Dit geïntegreerde aanbod biedt TSMC een structureel concurrentievoordeel dat moeilijk te repliceren is. CoWoS maakt TSMC niet langer slechts een producent van chips, maar een essentiële bouwsteen van de wereldwijde AI-infrastructuur. Naar verwachting zal de vraag naar CoWoS-diensten tegen eind 2025 verdrievoudigen, een indicatie van de mate waarin TSMC's klanten hun strategieën rond deze technologie bouwen. De P/E ratio van TSMC door de jaren heen: Bron: Finchat Op het eerste gezicht lijkt TSMC relatief goedkoop gewaardeerd te zijn, voor wat voor bedrijf je ervoor terugkrijgt. Met een koers-winstverhouding (P/E) van ongeveer 18 en een EV/EBITDA-multiple van 10, handelt het bedrijf met een aanzienlijke korting ten opzichte van sectorgenoten. Dit ondanks een Return on Equity van zo´n 30% en een toonaangevende positie binnen de cruciale markt voor AI-infrastructuur. De ROE van TSMC: Bron: Finchat Wanneer we uitgaan van een conservatieve waardering, waarbij een multiple van 22–24x wordt toegepast op de verwachte winst per aandeel in 2025 ($9,26), ontstaat een koersdoel tussen de $204 en $222. Rekening houdend met een iets lagere multiple voor 2026, blijft een potentieel waardebereik tussen de $210 en $225 over, wat neerkomt op een verwachte koersstijging van 40–49% ten opzichte van het huidige niveau, enkel vanuit deze simpele schets uiteraard, echter geeft dit wel een wat duidelijker beeld. De aandelenkoers van TSMC: Bron: CNBC TSMC staat op dit moment wel onder verhoogde druk na nieuwe onthullingen over de levering van AI-chips aan het gesanctioneerde Chinese technologiebedrijf Huawei. Op 21 april 2025 bevestigde TSMC in een verklaring dat zijn positie binnen de wereldwijde halfgeleiderketen zijn vermogen beperkt om volledige controle uit te oefenen over waar hun chips uiteindelijk terechtkomen. In de woorden van het bedrijf: "TSMC’s rol in de halfgeleiderwaardeketen beperkt inherent de zichtbaarheid en informatie die beschikbaar is over het uiteindelijke gebruik of de eindgebruiker van producten waarin door TSMC vervaardigde halfgeleiders zijn verwerkt." Ondanks inspanningen om zich aan de exportregelgeving te houden, geeft TSMC aan dat het geen volledige "zekerheid" kan bieden dat dergelijke regelgeving altijd wordt nageleefd. Deze verklaring volgt op berichten dat AI-silicium van TSMC, via tussenpersonen, is teruggevonden in producten van Huawei — een bedrijf dat onder strenge Amerikaanse sancties valt. Hoewel TSMC niet rechtstreeks aan Huawei heeft geleverd, onderstreept dit incident de complexe verwevenheid van wereldwijde toeleveringsketens, zeker binnen de snelgroeiende AI-sector. Hoewel de structurele vooruitzichten voor TSMC dus sterk zijn, zijn er wel enkele niet te negeren risico’s. De toegenomen geopolitieke spanningen, vooral tussen de Verenigde Staten en China, vormen een bedreiging. Donald Trump heeft bijvoorbeeld gedreigd met tarieven tot 100% op in Taiwan geproduceerde chips, wat direct TSMC zou raken. TSMC probeert hierop te anticiperen door investeringen van $100 miljard in de VS, Japan en Duitsland, maar de rendementen op deze investeringen zijn nog onzeker. Daarnaast bestaat het gevaar van overcapaciteit. Mocht de vraag naar AI-chips stagneren of lager uitvallen dan verwacht, dan kan TSMC te maken krijgen met onderbenutting van zijn nieuwe fabrieken en bijbehorende margedruk. Tenslotte is er platformrisico: Apple is goed voor meer dan 20% van de omzet. Een vertraging in Apple’s productcycli of in de AI-markt in het algemeen kan een domino-effect hebben op TSMC’s prestaties. Tot slot blijft het feit dat ze in Taiwan gesitueerd zijn een aanzienlijk risico, voor Warren Buffett was dit bijvoorbeeld de voornaamste reden om niet in TSMC te investeren naar eigen zeggen. Ondanks de controverse blijft TSMC een favoriet onder professionele beleggers. Eind Q4 2024 hadden 186 hedgefondsen posities in TSMC, waarmee het bedrijf stevig op de vijfde plaats staat van AI-aandelen die analisten het meest bespreken. TSMC wordt ten onrechte nog vaak gezien als een cyclische producent van halfgeleiders. In werkelijkheid ontwikkelt het zich snel tot een structureel belangrijke leverancier van de onderliggende technologie die de wereldwijde AI-revolutie mogelijk maakt. Met een ongeëvenaarde combinatie van geavanceerde chipproductie, winstgevende CoWoS-verpakkingsdiensten en een dominante positie in AI-infrastructuur, is TSMC een zeldzame compounder die momenteel gewaardeerd wordt als een commoditeitsleverancier. In een markt die hunkert naar tastbare manieren om te profiteren van AI, biedt TSMC een van de meer robuustere en lager gewaardeerde opties voor lange termijn beleggers.
- Waarom Tesla-aandeel toch blijft stijgen na slechte kwartaalcijfers
In het kort: Tesla’s omzet en winst kelderden, maar het aandeel schoot alsnog met 10% omhoog. Beleggers negeren zwakke cijfers en zetten vol in op robotaxi’s en humanoïde robots. Musk voorspelt dat Tesla het meest waardevolle bedrijf ter wereld wordt met succesvolle uitvoering. Ondanks een teleurstellend eerste kwartaal in 2025, met gemiste omzet- en winstverwachtingen en een ingetrokken jaarprognose, blijft Tesla’s aandeel opvallend veerkrachtig – het schoot vandaag zelfs met zo’n 10% omhoog. Beleggers lijken de zwakke fundamenten te negeren en richten hun blik op een toekomst waarin zelfrijdende robotaxi’s en humanoïde-robots Tesla’s waarde explosief kunnen vergroten. Het eerste kwartaal van 2025 was voor Tesla ronduit somber. De totale omzet bedroeg $19,3 miljard, een daling van 9% ten opzichte van vorig jaar en $2,1 miljard onder de verwachtingen van analisten. Bron: Seeking Alpha De automobielsector, Tesla’s kernactiviteit, kampte ook met forse tegenwind. De productie daalde met 16% naar 363.000 voertuigen, door wekenlange stilstand in alle vier de fabrieken voor de update van de Model Y. Leveringen zakten met 13% naar 337.000 voertuigen, mede door klanten die wachtten op het nieuwste model en “ongewenste vijandigheid” in sommige markten, zoals het management het omschreef. De omzet uit de automobielsector kelderde met 20% naar $14,0 miljard, het laagste niveau sinds Q2 2022, verergerd door een 8% lagere gemiddelde verkoopprijs. Hierdoor verloor Tesla marktaandeel in alle grote markten. Bron: Tesla IR De service- en overige inkomsten groeiden met slechts 15% naar $2,6 miljard, een forse vertraging ten opzichte van het vorige kwartaal. Ondertussen schitterde de energie-divisie als lichtpunt: de omzet steeg met 67% naar $2,7 miljard, gedreven door een toename van 154% in opslagdeployments naar 10,4 GWh. Voor het eerst werd meer dan 1 GWh aan Powerwall-systemen geïnstalleerd. Hoewel de Megafactory in Shanghai nog niet bijdroeg, zijn meer dan 100 Megapacks onderweg naar klanten, wat Q2-cijfers zal stimuleren. Bron: Tesla IR Toch steeg Tesla’s aandeel na de ‘tegenvallende’ kwartaalcijfers. Beleggers lijken de zwakke fundamentele resultaten te negeren en focussen op de langetermijnvisie. “Tesla is immuun voor de macro-vraag naar auto’s. Zonder economische onzekerheid zien we geen vraagvermindering,” zei CEO Elon Musk tijdens de earnings call, een optimisme dat de markt lijkt te delen. De winstcijfers weerspiegelen de operationele problemen. De brutowinst daalde met 15% naar $3,2 miljard, met een brutomarge van 16,3%, 110 basispunten lager dan vorig jaar, hoewel stabiel ten opzichte van het vorige kwartaal. In de automobielsector bedroeg de brutowinst $2,3 miljard met een marge van 16,2%, een daling van 230 basispunten door lagere leveringen, verkoopprijzen en productiestops. De energiedivisie leverde een brutowinst van $785 miljoen met een marge van 28,8%, een stijging van 420 basispunten. De service- en overige activiteiten droegen $101 miljoen bij met een marge van 3,8%. De operationele winst bedroeg slechts $0,4 miljard, met een operationele marge van 2,1%, het laagste niveau in zes jaar, mede door een 9% stijging in operationele kosten door hogere R&D-uitgaven. De nettowinst was eveneens $0,4 miljard, met een niet-GAAP-winst per aandeel van $0,27, $0,15 onder de verwachtingen. Hogere tarieven kunnen de marges verder onder druk zetten, vooral in de energie-divisie, die afhankelijk is van Chinese LFP-batterijcellen. Hoewel Tesla werkt aan een Amerikaanse productiebasis en niet-Chinese leveranciers, kost deze transitie tijd. De automobielsector is beter gepositioneerd dankzij gelokaliseerde toeleveringsketens: 85% van de Amerikaanse voertuigen wordt in de VS gemaakt, en 95% van de Shanghai-voertuigen in China. “We zijn de minst getroffen autofabrikant door tarieven, dankzij gelokaliseerde toeleveringsketens,” benadrukte Musk. Toch blijven tarieven een risico bij de huidige lage marges. Ondanks de zwakke resultaten blijft Tesla’s balans ijzersterk. Kapitaaluitgaven daalden naar $1,5 miljard, het laagste in vier jaar, maar worden voor 2025 geschat op minstens $10 miljard. De nettokaspositie groeide naar een record van $23,9 miljard, een stijging van $1,0 miljard. Deze financiële buffer biedt bescherming tegen kortetermijnschokken, zoals tarieven of economische onzekerheid, en stelt Tesla in staat te investeren in zijn ambitieuze toekomstplannen. Waarom blijft Tesla’s aandeel stijgen ondanks deze tegenvallers? Beleggers kijken voorbij de huidige fundamenten naar drie transformerende katalysatoren: onbeheerde zelfrijdende technologie (FSD), robotaxi’s en de humanoïde robot Optimus. Tesla’s FSD-technologie boekt indrukwekkende vooruitgang, met meer dan 3,5 miljard cumulatieve mijlen gereden onder beheerde FSD. Bron: Tesla IR Recent werd beheerde FSD gelanceerd in China, met plannen voor Europa later dit jaar. Onbeheerde FSD lijkt onvermijdelijk, en de lancering van Tesla’s robotaxi-dienst in Austin in juni 2025 wordt een cruciale mijlpaal. Deze Cybercabs, nu getest in Austin en San Francisco, kunnen een golf van FSD-adoptie, hogere verkopen en nieuwe inkomstenstromen ontketenen. Daarnaast zet Tesla in op Optimus. Tegen eind 2025 verwacht het bedrijf “duizenden Optimus-robots” in zijn fabrieken. Als deze robots nuttig werk kunnen verrichten, kunnen bestellingen volgen, wat een nieuwe groeifase inluidt. “De waarde van een bedrijf dat op grote schaal nuttige autonome humanoïde robots en voertuigen produceert, is enorm,” stelde Musk. “Met uitstekende uitvoering zal Tesla verreweg het waardevolste bedrijf ter wereld zijn.” Tot slot zal Musk’s aangekondigde stap terug van zijn rol bij DOGE vanaf mei 2025 zijn focus op Tesla versterken, wat het vertrouwen van beleggers verder kan aanwakkeren. Er zijn echter risico’s. Hogere tarieven en Musk’s imagoschade kunnen de kosten en vraag verder drukken. Vertragingen in de robotaxi-lancering of Optimus-uitrol zouden het vertrouwen schaden, aangezien Tesla’s waardering sterk leunt op deze toekomstvisie. Beleggers lijken zich niks aan te trekken van Tesla’s zwakke kwartaalcijfers. De markt wedt op een toekomst waarin zelfrijdende auto’s en robotica Tesla’s waarde exponentieel kunnen vergroten.
- Dit fintech aandeel is een koopje volgens deze analist
In het kort: Analist Devin Ryan van Citizens JMP ziet een koersdoel van $17 voor dit fintech bedrijf, wat neerkomt op een opwaarts potentieel van 38%. Het bedrijf boekte in 2024 voor het eerst een winst volgens GAAP-standaarden en verwacht in 2025 en 2026 een omzetgroei van respectievelijk 25% en 26%. Ondanks de beurscorrectie en het feit dat het bedrijf momenteel handelt op een relatief lage koers/omzet-verhouding (4,25x). Hoewel het aandeel SoFi Technologies sinds de start van 2025 zo’n 16% in waarde is gedaald, blijven de onderliggende cijfers wijzen op een bedrijf dat fundamenteel sterker wordt. Waar veel groeibedrijven in fintech nog worstelen met hun eerste stappen richting winstgevendheid, heeft SoFi in 2024 zijn eerste volledig winstgevende jaar geboekt volgens de algemeen aanvaarde boekhoudstandaarden (GAAP). De aandelenkoers van Sofi sinds de beursgang: Bron: Finchat Dat SoFi in 2024 voor het eerst GAAP-winstgevend werd, is niet slechts een symbolische mijlpaal. De aangepaste EBITDA kwam uit op $666 miljoen , goed voor een marge van 26%. In absolute zin is dit een stijging van 54% ten opzichte van 2023, toen de EBITDA $432 miljoen bedroeg. De onderliggende oorzaak: hogere bijdrage-marges in alle segmenten, waaronder een sprong van 18% naar 45% in het financiële dienstensegment. Dit wijst op operationele hefboomwerking én schaalvoordelen, iets wat zelden voorkomt in jonge groeibedrijven. De cijfers van Sofi voor 2024: Bron: Sofi IR De balans is daarbij opvallend solide gebleven. Met een kapitaalratio van 16,2% en een tangibele boekwaarde van $4,9 miljard is er ruimte voor verdere groei zonder dat er nieuwe kapitaalrondes nodig zijn. De rente-inkomsten zijn bovendien sterk: een nettorentemarge van 5,91% in Q4 (een stijging van 34 basispunten) en een spread van 193 basispunten op warehouse funding resulteren in een jaarlijkse rentevoordeel van circa $500 miljoen . Dit betekent dat zelfs bij stijgende deposito's en balansomvang, de fundingkosten onder controle blijven. Dit markeert een belangrijk keerpunt: het bedrijf is niet langer alleen een groeiverhaal, maar begint ook rendement te leveren. Die winstgevendheid kwam tot stand op basis van een goed gediversifieerde inkomstenstructuur over twee kernsegmenten: financiële diensten en technologie: Bron: Sofi IR Een van de vaakst gehoorde kritieken op SoFi is dat de zichtbare winstgevendheid mogelijk wordt ondermijnd door verborgen kredietrisico's. De data spreken dit echter tegen. De gemiddelde FICO-score van leners in het privéleningenboek is 744 , met een mediaaninkomen van $158.000 . Het uitvalpercentage op nieuwe leningen (post-2022) ligt op 3,8% , ruim onder SoFi’s eigen drempel van 7-8%. In Q4 2024 werden bovendien $3,4 miljard aan leningen verkocht (via LPB en securitisaties), wat niet alleen kapitaal vrijmaakte, maar ook fee-inkomsten genereerde. De technologische poot van SoFi, met klanten als Robinhood en Chime, is relatief onderbelicht maar vormt een belangrijk onderdeel van de investeringscase. Analist Devin Ryan stelt dat SoFi met deze divisie slechts 1% tot 2% van zijn potentiële markt van $20 miljard bedient. Er is dus aanzienlijke ruimte voor schaalvergroting. De logica is helder: met meer platformvolume, meer partners (zoals Fortress, Edge Focus en recent ook Blue Owl), en een groeiend ledenbestand (10,1 miljoen klanten en 14,7 miljoen producten) ontstaat er een schaalmodel dat meegroeit zonder balansdruk. Die groei is al meetbaar: in 2024 groeide het aantal producten per klant met 30%, en 40% van de nieuwe klanten nam binnen 30 dagen een tweede product af. De gemiddelde opbrengst per product steeg van $59 naar $81 – een toename van 37%. Ryan verwacht dat de omzet uit dit segment de komende vijf jaar met gemiddeld 40% per jaar zal groeien. Dit groeipad wordt versterkt door het feit dat SoFi’s technologie-as-a-service model nauwelijks additioneel kapitaal vereist, wat de margepotentie verhoogt. Sofi is aan het ontwikkelen richting een one-stop shop model: Bron: Sofi IR Daarnaast blijven ook de andere segmenten in financiën sterk presteren. De leningenafdeling, bijvoorbeeld, wordt niet gefinancierd met eigen balanskapitaal maar met externe partners, wat betekent dat SoFi relatief weinig risico loopt en voornamelijk verdient aan initiatie- en servicekosten. Het financiële dienstensegment, waarin bankrekeningen, creditcards en beleggingsproducten vallen, laat structurele groei in ledenaantallen en klantactiviteit zien. De combinatie van lage acquisitiekosten en hoge klantretentie zorgt voor een gunstige kostenstructuur. Een concreet voorbeeld van deze fee-based inkomstenstructuur is de recente uitbreiding van een leningendeal met Fortress en Edge Focus. Gezamenlijk stellen deze partijen $3,2 miljard beschikbaar aan kredietfaciliteiten, waarmee het totale toegezegde bedrag aan SoFi nu op $5 miljard komt. Belangrijk is dat SoFi hierbij optreedt als platform en niet als kredietverstrekker op eigen balans. Op basis van gangbare marktvergoedingen (1%–3% initiatie, 0,25%–0,5% servicing) kan dit leiden tot $50 miljoen extra omzet in de komende twee jaar, goed voor ongeveer $2 miljoen extra nettowinst. Dit zou de winst per aandeel met $0,02 verhogen. Op een totaal van $0,46 in 2024 is dat geen gamechanger, maar het toont wel aan dat SoFi schaalbaar inkomsten kan genereren met lage risico’s. De FWD P/S ratio van Sofi: Bron: Finchat SoFi wordt momenteel gewaardeerd op een koers/omzet-verhouding (P/S) van 4,25x op basis van de verwachte omzet van de komende twaalf maanden. Eerder dit jaar lag dat cijfer nog boven de 6x. Dat betekent dat de markt het aandeel ondanks winstgevendheid en structurele groei behandelt als een traditionele bank. De P/E ratio van Sofi: Bron: Finchat Ter vergelijking: als SoFi in 2026 een winst per aandeel van $0,50 haalt – zoals nu geprojecteerd – dan zou het aandeel bij een koers/winst-verhouding van 40x (huidig 32,5) uitkomen op een koers van $20. Dat is ruim 50% boven het huidige niveau. Zelfs in een scenario van waarderingsdruk, waarbij SoFi slechts gewaardeerd wordt tegen 28x winst – gelijk aan Robinhood – komt de koers nog uit op ongeveer $14, wat alsnog een opwaarts potentieel van 10% betekent. Toch zijn er risico’s. Ten eerste het innovatietempo. In tegenstelling tot concurrent Robinhood, dat recent een grootschalige investeerdersdag organiseerde met nieuwe productlanceringen, is het bij SoFi relatief stil gebleven. Voor een bedrijf dat sterk leunt op het aanbieden van meerdere producten per klant (cross-selling), is continue innovatie cruciaal. Als de productontwikkeling stagneert, loopt SoFi het risico dat leden minder geneigd zijn aanvullende diensten af te nemen, wat directe gevolgen heeft voor de winst per klant. Daarnaast speelt de macro-economische omgeving een belangrijke rol. SoFi’s core business – vooral de leningen en herfinanciering – profiteert sterk van renteverlagingen. Lagere rentes maken het aantrekkelijker voor klanten om bestaande schulden te herstructureren, wat leidt tot hogere activiteit op het platform. De verwachting dat de rente eind 2025 daalt naar rond de 3,75% vormt dan ook een belangrijke steun voor het bull-case scenario. Maar als deze daling uitblijft, bijvoorbeeld door aanhoudend hoge inflatie, dan kan de verwachte groei onder druk komen te staan. Sofi heeft vooral de laatste jaren grote stappen gezet: Bron: Sofi IR Ondanks beursvolatiliteit en een gematigde analistenconsensus (waarbij slechts 5 van de 18 analisten een ‘buy’ aanbevelen), biedt SoFi volgens Citizens JMP een aantrekkelijke risk/reward-verhouding volgens Ryan. De analisten consensus van Sofi: Bron: CNBC De combinatie van winstgevendheid, omzetgroei, schaalbare fee-based inkomsten en een ondergewaardeerde koers maakt het aandeel interessant voor beleggers met een middellange tot lange termijn horizon. De markt prijst SoFi momenteel alsof het nog steeds een pre-profit groeiaandeel is, terwijl de cijfers inmiddels laten zien dat het bedrijf structureel geld verdient en klaar is om verder op te schalen. Voor beleggers die geloven in de opkomst van geïntegreerde fintech-platformen – de zogeheten ‘one-stop-shops’ – biedt SoFi onder het niveau van $13 een aantrekkelijke prijs om naar te kijken, met potentieel op structurele meerwaarde. De combinatie van technologie, financiële diensten en lending onder één dak blijft een enorme kracht van Sofi. Als de rente inderdaad daalt en SoFi het innovatietempo weet op te voeren, kan het aandeel wel eens een mooie toekomst tegemoet gaan.
- Dit AI-aandeel krijgt een enorme upgrade van Morgan Stanley
In het kort: Morgan Stanley verhoogt zijn omzetverwachting voor Nvidia in 2027 van $230,9 naar $255,5 miljard, gedreven door snelgroeiende wereldwijde vraag naar AI-inferentie. Analist Joseph Moore noemt het idee dat de AI-sector in een ‘digestiemoment’ zit “lachwekkend” en wijst op een tekort aan inferentiechips voor taalmodellen wereldwijd. Nvidia’s positie als marktleider wordt sterker, maar AMD begint zich op te werpen als kostenefficiënt alternatief op het gebied van inferentie. Nvidia staat opnieuw in het middelpunt van de aandacht na een opwaartse bijstelling van de omzet- en winstverwachtingen door Morgan Stanley. Volgens analist Joseph Moore is het idee dat de AI-markt een adempauze neemt simpelweg niet houdbaar. De cijfers tonen het tegendeel. $255,5 miljard omzet in zicht — AI-inferentie stuwt vraag Morgan Stanley verhoogde zijn omzetverwachting voor fiscaal 2027 (kalenderjaar 2026) voor Nvidia van $230,9 miljard naar $255,5 miljard . De aangepaste winst per aandeel wordt nu geschat op $6,01 , tegenover een eerdere inschatting van $5,37 . Die opwaartse bijstelling van ruim 11% is volledig toe te schrijven aan de razendsnel toenemende vraag naar inferentiechips — chips die gebruikt worden om AI-modellen daadwerkelijk toe te passen in plaats van te trainen. De groeiverwachting van de inference- versus trainingmarkt: Bron: Bloomberg Volgens Moore groeit het aantal gegenereerde tokens, een maatstaf voor AI-gebruik, meer dan vijf keer zo snel sinds begin 2025. Die groei legt enorme druk op infrastructuren wereldwijd en leidt tot tekorten in Nvidia’s chips, ondanks verbeterde beschikbaarheid van oudere Hopper-GPU’s. “Dit is geen speculatieve hype, dit is omzetgedreven gebruik. De modellen draaien live workloads en zorgen voor echte inkomsten.” – Joseph Moore, Morgan Stanley De verschuiving van training naar inferentie is meer dan een fase: het betekent fundamenteel andere economische dynamieken. Training is kapitaalintensief en episodisch, inferentie is operationeel en doorlopend. Nvidia speelt daar direct op in met de nieuwe Blackwell-architectuur , ontworpen om continue AI-taken schaalbaar en efficiënt uit te voeren. De groei zit niet alleen in Silicon Valley. Moore stelt dat de toegenomen vraag “over alle geografische markten” zichtbaar is. Ook zijn er signalen dat eerdere zorgen over Chinese voorraden van Nvidia’s H20-chips ongegrond zijn: de tekorten zijn reëel en wereldwijd. Wat Nvidia onderscheidt is niet alleen de hardware, maar vooral de verticale integratie van het AI-ecosysteem. Met tools zoals CUDA , TensorRT , NeMo , NVLink en sinds kort Dynamo als orchestrator, is Nvidia niet langer alleen chipmaker maar de backbone van AI-infrastructuur. Hierdoor worden klanten steeds afhankelijker van het Nvidia-platform — niet alleen voor prestaties, maar ook voor softwarecompatibiliteit, latencyoptimalisatie en schaalbaarheid. AMD duikt op als kostenefficiënt alternatief AMD, lang beschouwd als de nummer twee in de GPU-markt, begint zich te profileren als een serieuze speler in AI-inferentie — vooral op het gebied van kosten per token, iets waarom ik het een interessante speler vind om in de gaten te houden rondom inference in het specifiek. AMD is ondertussen zeldzaam goedkoop: Bron: Finchat In 2024 realiseerde AMD $5 miljard aan AI-omzet via zijn datacenterdivisie, met name door de Instinct MI300X-GPU. In de tweede helft van 2025 komt de MI350X op de markt, met een claim van 35x betere inference-prestaties dan zijn voorganger. AMD mikt op een marktaandeel van 15–20% in AI-inferentie. Als dat lukt, betekent dit mogelijk $10 tot $20 miljard aan jaarlijkse omzet — in een markt die tegen 2026 op $100–120 miljard wordt geschat. Waar Nvidia inzet op maximale prestaties, mikt AMD op een hogere efficiëntie per watt , wat aantrekkelijk is voor hyperscalers zoals Microsoft en Meta. Ook werkt AMD met een open softwarestack (ROCm), als alternatief voor Nvidia’s gesloten CUDA-platform. De AI-markt beweegt zich snel richting grootschalige inzet van modellen, waarbij inferentie steeds belangrijker wordt. Nvidia profiteert maximaal van deze trend en vergroot zijn voorsprong dankzij de volledige controle over zowel hardware als software. Tegelijkertijd is het landschap aan het verbreden. AMD is geen directe bedreiging voor Nvidia’s dominantie, maar wel een geloofwaardig alternatief voor kostenbewuste klanten. En in een markt die exponentieel groeit, is er ruimte voor meer dan één winnaar. De marktwaarde van Nvidia weerspiegelt al veel van deze dynamiek, maar de structurele verschuiving naar inferentie betekent dat de basis onder die waardering robuuster is dan vaak wordt aangenomen. Nvidia verkoopt geen rekenkracht meer — het verkoopt AI-capaciteit per token, en die business is pas net begonnen.
- Is Alphabet een koopkans na de bizarre kwartaalcijfers?
In het kort: Alphabet overtrof in Q1 2025 de verwachtingen met $90,2 miljard omzet, 14% groei en een marge van 34%, en kondigde aandeleninkoop plus dividendverhoging aan. AI, Search en Cloud zijn de nieuwe groeimotoren, met sterke prestaties van Google Cloud (+28%) en AI-toepassingen als Gemini, Circle to Search en multimodale zoekfuncties. De waardering blijft laag ondanks forse winstgroei, terwijl Alphabet zich succesvol transformeert van advertentiebedrijf naar een divers tech-ecosysteem met abonnementen, AI en platforms. Een bedrijf met een beurswaarde van meer dan $2.000 miljard dat 12% groeit op kwartaalbasis? In de meeste sectoren is dat pure fictie. Maar bij Alphabet – moederbedrijf van Google – is het realiteit. In het eerste kwartaal van 2025 overtrof de techreus opnieuw de verwachtingen: $90,2 miljard omzet, een stijging van 14% in constante valuta, met een operationele marge die oploopt naar 34%. De winst per aandeel kwam uit op $2,81, waar analisten slechts $2,01 hadden verwacht. Alsof dat nog niet genoeg was, verhoogde het bedrijf het dividend met 5% én gaf het toestemming voor share buybacks van $70 miljard. Alphabet bewijst daarmee niet alleen dat het crisisbestendig is, maar ook dat het eindelijk de fase van puur herinvesteren begint te verruilen voor het structureel belonen van aandeelhouders. Dat dividendrendement is met 0,5% nog bescheiden, maar de symboliek is groot: Google is volwassen geworden, zonder zijn groeipotentieel te verliezen. AI, Search en Cloud De indrukwekkende groei van Alphabet wordt in toenemende mate gedragen door drie pijlers: search, cloud en kunstmatige intelligentie. Hoewel Google Search nog steeds het onbetwiste anker is met een omzet van $50,7 miljard in het eerste kwartaal (+9,8% YoY), is het vooral de manier waarop deze drie segmenten op elkaar inhaken die de toekomst van het bedrijf definieert. Alphabet bouwt niet langer enkel aan een zoekmachine, maar aan een geïntegreerd AI-ecosysteem dat zowel consumenten als bedrijven bedient. Zo blijft Search zich evolueren. Het toevoegen van AI Overviews – korte, door Gemini gegenereerde samenvattingen bovenaan de zoekresultaten – wordt inmiddels maandelijks gebruikt door 1,5 miljard mensen wereldwijd. En belangrijker: gebruikers stellen complexere vragen, schrijven langere zoekopdrachten en genereren daarmee een hogere ad-waarde per klik. De commerciële relevantie van deze AI-functionaliteiten wordt zo tastbaar én schaalbaar. Tegelijk is Google razendsnel bezig met het uitrollen van multimodale AI. Denk aan Lens, waarmee gebruikers via beeld zoeken, of Circle to Search – een functie die inmiddels op 250 miljoen apparaten actief is en deze maand 40% meer werd gebruikt dan het kwartaal ervoor. Ook Google Cloud ontpopt zich als een parel. De kwartaalomzet van $12,3 miljard (+28% YoY) is inmiddels goed voor een run rate van bijna $50 miljard op jaarbasis. Maar het échte nieuws zit in de marge: die verdubbelde naar 18%, een teken dat de eerdere miljardeninvesteringen in infrastructuur nu beginnen te renderen. De schaalvoordelen van AI-gebaseerde workloads (zoals modeltrainingen, analytics en dataopslag) stuwen de winstgevendheid. En hoewel AWS nog steeds koploper is qua marktaandeel, bewijst Alphabet dat het met slimme productintegratie – zoals Gemini-modellen binnen Workspace of BigQuery – zijn unieke positie in het cloudlandschap aan het consolideren is. De potentie? Als de marges van Cloud zich in de richting van de 30-35% ontwikkelen – vergelijkbaar met AWS – kan dit segment over een paar jaar verantwoordelijk zijn voor tientallen miljarden aan jaarlijkse operationele winst. Zeker met het oog op het toenemende belang van AI-infrastructuur voor bedrijven wereldwijd, vormt Google Cloud wellicht de belangrijkste groeimotor van de komende tien jaar. Van advertenties naar abonnementen Waar Alphabet jarenlang werd gezien als hét advertentiebedrijf, is het inmiddels duidelijk dat de transitie naar een platformgedreven model in volle gang is. Met meer dan 270 miljoen betalende abonnees via onder andere Google One, YouTube Premium en YouTube Music, bouwt het bedrijf aan een steeds stabielere inkomstenbasis. In het eerste kwartaal van 2025 groeide het segment ‘Subscriptions, Platforms & Devices’ naar $10,4 miljard omzet – een stijging van 18,8% op jaarbasis – en overtrof het voor het eerst de advertentieomzet van YouTube zelf. Die YouTube-advertenties blijven overigens allesbehalve stilstaan. De omzet groeide met 10,3% naar $8,93 miljard. Maar belangrijker: het platform evolueert. Naast klassieke video’s en shorts (waar YouTube TikTok-concurrentie moeiteloos pareert), zet Google stevig in op podcasts en live content. Inmiddels gebruiken meer dan 1 miljard mensen per maand YouTube voor podcasts, en zijn er 125 miljoen actieve abonnees voor YouTube Music en Premium. De mix van content, community en abonnementen maakt YouTube tot hét mediaplatform van deze tijd – en vormt een steeds belangrijker strategisch wapen in de strijd tegen TikTok, Spotify en Netflix. De strategische verschuiving naar abonnementen heeft meerdere voordelen. Het zorgt voor voorspelbaardere inkomsten, minder afhankelijkheid van advertentiecycli en maakt het ecosysteem minder kwetsbaar voor macro-economische schommelingen. Bovendien bieden abonnementen een extra ingang voor AI-integratie, denk aan extra opslag via Google One of exclusieve AI-tools binnen Workspace en Android. Zo wordt het hele Alphabet-ecosysteem méér dan de som der delen: een breed gedistribueerd, datagedreven AI-platform met tientallen miljoenen klanten wereldwijd. Kostenbeheersing in tijden van schaalvergroting Dat de marge oploopt, is niet alleen te danken aan groei. Alphabet is ook strenger gaan sturen op kosten. Marketinguitgaven daalden in Q1 met 4%, en het bedrijf verhoogde de afschrijvingsschema’s om investeringen efficiënter te spreiden. Dit ‘durable reengineering of the cost base’ werpt zichtbaar vruchten af: zelfs met hogere AI-verwerking en serverbelasting wist Alphabet zijn winstgevendheid te verhogen. De totale vrije kasstroom kwam uit op $18,95 miljard – een stijging van 13%. De operationele kasstroom was zelfs goed voor $36,15 miljard. Cijfers die het mogelijk maken om fors te investeren én tegelijkertijd aandeelhouders te belonen met buybacks en dividendgroei. De markt ziet het nog niet – en dat creëert kansen Wat misschien nog het meest opvalt: Alphabet handelt nog altijd tegen relatief lage waarderingen. Een forward P/E van rond de 19 en EV/EBIT van slechts 16 is laag voor een bedrijf dat 20% winstgroei weet te combineren met een dominante marktpositie in search, video, cloud en AI. Zeker wanneer je bedenkt dat Alphabet meer verdient dan ooit én minder afhankelijk wordt van zijn traditionele advertentiemodel. Regulatoire onzekerheid (onder meer rond Chrome en advertentiedominantie), concurrentie van AI-startups en macro-economische ruis drukken het sentiment, maar de cijfers vertellen een ander verhaal. Alphabet groeit, diversifieert en verbetert structureel zijn winstgevendheid. Waar veel beleggers zich blindstaren op de AI-race tussen Google en OpenAI, of zich laten meeslepen door korte termijn zorgen over marktaandeel in advertenties, blijft Alphabet gestaag bouwen aan een lange termijn model. De combinatie van schaal, technologie, gebruikersbasis en nu ook aandeelhoudersbeloning maakt het bedrijf tot een unieke mix van groei en stabiliteit.
- Twee afgestrafte AI-aandelen met verrassend veel potentie
In het kort: Arm boekte een omzetgroei van 19% en sterke marges, maar beleggers schrokken van conservatieve verwachtingen voor FY2025 en de waardering. AMD zag een recordomzet in Q4 en een explosieve groei van 70% in datacenteromzet, maar werd geraakt door exportbeperkingen en een matige outlook. Beide bedrijven profiteren van de AI-trend, maar moeten hun groeiverwachtingen waarmaken om hun hoge waarderingen te rechtvaardigen. In het steeds drukker wordende AI-landschap stonden twee zwaargewichten onder beleggersaandacht tijdens het laatste kwartaal van 2024: Arm Holdings en Advanced Micro Devices (AMD). Beide technologieaandelen genoten in 2023 nog volop van de AI-rally op de beurs, maar kampen nu met flinke koersdruk. Niet vanwege (op zichzelf staand) slechte cijfers – integendeel – maar door torenhoge waarderingen en onzekerheid over hun groeipad in 2025. De aandelenkoers van Arm Holdings sinds de beursgang: Bron: Finchat Arm Holdings: ijzersterke cijfers, maar de lat ligt nog hoger Arm Holdings rapporteerde onlangs zijn resultaten over het derde kwartaal van fiscaal boekjaar 2025, dat eindigde op 31 december 2024. Hun boekjaar loopt trouwens van april tot maart, in tegenstelling tot AMD, dat het kalenderjaar aanhoudt als boekjaar. In Q3FY25 (dus het laatste kwartaal van 2024) boekte Arm een omzet van $983 miljoen , een stijging van 19% ten opzichte van een jaar eerder . De highlights voor Q3 FY 2025: Bron: ARM IR Het bedrijf blijft profiteren van zijn kapitaalvrije royaltymodel, met een uitzonderlijk hoge brutomarge van 97% (non-GAAP) en een operationele marge van 45% (non-GAAP). Netto hield Arm $252 miljoen over op GAAP-basis, goed voor een winst per aandeel van $0,21. Op non-GAAP-basis kwam de winst per aandeel uit op $0,39, waarmee het de eigen verwachting van $0,32 tot $0,36 overtrof. De brutomarge van ARM: Bron: Finchat Arm maakt geen chips, maar verkoopt licenties op chipontwerpen. Het royaltymodel is kapitaallicht, uiterst schaalbaar en levert marges op waar hardwarebedrijven alleen van kunnen dromen. In Q3 FY2025 groeiden zowel licentie- als royalty-inkomsten fors, echter rekenen beleggers op meer groei, zelfs als de verwachtingen overtroffen worden (zoals in het laatste kwartaal). Je vindt hun producten op veel verschillende plekken terug: Bron: ARM IR Waarom reageerde de markt kritisch? Omdat de torenhoge verwachtingen dus net tekortschoten. Voor het vierde kwartaal van fiscaal jaar 2025 gaf Arm een omzetprognose van $1,175 tot $1,275 miljard, met een middenwaarde van $1,225 miljard. Dat is weliswaar boven de consensus, maar beleggers hadden gerekend op een (nog) overtuigendere versnelling na het sterke vorige kwartaal. De jaarguidance werd slechts licht opwaarts bijgesteld naar $3,94–4,04 miljard (midpoint: $3,99 miljard), wat maar iets boven de eerdere verwachting van $3,95 miljard lag en net onder de analistenverwachting van circa $4,0 miljard bleef. CFO Jason Child benadrukte dat het moeilijk blijft om het moment van licentiedeals nauwkeurig te voorspellen, wat onzekerheid toevoegt voor beleggers die op voorspelbare groei rekenen. De Guidance voor heel FY 2025 (Q4 FY 2025 is in hele boekjaren Q1 2025): Bron: ARM IR In het derde kwartaal van boekjaar 2025 boekte Arm een omzet van $983 miljoen , een stijging van 19% ten opzichte van een jaar eerder . De royalty-inkomsten stegen met 23% naar $580 miljoen , vooral dankzij de toenemende adoptie van de Armv9-architectuur en het groeiende gebruik van Arm-chips in datacenters en IoT-toepassingen. De licentie- en overige inkomsten kwamen uit op $403 miljoen , een toename van 14% , al wees het management op normale schommelingen in de timing en omvang van grote licentieovereenkomsten. De spreiding tussen royalty’s en licenties laat zien dat Arm zowel stabiele inkomsten uit bestaande klanten als groeipotentieel via nieuwe deals weet te combineren. De Royalty/License verdeling binnen de omzet van ARM: Bron: ARM Maar, de waardering van Arm is toch lastig te verantwoorden zolang het bedrijf niet fors boven verwachting presteerd: rond de 70 keer de verwachte winst van dit boekjaar , ruim dubbel zo hoog als bijvoorbeeld Nvidia. Zelfs met AI-hype als katalysator is dat een kwetsbaar niveau, zeker nu de groeiverwachtingen niet agressief verhoogd zijn. De FWD P/E voor heel FY 2025: Bron: Finbox Belangrijke risico’s: Concurrentie van open chipontwerpen zoals RISC-V. Exportbeperkingen naar China : Chinese klanten zoals Alibaba krijgen geen toegang tot Arm’s nieuwste technologie door Amerikaanse en Britse restricties. Sterke afhankelijkheid van de smartphonemarkt , waar groei lijkt af te vlakken. Volatiliteit in licentie-inkomsten : één grote deal of het uitblijven daarvan kan kwartaalcijfers maken of breken, al werkt dit ook de andere kant op. Sterkte punten: Bijna elke smartphone draait op Arm-ontwerpen. Royalty’s leveren structureel hoge marges zonder veel kosten. Richten zich nu ook op datacenters en AI-toepassingen. CEO Rene Haas benadrukte dat “alle AI-modellen van GPT tot Llama op het Arm-platform draaien” – een strategisch voordeel. Wat moet er nu gebeuren: Arm zal nieuwe grote deals en licenties nodig hebben om het vertrouwen terug te winnen. Bijvoorbeeld de afsluiting van extra AI-licenties of strategische partnerships (vergelijkbaar met eerder gesloten Xbox- en Qualcomm-deals) kan de vooruitzichten verbeteren. Ook een positieve bijstelling van de jaarprognose (wat beleggen opnieuw overtuigt) zou helpen. Pas als Arm concreet toont dat de AI-ambities zich vertalen in harde verdiensten, kan het aandeel weer opveren. Op 7 mei presenteerd Arm de kwartaalcijfers voor Q4 FY 2025. De aandelenkoers van AMD sinds de beursgang: Bron: Finchat AMD: groeiversnelling in datacenters, maar zorgen rond datacenters en export drukken de outlook voor dit jaar Advanced Micro Devices presenteerde in februari zijn cijfers over het vierde kwartaal van boekjaar 2024 – dat bij AMD gelijkloopt aan het kalenderjaar. De cijfers gaven een gemengd beeld: een indrukwekkende recordomzet van $7,66 miljard , een groei van 24% op jaarbasis , gedreven door een explosieve stijging in de datacenterdivisie. Daar steeg de kwartaalomzet met 69% tot $3,86 miljard . Tegelijkertijd kromp de gamingtak fors. De GAAP-winst kwam uit op $482 miljoen , ofwel $0,29 per aandeel , terwijl de non-GAAP-winst $1,78 miljard bedroeg, goed voor een stevige winst per aandeel van $1,09 . De brutomarge op non-GAAP-basis lag op 54% . AMD eindigde het jaar met een netto kaspositie van $3,4 miljard , ondanks een flinke toename van voorraden. De markt reageerde echter terughoudend, mede door de verwachte vertraging in datacenterbestedingen in Q1 2025 en geopolitieke risico’s zoals exportbeperkingen naar China, dat goed is voor circa 24% van AMD’s omzet. AMD´S Q4 kwartaalcijfers: Bron: AMD IR AMD zette een indrukwekkend kwartaal neer, vooral in het datacentersegment. De omzet groeide daar bijna 70% op jaarbasis, mede dankzij de sterke vraag naar de EPYC-CPU’s en Instinct-GPU’s voor AI-workloads. Het bedrijf verkocht in 2024 voor meer dan $5 miljard aan AI-chips . Maar ondanks deze cijfers daalde het aandeel. De reden? CEO Lisa Su temperde de verwachtingen voor Q1 2025: de datacentermarkt zou zo’n 7% lager uitvallen dan het kwartaal ervoor. Daarnaast worstelt AMD met een groot geopolitiek risico: Amerikaanse exportbeperkingen naar China bedreigen tot $800 miljoen aan omzet . Aangezien China vorig jaar goed was voor 24% van de omzet, is dat een forse klap. Belangrijke risico’s: Nvidia blijft de AI-markt domineren , met snellere chips en grotere adoptie. Techgiganten ontwikkelen hun eigen AI-chips , wat AMD onder druk zet. Exportrestricties richting China zorgen voor omzetverlies en onzekerheid. Voorraadpositie steeg naar $5,734 miljard , wat kan duiden op afnemende directe vraag. Sterktes : AMD’s datacenterchips hebben tractie bij grote cloudspelers zoals Microsoft, AWS en Google. Xilinx-overname in 2022 opent nieuwe mogelijkheden in AI-acceleratie. Sterke productinnovatie: EPYC en Instinct blijven goed presteren. Financieel solide : netto negatief schuldenniveau dankzij $5,132 miljard cashpositie. Ook hier geldt dat de waardering fors is, maar in mijn ogen zeker niet hoog als we kijken naar 2028 en daarna: Bron: Finbox Wat moet er nu gebeuren: Om de koers weer te laten stijgen, moet AMD overtuigend presteren. Dat betekent een aanhoudende omzetgroei in lijn met de guidances, sterker dan verwachte marges en vertrouwen dat de vertraging in AI-adoptie tijdelijk is. Concrete doorbraken in datacenters (grote orders voor MI300/MI350) en een positieve heropening van de Chinese markt zijn essentieel. Enkel met betere dan verwachte resultaten of aangescherpte vooruitzichten kan AMD het vertrouwen terugwinnen. Op 6 mei presenteerd AMD de cijfers voor Q1 2025. Arm en AMD zijn onmiskenbaar interessante sleutelspelers in de AI-revolutie. Ze boeken stevige groei, maken winst en blijven investeren in innovatie. Maar tegelijkertijd liggen de verwachtingen zó hoog, dat zelfs sterke resultaten niet altijd genoeg zijn. Arm moet zijn omzet stabieler maken en meer deals sluiten in nieuwe markten zoals datacenters en AI, om zijn waardering te verantwoorden. AMD moet geopolitieke risico’s zoals China-exportbeperkingen ondervangen, en blijven domineren in datacenterchips om relevant te blijven naast Nvidia. Als de datacenter-tak weet te verrassen kan het snel gaan. Herstel van aandelen als deze zit hem niet alleen in de cijfers, maar vooral in het terugwinnen van vertrouwen. Zolang de markt AI ziet als dé groeimotor van de komende jaren, blijven beide bedrijven enorme kanshebbers. Maar de realiteit van kwartaal op kwartaal presteren – tegen premium waarderingen – maakt de weg naar boven hobbelig. Beleggers doen er goed aan om bij Arm en AMD niet alleen naar de huidige omzetgroei te kijken, maar vooral ook naar marges, outlook en geopolitieke gevoeligheden. AI biedt kansen, maar het draait voor belegggers allemaal om het kiezen van de juiste bedrijven die op de langere termijn de bepalende en leidende posities innemen in deze markt.
- Amerikaanse huizenmarkt op laagste punt sinds marktcrisis 2009
In het kort Woningverkopen daalden met 5,9% in maart – het laagste niveau sinds de financiële crisis van 2009. Ondanks de afkoeling stijgt de gemiddelde huizenprijs naar een record van $403.700. Meer aanbod en hoge hypotheekrentes zorgen voor stilstand op de markt – kopers én verkopers houden de rem erop. De Amerikaanse woningmarkt zit in een dip. In maart 2025 daalde het aantal bestaande woningverkopen met 5,9% ten opzichte van februari, tot een seizoensgecorrigeerd jaarcijfer van 4,02 miljoen. Dat is het laagste niveau sinds 2009, midden in de financiële crisis. Vergeleken met maart 2024 ligt het aantal verkopen 2,4% lager. Volgens de National Association of Realtors (NAR) staan zowel kopers als verkopers op de rem. Opvallend genoeg steeg de mediane verkoopprijs naar een record van $403.700, 2,7% hoger dan een jaar eerder, maar de markt blijft stroef. De daling in woningverkopen raakt alle vier de grote regio’s van de VS. Het westen kreeg de grootste klap, met een afname van 9,4% ten opzichte van februari. In het zuiden daalden de verkopen met 5,7%, in het middenwesten met 5%, en in het noordoosten met 2%. Alleen het westen liet op jaarbasis een lichte stijging zien, vooral dankzij banengroei in de Rocky Mountain-staten. De regionale verschillen laten zien hoe ongelijk de markt zich ontwikkelt: sommige gebieden profiteren van economische groei, terwijl anderen worden afgeremd door hoge kosten en onzekerheid. Betaalbaarheid is de kern van het probleem. De hypotheekrente lag in maart gemiddeld op 6,65% en steeg in april naar 6,83%, volgens Freddie Mac. Deze percentages zijn gebaseerd op contracten uit januari en februari, toen de rente nog boven de 7% zat. Volgens NAR-econoom Lawrence Yun blijft de verkoop laag door deze hoge lasten. “De huidige lage mobiliteit op de woningmarkt wijst op een bredere stilstand in de samenleving,” stelt hij. Ondertussen is het woningaanbod flink toegenomen. Eind maart stonden er 1,33 miljoen bestaande woningen te koop, 8,1% meer dan in februari en bijna 20% meer dan een jaar eerder. Dat komt neer op een voorraad van vier maanden bij het huidige tempo—nog steeds onder de zes maanden die als evenwicht worden gezien. Hoewel dit kopers meer keus en onderhandelingsruimte geeft, heeft het de markt niet weten te stimuleren. Ondanks de afkoelende markt blijven huizenprijzen opvallend stabiel. De mediane prijs in maart was $403.700 – een record voor die maand. De jaarlijkse stijging van 2,7% is wel de kleinste sinds augustus 2024, wat duidt op verlies aan momentum. In het noordoosten stegen de prijzen het sterkst, met 7,7% naar een mediaan van $468.000, vooral door een structureel tekort aan aanbod. Landelijk werd 21% van de woningen boven de vraagprijs verkocht, net als in februari, en woningen ontvingen gemiddeld 2,4 biedingen. Bron: National Association of Realtors Opvallend is het verschil tussen prijsklassen. Woningen boven de $1 miljoen kenden een verkoopstijging van 13,8% op jaarbasis, gevolgd door een stijging van 8,6% voor huizen tussen $750.000 en $1 miljoen. Betaalbaardere woningen verkochten juist moeizamer, wat de groeiende ongelijkheid op de woningmarkt onderstreept. “Terwijl aandelen en obligaties schommelen, blijven woningwaarden stijgen,” zegt Yun. “Met een totale waarde van $52 biljoen betekent elke procent stijging ruim $500 miljard extra.” De samenstelling van de woningmarkt laat extra trends zien. In maart waren starters goed voor 32% van de aankopen—gelijk aan een jaar eerder, maar onder het historische gemiddelde van 40%. Contante aankopen daalden licht naar 26%, terwijl investeerders en kopers van tweede huizen stabiel bleven op 15%. Verkopers blijven opvallend optimistisch. Uit een enquête van Realtor.com blijkt dat 81% verwacht hun vraagprijs of meer te krijgen, en 63% denkt weinig concessies te hoeven doen. “De vraag is of het vertrouwen van kopers snel genoeg herstelt om mee te bewegen met het koopseizoen,” zegt Danielle Hale, van Realtor.com . Toch is er voorzichtigheid. “De cijfers voor maart zijn zwak, en het kan nog slechter worden,” waarschuwt Robert Frick van Navy Federal Credit Union. Hij wijst op extra druk zoals stijgende kosten voor woninginrichting door invoertarieven en zorgen over inflatie en werkgelegenheid. Die factoren zorgen ervoor dat veel gezinnen afwachten, wat de markt verder afremt. De trage start van het lenteseizoen volgt op twee van de zwakste jaren voor woningverkopen sinds de jaren 1990. Waar economen hoopten op een herstel door het groeiende aanbod, temperen economische onzekerheid en recessievrees die verwachtingen. “Vroeger draaide alles om de vraag of er genoeg verkopers waren,” zei Hale. “Nu de voorraad groeit, gaat 2025 meer over de vraag waar de kopers zijn.” De Amerikaanse woningmarkt staat op een kruispunt. Terwijl prijzen hoog blijven en het vermogen van huishoudens groeit, knellen hoge rentes en economische onzekerheid de mobiliteit. Voor verkopers zoals Gallaway en McDonough is het een kwestie van geduld of financiële druk. Voor kopers is het een afweging tussen hoge kosten en afnemende kansen. De komende maanden zullen uitwijzen of de markt een evenwicht vindt of verder afkoelt in een toch al uitdagend economisch klimaat.
- Dit groeiaandeel is te goedkoop om te negeren
In het kort: Novo Nordisk blijft groeien met sterke cijfers uit diabetes- en obesitasmedicatie, ondanks beurscorrecties na iets tegenvallende studieresultaten van CagriSema. Concurrent Eli Lilly vormt een reële bedreiging, maar Novo behoudt wereldwijd marktaandeel dankzij zijn ervaring, distributienetwerk en productportfolio. De waardering is gedaald tot historisch lage niveaus, terwijl de winstgroei aanhoudt en het bedrijf structureel profiteert van wereldwijde trends als vergrijzing, obesitas en diabetes. Jarenlang stond Novo Nordisk bekend als een schoolvoorbeeld van stabiele, winstgevende groei. Het Deense farmabedrijf wist zich met zijn diabetesmiddelen stevig te positioneren in een structureel groeiende markt. De toename van type 2-diabetes wereldwijd — gevoed door vergrijzing, urbanisatie en stijgende welvaart in opkomende economieën — zorgde voor een betrouwbare omzetmotor. Vooral het GLP-1-middel Ozempic bleek een gouden greep. Wat begon als een effectief middel voor bloedsuikerregulatie, bleek plotseling ook een krachtig afslankmiddel. Die ontdekking veranderde alles. Met de opkomst van Wegovy, dat dezelfde werkzame stof bevat maar officieel wordt voorgeschreven voor obesitas, maakte Novo de sprong van een klassieke gezondheidsaandeel naar het domein van tech-achtige groeiverwachtingen. Beleggers en analisten begonnen te dromen: een potentiële markt van $170 miljard per jaar, met tientallen miljoenen patiënten wereldwijd die in aanmerking komen voor langdurige behandeling — het recept voor jarenlange omzetgroei. Novo werd ineens niet meer gewaardeerd als een farmaceut, maar als een toekomstbedrijf. De beurskoers ging mee in dat sentiment en verdubbelde in korte tijd. De realiteit bleek minder lineair — en de markt meedogenloos Zoals vaker bij bedrijven die in korte tijd van degelijkheid naar hype verschuiven, volgde uiteindelijk een reality check. In december 2024 presenteerde Novo de langverwachte resultaten van zijn nieuwe vlaggenschip in wording: CagriSema, een combinatietherapie van semaglutide en cagrilintide. In theorie nóg effectiever dan Wegovy. En inderdaad: uit de fase 3-studie bleek dat patiënten gemiddeld 22,7% van hun lichaamsgewicht verloren — aanzienlijk meer dan de 16,1% bij Wegovy alleen. Medisch gezien indrukwekkend. Maar de beurs had andere verwachtingen. Tijdens eerdere kwartaalupdates had Novo zelf de lat op 25% gewichtsverlies gelegd. Die symbolische grens werd net niet gehaald. En in de wereld van high-growth aandelen telt perceptie net zo zwaar als prestatie. Het aandeel verloor op één dag 18% van zijn waarde — een aderlating van tientallen miljarden euro’s aan marktkapitalisatie. Sindsdien volgden meerdere correcties, mede aangewakkerd door nieuws over concurrenten en de vrees voor tanende marktdominantie. De dreiging van Eli Lilly: realiteit of overschat gevaar? Als er één bedrijf is dat Novo Nordisk daadwerkelijk nerveus maakt, dan is het Eli Lilly. De Amerikaanse farmareus heeft met Mounjaro (voor diabetes) en Zepbound (voor obesitas) twee blockbuster-middelen in handen die klinisch gezien mogelijk nóg effectiever zijn dan Novo’s producten. Zepbound laat in sommige studies gewichtsverlies van 25% tot zelfs 27% zien — cijfers die dichter bij een chirurgische ingreep dan bij een injectie komen. En belangrijker nog: Lilly weet zijn productie snel op te schalen en anticipeert agressief op de wereldwijde vraag. Analisten verwachten dat de gecombineerde verkoop van Mounjaro en Zepbound richting 2026 de $30 miljard kan overstijgen. Toch is de strijd verre van gestreden. In de farma-industrie wint niet per se het beste molecuul, maar het best gepositioneerde product. Wegovy heeft het first-mover advantage, wereldwijde merkbekendheid, steun van artsen én een enorm klinisch datadossier op zijn naam. Novo’s lange ervaring met diabeteszorg en zijn relaties met zorgverleners geven het bedrijf een voorsprong die niet zomaar verdwijnt. Bovendien is toedieningsgemak, tolerantie, bijwerkingenprofiel en vergoeding via verzekeraars minstens zo belangrijk als de vraag of iemand 22% of 25% afvalt. Zeker als behandelingen jarenlang worden voortgezet. Geen one-trick pony Het is verleidelijk om Novo Nordisk volledig te reduceren tot “dat bedrijf van Wegovy en Ozempic”, maar wie alleen naar de headlines kijkt, mist het bredere plaatje. Novo is nog altijd diepgeworteld in zijn oorspronkelijke kernactiviteit: diabeteszorg. Die markt mag dan minder mediageniek zijn dan de strijd tegen obesitas, maar blijft essentieel — medisch én financieel. In 2024 zag het bedrijf de omzet uit insulineproducten met een indrukwekkende 28% toenemen. Ook orale GLP-1’s zoals Rybelsus, die voor patiënten een minder invasief alternatief bieden dan injecties, bleven relevant en groeien gestaag, met name buiten de VS. Dat Novo zijn positie in een competitieve markt weet te handhaven, is op zichzelf al een sterk signaal. Ondanks het feit dat concurrent Eli Lilly terrein wint in de GLP-1-markt met Mounjaro, wist Novo in veel regio’s zijn marktaandeel te behouden of zelfs uit te breiden. Dat is te danken aan decennialange relaties met artsen, een breed portfolio dat meerdere behandelopties biedt, en een productieapparaat dat – ondanks recente problemen – wereldwijd nog altijd indrukwekkend efficiënt is. Bovendien is Novo actief bezig met het diversifiëren van zijn inkomstenstromen. De tak voor zeldzame ziektes, zoals bloed- en endocriene aandoeningen, is in absolute zin nog klein, maar groeit stabiel en biedt belangrijke strategische voordelen. Het vergroot de immuniteit van het bedrijf tegen schommelingen in de veel besproken GLP-1-markt. De overname van Catalent is in die context niet alleen een kwestie van productiecapaciteit vergroten, maar ook van strategische positionering. In een geopolitiek klimaat waar protectionisme oprukt, en waar Europese bedrijven mogelijk doelwit worden van Amerikaanse importheffingen, is lokale productie in de VS een slimme zet. Het vermindert de kwetsbaarheid voor externe dreigingen én versnelt de go-to-market van nieuwe producten. Waardering: van torenhoge premium naar potentieel ondergewaardeerd Nog maar een jaar geleden werd Novo Nordisk verhandeld alsof het de volgende Apple of Nvidia was — tegen koers-winstverhoudingen van boven de 30, en een prijs-omzetverhouding die flirtte met 10. De hype rond GLP-1-middelen, de enorme marktverwachtingen en de spectaculaire winstgroei maakten het aandeel tot de lieveling van institutionele én particuliere beleggers. Maar sentiment is vluchtig. Vandaag de dag wordt Novo gewaardeerd tegen een forward P/E van net boven de 15 — minder dan de helft van het vijfjarig gemiddelde — en zelfs lager dan veel trager groeiende farmaceuten met minder innovatieve pijplijnen. Ook de price / cash flow ratio staat bijna op het laagste punt in de afgelopen jaren. Die waarderingscorrectie heeft deels te maken met overambitieuze verwachtingen die niet volledig werden ingelost. De fase 3-resultaten van CagriSema waren medisch indrukwekkend, maar vielen tegen bij de eerder uitgesproken doelstelling van 25% gewichtsverlies. Tel daarbij op: zorgen over de concurrentiepositie ten opzichte van Eli Lilly, de tijdelijke leveringsproblemen rond Wegovy, en de Amerikaanse politieke druk op Deense exporten vanwege het geopolitieke spel rond Groenland. Het is dan ook geen wonder dat beleggers op korte termijn de rem hebben ingetrapt. Maar waarde ontstaat juist als verwachtingen lager liggen dan de fundamentele realiteit. En die realiteit is: Novo Nordisk is financieel ijzersterk, heeft een uitzonderlijk winstgevend businessmodel (met operationele marges boven de 40%), en is actief in twee van de grootste groeimarkten binnen de gezondheidszorg: obesitas en diabetes. De wereld vergrijst, de welvaart stijgt, en met name in opkomende markten neemt het aantal mensen met type 2-diabetes exponentieel toe. Voeg daar de explosieve groei van obesitasmedicatie aan toe — een markt die richting 2030 naar verwachting richting de $170 miljard gaat — en je hebt het recept voor decennialange structurele groei. Wie verder kijkt dan een kwartaal, ziet kansen In het heetst van de strijd vergeten beleggers soms dat marktaandeel verliezen in een snelgroeiende markt nog altijd kan leiden tot spectaculaire absolute omzetgroei. Zelfs als Novo’s marktaandeel in obesitasmedicatie daalt tot 20% of 15%, dan nog blijft de potentiële jaarlijkse omzet indrukwekkend. Combineer dat met een robuuste diabetesbusiness en uitbreidende aanwezigheid in zeldzame ziektes, en je krijgt een bedrijf dat in 2025 naar verwachting $18,6 miljard aan nettowinst boekt — een stijging van 23% ten opzichte van het jaar ervoor. Daarvoor betaal je als belegger nu een historisch lage multiple. En Novo gelooft zelf ook in die lange termijn visie. In 2024 kocht het bedrijf voor DKK 20 miljard aan eigen aandelen in — geen paniekreactie, maar een duidelijk signaal van vertrouwen. Het is een zeldzaamheid in de wereld van beursgenoteerde bedrijven: een onderneming die tegelijk hard groeit, sterk winstgevend is, en ook nog eens ondergewaardeerd lijkt. Geen hype, geen luchtkastelen, maar cijfers die gewoon kloppen.
- Waarom dit AI-aandeel omhoog schiet vandaag
In het kort: ServiceNow overtreft verwachtingen in Q1 FY2025: Het bedrijf rapporteerde een omzet van $3,09 miljard (+18% j-o-j) en een aangepaste winst per aandeel van $4,04 (+18,5% j-o-j). Verhoogde vooruitzichten voor FY2025: De abonnementenomzet wordt nu geschat op $12,64 tot $12,68 miljard, wat neerkomt op een jaar-op-jaar groei van 19,5% in constante valuta. AI en overheidsdigitalisering als kern van de strategie: Ondanks politieke onzekerheid profiteert ServiceNow van efficiëntieslagen bij overheden en bedrijven, gedreven door zijn AI-platform en strategische samenwerkingen. ServiceNow heeft in het eerste kwartaal van boekjaar 2025 opnieuw bewezen dat het zich weet te onderscheiden in een volatiele markt. De gerapporteerde omzet bedroeg $3,09 miljard, een stijging van 18,5% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Wat opvalt is dat de abonnementenomzet — de belangrijkste inkomstenbron van het bedrijf — uitkwam op $3,005 miljard. Dat betekent een groei van 20% in constante valuta, net boven de hoogste verwachting van het bedrijf zelf. De winst per aandeel, gecorrigeerd voor onder meer aandelencompensatie (non-GAAP EPS), kwam uit op $4,04. De Q1 2025 resultaten: Bron: ServiceNow Dat is 21 cent hoger dan de door analisten verwachte $3,83 en een stijging van 18,5% ten opzichte van vorig jaar. De cijfers tonen niet alleen groei, maar ook operationele efficiëntie. De operationele marge steeg naar 31%, wat 100 basispunten hoger is dan de eerder afgegeven guidance. Daarnaast noteerde ServiceNow een sterke stijging van zijn “current remaining performance obligations” (cRPO) naar $10,31 miljard (+22% j-o-j) en een totale RPO van $22,1 miljard (+25,5% j-o-j). Deze cijfers geven aan dat de toekomstige omzetpotentie van het bedrijf robuust blijft. Op basis van deze sterke prestaties in het eerste kwartaal heeft ServiceNow zijn verwachtingen voor het volledige boekjaar ook nog eens verhoogd. Het bedrijf voorziet nu een abonnementenomzet tussen $12,64 en $12,68 miljard. Dat betekent een verwachte jaar-op-jaar groei van 19,5% bij constante wisselkoersen. Deze verhoging ligt boven de gemiddelde marktverwachting van $12,6 miljard en wordt deels ingegeven door gunstige wisselkoerseffecten, al weegt het bedrijf die voorzichtig af tegen bredere macro-economische onzekerheden. De verwachting voor FY 2025: Bron: ServiceNow IR ServiceNow houdt vast aan een brutomarge van 83,5% voor zijn abonnementen, een operationele marge van 30,5% en een vrije kasstroommarge van 32%. Deze stabiliteit in marges is opmerkelijk gezien de intensieve investeringen in kunstmatige intelligentie en uitbreiding van het platform via strategische partnerschappen. De verhoogde vooruitzichten zijn voor beleggers een sterk signaal van vertrouwen. In een omgeving waarin technologiebedrijven steeds vaker worstelen met margedruk en verminderde groeiverwachtingen, positioneert ServiceNow zich juist als een betrouwbare groeier met hoge winstgevendheid. Kunstmatige intelligentie als structurele groeimotor Een van de belangrijkste structurele drijfveren van ServiceNow is de toepassing van kunstmatige intelligentie binnen het volledige platform. Het bedrijf maakt gebruik van zogeheten NOW-modellen, waarmee AI geïntegreerd wordt in alle lagen van bedrijfsprocessen — van klantenservice tot IT-automatisering. Deze aanpak sluit nauw aan bij de bredere trend van AI-agents in bedrijfsomgevingen, waarbij software zelfstandig eenvoudige taken kan uitvoeren en beslissingen ondersteunt. Het strategisch belang van AI wordt verder onderstreept door drie nieuwe samenwerkingen die ServiceNow heeft aangekondigd. In samenwerking met Aptiv ontwikkelt het bedrijf een oplossing voor missie-kritische sectoren zoals defensie, luchtvaart en telecom. Door realtime data van complexe apparatuur te koppelen aan bedrijfsprocessen kan sneller en efficiënter worden gereageerd. Daarnaast lanceert ServiceNow samen met Vodafone Business een AI-gestuurd servicemanagementsysteem dat gepersonaliseerde klantenservice en verbeterde operationele efficiëntie mogelijk maakt. Tot slot werkt het bedrijf samen met Devoteam aan een vernieuwde CRM-ervaring voor klanten in Europa en het Midden-Oosten. Al deze initiatieven dragen bij aan de positionering van ServiceNow als strategische partner in digitale transformatie, en niet louter als leverancier van software. Overheidscontracten als onwaarschijnlijke motor van groei Ondanks bezorgdheid over bezuinigingsmaatregelen vanuit de Amerikaanse overheid, met name via het Department of Governmental Efficiency (DOGE) van president Donald Trump, weet ServiceNow juist te profiteren van de trend richting kostenbesparing en modernisering. CEO Bill McDermott benadrukte in een interview dat het platform van ServiceNow overheden helpt om legacy-systemen te vervangen, wat resulteert in substantiële kostenbesparingen. Overheidsinstanties in de Verenigde Staten én daarbuiten nemen het voorbeeld van DOGE over en moderniseren hun IT-structuur met behulp van ServiceNow. Deze beweging is opvallend, omdat technologiebedrijven doorgaans kwetsbaar zijn voor veranderingen in overheidsbeleid. In dit geval werkt het echter in het voordeel van ServiceNow. Door zich te positioneren als tool voor efficiëntie en modernisering, weet het bedrijf zich onmisbaar te maken voor instellingen die met krimpende budgetten moeten werken. Ook in de private sector is er sprake van een vergelijkbaar effect. Door de onzekerheid over handelsbeleid en mogelijke omzetdalingen zoeken bedrijven naar manieren om efficiënter te werken. Het AI-platform van ServiceNow biedt hier een concreet antwoord op, vooral in sectoren waar supply chains onder druk staan. Technisch herstel, maar lange weg naar volledig herstel De koerssprong van ruim 15% direct na de cijfers lijkt gerechtvaardigd gezien de combinatie van sterke kwartaalresultaten, verhoogde vooruitzichten en strategische positionering. Toch moeten beleggers niet vergeten dat het aandeel ServiceNow sinds begin dit jaar nog steeds 23% in de min staat. Maar, deze cijfers hebben duidelijk vertrouwen gegeven in de onderliggende kracht van dit bedrijf en de kansen binnen AI. De aandelenkoers van ServiceNow dit jaar: Bron: Finchat Dit benadrukt echter wel dat het sentiment rond technologieaandelen nog altijd kwetsbaar is. Beleggers blijven voorzichtig, mede door inflatiezorgen, renteontwikkelingen en geopolitieke onzekerheden. ServiceNow laat echter zien dat fundamentele kracht uiteindelijk nog steeds wordt beloond. De stijgende RPO-cijfers zijn in dit opzicht wellicht het meest veelzeggend: ze vormen de beste voorspeller van toekomstige omzet en bevestigen dat klanten structureel investeren in het platform. ServiceNow heeft met zijn resultaten over het eerste kwartaal van FY2025 overtuigend aangetoond dat het in staat is om winstgevende groei te realiseren, zelfs in een uitdagend economisch klimaat. De combinatie van sterke operationele prestaties, robuuste vooruitzichten en strategische investeringen in AI maken het bedrijf aantrekkelijk voor langetermijnbeleggers. Hoewel externe risico’s zoals politiek beleid en macro-economische volatiliteit blijven bestaan, is de interne kracht van het bedrijfsmodel onmiskenbaar. ServiceNow profiteert van een structurele trend richting automatisering, kostenreductie en digitale transformatie — en vertaalt dat in concrete, meetbare resultaten. Dat maakt het aandeel ondanks recente koersdalingen niet alleen een herstelkandidaat, maar mogelijk ook een outperformer op de lange termijn.
- CEO van Netflix doet bizarre voorspelling over de toekomst
In het kort: Netflix zet koers richting $1 biljoen marktwaarde, dankzij sterke kwartaalcijfers, contentdominantie en een snelgroeiend advertentieplatform. Het bedrijf transformeert tot een wereldwijd mediaconcern, met fysieke ervaringen, IP-exploitaties en lokale producties in onder meer Mexico. Ondanks concurrentie groeit Netflix door, met focus op kwaliteit, internationale expansie en een slim businessmodel dat veel verder gaat dan alleen streaming. Waar Netflix ooit begon als dvd-verhuurservice en later uitgroeide tot de absolute koning van streaming, denkt het bedrijf nu opnieuw groot. Heel groot. Tijdens het World Economy Summit in Washington liet co-CEO Ted Sarandos weten dat Netflix als langetermijndoel heeft om toe te treden tot de meest exclusieve club van de beurs: bedrijven met een marktwaarde van meer dan één biljoen dollar. Een ambitieus streven? Zeker. Maar niet onrealistisch als je de recente cijfers en strategische koerswijzigingen van het bedrijf bekijkt. In de afgelopen vijf jaar verdubbelde Netflix zijn omzet, steeg de winst met een factor tien, en verdrievoudigde de beurswaarde. Inmiddels staat het aandeel op een marktkapitalisatie van circa $450 miljard. Geen kinderspel — maar dus volgens Sarandos nog maar de helft van wat mogelijk is. De sleutel tot verdere groei? Een combinatie van contentdominantie, advertentie-inkomsten, fysieke ervaringen en internationale expansie. De kwartaalcijfers van april onderstrepen het momentum. Met een omzet van $10,54 miljard en een winst per aandeel van $6,61 versloeg Netflix ruimschoots de verwachtingen van analisten. De stijging kwam deels door prijsverhogingen van het standaard abonnement, maar ook door de razendsnelle groei van het advertentieplatform. Bijna 55% van alle nieuwe abonnees koos het afgelopen kwartaal voor het goedkoopste abonnement mét reclame — wat bevestigt dat Netflix met zijn gelaagde prijsstrategie goed inspeelt op inflatiebewuste consumenten. Maar Netflix is vandaag de dag veel meer dan een platform voor films en series. Achter de schermen transformeert het bedrijf in een breed mediabedrijf, dat zijn IP’s — intellectueel eigendom — maximaal laat renderen. Neem bijvoorbeeld de Broadway-productie van Stranger Things , of de fysieke Squid Game Experience in steden als New York en Londen. Zulke projecten zijn niet alleen winstgevend, ze versterken ook de band met de kijker én bouwen verder aan een herkenbaar merk in een overvolle mediamarkt. En dit is nog maar het begin: later dit jaar opent Netflix zelfs zijn eerste permanente fysieke winkel in de VS, een strategische zet die de stap richting themapark-achtige inkomsten dichterbij brengt. Ook internationaal zet Netflix vol in op groei. In 2024 kondigde het bedrijf een miljardeninvestering aan in productie in Mexico — niet toevallig in het bijzijn van de Mexicaanse president. Het signaal is duidelijk: Netflix wil wereldwijd een sleutelspeler zijn, niet alleen in consumptie van content, maar ook in de creatie ervan. Lokale productieteams krijgen steeds meer autonomie, wat leidde tot successen als La Casa de Papel , Lupin en uiteraard Squid Game . Deze series bewijzen dat Netflix niet alleen Amerikaanse content exporteert, maar ook lokale verhalen globaliseert. Opvallend is dat Sarandos zich kritisch uitliet over de manier waarop de entertainmentsector behandeld wordt binnen Amerikaanse handelsakkoorden. “Je ziet nooit een president op een filmset,” zei hij, met een knipoog naar de onderwaardering van de creatieve sector in economisch beleid. Toch droeg Netflix tussen 2020 en 2024 naar eigen zeggen $145 miljard bij aan de Amerikaanse economie en creëerde het 140.000 productiejobs. Cijfers die suggereren dat de impact van de streamingsreus ruimschoots verder reikt dan alleen de huiskamer. Ondanks alle positieve ontwikkelingen zijn er uiteraard ook risico’s. De concurrentie blijft intens, van Disney tot Amazon Prime en het opkomende Apple TV+. Daarnaast is de afhankelijkheid van succesformules als Bridgerton of The Crown nog altijd groot — tegenvallende series kunnen een kwartaal flink drukken. Maar in tegenstelling tot eerdere jaren lijkt Netflix nu beter in staat om content te bouwen met een lange termijn visie: minder kwantiteit, meer focus op kwaliteit, IP-waarde en crossmediale benutting. En dat brengt ons terug bij het oorspronkelijke punt: kan Netflix daadwerkelijk een bedrijf van $1 biljoen worden? Als je kijkt naar het fundament — sterke kasstroom, stijgende marges, een wereldwijd merk én een groeiende reclame- en evenementenpoot — dan is het antwoord: waarom niet? In een tijd waarin bedrijven als Nvidia, Microsoft en Amazon vaak worden geprezen om hun technologische visie, laat Netflix zien dat ook entertainment groot kan denken. Misschien is het geen AI-chipfabrikant of cloudreus, maar het bedrijf beschikt over iets wat even waardevol is: verhalen die wereldwijd mensen verbinden. De markt ziet Netflix voorlopig nog vooral als een streamingdienst. Maar wie iets verder kijkt, ziet een mediabedrijf in transitie — op weg om de Disney van de 21ste eeuw te worden. Alleen dan zonder pretparken, maar met data, advertenties, series én een slimme commerciële machine erachter. De kans dat dit aandeel de komende jaren stevig doorgroeit, lijkt groter dan de kans dat het blijft stilstaan. En dat maakt Netflix op dit moment misschien wel een van de meest onderschatte groeiparels op de beurs.
- Hoe realistisch is een snelle handelsdeal tussen Amerika en China?
In het kort: China bevestigt dat er geen handelsgesprekken lopen met de VS , ondanks signalen van de Amerikaanse kant over mogelijke de-escalatie van het handelsconflict. De tariefverhogingen zijn ongekend hoog : de VS verhoogde de tarieven naar 145%, waarop China reageerde met eigen heffingen en exportbeperkingen. De economische schade wordt steeds zichtbaarder : grote banken verlagen hun groeiverwachtingen voor China, terwijl Amerikaanse retailers druk uitoefenen op Trump om de tarieven te verlagen. De handelsrelatie tussen de Verenigde Staten en China, 's werelds twee grootste economieën, is opnieuw ontspoord. In de afgelopen weken zijn de spanningen geëscaleerd tot het hoogste niveau, nog vele malen heftiger dan sinds het begin van de handelsoorlog in 2018. De kern: een astronomische tariefverhoging van 145% door de VS op Chinese goederen , waarop China reageerde met vergeldingsmaatregelen. De cijfers liegen er dus niet om, en de hoop op een snelle deal wordt steeds lager. De verschillende scenario´s waar professionele beleggers in een recente BofA survey de keuze tussen hadden zijn de volgende: Boom (sterke groei, lage inflatie) Stagnation (lage groei, lage inflatie) Goldilocks (evenwichtige groei met lage inflatie, het ideale scenario) Stagflation (lage groei, hoge inflatie — het slechtste scenario voor beleggers) Beleggers rekenen nu massaal op een stagflatie scenario de komende 12 maanden: Bron: BofA Op het eerste gezicht lijkt het een bluf: de Amerikaanse president Donald Trump kondigde begin april aan dat de invoerheffingen op Chinese producten omhoog zouden gaan naar 145% . Deze maatregel trof honderden miljarden dollars aan goederen, van consumentenelektronica tot industriële halffabricaten. Voorheen lag het tarief op gemiddeld 25%. Een verhoging naar 145% is een factor 5,8, wat historisch gezien ongekend is in een handelsconflict van deze schaal. De onmiddellijke reactie uit Beijing was fel. China voerde vergeldingstarieven van 125% in op Amerikaanse producten en legde exportbeperkingen op strategische grondstoffen op, waaronder zeldzame aardmetalen, die cruciaal zijn voor de Amerikaanse techindustrie. Volgens He Yadong , woordvoerder van het Chinese ministerie van Handel, zijn er “absoluut geen lopende onderhandelingen” met de VS over economische of handelszaken. Ook de woordvoerder van Buitenlandse Zaken, Guo Jiakun , bevestigde dit: “Er zijn geen gesprekken, geen akkoorden, geen vooruitgang.” Deze uitspraken staan in schril contrast met de uitspraken van Trump, die beweert dat er “elke dag” wordt gesproken. Maar dat werd vanuit Beijing afgedaan als “pure fictie”. De Chinese economie zit al langer in een groeivertraging. De overheid heeft voor 2025 een BBP-groeidoelstelling van ongeveer 5% vastgesteld, maar dat cijfer staat nu onder druk. Het groeipercentage van het BPP van China: Bron: TradingEconomics Volgens Goldman Sachs zullen de Amerikaanse tarieven “ significant drukken op de Chinese export en investeringen ”. In maart stegen de Chinese exportcijfers nog met 12,4% jaar-op-jaar omdat bedrijven massaal insloegen, maar analisten zien dat momentum als niet houdbaar onder de nieuwe tarieven. Meerdere banken, waaronder HSBC en JPMorgan, hebben hun Chinese groeiverwachtingen met 0,3 tot 0,6 procentpunt naar beneden bijgesteld. Daarnaast stijgt de binnenlandse druk op Beijing: in Chinese economische kringen gaan kritische geluiden rond dat de tegenmaatregelen van China meer kwaad dan goed doen. Deze kritiek wordt grotendeels gecensureerd, maar anonieme bronnen uit academische instellingen zoals de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen noemen de situatie “een groeiende bedreiging voor sociale stabiliteit”. Ook het beleggerssentiment is verre van optimistisch. Uit een peiling van de American Association of Individual Investors blijkt dat beleggers al acht weken op rij overweldigend negatief ('bearish') zijn gestemd – een record. En het Global Fund Manager Survey van Bank of America toont dat het hoogste percentage institutionele beleggers sinds 2000 van plan is hun blootstelling aan Amerikaanse aandelen te verlagen. Bron: BofA Volgens Yue Su , econoom bij The Economist Intelligence Institute: “De strategie van China is veranderd. Waar het eerst ging om ‘wat wil de VS’, draait het nu om ‘wat heeft China nodig’. De eis tot annulering van alle unilaterale tarieven is daar een uiting van.” Het Witte Huis zou overwegen de tarieven terug te brengen naar tussen de 50% en 65% , volgens anonieme bronnen bij The Wall Street Journal. Maar Chinese experts zijn helder: dat is niet voldoende . Jianwei Xu , econoom bij Natixis: “Vanuit Chinees perspectief is alles boven de 20% geen serieuze onderhandelingsbasis. Het minimum voor hernieuwde gesprekken ligt lager dan wat de VS nu overweegt.” Hoewel Beijing krachtig van zich afbijt, is de realiteit dat beide economieën flinke schade ondervinden van de aanhoudende handelsoorlog. De VS betaalt meer voor Chinese goederen, China ziet zijn exportmarkten krimpen. Maar wat opvalt, is dat China het spel strategischer speelt . De houding is nu: wachten tot de VS knippert . Trump’s schommelende koers maakt hem onvoorspelbaar en volgens analisten als Wu Xinbo (Fudan University) is dat juist de reden waarom China tijd probeert te rekken . De tarieven onder Trump zijn de afgelopen maanden met ongekende snelheid toegenomen: Bron: X Zonder echte onderhandelingen in zicht én bij het huidige tariefniveau, lijken zowel Beijing als Washington zich op te maken voor een langdurige impasse. En dat raakt de hele wereldeconomie , direct via handel, indirect via inflatie, rente en marktsentiment. Een snelle deal voor de langere termijn tussen de Verenigde Staten en China lijkt op dit moment dus uiterst onwaarschijnlijk. De huidige situatie wordt gekenmerkt door wederzijds wantrouwen, fundamenteel verschillende economische belangen, en een harde opstelling van beide partijen die weinig ruimte laat voor compromis op korte termijn. Aan Amerikaanse zijde erkende minister van Financiën Scott Bessent gisteren nog wel dat de handelsoorlog “niet houdbaar” is en sprak hij de noodzaak uit van wederzijdse de-escalatie. Maar zolang president Trump publieke uitspraken blijft doen over ‘dagelijkse onderhandelingen’ — die door China als fake news worden weggezet — wordt het vertrouwen alleen maar verder ondermijnd. Er is een duidelijk signaal nodig vanuit het Witte Huis dat men bereid is te stoppen met escaleren en een diplomatieke route in te slaan. Een snelle doorbraak vereist naar mijn mening een symbolisch én inhoudelijk gebaar in een. Aan Amerikaanse zijde zou dat kunnen betekenen dat Trump de bereidheid toont om de invoertarieven substantieel te verlagen — bijvoorbeeld terug naar het niveau van vóór het conflict (rond 25%), of zelfs tijdelijk opschorten. Daarmee kan Washington goodwill creëren zonder direct gezichtsverlies te lijden, maar Trump die een verlies neemt is niet iets dat we van hem gewend zijn (en dat verwacht ik dan ook zeker niet op de korte termijn). Alleen in het geval van bijvoorbeeld een zo hevige recessie dat er geen andere optie meer is verwacht ik een dergelijke reactie, maar dat is nu nog verre van aan orde. Wil een snelle handelsdeal realistisch worden, dan zal óf Washington zijn politieke prestige, en dus die van Trump, deels moeten opofferen door unilaterale maatregelen terug te draaien, óf Beijing moet besluiten dat economische stabiliteit zwaarder weegt dan symbolisch leiderschap. Beide scenario’s vereisen dat leiders hun binnenlandse achterban uitleggen waarom concessies niet gelijkstaan aan zwakte — maar aan lange termijnbelang.
- Dit tabaksbedrijf vaart een totaal andere koers – aandeel stijgt 70%
In het kort: Philip Morris International transformeert succesvol van tabaksgigant naar groeibedrijf in rookvrije producten zoals IQOS en ZYN. Sterke kwartaalcijfers: winst +17%, rookvrijsegment groeit met dubbele cijfers en levert hogere marges. Aandeel +70% in één jaar; beleggers betalen een forse premie voor groei én stabiliteit. Philip Morris International (PMI), ooit synoniem met traditionele sigaretten, heeft zichzelf in een ongekende transformatie gestort. Het bedrijf, dat wereldwijd bekendstaat om merken als Marlboro, heeft zijn koers radicaal verlegd naar rookvrije producten zoals verhitte tabak (IQOS) en nicotinezakjes (ZYN). Deze strategische draai heeft PMI niet alleen een nieuw groeipad opgeleverd, maar ook een waardering die totaal anders is dan traditionele tabaksfabrikanten. De vraag is: rechtvaardigt deze transformatie de forse koersstijging van het aandeel, dat in het afgelopen jaar met 70% steeg, of heeft de markt zich te veel laten meeslepen door het enthousiasme rondom rookvrije alternatieven? Aandelenkoers Philip Morris: Bron: Google Finance In het eerste kwartaal van 2025 rapporteerde PMI sterke cijfers, ongebruikelijk voor een traditioneel tabaksbedrijf. De aangepaste winst per aandeel steeg met 17% naar $1,69 en lag daarmee boven de analistenverwachtingen. De netto-omzet kwam uit op $9,3 miljard, ruim $160 miljoen hoger dan de prognose, goed voor een groei van bijna 6%. Wat deze cijfers bijzonder maakt, is dat ze niet langer uitsluitend gedreven worden door traditionele sigaretten, maar steeds meer door rookvrije alternatieven. De traditionele sigaretten, nog altijd goed voor bijna 75% van het verzonden volume, lieten een verrassende volumegroei zien van 1,1% ten opzichte van vorig jaar. Dit is opmerkelijk in een tijd waarin concurrenten zoals British American Tobacco kampen met krimpende volumes en hun toevlucht zoeken in prijsverhogingen. Maar de echte ster van het kwartaal was de rookvrije divisie. De omzet uit deze producten groeide met 15%. Vooral de nicotinezakjes van ZYN maakten indruk met een volumegroei van maar liefst 53,3%, voornamelijk gedreven door de Amerikaanse markt, die verantwoordelijk is voor meer dan 90% van dit segment. Ook verhitte tabak, met IQOS, groeide stevig met 12% wereldwijd, waarbij Europa (15% groei) en de Amerika’s (29% groei) opvielen. Sterke winstgevendheid Een van de meest opvallende aspecten van Philip Morris' transformatie is de hogere winstgevendheid van rookvrije producten. In het eerste kwartaal rapporteerde het bedrijf een brutomarge van 69% voor deze divisie, vergeleken met 65% voor de traditionele sigaretten. “Onze rookvrije producten zijn niet alleen een groeimotor, maar ook een bron van hogere marges, wat onze financiële veerkracht verder versterkt,” zei een woordvoerder van PMI tijdens de recente earnings call. Deze combinatie van volumegroei en hogere marges geeft PMI een unieke positie in de sector. Terwijl traditionele tabaksbedrijven worstelen met dalende volumes en toenemende regelgeving, heeft PMI een pad gevonden dat zowel groei als winstgevendheid combineert. Voor 2025 verwacht het management een aangepaste winstgroei van 13%, mede dankzij een zwakke Amerikaanse dollar, die gunstig uitpakt voor de in vreemde valuta gegenereerde inkomsten. Deze vooruitzichten suggereren dat PMI’s groeiverhaal nog lang niet ten einde is, vooral omdat rookvrije producten nu al 42% van de totale omzet uitmaken, een aandeel dat snel groeit. Met een huidig dividendrendement van 3,3% blijft het dividend een cruciale trekpleister voor beleggers. Hoewel de groei ervan op korte termijn waarschijnlijk beperkt blijft, totdat de schuldratio – die na de overname van Swedish Match in 2022 fors opliep – verder is afgebouwd, vormt de robuuste kasstroom uit de traditionele sigarettenactiviteiten een solide fundament. Met een koersstijging van bijna 100% in het afgelopen jaar noteert PMI nu tegen een waardering van 25 koers/winst, aanzienlijk hoger dan concurrent British American Tobacco, dat rond de 10 keer noteert. Dit verschil roept de vraag op of PMI overgewaardeerd is of dat de markt terecht een premie toekent. De sterke operationele prestaties en de groeivooruitzichten van de rookvrije divisie rechtvaardigen deels deze premie. PMI combineert de stabiele kasstromen van zijn sigarettenbusiness met de dynamische groei van rookvrije producten, een combinatie die het onderscheidt van traditionele tabaksbedrijven. Bovendien biedt de relatieve veerkracht van het aandeel in een volatiele markt, samen met een consistente outperformance van winstverwachtingen, vertrouwen aan beleggers. PMI bevindt zich midden in een strategische omslag. Hoewel sigaretten nog steeds de kern van de omzet vormen, verschuift de focus steeds meer naar rookvrije alternatieven. Deze producten groeien snel en leveren hogere marges op, wat het resultaat en de balans verstevigt. Tegelijk houdt PMI de schuldenlast scherp in de gaten en voert het een gedisciplineerd kapitaalbeleid, wat de geloofwaardigheid van de langetermijnstrategie ondersteunt. Of de huidige waardering aantrekkelijk is, hangt af van hoe beleggers de balans inschatten tussen groeikansen en risico’s. De premie ten opzichte van sectorgenoten is fors, maar PMI’s positionering is uniek.











